De gemeenteraad keurt een nieuw reglement op de begraafplaatsen goed.
Artikel 40 Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (DLB):
§ 1. Onder voorbehoud van andere wettelijke of decretale bepalingen, beschikt de gemeenteraad over de volheid van bevoegdheid ten aanzien van de aangelegenheden, vermeld in artikel 2.
§ 2. De gemeenteraad bepaalt het beleid van de gemeente en kan daarvoor algemene regels vaststellen.
§ 3. De gemeenteraad stelt de gemeentelijke reglementen vast. Met behoud van de toepassing van de federale wetgeving in verband met de bevoegdheid van de gemeenteraad om politieverordeningen vast te stellen, kunnen de reglementen onder meer betrekking hebben op het gemeentelijk beleid, de gemeentelijke belastingen en retributies, en op het inwendige bestuur van de gemeente.
/
De gemeenteraad keurde in zitting van 22 juli 2008 het huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen goed.
Dit reglement is intussen sterk verouderd en dient bijgevolg een volledige update te krijgen. Het reglement dient geactualiseerd te worden omdat bepaalde procedures zijn gewijzigd.
Hiernaast moet het reglement duidelijker en begrijpbaar gemaakt worden voor de burger.
Het reglement dient in overeenstemming gebracht te worden met het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging en de uitvoeringsbesluiten, alsook met het retributiereglement op de grafconcessies, goedgekeurd in gemeenteraadszitting van 19 december 2019.
De voornaamste wijzigingen van het huishoudelijk reglement zijn de volgende:
Naamplaatjes strooiweide:
In hoofdstuk 4: Bevoegdheden en algemene regelgeving op de begraafplaats. Wijziging in 4.5. Het uitstrooien, begraven of bewaren van as. Artikel 64: Naamplaatjes op het gedenkteken van de strooiweide worden voor een termijn van 50 jaar bevestigd en worden daarna ambtshalve verwijderd en kunnen niet verlengd worden.
Concessies begraving in kinderperk of foetusweide:
In hoofdstuk 4: Bevoegdheden en algemene regelgeving op de begraafplaats. Wijziging in 4.6. Kinderperk. Op het kinderperk wordt de foetus of het kind begraven in een niet-geconcedeerde grond voor een periode van 50 jaar vanaf de begraving. Na deze periode kan de niet-geconcedeerde grond ter plaatse omgezet worden in een concessie van 25 jaar aan de tarieven zoals bepaald in het op dat moment geldende retributiereglement.
Bij de begraving van een foetus kan men een tegel plaatsen met volgende afmetingen: 0,20 m x 0,20 m x 0,03 m.
Invoering sterretjesweide:
In hoofdstuk 4: Bevoegdheden en algemene regelgeving op de begraafplaats. Invoering van 4.7. Sterretjesweide. De inrichting van een sterretjesweide. Waardig afscheid kunnen nemen van je doodgeboren baby is erg belangrijk, ongeacht de duur van de zwangerschap. Daarom rijst de vraag om op de begraafplaatsen een sterretjesweide te voorzien, waar men even aandacht kan schenken aan overleden of levenloos geboren kindjes. De dienst stelt voor om een gedenksteen met spreuk te voorzien. De inrichting van de sterretjesweide is pas een eerste stap in de vernieuwing van het kerkhof. De komende jaren zullen we ook de rest van de begraafplaats onder handen nemen.
Aanvangsdatum concessies:
In hoofdstuk 5: Concessies. Wijziging in 5.2. Duurtijd van de concessie. Artikel 103: Als algemene regel wordt vastgesteld dat de concessies een aanvang nemen op datum van de eerste begraving of bijzetting. Dit betekent een sterk administratieve vereenvoudiging.
Aanplakking bij vroegtijdige beëindiging van een concessie:
In hoofdstuk 5: Concessies. Wijziging in 5.4. Voortijdige beëindiging van de concessie. Artikel 112: Vooraleer een concessie vroegtijdig te beëindigen, zal een bericht tot voortijdige beëindiging gedurende 6 maanden zowel bij het graf als aan de ingang van de gemeentelijke begraafplaats uitgehangen worden.
In een tweede fase zullen de diensten werk maken van een toekomstvisie voor de 5 begraafplaatsen.
In het verleden werden vaak nieuwe terreinen aangesneden om recentere begravingen in onder te brengen. De vraag wat er met de oude graven dient te gebeuren bleef tot nu onbeantwoord. De te onderhouden oppervlakte breidt uit, maar ook de intensiteit en de diversiteit van het beheer van de begraafplaatsen neemt toe.
Het beheer van de begraafplaatsen is geen evidentie en de vraag stelt zich naar een nieuwe toekomstgerichte visie over:
de begraafplaatsen;
het beheer haalbaar te houden;
de kwaliteit van de ruimte te behouden of te verbeteren.
Daarnaast is 2021, 50 jaar nadat de wet over de afschaffing van de eeuwigdurende concessies in 1971 in voege trad, een scharnierjaar. De verlopen concessies konden kosteloos en voor een nieuwe termijn van 50 jaar verlengd worden en dit op vraag van 'enige belanghebbende'.
Nu de datum van de oorspronkelijke concessie bepaald is, dient men volop in te zetten op de regularisaties (verlengingen) of officieel stopzetten van de concessie. De bedoeling is zeker niet dat alle oude monumentale graftekens verdwijnen.
De gemeente zal moeten te beslissen wat er met bepaalde monumentale graftekens zal gebeuren. Men zal een evenwicht zoeken naar het behoud van het funerair erfgoed, de kostprijs ervan en het tegemoetkomen aan nieuwe wensen en noden.
Men zal een antwoord moeten formuleren op de volgende vragen, wat uiteindelijk zal resulteren in een nieuw reglement en een nieuwe visie en vormgeving van de begraafplaatsen:
Hoe kunnen we aansporen om concessies te verlengen?
Wat is een waardevol grafteken en wat behoort tot het funerair erfgoed?
Welke alternatieven zullen er in Grimbergen zijn in geval van behoud : welke graftekens zullen in aanmerking komen voor peterschap/hergebruik?
Hoe zullen we de vrijgekomen concessies opnieuw aanbieden?
Wat is de kostprijs voor de nieuwe concessiehouder en wat verwachten we van hem?
Het historisch onderzoek dat men zal voeren zal de basis vormen voor de ontwikkeling van een toekomstvisie en daarvoor wordt voorgesteld om zich te laten bijstaan door een studiebureau.
/
Artikel 1.
Onderstaand nieuw reglement aangaande de begraafplaatsen en de lijkbezorging goed te keuren en toe te voegen als bijlage 13 bij het algemeen politiereglement, goedgekeurd bij besluit van de gemeenteraad van 28 januari 2021.
Goedgekeurd in de gemeenteraad van ……………………
Bekendgemaakt op …………..
Geldig vanaf ………………………..
INHOUDSTAFEL
1 Algemene bepalingen. 2
2 Pleegvormen die de begrafenis of crematie voorafgaan. 4
3 Lijkenvervoer 5
3.1 Vervoer van niet-gecremeerde lijken: 5
3.2 Vervoer van gecremeerde lijken: 6
4 Bevoegdheden en algemene regelgeving op de begraafplaats. 6
4.1 Bevoegdheden. 6
4.2 Kisten en urnen. 7
4.3 Graftekens. 8
4.4 Niet-geconcedeerde begravingen. 13
4.5 Het uitstrooien, begraven of bewaren van as. 14
4.6 Kinderperk. 15
4.7 Sterretjesweide. 16
4.8 Ereperk voor oud-strijders. 17
4.9 Graven van lokaal historisch belang. 17
4.10 Ontgravingen. 18
4.11 Verwijderen van graven. 19
5 Concessies. 20
5.1 Algemene bepalingen. 20
5.2 Duurtijd van de concessie. 22
5.3 Verlenging van de concessie. 22
5.4 Voortijdige beëindiging van de concessie. 23
6 Slotbepalingen. 24
REGLEMENT
Artikel 1
De gemeente beschikt over vijf begraafplaatsen gelegen te:
Artikel 2
Overeenkomstig het gelijkheidsbeginsel en het beginsel van non-discriminatie, zijn de gemeentelijke begraafplaatsen toegankelijk voor iedereen, zonder onderscheid van godsdienstige, filosofische of ideologische levensbeschouwing.
Artikel 3
De gemeentelijke begraafplaatsen zijn toegankelijk:
Artikel 4
De gemeentelijke begraafplaatsen zijn bestemd voor begraving, de bijzetting in een columbarium en de asverstrooiing van:
a) Personen die op het moment van overlijden ingeschreven zijn in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister van de gemeente Grimbergen;
b) Personen die in de gemeente Grimbergen effectief wonen, maar krachtens wettelijke bepalingen of internationale overeenkomsten van de inschrijving in de bevolkingsregisters, het vreemdelingen- of wachtregister zijn vrijgesteld;
c) Personen die gedurende minstens 25 jaar in het bevolkings- of vreemdelingenregister van de gemeente Grimbergen waren ingeschreven en ten hoogste gedurende 5 jaar niet langer ingeschreven zijn in de bovenvermelde registers;
d) Personen die in Grimbergen woonden en aansluitend voor verzorging of wegens ouderdom, ziekte of handicap hun intrek hebben genomen buiten de gemeente in een instelling of bij een kind of bloedverwant tot en met de tweede graad op voorwaarde dat zijn domicilie daar gevestigd bleef tot op het moment van zijn overlijden;
e) Personen ingeschreven in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister van een andere gemeente, mits betaling van een belasting of retributie vastgesteld door de gemeenteraad.
De nodige bewijsstukken dienen door de aanvrager voorgelegd te worden.
Artikel 5
De begravingen worden volgens plan in regelmatige volgorde uitgevoerd. Dat plan wijst de percelen aan voor begraving in niet-geconcedeerde grond, geconcedeerde grond, grafkelders, kindergraven, alsook de bijzetting in de nissen van het columbarium of begraving in het urneveld.
Artikel 6
Niet-geconcedeerde percelen, ongeacht of het gaat om een grondperceel, een columbariumnis of een urneveld, zijn bestemd voor de begraving van maximum één stoffelijk overschot. Niet-geconcedeerde percelen kunnen niet verlengd worden, noch omgezet worden naar een concessie.
Artikel 7
Percelen die het ontwerp uitmaken van een concessie zijn, ongeacht of het gaat om een grondperceel, een columbariumnis of een urneveld, bestemd voor de begraving in volle grond van maximaal één stoffelijk overschot en maximaal 3 stoffelijke overschotten bij grafkelders, columbariumnissen en urnevelden. Geconcedeerde percelen kunnen, mits hernieuwing voor de einddatum en mits de betaling van de verschuldigde tarieven, verlengd worden.
Artikel 8
Het is niet mogelijk om voorafgaand aan een overlijden reeds een perceel te reserveren of vast te leggen.
Artikel 9
Bij het bezorgen van de stoffelijke overblijfselen op de gemeentelijke begraafplaats:
Artikel 10
De verschillende mogelijkheden tot begraving op de gemeentelijke begraafplaats zijn:
Artikel 11
Elk overlijden in de gemeente wordt onverwijld aangegeven aan de ambtenaar van de burgerlijke stand. Dit geldt eveneens ingeval van ontdekking van een menselijk, zelfs onvolledig lijk op het grondgebied van de gemeente.
Het overlijden wordt door de ambtenaar van de burgerlijke stand vastgesteld op basis van een getuigschrift afgeleverd door de behandelende geneesheer of een geneesheer hiertoe aangesteld door de ambtenaar van de burgerlijke stand.
Artikel 12
Diegene die voor de begraving instaat, regelt zo spoedig mogelijk met het gemeentebestuur de formaliteiten betreffende de lijkbezorging. De begrafenisondernemer kan ertoe gemachtigd worden om alle formaliteiten in diens naam te vervullen.
Bij ontstentenis daarvan, zal het gemeentebestuur ambtshalve en op kosten van de erfgenamen, voor de teraardebestelling instaan.
Artikel 13
Tenzij in speciale gevallen en op advies van de behandelende geneesheer, vindt ten vroegste 24 uur na het overlijden, de begraving van niet-gecremeerde stoffelijke overschotten of de crematie met daarop volgend de begraving, de berging of de verstrooiing van de as, plaats. Na overleg met de ambtenaar van de burgerlijke stand wordt de dag en het uur van de begrafenis vastgesteld.
Artikel 14
Tot kisting mag slechts worden overgegaan nadat het overlijden werd vastgesteld door de ambtenaar van de burgerlijke stand, op voorlegging van het daartoe nodige doktersattest. Een balseming of enige andere conserverende behandeling, voorafgaand aan de kisting, kan in de door de Vlaamse regering bepaalde gevallen toegelaten worden.
De begrafenisondernemer of hij die instaat voor het kisten van het stoffelijk overschot, is persoonlijk verantwoordelijk voor de naleving van de bepalingen omtrent de kisting.
Artikel 15
De burgemeester of zijn gemachtigde mag de kisting bijwonen om de toepassing van de wettelijke en reglementaire bepalingen na te gaan.
De kisting van het te cremeren of naar het buitenland (met uitzondering van Luxemburg en Nederland) te voeren stoffelijk overschot heeft plaats in aanwezigheid van de burgemeester of diens afgevaardigde, die de toepassing van de wettelijke en de reglementaire bepalingen nagaat.
Artikel 16
Het gebruik van doodskisten, foedralen, doodswaden, producten en procédés die de natuurlijke en normale ontbinding van het lijk of de crematie beletten, is verboden.
De balseming of enig andere conserverende behandeling, voorafgaandelijk aan de kisting, kan in door de hogere overheid bepaalde gevallen toegelaten worden.
Artikel 17
Behalve om te voldoen aan een rechterlijke beslissing mag de kist na de kisting niet meer geopend worden.
Artikel 18
In geval een crematie doet de persoon die bevoegd is om in de lijkbezorging te voorzien (of zijn gemachtigde) een aanvraag tot crematie. Hierbij wordt een attest gevoegd van de behandelende geneesheer of de geneesheer die het overlijden vaststelde. Hierin wordt bevestigd dat het om een natuurlijk overlijden gaat.
Wanneer de aanvraag gaat over een persoon overleden in het Vlaams gewest, moet er ook een verslag toegevoegd worden van een beëdigd geneesheer aangesteld door de ambtenaar van de burgerlijke stand.
Artikel 19
Voor de begraving of crematie van een stoffelijk overschot wordt een toestemming verleend:
Artikel 20
Er wordt in een behoorlijke wijze voorzien in de lijkbezorging van behoeftigen. Het stoffelijk overschot zal door de zorgen van het gemeentebestuur op behoorlijke wijze gekist, vervoerd en begraven of gecremeerd worden.
De daaruit voortvloeiende kosten zijn ten laste van de gemeente van het Vlaamse Gewest waar zij in de bevolkingsregisters, het vreemdelingen- of het wachtregister zijn ingeschreven.
Artikel 21
Niet gecremeerde lijken moeten individueel met een lijkwagen of op een passende wijze vervoerd worden. Het lijkenvervoer dient ordelijk, welvoeglijk en met de aan de overledene verschuldigde eerbied te verlopen.
Artikel 22
Het vervoer van een niet-gecremeerd stoffelijk overschot binnen het Vlaamse Gewest kan plaatsvinden vanaf het moment dat de behandelende geneesheer of de geneesheer die het overlijden heeft vastgesteld, een attest heeft opgesteld waarin hij verklaart dat het om een natuurlijke doodsoorzaak gaat en dat er geen gevaar voor de volksgezondheid is.
Tevens moet er een attest voorgelegd worden van de gemeente waarin vermeld wordt dat zal overgegaan worden tot begraving, dat niets de teraardebestelling in de weg staat.
Artikel 23
Voor zover stoffelijke overschotten van de in België overleden personen naar het buitenland moeten vervoerd worden, is het vervoer, naargelang het geval, onderworpen aan de formaliteiten vermeld in:
Artikel 24
Het vervoer van gecremeerde lijken is vrij, maar dient te gebeuren volgens de regels van welvoeglijkheid.
Artikel 25
De lijkstoet dient de kortst mogelijke weg tussen plaats van opbaring en plaats van begrafenis te volgen.
Tijdens de stoet is het verboden gelijk welke daad te stellen, een houding aan te nemen of een manifestatie op touw te zetten die de welvoeglijkheid, de orde of de eerbied voor de doden stoort of kan storen.
Artikel 26
De lijkbezorging op de gemeentelijke begraafplaatsen wordt uitgevoerd door gemeentepersoneel. Het gemeentepersoneel is als enige bevoegd om grafkuilen te maken of grafkelders, percelen op het urneveld en columbaria te openen.
Artikel 27
Het gemeentepersoneel bepaalt de plaats van begraving op basis van de volgorde van begraving en op basis van de plannen van de kerkhoven waarop de percelen voor elk type begraving of bijzetting zijn aangeduid. De aanduiding van de plaats gebeurt ontegensprekelijk en zonder enig verhaal.
De begrafenisondernemers en hun werknemers zijn verplicht zich nauwgezet te schikken naar de bepalingen die ter plaatse worden voorgeschreven door het gemeentepersoneel.
Artikel 28
Begravingen dienen te gebeuren tussen 9.00 uur en 15.00 uur op weekdagen en tussen 9.00 uur en 13.00 uur op zaterdag. Op gemotiveerd verzoek kan de burgemeester hierop afwijkingen toestaan.
Op de gemeentelijke begraafplaatsen is het verboden te begraven op zondag, wettelijke feestdagen, 2 november en 26 december.
Artikel 29
De grafkuil wordt onmiddellijk na de begrafenisplechtigheid gedempt door de gemeentediensten. De nissen in het columbarium, evenals de percelen van urnekelders worden onmiddellijk na het bijzetten van de asurne afgedekt door de gemeentediensten.
Artikel 30
De afmetingen van de kisten mogen maximum 2 m lengte, 70 cm breedte en 55 cm hoogte zijn.
De kisten in een kinderperk mogen maximum 1,20 m lengte, 50 cm breedte en 55 cm hoogte zijn.
Afwijkingen hierop dienen aangevraagd en gemotiveerd te worden.
Artikel 31
Voor begravingen in volle grond gelden volgende bepalingen:
Artikel 32
De grafkelders worden enkel geplaatst door het gemeentebestuur, volgens de voorwaarden en tarieven vastgesteld in het desbetreffende retributiereglement.
Artikel 33
De afmetingen van het omhulsel van de asurnen in een urnekelder worden beperkt tot :
Artikel 34
De asurnen in volle grond dienen 100% biologisch afbreekbaar te zijn. Toegestane materialen zijn papier, hout, klei, leem, zetmeel. De urnen mogen geenszins elementen van ijzer, glas, lood, plastic of andere niet-biologische afbreekbare materialen bevatten.
Artikel 35
Tenzij de overledene anders heeft beschikt of zijn verwanten zich ertegen verzetten, heeft eenieder het recht op een graf een grafteken te doen plaatsen zonder afbreuk te doen aan het recht van de concessiehouder.
Artikel 36
Het is niet toegelaten graftekens of gedenktekens te plaatsen die door hun afmetingen, hun opschriften of aard van de materialen, de reinheid, gezondheid, veiligheid en rust op de begraafplaats kunnen verstoren.
Artikel 37
De graftekens of monumenten voor niet-geconcedeerde percelen voor begraving van asurnen mogen enkel worden geplaatst in één lijnrichting, aan het hoofdeinde van het perceel, in de daartoe voorbehouden strook.
Enkel rechtstaande graftekens mogen worden geplaatst. De afmetingen ervan zullen de volgende zijn:
Deze afmetingen zijn als volgt op te vatten: ze vertegenwoordigen de buitenomtrek van het grafteken die moet bereikt worden, doch waarbinnen de vorm overigens vrij is.
De rechtopstaande graftekens dienen op een rechthoekige bodemplaat te worden geplaatst.
Het grafteken wordt als volgt op de bodemplaat vast gemaakt:
De afmetingen van de bodemplaat zijn de volgende:
Enkel duurzame, kwaliteitsvolle en weerbestendige materialen, zodanig geconstrueerd of gebouwd dat het uitzicht ervan voorkomt als één massief stuk, mogen aangewend worden voor het bovengrondse gedeelte. De uitvoering zal sober en waardig zijn.
De opschriften en symbolen moeten in die mate in het geheel geïntegreerd worden dat het geheel het uitzicht behoudt van één massief stuk.
De volledige (overblijvende) oppervlakte van het perceel vormt over de verschillende graven heen één doorlopend gazon. In die strook mogen geen tekens, symbolen, levende planten, afsluitingen en versieringen worden aangebracht.
Artikel 38
De graftekens of monumenten voor niet-geconcedeerde percelen voor een begraving van stoffelijke overschotten mogen enkel worden geplaatst in één lijnrichting, aan het hoofdeinde van het perceel, in de daartoe voorbehouden strook.
Enkel rechtstaande graftekens mogen worden geplaatst. De afmetingen ervan zullen de volgende zijn:
Deze afmetingen zijn als volgt op te vatten: ze vertegenwoordigen de buitenomtrek van het grafteken die moet bereikt worden, doch waarbinnen de vorm overigens vrij is.
De rechtopstaande graftekens dienen op een rechthoekige bodemplaat te worden geplaatst.
Het grafteken wordt als volgt op de bodemplaat vast gemaakt:
De afmetingen van de bodemplaat zijn de volgende:
Enkel duurzame, kwaliteitsvolle en weerbestendige materialen, zodanig geconstrueerd of gebouwd dat het uitzicht ervan voorkomt als één massief stuk, mogen aangewend worden voor het bovengrondse gedeelte. De uitvoering zal sober en waardig zijn.
De opschriften en symbolen moeten in die mate in het geheel geïntegreerd worden dat het geheel het uitzicht behoudt van één massief stuk.
De volledige (overblijvende) oppervlakte van het perceel vormt over de verschillende graven heen één doorlopend gazon. In die strook mogen geen tekens, symbolen, levende planten, afsluitingen en versieringen worden aangebracht.
Artikel 39
De oppervlakte ingenomen door de graftekens op een kindergraf worden bepaald als volgt:
Het platliggend gedeelde mag maximum 25 cm hoog zijn (gemeten vanop het grondniveau).
In geval er een opstaand gedeelte is aan het grafteken, mag dit maximum 1 meter (gemeten van het grondniveau) hoog zijn en de dikte bedraagt maximum 10 cm.
Voorwerpen op het grafteken mogen maximum 50 cm hoog zijn. De percelen en hun omtrek worden op het kerkhof aangeduid door de grafmaker.
Artikel 40
De oppervlakte ingenomen door de graftekens op geconcedeerde percelen worden bepaald als volgt:
Het platliggend gedeelde mag maximum 35 cm hoog zijn (gemeten vanop het grondniveau).
In geval er een opstaand gedeelte is aan het grafteken, mag dit maximum 1,35 m (gemeten van het grondniveau) hoog zijn en de dikte bedraagt maximum 20 cm.
Voorwerpen op het grafteken mogen maximum 50 cm hoog zijn. De percelen en hun omtrek worden op het kerkhof aangeduid door de grafmaker.
Artikel 41
De oppervlakte ingenomen door de graftekens in een geconcedeerde urnekelder worden bepaald als volgt: een platte steen vervaardigd uit duurzame materialen van 50 cm breedte, 50 cm diepte en 5 cm dikte.
In geval er een opstaand gedeelte is aan het grafteken, mag dit maximum 35 cm (gemeten van het grondniveau) hoog zijn en de dikte bedraagt maximum 5 cm.
Voorwerpen op het grafteken mogen maximum 20 cm hoog zijn.
Artikel 42
De graftekens mogen uitsluitend vervaardigd zijn uit harde, niet vergankelijke materialen zoals arduin, graniet, marmer, witte natuursteen, …
Artikel 43
Beplantingen mogen aangebracht worden binnen de perceelgrens van elk graf op voorwaarde dat ze zich niet boven de naastliggende graven uitbreiden en het toezicht en de doorgangen niet belemmeren.
De beplantingen mogen de hoogte van 60 cm niet overschrijden.
Indien de beplantingen niet beantwoorden aan de voorwaarden dan zullen ze op eerste verzoek van het gemeentebestuur gesnoeid en/of gerooid worden. Indien geen gevolg wordt gegeven aan dit verzoek zal het snoeien en/of uitroeien ambtshalve en op kosten van de vergunningshouder(s) gebeuren.
Artikel 44
Rond de graven mogen geen afsluitingen of omheiningen gemaakt worden. Kniel- en bidbanken zijn niet toegelaten.
Het is belanghebbenden verboden zelf betonbanken of kelders te plaatsen of te laten plaatsen.
Artikel 45
Afdekplaten voor de colombariumnissen worden door het gemeentebestuur aangekocht en geplaatst. Geen andere afdekplaat mag worden bevestigd aan een columbariumnis zonder voorafgaande schriftelijke kennisgeving aan het college van burgemeester en schepenen.
Graftekens die geplaatst werden zonder deze schriftelijke toelating dienen uiterlijk binnen de 6 maanden verwijderd te worden door diegene in wiens opdracht ze geplaatst werden en/of door de concessiehouder. De betrokkene(n) zullen, indien gekend, hiervoor schriftelijk in gebreke worden gesteld. Wanneer geen opdrachtgevers of concessiehouders gekend zijn, zal een bericht worden uitgehangen gedurende een periode van 6 maanden bij het graf en aan de ingang van de gemeentelijke begraafplaats.
Na het verstrijken van die termijn en bij gebreke aan verwijdering, wordt overgegaan tot afbraak of tot het wegnemen van de materialen in opdracht van het college van burgemeester en schepenen. De kosten zullen verhaald worden op de in gebreke blijvende opdrachtgevers en/of concessiehouders.
Artikel 46
Op de afdekplaat van de columbariumnis mag enkel een naamplaatje worden aangebracht op de daarvoor voorziene plaats. Op dit naamplaatje wordt de naam van de overledene(n) en de geboorte- en of overlijdensdatum vermeld.
Op de afdekplaat kan aan beide sluitvijzen een vaasje en/of foto worden aangebracht. De vaasjes / foto’s alsook de inhoud ervan, mogen de nabijgelegen nissen niet hinderen. Ze mogen maximum 15 cm uitsteken ten opzichte van de afdekplaat.
Artikel 47
Alvorens op de begraafplaats te worden toegelaten, moeten de voor het grafteken bestemde materialen volledig afgewerkt zijn en gereed om onmiddellijk geplaatst te worden.
Geen enkel hulpmateriaal, restmateriaal mag binnen de omheining van de begraafplaats worden achtergelaten.
Na een zonder gevolg gebleven ingebrekestelling wordt er op bevel van de burgemeester van ambtswege overgegaan tot de wegneming van de materialen op kosten van de overtreder.
Artikel 48
Na het plaatsen van het grafteken controleert de grafmaker of de afmetingen van het perceel niet overschreden werden.
Artikel 49
Bij graftekens die niet overeenstemmen met de voorschriften dient het grafteken (of een deel ervan) uiterlijk binnen de 6 maanden verwijderd te worden door diegenen in wiens opdracht ze geplaatst werden en/of door de concessiehouder. De betrokkene(n) zullen, indien gekend, hiervoor schriftelijk in gebreke worden gesteld. Wanneer geen opdrachtgevers of concessiehouders gekend zijn, zal een bericht worden uitgehangen gedurende een periode van 6 maanden bij het graf en aan de ingang van de gemeentelijke begraafplaats.
Na het verstrijken van die termijn en bij gebrek aan verwijdering, wordt overgegaan tot afbraak of tot het wegnemen van de materialen in opdracht van het college van burgemeester en schepenen. De kosten zullen verhaald worden op de in gebreke blijvende opdrachtgevers en/of concessiehouders.
Artikel 50
Op de geconcedeerde percelen is de plaatsing van een grafteken verplicht gedurende de hele duur van de concessie.
Indien binnen de voorziene termijn de plaatsing van het grafteken niet is uitgevoerd, of indien tijdens de verdere duur van de concessie niet langer aan deze voorwaarde voldaan is, kan dit aanleiding geven tot het treffen van dezelfde maatregelen als deze voorzien bij verwaarlozing van graven.
Artikel 51
Na een begraving ineen geconcedeerde volle grond mag een stenen grafteken ten vroegste zes maanden nadien geplaatst worden.
Deze termijn moet niet in acht genomen te worden wanneer de begraving gebeurt in een grafkelder of op het urneveld.
Artikel 52
Graftekens van kosteloze begravingen worden maximum 10 jaar behouden. Graftekens van graven met een concessie worden behouden tijdens de volledige duur van de concessie of van de mogelijke verlengingen.
Artikel 53
De belanghebbenden zijn verantwoordelijk voor het onderhoud van de graven. Wanneer een graf doorlopend onzindelijk, door plantengroei overwoekerd, ingestort of bouwvallig is, wordt een akte van verwaarlozing opgesteld door de burgemeester of zijn gemachtigde.
Die akte blijft een jaar lang bij het graf en aan de ingang van de begraafplaats aangeplakt. De vaststelling van de verwaarlozing wordt, indien mogelijk, schriftelijk ter kennis gebracht aan de concessiehouders.
Na het verstrijken van die termijn en bij niet-herstelling wordt aan het college van burgemeester en schepenen voorgesteld om de concessie te beëindigen.
De niet weggenomen graftekens en de eventueel nog bestaande ondergrondse bouwwerken worden eigendom van de gemeente en worden ambtshalve verwijderd.
Artikel 54
Wanneer de staat van het grafteken zodanig verwaarloosd is dat deze een gevaar vormt voor de nabije omgeving, kan de burgemeester ambtshalve verwaarloosde gedenktekens of een gedeelte ervan laten wegnemen zonder verhaal of aanspraak op vergoeding. De dringende noodzaak wordt vastgesteld in een akte, opgemaakt door de burgemeester. Deze akte wordt aangeplakt aan het graf en aan de ingang van de begraafplaats. De vaststelling van de verwaarlozing wordt, indien mogelijk, schriftelijk in kennis gesteld van de concessiehouders. Het college van burgemeester en schepenen wordt tijdens de eerstvolgende zitting van deze akte op de hoogte gesteld. Alle aan de ambtshalve wegneming verbonden kosten worden verhaald op de in gebreke blijvende concessiehouders.
Artikel 55
De bloemen en planten op de graven aangebracht, moeten steeds in goede staat onderhouden worden. Wanneer ze afgestorven zijn moeten ze verwijderd worden. Bij gebreke hiervan zullen de opruiming en het verwijderen van de potten geschieden door de zorgen van het gemeentebestuur.
Artikel 56
Bloemstukken uit natuurlijke bloemen en planten moeten weggenomen worden zodra zij niet meer fris zijn.
Bloemstukken uit kunstmatig materiaal mogen niet geplaatst worden in omhulsels, geheel of ten dele uit breekbaar glas.
Artikel 57
Op zondagen, op wettelijke feestdagen, vanaf 28 oktober tot en met 2 november en op 26 december is het op de begraafplaats verboden om:
Artikel 58
Het gemeentebestuur staat niet in voor de bewaking van de voorwerpen geplaatst op de graven en kan niet aansprakelijk gesteld worden voor schade, diefstal of vandalisme.
Artikel 59
De gemeente duidt de plaatsen aan die afgebakend zijn voor niet-geconcedeerde begravingen. Niet geconcedeerde percelen kunnen zowel betrekking hebben op grondpercelen als op columbariumnissen of urnevelden.
Op deze percelen kan zonder concessie het stoffelijk overschot van maximum één persoon begraven of bijgezet worden.
Artikel 60
De niet-geconcedeerde graven, urnevelden en columbariumnissen worden kosteloos toegestaan voor een termijn van tien jaar, behalve voor de personen opgesomd in artikel 4 e). De termijn van 10 jaar begint te rekenen vanaf de datum van begraving. Niet-geconcedeerde percelen kunnen niet verlengd worden, noch omgezet worden naar een concessie.
Uitstrooiing van de as op een strooiweide
Artikel 61
Op het daartoe bestemd perceel op de begraafplaats wordt de as uitgestrooid van gecremeerde lijken die niet worden bijgezet in het columbarium of in het urneveld waarvan de termijn van bijzetting is verstreken.
De uitstrooiing van de as van de overledene moet worden verricht door de gemeentelijke aangestelde door middel van het exclusief voor de uitstrooiing dienende toestel.
Artikel 62
De as van de overledene wordt met respect en eerbied behandeld en kan geen voorwerp uitmaken van een commerciële activiteit. Enige uitzondering hierop zijn de activiteiten die verband houden met het uitstrooien of begraven van de as of met het overbrengen ervan naar de plaats waar de as bewaard zal worden.
Artikel 63
Op het gedenkteken van de strooiweide kan een naamplaatje worden geplaatst, waarop de naam van de overledene vermeld staat met geboorte- en overlijdensdatum. De aanvraag hiertoe dient te gebeuren bij de dienst burgerlijke stand.
Het naamplaatje wordt door de gemeentelijke grafmaker bevestigd. Het tarief wordt vastgesteld in het retributiereglement.
De naamplaatjes worden na een termijn van 50 jaar, te rekenen vanaf de datum van uitstrooiing, ambtshalve verwijderd. Het verlengen van deze termijn is niet mogelijk.
Artikel 64
Op de strooiweide zelf mogen geen graftekens of gedenkenisvoorwerpen worden geplaatst. Bloemen, kronen en andere gedenkenisvoorwerpen mogen enkel worden geplaatst op de hiertoe door de grafmaker aangeduide plaats.
Overtredingen worden ambtshalve verwijderd.
Uitstrooiing of begraving van de as op andere plaatsen dan de begraafplaats en bewaring van de as
Artikel 65
De as van gecremeerde stoffelijke overschotten kan worden uitgestrooid of begraven op een andere plaats dan de begraafplaats.
De vraag hiertoe moet schriftelijk gebeuren door:
Artikel 66
De as van gecremeerde stoffelijke overschotten kan:
Artikel 67
Indien een thuisbewaring aangevraagd werd na plaatsing van de urne in een columbarium of begraving ervan in een urnekelder, wordt dit bekend gemaakt aan de ingang van de begraafplaats en aan de betrokken nis of perceel gedurende een termijn van 6 maanden. De urne mag aan de aanvrager overhandigd worden vanaf het moment waarop de aanvraag werd goedgekeurd.
Indien de concessie vervallen is, kan nog een aanvraag voor thuisbewaring van de urne worden ingediend op voorwaarde dat de urne nog niet uit de concessie verwijderd werd.
Indien er geen concessie bestaat voor de urne, wordt de termijn van de niet-geconcedeerde bijzetting stop gezet vanaf het ogenblik van de wegname uit het columbarium. De afdekplaat van het columbarium wordt onmiddellijk ambtshalve door de gemeentediensten verwijderd. Er kan enkel nog een aanvraag voor thuisbewaring van de urne worden ingediend op voorwaarde dat de urne in een columbarium werd bijgezet en deze nog niet verwijderd werd.
Indien de urne in volle grond werd begraven, wordt de termijn van de niet-geconcedeerde begraving niet stop gezet en wordt ze toegestaan voor tien jaar zonder mogelijkheid tot ontgraving.
Artikel 68
Op de begraafplaatsen worden perken voorbehouden voor het begraven en bijzetten van foetussen die levenloos geboren worden na 180 dagen zwangerschap en kinderen tot zes jaar.
Artikel 69
De kisten in een kinderperk mogen maximum 120 cm lengte, 40 cm breedte en 55 cm hoogte zijn. Afwijkingen hierop dienen aangevraagd en gemotiveerd te worden.
Artikel 70
Op het kinderperk wordt de foetus of het kind begraven in een niet-geconcedeerde grond voor een periode van 50 jaar vanaf de begraving.
Na deze periode kan de niet-geconcedeerde grond ter plaatse omgezet worden in een concessie voor van 25 jaar aan de tarieven zoals bepaald in het op dat moment geldende retributiereglement.
Artikel 71
Foetussen die levenloos geboren worden vóór 180 dagen zwangerschap kunnen begraven worden op de foetusweide, een perceel van de begraafplaats, voorzien door de gemeentedienst. Op het perceel mag een uniforme tegel van 20 cm x 20 cm x 3 cm horizontaal geplaatst worden. Op deze tegel mag een tekst naar keuze aangebracht worden.
Op de kerkhoven waar een sterretjesweide wordt ingericht, gelden volgende bepalingen:
Artikel 72
Een sterretjesweide is een plaats op het kerkhof dat speciaal gereserveerd wordt om levenloos geboren kinderen van personen van categorie a), b), c) en d) uit artikel 4 te herdenken. Het is dus niet de bedoeling om op deze plaats stoffelijke overschotten te begraven of uit te strooien maar enkel het kind te herdenken door middel van een symbool.
Artikel 73
Deze symbolen worden enkel door het gemeentebestuur ter beschikking gesteld. Het tarief voor de aankoop van de symbolen wordt vastgesteld door de gemeenteraad. De plaatsing en het onderhoud van het naamplaatje gebeurt enkel door het gemeentebestuur.
Artikel 74
Elke aanvraag tot plaatsing of verlenging van een symbool dient te gebeuren door minstens één van de ouders.
Artikel 75
De duur voor het behouden van het symbool wordt beperkt tot 50 jaar vanaf de datum van aanvraag. Hiervoor worden geen kosten aangerekend. Na het verstrijken van deze periode worden de aanvrager(s) hiervan in kennis gesteld en kan door hen gratis een verlenging worden aangevraagd voor een nieuwe periode van 25 jaar. Bij gebrek aan verlenging wordt het symbool verwijderd. Indien gewenst kan/kunnen de aanvrager(s) bij niet-verlenging het symbool binnen een termijn van 6 maanden komen ophalen bij de gemeentediensten.
Artikel 76
De gemeentelijke begraafplaats beschikt over een ereperk dat voorbehouden is voor oud-strijders van:
en die voldoen aan de voorwaarden gesteld in artikel 1.4. punten a), b), c) en d).
Artikel 77
De aanvraag tot begraving op het ereperk geschiedt door de familieleden of elke andere belanghebbende(n) en mits voorlegging van een strijders- of vuurkaart waaruit blijkt dat aan de voorziene voorwaarden voldaan is.
Artikel 78
Op dit ereperk worden graftekens door het gemeentebestuur ter beschikking gesteld worden.
Artikel 79
Het gemeentebestuur stelt het perceel voor de begraving kosteloos ter beschikking voor een termijn van 50 jaar. Deze termijn kan telkens kosteloos verlengd worden met 50 jaar.
Artikel 80
Het college van burgemeester en schepenen maakt een lijst op van graven met lokaal historisch belang die als kleine onroerende erfgoedelementen kunnen worden beschouwd.
De lijst bevat enkel de graven zonder concessie met een historische, artistieke, volkskundige of socioculturele waarde die niet beschermd zijn als monument overeenkomstig het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten, stads- en dorpsgezichten.
De graven op deze lijst dienen 50 jaar te worden bewaard en onderhouden door de gemeente. Deze termijn kan worden verlengd.
De lijst moet de gegevens bevatten zoals voorgeschreven door het decreet.
Artikel 81
Het college van burgemeester en schepenen maakt een lijst op van waardevolle graven die niet bepalend zijn op cultuurhistorisch/kunsthistorisch vlak.
De graven op deze lijst zullen niet worden weggenomen zolang zij in goede staat verkeren. Ze worden onderhouden door de gemeente.
De lijsten van waardevolle graven die niet bepalend zijn op cultuurhistorisch/kunsthistorisch vlak met lokaal historisch belang, bevatten de graven met een historische, artistieke, volkskundige of socioculturele waarde die niet beschermd zijn als monument overeenkomstig het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten, stads- en dorpsgezichten en niet voorkomen op de lijst van lokaal historisch belang.
Artikel 82
Een ontgraving is het op vraag van een concessiehouder of een andere belanghebbende, uit het graf (een grondperceel, een grafkelder, een columbarium of een urnekelder) halen van:
Indien de urne in volle grond werd begraven, wordt de termijn van de niet-geconcedeerde begraving niet stop gezet en is er geen mogelijkheid tot ontgraving.
Artikel 83
Een ontgraving kan slechts:
Artikel 84
Het verlenen van toestemming tot ontgraving door de burgemeester kan enkel om ernstige redenen en moet gemotiveerd worden.
Artikel 85
Bij toestemming tot een ontgraving van een urne mogen de concessiehouder(s) niet aanwezig zijn bij de ontgraving en mogen ze zich niet laten vertegenwoordigen door een afgevaardigde.
Bij de herbegraving worden ze toegelaten aanwezig te zijn of mogen ze zich laten vertegenwoordigen door een afgevaardigde.
Artikel 86
In geval van een herbegraving moet vooraf:
Artikel 87
Indien de staat van de opgegraven kist, lijkomhulsel of asurne dit vereist, wordt ze vernieuwd.
Als wordt vastgesteld dat kledingstukken of andere omhulsels het verteringsproces ernstig vertragen, moet de ondoordringbaarheid voor lucht van deze omhulsels bij herkisting worden opgeheven.
Indien mogelijk wordt het storende omhulsel verwijderd.
Elke andere maatregel wordt genomen die van aard is de welvoeglijkheid of de openbare gezondheid te beschermen.
Artikel 88
Het overbrengen van het stoffelijk overschot gebeurt volgens de bepalingen omtrent het lijkenvervoer. Het lijk moet in afwachting van vervoer worden bewaard in een lucht- en lekdichte kist. De burgemeester mag eventueel andere nodig geachte maatregelen treffen.
Artikel 89
De kosten van ontgraving vallen volledig ten laste van de aanvrager, tenzij de opgraving gebeurt op rechterlijk bevel of ingevolge een bestuurlijke beslissing.
De tarieven voor een ontgraving worden vastgelegd in het retributiereglement.
Artikel 90
De ontgravingen worden uitsluitend uitgevoerd door de daartoe aangestelde grafmaker van de gemeente in aanwezigheid van de door de burgemeester gerechtigde personen.
Bij ontgravingen wordt de plaats ervan voor het publiek visueel afgeschermd.
Artikel 91
Een niet-geconcedeerd graf of columbariumnis wordt ten minste tien jaar bewaard. Het graf of de nis wordt verwijderd nadat gedurende een jaar vóór het vervallen van de begrafenistermijn een afschrift van de beslissing tot verwijdering werd uitgehangen zowel bij het graf als aan de ingang van de gemeentelijke begraafplaats.
De familie of iedere andere belanghebbende kunnen gedurende 3 maanden na het vervallen van de termijn de graftekens en alle voorwerpen die ze op de betrokken graven of columbariumnissen hebben geplaatst, wegnemen.
Na het verstrijken van deze 3 maanden worden de niet-weggenomen graftekens en de eventueel nog bestaande ondergrondse bouwwerken eigendom van het gemeentebestuur en worden ze ambtshalve door de gemeentediensten verwijderd.
Artikel 92
Indien er een einde komt aan een concessie of de verlenging ervan, wordt een bericht uitgehangen zowel bij het graf als aan de toegang van de gemeentelijke begraafplaats. Daarop staat de termijn gedurende welke de familie of iedere belanghebbende de graftekens en alle voorwerpen die ze op de betrokken graven of columbariumnissen hebben geplaatst, mogen wegnemen. Die termijn wordt vastgesteld op 3 maanden. Van deze termijn kan worden afgeweken door een beslissing van het college van burgemeester en schepenen. Het wegnemen van de afdekplaat van het columbarium of van de afdekplaat van het urneveld of van de zerk is pas toegelaten na het bekomen van een gemeentelijke toelating.
Na het verstrijken van deze 6 maanden worden niet-weggenomen graftekens en de eventueel nog bestaande ondergrondse bouwwerken eigendom van de gemeente en worden ze ambtshalve door de gemeentediensten verwijderd.
Artikel 93
Bij verwijdering van een graf wordt, door het gemeentebestuur:
Hierbij wordt steeds rekening gehouden met de laatste wilsbeschikking inzake wijze van lijkbezorging van de overledene.
De gevonden resten van kleding, van een doodskist of een lijkwade kunnen worden afgevoerd voor verbranding. Als bij ruiming een omhulling wordt aangetroffen die de zuurstoftoetreding belemmert, moet die worden verwijderd. Als dat onmogelijk is, moet ze in ieder geval luchtdoorlatend worden gemaakt.
Artikel 94
De begraving van een stoffelijk overschot, de begraving van een asurne en de bijzetting van een asurne in een columbarium kunnen het voorwerp uitmaken van een concessie.
Artikel 95
De concessies worden verleend onder de in het desbetreffende huishoudelijk reglement, het politiereglement en het retributiereglement bepaalde voorwaarden, zoals die gesteld zijn op het ogenblik van de concessieaanvraag.
Artikel 96
De concessies worden enkel toegestaan op de plaatsen die daarvoor aangewezen zijn op de begraafplaatsen, volgens de door het gemeentebestuur goedgekeurde plannen.
In geen geval mag er een concessie verleend worden op een plaats die bestemd is voor de niet-geconcedeerde gronden.
Artikel 97
Het verlenen van een concessie verleent aan de concessiehouder geen enkel eigendomsrecht of enig ander zakelijk recht. Een concessie verleent enkel het recht van gebruik en genot van de in concessie verleende grond of columbariumnis.
Grafconcessies zijn onvervreemdbaar en kunnen niet afgestaan worden, tenzij aan het gemeentebestuur.
De concessies worden verleend voor 25 jaar en ze worden verleend door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 98
Een grafconcessie kan enkel worden verkregen op voorwaarde dat minstens één van de begunstigden overleden is.
De begunstigden van de concessie worden nominatief aangeduid bij de aanvraag van de concessie.
Elke begunstigde kan vervangen worden in een concessie door:
De concessie wordt aangevraagd op een bijzonder daartoe bestemd formulier en ondertekend door de aanvrager of zijn speciaal daartoe gemachtigde.
Door het aanvragen van een concessie verbindt de aanvrager er zich toe zich te schikken naar de bepalingen van dit reglement en van eventuele latere wijzigingen.
Artikel 99
In geval een geconcedeerd graf teruggenomen wordt:
kunnen de concessiehouders geen aanspraak maken op enige vergoeding.
De concessiehouders of enige belanghebbende hebben wel recht op het kosteloos bekomen van een perceel of nis van dezelfde afmetingen op een ander deel van de gemeentelijke begraafplaats of op een andere gemeentelijke begraafplaats, tot het einde van de concessietermijn.
De kosten voor het overbrengen van de stoffelijke overschotten en van de graftekens zijn ten laste van het gemeentebestuur.
Artikel 100
Op geconcedeerde percelen of nissen is de plaatsing van een grafteken verplicht gedurende de hele duur van de concessie.
Indien binnen de voorziene termijn de plaatsing van het grafteken niet is uitgevoerd, of indien tijdens de verdere duur van de concessie niet langer aan deze voorwaarde voldaan is, kan dit aanleiding geven tot het treffen van dezelfde maatregelen als deze die voorzien zijn bij de verwaarlozing van graven.
Artikel 101
Na een begraving in volle grond mag een stenen grafteken ten vroegste zes maanden nadien geplaatst worden.
Deze termijn moet niet in acht genomen worden wanneer de begraving gebeurt in een grafkelder of op het urneveld.
Artikel 102
De concessies in volle grond, in een grafkelder, een urneveld of in een columbarium kunnen enkel voor een periode van 25 jaar verleend worden.
Artikel 103
De concessie neemt een aanvang op datum van de eerste begraving of bijzetting.
Artikel 104
Het recht op begraving of bijzetting in een concessie vervalt zodra het stoffelijk overschot van de begunstigde perso(o)nen definitief in een ander perceel dan het toegewezen perceel begraven of bijgezet wordt.
De betaalde concessieprijs kan in dat geval noch geheel, noch gedeeltelijk teruggevorderd worden.
Artikel 105
De eeuwigdurende concessies (die verleend werden voor de inwerkingtreding van de wet van 20 juli 1971 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging) kunnen telkens na vijftig jaar kosteloos verlengd worden.
Artikel 106
Concessies kunnen verlengd worden voor dezelfde termijn als de oorspronkelijke concessie tegen de op dat moment geldende tarieven. De aanvraag tot verlenging moet schriftelijk gebeuren en uiterlijk vóór de vervaldatum van de concessie.
Iedere belanghebbende kan een aanvraag tot verlenging doen.
Artikel 107
De nieuwe concessie/verlenging begint te lopen vanaf de dag van de vervaldatum van de vorige concessie.
In geval van verwaarlozing kan verlenging geweigerd worden.
Artikel 108
De mogelijkheid tot verlenging wordt door middel van een akte van de burgemeester of zijn gemachtigde bekend gemaakt. Deze akte wordt gedurende één jaar vóór de vervaldatum van de concessie uitgehangen, zowel bij het graf als aan de ingang van de gemeentelijke begraafplaats.
Indien er geen aanvraag tot verlenging is ingediend vóór de vervaldatum van de concessie, vervalt de concessie. Er is geen nieuwe bijbegraving of bijzetting toegestaan na het verstrijken van die termijn.
Artikel 109
Indien de bijbegraving of bijzetting zich minder dan 10 jaar vóór het verstrijken van de concessie voordoet en er geen aanvraag om verlenging van de concessie is ingediend, blijft het graf nog bestaan gedurende een termijn van 10 jaar die begint te lopen op de datum van de bijbegraving of bijzetting.
Artikel 110
De gemeenteraad draagt de bevoegdheid tot voortijdige beëindiging van de concessie over aan het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 111
Op schriftelijk verzoek van de concessiehouder, zijn erfgenamen of iedere belanghebbende, kan het college van burgemeester en schepenen een concessie vroegtijdig beëindigen.
Artikel 112
Vooraleer een concessie voortijdig te beëindigen, zal een bericht tot voortijdige beëindiging gedurende 6 maanden zowel bij het graf als aan de ingang van de gemeentelijke begraafplaats uitgehangen worden.
Indien de aanvraag niet door de concessiehouder zelf werd ingediend, zal deze, indien mogelijk, schriftelijk op de hoogte gesteld worden van de aanvraag.
Artikel 113
Bezwaren tegen vroegtijdige beëindiging moeten schriftelijk worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen. De bezwaren dienen uiterlijk drie maanden na de aanplakking van het bericht te worden ingediend.
Indien een bezwaar werd ingediend, wordt de aanvrager van de voortijdige beëindiging en/of de concessiehouder, indien mogelijk, schriftelijk op de hoogte gesteld van het bezwaar.
De indiener van het bezwaar is verder verantwoordelijk voor het onderhoud van het betrokken grafteken en wordt aangeduid als nieuwe concessiehouder.
Indien er geen bezwaren worden ingediend binnen de voorgenoemde termijn, wordt de concessie door het college van burgemeester en schepenen ambtshalve beëindigd.
De betaalde concessieprijs kan in dat geval noch geheel, noch gedeeltelijk teruggevorderd worden.
Artikel 114
De families of iedere belanghebbende kunnen gedurende 3 maanden na de beëindiging de graftekens en alle voorwerpen die ze op de betrokken graven of columbariumnissen hebben geplaatst, wegnemen.
Na het verstrijken van deze drie maanden worden de niet-weggenomen graftekens en de eventueel nog bestaande ondergrondse bouwwerken eigendom van het gemeentebestuur en worden ze ambtshalve door de gemeentediensten verwijderd.
Artikel 115
Volgende overgangsbepalingen treden in werking:
Artikel 116
Alle niet in dit reglement voorziene gevallen zullen worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen of de burgemeester, in zoverre zij niet door het decreet aan een andere overheid worden toegewezen en niet in strijd zijn met het niet-discriminatieprincipe. De gemeenteraad wordt op de eerstvolgende zitting van de genomen collegebeslissing of de beslissing van de burgemeester in kennis gesteld.
Artikel 117
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2022.
Art. 2.
Dit besluit bekend te maken overeenkomstig de bepalingen van “Afdeling 2. Bekendmaking en inwerkingtreding, Hoofdstuk 1. Akten van het lokaal bestuur, Titel 5. De werking van het lokaal bestuur" DLB.
Art. 3.
Een afschrift van dit besluit over te maken aan: