De voorzitter opent de zitting op 16/12/2021 om 18:27.
De gemeenteraad neemt kennis van het besluit van de burgemeester van 29 november 2021 en bekrachtigt dit.
Naast zijn bevoegdheden voor de uitvoering van de politiewetten, politiedecreten, politieverordeningen, politiereglementen en politiebesluiten, voor de bestuurlijke politie op het grondgebied van de gemeente en voor dringende politieverordeningen is de burgemeester bevoegd voor de uitvoering van de wetten, de decreten en de uitvoeringsbesluiten van de federale overheid, het gewest of de gemeenschap tenzij die bevoegdheid uitdrukkelijk aan een ander orgaan van de gemeente is opgedragen.
De burgemeester informeert de gemeenteraad over de wijze waarop hij die bevoegdheid uitoefent als die daarom verzoekt.
Onder verplichting om daarvan onverwijld aan de gemeenteraad kennis te geven [... (opgeh. KB 30 mei 1989, art. 27, I: 1 juni 1989)], met opgave van de redenen waarom hij heeft gemeend zich niet tot de raad te moeten wenden. [... (opgeh. KB 30 mei 1989, art. 27, I: 1 juni 1989)] Die verordeningen vervallen dadelijk, indien zij door de raad in de eerstvolgende vergadering niet worden bekrachtigd.
ALGEMEEN
SPECIFIEK
Besluiten van de gemeenteraad van:
- 28 mei 2020 inzake bekrachtiging van de besluiten van de burgemeester van 21 april en 12 mei 2020 inzake de maatregelen m.b.t. de organisatie van de gemeente- en OCMW-raad ten gevolge van de COVID-19 pandemie gedurende de volledige periode van de federale fase;
- 27 augustus 2020 inzake kennisname van de besluiten van de burgemeester van 14, 22 en 29 juli 2020 en bekrachtiging van de besluiten van de burgemeester van 29 juli en 3 augustus 2020;
- 24 september 2020 inzake kennisname en bekrachtiging van het besluit van de burgemeester van 8 september 2020;
- 22 oktober 2020 inzake kennisname en bekrachtiging van het besluit van de burgemeester van 13 oktober 2020;
- 28 oktober 2021 inzake kennisname en bekrachtiging van het besluit van de burgemeester van 26 oktober 2021;
- 25 november 2021 inzake kennisname en bekrachtiging van het besluit van de burgemeester van 9 november 2021.
Besluiten van de burgemeester van:
- 21 april 2020;
- 12 mei 2020;
- 8 september 2020;
- 13 oktober 2020;
- 30 augustus 2021;
- 26 oktober 2021;
- 9 november 2021.
/
De burgemeester heeft op 29 november 2021 beslist om het besluit van 9 november 2021 te verlengen en:
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om kennis te nemen van dit besluit en het te bekrachtigen.
/
Enig artikel.
Kennis te nemen van het besluit van de burgemeester van 29 november 2021 en het te bekrachtigen.
De gemeenteraad keurt de notulen van de vergadering van 25 november 2021 goed.
Behalve bij de uitdrukkelijke toewijzing van een bevoegdheid als vermeld in artikel 2, § 2, tweede lid, aan de gemeenteraad kan de gemeenteraad bij reglement bepaalde bevoegdheden toevertrouwen aan het college van burgemeester en schepenen.
De volgende bevoegdheden kunnen niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd:
1° de aan de gemeenteraad toegewezen bevoegdheden, vermeld in afdeling 1 en 2 van dit hoofdstuk.
De algemeen directeur woont de vergaderingen van de gemeenteraad bij en is verantwoordelijk voor het opstellen en het bewaren van de notulen en het zittingsverslag ervan. De notulen en het zittingsverslag van de gemeenteraad worden, na goedkeuring, ondertekend door de voorzitter van de gemeenteraad en de algemeen directeur.
De notulen van de vergaderingen van de gemeenteraad vermelden, in chronologische volgorde, alle besproken onderwerpen, alsook het gevolg dat is gegeven aan de punten waarover de gemeenteraad geen beslissing heeft genomen. Ze maken melding van alle beslissingen en het resultaat van de stemmingen. Behalve bij geheime stemming, vermelden de notulen hoe elk lid gestemd heeft. Van die laatste verplichting kan worden afgeweken voor beslissingen die genomen zijn met unanimiteit.
De zittingsverslagen van de vergaderingen van de gemeenteraad vermelden, in chronologische volgorde, alle besproken onderwerpen, de essentie van de tussenkomsten en van de mondeling en schriftelijk gestelde vragen en antwoorden. De gemeenteraad kan beslissen om het zittingsverslag te vervangen door een audio- of audiovisuele opname van de openbare zitting van de gemeenteraad.
Als de gemeenteraad een aangelegenheid overeenkomstig artikel 28 in besloten vergadering behandelt, vermelden de notulen alleen de beslissingen en wordt er geen zittingsverslag opgesteld.
/
Raadslid Eddie BOELENS merkt op dat in het verslag de sluitingstijd niet vermeld is en verzoekt dit voortaan toe te voegen, zodat eenieder kan zien hoe lang de vergaderingen duren. Verder betreurt zijn fractie het dat het timemanagement de laatste maanden niet verbeterd is en verzoekt raadslid BOELENS werk te maken van een betere planning en de vergaderingen om uiterlijk 00.00 uur te stoppen.
/
Enig artikel.
De notulen van de vergadering van 25 november 2021 goed te keuren.
De gemeenteraad neemt kennis van de mededeling vacatures in het operationeel en logistiek kader in de mobiliteitscyclus 2021-05 van de geïntegreerde politie:
De wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst gestructureerd op twee niveaus.
/
De federale politie vroeg om ten laatste op 19 november 2021 de behoeften voor de vijfde mobiliteitscyclus kenbaar te maken.
Volgende vacatures in het operationeel en administratief kader werden door de politie gepubliceerd in de mobiliteitscyclus 2021-05:
Het maximaal aantal betrekkingen werd vacant verklaard.
Het college van burgemeester en schepenen bekrachtigde deze mededeling door de politie in zitting van 6 december 2021.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om hiervan kennis te nemen.
In de begroting van de lokale politie zijn de nodige kredieten voorzien.
Enig artikel.
Kennis te nemen van de mededeling vacatures in het operationeel en logistiek kader in de mobiliteitscyclus 2021-05 van de geïntegreerde politie zoals hierboven weergegevn.
De gemeenteraad keurt de aankoop van één elektrische fiets, voor een geraamd bedrag van 4.000,00 euro (incl. btw) volgens de behoeften van de politiezone goed en stelt de voorwaarden en wijze van gunnen, zijnde een onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking, vast.
Gunningscriteria:
De gewenste technische specificaties zijn:
De medewerker van het team Middelenbeheer en Financiën van de Lokale Politie Grimbergen schrijft de volgende leveranciers aan:
De wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst gestructureerd op twee niveaus.
/
Het team Geïntegreerde Sectorwerking bestaat uit tien wijkinspecteurs, vier kantschrifteninspecteurs en twee hoofdinspecteurs - sectorcoördinatoren. Om de aanspreekbaarheid en de zichtbaarheid van de wijkinspecteurs te verhogen is het de bedoeling dat ze zich voornamelijk met de fiets verplaatsen.
Momenteel beschikt het team over zes elektrische fietsen (twee bouwjaar 2015, één bouwjaar 2017 en één bouwjaar 2018 en twee bouwjaar 2020). De twee elektrische fietsen bouwjaar 2015 zijn end-of-life en bijgevolg wenst de Lokale Politie Grimbergen reeds één van de twee te vervangen.
Volgende gunningscriteria worden gehanteerd:
Op basis van een bevraging van de medewerkers van het team Geïntegreerde Sectorwerking worden volgende minimum technische specificaties weerhouden:
Om het gunningscriterium dienstverlening te beoordelen worden volgende criteria weerhouden:
De medewerker van het team Middelenbeheer en Financiën van de Lokale Politie Grimbergen schrijft de volgende leveranciers aan:
De kostprijs voor de aankoop van één elektrische fiets volgens de behoeften van de politiezone, wordt geraamd op 4.000,00 euro (incl. btw).
Het nodige krediet voor deze aankoop is voorzien op artikel 330/743-51 van de buitengewone dienst van de politiebegroting 2021.
Enig artikel.
De voorwaarden en wijze van gunnen voor de aankoop van één elektrische fiets, volgens de behoeften van de politiezone bij wijze van onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking voor een geraamd bedrag van 4.000,00 euro (incl. btw) vast te stellen als volgt:
Gunningscriteria:
De gewenste technische specificaties zijn:
De medewerker van het team Middelenbeheer en Financiën van de Lokale Politie Grimbergen schrijft de volgende leveranciers aan:
De gemeenteraad neemt kennis van het ontslag van raadslid Sofie ROELANDT vanaf 1 januari 2022.
Artikel 41 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (DLB).
Het gemeenteraadslid dat ontslag wil nemen, deelt dat schriftelijk mee aan de voorzitter van de gemeenteraad. Het ontslag is definitief zodra de voorzitter van de gemeenteraad de kennisgeving ontvangt.
Het gemeenteraadslid dat afstand doet van zijn mandaat, dat van zijn mandaat vervallen wordt verklaard, dat als verhinderd wordt beschouwd, dat ontslag genomen heeft, of dat overleden is, wordt vervangen door zijn opvolger, die wordt aangewezen overeenkomstig artikel 169 van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011.
De geloofsbrieven worden onderzocht overeenkomstig artikel 6, § 3. De vervanger legt de eed af in openbare vergadering in de handen van de voorzitter van de gemeenteraad.
Het gemeenteraadslid dat als verhinderd wordt beschouwd, wordt vervangen zolang de toestand van verhindering duurt. De gemeenteraad neemt akte van de beëindiging van de periode van verhindering.
De verhindering, het ontslag en het verval van het mandaat van gemeenteraadslid houden van rechtswege de verhindering, het ontslag en het verval van het mandaat van lid van de raad voor maatschappelijk welzijn in. Als het gemeenteraadslid zelf voorzitter van de gemeenteraad is, deelt hij zijn ontslag schriftelijk mee aan de persoon die hem vervangt met toepassing van artikel 7, § 5, tweede lid. Het ontslag is definitief zodra zijn vervanger de kennisgeving ontvangt.
Het lid van de gemeenteraad blijft zijn mandaat uitoefenen tot zijn opvolger is geïnstalleerd, behalve als het ontslag het gevolg is van een onverenigbaarheid.
/
Per brief van 29 november 2021, ingekomen op 30 november 2021, diende mevrouw Sofie ROELANDT haar ontslag in als gemeenteraadslid per 1 januari 2022.
Aangezien het om een vrijwillig ontslag gaat waar geen onverenigbaarheid mee gemoeid is, blijft de betrokkene, mevrouw Sofie ROELANDT haar mandaat uitoefenen tot de installatie van haar opvolger.
Van rechtswege betekent het ontslag als gemeenteraadslid ook het ontslag als lid van de raad voor maatschappelijk welzijn.
De GROEN fractie liet weten dat mevrouw Caroline (Andrée, Marie) DENIL geboren te 20 maart 1974 en wonende te Meerstraat 151, 1852 Beigem (Caroline.denil@telenet.be) wordt voorgedragen als opvolger.
Dit betekent dat alle voorgaande opvolgers van lijst nr. 4 (Groen) eerst formeel dienen te verzaken voor zover zij nog wonen te Grimbergen.
Volgende opvolgers werden inmiddels gecontacteerd met de vraag om het mandaat van raadslid op te nemen of om te verzaken:
Mevrouw ROELANDT is tevens effectief lid van de commissie omgeving en zal ook daar vervangen moeten worden.
Het college van burgemeester en schepenen nam in zitting van 6 december 2021 kennis van het ontslag van raadslid mevrouw Sofie ROELANDT als gemeenteraadslid, als lid van de raad voor maatschappelijk welzijn en als effectief lid van de gemeenteraadscommissie Omgeving en legt dit ontslag ter kennisgeving voor aan de gemeenteraad.
De opvolger kan geïnstalleerd worden van zodra formeel duidelijk is wie zal aanvaarden en mits ontvangst van de geloofsbrieven van de opvolger uiterlijk 8 dagen voor de zitting.
Raadslid Sofie ROELANDT merkt op dat zij zich per 1 januari 2022 laat vervangen als gemeenteraadslid voor Groen. Het nieuwe raadslid kijkt hier zeer naar uit. Zelf blijft ze de gemeenteraad vanaf de zijlijn volgen. Ook blijft ze betrokken bij fractie. Ze zou haar deelname aan de gemeenteraad willen afsluiten met enkele wensen voor het nieuwe jaar. Ze wenst Grimbergen een ‘open minded’ en goed bestuur toe dat een beleid voert waarin mensen en natuur vooropstaan, dat goede onderlinge contacten heeft en ook externe contacten respectvol onderhoudt. Ze wenst iedereen succes, doorzettingsvermogen en plezier om samen aan de projecten te werken. Tot slot wenst ze dat de gemeenteraad geen overdreven lange vergaderingen meer hoeft te houden.
Raadslid Jelle DE WILDE dankt Sofie ROELANDT namens CD&V voor haar inbreng. Hij vindt het jammer dat zo’n jong raadslid de gemeenteraad verlaat.
Raadslid Eddie BOELENS dankt Sofie ROELANDT. Ze is met voorkeursstemmen in de gemeenteraad gekomen en heeft deze onverwachte taak met ernst en verantwoordelijkheid opgepakt. Voor Groen is ze een fantastische medewerker geweest. De fractie betreurt het zeer dat ze nu weggaat, maar weet dat ze op haar kan blijven rekenen.
Raadslid Gerlant VAN BERLAER sluit zich aan bij de voorgangers. Hij heeft altijd graag met Sofie ROELANDT samengewerkt en zal haar missen.
Raadslid RUDI VAN HOVE dankt Sofie ROELANDT namens de N-VA fractie voor haar aanwezigheid en wenst haar veel succes in de toekomst.
Voorzitter Chantal LAUWERS dankt Sofie ROELANDT voor haar inzet als gemeenteraadslid en wenst haar veel succes.
/
Enig artikel.
Kennis te nemen van het ontslag van raadslid mevrouw Sofie ROELANDT als gemeenteraadslid; als lid van de raad voor maatschappelijk welzijn en als effectief lid van de gemeenteraadscommissie Omgeving.
De gemeenteraad duidt de vertegenwoordigers van de gemeente in de raad van bestuur en de algemene vergadering van Incovo OV aan:
Artikel 41, 4° van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
/
In zitting van de gemeenteraad van 28 januari 2021 besliste de gemeenteraad tot een gedeeltelijke toetreding tot Incovo OV.
Vanaf 1 januari 2021 neemt Incovo OV de afvalactiviteiten 'Beheer en exploitatie recyclagepark' en 'opruimen van sluikstort op openbaar domein en de handhaving daarvan' over van de gemeente.
Conform de statuten van Incovo OV, geeft de gedeeltelijke toetreding van de gemeente Grimbergen recht op:
een bestuurder;
een raadgevend bestuurder (zetelt in de laatste twee jaren van de legislatuur, vanaf 1 januari 2023);
maximaal 3 vertegenwoordigers in de algemene vergadering.
Het college van burgemeester en schepenen draagt, overeenkomstig het besluit van het college van burgemeester en schepenen van 6 december 2021, volgende personen voor:
Chantal LAUWERS als bestuurder;
Philip ROOSEN als raadgevend bestuurder;
Chris SELLESLAGH als vertegenwoordigers in de algemene vergadering;
Jean-Paul WINDELEN en Yves VERBERCK als plaatsvervangende vertegenwoordigers in de algemene vergadering.
Raadslid Gerlant VAN BERLAER maakt bezwaar tegen het feit dat raadslid Karima MOKTHAR vanwege technische problemen uit de stemming gewist is, terwijl zij wel op de vergadering aanwezig is. Raadslid MOKTHAR heeft al vele malen technische problemen gehad met haar iPad en daar diverse malen door technici naar laten kijken, maar het lukt maar niet om ze op te lossen. Hij verzoekt de gemeenteraad om er nota van te nemen dat zij dit zeer betreurt, maar er zelf niets aan kan doen.
Gaat over tot de eerste geheime stemming voor de voordracht van een bestuurder waaruit blijkt:
Met 31 stemmen voor, 0 stemmen tegen, 1 stem onthouden worden uitgebracht op naam van Chantal LAUWERS.
Gaat over tot de tweede geheime stemming voor de voordracht van een raadgevend bestuurder waaruit blijkt:
Met 30 stemmen voor, 1 stem tegen, 1 stem onthouden worden uitgebracht op naam van Philip ROOSEN.
Gaat over tot een derde geheime stemming voor de voordracht van een vertegenwoordiger in de algemene vergadering waaruit blijkt:
Met 29 stemmen voor, 1 stem tegen, 2 stemmen onthouden worden uitgebracht op naam van Chris SELLESLAGH.
Gaat over tot een vierde en vijfde geheime stemming voor de voordracht van de plaatsvervangende vertegenwoordigers in de algemene vergadering waaruit blijkt:
Met 28 stemmen voor, 2 stemmen tegen, 2 stemmen onthouden worden uitgebracht op naam van Jean-Paul WINDELEN.
Met 18 stemmen voor, 9 stemmen tegen, 5 stemmen onthouden worden uitgebracht op naam van Yves VERBERCK.
/
Met 31 stemmen voor, 0 stemmen tegen, 1 stem onthouden.
Met 30 stemmen voor, 1 stem tegen, 1 stem onthouden.
Met 29 stemmen voor, 1 stem tegen, 2 stemmen onthouden.
Met 28 stemmen voor, 2 stemmen tegen, 2 stemmen onthouden.
Met 18 stemmen voor, 9 stemmen tegen, 5 stemmen onthouden.
Artikel 1.
Chantal LAUWERS aan te stellen als bestuurder in de raad van bestuur van Incovo OV.
Art. 2.
Philip ROOSEN aan te stellen als bestuurder met raadgevende stem in de raad van bestuur vanaf 1 januari 2023.
Art. 3.
Chris SELLESLAGH aan te stellen als gemeentelijke vertegenwoordigers in de algemene vergadering van Incovo OV.
Art. 4.
Jean-Paul WINDELEN en Yves VERBERCK aan te stellen als plaatsvervangende vertegenwoordigers in de algemene vergadering van Incovo OV.
De gemeenteraad neemt kennis van de aanduiding van nieuwe effectieve leden door de fractie Vernieuwing in de gemeenteraadscommissies:
en duidt raadslid Peter PLESSERS aan als voorzitter van de Verenigde gemeenteraadscommissie ter vervanging van mevrouw Chantal LAUWERS.
Artikel 37 DLB.
Het besluit van de gemeenteraad van 25 februari 2019, gewijzigd in zitting van 28 mei 2020, inzake de vaststelling van het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad.
Het besluit van de gemeenteraad van 28 maart 2019 waarbij kennis werd genomen van de samenstelling van de gemeenteraadscommissies op basis van de door de politieke fracties in de gemeenteraad ingediende voordrachten.
/
In zittingen van de gemeenteraad van 28 maart 2019 en 28 mei 2020 werd mevrouw Chantal LAUWERS aangeduid als lid in de volgende gemeenteraadscommissies:
gemeenteraadscommissie Personeel en Organisatie;
gemeenteraadscommissie Financiën;
gemeenteraadscommissie Omgeving;
gemeenteraadscommissie Infrastructuur;
gemeenteraadscommissie Mobiliteit;
gemeenteraadscommissie die waakt over de afstemming van het gemeentelijk beleid op het beleid van de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden.
Ten gevolge van de installatie van mevrouw LAUWERS als schepen en lid van het vast bureau dient de fractie Vernieuwing nieuwe kandidaat-commissieleden voor te dragen in 6 gemeenteraadscommissies en zal er een nieuwe voorzitter van de Verenigde gemeenteraadscommissie aangeduid moeten worden.
Door de fractie Vernieuwing werd op 7 december 2021 de akte van voordracht ingediend. Overeenkomstig artikel 37 DLB werd van hiervan kennisgenomen door de voorzitter van de gemeenteraad op 7 december 2021.
De volgende personen worden voorgedragen als lid van de volgende gemeenteraadscommissies, en dit ter vervanging van mevrouw Chantal LAUWERS:
Personeel en Organisatie: Karin VERTONGEN;
Financiën: Yves VERBERCK;
Omgeving: Peter PLESSERS;
Infrastructuur: Yves VERBERCK;
Mobiliteit: Karin VERTONGEN;
die waakt over de afstemming van het gemeentelijk beleid op het beleid van de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden: Yves VERBERCK.
Deze akte van voordracht is geldig aangezien deze ondertekend werden door een meerderheid van de leden van de betrokken fractie.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om kennis te nemen van de vervanging van mevrouw Chantal LAUWERS, op basis van de akte van voordracht, door:
Karin VERTONGEN in de gemeenteraadscommissie Personeel en organisatie;
Yves VERBERCK in de gemeenteraadscommissie Financiën;
Yves VERBERCK in de gemeenteraadscommissie Infrastructuur;
Peter PLESSERS in de gemeenteraadscommissie Omgeving;
Karin VERTONGEN in de gemeenteraadscommissie Mobiliteit;
Yves VERBERCK in de gemeenteraadscommissie die waakt over de afstemming van het gemeentelijk beleid op het beleid van de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden.
In zitting van de gemeenteraad van 25 juni 2020 werd raadslid Chantal LAUWERS aangeduid als voorzitter van de Verenigde gemeenteraadscommissie.
Door de installatie van mevrouw LAUWERS als schepen en lid van het vast bureau kan zij niet langer voorzitter zijn van de Verenigde gemeenteraadscommissie.
De voorzitters van een gemeenteraadscommissie worden aangewezen door de gemeenteraad.
Aan de gemeenteraad wordt bijgevolg voorgesteld om over te gaan tot vervanging van de voorzitter van de Verenigde gemeenteraadscommissie door een geheime stemming.
Raadslid Peter PLESSERS wordt door de meerderheid voorgedragen om mevrouw LAUWERS te vervangen.
Per e-mail van 3 december 2021, wordt de heer Jelle DE WILDE voorgedragen vanuit de oppositie om mevrouw LAUWERS te vervangen.
Raadslid Peter PLESSERS is door de meerderheid voorgedragen om mevrouw LAUWERS te vervangen als voorzitter. Door de oppositie wordt de heer Jelle DE WILDE voorgedragen om mevrouw LAUWERS te vervangen als voorzitter van de Verenigde gemeenteraadscommissie.
Raadslid Trui OLBRECHTS vraagt wat de stemming voor de tweede kandidaat nog waard is als er na de eerste stemming al een besluit is genomen.
Algemeen directeur, mevrouw Muriel VAN SCHEL, antwoordt dat het technisch erg complex is om in één keer te stemmen over meerdere personen.
Raadslid Gerlant VAN BERLAER begrijpt dat het technisch complex is, maar hij vindt desondanks dat de stemming correct moet verlopen. Daarom zou hij graag zien dat de gemeente Grimbergen het technische probleem meldt bij Schaubroeck die het vergadersysteem heeft geleverd, zodat men dergelijke technische keuzes mogelijk maakt. Hij stelt de oppositie voor om niet mee te stemmen als de stemming zo verloopt.
Mevrouw Muriel VAN SCHEL zal opnieuw vragen aan Schaubroeck om dit aan te passen.
Raadslid Peter PLESSERS weet dat vroeger het geheime stemmen wel perfect verliep. Dat was echter te moeilijk voor enkele raadsleden. Het huidige systeem werkt iets minder goed, maar is wel praktischer.
Raadslid Linda DE PREE sluit zich aan bij Gerlant VAN BERLAER en vraagt of de stemming over de eerste kandidaat bekendgemaakt wordt, voordat de stemming over de tweede kandidaat volgt.
Voorzitter Chantal LAUWERS zegt dat dit pas nadien bekendgemaakt wordt.
Raadslid Jean DEWIT denkt dat het probleem opgelost kan worden door middel van een amendement. Als er eerst wordt gestemd over het amendement, kan daarna op basis van het resultaat gestemd worden over het oorspronkelijke voorstel.
Raadslid Kirsten HOEFS sluit zich aan bij de heer DEWIT en zou graag zien dat er eerst wordt gestemd over Jelle DEWILDE en dan over Peter PLESSERS.
Voorzitter Chantal LAUWERS besluit de stemming aan te passen en gaat over tot geheime stemming.
Gaat over tot geheime stemming waarbij:
/
Met 19 stemmen voor, 12 stemmen tegen, 2 stemmen onthouden.
Met 15 stemmen voor, 17 stemmen tegen, 1 stem onthouden.
Artikel 1.
Kennis te nemen van het feit dat de fractie Vernieuwing mevrouw Chantal LAUWERS dient te vervangen als lid in 6 gemeenteraadscommissies en als voorzitter van de Verenigde gemeenteraadscommissie.
Art. 2.
Raadslid Peter PLESSERS aan te duiden als voorzitter van de Verenigde gemeenteraadscommissie ter vervanging van mevrouw Chantal LAUWERS.
Art. 3.
Op basis van de akte van voordracht, ontvangen op 7 december 2021, kennis te nemen van de aanduiding als lid van:
Karin VERTONGEN in de gemeenteraadscommissie Personeel en organisatie;
Yves VERBERCK in de gemeenteraadscommissie Financiën;
Yves VERBERCK in de gemeenteraadscommissie Infrastructuur;
Peter PLESSERS in de gemeenteraadscommissie Omgeving;
Karin VERTONGEN in de gemeenteraadscommissie Mobiliteit;
Yves VERBERCK in de gemeenteraadscommissie die waakt over de afstemming van het gemeentelijk beleid op het beleid van de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden.
Art. 4.
Een afschrift van deze beslissing ter kennisname over te maken aan de betrokkenen en aan de fractievoorzitter van Vernieuwing.
De gemeenteraad neemt kennis van de notulen van de gemeenteraadscommissie die waakt over de afstemming van het gemeentelijk beleid op het beleid van de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden van 29 november 2021.
Artikel 41 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
/
Op 29 november 2021 vond de gemeenteraadscommissie die waakt over de afstemming van het gemeentelijk beleid op het beleid van de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden plaats met volgende agenda:
Aan de gemeenteraad wordt, in kader van artikel 441 DLB, gevraagd om kennis te nemen van de uiteenzettingen en de notulen van de commissie toegevoegd als bijlage bij dit besluit.
Raadslid Kirsten HOEFS stelt dat op de agenda een punt stond over Fluvius West, waarbij de burgemeester een toelichting zou geven. Hij was echter afwezig en werd helaas niet vervangen. Tijdens de commissie werd aangehaald dat er afgelopen voorjaar een informatiebijeenkomst over Fluvius was geweest en de presentatie was aan het besluit toegevoegd. In het besluit staat dat er is kennisgenomen van de rapportage in het kader van artikel 441 DLB, maar volgens Kirsten HOEFS is de bijgevoegde presentatie onvoldoende om een dergelijk besluit te nemen. Ze vraagt daarom om het verslag van de commissie aan te passen, zodat het besluit correct geformuleerd is.
Mevrouw Muriel VAN SCHEL zegt dat er volgens artikel 441 een toelichting in de openbare gemeenteraadsvergadering gegeven moet worden. Om te voorkomen dat de toelichting alsnog in de gemeenteraad moest worden gegeven, is voor een pragmatische oplossing gekozen.
Raadslid Kirsten HOEFS benadrukt dat het haar alleen om dat ene onderwerp gaat, waarop geen toelichting is gegeven.
Mevrouw Muriel VAN SCHEL bevestigt dat het verslag aldus wordt aangepast. Raadsleden kunnen overigens alsnog om een toelichting vragen in de gemeenteraad.
/
Enig artikel.
Kennis te nemen van de notulen van de gemeenteraadscommissie die waakt over de afstemming van het gemeentelijk beleid op het beleid van de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden, toegevoegd als bijlage bij dit besluit, van 29 november 2021.
De gemeenteraad past het organogram als volgt aan, nl. de afdeling Ruimte wordt opgesplitst in:
De bestaande functies van deskundige GIS (B1-B3) en deskundige patrimoniumbeheer (B1-B3) worden toegewezen aan de stafdienst van de afdeling Ruimte - Beleid.
De gemeenteraad keurt de volgende wijzigingen aan de personeelsformatie goed:
| Graadbenaming | Rang | Salarisschalen | vte |
| Afdelingshoofd ruimte | Ax | A5a-A5b | 1,00 |
| Projectmanager ruimte | Ax | A4a-A4b | 1,00 |
| Deskundige lokale economie, toerisme en erfgoed | Bv | B1-B3 | 1,00 |
| Administratief medewerker | Cv | C1-C3 | 1,00 |
| Graadbenaming | Rang | Salarisschalen | vte |
| Expert ruimte | Av | A1a-A3a | 1,00 |
| Graadbenaming | Rang | Salarisschalen | vte |
| Afdelingshoofd ruimte - beleid | Ax | A4a-A4b | 1,00 |
| Afdelingshoofd technische diensten | Ax | A5a-A5b | 1,00 |
| Projectmanager technische diensten | Ax | A4a-A4b | 1,00 |
| Expert groen en openbare reinheid | Av | A1a-A3a | 1,00 |
| Deskundige lokale economie | Bv | B1-B3 | 1,00 |
| Deskundige toerisme en erfgoed | Bv | B1-B3 | 1,00 |
Het afdelingshoofd Ruimte - beleid (A4a-A4b) en het afdelingshoofd Technische diensten (A5a-A5b) zullen lid zijn van het managementteam.
Art. 161 Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (hierna: Decreet Lokaal Bestuur):
"De gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn stellen het gezamenlijk organogram van de diensten van de gemeente en van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn vast.
Het organogram geeft de organisatiestructuur van de diensten van de gemeente en van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn weer, duidt de gezagsverhoudingen en de functies aan waaraan het lidmaatschap van het managementteam is verbonden."
Algemeen
In verband met de vaststelling van het geïntegreerde organogram en de personeelsformatie
In verband met de syndicale overlegcomités
In verband met het voorstel tot aanpassing van de personeelsformatie
In het kader van de uitvoering van het meerjarenplan 2020-2025, in het bijzonder de volgende beleidsdoelstelling:
worden een aantal wijzigingen aan de personeelsformatie voorgesteld.
Heden is volgende voorzien in de personeelsformatie van de afdeling Ruimte (leiding en stafdienst):
| Voorzien | Invulling | Effectieve prestaties | Opmerkingen | ||
| Functie | Graad | VTE | VTE | VTE | |
| LEIDING | |||||
| Afdelingshoofd ruimte | A5a-A5b | 1,00 | 0,00 | 0,00 | Functie is vacant maar wordt GEDEELTELIJK ingevuld (enkel voor de TUD) Functie moet hervormd worden. |
| STAF | |||||
| Projectmanager ruimte (wegen en water) | A4a-A4b | 1,00 | 0,00 | 0,00 | Er is een geslaagde kandidaat die kan aangesteld worden per 01/10/2022, maar heeft nog niet bevestigd de functie te aanvaarden. Vervangt de functie van expert wegen en water (A1a-A3a) |
| Expert ruimte | A1a-A3a | 1,00 | 1,00 | 1,00 | |
| Deskundige GIS | B1-B3 | 1,00 | 0,00 | 0,00 | Functie hoort meer bij de beleidsmatige diensten |
| Deskundige patrimoniumbeheer | B1-B3 | 1,00 | 1,00 | 1,00 | Functie hoort meer bij de beleidsmatige diensten |
| Administratief medewerker | C1-C3 | 1,00 | 1,00 | 1,00 | |
| Ondersteunend medewerker | D1-D3 | 0,00 | 1,00 | 1,00 | Uitdovende functie |
Sinds het ontslag van het vorige afdelingshoofd ruimte (A5a-A5b) is deze functie niet meer ingevuld. De taken worden momenteel gedeeld opgenomen door de expert ruimte (voor de technische uitvoeringsdiensten) en door de algemeen directeur (voor de beleidsmatige diensten) aangezien door het ontslagnemend afdelingshoofd werd aangegeven dat de 'span of control' te groot was en de taakinhoud / beleidsdomeinen te uitgebreid en divers.
Verder is er momenteel te weinig sturing voor de aspecten GIS / Patrimoniumbeheer, en te weinig connectie van deze domeinen met de andere beleidsmatige domeinen.
Er wordt voorgesteld het organogram en de personeelsformatie van de afdeling Ruimte als volgt te wijzigen:
Concreet wordt er voorgesteld:
De financiële impact op jaarbasis van deze wijziging bedraagt (gemiddelde berekend op basis van 12 jaar anciënniteit):
| Functietitel | Graad | Vte | Kostprijs per vte | Totaal | Verschil | |
| Huidige formatie | Afdelingshoofd ruimte | A5a-A5b | 1,00 | € 104.371,19 | € 104.371,19 | |
| Projectmanager ruimte | A4a-A4b | 1,00 | € 90.872,79 | € 90.872,79 | ||
| Expert ruimte | A1a-A3a | 1,00 | € 81.011,84 | € 81.011,84 | ||
| Administratief medewerker | C1-C3 | 1,00 | € 39.343,13 | € 39.343,13 | ||
| € 315.598,95 | ||||||
| Nieuwe formatie | Afdelingshoofd ruimte - beleid | A4a-A4b | 1,00 | € 90.872,79 | € 90.872,79 | |
| Afdelingshoofd Ruimte - technische diensten | A5a-A5b | 1,00 | € 104.371,19 | € 104.371,19 | ||
| Projectmanager technische diensten | A4a-A4b | 1,00 | € 90.872,79 | € 90.872,79 | ||
| Expert groen en openbare reinheid (uitdovende functie) | A1a-A3a | 1,00 | € 81.011,84 | € 81.011,84 | ||
| Administratief medewerker | C1-C3 | 1,00 | € 39.343,13 | € 39.343,13 | ||
| € 406.471,74 | € 90.872,79 |
In de huidige personeelsformatie is 1 vte deskundige (B1-B3) opgenomen voor de beleidsdomeinen toerisme, lokale economie en erfgoed.
Er wordt voorgesteld om deze functie op te splitsen in 2 functie:
Verder wordt voorgesteld om de volgende functie te schrappen uit de personeelsformatie:
1 vte administratief medewerker (C1-C3)
| Functietitel | Graad | Vte | Kostprijs per vte | Totaal | Verschil | |
| Huidige formatie | Deskundige lokale economie, toerisme en erfgoed | B1-B3 | 1,00 | € 60.278,81 | € 60.278,81 | |
| Administratief medewerker | C1-C3 | 1,00 | € 39.343,13 | € 39.343,13 | ||
| € 99.621,94 | ||||||
| Nieuwe formatie | Deskundige lokale economie | B1-B3 | 1,00 | € 60.278,81 | € 60.278,81 | |
| Deskundige toerisme en erfgoed | B1-B3 | 1,00 | € 60.278,81 | € 60.278,81 | ||
| € 120.557,62 | € 20.935,68 |
Raadslid Trui OLBRECHTS krijgt het woord en betreurt dat de eerdere trend opnieuw bestendigd wordt: de afdeling Ruimte wordt méér uitgebreid dan de afdeling Mens. Het standpunt van de fractie CD&V blijft daarom hetzelfde. De fractie is blij met de uitbreiding van de afdeling Ruimte, maar vindt dat het niet ten koste mag gaan van de afdeling Mens. Ze vraagt hoeveel A’s er op de twee afdelingen zijn en waarom de A5 op Ruimte behouden blijft terwijl die momenteel niet is ingevuld. Ze kan zich voorstellen dat er alleen nog twee A4’s komen.
Schepen William DE BOECK antwoordt er in de afdeling Mens niet echt geschrapt wordt en vindt de conclusie van de fractie CD&V dan ook niet terecht. Hij beaamt dat er veel veranderingen zijn geweest aan het organogram en hij verwacht er in de nabije toekomst nog meer. Het organogram is nu eenmaal een dynamisch document. Bij de afdeling Ruimte is bij het vertrek van de A5-functie gesteld dat de span of control zeer groot was.
Raadslid Trui OLBRECHTS denkt dat ook voor de afdeling Mens onderzocht moet worden wat de span of control is voor de leidinggevende. Als daaruit blijkt dat er iemand bij moet komen, moet daar ook voor gezorgd worden. Tot nu toe worden er steeds functies toegevoegd aan de afdeling Ruimte en is er voor de afdeling Mens vervolgens geen budget meer.
Schepen William DE BOECK is bereid om hiernaar te kijken, maar benadrukt dat in het OCMW een A4 werd bijgevoegd. Bovendien is de afdeling Mens de laatste jaren ook uitgebreid met diverse functies.
Raadslid Trui OLBRECHTS zou graag een overzicht ontvangen van beide afdelingen. Verder wil zij dat de span of control van de A5 op de afdeling Mens wordt bekeken.
Schepen William DE BOECK zegt tot slot dat het bestuur dit regelmatig bekijkt en zaken aanpast indien nodig.
/
Artikel 1.
Het organogram als volgt aan te passen, nl. de afdeling Ruimte wordt opgesplitst in:
Art. 2.
De bestaande functies van deskundige GIS (B1-B3) en deskundige patrimoniumbeheer (B1-B3) toe te wijzen aan de stafdienst van de afdeling Ruimte - Beleid.
Art. 3.
De volgende functies te schrappen uit de contractuele personeelsformatie van de gemeente:
| Graadbenaming | Rang | Salarisschalen | vte |
| Afdelingshoofd ruimte | Ax | A5a-A5b | 1,00 |
| Projectmanager ruimte | Ax | A4a-A4b | 1,00 |
| Deskundige lokale economie, toerisme en erfgoed | Bv | B1-B3 | 1,00 |
| Administratief medewerker | Cv | C1-C3 | 1,00 |
Art. 4.
De volgende functies te verplaatsen naar de uitdovende contractuele personeelsformatie van de gemeente:
| Graadbenaming | Rang | Salarisschalen | vte |
| Expert ruimte | Av | A1a-A3a | 1,00 |
Art. 5.
De volgende functies toe te voegen aan de contractuele personeelsformatie van de gemeente:
| Graadbenaming | Rang | Salarisschalen | vte |
| Afdelingshoofd ruimte - beleid | Ax | A4a-A4b | 1,00 |
| Afdelingshoofd technische diensten | Ax | A5a-A5b | 1,00 |
| Projectmanager technische diensten | Ax | A4a-A4b | 1,00 |
| Expert groen en openbare reinheid | Av | A1a-A3a | 1,00 |
| Deskundige lokale economie | Bv | B1-B3 | 1,00 |
| Deskundige toerisme en erfgoed | Bv | B1-B3 | 1,00 |
Art. 6.
Het afdelingshoofd Ruimte - beleid (A4a-A4b) en het afdelingshoofd Technische diensten (A5a-A5b) zijn lid van het managementteam.
De gemeenteraad vestigt een reglement inzake de contantbelasting op de inzameling, het hergebruik, de recyclage, de nuttige toepassing en de verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen aanslagjaren 2022-2025.
Artikels 40, §3 en 41, 14° van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
Artikel 170, §4 van de Grondwet.
DLB.
Het besluit van de gemeenteraad van 19 december 2019 inzake het retributiereglement betreffende het verzamelen en ophalen van afvalstoffen 2020-2025.
De besluiten van de gemeenteraad van 28 januari 2021.
Het besluit van het college van burgemeester en schepenen van 22 november 2021 aangaande de goedkeuring van het reglement op de inzameling, het hergebruik, de recyclage, de nuttige toepassing en de verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen.
/
Context
Vanaf 1 januari 2022 zal de uitbating van het recyclagepark van Grimbergen overgenomen worden door Incovo. De recyclageparken van Incovo vormen een netwerk met gelijke openingsuren en gelijke tarieven, waar inwoners van de verschillende gemeenten terecht kunnen.
Concreet kunnen de inwoners van Grimbergen vanaf 1 januari 2022 o.a. terecht op de recyclageparken van Grimbergen, Koningslo, Vilvoorde, Zemst en Meise.
Dit besluit beoogt de toepassing van de tarieven geldend binnen Incovo op het recyclagepark van Grimbergen.
Tot einde 2020 was er bij Incovo een tarifering geldig op basis van de laadruimte van het voertuig waarmee afval werd aangevoerd. De gemeente Grimbergen nam deze methode naderhand over, met eigen accenten.
Begin 2021 werd binnen Incovo de methodiek van tariferen aan het recyclagepark gewijzigd.
De tarieven op basis van grootte van de laadruimte werden gewijzigd naar tarieven op basis van volume. De hoogte van de tarieven wordt ook mee bepaald door de totale aanvoer per jaar binnen hetzelfde gezin. Er geldt een gunsttarief, enkel de verwerkingskost wordt gedragen. Bij zeer grote aanvoer wordt de volledige kost betaald (verwerking + transport). Conform de Vlaamse wetgeving (Vlarema) dient het tarief voor groot restafval steeds de volledige kost te dekken.
Gezien de sterk wisselende prijzen voor verwerking van afvalstoffen is het de bedoeling om de tarieven op het recyclagepark jaarlijks te actualiseren zodat de achterliggende beleidsprincipes en wettelijke bepalingen rond kostendekkingsgraad steeds gerespecteerd blijven.
Algemeen was de evaluatie van de nieuwe wijze van tariferen op de recyclageparken binnen Incovo erg gunstig. Voor deze evaluatie kan er gebruik worden gemaakt van de gebruikersdata van de bezoeken op het recyclagepark, de rekening van Incovo en een gebruikersbevraging.
Kerncijfers
Dit leidt tot volgende kencijfers:
41 % van de bezoekers brengt enkel gratis afvalsoorten en komt steeds gratis binnen.
50 % van de betaalde tarieven is voor niet recyclaarbaar afval : groot restafval (« grof vuil ») en gemengd steenpuin.
78 % van alle aanvoer van groenafval, zuiver steenpuin, houtafval en harde plastic is gratis (gebruik gratis krediet).
Slechts 12 % van alle beschikbaar gratis krediet werd opgebruikt. Dit komt wel overeen met een uitgave van 225 000 euro op schaal van Incovo.
48 % van de gezinnen bezoekt het recyclagepark minstens één keer per jaar.
Bij slechts 3.2 % van de gezinnen werd het krediet voor gratis aanvoer van recycleerbaar afval opgebruikt, 0.44 % zit boven de 100 euro en betaalt dus surplus.
Omgekeerd uitgedrukt: 96.8 % van de gezinnen betaalt nooit voor de aanvoer van recycleerbaar afval (groenafval, houtafval, harde plastics, zuiver steenpuin).
De 3.2 % van de gezinnen met opgebruikt krediet zorgt voor 42.9 % van de aanvoer van recycleerbaar afval.
De gebruikersbevraging leerde dat er globaal een erg grote tevredenheid is over de werking van de parken. Indien de scores voor zeer tevreden en tevreden worden samengeteld, blijkt 97,98 % positief over de werking van de recyclageparken. Slechts 0.3 % is ontevreden tot zeer ontevreden.
De tevredenheid over het personeel (99.44 %), de soorten afval die aanvaard worden (99.16 %) en de duidelijkheid van de sorteerregels (98.32 %) is zelfs nog groter. Ook over de ligging van het park (97.77 %) en de openingsuren (94.41 %) is er grote tevredenheid.
Deze cijfers liggen in dezelfde lijn als de tevredenheidsscores binnen de VRIND statistieken van de Vlaamse regering.
Drie kwart van de gebruikers (75,63 %) is positief over het principe van het krediet van 25 euro voor recycleerbaar afval. Een bijna even grote groep (72.91 %) is voorstander van het reservatiesysteem dat vandaag op de recyclageparken geldt. Veertien procent daarentegen is daar tegenstander van.
De nieuwe tarieven kunnen rekenen op de goedkeuring van 65 % van de gebruikers, iets meer dan 20 % is er ontevreden over. Dit stemt overeen met de vaste groep van inwoners die betalen voor afval in het algemeen een moeilijk verhaal vindt.
Budgettair kan binnen Incovo gesteld worden dat de tariefwijziging zeker niet tot een “belastingverhoging” heeft geleid, integendeel. Voor wat betreft de tarieven van recycleerbare stromen is er een extra financiële input van 0.75 euro per inwoner en per jaar als gevolg van de invoering van het gratis krediet. Sorteren en recycleren wordt zo aangemoedigd. Inwoners die heel veel afval aanbrengen betalen wel meer dan voorheen, maar dit betreft een kleine groep. Beleidsmatig is het ook te verantwoorden dat de recyclageparken voor de aanvoer van grotere hoeveelheden afval op hetzelfde prijsniveau werken als de private afvalverwerkers.
Ook voor wat betreft het tarief van groot restafval is er een daling van de inkomsten per ton aangebracht afval. Inwoners hebben de overgang van een tarief per laadruimte naar een tarief per volume eenheid optimaler gebruikt dan eerst ingeschat. Daardoor zijn de tarieven voor groot restafval niet meer kostendekkend, hetgeen wel een decretale verplichting is. Bij een volgende tariefaanpassing zal dit worden meegenomen.
Rekening houdende met de financiële toestand van de gemeente.
Raadslid Eddie BOELENS krijgt het woord en stelt dat de fractie Groen problemen heeft met de gelijke heffing voor diverse afvalstoffen die bij het recyclagepark worden aangeboden, terwijl al deze stoffen een andere kostenstructuur voor de verwerking hebben. De fractie betreurt het dat het recyclagepark in Strombeek gaat sluiten en denkt dat de sluikstort daardoor zal toenemen. Om die redenen zal de fractie Groen tegen het voorstel stemmen.
Raadslid Kirsten HOEFS krijgt het woord en had gevraagd of er in de toekomst nog gratis plastic afval bij het recyclagepark kan worden gestort. Het antwoord was dat dit kon als het afval in een PMD-zak zit maar dan is het niet gratis meer. Ze vraagt opnieuw of het afval gratis kan worden afgegeven. Ook wil raadslid HOEFS graag weten of er een berekening is gemaakt hoeveel afval van verschillende materialen jaarlijks wordt afgegeven bij het recyclagepark.
Schepen Yves VERBERCK krijgt het woord en antwoordt dat hard plastic bij alle Intercommunales tegen betaling kan worden ingeleverd. Alles wat in de PMD-zak kan, mag waarschijnlijk gratis worden afgegeven, maar hij zal dit nog navragen. Cijfers over de verschillende afvalstromen zijn nog niet beschikbaar. Deze cijfers worden wel door Incovo bijgehouden zodat men op termijn analyses kan maken. De bedoeling is dat inwoners door de overstap naar Incovo niet méér gaan betalen voor hun afval, maar het principe ‘de vervuiler betaalt’ wordt wel geïntroduceerd. Bovendien werkt Incovo met meer verschillende categorieën en werkt men op basis van volume. Mensen zullen voor sommige afvalstromen minder gaan betalen, voor andere meer.
Raadslid Kirsten HOEFS krijgt opnieuw het woord en weet dat men in de recyclageparken van Strombeek en Grimbergen tot op vandaag gratis hard en zacht plastic in de container mag gooien. Ze begrijpt nu dat dit binnenkort niet meer kan. Ze is benieuwd naar de cijfers van Incovo.
Schepen Yves VERBERCK benadrukt dat zacht plastic, papier en karton gratis blijven. Voor hard plastic moet betaald worden.
Raadslid Gerlant VAN BERLAER krijgt het woord en merkt op dat het niet alleen om geld gaat, maar ook om de vraag wat men met het afval wil doen. Hij zal tegenstemmen, omdat hij bang is dat harde plastics in de natuur gedumpt zullen worden als er op het recyclagepark voor betaald moet worden. Het heffen van kosten voor zaken die voorheen gratis waren, leidt tot meer sluikafval. Het is terecht dat de vervuiler betaalt maar het aanbieden van afval is de afgelopen twee jaar steeds duurder geworden.
Raadslid Katleen ORINX krijgt het woord en stelt dat in de commissievergadering van voorjaar 2019 werd beloofd om het gebruik van ondergrondse afvalcontainers te onderzoeken. Ook zou gekeken worden naar de 'contianercoating' rondom glasbollen. Ze vraagt naar de stand van zaken.
Voorzitter Chantal LAUWERS verklaart dat deze onderwerpen niet bij dit agendapunten horen en dat raadslid ORINX deze vragen kan stellen bij de mondelinge vragen.
/
Artikel 1.
Onderstaand belastingreglement goed te keuren:
Contantbelasting op de inzameling, het hergebruik, de recyclage, de nuttige toepassing en de verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen - Aanslagjaren 2022-2025
Artikel 1 - heffingstermijn en belastbaar feit
Met ingang van 1 januari 2022, voor een termijn eindigend op 31 december 2025, wordt een belasting geheven op het aanbieden van groot restafval, groenafval, houtafval, harde plastics, zuiver steenpuin, gemengd bouwafval en bouwafval met hechtgebonden asbest op het recyclagepark van Grimbergen.
Het groot restafval, groenafval, houtafval, harde plastics, zuiver steenpuin, gemengd bouwafval en bouwafval met hechtgebonden asbest kunnen tegen betaling aangeboden worden op het recyclagepark in samenwerking met en volgens de voorschriften van INCOVO. De wijze van betaling geschiedt op de door INCOVO voorgeschreven wijze, door middel van afgifte van een betaalbewijs conform de regels van INCOVO of door elektronische betaling via Bancontact.
Artikel 2 - berekening en tarieven
De basis van de tarifering wordt gevormd door het volume van het aangeboden afval volgens de geldende tariefcategorie. Dit volume wordt bepaald als het volume van de meetkundige balk gevormd door de uiteindes van het afval in de verschillende dimensies.
Volgende categorieën worden onderscheiden:
Volgende tarieven worden gehanteerd in euro.
|
|
Groot restafval en asbest |
Recycleerbaar (groen, harde plastics, hout en zuiver steen) |
Gemengd bouwafval |
| Cat 1 |
5,00 |
2,50 |
6,25 |
| Cat 2 |
10,00 |
5,00 |
12,50 |
| Cat 3 |
20,00 |
10,00 |
25,00 |
| Cat 4 |
30,00 |
15,00 |
37,50 |
| Cat 5 |
40,00 |
20,00 |
50,00 |
| Cat 6 |
60,00 |
30,00 |
75,00 |
In afwijking van bovenstaande tarieven wordt voor zetels en sanitair porselein (WC, lavabo) een vast tarief gehanteerd van 6,25 euro, voor meerpersoons zetels geldt een vast tarief van 12,5 euro.
Ieder gezin heeft recht op een jaarlijkse vrijstelling van 25,00 euro voor de aanvoer van recycleerbaar afval en 25,00 euro voor de aanvoer van asbesthoudend afval.
Bij een jaarlijkse aanvoer per gezin voor meer dan 100,00 euro (inclusief de jaarlijkse vrijstelling van 25,00 euro), worden de tarieven verhoogd met 50 %. Zowel de vrijstelling als de verhoging worden berekend per kalenderjaar.
Voor de aanvraag van een toegangsbadge voor KMO’s en voor personen met eigendom of verblijf in de gemeente zonder domicilie wordt een éénmalige administratieve kost van 20,00 euro aangerekend.
Art. 3 - belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die de afvalstoffen op het recyclagepark aanbiedt.
Art. 4
Het intergemeentelijk samenwerkingsverband INCOVO wordt gemachtigd om de contantbelasting zoals vermeld te innen vanaf 1 januari 2022. De ontvangen gelden worden door INCOVO bijgehouden en verrekend met de vergoedingen die haar verschuldigd zijn door het lokaal bestuur.
Art. 5 - wijze van invordering
De belasting moet contant worden betaald, tegen afgifte van een betalingsbewijs.
Als de contante inning niet kan worden uitgevoerd, wordt de belasting een kohierbelasting.
Art. 6 - bezwaarprocedure
De belastingschuldige kan een bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig artikel 9 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Art. 7 - inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2022.
Art. 2.
Dit besluit bekend te maken overeenkomstig de bepalingen van “Afdeling 2. Bekendmaking en inwerkingtreding, Hoofdstuk 1. Akten van het lokaal bestuur, Titel 5. De werking van het lokaal bestuur" DLB.
De gemeenteraad vestigt een belastingreglement inzake masten en pylonen voor de aanslagjaren 2022-2025.
Artikels 40, §3 en 41, 14° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
/
Het is aangewezen om de aanwezigheid van masten en pylonen op het grondgebied van de gemeente te beperken. Dit ter vrijwaring van de aantrekkingskracht van de gemeente als woonomgeving en toeristische bestemming, alsook om visuele vervuiling, landschapsverstoring en het doorbreken van de open ruimte tegen te gaan.
De gemeente wenst in het kader van klimaat en milieu de productie van groene stroom aan te moedigen. Masten en pylonen dienstig om groene energie te produceren worden dan ook vrijgesteld van de belasting.
Masten en pylonen die uitsluitend of hoofdzakelijk dienen voor openbare hulpverlenings- en veiligheidsdiensten die primaire overheidstaken uitoefenen, worden vrijgesteld van de belasting. Deze staan ten dienste van het openbaar nut in het kader van hulpverlening en veiligheid, wat één van de primaire overheidstaken is.
Er geldt een vrijstelling voor constructies voor louter recreatief gebruik. Dit gezien het niet-bedrijfsmatig oogmerk en karakter van deze constructies. Deze constructies staan ten dienste van lokale sport- of recreatievoorzieningen. De gemeente wenst haar verenigingen te ondersteunen in hun activiteiten aangezien deze bijdragen aan het welzijn en de leefkwaliteit binnen de gemeente.
Rekening houdende met de financiële toestand van de gemeente.
Raadslid Eddie BOELENS krijgt het woord en merkt op dat Vlaanderen wil dat mensen meer gebruik gaan maken van elektriciteit. De bedoeling is dat elektriciteit minder duur wordt dan aardgas en andere fossiele brandstoffen. De gemeente heeft deze kosten deels in de hand. Op de factuur staan de kosten die de netbeheerder heft. Elia betaalt momenteel 11 miljoen aan belastingen op pylonen en hoogspanningsmasten, exclusief 21% btw. Elia zal die kosten aan de gebruiker doorberekenen. Daarom heeft minister SOMERS opgeroepen om bestaande belasting op pylonen en sleuven af te schaffen en geen nieuwe belastingen te heffen. Het gemeentebestuur van Grimbergen doet echter het omgekeerde en voert een belasting in op hoogspanningspylonen en andere masten. Op deze manier moet Elia veel meer gaan betalen en dus doorrekenen naar zijn klanten, waardoor de prijs van elektriciteit minder daalt dan gewenst. Omdat GSM-masten ongewenst zijn, stelt de fractie Groen voor om deze masten te belasten met € 5.000, maar hoofdspanningspylonen te ontzien.
Raadslid Kirsten HOEFS krijgt het woord en wil graag weten wat de gevolgen zijn voor de telecomoperatoren. Ze wil vermijden dat het bereik verslechtert want op sommige delen in de gemeente is dit al beperkt. Raadslid HOEF vraagt of er nog andere masten in aanmerking komen voor belasting.
Schepen William DE BOECK krijgt het woord en antwoordt dat de gemeente al een tijd bezig is met het invoeren van de belasting. In de brief van ministers SOMERS wordt gevraagd om vanaf 2025 geen belasting in te voeren. Er is onderzocht hoeveel gemeenten de belasting heffen op Elia-masten. Grimbergen heeft daarop besloten dat het verstandig is om hierbij aan te sluiten.
Raadslid Eddie BOELENS krijgt wederom het woord en reageert dat de Vlaamse regering in de brief vraagt om per 5 november 2021 geen nieuwe belastingen meer te heffen, terwijl het schepencollege nadien heeft besloten om dit toch te doen. Ook wordt gevraagd om bestaande belastingen af te bouwen. Door nu alsnog aan te sluiten bij andere gemeenten die belasting heffen, zorgt het gemeentebestuur ervoor dat elke Grimbergenaar enkele euro’s meer betaald op de elektriciteitsfactuur, terwijl de prijzen al torenhoog zijn. De fractie Groen vindt het geen juiste beslissing dat de meerderheid een schrijven van de minister opzij schuift.
Verder stelt raadslid BOELENS dat ook telecomoperatoren hun kosten zullen doorberekenen maar dat in die sector zulke grote winsten worden gemaakt, dat hij daar geen compassie mee heeft. Bovendien is al eerder gezegd dat er tussen de operatoren een samenwerking zou moeten komen, zodat zij de masten gezamenlijk kunnen gebruiken. Een belasting van € 5.000 zou hen misschien daartoe bewegen.
Tot slot verklaart raadslid BOELENS dat ze hun amendement ter stemming willen voorleggen.
Voorzitter Chantal LAUWERS legt het amendement ter stemming voor.
/
Ingediend door de fractie Groen:
Het gemeentebestuur keurt een belasting van 5 000 EUR goed op masten. Op pylonen van hoogspanningslijnen wordt géén belasting geheven.
Met 14 stemmen voor (Eddie BOELENS, Linda DE PREE, Jelle DE WILDE, Isabel GAISBAUER, Kirsten HOEFS, Katrien LE ROY, Karima MOKHTAR, Trui OLBRECHTS, Katleen ORINX, Sofie ROELANDT, Vincent VAN ACHTER, Gerlant VAN BERLAER, Bart VAN HUMBEECK, Patrick VERTONGEN), 19 stemmen tegen (Chris SELLESLAGH, William DE BOECK, Tom GAUDAEN, Bart LAEREMANS, Philip ROOSEN, Karlijne VAN BREE, Yves VERBERCK, Jean-Paul WINDELEN, Manon BAS, Jean DEWIT, Gilbert GOOSSENS, Brigitte JANSSENS, Chantal LAUWERS, Peter PLESSERS, Luk RAEKELBOOM, Pierre VAN DEN WYNGAERT, Rudi VAN HOVE, Karin VERTONGEN, Elke WOUTERS)
Het amendement wordt verworpen.
Artikel 1.
Onderstaand belastingreglement goed te keuren:
Gemeentelijk belastingreglement op masten en pylonen - Aanslagjaren 2022-2025
Artikel 1. – Heffingstermijn en belastbaar feit
Voor de periode van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2025 wordt een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op masten en pylonen die zich op het grondgebied, in open lucht en zichtbaar vanaf de openbare weg van de gemeente bevinden.
Art. 2. – Definities
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
Art. 3. – Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de eigenaar van de mast of pyloon op 1 januari van het aanslagjaar.
Art. 4. – Aanslagvoet
De belasting wordt vastgesteld op 3.000,00 euro per jaar per mast of pyloon.
De belasting is ondeelbaar en voor het hele jaar verschuldigd. Er wordt geen vermindering of terugbetaling van de belasting toegestaan als de mast of pyloon in de loop van het aanslagjaar wordt weggenomen.
Art. 5. – Vrijstellingen
Zijn van de belasting vrijgesteld:
Art. 6. - Aangifteverplichting en ambtshalve vestiging
De belastingplichtige is verplicht vóór 1 april van het aanslagjaar bij het gemeentebestuur spontaan aangifte te doen door middel van een formulier vastgesteld door het college van burgemeester en schepenen. Het aangifteformulier is beschikbaar via het digitaal loket op de gemeentelijke website https://www.grimbergen.be of is op eenvoudig verzoek verkrijgbaar bij het gemeentebestuur.
Zolang de toestand op 1 januari van het aanslagjaar ongewijzigd blijft dient er geen nieuwe aangifte te gebeuren.
Bij gebrek aan aangifte binnen deze termijn of bij een onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte kan de belasting ambtshalve gevestigd worden. In geval van een ambtshalve aanslag wordt de belasting gevestigd op basis van gegevens waarover de belastingheffende overheid beschikt.
De ambtshalve ingekohierde belasting zal worden verhoogd met 100%. Het bedrag van deze verhoging wordt gelijktijdig met de ambtshalve belasting ingekohierd.
Art. 7. - Wijze van invordering
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier.
Art. 2.
Dit besluit bekend te maken overeenkomstig de bepalingen van “Afdeling 2. Bekendmaking en inwerkingtreding, Hoofdstuk 1. Akten van het lokaal bestuur, Titel 5. De werking van het lokaal bestuur" DLB.
De gemeenteraad keurt het gewijzigd belastingreglement op economische bedrijvigheid voor de aanslagjaren 2021-2025 goed.
/
Het is budgettair noodzakelijk een belasting te heffen die toelaat de uitgaven van de gemeente in het algemeen te financieren (de verplichte en facultatieve uitgaven).
De heffing van de belasting zelf moet efficiënt en rendabel zijn.
Het is aangewezen om de natuurlijke en de rechtspersonen die op het grondgebied van de gemeente een economische activiteit uitoefenen en gebruik maken van de gemeentelijke infrastructuur en de dienstverlening aan een gemeentelijke belasting te onderwerpen.
Deze belasting heeft tot doel de bedrijven op het grondgebied te laten bijdragen. Ten overstaan van hen bestaat het belastbaar voorwerp uit het hebben van een vestiging die op het grondgebied van de gemeente is gelegen.
Een algemene en evenwichtige spreiding van de belastingdruk wordt nagestreefd over al de belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente.
De belasting beoogt belastingplichtigen met verschillende toestanden. Deze verscheidenheid moet noodzakelijkerwijs worden opgevangen in een gedifferentieerde tariefstructuur met vereenvoudigde categorieën. Er kan niet voor alle mogelijke soorten bedrijven (elk met hun eigen en meest uiteenlopende kenmerken) voorzien worden in een specifieke belastingregeling.
Verschillen inzake financiële draagkracht en/of economische rendabiliteit zijn redelijk verantwoorde differentiatiecriteria voor de toepassing van het belastingreglement en het verschil in tarifering.
Een gedifferentieerde tariefstructuur laat op adequate wijze toe om bij benadering en in overeenstemming met het beginsel van de verdelende rechtvaardigheid de belasting vast te stellen.
Er wordt voorzien in ofwel een forfaitaire minimumbelasting op oppervlakte per vestiging, ofwel een cumulatieve toepassing van de volgende vier criteria: gebruik van motoren, tanks- en vergaarbakken, brandstofdistributieapparaten en geldautomaten. Deze laatste vier criteria zijn primaire indicatoren van financiële draagkracht en economische rendabiliteit. Indien geen van deze aanwezig zijn, is het verantwoord een forfaitaire minimumbelasting op basis van oppervlakte toe te passen.
Het is aangewezen om de vrijstellingen die worden opgenomen in het belastingreglement nader toe te lichten.
Er wordt een vrijstelling van belasting voorzien voor:
openbare diensten van de federale staat, de gewesten, gemeenschappen, gemeenten en publiekrechtelijke instellingen. Deze diensten worden gekenmerkt door hun maatschappelijk nut en belang in het kader van o.a. hulpverlening en veiligheid wat één van de primaire overheidstaken is;
beschutte werkplaatsen, instellingen waar zieken en gehandicapten verzorgd worden en rusthuizen. Het is niet wenselijk om waardevolle sociale initiatieven zoals beschutte werkplaatsen en instellingen waar zieken en gehandicapten verzorgd worden te belasten. Rusthuizen bieden specifieke zorgverstrekking aan ouderen. Deze instellingen dragen bij tot het welzijn van de burgers en bieden ondersteuning aan doelgroepen die extra zorg nodig hebben. Hun bestaansreden is in hoofdzaak niet afgestemd op winstbejag. Bovendien hebben zij een lagere financiële draagkracht en economische rendabiliteit en een kleinere invloed op de gemeentelijke uitgaven;
onderwijsinstellingen. Een vrijstelling voor onderwijsinstellingen is verantwoord gezien het maatschappelijk belang van deze instellingen. Zij dragen bij tot de ontwikkeling, het welzijn en de emancipatie van zowel kinderen als volwassenen. Onderwijs is bovendien een basisrecht dat voor iedereen toegankelijk moet zijn;
de verenigingen actief in de gemeente op sociaal-cultureel, jeugd- en sportvlak. De gemeente wenst haar verenigingen te ondersteunen in hun activiteiten aangezien deze bijdragen aan het welzijn en de leefkwaliteit binnen de gemeente. Zij hebben bovendien in hoofdzaak geen bedrijfsmatig oogmerk en hebben geen winstoogmerk;
land- en tuinbouwbedrijven, tuinbouwbedrijven met openluchtteelt en tuinbouwbedrijven met teelten onder glas of andere duurzame bescherminstallaties. Specifiek aan land- en tuinbouwbedrijven is dat zij nood hebben aan grote oppervlakten om economisch rendabel te zijn en om een leefbare rendabele exploitatie te realiseren. Het is voor de hand liggend dat dit beperktere rendement niet uitsluitend betrekking heeft op de landbouwoppervlaktes maar ook op bijvoorbeeld stockageruimtes en bovendien de motorenkracht. Het rendement dat land- of tuinbouwbedrijven kunnen behalen met behulp van motorenkracht is beperkt en zonder gebruik van de voor deze activiteit noodzakelijke motoren zou het rendement hier onbestaande zijn. Land- en tuinbouwbedrijven zorgen bovendien voor het behoud van voedselproductie binnen Europa die levensnoodzakelijk is en leveren een bijdrage als beheerder van de open ruimte.
Rekening houdende met de financiële toestand van de gemeente.
Raadslid Vincent VAN ACHTER krijgt het woord en vraagt of de uitzondering die wordt gemaakt voor o.a. verenigingen en sportgerelateerde ondernemingen ook van toepassing is op Lago.
Schepen William DE BOECK speelt de vraag door naar de financieel directeur.
Financieel directeur Jan PLETINCKX repliceert dat het reglement inhoudelijk niet is gewijzigd, maar dat er tekst is toegevoegd in de toelichting waarom de gemeente de belasting heft en welke vrijstellingen er worden gehanteerd. Lago werd en wordt niet vrijgesteld, omdat dit een privébedrijf is en geen vereniging van de gemeente.
/
Artikel 1.
Onderstaand gewijzigd reglement goed te keuren:
Gemeentelijk belastingreglement op economische bedrijvigheid - Aanslagjaren 2021-2025
Artikel 1 - belastbare grondslag
Met ingang van 1 januari 2021 voor een periode eindigend op 31 december 2025 wordt een belasting op de economische bedrijvigheid geheven.
Art. 2. - belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersonen, de vennootschappen met rechtspersoonlijkheid en de feitelijke verenigingen of vennootschappen die op 1 januari van het belastingjaar op het grondgebied van de gemeente Grimbergen een economische bedrijvigheid uitoefenen.
Art. 3. - definities
Voor de toepassing van dit reglement gelden volgende definities:
Vestiging: elke plaats op Grimbergs grondgebied waar een economische bedrijvigheid wordt uitgeoefend of waar de maatschappelijke zetel van een bedrijf, ongeacht de rechtspersoonlijkheidsvorm, is gevestigd.
Economische bedrijvigheid:
a) elke activiteit die enkel kan uitgeoefend worden als de betrokken individuele persoon, rechtspersoon of feitelijke vereniging voldoet aan één of meer van de volgende voorwaarden:
b) het uitoefenen van een vrij beroep, ongeacht de rechtsvorm waarin dit gebeurt.
Oppervlakte die gebruikt wordt voor het uitoefenen van de economische activiteit, verder in reglement afgekort tot ‘oppervlakte’: de ruimten die binnen een gebouw worden gebruikt om de beoogde economische bedrijvigheid uit te oefenen.
Als bijgebouw van een inrichting moet worden beschouwd: iedere instelling of onderneming, iedere werf van om het even welke aard, die gedurende een ononderbroken tijdvak van minstens drie maanden op het grondgebied van de gemeente gevestigd is.
Meetapparaten voor het maximum kwartuurvermogen:
Voorzieningen op installaties van een bedrijf waarmee het maximum kwartuurvermogen wordt gemeten. Er worden maandelijkse opnemingen gedaan door de energieleverancier met het oog op het factureren ervan.
Het belastbaar vermogen wordt als volgt berekend:
R (of referentiewaarde) = het gemiddeld maximum-kwartuurvermogen van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin voor het eerst gevraagd wordt om toepassing van deze bepalingen (hierna referentiejaar genoemd)
kW = het aantal verbruikte kiloWatt van het referentiejaar
V = Verhoudingsfactor
G = het gemiddelde maximum kwartuurvermogen van het jaar voorafgaand aan het aanslagjaar
Als het verschil tussen G en R groter is dan 20% dan wordt de verhoudingsfactor opnieuw berekend.
V = kW / R
V * G = belastbaar vermogen
Geldautomaten: de toestellen die volautomatisch werken en het cliënteel in de mogelijkheid stellen geldopnemingen of spaar- of betaalverrichtingen te doen.
Landbouw: de activiteit met het oog op een geregelde verkoop gericht op
Tuinbouw: de activiteit met het oog op een geregelde verkoop gericht op
kweek van tuinbouwzaden, plantgoed, en/of aanverwante teelten.
Veeteelt: het houden, het kweken en/of africhten van runderen, varkens, schapen, geiten, paardachtigen en/of pluimvee.
Art. 4. - berekening
Het jaarlijks bedrag van de belasting wordt vastgesteld door middel van
1. cumulatieve toepassing van hierna vermelde criteria en aanslagvoeten, zijnde
zoals omschreven in de hierna vermelde punten B, C, D en E;
OFWEL
2. een forfaitaire minimumbelasting op oppervlakte per vestiging zoals hierna bepaald onder punt A.
Indien beide aanleiding geven tot toepassing van deze belasting, wordt het hoogste bedrag ingekohierd.
Bedragen lager dan € 20,00 worden niet ingekohierd.
Art. 5. - aanslagvoet
De belasting wordt vastgesteld als volgt:
A. Forfaitaire minimumbelasting op oppervlakte
Het jaarlijkse bedrag wordt per vestiging vastgesteld op:
| Bedrag |
Oppervlakte |
| € 00,00 |
0 m² < opp. < 400 m² |
| € 200,00 |
400 m² < opp. < 500 m² |
| € 300,00 |
500 m² < opp. < 750 m² |
| € 600,00 |
750 m² < opp. < 1000 m² |
| € 900,00 |
1000 m² < opp. < 1250 m² |
| € 1.200,00 |
1250 m² < opp. < 1500 m² |
| € 1.500,00 |
1500 m² < opp. < 1750 m² |
| € 1.800,00 |
1750 m² < opp. < 2000 m² |
| € 2.400,00 |
2000 m² < opp. < 3000 m² |
| € 2.750,00 |
3000 m² < opp. |
B. Motoren
De belasting is verschuldigd voor het vermogen van motoren die de belastingplichtige voor de exploitatie van zijn inrichting of bijgebouwen gebruikt.
De aanslagvoet wordt vastgesteld op 24,00 €/kW.
§1. Bijzondere bepaling
Nijverheidsbedrijven die beschikken over installaties voorzien van meetapparaten voor het maximumkwartuurvermogen kunnen, in afwijking van het bovenstaande, vragen om de belasting op motoren vast te stellen op basis van het maximumkwartuurvermogen.
Hierbij wordt het belastbaar vermogen berekend zoals vermeld in artikel 3 - definities, onder "meetapparaten voor het maximum kwartuurvermogen" op voorwaarde dat zij:
§2. Zijn vrijgesteld van de belasting op motoren:
- waarvan de werking niet onmisbaar is voor de normale gang van de instelling en die slechts werkt in uitzonderingsgevallen, voor zover zijn tewerkstelling niet ten gevolge heeft dat de productie der betrokken inrichting verhoogd wordt;
- die uitsluitend bestemd is voor hetzelfde werk als een andere, welke hij tijdelijk moet vervangen.
De reserve- en wisselmotoren kunnen aangewend worden gedurende de nodige tijd om de voortzetting van de productie te verzekeren.
C. Tanks- en vergaarbakken
De aanslagvoet met betrekking tot de vaststaande tanks en vergaarbakken met commerciële of industriële doeleinden wordt vastgesteld op 0,65 EUR/m³.
Vrijstelling
Tanks en vergaarbakken met een maximale capaciteit van dertigduizend liter, waarop de apparaten aangesloten zijn die onder toepassing vallen van de belasting op brandstofdistributieapparaten.
D. Brandstofdistributieapparaten
Deze belasting is verschuldigd door de eigenaar van het apparaat. Hij is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
De belasting wordt vastgesteld als volgt:
E. Geldautomaten
De belasting wordt vastgesteld op 275,00 euro per geldautomaat die
- elke bank-, financierings- en/of kredietinstelling
- spaarbank of wisselkantoor
- hun agentschappen, bijkantoren en eenmanszaken
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon onder wiens handelsnaam, logo of embleem, de bovengenoemde instellingen, agentschappen of bijkantoren of eenmanszaken en de geldautomaten worden geëxploiteerd.
Art. 6. - indexering
Alle hierboven vermelde aanslagvoeten zijn gekoppeld aan het indexcijfer van de consumptieprijzen door middel van de coëfficiënt die wordt bekomen door het indexcijfer van de maand december voorafgaand aan het aanslagjaar te delen door het indexcijfer van de maand december 2013.
Art. 7 - vrijstelling van belasting
Zijn vrijgesteld van de belasting op economische bedrijvigheid:
Art. 8 - aangifteverplichting en ambtshalve vestiging
De belastingplichtige is jaarlijks verplicht vóór 30 april van het aanslagjaar bij het gemeentebestuur spontaan aangifte te doen of wijzigingen in te dienen door middel van een formulier vastgesteld door het college van burgemeester en schepenen. Het aangifteformulier is beschikbaar via het digitaal loket op de gemeentelijke website https://www.grimbergen.be of is op eenvoudig verzoek verkrijgbaar bij het gemeentebestuur.
Indien het gemeentebestuur geen bericht van wijziging van de belastingbasis heeft ontvangen van de belastingplichtige, baseert het gemeentebestuur zich op de vorige aangifte van de belastingplichtige.
Bij gebrek aan aangifte binnen deze termijn of bij een onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte kan de belasting ambtshalve gevestigd worden. In geval van een ambtshalve aanslag wordt de belasting gevestigd op basis van gegevens waarover de belastingheffende overheid beschikt.
De ambtshalve ingekohierde belasting zal worden verhoogd met 100%. Het bedrag van deze verhoging wordt gelijktijdig met de ambtshalve belasting ingekohierd.
Art. 9 – tijdstip van vestiging van de belasting
Voor vestiging van de belasting beschreven in A, B, C en D wordt de situatie op 1 januari van het belastingjaar beoordeeld met volgende specificaties voor:
Art. 10. - wijze van invordering
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier.
Art. 2.
Dit besluit bekend te maken overeenkomstig de bepalingen van “Afdeling 2. Bekendmaking en inwerkingtreding, Hoofdstuk 1. Akten van het lokaal bestuur, Titel 5. De werking van het lokaal bestuur" DLB.
De gemeenteraad keurt het gewijzigd belastingreglement op het huis-aan-huis verspreiden van niet-geadresseerd reclamedrukwerk en daarmee gelijkgestelde producten voor de aanslagjaren 2022-2025 goed.
/
Een belasting op het huis-aan-huis verspreiden van niet-geadresseerd reclamedrukwerk en daarmee gelijkgestelde producten is verantwoord om volgende redenen:
uitgevers van niet-geadresseerde bladen veroorzaken een groot papiervolume en maken een belangrijk deel uit van de papierberg in onze gemeente. Dergelijke drukwerken worden slechts beperkt gelezen en doorgaans onmiddellijk weggegooid aangezien de bestemmelingen van deze drukwerken hiervoor vaak niet geopteerd hebben. Deze brengen voor de gemeente ook bijkomende kosten met zich mee van onder meer afhaling en verwerking;
het gemeentebestuur wenst handelaars en bedrijven aan te zetten tot milieuverantwoord gedrag, hen aan te sporen de verspreiding van reclamedrukwerk doorheen het jaar te beperken tot een minimum en hen aan te moedigen om meer gebruik te maken van digitale communicatiekanalen zoals daar zijn website, e-mail,...
Er wordt een vrijstelling van belasting voorzien voor:
publicaties van socio-culturele, levensbeschouwelijke, sport- en jeugdverenigingen en gemeentelijke buurtcomités;
publicaties van politieke partijen;
publiciteit gevoerd door vormingsinstellingen en plaatselijke onderwijsinstellingen;
regionale pers, op voorwaarde het redactioneel gedeelte met regionaal nieuws minstens 30% van de belastbare oppervlakte bedraagt.
Deze publicaties hebben hoofdzakelijk informatieve doeleinden en zijn niet gericht op het aanzetten tot verkoop van producten en/of diensten. De verspreiding van dergelijke publicaties gebeurt bovendien in veel kleinere volumes alsook op minder frequente wijze.
Rekening houdende met de financiële toestand van de gemeente.
/
Artikel 1.
Onderstaand gewijzigd reglement goed te keuren:
Gemeentelijk belastingreglement op het huis-aan-huis verspreiden van niet-geadresseerd reclamedrukwerk en daarmee gelijkgestelde producten - Aanslagjaren 2022-2025
Artikel 1.
Met ingang van 1 januari 2022 voor een termijn eindigend op 31 december 2025, wordt een belasting geheven op het huis-aan-huis verspreiden van niet-geadresseerd reclamedrukwerk en daarmee gelijkgestelde producten.
Art. 2 - Definities
Reclamedrukwerk: elke publicatie die er toe strekt bekendheid te geven aan commerciële activiteiten en/of handelszaken en/of merknamen en die er op gericht is potentiële klanten te bewegen gebruik te maken van de aangeboden diensten en/of producten.
Huis-aan-huis verspreiding: het systematisch achterlaten van het niet-geadresseerd drukwerk in de brievenbussen van woningen en/of gebouwen, zonder enig initiatief van de bestemmeling.
Gelijkgestelde producten: alle stalen en reclamedragers, door de adverteerder aangeboden, die diensten, producten of transacties doen gebruiken, verbruiken of aankopen. De opsomming is niet limitatief.
Niet-geadresseerd drukwerk: ieder drukwerk dat niet in een omslag met onuitwisbare vermelding van de naam en het adres van de bestemmeling wordt besteld.
Collectieve adresaanduiding per straat of gedeeltelijke adresvermelding wordt niet beschouwd als zijnde geadresseerd. Aanduiding zoals “Aan de bewoners van:………” zijn niet voldoende. De naam van de geadresseerde dient vermeld te worden.
Indien verscheidene reclamedrukwerken samen worden verspreid zonder dat ze op een permanente of vaste wijze één geheel vormen, wordt ieder reclamedrukwerk als een apart exemplaar beschouwd.
Eén geheel: de reclamedrukwerken die ofwel in een catalogus of een blaadje zijn opgenomen, ofwel aaneengeniet of geplakt zijn waardoor de reclamedrukwerken niet losbladig zijn, of waarbij het geheel een eenheid qua vorm, kleur, lay-out of ander stijlkenmerk vertoont.
Indien verscheidene reclamedrukwerken die qua vorm, kleur, lay-out of ander stijlkenmerk als afzonderlijk kunnen worden beschouwd en waarbij de meerderheid van de verscheidene reclamedrukwerken elk afzonderlijk toebehoren aan afzonderlijke adverteerders, op een in het vorige lid vermelde wijze zijn samengebracht en waarbij het geheel geen eenheid qua vorm, kleur, lay-out of ander stijlkenmerk vertoont, wordt ieder van die afzonderlijke reclamedrukwerken als een apart exemplaar beschouwd.
Bladgrootte:
Regionale pers: de publicaties die berichtgeving van regionale aard brengen, betreffende ondermeer lokale actualiteit, cultuur, sport of politiek. Hierbij moet het redactioneel gedeelte met regionaal nieuws minstens 30% van de belastbare oppervlakte bedragen. Enkel de bedrukte oppervlakte wordt in aanmerking genomen bij de beoordeling van het aandeel van het redactionele gedeelte; de blanco omranding telt bijvoorbeeld niet mee.
Onder redactionele teksten wordt verstaan:
Als niet-redactioneel worden ondermeer beschouwd de artikelen waarin expliciet of impliciet firma's of producten worden vermeld op een directe of verdoken manier met als doel een commerciële transactie af te sluiten.
Art. 3 - Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de uitgever. De drukker en de verdeler zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Wanneer de uitgever, drukker en verdeler niet gekend zijn, is de belasting verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersonen onder wiens naam, handelsnaam, logo of embleem de reclame wordt gevoerd.
Art. 4 - Aanslagvoet
De belasting wordt als volgt vastgesteld:
Art. 5 - Vrijstellingen
Zijn van de belasting vrijgesteld:
- drukwerk meer dan 6 maal per kalenderjaar wordt bedeeld. Desgevallend is de belasting verschuldigd vanaf de eerste bedeling van het kalenderjaar.
- drukwerk minstens één maal het maximum van 12 bladen overschrijdt. Desgevallend is de belasting verschuldigd vanaf de eerste bedeling van het kalenderjaar.
Art. 6 - aangifteverplichting en ambtshalve vestiging
De belastingplichtige moet binnen de veertien kalenderdagen na de verspreiding spontaan aangifte doen bij het gemeentebestuur door middel van het aangifteformulier vastgesteld door het college van burgemeester en schepenen. Het aangifteformulier is beschikbaar op het e-loket van de gemeentelijke website https://www.grimbergen.be of is op eenvoudig verzoek bij het gemeentebestuur verkrijgbaar.
Voor de periodieke verspreiding mag de aangifte bij voorbaat gedaan worden voor een volledig aanslagjaar (= een periode van hoogstens twaalf maanden). Aangifte voor een volledig aanslagjaar kan gebeuren tot ten laatste 14 kalenderdagen na de eerste verspreiding.
Bij gebrek aan aangifte binnen deze termijn of bij een onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte kan de belasting ambtshalve gevestigd worden. In geval van een ambtshalve aanslag wordt de belasting gevestigd op basis van gegevens waarover de belastingheffende overheid beschikt.
De ambtshalve ingekohierde belasting zal worden verhoogd met 100%. Het bedrag van deze verhoging wordt gelijktijdig met de ambtshalve belasting ingekohierd.
Art. 7 - wijze van invordering
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier.
Art. 2.
Dit besluit bekend te maken overeenkomstig de bepalingen van “Afdeling 2. Bekendmaking en inwerkingtreding, Hoofdstuk 1. Akten van het lokaal bestuur, Titel 5. De werking van het lokaal bestuur" DLB.
De gemeenteraad keurt het gewijzigd belastingreglement betreffende de verrichtingen van stedenbouwkundige en milieutechnische aard voor de aanslagjaren 2022 - 2025 goed.
Artikels 40, §3 en 41, 14° van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (DLB).
Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 6 december 2021 aangaande de wijziging van het gemeentelijk belastingreglement betreffende de verrichtingen van stedenbouwkundige en milieutechnische aard, aanslagjaren 2022-2025.
/
Wijzigingen
Artikels 5.2.6.2 en 5.2.6.4 van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening bepalen dat:
5.2.6.2 "Indien een of meerdere volgens de kwantitatieve normering te voorziene parkeerplaatsen en/of fietsstalplaatsen niet worden gerealiseerd, kan mits akkoord van de vergunningverlenende overheid voor maximum 1/3de van de vereiste normen een afwijking worden toegestaan mits toepassing van het belastingreglement hieromtrent".
5.2.6.4 "Indien er in de onmiddellijke omgeving voldoende openbare parkeerplaatsen en/of fietsstalplaatsen beschikbaar zijn, kan de vergunningverlenende overheid een afwijking op de kwantitatieve normering toestaan voor publiek toegankelijke functies(vb. restaurant, winkel,...). In dat geval is het belastingreglement van toepassing".
De bepaling hernomen in artikel 5.2.6.4 werden toegevoegd aan de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening met het oog op de aanwezigheid van lokale handelaars in de dorpskern te stimuleren en zo de dorpskern te versterken. Er kan door de vergunningverlenende overheid een afwijking worden toegestaan op de kwantitatieve normering inzake parkeernormen, mits de heffing van een belasting.
De bepalingen rond deze nieuwe belasting worden toegevoegd aan het huidig belastingreglement.
Toelichting tarieven
Uit een onafhankelijke werklastmeting van 24 februari 2014 uitgevoerd door Deloitte en Touche in samenwerking van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG), de Vereniging van Vlaamse Provincies (VVP), het departement Leefmilieu, natuur en Energie van de Vlaamse Overheid en het departement Ruimte Vlaanderen van de Vlaamse Overheid bleek dat de inwerkingtreding van het Omgevingsvergunningsdecreet de werklast van de gemeentelijke stedenbouwkundige- en milieuambtenaren zou verhogen.
Uit een bevraging van de VVSG van 28 november 2018 blijkt dat één op de twee gevallen een personeelslid van de gemeente bedrijven of burgers moet ondersteunen bij het digitaal indienen, en dat één op drie aanvragen nog op papier worden ingediend. De gemeente moet vervolgens het dossier zelf digitaliseren.
De werklast en de externe en interne kosten verbonden met het leveren van de bestaande administratieve diensten werd in 2019, één jaar na de invoering van de omgevingsvergunning, opnieuw geëvalueerd. Hierbij werd eveneens rekening gehouden met de gehanteerde tarieven voor de administratieve afhandeling van omgevingsvergunningen en andere attesten of formulieren bij de naburige gemeenten.
Het is aangewezen om bij het afleveren van een omgevingsvergunningen voor stedenbouwkundige handelingen met meerdere woonentiteiten een bijkomende dossierkost aan te rekenen per bijkomende woonentiteit.
Er werd een spoedprocedure voor de aflevering van stedenbouwkundige inlichtingen geïntroduceerd. De vastgestelde termijn voor het afleveren van stedenbouwkundige inlichtingen is dertig dagen, de werkelijke termijn waarbij de stedenbouwkundige inlichtingen worden afgeleverd door de gemeentediensten bedraagt ongeveer veertien dagen. De dienst krijgt alsnog geregeld de vraag van notariskantoren om deze sneller af te leveren. Door middel van een spoedprocedure kan de notaris binnen 3 werkdagen (onder voorbehoud) de aangevraagde stedenbouwkundige inlichtingen ontvangen, tegen een meerprijs.
Het aanrekenen van de integrale kostprijs omtrent wettelijke publicaties (bv. tijdens Eurostadion dossier) werd toegevoegd aan het belastingreglement.
Het aanrekenen van een forfaitair bedrag voor het houden van een informatievergadering werd toegevoegd aan het belastingreglement.
Het aanrekenen van de dossierkost om advies te vragen aan Inter, de instantie die stedenbouwkundige plannen controleert op de toegankelijkheid, werd toegevoegd aan het reglement.
Het besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening betreffende toegankelijkheid (5 juni 2009) regelt de toegankelijkheid van gebouwen voor mindervaliden (hierna: gewestelijke verordening inzake toegankelijkheid) .
De verordening is van toepassing op:
meergezinswoningen met minstens 6 wooneenheden;
toeristische acccomodaties met 10 of meer kamers;
publiek toegankelijke gebouwen.
De gewestelijke verordening inzake toegankelijkheid bevat veel technische regels over afmetingen en hellingsgraden die op dit ogenblik eigenlijk niet getoetst worden door de dienst Vergunningen. Nu wordt enkel als voorwaarde opgelegd dat de aanvraag aan de verordening dient te voldoen. Dit geeft natuurlijk problemen naar de toegankelijkheid van dergelijke gebouwen.
De instantie Inter-Toegankelijk Vlaanderen is een adviesinstantie die stedenbouwkundige plannen toetst aan de gewestelijke verordening inzake toegankelijkheid.
Dit gebeurt tegen betaling volgens de onderstaande tarieven:
Toepassingsgebied
| Soort project | Type kostprijs | Tarief (excl.BTW) | |
| Niet van toepassing | forfait | 76 euro | |
| Art. 3 Algemene publieke functies |
< 150m² | forfait | 115 euro |
| 150m² ≤ x ≤ 400m² | forfait | 190 euro | |
| > 400m² | forfait | 305 euro | |
| Art. 4 Toeristische verblijfsacc. |
≤ 10 accomodaties | forfait | 115 euro |
| > 10 acc. ≤ 2 aangepaste kamers |
forfait | 190 euro | |
| > 10 acc. > 2 aangepaste kamers |
forfait | 305 euro | |
| Art. 5 Wonen |
6 - 20 wooneenheden | forfait | 190 euro |
| ≥ 20 wooneenheden | forfait | 305 euro | |
| kamerwoningen studentenhuizen ≥ 20 kamers |
forfait | 305 euro | |
| gezondheidsinst. welzijnsinst. ≥ 20 kamers |
forfait | 305 euro | |
| Meer ingewikkelde dossiers | Gemengde toepassingsgebieden (meerdere functies in een project) | regie | 76 euro/uur |
| ≥ 7500m² | regie | 76 euro/uur | |
| 2de of volgende behandeling van gekend dossier (vb herindiening na weigering, betwisting...) | regie | 76 euro/uur |
Volgende bepalingen werden toegevoegd aan het reglement:
Er wordt door INTER een kost aangerekend voor het advies in het kader van de Vlaamse stedenbouwkundige verordening betreffende toegankelijkheid voor publiek toegankelijke gebouwen.
Het bedrag dat door INTER aan de gemeente in dit kader wordt aangerekend, is het bedrag van de belasting.
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke- of rechtspersoon die de vergunning aanvraagt.
Het reglement voorziet in een kost voor het rooien van bomen. Bomen spelen een onbetwistbare rol in het groene karakter van de gemeente en leveren een bijdrage tegen de klimaatopwarming.
Er worden regelmatig omgevingsvergunningen aangevraagd voor het rooien van bomen. Dit is jammer aangezien bomen bijdragen tot het groene karakter van een gemeente en bijdragen tot meer duurzaamheid. Er wordt zelden een compensatie opgelegd, aangezien dit niet altijd mogelijk is en de controle hierop ook niet evident is, zeker niet pro-actief. Om het rooien van bomen toch enigszins te ontmoedigen wordt een forfaitair bedrag van 50 euro per te rooien boom als bouwtaks opgelegd. Dit bedrag is niet onredelijk, de bouwtaks kan teruggevorderd worden wanneer aangetoond wordt dat er een compensatie heeft plaatsgevonden. Indien het rooien van de boom vrijgesteld is van vergunning, dient er uiteraard geen bouwtaks aangerekend te worden. Dit is het geval wanneer de boom zich in een straal van 15m van de vergunde woning bevindt, geen deel uitmaakt van een bos, en zich in woongebied - agrarisch gebied of industriegebied bevindt.
Volgende bepaling werd toegevoegd aan het reglement:
f) Voor het rooien van een boom wordt een belasting aangerekend van 50 euro per boom, voor zover voor het rooien een omgevingsvergunning nodig is. Deze is pas verschuldigd 12 maanden nadat de omgevingsvergunning voor het rooien van de bomen werd uitgereikt, tenzij op sluitende wijze (door middel van een vaststelling ter plaatse, aankoopfactuur, foto's,...) kan worden aangetoond dat sinds het rooien van de betrokken boom op hetzelfde perceel een nieuwe boom werd aangeplant.
De belasting voor het verschaffen van digitale kopieën van vergunningen en/of plannen is afgestemd op de dekking van de gemaakte administratieve kosten. Het digitaliseren van plannen is tijdrovend, hiervoor werd recent een nieuwe, dure scanner aangekocht.
Rekening houdend met de financiële toestand van de gemeente.
Raadslid Kirsten HOEFS krijgt het woord en merkt op dat er een grote wijziging wordt doorgevoerd in de schadevergoeding die betaald moet worden als een parkeerplaats niet gerealiseerd wordt. Als in de nabije omgeving een openbare parking aanwezig is, wordt de schadevergoeding verlaagd van € 15.000 naar € 2.000. De fractie CD&V vraagt zich af waar dit bedrag vandaan komt omdat de redenering altijd is geweest dat de gemeente met het schadebedrag elders een parkeerplaats moet kunnen realiseren.
Schepen Bart LAEREMANS krijgt het woord en antwoordt dat de wijziging is bedoeld om de leefbaarheid in de dorpskernen te versterken. In de stedenbouwkundige verordening is destijds besloten om in een apart belastingreglement te voorzien, met als doel dat publiek toegankelijke functies in het centrum, zoals winkels of restaurants, gevestigd kunnen worden, als er onvoldoende parkeerplaatsen op eigen grond mogelijk zijn. Hiermee wil de gemeente voorkomen dat winkeliers de kernen verlaten, om zich te vestigen op locaties waar meer parkeergelegenheid gerealiseerd kan worden. Als blijkt dat het bedrag van € 2.000 te weinig blijkt te zijn, kan dit in de volgende legislatuur nog aangepast worden.
Raadslid Kirsten HOEFS krijgt opnieuw het woord en stelt dat ze niet tegen de regeling is en dat ze het goed vindt dat er een mogelijkheid is om af te wijken van de parkeernorm, maar begrijpt niet hoe het bedrag van € 2.000 tot stand is gekomen, omdat het te weinig is om elders een parkeerplaats te realiseren terwijl men overal parkeerplaatsen tekort komt.
Schepen Bart LAEREMANS benadrukt dat het gaat om locaties waar al parkeerplaatsen zijn en waarvan het college inschat dat deze geschikt zijn voor het vestigen van een winkel of een restaurant. Het verschil met de vorige regeling is dat men toen maar met een derde mocht afwijken van het aantal parkeerplaatsen. Een onderbouwing voor het bedrag van € 2.000 is er niet. De diensten hebben dit bedrag voorgesteld. Het zal later geëvalueerd worden.
Raadslid Eddie BOELENS krijgt het woord en sluit zich grotendeels aan bij het betoog van raadslid HOEFS. Hij merkt op dat in het reglement ook staat dat belasting op parkeerplaatsen niet verschuldigd is op plaatsen waar geen parkeer- of fietsstalplaatsen mogen of kunnen worden voorzien volgens de stedenbouwkundige verordening. Hij vraagt naar de reden van deze bepaling en of dit niet tot oeverloze discussies gaat leiden. Men zou kunnen denken dat deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat de toekomstige bibliotheek in de problemen komt met zijn parkeerplaatsen.
Over het rooien van de bomen merkt raadslid BOELENS op dat € 50 niet in verhouding staat tot de waarde van een volwassen boom. Ook vindt hij de gemeente zeer laks in het compenseren van gekapte bomen, doordat er zo veel uitzonderingen mogelijk zijn op het decreet op het kappen van bomen. Hij vindt het compleet tegengesteld aan wat de gemeente met haar klimaatbeleid wil en wat haar ambitie is in het aanplanten van bomen ter compensatie.
Schepen Bart LAEREMANS repliceert dat de regelgeving over het kappen van bomen nu geen discussiepunt is. Het artikel over het rooien van bomen is ervoor bedoeld dat de belasting niet hoeft te worden betaald als men een boom vervangt door een andere. Als de kap vergunningsplichtig is, wil de gemeente het koppelen aan een taks, die men niet hoeft te betalen als men binnen een bepaalde tijd eenzelfde boom in dezelfde omgeving plaats. Hiermee worden inwoners juist aangemoedigd om een nieuwe boom te planten.
Raadslid Eddie BOELENS krijgt opnieuw het woord en merkt op dat het bedrag beter € 200 kan zijn als de gemeente de taks als afschrikmiddel wil gebruiken, omdat € 50 een 'lachertje' is.
Schepen Bart LAEREMANS stelt dat niet de bedoeling is dat de taks wordt geheven, maar dat mensen worden aangezet om de boom te compenseren. Het bedrag kan later nog geëvalueerd worden. Ook de paragraaf over fietsenstallingen zal worden meegenomen in de evaluatie. Het ging in essentie erom dat kernversterkende functies in het centrum van de gemeente worden mogelijk gemaakt.
Raadslid Trui OLBRECHTS krijgt het woord en heeft in 2019 gevraagd of de gemeente planregisters kan afleveren. Ze vraagt naar de stand van zaken.
Schepen Bart LAEREMANS krijgt tot slot het woord en stelt dat hij zich niet kan herinneren dat hij dit heeft laten natrekken. Hij zal dit aan de bevoegde dienst vragen en de vraag schriftelijk beantwoorden.
/
Artikel 1.
Onderstaand gewijzigd reglement goed te keuren:
Gemeentelijk belastingreglement betreffende de verrichtingen van stedenbouwkundige en milieutechnische aard - Aanslagjaren 2022 - 2025
Artikel 1 - belastbare grondslag
Met ingang van 1 januari 2022 voor een termijn eindigend op 31 december 2025 wordt een gemeentebelasting gevestigd op:
Art. 2. - definities
Analoge zending: een aangetekende brief of een afgifte tegen ontvangstbewijs.
Digitale zending: een zending via het omgevingsloket of het uitwisselingsplatform, op voorwaarde dat de gegevens worden uitgewisseld conform de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.
RWA: Regenwaterafvoer of hemelwaterafvoer.
DWA: Droogwederafvoer of afvalwaterafvoer.
MOBER: mobiliteitseffectenrapport.
IBA: individuele behandeling van afvalwater.
Art. 3. - belastingplichtige
De belasting is in eerste instantie verschuldigd door de aanvrager/houder van de omgevingsvergunning, stedenbouwkundige vergunning of milieuvergunning, -inlichting of -handeling en in tweede instantie door de eigenaar van het perceel waarop de uit te voeren werken of na te komen verplichtingen betrekking hebben.
De eigenaar van de grond is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting, in geval van onverdeeldheid zijn de onverdeelde eigenaars van de grond hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
De aanvrager is verplicht bij het gemeentebestuur aangifte te doen.
Art. 4. - tarief en minimaal bedrag
A. DOSSIERKOSTEN
§ 1 – ALGEMEEN
| Aanvraag tot stedenbouwkundige inlichtingen met uittreksel uit plannen- en vergunningenregister |
200,00 euro |
|
|
| Aanvraag tot stedenbouwkundige inlichtingen zonder uittreksel uit plannen- of vergunningenregister |
100,00 euro |
|
|
| Uittreksel uit plannen- of vergunningenregister |
50,00 euro |
|
|
| Aanvraag tot stedenbouwkundige inlichtingen met uittreksel uit plannen- en vergunningenregister Spoedprocedure |
250,00 euro |
|
|
| Aanvraag tot stedenbouwkundige inlichtingen zonder uittreksel uit plannen- of vergunningenregister spoedprocedure |
150,00 euro |
|
|
| Uittreksel uit plannen- of vergunningenregister spoedprocedure |
50,00 euro |
|
|
| Aanvraag tot stedenbouwkundig attest |
75,00 euro |
|
|
| Aanvraag tot planologisch attest: |
400,00 euro |
|
|
| Verdelingen van gronden notarissen |
50,00 euro |
|
|
| Conformiteitsattest (kamer)woningen |
|||
|
62,50 euro |
|
|
|
12,50 euro |
|
|
|
1250,00 euro |
|
|
|
0,00 euro |
|
|
|
0,00 euro |
|
|
| Aanvraag van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen en/of de exploitatie of overname van een ingedeelde inrichting: |
|||
|
200,00 euro |
|
|
|
100,00 euro
3000,00 euro |
|
|
|
200,00 euro |
|
|
|
2500,00 euro
1250,00 euro |
|
|
|
1000,00 euro |
|
|
|
500,00 euro |
|
|
|
300,00 euro
250,00 euro |
|
|
| Aanvraag van een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden: |
|||
|
500,00 euro |
|
|
|
250,00 euro |
|
|
|
100,00 euro |
|
|
| Melding van stedenbouwkundige handelingen en/of de exploitatie of overname van een ingedeelde inrichting of activiteiten: |
|||
|
50,00 euro 100,00 euro |
|
|
|
75,00 euro |
|
|
| Verzoek bijstelling of afwijking van de milieuvoorwaarden: |
|||
|
500,00 euro |
|
|
|
250,00 euro |
|
|
| Verzoek bijstelling of afwijking van de voorwaarden: |
|||
| Aanvraag tot bijstelling van de verkaveling |
250,00 euro |
|
|
| Mededeling met vraag tot omzetting van een milieuvergunning naar een omgevingsvergunning van onbepaalde duur: |
|||
|
3000,00 euro |
|
|
|
2500,00 euro |
|
|
|
1250,00 euro |
|
|
|
1000,00 euro 500,00 euro |
|
|
|
300,00 euro |
|
|
| Projectvergadering ter voorbereiding van een vergunningsaanvraag: |
|||
| milieu én stedenbouwkundig |
300,00 euro |
|
|
| milieu of stedenbouwkundig |
200,00 euro |
|
|
| Aanvraag tot het verstrekken van omgevingsvergunning- of stedenbouwkundige(o.a. geldende plannen) of milieutechnische informatie (o.a. VLAREBO en/of VLAREM-opzoekingen) per kadastraal perceel: |
|||
|
60,00 euro |
|
|
|
60,00 euro |
|
|
|
120,00 euro |
|
|
| Aanvraag tot het verstrekken van diverse omgevings- of stedenbouwkundige en milieuvergunningen, milieu(technische) attesten/documenten (o.a. kopie van vergunning, attest van stopzetting, vrijstellingsattest voor de heffing op de waterverontreiniging bij het gebruik van een IBA,…) per attest of document: |
|||
|
10,00 euro |
|
|
|
20,00 euro |
|
|
|
15,00 euro |
|
|
|
20,00 euro |
|
|
|
20,00 euro |
|
|
| Overige tarieven: |
|||
|
Kosten integraal doorgerekend aan de aanvrager |
|
|
|
Kosten integraal doorgerekend aan de aanvrager + 10% administratieve kosten |
|
|
|
150,00 euro |
|
|
|
500,00 euro |
|
|
|
Kostprijs advies |
|
|
|
|
|
|
|
De dossierkosten zijn cumulatief voor aanvragen van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen en de exploitatie van een ingedeelde inrichting
Er wordt door INTER een kost aangerekend voor het advies in het kader van de Vlaamse stedenbouwkundige verordening betreffende toegankelijkheid voor publiek toegankelijke gebouwen
Het bedrag dat door INTER aan de gemeente in dit kader wordt aangerekend, is het bedrag van de retributie. De dossierkost is verschuldigd door de natuurlijke- of rechtspersoon die de vergunning aanvraagt.
De dossierkosten dienen voorafgaandelijk aan het indienen van een aanvraag voor een omgevingsvergunning betaald te worden en een bewijs van overschrijving van dit bedrag dient bijgevoegd te worden bij de aanvraag van een omgevingsvergunning.
B. BOUWTAKS
a) BOUWEN, VERBOUWEN EN HERBOUWEN VAN GEBOUWEN
De belasting wordt berekend naar verhouding van het totaal volume van het gebouw of de constructie, met inbegrip van de bruikbare ondergrondse gedeelten, maar met uitsluiting van de eigenlijke grondvesten.
Voor gebouwen of constructies zal voor het vaststellen van het volume uitgedrukt in kubieke meter, gerekend worden met de buitenkant van de muren en de daken.
Voor de tussen de vleugels van een gebouw of constructie volledig ingesloten binnenruimte geldt in het bijzonder dat de luchtruimte uitgedrukt in kubieke meters van de overdekte gedeelten van het gebouw mee in aanmerking genomen wordt als grondslag voor de berekening van de bouwtaks, ongeacht of deze overdekte gedeelten volledig afgesloten zijn. Het volume dat in dit geval in aanmerking genomen wordt om de grondslag van de bouwtaks te bepalen is het volume dat ligt binnen de ruimte die ontstaat wanneer vanaf de dakrand in een rechte lijn aansluiting wordt gemaakt met de effectief gebouwde muren of andere infrastructuur.
Voor gebouwen of constructies met één of meer gemeenschappelijke muren zal de inhoud berekend worden met de afmetingen van de buitenkant van het gebouw of tot in de as(sen) van de gemeenschappelijke muren.
De belasting voor woongebouwen wordt als volgt vastgesteld:
Ingeval van uitbreiding van een gebouw is de belasting enkel voor het nieuw gedeelte verschuldigd.
De belasting voor gebouwen voor overwegend industriële, commerciële, ambachtelijke, sport, vrije tijd of amusementsdoeleinden wordt als volgt vastgesteld:
Voor het slopen van gebouwen of delen van gebouwen, welke niet vallen onder “Hoofdstuk 13 Afbraak” van het “Besluit van de Vlaamse regering tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is”, zonder de oprichting van nieuwbouw, dient een forfaitaire belasting van €250,00 te worden betaald.
b) WIJZIGEN VAN GEVELS
Bij het wijzigen gevels wordt een forfaitaire belasting aangerekend van 50 euro. Voor het louter (her)schilderen van gevels wordt geen bouwtaks aangerekend.
c) LUIFELS EN OVERKAPPINGEN AAN DE GEVEL
Voor de constructie van luifels en niet-gesloten overkappingen aan de gevel bedraagt de belasting 6 euro per m².
d) OPRICHTEN VAN ZENDANTENNES, PYLONEN EN MASTEN
De belasting voor het oprichten van zendantennes, pylonen en masten bedraagt 32,5 euro/m (hoogte).
e) ZWEMBADEN
De belasting voor het oprichten van zwembaden wordt berekend aan de hand van het volume van het zwembad en bedraagt 3 euro per m³.
f) ROOIEN VAN BOMEN
Voor het rooien van een boom wordt een belasting aangerekend van 50 euro per boom, voor zover voor het rooien een omgevingsvergunning nodig is. Deze is pas verschuldigd 12 maanden nadat de omgevingsvergunning voor het rooien van de bomen werd uitgereikt, tenzij op sluitende wijze (door middel van een vaststelling ter plaatse, aankoopfactuur, foto's,...) kan worden aangetoond dat sinds het rooien van de betrokken boom op hetzelfde perceel een nieuwe boom werd aangeplant.
C. AANSLUITING OP HET OPENBAAR RIOLERINGSNET OF LOZING IN HET OPENBAAR GRACHTENSYSTEEM
De belasting wordt geheven voor de realisatie van de aangevraagde aansluiting op het openbare rioleringsnet of op het openbare grachtensysteem van ofwel een RWA alleen, ofwel een DWA alleen, ofwel RWA en DWA gelijktijdig, op aanvraag van de eigenaar van het goed waarvoor een aansluiting nodig is. De aansluiting gebeurt uitsluitend door een door de gemeente aangeduide aannemer.
De belasting bestaat uit de werkelijke uitvoeringskosten voor het realiseren van de aansluiting, gemaakt door een door de gemeente aangestelde aannemer, ongeacht of de aansluiting gebeurt op een gemengd openbaar rioleringsnet of op een gescheiden openbaar rioleringsstelsel, met of zonder grachten.
De belasting wordt geheven per realisatie van de aangevraagde rioleringsaansluiting van een infrastructuur (woningen, ingedeelde inrichtingen volgens VLAREM ongeacht de klasse, individuele behandelingsinstallatie (IBA), appartementsblok, verkaveling, verharde oppervlakte, garageboxen, e.d.,…).
D. PARKEERPLAATSEN EN FIETSSTALPLAATSEN
Per ontbrekende parkeerplaats op basis van de voorwaarden in de omgevingsgunning is er een belasting van 15.000 euro verschuldigd. Er is eveneens een belasting van 15.000 euro verschuldigd als de bestemming van de parkeerplaats wordt gewijzigd waardoor niet langer voldaan wordt aan de voorwaarden in de omgevingsvergunning.
Per ontbrekende fietsstalplaats op basis van de voorwaarden in de omgevingsvergunning is er een belasting van 750 euro verschuldigd. Er is eveneens een belasting van 750 euro verschuldigd als de bestemming van de fietsstalplaats wordt gewijzigd waardoor niet langer voldaan wordt aan de voorwaarden in de omgevingsvergunning
Voor publiek toegankelijke functies (vb. restaurant, winkel,…) in de onmiddellijke omgeving van een openbare parking wordt de belasting per ontbrekende parkeerplaats vastgesteld op 2.000 euro en per ontbrekende fietsstalplaats op 100 euro als de vergunningverlenende overheid heeft geoordeeld dat een afwijking op de parkeernorm toegestaan kan worden.
Het aantal parkeerplaatsen en fietsstalplaatsen dat voorzien moet worden, wordt berekend op basis van de parkeernormen opgenomen in de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening.
De belasting kan worden teruggevorderd indien binnen de 12 maanden na aflevering van de vergunning waarbij deze belasting werd gevestigd:
De aanvraag tot terugbetaling dient door de belastingplichtige te gebeuren binnen de drie maand nadat de parkeerplaats of fietsstalplaats beschikbaar is. Na schriftelijke melding door de belastingplichtige wordt het voldoen aan de voorwaarden gecontroleerd door het bestuur. Dit ofwel door middel van een visuele controle of door middel van de door de belastingplichtige ter beschikking gestelde documenten (authentieke akte,...).
Indien deze controle positief is, wordt de belasting terugbetaald.
De belasting op parkeerplaatsen of fietsstalplaatsen is niet verschuldigd op plaatsen waar de parkeerplaatsen en/of fietsstalplaatsen niet mogen of kunnen worden voorzien omwille van bepalingen in de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening en/of vigerende wetgeving en de vergunningverlenende overheid heeft geoordeeld dat daardoor een afwijking op de parkeernorm toegestaan kan worden.
§ 2 - WAARBORGEN EN KOSTEN OPENBAAR ONDERZOEK
A. WAARBORGEN
Waarborgen worden gestort onder de vorm van een geblokkeerde spaar- of termijnrekening.
a) Vergunning onder voorwaarden
Bij aflevering van een vergunning onder voorwaarden kan een waarborg gesteld worden. Bedrag en termijn worden door het college van burgemeester en schepenen bepaald in functie van de situatie.
b) Groenscherm
Verschuldigd bedrag bedraagt 2.500 euro.
De waarborg wordt ten laatste teruggegeven 3 jaar na de aanplanting en op verzoek van de eigenaar, na vaststelling van aanplanting en instandhouding.
B. KOSTEN OPENBAAR ONDERZOEK
Indien voor de behandeling van de aanvraag een openbaar onderzoek wordt georganiseerd, worden de gemaakte verzendingskosten aangerekend en afzonderlijk vermeld.
C. KOSTEN ADMINISTRATIEVE LUS
Indien voor de behandeling van de aanvraag een administratieve lus, zoals bepaald onder afdeling 6 artikel 13 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, dient te worden toegepast door toedoen van de aanvrager wordt hiervoor een extra dossierkost van 50,00 euro aangerekend.
§ 3 – Bij toepassing van onderhavig reglement wordt elk gedeelte van een lopende/vierkante/kubieke meter (per te berekenen onderdeel van de belasting) beschouwd als een gehele lopende/vierkante/kubieke meter.
Art. 5. - vrijstelling van belasting
Hierna vermelde vrijstellingen zijn van toepassing op art. 4, §1, punt B en §2, A en B.
Zijn vrijgesteld van de belasting:
A. het bouwen van gebouwen door of op initiatief van:
Indien vermoed kan worden dat het bouwen door en/of het initiatiefrecht van één van de aangehaalde actoren zou zijn ingegeven met als oogmerk de financiële belangen van het gemeentebestuur te schaden, kan deze laatste zich het recht voorbehouden de belasting toch te vestigen ten aanzien van de eigenaar van de grond.
B. De gebouwen die door dezelfde eigenaar worden heropgebouwd na ontploffing, brand, stormschade of andere ongevallen, tenzij het volume vermeerderd wordt. Enkel de eventuele uitbreiding wordt belast.
Art. 6. - gebouwen gedeeltelijk op Grimbergen
Gebouwen opgericht op een grond gedeeltelijk op het grondgebied van Grimbergen en een of meerdere andere gemeenten, worden slechts belast voor de delen van de gebouwen op het grondgebied van Grimbergen.
Art. 7. - wijze van invordering
De belasting wordt contant ingevorderd met afzonderlijke vermelding (indien van toepassing) van:
Art. 8.
Dossierkosten en, desgevallend, kosten voor het openbaar onderzoek dienen betaald te worden, ongeacht een eventuele intrekking van de aanvraag of een eventueel niet gebruiken van de vergunning.
Art. 2.
Dit besluit bekend te maken overeenkomstig de bepalingen van “Afdeling 2. Bekendmaking en inwerkingtreding, Hoofdstuk 1. Akten van het lokaal bestuur, Titel 5. De werking van het lokaal bestuur" DLB.
De gemeenteraad keurt de wijziging van het retributiereglement voor het ter beschikking stellen van gemeentelijke sportinfrastructuur voor de periode 1 januari 2022 tem. 31 december 2025 goed.
Artikels 40, §3 en 41, 14° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
/
Wijzigingen
Vanaf 1 januari 2022 worden de tarieven aangaande het gebruik van het zwembad Pierebad geschrapt uit het reglement. Dit in navolging van de overdracht van het zwembad Pierebad aan Lago Grimbergen Pierebad nv.
Artikel 4 "wijze van invordering" wordt toegevoegd aan het reglement.
Toelichting tarieven
Het is noodzakelijk om voor het gebruik van de gemeentelijke sportinfrastructuur een redelijke en aanvaardbare vergoeding te vragen.
Bij het vaststellen van de gebruikstarieven wordt rekening gehouden met een aantal parameters zoals:
Het gebruik van sportinfrastructuur gebeurt overwegend volgens seizoenen die lopen van de maand augustus van een jaar tot de maand juni van het daaropvolgend jaar. Met dit gegeven dient rekening te worden gehouden bij de toe te passen retributies.
In principe kunnen sporthallen niet verhuurd worden voor niet-sportief gebruik (cf. collegebeslissing 22/10/2019). Hierop zijn enkele uitzonderingen voorzien:
Over de tarieven voor het gebruik van de gemeentelijke sporthallen en van de gemeentelijke voetbalvelden werd géén overleg gepleegd met de Sportraad.
De tarieven worden jaarlijks aangepast per 1 september volgens de stijging van het consumentenindexcijfer.
Prijsverhoging vanaf 1 september 2016:
De prijsverhoging zal pas toegepast worden wanneer de indexatie meer dan 10 eurocent bedraagt:
Afrondingen gebeuren als volgt (cfr. financiële instellingen):
/
Artikel 1.
Onderstaand gewijzigd reglement goed te keuren:
Gemeentelijk retributiereglement op het ter beschikking stellen van gemeentelijke sportinfrastructuur, periode 1 januari 2022 tem. 31 december 2025
Artikel 1. - belastbare grondslag
Met ingang van 1 januari 2022 voor een termijn eindigend op 31 december 2025 wordt een retributie gevestigd op het ter beschikking stellen van gemeentelijke sportinfrastructuur.
Art. 2. - tarieven
De retributie wordt als volgt vastgesteld:
§ 1. Gebruik gemeentelijke sporthallen en bijlokalen
Voor het sportief gebruik van sportterreinen in de gemeentelijke sporthallen en van de kleine zalen behorend tot een sportcentrum:
Tarief I: bij gebruik aangevraagd voor een volledig seizoen (tarieven gelden per uur en per terrein).
Voor verenigingen die lid zijn van de sportraad van Grimbergen of een andere Grimbergse raad wordt het voorkeurtarief toegepast: er worden 40 weken aangerekend aan het gangbare tarief en maandelijks (van september tot juni) wordt 1/10 van het totaal verschuldigde bedrag aangerekend.
Tarief II: bij occasioneel gebruik (tarieven gelden per uur en per terrein).
|
|
Tarief I |
Tarief II |
| gemeentelijke clubs, lid van de sportraad, met jeugdwerking |
5,00 euro |
10,00 euro |
| gemeentelijke clubs, lid van de sportraad, zonder jeugdwerking |
10,00 euro |
20,00 euro |
| gemeentelijke clubs lid van andere raad |
10,00 euro |
20,00 euro |
| gemeentelijke clubs geen lid van andere raad |
20,00 euro |
30,00 euro |
| particulieren wonend in de gemeente |
n.v.t. |
30,00 euro |
| clubs of particulieren van buiten de gemeente |
n.v.t. |
45,00 euro |
Uitzondering:
Voor het NIET sportief gebruik van sportterreinen in de gemeentelijke sporthallen:
uitdovend toe te staan in de sporthal van Humbeek:
jaarlijks schoolfeest GBS Humbeek, géén vaste data (gratis ter beschikking)
jaarlijks schoolfeest VBS Humbeek, géén vaste data (gratis ter beschikking)
jaarlijks Harmonieconcert Humbeek in de loop van de maand maart, afhankelijk van de krokusvakantie (250,00€ per dag)
jaarlijks Schlagerfestivel Humbeek, in de maand mei-juni, buiten de competitieperiode (250,00€ per dag)
uitdovend toe te staan in de sporthal van Borgt:
jaarlijks schoolfeest GBS Borgt, géén vaste data (gratis ter beschikking)
jaarlijks eetfestijn GBS Borgt, géén vaste data (gratis ter beschikking)
jaarlijks Harmonieconcert Borgt in de loop van de maand maart, afhankelijk van de krokusvakantie (250,00€ per dag)
uitdovend toe te staan in de sporthal van Verbrande Brug:
Na goedkeuring van het college, ten uitzonderlijke titel, kunnen de sporthallen ter beschikking gesteld worden aan niet-sportieve evenementen aan het gangbare tarief van 250,00€ per dag.
§ 2. Gebruik voetbalterreinen
Om de facturatie correct toe te passen dienen alle voetbalverenigingen jaarlijks, voor de aanvang van het nieuwe competitieseizoen, de lijst van de ingeschreven ploegen bij de respectievelijke erkende Vlaamse federaties door te geven aan de sportdienst, door een officieel bericht van de desbetreffende federatie.
Indien een bepaalde ploeg (bijvoorbeeld recreatieve veteranenploeg) niet aangesloten is bij een erkende Vlaamse Federatie, volstaat een verklaring op eer van de club voor deze respectievelijke ploeg(en).
Voor het sportief gebruik van gemeentelijke voetbalterreinen:
Tarief I: bij gebruik aangevraagd voor een volledig seizoen (tarief per seizoen).
Tarief II: bij occasioneel gebruik, tarieven per uur en per terrein. Niet van toepassing indien de voetbalclub gebruik maakt van een ander dan haar thuisterrein(en) volgens het uurrooster vastgelegd door de sportdienst.
|
|
Tarief I |
Tarief II |
| Erkende gemeentelijke clubs met jeugdwerking: |
|
|
|
800 euro per cluster (er zijn 9 clusters: U5, U6, U7, U8, U9, U10, U11, U12 en U13) |
n.v.t. |
|
800 euro per ploeg (voor 2 ploegen binnen dezelfde cluster wordt dus 2x 800 euro aangerekend) |
n.v.t. |
|
1400 euro per ploeg |
n.v.t. |
| Erkende Gemeentelijke recreatieploegen zonder jeugdwerking: |
1000 euro per ploeg |
n.v.t. |
| Gemeentelijke clubs, lid van de sportraad, met jeugdwerking |
n.v.t. |
15,00 euro |
| Gemeentelijke clubs, lid van de sportraad, zonder jeugdwerking |
n.v.t. |
30,00 euro |
| Gemeentelijke clubs lid van andere raad |
n.v.t. |
30,00 euro |
| Gemeentelijke clubs geen lid van andere raad |
n.v.t. |
45,00 euro |
| Particulieren wonend in de gemeente |
n.v.t. |
45,00 euro |
| Clubs of particulieren van buiten de gemeente |
n.v.t. |
60,00 euro |
Uitzondering:
Voor de jeugdploegen U5 tot en met U13 van FC Beigem, wordt op het geldende tarief een korting van 50% toegepast op voorwaarde dat deze ploegen werkelijk gebruik maken van het kunstgrasveld dat door FC Beigem werd aangelegd op basis van het recht van opstal dat door de gemeente Grimbergen wordt verleend (5 de afdeling, sectie B, nrs.421G8 en nrs.428X3). Deze korting werd toegekend voor de levensduur van het kunstgrasveld die werd vastgesteld op 30 jaar (2015 -2045).
§ 3. Gebruik schietstand
Tarief I: bij gebruik aangevraagd voor een volledig seizoen (tarieven per uur en per schietstand)
Voor verenigingen die lid zijn van de sportraad van Grimbergen of een andere Grimbergse raad wordt het voorkeurtarief toegepast: er worden 40 weken aangerekend aan het gangbare tarief en maandelijks (van september tot juni) wordt 1/10 van het totaal verschuldigde bedrag aangerekend.
Tarief II: bij occasioneel gebruik (tarieven per uur en per schietstand)
Uitzondering:
Bij gebruik aangevraagd door de Strombeekse Scherpschutters voor een volledig seizoen: 5,00 euro per uur gebruik schietstand klasse 1 en schietstand klasse 2 samen.
GEBRUIK SCHIETSTAND 2 (luchtdrukwapens)
|
|
Tarief I |
Tarief II |
| Gemeentelijke clubs, lid van de sportraad, met jeugdwerking |
5,00 euro |
10,00 euro |
| Gemeentelijke clubs, lid van de sportraad, zonder jeugdwerking |
10,00 euro |
20,00 euro |
| Gemeentelijke clubs lid van andere raad |
10,00 euro |
20,00 euro |
| Gemeentelijke clubs geen lid van andere raad |
20,00 euro |
40,00 euro |
| Particulieren wonend in de gemeente |
n.v.t. |
40,00 euro |
| Clubs of particulieren van buiten de gemeente |
n.v.t. |
50,00 euro |
GEBRUIK SCHIETSTAND 1 (klasse 1, vuurwapens)
|
|
Tarief I |
Tarief II |
| Gemeentelijke schuttersvereniging, lid van de sportraad (tarief per uur) |
5,00 euro |
10,00 euro |
| Politiezones of publiekrechtelijke veiligheidsinstanties |
30,00 euro |
35,00 euro |
| Instanties die niet behoren tot bovenvermelde categorieën (zoals bewaking- of beveiligingsfirma’s) |
45,00 euro |
50,00 euro |
§ 4. Gebruik atletiekpiste
TARIEVEN INDIVIDUELE GEBRUIKERS ATLETIEKPISTE
50,00 euro per jaar plus een éénmalige vergoeding van 25,00 euro voor de badge/sleutel/toegangskaart. Deze vergoeding is niet gekoppeld aan het werkelijke gebruik van de piste en kan bijgevolg op geen enkele manier worden teruggevorderd.
Bij elk verlies of defect van de kaart of in elke andere situatie waarbij de gebruiker een nieuwe toegangskaart dient te bekomen, zal voorafgaandelijk een vergoeding van 25 euro verschuldigd zijn.
Gemeentelijke clubs die ook wensen te beschikken over een "toegangssleutel" voor hun trainers, bestuursleden e.d.m. zullen eveneens 25 euro vergoeding betalen per sleutel.
TARIEVEN VOOR VERENIGINGEN
Tarief I: gebruik voor een volledig seizoen (tarief per uur)
Voor verenigingen die lid zijn van de sportraad van Grimbergen of een andere Grimbergse raad wordt het voorkeurtarief toegepast: er worden 40 weken aangerekend aan het gangbare tarief en maandelijks (van september tot juni) wordt 1/10 van het totaal verschuldigde bedrag aangerekend.
Tarief II: bij occasioneel gebruik (tarief per uur)
|
|
Tarief I |
Tarief II |
| Gemeentelijke clubs, lid van de sportraad, met jeugdwerking |
15,00 euro |
30,00 euro |
| Gemeentelijke clubs, lid van de sportraad, zonder jeugdwerking |
30,00 euro |
60,00 euro |
| Gemeentelijke clubs lid van andere raad |
30,00 euro |
60,00 euro |
| Gemeentelijke clubs geen lid van andere raad |
45,00 euro |
90,00 euro |
| Buitengemeentelijke verenigingen |
n.v.t. |
180,00 euro |
§ 5. Gebruik openlucht tennisterreinen
Huur tennisterreinen bij gebruik aangevraagd voor een volledig zomerseizoen (april - oktober), enkel voor gemeentelijke clubs, lid van de sportraad, met jeugdwerking:
tennisterrein: 3 500,00 euro per terrein
midi-tennisterrein: 1 750,00 euro per terrein
§ 6. Tarieven feestelijkheden in volgende gemeentelijke lokalen die behoren tot een sportcentrum
feestzaal Borgt, feestzaal Verbrande Brug, feestzaal E. Soens en overdekte speelplaats school Humbeek
Tarief I: Grimbergse vereniging lid van een raad
Tarief II: Vlaamse vereniging van Grimbergen géén lid van een raad
Tarief III: Particulieren van de gemeente en/of firma gevestigd in de gemeente (alleen feestzaal Borgt, Soens en Verbrande Brug)
|
|
Tarief I |
Tarief II |
Tarief III |
| bestuursvergadering |
gratis |
n.v.t. |
n.v.t. |
| receptie met gratis drank (tarief per dag) |
45,00 euro |
90,00 euro |
90,00 euro |
| gebruik feestzaal (tarief per dag) |
90,00 euro |
180,00 euro |
180,00 euro |
| gebruik keuken (tarief per dag) |
90,00 euro |
90,00 euro |
90,00 euro |
| waarborg |
150,00 euro |
200,00 euro |
200,00 euro |
| gebruik container |
33,00 euro |
33,00 euro |
33,00 euro |
De feestzalen worden niet verhuurd aan buitengemeentelijke verenigingen en/of particulieren.
§ 7. Gebruik hondenpiste
Tarief I: gebruik voor een volledig seizoen (tarief per uur)
Voor verenigingen die lid zijn van de sportraad van Grimbergen of een andere Grimbergse raad wordt het voorkeurtarief toegepast: er worden 40 weken aangerekend aan het gangbare tarief en maandelijks (van september tot juni) wordt 1/10 van het totaal verschuldigde bedrag aangerekend.
Tarief II: bij occasioneel gebruik (tarief per uur)
|
|
Tarief I |
Tarief II |
| Gemeentelijke clubs, lid van de sportraad, met jeugdwerking |
5,00 euro |
30,00 euro |
| Gemeentelijke clubs, lid van de sportraad, zonder jeugdwerking |
10,00 euro |
60,00 euro |
| Gemeentelijke clubs lid van andere raad |
10,00 euro |
60,00 euro |
| Gemeentelijke clubs geen lid van andere raad |
15,00 euro |
90,00 euro |
| Buitengemeentelijke verenigingen |
n.v.t. |
180,00 euro |
§ 8. Gebruik paardenpiste
Het gebruik van de paardenpiste wordt exclusief toegekend aan Lenterik vzw, maatschappelijke zetel Veldkantstraat 343, 1850 Grimbergen voor een bedrag van 1 700,00 euro per jaar.
§ 9. Overige sportinfrastructuur
Gratis gebruik openluchtinfrastructuur:
petanque velden
loopparcours: Prinsenbos, Lintbos
visvijvers
Art. 3. - jaarlijkse aanpassing van de tarieven
De tarieven worden jaarlijks aangepast per 1 september volgens de stijging van het consumentenindexcijfer. Dit door middel van de coëfficiënt die wordt bekomen door het indexcijfer van de maand juli voorafgaand aan het aanslagjaar te delen door het indexcijfer van de maand juli 2013.
De prijsverhoging zal pas toegepast worden wanneer de indexatie meer dan 10 eurocent bedraagt.
Afrondingen gebeuren als volgt (cfr. financiële instellingen):
0,15 blijft 0,10;
0,16 wordt 0,20;
5,05 blijft 5,00;
5,06 wordt 5,10.
Art. 4. Wijze van invordering
De retributie wordt ingevorderd door middel van een factuur. Bij gebrek aan betaling in der minne zal de retributie ingevorderd worden overeenkomstig de bepalingen van artikel 177, 2° DLB.
Art. 2.
Dit besluit bekend te maken overeenkomstig de bepalingen van “Afdeling 2. Bekendmaking en inwerkingtreding, Hoofdstuk 1. Akten van het lokaal bestuur, Titel 5. De werking van het lokaal bestuur" DLB.
De gemeenteraad keurt het gewijzigd retributiereglement op het verzamelen en ophalen van afvalstoffen voor de periode 1 januari 2022 tem. 31 december 2025 goed.
Artikels 40, §3 en 41, 14° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
/
Het inzamelen en ophalen van afvalstoffen brengt voor het lokaal bestuur een aanzienlijke kost met zich mee. Het is vanzelfsprekend dat deze kosten, volgens het principe van de-vervuiler-betaalt, in bepaalde mate doorgerekend worden.
Vanaf 1 januari 2022 zal de uitbating van het recyclagepark van Grimbergen overgenomen worden door Incovo. De recyclageparken van Incovo vormen een netwerk met gelijke openingsuren en gelijke tarieven, waar inwoners van de verschillende gemeenten terecht kunnen.
Concreet kunnen de inwoners van Grimbergen vanaf 1 januari 2022 o.a. terecht op de recyclageparken van Grimbergen, Koningslo, Vilvoorde, Zemst en Meise.
De tarieven geldend binnen Incovo voor het recyclagepark van Grimbergen zullen worden opgenomen in een afzonderlijk belastingreglement.
De tarieven en de bepalingen van het recyclagepark die opgenomen werden in het huidig retributiereglement moeten dan ook geschrapt worden met ingang van 1 januari 2022.
Raadslid Eddie BOELENS krijgt het woord en heeft begrepen dat het ophalen van grofvuil op afroep door Incovo gaat gebeuren en vraagt naar de afspraken die hierover gemaakt zijn met zowel Incovo als met Intradura. Hij begrijpt de relevantie van de inhoudelijke verantwoording m.b.t. Incovo niet.
Schepen Yves VERBERCK antwoordt dat het ophalen van grofvuil op afroep bij Intradura blijft.
De financieel directeur Jan PLETINCKX krijgt het woord en legt de situatie uit. In het retributiereglement waren allerlei zaken geregeld op het gebied van vuilophaling en de recyclageparken. Alleen de passage over de recyclageparken werd eruit gehaald, omdat deze taak werd overgeheveld naar Incovo. Hiervoor is een apart reglement opgesteld. Het ophalen van grofvuil op afroep blijft door Intradura worden gedaan. De tekst is dus informatief.
/
Artikel 1.
Onderstaand gewijzigd reglement goed te keuren:
Gemeentelijk retributiereglement op het verzamelen en ophalen van afvalstoffen, periode 1 januari 2022 tem. 31 december 2025
Artikel 1.
Met ingang van 1 januari 2022 voor een termijn eindigend op 31 december 2025 wordt een retributie gevestigd op het verzamelen en het ophalen van bepaalde afvalstoffen.
§1. Voor het huis-aan-huis ophalen van grof huisvuil:
De inschrijving voor de ophaling gebeurt via een aanvraagformulier vastgesteld door het college van burgemeester en schepenen. De verschillende ophalingsdata in de zones kunnen geraadpleegd worden op de huisvuilkalender. Enkel het onder artikel 2 vermelde stortrecht zal hiervoor worden aangerekend.
§2. Voor het ophalen van andere afval:
Wanneer het afval niet kan beschouwd worden als grof vuil of wanneer de gewone ophaling niet zou volstaan, kan er met de gemeente een overeenkomst afgesloten worden voor het ophalen van allerlei vuilnis, met uitzondering van industrieel vuil. De vergoeding voor deze prestaties zal berekend worden op basis van de in dit reglement vermelde tarieven betreffende huren van materiaal en stortrecht.
§3. Voor het ophalen van supplementair afval op andere dan de gewone ophaaldagen:
Art. 2. - aanslagvoet, berekening
§1. Huren van materiaal en uurloon personeel: zie het retributiereglement voor de uitvoering van werken voor derden.
§2. Voor het ophalen
| Huis-aan-huis ophalen van grof huisvuil: |
|
| Van 0 t.e.m. 1 m³ |
20,00 euro |
| Vanaf 1 t.e.m. 2 m³ |
40,00 euro |
| Vanaf 2 t.e.m. 3 m³ |
60,00 euro |
| Ophalen van ander afval: |
|
| Occasioneel ophalen van los, ongeperst afval (prijs per m³, elk gedeelte van een kubieke meter wordt beschouwd als een volledige kubieke meter, er kan maximum 3 m³ worden aangeboden.) |
|
| Groenafval |
10,00 euro /m³ |
| Steenpuin |
25,00 euro /m³ |
| Occasioneel ophalen van geperst afval (er kan maximum 3 m³ worden aangeboden.) |
|
| Grof vuil per m³ (elk gedeelte van een kubieke meter |
30,00 euro /m³ |
| Ophalen van supplementair afval op andere dan de gewone ophaaldagen: |
|
|
|
per lediging |
| container van 1100 liter gevuld met restfractie |
50,00 euro |
| container van 1100 liter gevuld met papier en karton |
12,00 euro |
Art. 3. - betalingsmogelijkheden
De retributie wordt ingevorderd door middel van een factuur. Bij gebrek aan betaling in der minne zal de retributie ingevorderd worden overeenkomstig de bepalingen van artikel 177, 2° DLB.
Art. 4. - inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2022.
Art. 2.
Dit besluit bekend te maken overeenkomstig de bepalingen van “Afdeling 2. Bekendmaking en inwerkingtreding, Hoofdstuk 1. Akten van het lokaal bestuur, Titel 5. De werking van het lokaal bestuur" DLB.
De gemeenteraad keurt de tweede aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025 goed, door enerzijds het eigen gemeentelijk deel vast te stellen en anderzijds het gedeelte van het OCMW goed te keuren.
Artikels 41, 3° en 23° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
Het meerjarenplan bestaat uit drie onderdelen: de strategische nota, de financiële nota en de toelichting. Daarenboven wordt tevens aanvullende documentatie bezorgd die achtergrondinformatie bevat die nuttig is om het meerjarenplan te beoordelen:
De toelichting bevat alle informatie over de verrichtingen in het meerjarenplan die relevant is voor de raadsleden om met kennis van zaken een beslissing te kunnen nemen. Een belangrijk onderdeel van de toelichting is het overzicht met de beschrijving van de financiële risico’s die het bestuur loopt; dit is onontbeerlijk om een correcte inschatting te kunnen maken van de werkelijke toestand van de financiën van het bestuur.
De gemeenten en de OCMW’s hebben een geïntegreerd meerjarenplan, maar hebben hun eigen bevoegdheden voor de vaststelling ervan. Zowel de gemeenteraad als de raad voor maatschappelijk welzijn dient eerst het eigen deel van het meerjarenplan vaststellen. Daarna kan de gemeenteraad het deel van het meerjarenplan dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld, goedkeuren, waardoor het meerjarenplan definitief is vastgesteld.
In het meerjarenplan van de gemeente en het OCMW worden afzonderlijke kredieten per rechtspersoon ingeschreven. De gemeente en het OCMW blijven immers twee afzonderlijke budgettaire entiteiten. De kredieten worden duidelijk toegewezen aan elke rechtspersoon afzonderlijk, ook al wordt het beleid van beide als één geheel voorgesteld.
Het meerjarenplan moet financieel in evenwicht zijn. Dat is het geval als het voldoet aan de volgende voorwaarden:
Het geraamde beschikbaar budgettair resultaat is in geen enkel jaar negatief;
De geraamde autofinancieringsmarge voor 2025 is minstens gelijk aan nul.
Omdat de gemeente en het OCMW een geïntegreerd meerjarenplan maken, wordt het financiële evenwicht voor die twee besturen als één geheel gepresenteerd en beoordeeld.
De twee bovenvermelde evenwichtsvoorwaarden worden aangevuld met indicatoren over het geconsolideerde evenwicht en de gecorrigeerde autofinancieringsmarge, een indicator die abstractie maakt van de gekozen financieringswijze. Deze indicatoren betreffen echter geen afdwingbare normen.
De staat van het financieel evenwicht van de gemeente en het OCMW toont ook het beschikbaar budgettair resultaat, de autofinancieringsmarge en de gecorrigeerde autofinancieringsmarge van het autonoom gemeentebedrijf, en het totaal voor elk van die indicatoren voor de hele groep. Die financiële evenwichtsindicatoren geven de raadsleden inzicht in de gezondheid van de financiën van de hele groep.
De beschreven procedure en de samenstelling van het beleidsrapport hebben niet enkel betrekking op de initiële vaststelling van het meerjarenplan, maar tevens op alle latere wijzigingen ervan.
De voorliggende wijziging van het meerjarenplan is beperkt qua omvang en omvat uitsluitend de verwerking van het resultaat van jaarrekening 2020, de verwerking van de overdracht van niet-gebruikte investeringskredieten van 2020 naar 2021, alsook een verlaging van het investeringsbudget inzake de aankoop van onroerende goederen.
Schepen William DE BOECK krijgt het woord en meldt dat in de vorige gemeenteraadsvergadering werd gevraagd of er dit jaar een financiële gemeenteraad zou zijn. Dat was niet het voornemen, omdat er een goedgekeurd meerjarenplan ligt. Na contact met ABB bleek toch dat het resultaat van de jaarrekening 2020 ingebracht moet worden in het meerjarenplan. Daarom ligt een beperkte aanpassing voor. Er is besloten om geen financiële commissie te organiseren, aangezien de wijzigingen voornamelijk van technische aard zijn en zich beperken tot de volgende zaken:
Raadslid Trui OLBRECHTS krijgt het woord en stelt dat het gebruikelijk is om in de financiële gemeenteraad de schepen van Financiën, de financieel directeur en alle medewerkers te danken voor het opstellen van het meerjarenplan. Zo gaat het vandaag niet, omdat besloten is om te breken met een jarenlange traditie. In principe is de financiële gemeenteraad de belangrijkste en moeilijkste vergadering van het jaar. De financiële lijnen van het komende jaar worden immers vastgelegd. De aanpassing die vandaag voorligt, is een doekje voor het bloeden en is alleen opgesteld omdat het DLB deze verplichting oplegt. Elk bestuur moet zijn meerjarenplan namelijk minimaal een keer per jaar aanpassen.
De bedragen die op 16 december 2020 in de vorige aanpassing van het meerjarenplan zijn vastgesteld, blijven ongewijzigd. Er worden dus geen aanpassingen gedaan aan de bedragen voor komend jaar. Er wordt geen rekening gehouden met reeds beslist beleid, er worden geen realistische ramingen gemaakt, geen accenten gelegd en geen nieuwe projecten gelanceerd. Normaal gebeurt dat wel op de gemeenteraad van december.
De verklaring lijkt simpel: het geld is op. Dan moeten er keuzes gemaakt worden en dat vindt de huidige meerderheid niet eenvoudig. Daarom zijn ze nog niet gemaakt. De burgemeester is op een cruciaal moment uitgevallen. Dat is ongelukkig en iedereen wenst hem een spoedig herstel toe. Dat mag echter geen excuus zijn voor het gemeentebestuur om de werking verder te zetten en het benodigde werkt te doen. Er zijn niet veel mogelijkheden: de inkomsten moeten verhoogd of de uitgaven verlaagd worden. Een combinatie is ook mogelijk.
Een jaar geleden zei de fractie CD&V het al: het investeringsprogramma is opgeblazen. Een jaarlijkse investeringslast van 14 miljoen euro werd er toen ingeschreven, terwijl 11 miljoen euro realistisch is. Ook toen al slaagde het schepencollege er niet in om een akkoord te vinden over projecten die wel en die niet zouden worden uitgevoerd. Toen lukte het nog om de opgelegde evenwichten te behalen, maar dat had een enorme leningslast tot gevolg van 70 miljoen euro nieuwe leningen tot 2025. Men kon zo bijna alles inschrijven in het meerjarenplan, maar nu lukt dat niet meer en is een wijziging niet meer nodig. De fracties NVA en Vernieuwing moeten tevreden zijn met de kruimels die van tafel vallen. De investeringen worden immers voor 83% gedaan door de diensten Gebouwen en Wegen en water.
Om dit te financieren, wordt onder andere de kinderopvang uitbesteed, de maaltijden aan huis geschrapt en de dagprijs in Ter Biest verhoogd. De aankoop van grond is niet meer mogelijk en RUP’s worden uitgesteld. Tegelijk gaat de uitverkoop van gemeentelijke eigendommen rustig verder, zoals de verkoop van de Wereldwinkel in Strombeek, verkoop van De Singel enz.
De meerderheid is halfweg en de realisatie is nog maar beperkt. Tijd voor verandering, zodat men weer trots kan zijn op Grimbergen. Wanneer zal de echte wijziging aan het meerjarenplan aan de gemeenteraad worden voorgelegd en in welke richting zal de balans overhellen: verhogen van de inkomsten of schrappen in de projecten?
Raadslid Eddie BOELENS krijgt het woord en sluit zich volledig aan bij het betoog van raadslid OLBRECHTS. De fractie Groen heeft dezelfde bedenkingen en is zeer ontgoocheld over het feit dat de gemeenteraad in eerste instantie geen wijziging aan het meerjarenplan voorgelegd kreeg. Als gevolg van de verplichting in het DLB werden er 11 bijlagen aan de gemeenteraadbezorgd zonder mondelinge toelichting. Doordat de belasting sinds 2018 niet is verhoogd, zit de gemeente de hele bestuursperiode in de problemen en zoekt het schepencollege op allerlei manieren naar extra inkomsten, worden de meubelen verkocht en asociale retributies geheven. De fractie Groen betreurt met name het duurder maken van voor- en naschoolse opvang en het afstoten van allerlei zaken waardoor het openbaar bestuur wordt uitgekleed.
Het privatiseren gaat soms heel ver. Lago krijgt een toeslag van € 850.000: wat zijn de gevolgen hiervan voor de zwemploegen, de waterpolo en de triathlon? De openbare functie van zo’n zwembad wordt in de waagschaal gelegd.
De fractie Groen ziet ook grote risico’s in de grote financiële last van de gemeente. In de vorige legislatuur werd de schuld afgebouwd met 25%, terwijl er toen ook een ambitieus investeringsprogramma werd uitgevoerd. Nu loopt de schuld weer op tot 70 miljoen euro, die wordt doorgeschoven naar de volgende bestuursperiode.
De werkingskosten zijn zo hoog dat er nauwelijks budget over blijft om beleid te voeren. Voor het sociale beleid is nauwelijks geld beschikbaar, terwijl daar een enorme groei te verwachten is door de uitdagingen die corona nog zal brengen.
Schepen William DE BOECK krijgt het woord en is het er niet mee eens dat de gemeenteraadsleden geheel zelf hun weg hebben moeten zoeken in de meerjarenbegroting. De financieel directeur heeft 14 dagen geleden een e-mail gestuurd waarin stond op welke punten wijzigingen werden doorgevoerd. Het volgende meerjarenplan wordt begin 2022 voorgelegd aan de financiële commissie. Dan wordt ook een uitgebreide toelichting gegeven.
Verder is hij het er niet mee eens dat er continu bezuinigd wordt op het sociale beleid van de gemeente. Bij de dienst Onderwijs zijn er VTE bij de formatie bijgekomen en de dienst Vrije tijd werd uitgebreid. In Ter Biest werd een stafmedewerker aangesteld.
Het schepencollege heeft de schulden van de gemeente verder afgebouwd en aan het einde van de bestuursperiode zal dit nog verder gebeurd zijn. In 2021 heeft het schepencollege voor 2,5 miljoen euro leningen opgenomen. Ook dat wordt dus afgebouwd.
Sommige zaken hebben zeer ingrijpende gevolgen voor de begroting. De meerderheid heeft de belangrijke beslissing genomen om de buitenschoolse kinderopvang uit te besteden. Het klopt dat hiermee de prijs is verhoogd maar de kwaliteit van de dienstverlening gaat ook omhoog. Per 1 januari 2022 worden ook het recyclagepark en het zwembad uitbesteed. Dat heeft enorme invloed op het budget van de gemeente. Deze zaken hebben ervoor gezorgd dat er wat tijd verloren is gegaan maar de meerderheid wil zo snel mogelijk met een aangepast meerjarenplan komen. Dit zal in januari of februari 2022 zijn.
De kosten voor het zwembad worden hoger, maar de openingstijden worden veel ruimer. Het aanbod aan de inwoners is aanmerkelijk groter geworden.
Schepen Philip ROOSEN krijgt het woord en wijst erop dat de gemeente wel wat achterstand had toen het huidige schepencollege aantrad. Zo was er o.a. een wanbeheer m.b.t. de gebouwen. Er was geen dienst Gebouwen en geen enkel gemeentelijk gebouw was in orde. Het zwembad was ook in slechte toestand. Het schepencollege heeft daardoor veel tijd en geld moeten steken in het professionaliseren van de organisatie. Over de vragen van de fracties CD&V en Groen om de belastingen te verhogen, zegt hij dat de meerderheid juist tot het uiterste zal gaan om de belastingen niet te verhogen. Of dat gaat lukken, kan hij niet zeggen, maar er wordt alles aan gedaan om het beleidsprogramma uit te voeren met behoud van de huidige belasting.
Raadslid Jean DEWIT krijgt het woord en begrijpt dat er deining ontstaat omdat er nog geen begroting is maar de gemeente is vaker haar jaar begonnen zonder begroting. Dat leverde destijds geen enkel probleem op. Begroten is de tering naar de nering zetten. Aangezien het huidige schepencollege heeft vastgesteld dat het vorige schepencollege deze regel niet altijd zo strikt heeft nageleefd, vindt hij het vreemd dat vertegenwoordigers van het oude bestuur nu het nieuwe bestuur ter verantwoording roept.
Raadslid Gerlant VAN BERLAER krijgt het woord en sluit zich aan bij de betogen van de fracties CD&V en Groen. Hij heeft de wat vage toelichting van het schepencollege gehoord en de excuses over de gang van zaken. Hij stelt vast dat er geen wijzigingen zijn van het voorgaande beleid: er wordt nog steeds fors ingezet op openbare werken, de schuldenpositie neemt toe, het personeel neemt toe, maar de kwaliteit van de dienstverlening nog niet. Vanwege de uitbesteding van functies en diensten, het afbouwen van sociale correcties en de vlakke verhogingen van retributies zal hij tegen de aanpassing stemmen.
Raadslid Eddie BOELENS krijgt opnieuw het woord en heeft van diverse kanten gehoord dat de dienstverlening voor de naschoolse opvang helemaal niet verbeterd is. Het recyclagepark wordt uitbesteed maar er wordt niet bij gezegd dat het hele gebied voor een symbolisch bedrag wordt verhuurd aan Incovo en dat er in Strombeek geen recyclagepark meer is. Dat Lago een betere dienstverlening gaat bieden in het zwembad door langere openingstijden gaat hij niet tegen in maar zijn bezorgdheid ligt elders, namelijk bij de zwemclubs die geen lessen meer mogen geven, bij de waterpolo- en de triatlonclub, omdat Lago hier heel onduidelijk over is. Tot slot stelt raadslid BOELENS dat het schepencollege best mag aangeven dat de fractie Groen voorstander is van een belastingverhoging mits erbij wordt vermeld waarom. Nu wordt op een andere manier naar inkomsten gezocht waardoor de belasting in Grimbergen minder herverdelend is geworden dan in andere gemeenten.
Raadslid Trui OLBRECHTS krijgt opnieuw het woord en wil graag zien dat het schepencollege stopt met spreken over het verleden. De fractie CD&V kijkt liever naar het heden en de toekomst en stelt vast dat er vandaag geen aanpassing voorligt, terwijl dat normaal gesproken wel het geval is. Ze heeft begrip voor de bijzondere omstandigheden van de afgelopen tijd, maar het schepencollege moet niet blijven teruggrijpen op zaken die in de vorige bestuursperiode al dan niet gedaan zijn. De fractie CD&V heeft niet gepleit voor een belastingverhoging, maar vraagt of de balans zou overhellen naar meer inkomsten of minder uitgaven. Die vraag is overigens niet beantwoord.
Raadslid Philip ROOSEN krijgt opnieuw het woord en verklaart dat hij dat niet zo heeft gezegd. Hij heeft wel gezegd dat de wetgeving is aangepast, waardoor er geen aanpassing nodig is als er geen budget is.
Schepen Karlijne VAN BREE krijgt het woord en sluit de discussie af met een opmerking over de naschoolse opvang. Ze begrijpt dat de fracties Groen en CD&V de veranderingen kritisch bekijken. Ze heeft met het diensthoofd Onderwijs en de directies besproken hoe het gaat en wat de verbeterpunten zijn. Volgens het diensthoofd Onderwijs verloopt dit goed. Ze is daarom verbaasd over de kritiek van raadslid BOELENS en hoort graag wat hij heeft gehoord. Een van de redenen voor het uitbesteden is dat de gemeente het toezicht niet kon waarborgen. Dat loopt nu echt beter.
Burgemeester Chris SELLESLAGH krijgt het woord en vindt het positief dat het schepencollege in drie jaar zo veel heeft uitgevoerd. Alle projecten die in de vorige coalitie werden goedgekeurd, werden verder afgewerkt. Binnenkort wordt een nieuw project gestart zijnde de Warandestraat dat reeds 9 jaar geleden werd goedgekeurd. Ook is het huidige schepencollege gestart met de procedure rondom het zwembad waar allerlei gebreken aan waren. Dat het nu is uitbesteed, zal de inwoners op termijn ten goede komen. De werken aan de basisschool in Strombeek zijn nagenoeg klaar en er zijn vorderingen gemaakt met het Cultuurcentrum, het centrum, het Gemeenteplein en de parking.
Schepen William DE BOECK vraagt of de behandeling van dit agendapunt ook geldt voor het OCMW en of de raadsleden op de raad voor maatschappelijk welzijn nog vragen willen stellen anders kan de financieel directeur de vergadering hierna verlaten.
Voorzitter Chantal LAUWERS concludeert dat er geen vragen meer zijn over het OCMW.
De goedkeuring van de gemeenteraad is nodig omdat de gemeente de financiële gevolgen moet dragen van de keuzes die de raad voor maatschappelijk welzijn maakt.
Die besluitvorming kan het best als volgt verlopen:
Als de gemeenteraad het deel van het meerjarenplan dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld, niet goedkeurt, vervalt de vaststelling van het deel door de raad voor maatschappelijk welzijn en moet de procedure herhaald worden.
(Uit navraag bij de toezichthoudende overheid blijkt dat de gemeenteraad, qua chronologie, het deel van het OCMW ook kan goedkeuren vooraleer de raad voor maatschappelijk welzijn dit deel heeft vastgesteld. In deze situatie dient de goedkeuring door de gemeenteraad te worden beschouwd als zijnde verleend onder de voorwaarde dat de raad voor maatschappelijk welzijn het bewuste deel effectief vaststelt.)
Artikel 1.
Het zuiver gemeentelijk deel van de tweede aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025 vast te stellen.
Art. 2.
Het deel van het OCMW Grimbergen van de tweede aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025 goed te keuren, indien dit door de raad voor maatschappelijk welzijn wordt vastgesteld.
Art. 3.
Het vaststellen van de wijze van gunnen en het bepalen van de voorwaarden, voor alle in de eerste aanpassing van het meerjarenplan voorziene leveringen van goederen, diensten en werken, te delegeren aan het college van burgemeester en schepenen.
De gemeenteraad keurt de tweede aanpassing aan het meerjarenplan 2020-2025 van Autonoom gemeentebedrijf Grimbergen goed.
Artikel 242 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
/
Het meerjarenplan bestaat uit drie onderdelen: de strategische nota, de financiële nota en de toelichting. Daarenboven wordt tevens aanvullende documentatie bezorgd die achtergrondinformatie bevat die nuttig is om het meerjarenplan te beoordelen:
Het meerjarenplan moet financieel in evenwicht zijn. Dat is het geval als het voldoet aan de volgende voorwaarden:
De twee bovenvermelde evenwichtsvoorwaarden worden aangevuld met indicatoren over het geconsolideerde evenwicht en de gecorrigeerde autofinancieringsmarge, een indicator die abstractie maakt van de gekozen financieringswijze. Deze indicatoren betreffen echter geen afdwingbare normen.
De staat van het financieel evenwicht van de gemeente en het OCMW toont ook het beschikbaar budgettair resultaat, de autofinancieringsmarge en de gecorrigeerde autofinancieringsmarge van het autonoom gemeentebedrijf, en het totaal voor elk van die indicatoren voor de hele groep. Die financiële evenwichtsindicatoren geven de raadsleden inzicht in de gezondheid van de financiën van de hele groep.
Het meerjarenplan van het autonoom gemeentebedrijf dient, nadat het is vastgesteld door de raad van bestuur, voor goedkeuring te worden voorgelegd aan de gemeenteraad.
De beschreven procedure en de samenstelling van het beleidsrapport hebben niet enkel betrekking op de initiële vaststelling van het meerjarenplan, maar tevens op alle latere wijzigingen ervan.
In voorliggende wijziging wordt het resultaat van jaarrekening 2020 verwerkt.
Het meerjarenplan van het autonoom gemeentebedrijf (alsook de aanpassing ervan) dient, nadat het is vastgesteld door de raad van bestuur, voor goedkeuring te worden voorgelegd aan de gemeenteraad.
Om de definitieve cijfers voor de autonome bedrijven correct te kunnen opnemen in het meerjarenplan van het gemeentebestuur, is het aangewezen dat de vaststelling en/of goedkeuring van het meerjarenplan van het autonome bedrijf plaatsvindt vóór de vaststelling van het meerjarenplan van de gemeente en het OCMW.
Enig artikel.
De tweede aanpassing aan het meerjarenplan 2020-2025 van Autonoom gemeentebedrijf Grimbergen goed te keuren.
De gemeenteraad keurt de voorgelegde begroting van de politiezone voor het dienstjaar 2022 goed.
Het positief advies van 8 november 2021, van de commissie zoals voorzien in artikel 11 van het koninklijk besluit van 5 september 2001, wat betreft de wettelijkheid en de verwachte financiële weerslag van de ontwerpbegroting van 2021.
Op basis van onderling overleg tussen enerzijds de politiediensten en anderzijds het gemeentebestuur, werd met betrekking tot 2022 een ontwerp-begroting opgemaakt.
In deze begroting voorziet de politiezone een exploitatie- en investeringstoelage die van het gemeentebestuur bekomen kan worden. De hierbij weerhouden bedragen zijn volledig in overeenstemming met de toelagen die voorzien zijn in het meerjarenplan van de gemeente.
De exploitatie-toelage die met betrekking tot 2022 vanuit de gemeente verstrekt kan worden, bedraagt 4.810.918,38 euro. De investeringstoelage bedraagt 299.700,00 euro.
De begroting sluit af in evenwicht.
De ontwerp-begroting van uitgaven en ontvangsten van de politiezone wordt door het college van burgemeester en schepenen voorgelegd aan de gemeenteraad, die hierover dient te beraadslagen.
Schepen William DE BOECK krijgt het woord en geeft een toelichting op de politiebegroting 2022. De uitgaven van de gewone dienst, de exploitatie-uitgaven, bedragen jaarlijks € 7.348.000. Het grootste deel hiervan bestaat uit personeelskosten, nl. € 6.102.000. De overige kosten zijn voornamelijk werkingskosten, zoals de huur van het commissariaat.
Aan inkomsten wordt de gemeentelijke exploitatietoelage genoteerd van € 4.810.000 en diverse federale toelagen ter waarde van € 2.505.000. De buitengewone dienst, het investeringsbudget, bedraagt € 299.700. De belangrijkste uitgaven bestaan uit de vervanging van servers, vervanging van een voertuig, mobiele weegplaten en bewakingscamera’s.
Op heden (24 november 2021) is nog steeds geen omzendbrief beschikbaar op basis waarvan de onderrichtingen voor het opstellen van de politiebegroting voor 2022 meegedeeld worden. Het is helaas een jaarlijkse gewoonte geworden dat deze instructies bezorgd worden wanneer de begroting reeds opgemaakt is.
Enig artikel.
De voorgelegde begroting van de politiezone voor het dienstjaar 2022 goed te keuren.
De gemeenteraad laat met ingang vanaf 1 januari 2022 sterilisatie, castratie of euthanasie van zwerfkatten volledig uitvoeren in het dierenopvangcentrum Zemst, Erasmuslaan 31, 1804 Zemst.
De "Samenwerkingsovereenkomst voor de aanpak van de zwerfkattenproblematiek" wordt goedgekeurd.
Artikel 41 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017.
/
De gemeente Grimbergen zet actief in op het vangen, steriliseren en terug vrijlaten van zwerfkatten. Tot 2008 werden klachten door de dienst Werken in Eigen Beheer behandeld.
In 2008 werd dit dossier overgedragen aan de milieudienst en werd er gewerkt met vrijwilligers.
In 2017 werd deze taak opgenomen door vrijwilligers van Het Kattenkabinet.
Vanaf 1 juli 2020 heeft de gemeente hiervoor een samenwerkingsovereenkomst met Dierenopvangcentrum Zemst (cijfers in bijlage).
De gemeente betaalt de kosten voor sterilisatie/castratie/euthanasie, aids- en leucosetest en voeding.
De huidige overeenkomst met de dierenartsen voor sterilisatie/castratie/euthanasie werd op 27 januari 2020 hernieuwd voor een periode van 2 jaar en loopt af op 31 december 2021. AniCura (voorheen Anthemis), Lagesteenweg 73, 1850 Grimbergen en Coranimo, Arendlaan 69, 1800 Vilvoorde werden aangeduid.
DOC Zemst is vragende partij om vanaf 1 januari 2022 volledig zelf in te staan voor de sterilisatie/castratie/euthanasie en aids- en leucosetesten en deze te laten uitvoeren in het opvangcentrum. Momenteel gebeurt dit enkel wanneer de 2, door de gemeente aangestelde dierenartsen, niet beschikbaar zijn of i.g.v. overmacht.
DOC Zemst heeft 4 dierenartsen paraat staan die de zwerfkatten steriel maken, waaronder 1 dierenarts uit Grimbergen Semey Luc, Keienberglaan 5, 1850 Grimbergen.
Dit is ook de dierenarts die door het opvangcentrum is aangeduid als dierenarts voor noodsituaties. DOC Zemst wil de huidige dierenartsen AniCura en Coranimo wel gebruiken als back-up voor als het bij hen te druk is.
De tarieven die DOC Zemst hanteert zijn vastgelegd voor een periode van 2 jaar en zijn als volgt:
Deze tarieven zijn vergelijkbaar met de huidige tarieven van AniCura en Coranimo. In BIJLAGE 3 werd een berekening gemaakt op basis van de in 2021 reeds behandelde zwerfkatten. Het gaat hier over een meerkost van 298,06€ indien de behandeling van de zwerfkatten volledig via DOC Zemst zou gebeuren, echter deze meerkost wordt gecompenseerd, doordat DOC Zemst kattenvoeding voor de voederadressen hoofdzakelijk gratis aanbiedt en ook km-vergoeding zal uitgespaard worden. Overzicht van betaalde kosten de voorbije jaren werd toegevoegd in BIJLAGE 4.
Op 29 november ging het schepencollege akkoord om vanaf 1 januari 2022 sterilisatie, castratie of euthanasie van zwerfkatten volledig te laten uitvoeren door de dierenartsen verbonden aan het dierenopvangcentrum Zemst, voor een vlotter verloop, een beter overzicht en controle van de uitvoering van het Grimbergs zwerfkattensterilisatieplan én uit oogpunt van dierenwelzijn.
Door de stopzetting van de 2-jaarlijkse prijsvraag wordt dit dossier ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad.
Raadslid Gerlant VAN BERLAER krijgt het woord en merkt op dat een tijd geleden veel te doen was over dierenopvang binnen de gemeente. Nu wordt er toch gekozen voor het centrum in Zemst. Hij vraagt waarom hiervoor gekozen is.
Schepen Jean-Paul WINDELEN krijgt het woord en antwoordt dat Zemst goede diensten bewijst en begrijpt niet waarom hij deze keuze zou moeten verdedigen.
Raadslid Gerlant VAN BERLAER wil graag weten of de opvang binnen Grimbergen kan plaatsvinden met behulp van alle actieve vrijwilligers.
Schepen Jean-Paul WINDELEN repliceert dat vanuit Zemst wordt samengewerkt met deze vrijwilligers. De wijziging die wordt voorgesteld, zorgt ervoor dat de opgehaalde zwerfkatten niet meer naar de dierenarts in Vilvoorde hoeven voor sterilisatie of castratie, maar dat dit in het dierenopvancentrum zelf kan gebeuren, wat voor het dier prettiger is.
Schepen Philip ROOSEN krijgt het woord en voegt eraan toe dat tijdens de gemeenteraad in juni 2020 dezelfde vraag werd gesteld, toen de gemeente voor de opvang was overgestapt naar het dierenopvangcentrum in Zemst. Hij heeft toen uitgelegd waarom de gemeente hiervoor heeft gekozen. De gemeente heeft herhaaldelijk overlegd met de opvangorganisaties in Grimbergen. Het bleek echter dat hun focus lag op adoptie van katten en dat men € 50 extra per kat vroeg. Het aantal katten dat men in Grimbergen opving, was in geen verhouding met het aantal in buurgemeenten. Bovendien was men niet transparant hoe de gemeentemiddelen besteed werden en werd tijdens de gunningsprocedure voor dierenartsen geprobeerd om mensen te beïnvloeden. Dit alles heeft het bestuur doen besluiten om de dierenopvang elders te regelen. Het voorstel dat vandaag voorligt, ligt in het verlengde van dit besluit.
Raadslid Gerlant VAN BERLAER dankt de schepenen voor de toelichting.
Raadslid Isabel GAISBAUER krijgt het woord en heeft met verbazing geluisterd wat er over enkele vzw's wordt gezegd zonder dat er vertegenwoordigers aanwezig zijn om te reageren.
Schepen Jean-Paul WINDELEN reageert dat hij geen enkele vzw heeft genoemd maar alleen heeft gezegd dat het dierenopvangcentrum in Zemst zeer goed werk verricht.
Raadslid Eddie BOELENS krijgt tot slot het woord en reageert dat schepen ROOSEN wel degelijk een insinuatie heeft gedaan over een bepaalde vzw in Grimbergen.
Het budget voor het kattensterilisatieplan is voorzien op jaarbudgetrekeningen: JBR dierenartsen = BV-MIL/ACT-189/0390-00/6134008
Artikel 1.
Met ingang vanaf 1 januari 2022 sterilisatie, castratie of euthanasie van zwerfkatten volledig te laten uitvoeren in het dierenopvangcentrum Zemst, Erasmuslaan 31, 1804 Zemst.
Art. 2.
De "Samenwerkingsovereenkomst voor de aanpak van de zwerfkattenproblematiek", als bijlage 5 bij dit besluit gevoegd, goed te keuren.
De "Samenwerkingsovereenkomst voor het ophalen van gevonden dieren" tussen de gemeente Grimbergen en het dierenopvangcentrum Zemst, Erasmuslaan 31, 1804 Zemst, gevoegd in bijlage 3 bij het besluit, wordt goedgekeurd.
Artikel 41 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017.
/
De goedkeuring van de Samenwerkingsovereenkomst voor de aanpak van de Grimbergse zwerfkattenproblematiek is inherent verbonden aan de reeds afgesloten samenwerkingsovereenkomst voor het ophalen van gevonden dieren (= honden, katten en knaagdieren, uitgezonderd konijnen).
Deze dienstverlening is opgestart sinds 1 juli 2020. De afgesloten samenwerkingsovereenkomst wordt dus ter goedkeuring en regularisatie voorgelegd aan de gemeenteraad.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.
Kostprijs: 0,3 euro/inwoner.
Het budget voor de aansluiting bij een erkend dierenasiel is voorzien op jaarbudgetrekening: BV-MIL/ACT-189/0390-00/6493000.
Enig artikel.
De "Samenwerkingsovereenkomst voor het ophalen van gevonden dieren" tussen de gemeente Grimbergen en het dierenopvangcentrum Zemst, Erasmuslaan 31, 1804 Zemst, gevoegd in bijlage 3 bij dit besluit, wordt geregulariseerd en goedgekeurd.
De gemeenteraad gaat akkoord met het ontwerp van minnelijke erfpachtovereenkomst (voor een termijn van 99 jaar, ten bedrage van één symbolische euro) voor de plaatsing van een prefab-elektriciteitscabine op het openbaar domein van de Baron Domislaan.
Advies van het diensthoofd Vergunningen van 24 september 2021 (DOSSIERSTUK 1).
Op 6 september 2021 heeft Fluvius het advies gevraagd voor het plaatsen van een bovengrondse cabine, uitgevoerd in rode steenstrips van 3,00 meter bij 2,70 meter aan de vrije zone van het eilandje in de pijpenkop van Baron Domislaan t.o. huisnummers 9 & 11.
Wegens het openbaar karakter van de voorgestelde locatie en de dringende noodzaak maakt Fluvius gebruik van vrijstelling van stedenbouwkundige vergunning volgens artikel 10.6 van het 'Besluit van de Vlaamse regering tot bepaling van handelingen waarvoor geen stedenbouwkundige vergunning nodig is'.
De gemeentelijke dienst vergunningen heeft op 24 september 2021 gemeld hiermee akkoord te kunnen gaan op voorwaarde dat er géén bomen gerooid worden en voor zover de cabine wordt ingeplant op de plaats waar nu de ondergrondse cabine aanwezig is, zodat de nieuwe verharding tot het minimum beperkt wordt. Op 8 oktober 2021 werd het inplantingsplan van 7 oktober 2021 goedgekeurd door de dienst vergunningen.
Het college van burgemeester en schepenen heeft zich op 18 oktober 2021 akkoord te gaan met de plaatsing van de voorgestelde bovengrondse cabine in het openbaar domein van de Baron Domislaan, overeenkomstig het inplantingsplan van 7 oktober 2021 opgemaakt door het landmeetbureel Drawing Assistance bv en rekening houdende met de geformuleerde opmerking door de gemeentelijke dienst vergunningen. De minnelijke erfpachtovereenkomst werd door het college van burgemeester en schepenen principieel goedgekeurd.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om zich akkoord te verklaren met het ontwerp van minnelijke erfpachtovereenkomst (voor een termijn van 99 jaar, ten bedrage van één symbolische euro) voor de plaatsing van een prefab-elektriciteitscabine op het openbaar domein van de Baron Domislaan, overeenkomstig het inplantingsplan van 7 oktober 2021.
/
/
Artikel 1.
Akkoord te gaan met het ontwerp van minnelijke erfpachtovereenkomst (voor een termijn van 99 jaar, ten bedrage van één symbolische euro), zoals voorgelegd in zitting van heden, voor de plaatsing van een prefab-elektriciteitscabine op het openbaar domein van de Baron Domislaan, overeenkomstig het inplantingsplan van 7 oktober 2021.
Art. 2.
De gemeenteraadsvoorzitter en de algemeen directeur (of hun gemachtigde vervangers) aan te duiden voor de ondertekening van de minnelijke erfpachtovereenkomst.
De gemeenteraad stelt het grafisch plan van 10 september 2021 houdende gedeeltelijke opheffing van buurtweg nr. 14 definitief vast.
De gemeenteraad belast het schepencollege met de uitvoering en bekendmaking van dit besluit, conform artikelen 22 en 23 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen.
/
De gemeenteraad heeft op 23 september 2021 het ontwerp van grafisch plan houdende gedeeltelijke opheffing van buurtweg nr. 14 voorlopig vastgesteld.
Overeenkomstig artikel 21 van het decreet gemeentewegen heeft het college van burgemeester en schepenen op 4 oktober 2021 beslist om het ontwerp van grafisch plan houdende gedeeltelijke opheffing van buurtweg nr. 14 te onderwerpen aan een openbaar onderzoek van 12 oktober 2021 tot en met 10 november 2021, en dit binnen de dertig dagen na de voorlopige vaststelling door de gemeenteraad.
De opmerkingen en bezwaren konden uiterlijk de laatste dag van het openbaar onderzoek schriftelijk of digitaal aan het gemeentebestuur bezorgd worden. De deputatie en het departement bezorgen het gemeentebestuur binnen deze termijn een advies over de overeenstemming van het ontwerp van grafisch plan met de doelstellingen en principes, vermeld in artikels 3 & 4 van het decreet houdende gemeentewegen.
Tijdens het openbaar onderzoek van 12 oktober 2021 tot en met 10 november 2021 werden één klacht en één bezwaarschrift ingediend/ontvangen.
Het college van burgemeester en schepenen heeft op 29 november 2021 kennis genomen dat er tijdens het openbaar onderzoek van 12 oktober 2021 tot en met 10 november 2021, betreffende voorlopige vaststelling van grafisch plan houdende gedeeltelijke opheffing van buurtweg nr. 14, één klacht en één bezwaarschrift werd ingediend:
De klacht werd op 14 oktober 2021 ingediend door dhr. Jos GEENS via het online klachtenformulier op de gemeentelijke website:
"Beste,
Ik ontving maar liefst vier brieven ivm.de buurtweg 14, waaronder één aangetekend. Administratief is hier zeker sprake van mankementen in coördinatie wat heel wat bijkomende financiële uitgaven met zich meebrengt maar ook zorgt voor bijkomende werkuren. Uiteraard ben ik er mij ook van bewust dat het toch de inwoner is die zal betalen."
Weerlegging van deze klacht
In dit bezwaar wordt gewezen op de financiële kost verbonden aan de wijze waarop de mededeling aan de betrokken eigenaars georganiseerd werd. Dit heeft geen betrekking op de procedure of de inhoud. Dit bezwaar wordt niet weerhouden.
Het bezwaarschrift werd per e-mail en aangetekende zending overgemaakt door Mr. Jürgen DE STAERCKE van het advocatenkantoor DE STAERCKE namens bvba J.B.K. (Kruisstraat 51 te 1853 Grimbergen), DOBA FARMA bvba (Ijsfabriek 18 te 1853 Grimbergen), NADRO cvba (Gemeenteplein 6 te 1853 Grimbergen), ORTHOCENTRUM-COLTURA-MORLET bvba (Gemeenteplein 16/1 te 1853 Grimbergen) en bvba ESSEPI (Hendrik Drapsstraat 46 te 1853 Grimbergen).
In het bezwaarschrift worden volgende opmerkingen gemaakt:
Bezwaar 1 - Onwettigheid openbaar onderzoek: schending artikel 21 §§ 2-3 Gemeentewegendecreet:
Artikel 21 §§ 2-3 Gemeentewegendecreet bepaalt uitdrukkelijk dat het openbaar onderzoek dient te worden gehouden na de aankondiging ervan, waarbij het openbaar onderzoek o.m. op de website van het gemeentebestuur bekend gemaakt dient te worden:
In zake werd het openbaar onderzoek weliswaar bekend gemaakt op de website van het gemeentebestuur (...), maar zoals de bekendmaking zelf expliciet erkent, gebeurde dit pas door publicatie op de gemeentelijke website op dinsdag 12 oktober 2021 om 12u32, d.i. dus nadat het openbaar onderzoek al lopende was:
Het openbaar onderzoek werd dus niet gehouden na de decretaal voorgeschreven aankondiging, hetgeen impliceert dat het openbaar onderzoek onwettig georganiseerd werd. De regels in zake het openbaar onderzoek raken aan de openbare orde, hetgeen impliceert dat de gemeenteraad op basis van een onrechtmatig georganiseerd openbaar onderzoek niet op rechtmatige wijze het grafisch plan definitief kan vaststellen.
Weerlegging bezwaar 1
Bezwaarindieners beroepen zich op een miskenning van artikel 21, §§ 2 en 3 van het Gemeentewegendecreet omdat de aankondiging van het openbaar onderzoek via een bericht op de website van de gemeente slechts gebeurd is op 12 oktober 2021 en bijgevolg nadat het openbaar onderzoek al lopende was. De aankondiging van het openbaar onderzoek via een bericht op de website van de gemeente is slechts één van de wijzen waarop de aankondiging overeenkomstig artikel 21, § 2 van het Gemeentewegendecreet dient te geschieden. Zo is de aankondiging ook gebeurd via aanplakking aan het gemeentehuis op 7/10/2021 (DOSSIERSTUK 1), aanplakking op gemeentelijk infobord te Strombeek-Bever op 7/10/2021 (DOSSIERSTUK 2) en ter plaatse op 7/10/2021 op de locaties zoals aangeduid op DOSSIERSTUK 3 & DOSSIERSTUK 4, meer bepaald op de hoek van de Lakensestraat en het Gemeenteplein, op het Gemeenteplein op de hoek met de Wemmelsestraat en in de Wemmelsestraat ter hoogte van huisnummer 57. Gezien het tijdig ingediende bezwaarschrift hebben bezwaarindieners kennis gekregen van de aankondiging van het openbaar onderzoek. De aankondiging van het openbaar onderzoek via een bericht op de website op 12 oktober 2021 heeft de belangen en rechten van bezwaarindieners niet geschonden.
Het bezwaar wordt niet weerhouden.
Bezwaar 2 - Het dossier dat ter inzage ligt is ontoereikend voor het publiek om bezwaren en opmerkingen te formuleren:
Artikel 4 Gemeentewegendecreet schrijft uitdrukkelijk voor dat beslissingen over wijzigingen van het gemeentelijk wegennet rekening dient te houden met een aantal voorgeschreven principes die minimaal gerespecteerd dienen te worden:
Het hoeft geen betoog dat bezwaarindieners bij een opheffing van gemeentelijke wegenis o.m. hun bezwaren en opmerkingen moeten kunnen formuleren over o.m. de vraag in hoeverre de voorgenomen afschaffing wel beantwoordt aan o.m. de doelstellingen verwoord in artikel 4.
De gemeenteraadsbeslissing van 23 september 2021 lieert de voorgenomen opheffing uitdrukkelijk aan de bouw van een ondergrondse parking en bovengrondse afwerking van het Gemeenteplein:
Op geen enkel ogenblik tijdens het openbaar onderzoek over de voorgenomen afschaffing van de kwestieuze wegenis lagen echter de plannen van de ondergrondse parking en de bovengrondse afwerking van het Gemeenteplein ter inzage.
De gemeenteraadsbeslissing van 23 september 2021 poneert dus de stelling dat de voorgenomen opheffing nodig is voor de bouw van een ondergrondse parking en bovengrondse afwerking van het Gemeenteplein, maar het publiek krijgt tijdens het openbaar onderzoek geen inzage in de plannen van de ondergronds parking en de bovengrondse afwerking van het Gemeenteplein waardoor het publiek op geen enkele wijze het grafisch plan over de voorgenomen afschaffing van (een gedeelte van) buurtweg nr. 14 kan toetsen aan de plannen van de ondergrondse parking en de bovengrondse afwerking van het Gemeenteplein.
Zulks maakt het voor het publiek volstrekt onmogelijk om op geïnformeerde wijze hun bezwaren en opmerkingen te formuleren. Zo kunnen mijn bezwaarindieners uiteraard geen bezwaren en opmerkingen formuleren of de voorgenomen afschaffing wel staat ten dienste van het algemeen belang wanneer zij totaal geen zicht krijgen op de plannen van de ondergrondse parking en de bovengrondse afwerking van het Gemeenteplein. Bezwaarindieners kunnen evenmin zicht krijgen of de afschaffing wel effectief als een uitzonderingsmaatregel wordt aangewend nu zij zelfs niet eenvoudig kunnen verifiëren in hoeverre de plannen van de ondergrondse parking en bovengrondse afwerking van het Gemeenteplein wel effectief nopen tot een afschaffing van bepaalde delen van het tracé van de kwestieuze buurtweg.
Evenmin kunnen mijn bezwaarindieners bezwaren en opmerkingen formuleren of bij de voorgenomen afschaffing de verkeersveiligheid en de ontsluiting van aangrenzende percelen steeds in acht worden genomen.
Het publiek, waaronder mijn bezwaarindieners, en de adviesorganen beschikken derhalve niet over alle relevante gegevens om opmerkingen en bezwaren te formuleren. Uit de gemeenteraadsbeslissing dd. 23 september 2021 blijkt overigens evenmin dat aan de gemeenteraadsleden alle relevante informatie werd voorgelegd.
Het gemeentebestuur van Grimbergen heeft dus niet voldaan aan zijn informatieverplichtingen tegenover het publiek, de gemeenteraadsleden en de adviesorganen. Zulks impliceert dat de gemeenteraad niet op rechtmatige wijze het grafisch plan definitief kan vaststellen.
Weerlegging bezwaar 2:
In het kader van het openbaar onderzoek over de gedeeltelijke opheffing van buurtweg nr. 14 dienen de plannen van de ondergrondse parking en de bovengrondse afwerking niet ter inzage gelegd te worden. Overeenkomstig artikel 21, § 3 van het Gemeentewegendecreet dient enkel het ontwerp van grafisch plan tot opheffing van een gemeenteweg ter inzage gelegd te worden. Dit grafisch plan dient overeenkomstig artikel 20, § 2 van het Gemeentewegendecreet de volgende elementen te bevatten:1° de op te heffen rooilijn, het op te heffen rooilijnplan of het desbetreffende deel daarvan; 2° de kadastrale vermelding van de sectie, de nummers en de oppervlakte van de aanpalende kadastrale percelen en onroerende goederen; en 3° de naam van de eigenaars van de aanpalende kadastrale percelen en onroerende goederen volgens kadastrale gegevens of andere gegevens die voor het gemeentebestuur beschikbaar zijn. In voorkomend geval zijn overeenkomstig artikel 20, § 3 van het Gemeentewegendecreet nog de volgende aanvullende elementen vereist: 1° een berekening van de eventuele waardevermeerdering van de gronden ten gevolge van de opheffing van de gemeenteweg overeenkomstig artikel 28; 2° de nutsleidingen die als gevolg van de opheffing van de gemeenteweg op private eigendom zullen liggen; en 3° de op te heffen achteruitbouwstroken. Dat de gedeeltelijke opheffing geschiedt met het oog op de opmaak van een omgevingsvergunning voor de bouw van een ondergrondse parking en de bovengrondse afwerking van het Gemeenteplein maakt niet dat de plannen voor de ondergrondse parking en bovengrondse afwerking reeds ter inzage moeten liggen. Bezwaarindieners zijn dan ook in de mogelijkheid geweest om hun bezwaren en opmerkingen bij het grafisch plan tot gedeeltelijke opheffing van buurtweg nr. 14 te formuleren. In de motivatienota die ter inzage werd gelegd, werd de overeenstemming van deze gedeeltelijke opheffing beargumenteerd in het licht van de doelstellingen en principes van artikel 3 en 4 van het Gemeentewegendecreet. In de gemeenteraadsbeslissing van 23 september 2021 tot voorlopige vaststelling van het ontwerp van grafisch plan, waarvan bezwaarindieners kennis hebben, werd expliciet verwezen naar de motivering uit de motivatienota. Bezwaarindieners beschikten aldus over de nodige relevante en beschikbare gegevens om bezwaren en opmerkingen te formuleren in het licht van de doelstellingen en principes van artikel 3 en 4 van het Gemeentewegendecreet. In het kader van de procedure tot vaststelling van een grafisch plan tot opheffing van een gemeenteweg dienen de plannen voor de ondergrondse parking en bovengrondse afwerking ook niet beschikbaar te zijn voor de gemeenteraad.
Het bezwaar wordt niet weerhouden.
Bezwaar 3 - Schending artikel 20 Gemeentewegendecreet:
Artikel 20 Gemeentedecreet bepaalt:
Er dient opgemerkt te worden dat het grafisch plan dat tijdens het openbaar onderzoek ter inzage ligt, niet aan de voormelde voorschriften beantwoordt. Zo worden op het plan nergens een berekening van de waardevermeerdering vermeld.
Weerlegging van bezwaar 3
Overeenkomstig artikel 20, § 3, 1° van het Gemeentewegendecreet dient een grafisch plan in voorkomend geval een berekening van een eventuele waardevermeerdering van de gronden ten gevolge van de opheffing van de gemeenteweg te bevatten. Gelet op de bewoordingen van deze bepaling (‘in voorkomend geval’ en ‘eventuele’) is dergelijke berekening enkel vereist wanneer er ook sprake is van een waardevermeerdering. Dit laatste is niet het geval, zoals vastgesteld in de gemeenteraadsbeslissing van 23 september 2021 tot voorlopige vaststelling van het ontwerp van grafisch plan. De waardevermeerdering wordt immers geacht nihil te zijn. Bezwaarindieners blijken trouwens geen eigenaar of zakelijk rechthebbenden te zijn van een perceel dat gevat wordt door de opheffing.
Het bezwaar wordt niet weerhouden.
Bezwaar 4 - Geen afdoende motivering voor de voorgenomen wijziging vanuit de decretaal voorgeschreven doelstellingen:
Artikel 4 Gemeentewegendecreet somt expliciet de decretaal voorgeschreven, minimale doelstellingen op die bij een wijziging van het gemeentelijk wegennet moeten worden gerespecteerd:
Hoewel artikel 4 uitdrukkelijk aangeeft dat de opgesomde principes een minimum betreffen waar de gemeenteraadsbeslissing rekening dient te houden, besteedt de gemeenteraadsbeslissing aan de kwestieuze principes niet de minste motivering.
De gemeenteraad kan geen stuk buurtweg afschaffen zonder afdoende inzichtelijk te maken dat met de beginselen voorgeschreven in artikel 4 rekening werd gehouden.
Weerlegging bezwaar 4
Bezwaarindieners bekritiseren het gemis aan motivering van de gemeenteraadsbeslissing van 23 september 2021 tot voorlopige vaststelling van het ontwerp van grafisch plan in het licht van de principes vermeld in artikel 4 van het Gemeentewegendecreet. De beslissing tot voorlopige vaststelling van een grafisch plan maakt geen deel uit van het ontwerp van grafisch plan dat ter inzage dient gelegd te worden. Het openbaar onderzoek heeft dan ook enkel betrekking op dit ontwerp van grafisch plan. Bezwaarindieners gaan daarenboven eraan voorbij dat de gemeenteraadsbeslissing slechts een beslissing tot voorlopige vaststelling is en dat met verwijzing naar de motivatienota wel degelijk een motivering in het licht van de principes van artikel 4 van het Gemeentewegendecreet is opgenomen.
Het bezwaar wordt niet weerhouden.
Conclusie
Uit het voorgaande vloeit dan ook voort dat er diverse legaliteitsbelemmeringen voorliggen om het grafisch plan definitief vast te stellen.
Weerlegging conclusie:
Er zijn desgevallend geen belemmeringen om het voorliggend grafisch plan houdende gedeeltelijke opheffing van buurtweg nr. 14 definitief vast te stellen.
De deputatie en het departement hebben geen advies verleend binnen de termijn van het openbaar onderzoek, waardoor overeenkomstig artikel 21 van het decreet gemeentewegen aan de adviesvereiste mag worden voorbij gegaan.
Overeenkomstig artikel 21 van het decreet gemeentewegen kan de gemeenteraad het grafisch plan van 10 september 2021 houdende gedeeltelijke opheffing van buurtweg nr. 14 opgemaakt door SWECO nv definitief vaststellen.
Raadslid Kirsten HOEFS krijgt het woord en vraagt waarom de handelaars opnieuw een procedure hebben aangespannen, terwijl het schepencollege zegt dat er continu overleg is gepleegd en dat zij met het plan instemden.
Schepen Philip ROOSEN antwoordt dat het schepencollege hier eveneens verbaasd over was. De handelaren zeggen dat zij garanties wilden voor het aantal plaatsen voor kort parkeren. Omdat zij de plannen nog niet hadden kunnen inzien, hadden zij die zekerheid nog niet. Inmiddels heeft het schepencollege overleg gehad met de handelaren en werden de plannen toegelicht. Zij waren tevreden met het overleg, waardoor de gemeente verwacht dat zij de procedure stopzetten. Momenteel werkt de gemeente aan de omgevingsvergunning en de vergunningsprocedure voor een concessionaris. Beide zullen begin 2022 worden ingediend.
Motivatienota mbt vaststelling grafisch plan houdende gedeeltelijke opheffing van buurtweg nr. 14 (BIJLAGE 5):
"De buurtweg nr. 14 is gelegen op het Gemeenteplein waar, in actuele situatie, het gebouw “Cultureel Centrum Strombeek” gelegen is. Het Cultureel Centrum is reeds meer dan 30 jaar op deze locatie aanwezig en de buurtweg is aldus minstens even lang niet meer in gebruik.
De ligging van de buurtweg nr. 14 is aldus niet in overeenstemming met de huidige ligging en gebruik. De verkeersstromen verlopen in huidig gebruik over het Gemeenteplein. De buurtweg nr. 14 kan niet terug in gebruik genomen worden.
Het gemeentebestuur van Grimbergen plant een herinrichting van het Gemeenteplein. Dit omvat de bouw van een ondergrondse parkeergarage en een herinrichting van de bovenbouw van het Gemeenteplein. Deze in onbruik geraakte buurtweg nr. 14 maakt aansluiting op het kruispunt met Gemeenteplein/Wemmelsestraat/Victor Soensstraat.
Deze herinrichting zorgt voor een herwaardering en bescherming van de trage wegen, zowel op recreatief als functioneel vlak. Het plein wordt immers ingericht als een verkeersluwe ontmoetingsplek met een recreatieve functie, alsook als ontsluitingsplein en inkom voor de omliggende gebouwen en functies (Cultureel Centrum, toegang (geplande) ondergrondse parkeergarage, toegang omliggende appartementen en winkels).
Ter hoogte van de Wemmelsestraat nr. 57 wordt de rooilijn gelijkgelegd met de actuele gevel.
De motivatie hiervoor is dat hiermee de actuele situatie bestendigd wordt, gelet deze gevel in lijn ligt met de overige gevels in de Wemmelsestraat.
De gedeeltelijke opheffing van buurtweg nr. 14 is aldus in overeenstemming met de doelstellingen en principes vermeld in artikels 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen."
/
Artikel 1.
Het grafisch plan van 10 september 2021 houdende gedeeltelijke opheffing van buurtweg nr. 14, opgemaakt door SWECO nv, definitief vast te stellen.
Art. 2.
Het college van burgemeester en schepenen te belasten met de uitvoering en bekendmaking van dit besluit, conform de artikelen 22 en 23 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen.
De gemeenteraad stelt het rooilijnplan van 10 september 2021 voor het Gemeenteplein definitief vast.
De gemeenteraad belast het schepencollege met de uitvoering en bekendmaking van dit besluit, conform artikelen 18 en 19 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen.
/
De gemeenteraad heeft op 23 september 2021 het ontwerp van rooilijnplan van het Gemeenteplein voorlopig vastgesteld.
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet gemeentewegen heeft het college van burgemeester en schepenen op 4 oktober 2021 beslist om het ontwerp van rooilijnplan voor het Gemeenteplein te onderwerpen aan een openbaar onderzoek van 12 oktober 2021 tot en met 10 november 2021, en dit binnen de dertig dagen na de voorlopige vaststelling door de gemeenteraad.
De opmerkingen en bezwaren konden uiterlijk de laatste dag van het openbaar onderzoek schriftelijk of digitaal aan het gemeentebestuur bezorgd worden. De deputatie en het departement bezorgen het gemeentebestuur binnen deze termijn een advies over de overeenstemming van het ontwerp van rooilijnplan met de doelstellingen en principes, vermeld in artikels 3 & 4 van het decreet houdende gemeentewegen.
Tijdens het openbaar onderzoek van 12 oktober 2021 tot en met 10 november 2021 werd één bezwaarschrift ingediend/ontvangen.
Het college van burgemeester en schepenen heeft op 29 november 2021 kennis genomen dat er tijdens het openbaar onderzoek van 12 oktober 2021 tot en met 10 november 2021, betreffende voorlopige vaststelling van het rooilijnplan voor het Gemeenteplein, één bezwaarschrift werd ingediend. Het bezwaarschrift van 10 november 2021 gaat uit van Mr. Jürgen DE STAERCKE van het advocatenkantoor DE STAERCKE namens bvba J.B.K. (Kruisstraat 51 te 1853 Grimbergen), DOBA FARMA bvba (Ijsfabriek 18 te 1853 Grimbergen), NADRO cvba (Gemeenteplein 6 te 1853 Grimbergen), ORTHOCENTRUM-COLTURA-MORLET bvba (Gemeenteplein 16/1 te 1853 Grimbergen) en bvba ESSEPI (Hendrik Drapsstraat 46 te 1853 Grimbergen).
In het bezwaarschrift worden volgende opmerkingen gemaakt:
Bezwaar 1 - Onwettigheid openbaar onderzoek: schending artikel 17 §§ 2-3 Gemeentewegendecreet:
Artikel 21 §§ 2-3 Gemeentewegendecreet bepaalt uitdrukkelijk dat het openbaar onderzoek dient te worden gehouden na de aankondiging ervan, waarbij het openbaar onderzoek o.m. op de website van het gemeentebestuur bekend gemaakt dient te worden:
Inzake werd het openbaar onderzoek weliswaar bekend gemaakt op de website van het gemeentebestuur, maar zoals de bekendmaking zelf expliciet erkent, gebeurde dit pas door publicatie op de gemeentelijke website op dinsdag 12 oktober 2021 om 12u32, d.i. dus nadat het openbaar onderzoek al lopende was:
Het openbaar onderzoek werd dus niet gehouden na de decretaal voorgeschreven aankondiging, hetgeen impliceert dat het openbaar onderzoek onwettig georganiseerd werd. De regels in zake het openbaar onderzoek raken aan de openbare orde, hetgeen impliceert dat de gemeenteraad op basis van een onrechtmatig georganiseerd openbaar onderzoek niet op rechtmatige wijze het rooilijnplan definitief kan vaststellen.
Bovendien moet het openbaar onderzoek overeenkomstig artikel 17 § 2, 4° Gemeentewegendecreet ook per beveiligde zending worden verstuurd aan alle eigenaars die door de rooilijn worden getroffen. O.m mijn bezwaarindieners hebben nooit een individuele kennisgeving ontvangen.
Weerlegging bezwaar 1
Bezwaarindieners beroepen zich op een miskenning van artikel 17, §§ 2 en 3 van het Gemeentewegendecreet omdat de aankondiging van het openbaar onderzoek via een bericht op de website van de gemeente slechts gebeurd is op 12 oktober 2021 en bijgevolg nadat het openbaar onderzoek al lopende was. De aankondiging van het openbaar onderzoek via een bericht op de website van de gemeente is slechts één van de wijzen waarop de aankondiging overeenkomstig artikel 17, § 2 van het Gemeentewegendecreet dient te geschieden. Zo is de aankondiging ook gebeurd via aanplakking aan het gemeentehuis op 7/10/2021 (DOSSIERSTUK 1), aanplakking op gemeentelijk infobord te Strombeek-Bever op 7/10/2021 (DOSSIERSTUK 2) en ter plaatse op 7/10/2021 op de locaties zoals aangeduid op DOSSIERSTUK 3 & DOSSIERSTUK 4, meer bepaald in de Verbeytstraat tegenover huisnummer 3, in de Wemmelsestraat ter hoogte van huisnummer 57, in de Victor Soensstraat naast huisnummer 55A, ter hoogte van het kruispunt Gemeenteplein met de Victor Soensstraat en de Hendrik Drapsstraat, ter hoogte van de hoek van het Gemeenteplein met de Hendrik Drapsstraat en de Jan Mulsstraat, ter hoogte van de hoek van het Gemeenteplein met de Jan Mulsstraat, ter hoogte van de hoek van het Gemeenteplein met de Nieuwelaan en in de Lakensestraat op het kruispunt met de Jetsestraat. Gezien het tijdig ingediende bezwaarschrift hebben bezwaarindieners kennis gekregen van de aankondiging van het openbaar onderzoek. De aankondiging van het openbaar onderzoek via een bericht op de website op 12 oktober 2021 heeft de belangen en rechten van bezwaarindieners niet geschonden. Dit geldt evenzeer voor een gemis aan individuele kennisgeving, voor zover deze vereist was.
Het bezwaar wordt niet weerhouden.
Bezwaar 2 - Het dossier dat ter inzage ligt is ontoereikend voor het publiek om bezwaren en opmerkingen te formuleren:
Artikel 4 Gemeentewegendecreet schrijft uitdrukkelijk voor dat beslissingen over wijzigingen van het gemeentelijk wegennet rekening dient te houden met een aantal voorgeschreven principes die minimaal gerespecteerd dienen te worden:
Het hoeft geen betoog dat bezwaarindieners bij een voorlopig vastgesteld rooilijnplan o.m. hun bezwaren en opmerkingen moeten kunnen formuleren over o.m. de vraag in hoeverre de voorgenomen rooilijn wel beantwoordt aan o.m. de doelstellingen verwoord in artikel 4.
De gemeenteraadsbeslissing van 23 september 2021 lieert de voorgenomen rooilijn uitdrukkelijk aan de bouw van een ondergrondse parking en bovengrondse afwerking van het Gemeenteplein:
Op geen enkel ogenblik tijdens het openbaar onderzoek over het voorlopig vastgestelde rooilijnplan lagen echter de plannen van de ondergrondse afwerking van het Gemeenteplein ter inzage.
De gemeenteraadsbeslissing van 23 september 2021 poneert dus de stelling dat de voorgenomen rooilijn nodig is voor de bouw van een ondergrondse parking en bovengrondse afwerking van het Gemeenteplein, maar het publiek krijgt tijdens het openbaar onderzoek geen inzage in de plannen van de ondergronds parking en de bovengrondse afwerking van het Gemeenteplein waardoor het publiek op geen enkele wijze het rooilijnplan kan toetsen aan de plannen van de ondergrondse parking en de bovengrondse afwerking van het Gemeenteplein.
Zulks maakt het voor het publiek volstrekt onmogelijk om op geïnformeerde wijze hun bezwaren en opmerkingen te formuleren. Zo kunnen mijn bezwaarindieners uiteraard geen bezwaren en opmerkingen formuleren of de voorgenomen tracé wel staat ten dienste van het algemeen belang wanneer zij totaal geen zicht krijgen op de plannen van de ondergrondse parking en de bovengrondse afwerking van het Gemeenteplein. Bezwaarindieners kunnen evenmin zicht krijgen of de wijziging van de rooilijn wel effectief als een uitzonderingsmaatregel wordt aangewend nu zij zelfs niet eenvoudig kunnen verifiëren in hoeverre de plannen van de ondergrondse parking en bovengrondse afwerking van het Gemeenteplein wel effectief nopen tot een wijziging van het tracé van kwestieuze wegenis.
Evenmin kunnen mijn bezwaarindieners bezwaren en opmerkingen formuleren of het voorgenomen tracé de verkeersveiligheid en de ontsluiting van aangrenzende percelen steeds in acht nemen.
Het publiek, waaronder mijn bezwaarindieners, en de adviesorganen beschikken derhalve niet over alle relevante gegevens om opmerkingen en bezwaren te formuleren. Uit de gemeenteraadsbeslissing d.d. 23 september 2021 blijkt overigens dat aan de gemeenteraadsleden alle relevante informatie werd voorgelegd.
Het gemeentebestuur van Grimbergen heeft dus niet voldaan aan zijn informatieverplichtingen tegenover het publiek, de gemeenteraadsleden en de adviesorganen. Zulks impliceert dat de gemeenteraad niet op rechtmatige wijze het rooilijnplan definitief kan vaststellen.
Weerlegging bezwaar 2
In het kader van het openbaar onderzoek over het gemeentelijk rooilijnplan dienen de plannen van de ondergrondse parking en de bovengrondse afwerking niet ter inzage gelegd te worden. Overeenkomstig artikel 17, § 3 van het Gemeentewegendecreet dient enkel het ontwerp van gemeentelijk rooilijnplan ter inzage gelegd te worden. Dit plan dient overeenkomstig artikel 16, § 2 van het Gemeentewegendecreet de volgende elementen te bevatten:1° de actuele en de toekomstige rooilijn van de gemeenteweg; 2° de kadastrale vermelding van de sectie, de nummers en de oppervlakte van de getroffen kadastrale percelen en onroerende goederen; en 3° de naam van de eigenaars van de getroffen kadastrale percelen en onroerende goederen volgens kadastrale gegevens of andere gegevens die voor het gemeentebestuur beschikbaar zijn. In voorkomend geval zijn overeenkomstig artikel 16, § 3 van het Gemeentewegendecreet nog de volgende aanvullende elementen vereist: 1° een berekening van de eventuele waardevermindering of waardevermeerdering van de gronden ten gevolge van de aanleg, wijziging of verplaatsing van een gemeenteweg overeenkomstig artikel 28; en 2° de nutsleidingen die als gevolg van de opheffing van de gemeenteweg op private eigendom zullen liggen. Dat de aanname van het gemeentelijk rooilijnplan geschiedt met het oog op de opmaak van een omgevingsvergunning voor de bouw van een ondergrondse parking en de bovengrondse afwerking van het Gemeenteplein maakt niet dat de plannen voor de ondergrondse parking en bovengrondse afwerking reeds ter inzage moeten liggen. Bezwaarindieners zijn dan ook in de mogelijkheid geweest om hun bezwaren en opmerkingen bij het gemeentelijk rooilijnplan te formuleren. In de motivatienota die ter inzage werd gelegd, werd de overeenstemming van deze aanname beargumenteerd in het licht van de doelstellingen en principes van artikel 3 en 4 van het Gemeentewegendecreet. In de gemeenteraadsbeslissing van 23 september 2021 tot voorlopige vaststelling van het ontwerp van gemeentelijk rooilijnplan, waarvan bezwaarindieners kennis hebben, werd expliciet verwezen naar de motivering uit de motivatienota. Bezwaarindieners beschikten aldus over de nodige relevante en beschikbare gegevens om bezwaren en opmerkingen te formuleren in het licht van de doelstellingen en principes van artikel 3 en 4 van het Gemeentewegendecreet. In het kader van de procedure tot vaststelling van een gemeentelijk rooilijnplan dienen de plannen voor de ondergrondse parking en bovengrondse afwerking ook niet beschikbaar te zijn voor de gemeenteraad.
Het bezwaar wordt niet weerhouden.
Bezwaar 3 - Artikel 8 Gemeentewegendecreet : geen gemeenteraadsbeslissing over de wijziging van de gemeentelijke wegenis:
In de gemeenteraadsbeslissing d.d. 23 september 2021 stelt de gemeenteraad voor het Gemeenteplein meteen een rooilijnplan voorlopig vast. De beslissingen die m.b.t. de rooilijnplannen dienen te worden genomen, dienen echter onderscheiden te worden van de gemeenteraadsbeslissingen die over de aanleg, wijziging, verplaatsing en opheffing van gemeentewegen dienen te worden genomen.
M.b.t. de aanleg, wijziging, verplaatsing en opheffing van gemeentewegen werd geen voorafgaande gemeenteraadsbeslissing genomen. Artikel 8 Gemeentewegendecreet is geschonden, waardoor de gemeenteraad het rooilijnplan noch voorlopig, noch definitief op wettige wijze kan vaststellen.
Weerlegging bezwaar 3
Artikel 8 van het Gemeentewegendecreet bevestigt louter dat de gemeenteraad bevoegd is voor het aanleggen, wijzigen, verplaatsen of opheffen van gemeentewegen. Procedureel verloopt dit evenwel via de aanname van een gemeentelijk rooilijnplan of de opheffing van gemeentewegen (RvS, nr. 250.878, 11 juni 2021, randnummer 14). Een voorafgaande gemeenteraadsbeslissing is derhalve niet vereist.
Het bezwaar wordt niet weerhouden.
Bezwaar 4 - Schending artikel 16 §§ 2-3 Gemeentewegendecreet:
Artikel 16 §§ 2-3 Gemeentedecreet bepaalt:
Het voorlopig vastgesteld rooilijnplan voldoet op diverse punten niet aan voormelde voorschriften. Zo bevat het plan nergens op exhaustieve wijze de naam van de eigenaars van de getroffen kadastrale percelen en onroerende goederen. Voor bijna alle particuliere eigendommen die zijn getroffen wordt als eigenaar enkel nietszeggend "appartementsgebouw" vermeld.
Op het plan worden evenmin de waardeverminderingen en -vermeerderingen vermeld.
Als klap op de vuurpijl wordt op het rooilijnplan zelfs nergens de actuele rooilijn aangeduid.
Het voorliggend rooilijnplan is manifest onwettig en kan niet op rechtmatige wijze definitief worden vastgesteld.
In het verlengde hiervan dient ook vastgesteld te worden dat het gemeenteraadsbesluit van 23 september 2021 over voormelde elementen in alle talen zwijgt. Hoewel de wegenis wordt uitgebreid naar o.m. particuliere eigendommen, wordt de kwestie van waardeverminderingen en -vermeerderingen nergens betrokken.
Weerlegging bezwaar 4:
Overeenkomstig artikel 16, § 3, 1° van het Gemeentewegendecreet dient een gemeentelijk rooilijnplan in voorkomend geval een berekening van een eventuele waardevermindering of waardevermeerdering van de gronden ten gevolge van de aanleg, wijziging of verplaatsing van de gemeenteweg te bevatten. Gelet op de bewoordingen van deze bepaling (‘in voorkomend geval’ en ‘eventuele’) is dergelijke berekening enkel vereist wanneer er ook sprake is van een waardevermindering of - vermeerdering. Dit laatste is niet het geval, nu enkel de bestaande toestand bevestigd wordt en er geen percelen getroffen worden door een rooilijn. In de gemeenteraadsbeslissing van 23 september 2021 diende dan ook geen uitspraak dienaangaande gedaan te worden. Dat niet op exhaustieve wijze verwezen zou zijn naar alle eigenaars raakt niet aan de belangen en rechten van eigenaars, zoals de bezwaarindieners, die in staat waren om een bezwaarschrift in te dienen. De actuele rooilijn wordt wel degelijk aangeduid op het plan, nu immers de te behouden rooilijn wordt vastgelegd. De vastgelegde rooilijn is bijgevolg dezelfde als de bestaande rooilijn. Een aparte aanduiding is dan ook niet vereist.
Het bezwaar wordt niet weerhouden.
Bezwaar 5 - Geen afdoende motivering voor de voorgenomen wijziging vanuit de decretaal voorgeschreven doelstellingen:
Artikel 4 Gemeentewegendecreet somt expliciet de decretaal voorgeschreven, minimale doelstellingen op die bij een wijziging van het gemeentelijk wegennet moeten worden gerespecteerd:
Hoewel artikel 4 uitdrukkelijk aangeeft dat de opgesomde principes een minimum betreffen waar de gemeenteraadsbeslissing rekening dient te houden, besteedt de gemeenteraadsbeslissing aan de kwestieuze principes niet de minste motivering.
De gemeenteraad kan de kwestieuze rooilijn niet vaststellen zonder afdoende inzichtelijk te maken dat met de beginselen voorgeschreven in artikel 4 rekening werd gehouden.
Weerlegging bezwaar 5
Bezwaarindieners bekritiseren het gemis aan motivering van de gemeenteraadsbeslissing van 23 september 2021 tot voorlopige vaststelling van het ontwerp van grafisch plan in het licht van de principes vermeld in artikel 4 van het Gemeentewegendecreet. De beslissing tot voorlopige vaststelling van een gemeentelijk rooilijnplan maakt geen deel uit van het ontwerp van gemeentelijk rooilijnplan dat ter inzage dient gelegd te worden. Het openbaar onderzoek heeft dan ook enkel betrekking op dit ontwerp van gemeentelijk rooilijnplan. Bezwaarindieners gaan daarenboven eraan voorbij dat de gemeenteraadsbeslissing slechts een beslissing tot voorlopige vaststelling is en dat met verwijzing naar de motivatienota wel degelijk een motivering in het licht van de principes van artikel 4 van het Gemeentewegendecreet is opgenomen.
Het bezwaar wordt niet weerhouden.
Conclusie
Uit het voorgaande vloeit dan ook voort dat er diverse legaliteitsbelemmeringen voorliggen om het rooilijnplan definitief vast te stellen.
Weerleggen conclusie:
Er zijn desgevallend geen belemmeringen om het voorliggend rooilijnplan voor het Gemeenteplein definitief vast te stellen.
De deputatie en het departement hebben geen advies verleend binnen de termijn van het openbaar onderzoek, waardoor overeenkomstig artikel 17 van het decreet gemeentewegen aan de adviesvereiste mag worden voorbij gegaan.
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet gemeentewegen kan de gemeenteraad het gemeentelijk rooilijnplan van 10 september 2021 voor het Gemeenteplein, opgemaakt door SWECO nv, definitief vaststellen.
Motivatienota mbt vaststelling gemeentelijk rooilijnplan voor het Gemeenteplein (BIJLAGE 5):
"De rooilijn op het Gemeenteplein werd onderzocht en wordt met bovenvermeld rooilijnplan bestendigd.
Ter hoogte van de Wemmelsestraat nr. 57 wordt de rooilijn gelijkgelegd met de actuele gevel. Dit wordt dan ook geregeld met de procedure ‘gedeeltelijke opheffing buurtweg nr. 14’.
De motivatie hiervoor is dat hiermee de actuele situatie bestendigd wordt, gelet deze gevel in lijn ligt met de overige gevels in de Wemmelsestraat.
Het vaststellen van de rooilijn zal ervoor zorgen dat duidelijk afgebakende grenzen, tussen het openbare domein en de aangelande eigendommen, worden vastgesteld.
Hierbij kan de gemeente bij de toekomstige opmaak van het ontwerp van ondergrondse parking en bovengrondse afwerking voor het Gemeenteplein, binnen de vastgestelde contouren van het openbaar domein, concrete voorstellen opnemen met betrekking tot de verkeersluwe ontsluiting (veiligheid) van de omliggende gebouwen (o.a. leveringen en ondergrondse parking), verbindingsfunctie (wonen, winkelen, ...) en recreatieve functies (ontmoetingsplaats, groen plein, gemengd gebruik, ...)."
De vaststelling van de rooilijn voor het Gemeenteplein en directe omgeving is in overeenstemming met de doelstellingen en principes vermeld in artikels 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen."
/
Artikel 1.
Het rooilijnplan van 10 september 2021 voor het Gemeenteplein, opgemaakt door SWECO nv, definitief vast te stellen.
Art. 2.
Het college van burgemeester en schepenen te belasten met de uitvoering en bekendmaking van dit besluit, conform de artikelen 18 en 19 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen.
De gemeenteraad keurt de wijzigingen aan het algemeen gemeentelijk politiereglement, zoals opgenomen in de bijgevoegde gecoördineerde versie, goed.
Artikel 40, §3 Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017:
De gemeenteraad stelt de gemeentelijke reglementen vast. Met behoud van de toepassing van de federale wetgeving in verband met de bevoegdheid van de gemeenteraad om politieverordeningen vast te stellen, kunnen de reglementen onder meer betrekking hebben op het gemeentelijk beleid, de gemeentelijke belastingen en retributies, en op het inwendige bestuur van de gemeente.
Een afschrift van elk reglement waarin een strafbepaling of een administratieve sanctie wordt opgenomen, wordt dadelijk verzonden aan de griffie van de rechtbank van eerste aanleg en aan die van de politierechtbank.
Artikel 26 van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen.
De Nieuwe Gemeentewet:
artikel 135, §2 (gemeentelijke administratieve politie);
artikel 119 (bevoegdheid gemeenteraad vaststelling politiereglementen) en
119bis (gemeentelijke administratieve sancties).
Besluit van de gemeenteraad van 28 januari 2021 inzake goedkeuring nieuw algemeen gemeentelijk politiereglement, laatste gewijzigd in zitting van de gemeenteraad van 25 november 2021.
Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 8 november 2021 inzake de principiële goedkeuring van de wijziging politiereglement in het kader van overheidsopdracht inzameling van textiel via textielcontainers op standplaatsen.
/
De gemeente Grimbergen besliste om de gemeentelijke recyclageparken uit te besteden aan Incovo OV.
In het gemeentelijk politiereglement wordt het gebruik van het recyclagepark gereglementeerd in artikels 83 tem. 99.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om deze artikels op te heffen met ingang van 1 januari 2022.
De wijzigingen worden opgenomen in een gecoördineerde versie van het algemeen gemeentelijk politiereglement (Bijlage 1).
Raadslid Bart VAN HUMBEECK vraagt waar de afdwingbare regels terugkomen zoals het vragen om de identiteitskaart en het regelen van het verkeer. Hij wil graag weten waar dit werd vastgelegd dat de nieuwe uitbater deze bevoegdheid krijgt.
Voorzitter Chantal LAUWERS repliceert dat het schepencollege deze vraag niet kan beantwoorden en laat dit verder onderzoeken.
/
Artikel 1
Artikels 83 tem. 99, zijnde afdeling 8 'Gemeentelijke recyclageparken' van hoofdstuk 1 'De openbare netheid', van het gemeentelijk politiereglement op te heffen met ingang van 1 januari 2022.
Art. 2.
Het gewijzigde gemeentelijk politiereglement, in voege vanaf 1 januari 2022, als bijlage 1 bij dit besluit, goed te keuren.
Art. 3.
Dit besluit bekend te maken overeenkomstig de bepalingen van “Afdeling 2. Bekendmaking en inwerkingtreding, Hoofdstuk 1. Akten van het lokaal bestuur, Titel 5. De werking van het lokaal bestuur" DLB.
Art. 4.
Een afschrift van dit besluit over te maken aan:
De gemeenteraad keurt de aanstelling van een back-up sanctionerende ambtenaar van Haviland Intercommunale goed.
Artikel 56, §3, 2° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB):
Het college van burgemeester en schepenen is bevoegd voor het aanstellen en ontslaan van het personeel, alsook de sanctie- en tuchtbevoegdheid ten aanzien van het personeel, onverminderd de bevoegdheid van de gemeenteraad overeenkomstig artikel 43, § 2, 7°.
Overeenkomstig artikel 4 van haar statuten heeft Haviland tot doel haar deelnemers bij te staan bij de uitvoering van hun taken door het verlenen van ondersteunende diensten, door de samenwerking tussen de gemeenten te bevorderen en door de ontwikkelingsinitiatieven in het belang van de groep van de aangesloten gemeenten en de regio ervan te nemen en/of te bestendigen binnen bepaalde beleidsdomeinen, waaronder de gemeentelijke administratieve sancties; dat deze dienstverlening volgens artikel 5 van deze statuten onder meer de vorm kan aannemen van diensten voor één of meer deelnemers waarvoor exclusiviteit verleend wordt en dit op basis van een kosten- en expertisedelend principe.
Haviland wenst te allen tijde de dienstverlening aan de vennoten wenst te verzekeren en aldus voorziet in bijkomende personeelsleden die de in artikel 1, §4 en artikel 3 van het koninklijk besluit van 21 december 2013 tot vaststelling van de kwalificatie- en onafhankelijkheidsvoorwaarden van de ambtenaar belast met de oplegging van de administratieve geldboete en tot inning van de boetes in uitvoering van de wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties bedoelde opleiding hebben gevolgd.
Gunstig advies (artikel 1, §6 KB van 21 december 2013) van de procureur des konings (brief van 6 mei 2021).
Om de continuïteit van de GAS-dienstverlening te blijven garanderen, voorziet Haviland in een back-up sanctionerend ambtenaar. Collega-jurist Nikita Vanschaemelhout zal deze taak op zich nemen.
Raadslid Gerlant VAN BERLAER krijgt het woord en stelt dat hij geen voorstander is van het uithollen van de taken van de politie en elders mensen aanstellen om te sanctioneren. Hij zal zich om die reden onthouden van stemming bij de volgende agendapunten.
/
Artikel 1.
De aanstelling van mevrouw Nikita VANSCHAEMELHOUT, personeelslid van Haviland, als sanctionerend ambtenaar voor de gemeente Grimbergen voor wat betreft de sanctionering GAS 1-2-3 / GAS 4 goed te keuren.
Art. 2.
Het college van burgemeester en schepenen te gelasten met het uitvoeren van huidige beslissing.
Art. 3.
Een afschrift van dit besluit wordt overgemaakt aan de toezichthoudende overheid, de provinciegouverneur, de sanctionerend ambtenaar van Haviland, de korpschef van de politiezone Grimbergen, de procureur des konings van Halle-Vilvoorde en de griffiers van de rechtbank van eerste aanleg en van de politierechtbank.
De gemeenteraad keurt de aanstelling van de ambtenaren van OVAM als GAS-vaststeller voor zwerfvuil goed.
Artikel 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
E-mail van 14 juli 2021 van OVAM inzake project handhaving zwerfvuil in Vlaanderen:
Geacht college
De Vlaamse overheid wenst de lokale besturen te ondersteunen in de handhaving op zwerfvuil via de GAS-reglementering.
Bij de OVAM worden gedurende drie jaar 30 handhavers aangeworven die zich uitsluitend zullen bezig houden met het controleren op zwerfvuil. Dit zal gebeuren in samenwerking met de lokale besturen. Als bijlage vindt u een gezamenlijke brief van mevrouw Zuhal Demir, Vlaams minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme, VVSG en OVAM met meer uitleg over het project handhaving zwerfvuil.
Wij kijken uit naar een toekomstige samenwerking in kader van dit project.
Met vriendelijke groeten
Danny Wille Adjunct-directeur-generaal OVAM
/
Het project loopt van midden 2021 tot midden 2024.
Werkwijze
De lokale besturen kunnen gratis een beroep doen op het team handhavers zwerfvuil ter ondersteuning van een handhavingsactie inzake zwerfvuil op uw grondgebied. De handhavers zwerfvuil zullen worden aangestuurd vanuit het team terreincontrole bij de afdeling algemene diensten van de OVAM.
Er zal gewerkt worden met een aanvraagformulier via de website van de OVAM. Daarbij kan het lokaal project omschreven worden (doelplaats, geografische afbakening /oppervlakte, evenement, doelgroep, tijdstip, aantal handhavers). Deze lokale projecten worden ingepland naast de overkoepelende projecten op Vlaams niveau.
Via patrouilles op het terrein, ook ’s avonds en in het weekend, zal getracht worden overtreders op heterdaad te betrappen.
In overleg met de lokale besturen kan er een aanpak op maat afgesproken worden. Dit in overleg en in samenwerking met de lokale GAS-vaststellers, de GAS-sanctioneringsambtenaar, de milieudienst en de lokale politie.
De handhavers zwerfvuil worden niet ingezet voor controles op sluikstorten of andere afvalovertredingen (bijvoorbeeld het foutief aanbieden van afval bij huis-aan-huisophaling). Na benoeming tot GAS-vaststeller is het de bedoeling om in de eerste plaats handhavend op te treden via GAS en niet enkel sensibiliserend.
Vóór de start van een samenwerking dienen de handhavers zwerfvuil van OVAM als GAS-vaststeller door de gemeenteraad te worden aangesteld.
De wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties (GAS) voorziet in artikel 21, §1 2° voor gewestelijke ambtenaren de mogelijkheid om inbreuken vast te stellen die het voorwerp kunnen uitmaken van administratieve sancties. De intercommunale ambtenaren moeten voldoen aan een aantal minimumvoorwaarden vastgelegd in een Koninklijk Besluit. Deze voorwaarden zijn de volgende:
tenminste 18 jaar oud zijn;
niet veroordeeld zijn geweest tot een correctionele of criminele straf behoudens veroordelingen wegens inbreuken op de wetgeving betreffende de politie over het wegverkeer;
minstens beschikken over een getuigschrift van het secundair onderwijs en
voldoen aan de voorwaarden inzake opleiding.
Het gaat om een 40 uur durende opleiding die vier verschillende onderdelen omvat:
de wetgeving met betrekking tot de gemeentelijke administratieve sancties;
conflictbeheersing + positieve conflictbeheersing met minderjarigen;
het vaststellen van de overtredingen en de redactie van de vaststelling en
de werkingsbeginselen van de politiediensten. Van alle gedoceerde onderdelen wordt een examen afgenomen. De kandidaat is geslaagd indien hij voor elk onderdeel minimum 50% van de punten heeft behaald en minimum 60% van de punten heeft behaald voor het totaal van alle onderdelen.
Gezien de ambtenaren voldoen aan de minimumvoorwaarden vastgelegd in het Koninklijk Besluit van 21 december 2013, kunnen zij door de gemeenteraad worden aangesteld om inbreuken vast te stellen die aanleiding kunnen geven tot het opleggen van een gemeentelijke administratieve sanctie.
Alle betrokken personen voldoen aan alle vier de voorwaarden en kunnen dus aangesteld worden als GAS-vaststeller. Na hun aanstelling als GAS-vaststeller kunnen betrokkenen vaststellingen doen in het kader van de opdracht rond het handhaven van de regels in het politiereglement inzake zwerfvuil.
/
Enig artikel.
De aanstelling van:
ambtenaren van OVAM, als GAS-vaststeller voor overtredingen inzake afdeling 2 openbare netheid en afdeling 7 dieren van het politiereglement goed te keuren.
De gemeenteraad keurt de aanstelling van gemeenteambtenaren van als GAS-vaststeller goed.
Artikel 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
/
De wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties (GAS) voorziet in artikel 21, §1 1° voor gemeenteambtenaren de mogelijkheid om inbreuken vast te stellen die het voorwerp kunnen uitmaken van administratieve sancties. De intercommunale ambtenaren moeten voldoen aan een aantal minimumvoorwaarden vastgelegd in een Koninklijk Besluit. Deze voorwaarden zijn de volgende:
Het gaat om een 40 uur durende opleiding die vier verschillende onderdelen omvat:
Gezien de ambtenaren voldoen aan de minimumvoorwaarden vastgelegd in het Koninklijk Besluit van 21 december 2013, kunnen zij door de gemeenteraad worden aangesteld om inbreuken vast te stellen die aanleiding kunnen geven tot het opleggen van een gemeentelijke administratieve sanctie.
/
Enig artikel.
De aanstelling van:
ambtenaren van de gemeente, als GAS-vaststeller goed te keuren.
De gemeenteraad keurt het wedstrijdreglement van de Kerst Tekenwedstrijd die loopt van 7 tem. 31 december 2021 goed.
Artikel 41, 2° van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB):
Behalve bij de uitdrukkelijke toewijzing van een bevoegdheid als vermeld in artikel 2, § 2, tweede lid, aan de gemeenteraad kan de gemeenteraad bij reglement bepaalde bevoegdheden toevertrouwen aan het college van burgemeester en schepenen.
De volgende bevoegdheden kunnen niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd:
2° het vaststellen van andere gemeentelijke reglementen dan die over personeelsaangelegenheden, en het bepalen van straffen en administratieve sancties bij de overtreding van die reglementen.
Het besluit van het college van burgemeester en schepenen van 29 december 2021. (in bijlage)
/
Wegens de opnieuw verslechterde evolutie van de COVID-19 pandemie kan er in 2021 voor de 2de keer op rij geen kerstmarkt georganiseerd worden.
Als alternatief organiseren we opnieuw een tekenwedstrijd voor de kinderen. Deze kende vorig jaar een groot succes.
Voor deze wedstrijd werd een reglement opgemaakt (in bijlage).
Het college van burgemeester en schepenen vraagt aan de gemeenteraad om dit reglement goed te keuren.
/
Artikel 1.
Het wedstrijdreglement van de Kerst Tekenwedstrijd, die loopt van 7 tem. 31 december 2021, als bijlage bij dit besluit gevoegd, goed te keuren.
Art. 2.
Dit besluit bekend te maken overeenkomstig de bepalingen van “Afdeling 2. Bekendmaking en inwerkingtreding, Hoofdstuk 1. Akten van het lokaal bestuur, Titel 5. De werking van het lokaal bestuur" DLB.
De gemeenteraad keurt een nieuw reglement op de begraafplaatsen goed.
Artikel 40 Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (DLB):
§ 1. Onder voorbehoud van andere wettelijke of decretale bepalingen, beschikt de gemeenteraad over de volheid van bevoegdheid ten aanzien van de aangelegenheden, vermeld in artikel 2.
§ 2. De gemeenteraad bepaalt het beleid van de gemeente en kan daarvoor algemene regels vaststellen.
§ 3. De gemeenteraad stelt de gemeentelijke reglementen vast. Met behoud van de toepassing van de federale wetgeving in verband met de bevoegdheid van de gemeenteraad om politieverordeningen vast te stellen, kunnen de reglementen onder meer betrekking hebben op het gemeentelijk beleid, de gemeentelijke belastingen en retributies, en op het inwendige bestuur van de gemeente.
/
De gemeenteraad keurde in zitting van 22 juli 2008 het huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen goed.
Dit reglement is intussen sterk verouderd en dient bijgevolg een volledige update te krijgen. Het reglement dient geactualiseerd te worden omdat bepaalde procedures zijn gewijzigd.
Hiernaast moet het reglement duidelijker en begrijpbaar gemaakt worden voor de burger.
Het reglement dient in overeenstemming gebracht te worden met het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging en de uitvoeringsbesluiten, alsook met het retributiereglement op de grafconcessies, goedgekeurd in gemeenteraadszitting van 19 december 2019.
De voornaamste wijzigingen van het huishoudelijk reglement zijn de volgende:
Naamplaatjes strooiweide:
In hoofdstuk 4: Bevoegdheden en algemene regelgeving op de begraafplaats. Wijziging in 4.5. Het uitstrooien, begraven of bewaren van as. Artikel 64: Naamplaatjes op het gedenkteken van de strooiweide worden voor een termijn van 50 jaar bevestigd en worden daarna ambtshalve verwijderd en kunnen niet verlengd worden.
Concessies begraving in kinderperk of foetusweide:
In hoofdstuk 4: Bevoegdheden en algemene regelgeving op de begraafplaats. Wijziging in 4.6. Kinderperk. Op het kinderperk wordt de foetus of het kind begraven in een niet-geconcedeerde grond voor een periode van 50 jaar vanaf de begraving. Na deze periode kan de niet-geconcedeerde grond ter plaatse omgezet worden in een concessie van 25 jaar aan de tarieven zoals bepaald in het op dat moment geldende retributiereglement.
Bij de begraving van een foetus kan men een tegel plaatsen met volgende afmetingen: 0,20 m x 0,20 m x 0,03 m.
Invoering sterretjesweide:
In hoofdstuk 4: Bevoegdheden en algemene regelgeving op de begraafplaats. Invoering van 4.7. Sterretjesweide. De inrichting van een sterretjesweide. Waardig afscheid kunnen nemen van je doodgeboren baby is erg belangrijk, ongeacht de duur van de zwangerschap. Daarom rijst de vraag om op de begraafplaatsen een sterretjesweide te voorzien, waar men even aandacht kan schenken aan overleden of levenloos geboren kindjes. De dienst stelt voor om een gedenksteen met spreuk te voorzien. De inrichting van de sterretjesweide is pas een eerste stap in de vernieuwing van het kerkhof. De komende jaren zullen we ook de rest van de begraafplaats onder handen nemen.
Aanvangsdatum concessies:
In hoofdstuk 5: Concessies. Wijziging in 5.2. Duurtijd van de concessie. Artikel 103: Als algemene regel wordt vastgesteld dat de concessies een aanvang nemen op datum van de eerste begraving of bijzetting. Dit betekent een sterk administratieve vereenvoudiging.
Aanplakking bij vroegtijdige beëindiging van een concessie:
In hoofdstuk 5: Concessies. Wijziging in 5.4. Voortijdige beëindiging van de concessie. Artikel 112: Vooraleer een concessie vroegtijdig te beëindigen, zal een bericht tot voortijdige beëindiging gedurende 6 maanden zowel bij het graf als aan de ingang van de gemeentelijke begraafplaats uitgehangen worden.
In een tweede fase zullen de diensten werk maken van een toekomstvisie voor de 5 begraafplaatsen.
In het verleden werden vaak nieuwe terreinen aangesneden om recentere begravingen in onder te brengen. De vraag wat er met de oude graven dient te gebeuren bleef tot nu onbeantwoord. De te onderhouden oppervlakte breidt uit, maar ook de intensiteit en de diversiteit van het beheer van de begraafplaatsen neemt toe.
Het beheer van de begraafplaatsen is geen evidentie en de vraag stelt zich naar een nieuwe toekomstgerichte visie over:
de begraafplaatsen;
het beheer haalbaar te houden;
de kwaliteit van de ruimte te behouden of te verbeteren.
Daarnaast is 2021, 50 jaar nadat de wet over de afschaffing van de eeuwigdurende concessies in 1971 in voege trad, een scharnierjaar. De verlopen concessies konden kosteloos en voor een nieuwe termijn van 50 jaar verlengd worden en dit op vraag van 'enige belanghebbende'.
Nu de datum van de oorspronkelijke concessie bepaald is, dient men volop in te zetten op de regularisaties (verlengingen) of officieel stopzetten van de concessie. De bedoeling is zeker niet dat alle oude monumentale graftekens verdwijnen.
De gemeente zal moeten te beslissen wat er met bepaalde monumentale graftekens zal gebeuren. Men zal een evenwicht zoeken naar het behoud van het funerair erfgoed, de kostprijs ervan en het tegemoetkomen aan nieuwe wensen en noden.
Men zal een antwoord moeten formuleren op de volgende vragen, wat uiteindelijk zal resulteren in een nieuw reglement en een nieuwe visie en vormgeving van de begraafplaatsen:
Hoe kunnen we aansporen om concessies te verlengen?
Wat is een waardevol grafteken en wat behoort tot het funerair erfgoed?
Welke alternatieven zullen er in Grimbergen zijn in geval van behoud : welke graftekens zullen in aanmerking komen voor peterschap/hergebruik?
Hoe zullen we de vrijgekomen concessies opnieuw aanbieden?
Wat is de kostprijs voor de nieuwe concessiehouder en wat verwachten we van hem?
Het historisch onderzoek dat men zal voeren zal de basis vormen voor de ontwikkeling van een toekomstvisie en daarvoor wordt voorgesteld om zich te laten bijstaan door een studiebureau.
Raadslid Katleen ORINX krijgt het woord en stelt dat de fractie CD&V blij was dat de regels voor de sterrenkindjes werden opgenomen in het huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen. Ze dankt schepen Karlijne VAN BREE en de gemeentelijke diensten voor het opnemen van de sterretjesweide. Het heeft lang geduurd, maar het is eindelijk geregeld. In artikel 71 staat dat foetussen die levenloos worden geboren voor 180 dagen zwangerschap op de foetusweide begraven kunnen worden. Daar mag een horizontele tegel geplaatst worden met een tekst. Ze vraagt of dit betekent dat de ouders hun ongeboren kind voor de 180 dagen zwangerschap kunnen erkennen. Wettelijk gezien kan dit pas vanaf 180 dagen. Verder leest raadslid ORINX dat er een toekomstvisie komt voor de vijf begraafplaatsen.
Ze vraagt wat in deze visie komt te staan en of er al een planning voor is, ze wil hier graag over meedenken en kan zich voorstellen dat dit ook voor inwoners geldt. Ze stelt dan ook voor om de bevolking hierop te bevragen. Verder wordt er in artikel 72 verwezen naar artikel 4.2. Volgens haar moet dit artikel 4 zijn.
Tot slot vraagt ze of er is nagedacht over natuurbegraafplekken.
Schepen Karlijne VAN BREE krijgt het woord en beantwoordt de vragen:
Het is de bedoeling dat ouders die hun kindje voor 180 dagen zwangerschap verliezen, het kunnen laten registreren. Dit is echter nu nog niet mogelijk. De begraving van de foetus wordt al wel mogelijk met het vaststellen van dit reglement.
In de toekomstvisie zal bepaald moeten worden wat er met oude graven gebeurt en welke graven als van lokaal historisch belang worden geacht. Veel oude graven hebben erfgoedwaarde. Soms zijn ze wat ingezakt, maar ze wil zich verzetten tegen het ruimen van deze graven. In Vlaanderen bestaan veel goede voorbeelden van het bewaren en herbestemmen van dergelijke graven.
Het schepencollege heeft de Cultuurraad gevraagd om na te denken over de invulling van de sterretjesweide. Ook zullen bewoners gevraagd worden om suggesties.
De gemeente probeert in te gaan op wensen voor een natuurlijke begraving, bijvoorbeeld door het gebruik van afbreekbare urnen.
De verwijzing naar het artikelnummer is inderdaad niet correct. De gemelde aanpassing zal doorgevoerd worden.
Raadslid Katleen ORINX krijgt tot slot het woord en stelt dat er meer mogelijkheden zijn voor een natuurlijke begraving. Ze dankt de schepen voor haar antwoorden.
/
Artikel 1.
Onderstaand nieuw reglement aangaande de begraafplaatsen en de lijkbezorging goed te keuren en toe te voegen als bijlage 13 bij het algemeen politiereglement, goedgekeurd bij besluit van de gemeenteraad van 28 januari 2021.
Goedgekeurd in de gemeenteraad van ……………………
Bekendgemaakt op …………..
Geldig vanaf ………………………..
INHOUDSTAFEL
1 Algemene bepalingen. 2
2 Pleegvormen die de begrafenis of crematie voorafgaan. 4
3 Lijkenvervoer 5
3.1 Vervoer van niet-gecremeerde lijken: 5
3.2 Vervoer van gecremeerde lijken: 6
4 Bevoegdheden en algemene regelgeving op de begraafplaats. 6
4.1 Bevoegdheden. 6
4.2 Kisten en urnen. 7
4.3 Graftekens. 8
4.4 Niet-geconcedeerde begravingen. 13
4.5 Het uitstrooien, begraven of bewaren van as. 14
4.6 Kinderperk. 15
4.7 Sterretjesweide. 16
4.8 Ereperk voor oud-strijders. 17
4.9 Graven van lokaal historisch belang. 17
4.10 Ontgravingen. 18
4.11 Verwijderen van graven. 19
5 Concessies. 20
5.1 Algemene bepalingen. 20
5.2 Duurtijd van de concessie. 22
5.3 Verlenging van de concessie. 22
5.4 Voortijdige beëindiging van de concessie. 23
6 Slotbepalingen. 24
REGLEMENT
Artikel 1
De gemeente beschikt over vijf begraafplaatsen gelegen te:
Artikel 2
Overeenkomstig het gelijkheidsbeginsel en het beginsel van non-discriminatie, zijn de gemeentelijke begraafplaatsen toegankelijk voor iedereen, zonder onderscheid van godsdienstige, filosofische of ideologische levensbeschouwing.
Artikel 3
De gemeentelijke begraafplaatsen zijn toegankelijk:
Artikel 4
De gemeentelijke begraafplaatsen zijn bestemd voor begraving, de bijzetting in een columbarium en de asverstrooiing van:
a) Personen die op het moment van overlijden ingeschreven zijn in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister van de gemeente Grimbergen;
b) Personen die in de gemeente Grimbergen effectief wonen, maar krachtens wettelijke bepalingen of internationale overeenkomsten van de inschrijving in de bevolkingsregisters, het vreemdelingen- of wachtregister zijn vrijgesteld;
c) Personen die gedurende minstens 25 jaar in het bevolkings- of vreemdelingenregister van de gemeente Grimbergen waren ingeschreven en ten hoogste gedurende 5 jaar niet langer ingeschreven zijn in de bovenvermelde registers;
d) Personen die in Grimbergen woonden en aansluitend voor verzorging of wegens ouderdom, ziekte of handicap hun intrek hebben genomen buiten de gemeente in een instelling of bij een kind of bloedverwant tot en met de tweede graad op voorwaarde dat zijn domicilie daar gevestigd bleef tot op het moment van zijn overlijden;
e) Personen ingeschreven in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister van een andere gemeente, mits betaling van een belasting of retributie vastgesteld door de gemeenteraad.
De nodige bewijsstukken dienen door de aanvrager voorgelegd te worden.
Artikel 5
De begravingen worden volgens plan in regelmatige volgorde uitgevoerd. Dat plan wijst de percelen aan voor begraving in niet-geconcedeerde grond, geconcedeerde grond, grafkelders, kindergraven, alsook de bijzetting in de nissen van het columbarium of begraving in het urneveld.
Artikel 6
Niet-geconcedeerde percelen, ongeacht of het gaat om een grondperceel, een columbariumnis of een urneveld, zijn bestemd voor de begraving van maximum één stoffelijk overschot. Niet-geconcedeerde percelen kunnen niet verlengd worden, noch omgezet worden naar een concessie.
Artikel 7
Percelen die het ontwerp uitmaken van een concessie zijn, ongeacht of het gaat om een grondperceel, een columbariumnis of een urneveld, bestemd voor de begraving in volle grond van maximaal één stoffelijk overschot en maximaal 3 stoffelijke overschotten bij grafkelders, columbariumnissen en urnevelden. Geconcedeerde percelen kunnen, mits hernieuwing voor de einddatum en mits de betaling van de verschuldigde tarieven, verlengd worden.
Artikel 8
Het is niet mogelijk om voorafgaand aan een overlijden reeds een perceel te reserveren of vast te leggen.
Artikel 9
Bij het bezorgen van de stoffelijke overblijfselen op de gemeentelijke begraafplaats:
Artikel 10
De verschillende mogelijkheden tot begraving op de gemeentelijke begraafplaats zijn:
Artikel 11
Elk overlijden in de gemeente wordt onverwijld aangegeven aan de ambtenaar van de burgerlijke stand. Dit geldt eveneens ingeval van ontdekking van een menselijk, zelfs onvolledig lijk op het grondgebied van de gemeente.
Het overlijden wordt door de ambtenaar van de burgerlijke stand vastgesteld op basis van een getuigschrift afgeleverd door de behandelende geneesheer of een geneesheer hiertoe aangesteld door de ambtenaar van de burgerlijke stand.
Artikel 12
Diegene die voor de begraving instaat, regelt zo spoedig mogelijk met het gemeentebestuur de formaliteiten betreffende de lijkbezorging. De begrafenisondernemer kan ertoe gemachtigd worden om alle formaliteiten in diens naam te vervullen.
Bij ontstentenis daarvan, zal het gemeentebestuur ambtshalve en op kosten van de erfgenamen, voor de teraardebestelling instaan.
Artikel 13
Tenzij in speciale gevallen en op advies van de behandelende geneesheer, vindt ten vroegste 24 uur na het overlijden, de begraving van niet-gecremeerde stoffelijke overschotten of de crematie met daarop volgend de begraving, de berging of de verstrooiing van de as, plaats. Na overleg met de ambtenaar van de burgerlijke stand wordt de dag en het uur van de begrafenis vastgesteld.
Artikel 14
Tot kisting mag slechts worden overgegaan nadat het overlijden werd vastgesteld door de ambtenaar van de burgerlijke stand, op voorlegging van het daartoe nodige doktersattest. Een balseming of enige andere conserverende behandeling, voorafgaand aan de kisting, kan in de door de Vlaamse regering bepaalde gevallen toegelaten worden.
De begrafenisondernemer of hij die instaat voor het kisten van het stoffelijk overschot, is persoonlijk verantwoordelijk voor de naleving van de bepalingen omtrent de kisting.
Artikel 15
De burgemeester of zijn gemachtigde mag de kisting bijwonen om de toepassing van de wettelijke en reglementaire bepalingen na te gaan.
De kisting van het te cremeren of naar het buitenland (met uitzondering van Luxemburg en Nederland) te voeren stoffelijk overschot heeft plaats in aanwezigheid van de burgemeester of diens afgevaardigde, die de toepassing van de wettelijke en de reglementaire bepalingen nagaat.
Artikel 16
Het gebruik van doodskisten, foedralen, doodswaden, producten en procédés die de natuurlijke en normale ontbinding van het lijk of de crematie beletten, is verboden.
De balseming of enig andere conserverende behandeling, voorafgaandelijk aan de kisting, kan in door de hogere overheid bepaalde gevallen toegelaten worden.
Artikel 17
Behalve om te voldoen aan een rechterlijke beslissing mag de kist na de kisting niet meer geopend worden.
Artikel 18
In geval een crematie doet de persoon die bevoegd is om in de lijkbezorging te voorzien (of zijn gemachtigde) een aanvraag tot crematie. Hierbij wordt een attest gevoegd van de behandelende geneesheer of de geneesheer die het overlijden vaststelde. Hierin wordt bevestigd dat het om een natuurlijk overlijden gaat.
Wanneer de aanvraag gaat over een persoon overleden in het Vlaams gewest, moet er ook een verslag toegevoegd worden van een beëdigd geneesheer aangesteld door de ambtenaar van de burgerlijke stand.
Artikel 19
Voor de begraving of crematie van een stoffelijk overschot wordt een toestemming verleend:
Artikel 20
Er wordt in een behoorlijke wijze voorzien in de lijkbezorging van behoeftigen. Het stoffelijk overschot zal door de zorgen van het gemeentebestuur op behoorlijke wijze gekist, vervoerd en begraven of gecremeerd worden.
De daaruit voortvloeiende kosten zijn ten laste van de gemeente van het Vlaamse Gewest waar zij in de bevolkingsregisters, het vreemdelingen- of het wachtregister zijn ingeschreven.
Artikel 21
Niet gecremeerde lijken moeten individueel met een lijkwagen of op een passende wijze vervoerd worden. Het lijkenvervoer dient ordelijk, welvoeglijk en met de aan de overledene verschuldigde eerbied te verlopen.
Artikel 22
Het vervoer van een niet-gecremeerd stoffelijk overschot binnen het Vlaamse Gewest kan plaatsvinden vanaf het moment dat de behandelende geneesheer of de geneesheer die het overlijden heeft vastgesteld, een attest heeft opgesteld waarin hij verklaart dat het om een natuurlijke doodsoorzaak gaat en dat er geen gevaar voor de volksgezondheid is.
Tevens moet er een attest voorgelegd worden van de gemeente waarin vermeld wordt dat zal overgegaan worden tot begraving, dat niets de teraardebestelling in de weg staat.
Artikel 23
Voor zover stoffelijke overschotten van de in België overleden personen naar het buitenland moeten vervoerd worden, is het vervoer, naargelang het geval, onderworpen aan de formaliteiten vermeld in:
Artikel 24
Het vervoer van gecremeerde lijken is vrij, maar dient te gebeuren volgens de regels van welvoeglijkheid.
Artikel 25
De lijkstoet dient de kortst mogelijke weg tussen plaats van opbaring en plaats van begrafenis te volgen.
Tijdens de stoet is het verboden gelijk welke daad te stellen, een houding aan te nemen of een manifestatie op touw te zetten die de welvoeglijkheid, de orde of de eerbied voor de doden stoort of kan storen.
Artikel 26
De lijkbezorging op de gemeentelijke begraafplaatsen wordt uitgevoerd door gemeentepersoneel. Het gemeentepersoneel is als enige bevoegd om grafkuilen te maken of grafkelders, percelen op het urneveld en columbaria te openen.
Artikel 27
Het gemeentepersoneel bepaalt de plaats van begraving op basis van de volgorde van begraving en op basis van de plannen van de kerkhoven waarop de percelen voor elk type begraving of bijzetting zijn aangeduid. De aanduiding van de plaats gebeurt ontegensprekelijk en zonder enig verhaal.
De begrafenisondernemers en hun werknemers zijn verplicht zich nauwgezet te schikken naar de bepalingen die ter plaatse worden voorgeschreven door het gemeentepersoneel.
Artikel 28
Begravingen dienen te gebeuren tussen 9.00 uur en 15.00 uur op weekdagen en tussen 9.00 uur en 13.00 uur op zaterdag. Op gemotiveerd verzoek kan de burgemeester hierop afwijkingen toestaan.
Op de gemeentelijke begraafplaatsen is het verboden te begraven op zondag, wettelijke feestdagen, 2 november en 26 december.
Artikel 29
De grafkuil wordt onmiddellijk na de begrafenisplechtigheid gedempt door de gemeentediensten. De nissen in het columbarium, evenals de percelen van urnekelders worden onmiddellijk na het bijzetten van de asurne afgedekt door de gemeentediensten.
Artikel 30
De afmetingen van de kisten mogen maximum 2 m lengte, 70 cm breedte en 55 cm hoogte zijn.
De kisten in een kinderperk mogen maximum 1,20 m lengte, 50 cm breedte en 55 cm hoogte zijn.
Afwijkingen hierop dienen aangevraagd en gemotiveerd te worden.
Artikel 31
Voor begravingen in volle grond gelden volgende bepalingen:
Artikel 32
De grafkelders worden enkel geplaatst door het gemeentebestuur, volgens de voorwaarden en tarieven vastgesteld in het desbetreffende retributiereglement.
Artikel 33
De afmetingen van het omhulsel van de asurnen in een urnekelder worden beperkt tot :
Artikel 34
De asurnen in volle grond dienen 100% biologisch afbreekbaar te zijn. Toegestane materialen zijn papier, hout, klei, leem, zetmeel. De urnen mogen geenszins elementen van ijzer, glas, lood, plastic of andere niet-biologische afbreekbare materialen bevatten.
Artikel 35
Tenzij de overledene anders heeft beschikt of zijn verwanten zich ertegen verzetten, heeft eenieder het recht op een graf een grafteken te doen plaatsen zonder afbreuk te doen aan het recht van de concessiehouder.
Artikel 36
Het is niet toegelaten graftekens of gedenktekens te plaatsen die door hun afmetingen, hun opschriften of aard van de materialen, de reinheid, gezondheid, veiligheid en rust op de begraafplaats kunnen verstoren.
Artikel 37
De graftekens of monumenten voor niet-geconcedeerde percelen voor begraving van asurnen mogen enkel worden geplaatst in één lijnrichting, aan het hoofdeinde van het perceel, in de daartoe voorbehouden strook.
Enkel rechtstaande graftekens mogen worden geplaatst. De afmetingen ervan zullen de volgende zijn:
Deze afmetingen zijn als volgt op te vatten: ze vertegenwoordigen de buitenomtrek van het grafteken die moet bereikt worden, doch waarbinnen de vorm overigens vrij is.
De rechtopstaande graftekens dienen op een rechthoekige bodemplaat te worden geplaatst.
Het grafteken wordt als volgt op de bodemplaat vast gemaakt:
De afmetingen van de bodemplaat zijn de volgende:
Enkel duurzame, kwaliteitsvolle en weerbestendige materialen, zodanig geconstrueerd of gebouwd dat het uitzicht ervan voorkomt als één massief stuk, mogen aangewend worden voor het bovengrondse gedeelte. De uitvoering zal sober en waardig zijn.
De opschriften en symbolen moeten in die mate in het geheel geïntegreerd worden dat het geheel het uitzicht behoudt van één massief stuk.
De volledige (overblijvende) oppervlakte van het perceel vormt over de verschillende graven heen één doorlopend gazon. In die strook mogen geen tekens, symbolen, levende planten, afsluitingen en versieringen worden aangebracht.
Artikel 38
De graftekens of monumenten voor niet-geconcedeerde percelen voor een begraving van stoffelijke overschotten mogen enkel worden geplaatst in één lijnrichting, aan het hoofdeinde van het perceel, in de daartoe voorbehouden strook.
Enkel rechtstaande graftekens mogen worden geplaatst. De afmetingen ervan zullen de volgende zijn:
Deze afmetingen zijn als volgt op te vatten: ze vertegenwoordigen de buitenomtrek van het grafteken die moet bereikt worden, doch waarbinnen de vorm overigens vrij is.
De rechtopstaande graftekens dienen op een rechthoekige bodemplaat te worden geplaatst.
Het grafteken wordt als volgt op de bodemplaat vast gemaakt:
De afmetingen van de bodemplaat zijn de volgende:
Enkel duurzame, kwaliteitsvolle en weerbestendige materialen, zodanig geconstrueerd of gebouwd dat het uitzicht ervan voorkomt als één massief stuk, mogen aangewend worden voor het bovengrondse gedeelte. De uitvoering zal sober en waardig zijn.
De opschriften en symbolen moeten in die mate in het geheel geïntegreerd worden dat het geheel het uitzicht behoudt van één massief stuk.
De volledige (overblijvende) oppervlakte van het perceel vormt over de verschillende graven heen één doorlopend gazon. In die strook mogen geen tekens, symbolen, levende planten, afsluitingen en versieringen worden aangebracht.
Artikel 39
De oppervlakte ingenomen door de graftekens op een kindergraf worden bepaald als volgt:
Het platliggend gedeelde mag maximum 25 cm hoog zijn (gemeten vanop het grondniveau).
In geval er een opstaand gedeelte is aan het grafteken, mag dit maximum 1 meter (gemeten van het grondniveau) hoog zijn en de dikte bedraagt maximum 10 cm.
Voorwerpen op het grafteken mogen maximum 50 cm hoog zijn. De percelen en hun omtrek worden op het kerkhof aangeduid door de grafmaker.
Artikel 40
De oppervlakte ingenomen door de graftekens op geconcedeerde percelen worden bepaald als volgt:
Het platliggend gedeelde mag maximum 35 cm hoog zijn (gemeten vanop het grondniveau).
In geval er een opstaand gedeelte is aan het grafteken, mag dit maximum 1,35 m (gemeten van het grondniveau) hoog zijn en de dikte bedraagt maximum 20 cm.
Voorwerpen op het grafteken mogen maximum 50 cm hoog zijn. De percelen en hun omtrek worden op het kerkhof aangeduid door de grafmaker.
Artikel 41
De oppervlakte ingenomen door de graftekens in een geconcedeerde urnekelder worden bepaald als volgt: een platte steen vervaardigd uit duurzame materialen van 50 cm breedte, 50 cm diepte en 5 cm dikte.
In geval er een opstaand gedeelte is aan het grafteken, mag dit maximum 35 cm (gemeten van het grondniveau) hoog zijn en de dikte bedraagt maximum 5 cm.
Voorwerpen op het grafteken mogen maximum 20 cm hoog zijn.
Artikel 42
De graftekens mogen uitsluitend vervaardigd zijn uit harde, niet vergankelijke materialen zoals arduin, graniet, marmer, witte natuursteen, …
Artikel 43
Beplantingen mogen aangebracht worden binnen de perceelgrens van elk graf op voorwaarde dat ze zich niet boven de naastliggende graven uitbreiden en het toezicht en de doorgangen niet belemmeren.
De beplantingen mogen de hoogte van 60 cm niet overschrijden.
Indien de beplantingen niet beantwoorden aan de voorwaarden dan zullen ze op eerste verzoek van het gemeentebestuur gesnoeid en/of gerooid worden. Indien geen gevolg wordt gegeven aan dit verzoek zal het snoeien en/of uitroeien ambtshalve en op kosten van de vergunningshouder(s) gebeuren.
Artikel 44
Rond de graven mogen geen afsluitingen of omheiningen gemaakt worden. Kniel- en bidbanken zijn niet toegelaten.
Het is belanghebbenden verboden zelf betonbanken of kelders te plaatsen of te laten plaatsen.
Artikel 45
Afdekplaten voor de colombariumnissen worden door het gemeentebestuur aangekocht en geplaatst. Geen andere afdekplaat mag worden bevestigd aan een columbariumnis zonder voorafgaande schriftelijke kennisgeving aan het college van burgemeester en schepenen.
Graftekens die geplaatst werden zonder deze schriftelijke toelating dienen uiterlijk binnen de 6 maanden verwijderd te worden door diegene in wiens opdracht ze geplaatst werden en/of door de concessiehouder. De betrokkene(n) zullen, indien gekend, hiervoor schriftelijk in gebreke worden gesteld. Wanneer geen opdrachtgevers of concessiehouders gekend zijn, zal een bericht worden uitgehangen gedurende een periode van 6 maanden bij het graf en aan de ingang van de gemeentelijke begraafplaats.
Na het verstrijken van die termijn en bij gebreke aan verwijdering, wordt overgegaan tot afbraak of tot het wegnemen van de materialen in opdracht van het college van burgemeester en schepenen. De kosten zullen verhaald worden op de in gebreke blijvende opdrachtgevers en/of concessiehouders.
Artikel 46
Op de afdekplaat van de columbariumnis mag enkel een naamplaatje worden aangebracht op de daarvoor voorziene plaats. Op dit naamplaatje wordt de naam van de overledene(n) en de geboorte- en of overlijdensdatum vermeld.
Op de afdekplaat kan aan beide sluitvijzen een vaasje en/of foto worden aangebracht. De vaasjes / foto’s alsook de inhoud ervan, mogen de nabijgelegen nissen niet hinderen. Ze mogen maximum 15 cm uitsteken ten opzichte van de afdekplaat.
Artikel 47
Alvorens op de begraafplaats te worden toegelaten, moeten de voor het grafteken bestemde materialen volledig afgewerkt zijn en gereed om onmiddellijk geplaatst te worden.
Geen enkel hulpmateriaal, restmateriaal mag binnen de omheining van de begraafplaats worden achtergelaten.
Na een zonder gevolg gebleven ingebrekestelling wordt er op bevel van de burgemeester van ambtswege overgegaan tot de wegneming van de materialen op kosten van de overtreder.
Artikel 48
Na het plaatsen van het grafteken controleert de grafmaker of de afmetingen van het perceel niet overschreden werden.
Artikel 49
Bij graftekens die niet overeenstemmen met de voorschriften dient het grafteken (of een deel ervan) uiterlijk binnen de 6 maanden verwijderd te worden door diegenen in wiens opdracht ze geplaatst werden en/of door de concessiehouder. De betrokkene(n) zullen, indien gekend, hiervoor schriftelijk in gebreke worden gesteld. Wanneer geen opdrachtgevers of concessiehouders gekend zijn, zal een bericht worden uitgehangen gedurende een periode van 6 maanden bij het graf en aan de ingang van de gemeentelijke begraafplaats.
Na het verstrijken van die termijn en bij gebrek aan verwijdering, wordt overgegaan tot afbraak of tot het wegnemen van de materialen in opdracht van het college van burgemeester en schepenen. De kosten zullen verhaald worden op de in gebreke blijvende opdrachtgevers en/of concessiehouders.
Artikel 50
Op de geconcedeerde percelen is de plaatsing van een grafteken verplicht gedurende de hele duur van de concessie.
Indien binnen de voorziene termijn de plaatsing van het grafteken niet is uitgevoerd, of indien tijdens de verdere duur van de concessie niet langer aan deze voorwaarde voldaan is, kan dit aanleiding geven tot het treffen van dezelfde maatregelen als deze voorzien bij verwaarlozing van graven.
Artikel 51
Na een begraving ineen geconcedeerde volle grond mag een stenen grafteken ten vroegste zes maanden nadien geplaatst worden.
Deze termijn moet niet in acht genomen te worden wanneer de begraving gebeurt in een grafkelder of op het urneveld.
Artikel 52
Graftekens van kosteloze begravingen worden maximum 10 jaar behouden. Graftekens van graven met een concessie worden behouden tijdens de volledige duur van de concessie of van de mogelijke verlengingen.
Artikel 53
De belanghebbenden zijn verantwoordelijk voor het onderhoud van de graven. Wanneer een graf doorlopend onzindelijk, door plantengroei overwoekerd, ingestort of bouwvallig is, wordt een akte van verwaarlozing opgesteld door de burgemeester of zijn gemachtigde.
Die akte blijft een jaar lang bij het graf en aan de ingang van de begraafplaats aangeplakt. De vaststelling van de verwaarlozing wordt, indien mogelijk, schriftelijk ter kennis gebracht aan de concessiehouders.
Na het verstrijken van die termijn en bij niet-herstelling wordt aan het college van burgemeester en schepenen voorgesteld om de concessie te beëindigen.
De niet weggenomen graftekens en de eventueel nog bestaande ondergrondse bouwwerken worden eigendom van de gemeente en worden ambtshalve verwijderd.
Artikel 54
Wanneer de staat van het grafteken zodanig verwaarloosd is dat deze een gevaar vormt voor de nabije omgeving, kan de burgemeester ambtshalve verwaarloosde gedenktekens of een gedeelte ervan laten wegnemen zonder verhaal of aanspraak op vergoeding. De dringende noodzaak wordt vastgesteld in een akte, opgemaakt door de burgemeester. Deze akte wordt aangeplakt aan het graf en aan de ingang van de begraafplaats. De vaststelling van de verwaarlozing wordt, indien mogelijk, schriftelijk in kennis gesteld van de concessiehouders. Het college van burgemeester en schepenen wordt tijdens de eerstvolgende zitting van deze akte op de hoogte gesteld. Alle aan de ambtshalve wegneming verbonden kosten worden verhaald op de in gebreke blijvende concessiehouders.
Artikel 55
De bloemen en planten op de graven aangebracht, moeten steeds in goede staat onderhouden worden. Wanneer ze afgestorven zijn moeten ze verwijderd worden. Bij gebreke hiervan zullen de opruiming en het verwijderen van de potten geschieden door de zorgen van het gemeentebestuur.
Artikel 56
Bloemstukken uit natuurlijke bloemen en planten moeten weggenomen worden zodra zij niet meer fris zijn.
Bloemstukken uit kunstmatig materiaal mogen niet geplaatst worden in omhulsels, geheel of ten dele uit breekbaar glas.
Artikel 57
Op zondagen, op wettelijke feestdagen, vanaf 28 oktober tot en met 2 november en op 26 december is het op de begraafplaats verboden om:
Artikel 58
Het gemeentebestuur staat niet in voor de bewaking van de voorwerpen geplaatst op de graven en kan niet aansprakelijk gesteld worden voor schade, diefstal of vandalisme.
Artikel 59
De gemeente duidt de plaatsen aan die afgebakend zijn voor niet-geconcedeerde begravingen. Niet geconcedeerde percelen kunnen zowel betrekking hebben op grondpercelen als op columbariumnissen of urnevelden.
Op deze percelen kan zonder concessie het stoffelijk overschot van maximum één persoon begraven of bijgezet worden.
Artikel 60
De niet-geconcedeerde graven, urnevelden en columbariumnissen worden kosteloos toegestaan voor een termijn van tien jaar, behalve voor de personen opgesomd in artikel 4 e). De termijn van 10 jaar begint te rekenen vanaf de datum van begraving. Niet-geconcedeerde percelen kunnen niet verlengd worden, noch omgezet worden naar een concessie.
Uitstrooiing van de as op een strooiweide
Artikel 61
Op het daartoe bestemd perceel op de begraafplaats wordt de as uitgestrooid van gecremeerde lijken die niet worden bijgezet in het columbarium of in het urneveld waarvan de termijn van bijzetting is verstreken.
De uitstrooiing van de as van de overledene moet worden verricht door de gemeentelijke aangestelde door middel van het exclusief voor de uitstrooiing dienende toestel.
Artikel 62
De as van de overledene wordt met respect en eerbied behandeld en kan geen voorwerp uitmaken van een commerciële activiteit. Enige uitzondering hierop zijn de activiteiten die verband houden met het uitstrooien of begraven van de as of met het overbrengen ervan naar de plaats waar de as bewaard zal worden.
Artikel 63
Op het gedenkteken van de strooiweide kan een naamplaatje worden geplaatst, waarop de naam van de overledene vermeld staat met geboorte- en overlijdensdatum. De aanvraag hiertoe dient te gebeuren bij de dienst burgerlijke stand.
Het naamplaatje wordt door de gemeentelijke grafmaker bevestigd. Het tarief wordt vastgesteld in het retributiereglement.
De naamplaatjes worden na een termijn van 50 jaar, te rekenen vanaf de datum van uitstrooiing, ambtshalve verwijderd. Het verlengen van deze termijn is niet mogelijk.
Artikel 64
Op de strooiweide zelf mogen geen graftekens of gedenkenisvoorwerpen worden geplaatst. Bloemen, kronen en andere gedenkenisvoorwerpen mogen enkel worden geplaatst op de hiertoe door de grafmaker aangeduide plaats.
Overtredingen worden ambtshalve verwijderd.
Uitstrooiing of begraving van de as op andere plaatsen dan de begraafplaats en bewaring van de as
Artikel 65
De as van gecremeerde stoffelijke overschotten kan worden uitgestrooid of begraven op een andere plaats dan de begraafplaats.
De vraag hiertoe moet schriftelijk gebeuren door:
Artikel 66
De as van gecremeerde stoffelijke overschotten kan:
Artikel 67
Indien een thuisbewaring aangevraagd werd na plaatsing van de urne in een columbarium of begraving ervan in een urnekelder, wordt dit bekend gemaakt aan de ingang van de begraafplaats en aan de betrokken nis of perceel gedurende een termijn van 6 maanden. De urne mag aan de aanvrager overhandigd worden vanaf het moment waarop de aanvraag werd goedgekeurd.
Indien de concessie vervallen is, kan nog een aanvraag voor thuisbewaring van de urne worden ingediend op voorwaarde dat de urne nog niet uit de concessie verwijderd werd.
Indien er geen concessie bestaat voor de urne, wordt de termijn van de niet-geconcedeerde bijzetting stop gezet vanaf het ogenblik van de wegname uit het columbarium. De afdekplaat van het columbarium wordt onmiddellijk ambtshalve door de gemeentediensten verwijderd. Er kan enkel nog een aanvraag voor thuisbewaring van de urne worden ingediend op voorwaarde dat de urne in een columbarium werd bijgezet en deze nog niet verwijderd werd.
Indien de urne in volle grond werd begraven, wordt de termijn van de niet-geconcedeerde begraving niet stop gezet en wordt ze toegestaan voor tien jaar zonder mogelijkheid tot ontgraving.
Artikel 68
Op de begraafplaatsen worden perken voorbehouden voor het begraven en bijzetten van foetussen die levenloos geboren worden na 180 dagen zwangerschap en kinderen tot zes jaar.
Artikel 69
De kisten in een kinderperk mogen maximum 120 cm lengte, 40 cm breedte en 55 cm hoogte zijn. Afwijkingen hierop dienen aangevraagd en gemotiveerd te worden.
Artikel 70
Op het kinderperk wordt de foetus of het kind begraven in een niet-geconcedeerde grond voor een periode van 50 jaar vanaf de begraving.
Na deze periode kan de niet-geconcedeerde grond ter plaatse omgezet worden in een concessie voor van 25 jaar aan de tarieven zoals bepaald in het op dat moment geldende retributiereglement.
Artikel 71
Foetussen die levenloos geboren worden vóór 180 dagen zwangerschap kunnen begraven worden op de foetusweide, een perceel van de begraafplaats, voorzien door de gemeentedienst. Op het perceel mag een uniforme tegel van 20 cm x 20 cm x 3 cm horizontaal geplaatst worden. Op deze tegel mag een tekst naar keuze aangebracht worden.
Op de kerkhoven waar een sterretjesweide wordt ingericht, gelden volgende bepalingen:
Artikel 72
Een sterretjesweide is een plaats op het kerkhof dat speciaal gereserveerd wordt om levenloos geboren kinderen van personen van categorie a), b), c) en d) uit artikel 4 te herdenken. Het is dus niet de bedoeling om op deze plaats stoffelijke overschotten te begraven of uit te strooien maar enkel het kind te herdenken door middel van een symbool.
Artikel 73
Deze symbolen worden enkel door het gemeentebestuur ter beschikking gesteld. Het tarief voor de aankoop van de symbolen wordt vastgesteld door de gemeenteraad. De plaatsing en het onderhoud van het naamplaatje gebeurt enkel door het gemeentebestuur.
Artikel 74
Elke aanvraag tot plaatsing of verlenging van een symbool dient te gebeuren door minstens één van de ouders.
Artikel 75
De duur voor het behouden van het symbool wordt beperkt tot 50 jaar vanaf de datum van aanvraag. Hiervoor worden geen kosten aangerekend. Na het verstrijken van deze periode worden de aanvrager(s) hiervan in kennis gesteld en kan door hen gratis een verlenging worden aangevraagd voor een nieuwe periode van 25 jaar. Bij gebrek aan verlenging wordt het symbool verwijderd. Indien gewenst kan/kunnen de aanvrager(s) bij niet-verlenging het symbool binnen een termijn van 6 maanden komen ophalen bij de gemeentediensten.
Artikel 76
De gemeentelijke begraafplaats beschikt over een ereperk dat voorbehouden is voor oud-strijders van:
en die voldoen aan de voorwaarden gesteld in artikel 1.4. punten a), b), c) en d).
Artikel 77
De aanvraag tot begraving op het ereperk geschiedt door de familieleden of elke andere belanghebbende(n) en mits voorlegging van een strijders- of vuurkaart waaruit blijkt dat aan de voorziene voorwaarden voldaan is.
Artikel 78
Op dit ereperk worden graftekens door het gemeentebestuur ter beschikking gesteld worden.
Artikel 79
Het gemeentebestuur stelt het perceel voor de begraving kosteloos ter beschikking voor een termijn van 50 jaar. Deze termijn kan telkens kosteloos verlengd worden met 50 jaar.
Artikel 80
Het college van burgemeester en schepenen maakt een lijst op van graven met lokaal historisch belang die als kleine onroerende erfgoedelementen kunnen worden beschouwd.
De lijst bevat enkel de graven zonder concessie met een historische, artistieke, volkskundige of socioculturele waarde die niet beschermd zijn als monument overeenkomstig het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten, stads- en dorpsgezichten.
De graven op deze lijst dienen 50 jaar te worden bewaard en onderhouden door de gemeente. Deze termijn kan worden verlengd.
De lijst moet de gegevens bevatten zoals voorgeschreven door het decreet.
Artikel 81
Het college van burgemeester en schepenen maakt een lijst op van waardevolle graven die niet bepalend zijn op cultuurhistorisch/kunsthistorisch vlak.
De graven op deze lijst zullen niet worden weggenomen zolang zij in goede staat verkeren. Ze worden onderhouden door de gemeente.
De lijsten van waardevolle graven die niet bepalend zijn op cultuurhistorisch/kunsthistorisch vlak met lokaal historisch belang, bevatten de graven met een historische, artistieke, volkskundige of socioculturele waarde die niet beschermd zijn als monument overeenkomstig het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten, stads- en dorpsgezichten en niet voorkomen op de lijst van lokaal historisch belang.
Artikel 82
Een ontgraving is het op vraag van een concessiehouder of een andere belanghebbende, uit het graf (een grondperceel, een grafkelder, een columbarium of een urnekelder) halen van:
Indien de urne in volle grond werd begraven, wordt de termijn van de niet-geconcedeerde begraving niet stop gezet en is er geen mogelijkheid tot ontgraving.
Artikel 83
Een ontgraving kan slechts:
Artikel 84
Het verlenen van toestemming tot ontgraving door de burgemeester kan enkel om ernstige redenen en moet gemotiveerd worden.
Artikel 85
Bij toestemming tot een ontgraving van een urne mogen de concessiehouder(s) niet aanwezig zijn bij de ontgraving en mogen ze zich niet laten vertegenwoordigen door een afgevaardigde.
Bij de herbegraving worden ze toegelaten aanwezig te zijn of mogen ze zich laten vertegenwoordigen door een afgevaardigde.
Artikel 86
In geval van een herbegraving moet vooraf:
Artikel 87
Indien de staat van de opgegraven kist, lijkomhulsel of asurne dit vereist, wordt ze vernieuwd.
Als wordt vastgesteld dat kledingstukken of andere omhulsels het verteringsproces ernstig vertragen, moet de ondoordringbaarheid voor lucht van deze omhulsels bij herkisting worden opgeheven.
Indien mogelijk wordt het storende omhulsel verwijderd.
Elke andere maatregel wordt genomen die van aard is de welvoeglijkheid of de openbare gezondheid te beschermen.
Artikel 88
Het overbrengen van het stoffelijk overschot gebeurt volgens de bepalingen omtrent het lijkenvervoer. Het lijk moet in afwachting van vervoer worden bewaard in een lucht- en lekdichte kist. De burgemeester mag eventueel andere nodig geachte maatregelen treffen.
Artikel 89
De kosten van ontgraving vallen volledig ten laste van de aanvrager, tenzij de opgraving gebeurt op rechterlijk bevel of ingevolge een bestuurlijke beslissing.
De tarieven voor een ontgraving worden vastgelegd in het retributiereglement.
Artikel 90
De ontgravingen worden uitsluitend uitgevoerd door de daartoe aangestelde grafmaker van de gemeente in aanwezigheid van de door de burgemeester gerechtigde personen.
Bij ontgravingen wordt de plaats ervan voor het publiek visueel afgeschermd.
Artikel 91
Een niet-geconcedeerd graf of columbariumnis wordt ten minste tien jaar bewaard. Het graf of de nis wordt verwijderd nadat gedurende een jaar vóór het vervallen van de begrafenistermijn een afschrift van de beslissing tot verwijdering werd uitgehangen zowel bij het graf als aan de ingang van de gemeentelijke begraafplaats.
De familie of iedere andere belanghebbende kunnen gedurende 3 maanden na het vervallen van de termijn de graftekens en alle voorwerpen die ze op de betrokken graven of columbariumnissen hebben geplaatst, wegnemen.
Na het verstrijken van deze 3 maanden worden de niet-weggenomen graftekens en de eventueel nog bestaande ondergrondse bouwwerken eigendom van het gemeentebestuur en worden ze ambtshalve door de gemeentediensten verwijderd.
Artikel 92
Indien er een einde komt aan een concessie of de verlenging ervan, wordt een bericht uitgehangen zowel bij het graf als aan de toegang van de gemeentelijke begraafplaats. Daarop staat de termijn gedurende welke de familie of iedere belanghebbende de graftekens en alle voorwerpen die ze op de betrokken graven of columbariumnissen hebben geplaatst, mogen wegnemen. Die termijn wordt vastgesteld op 3 maanden. Van deze termijn kan worden afgeweken door een beslissing van het college van burgemeester en schepenen. Het wegnemen van de afdekplaat van het columbarium of van de afdekplaat van het urneveld of van de zerk is pas toegelaten na het bekomen van een gemeentelijke toelating.
Na het verstrijken van deze 6 maanden worden niet-weggenomen graftekens en de eventueel nog bestaande ondergrondse bouwwerken eigendom van de gemeente en worden ze ambtshalve door de gemeentediensten verwijderd.
Artikel 93
Bij verwijdering van een graf wordt, door het gemeentebestuur:
Hierbij wordt steeds rekening gehouden met de laatste wilsbeschikking inzake wijze van lijkbezorging van de overledene.
De gevonden resten van kleding, van een doodskist of een lijkwade kunnen worden afgevoerd voor verbranding. Als bij ruiming een omhulling wordt aangetroffen die de zuurstoftoetreding belemmert, moet die worden verwijderd. Als dat onmogelijk is, moet ze in ieder geval luchtdoorlatend worden gemaakt.
Artikel 94
De begraving van een stoffelijk overschot, de begraving van een asurne en de bijzetting van een asurne in een columbarium kunnen het voorwerp uitmaken van een concessie.
Artikel 95
De concessies worden verleend onder de in het desbetreffende huishoudelijk reglement, het politiereglement en het retributiereglement bepaalde voorwaarden, zoals die gesteld zijn op het ogenblik van de concessieaanvraag.
Artikel 96
De concessies worden enkel toegestaan op de plaatsen die daarvoor aangewezen zijn op de begraafplaatsen, volgens de door het gemeentebestuur goedgekeurde plannen.
In geen geval mag er een concessie verleend worden op een plaats die bestemd is voor de niet-geconcedeerde gronden.
Artikel 97
Het verlenen van een concessie verleent aan de concessiehouder geen enkel eigendomsrecht of enig ander zakelijk recht. Een concessie verleent enkel het recht van gebruik en genot van de in concessie verleende grond of columbariumnis.
Grafconcessies zijn onvervreemdbaar en kunnen niet afgestaan worden, tenzij aan het gemeentebestuur.
De concessies worden verleend voor 25 jaar en ze worden verleend door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 98
Een grafconcessie kan enkel worden verkregen op voorwaarde dat minstens één van de begunstigden overleden is.
De begunstigden van de concessie worden nominatief aangeduid bij de aanvraag van de concessie.
Elke begunstigde kan vervangen worden in een concessie door:
De concessie wordt aangevraagd op een bijzonder daartoe bestemd formulier en ondertekend door de aanvrager of zijn speciaal daartoe gemachtigde.
Door het aanvragen van een concessie verbindt de aanvrager er zich toe zich te schikken naar de bepalingen van dit reglement en van eventuele latere wijzigingen.
Artikel 99
In geval een geconcedeerd graf teruggenomen wordt:
kunnen de concessiehouders geen aanspraak maken op enige vergoeding.
De concessiehouders of enige belanghebbende hebben wel recht op het kosteloos bekomen van een perceel of nis van dezelfde afmetingen op een ander deel van de gemeentelijke begraafplaats of op een andere gemeentelijke begraafplaats, tot het einde van de concessietermijn.
De kosten voor het overbrengen van de stoffelijke overschotten en van de graftekens zijn ten laste van het gemeentebestuur.
Artikel 100
Op geconcedeerde percelen of nissen is de plaatsing van een grafteken verplicht gedurende de hele duur van de concessie.
Indien binnen de voorziene termijn de plaatsing van het grafteken niet is uitgevoerd, of indien tijdens de verdere duur van de concessie niet langer aan deze voorwaarde voldaan is, kan dit aanleiding geven tot het treffen van dezelfde maatregelen als deze die voorzien zijn bij de verwaarlozing van graven.
Artikel 101
Na een begraving in volle grond mag een stenen grafteken ten vroegste zes maanden nadien geplaatst worden.
Deze termijn moet niet in acht genomen worden wanneer de begraving gebeurt in een grafkelder of op het urneveld.
Artikel 102
De concessies in volle grond, in een grafkelder, een urneveld of in een columbarium kunnen enkel voor een periode van 25 jaar verleend worden.
Artikel 103
De concessie neemt een aanvang op datum van de eerste begraving of bijzetting.
Artikel 104
Het recht op begraving of bijzetting in een concessie vervalt zodra het stoffelijk overschot van de begunstigde perso(o)nen definitief in een ander perceel dan het toegewezen perceel begraven of bijgezet wordt.
De betaalde concessieprijs kan in dat geval noch geheel, noch gedeeltelijk teruggevorderd worden.
Artikel 105
De eeuwigdurende concessies (die verleend werden voor de inwerkingtreding van de wet van 20 juli 1971 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging) kunnen telkens na vijftig jaar kosteloos verlengd worden.
Artikel 106
Concessies kunnen verlengd worden voor dezelfde termijn als de oorspronkelijke concessie tegen de op dat moment geldende tarieven. De aanvraag tot verlenging moet schriftelijk gebeuren en uiterlijk vóór de vervaldatum van de concessie.
Iedere belanghebbende kan een aanvraag tot verlenging doen.
Artikel 107
De nieuwe concessie/verlenging begint te lopen vanaf de dag van de vervaldatum van de vorige concessie.
In geval van verwaarlozing kan verlenging geweigerd worden.
Artikel 108
De mogelijkheid tot verlenging wordt door middel van een akte van de burgemeester of zijn gemachtigde bekend gemaakt. Deze akte wordt gedurende één jaar vóór de vervaldatum van de concessie uitgehangen, zowel bij het graf als aan de ingang van de gemeentelijke begraafplaats.
Indien er geen aanvraag tot verlenging is ingediend vóór de vervaldatum van de concessie, vervalt de concessie. Er is geen nieuwe bijbegraving of bijzetting toegestaan na het verstrijken van die termijn.
Artikel 109
Indien de bijbegraving of bijzetting zich minder dan 10 jaar vóór het verstrijken van de concessie voordoet en er geen aanvraag om verlenging van de concessie is ingediend, blijft het graf nog bestaan gedurende een termijn van 10 jaar die begint te lopen op de datum van de bijbegraving of bijzetting.
Artikel 110
De gemeenteraad draagt de bevoegdheid tot voortijdige beëindiging van de concessie over aan het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 111
Op schriftelijk verzoek van de concessiehouder, zijn erfgenamen of iedere belanghebbende, kan het college van burgemeester en schepenen een concessie vroegtijdig beëindigen.
Artikel 112
Vooraleer een concessie voortijdig te beëindigen, zal een bericht tot voortijdige beëindiging gedurende 6 maanden zowel bij het graf als aan de ingang van de gemeentelijke begraafplaats uitgehangen worden.
Indien de aanvraag niet door de concessiehouder zelf werd ingediend, zal deze, indien mogelijk, schriftelijk op de hoogte gesteld worden van de aanvraag.
Artikel 113
Bezwaren tegen vroegtijdige beëindiging moeten schriftelijk worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen. De bezwaren dienen uiterlijk drie maanden na de aanplakking van het bericht te worden ingediend.
Indien een bezwaar werd ingediend, wordt de aanvrager van de voortijdige beëindiging en/of de concessiehouder, indien mogelijk, schriftelijk op de hoogte gesteld van het bezwaar.
De indiener van het bezwaar is verder verantwoordelijk voor het onderhoud van het betrokken grafteken en wordt aangeduid als nieuwe concessiehouder.
Indien er geen bezwaren worden ingediend binnen de voorgenoemde termijn, wordt de concessie door het college van burgemeester en schepenen ambtshalve beëindigd.
De betaalde concessieprijs kan in dat geval noch geheel, noch gedeeltelijk teruggevorderd worden.
Artikel 114
De families of iedere belanghebbende kunnen gedurende 3 maanden na de beëindiging de graftekens en alle voorwerpen die ze op de betrokken graven of columbariumnissen hebben geplaatst, wegnemen.
Na het verstrijken van deze drie maanden worden de niet-weggenomen graftekens en de eventueel nog bestaande ondergrondse bouwwerken eigendom van het gemeentebestuur en worden ze ambtshalve door de gemeentediensten verwijderd.
Artikel 115
Volgende overgangsbepalingen treden in werking:
Artikel 116
Alle niet in dit reglement voorziene gevallen zullen worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen of de burgemeester, in zoverre zij niet door het decreet aan een andere overheid worden toegewezen en niet in strijd zijn met het niet-discriminatieprincipe. De gemeenteraad wordt op de eerstvolgende zitting van de genomen collegebeslissing of de beslissing van de burgemeester in kennis gesteld.
Artikel 117
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2022.
Art. 2.
Dit besluit bekend te maken overeenkomstig de bepalingen van “Afdeling 2. Bekendmaking en inwerkingtreding, Hoofdstuk 1. Akten van het lokaal bestuur, Titel 5. De werking van het lokaal bestuur" DLB.
Art. 3.
Een afschrift van dit besluit over te maken aan:
De gemeenteraad zet het samenwerkingsplatform tussen de Academie voor Muziek, Woord en Dans en de gemeentelijke basisscholen met terugwerkende kracht vanaf 1 september 2021 stop.
Artikel 40, §1 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
/
In de zitting van 25 juni 2020 ging de gemeenteraad over tot verlenging van het samenwerkingsplatform tussen de scholengemeenschap van Grimbergen en de Academie voor Muziek, Woord en Dans voor de periode van schooljaar 2020-2021 tot en met schooljaar 2025-2026.
Dit samenwerkingsplatform had als doel ervoor te zorgen dat de Academie voor Muziek, Woord en Dans gebruik kon blijven maken van de toegekende punten en werkingsmiddelen voor de ICT-coördinatie. Tot voor kort werden namelijk enkel ICT-middelen toegekend aan scholen die deel uitmaakten van een scholengemeenschap of aangesloten waren bij een samenwerkingsplatform voor ICT.
Vanaf 1 september 2021 geldt voor alle onderwijsniveaus, dus zowel voor het basisonderwijs, het secundair onderwijs, het deeltijds kunstonderwijs en het volwassenenonderwijs dat de instellingen al dan niet kunnen kiezen voor samenwerking bij aanwending van de middelen. Samenwerken is dus niet langer verplicht zoals in het verleden, maar is vanaf nu een optie.
Als een instelling ervoor kiest om haar ICT-punten in een samenwerkingsplatform samen te leggen met andere instellingen, kunnen de betrekkingen die door samengevoegde ICT-middelen in een samenwerkingsplatform worden ingericht, niet worden vacant verklaard. Het school- of centrumbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in deze betrekking.
Een instelling kan er natuurlijk ook voor kiezen om niet samen te werken met andere instellingen en met de hen toegekende punten een betrekking van ICT-coördinator op te richten in de eigen instelling. Deze betrekking kan vacant worden verklaard en er kan in worden vastbenoemd.
De Academie voor Muziek, Woord en Dans heeft voor schooljaar 2021-2022 een eigen puntenenveloppe ontvangen van 22 eenheden voor de opdracht van ICT-coördinator.
Gezien de gewijzigde wetgeving, bestaat de mogelijkheid om het samenwerkingsplatform vroegtijdig stop te zetten met terugwerkende kracht vanaf 1 september 2021.
Aangezien het voordeliger is voor zowel het betrokken personeelslid (dat reeds verschillende jaren tewerkgesteld is als tijdelijke ICT-coördinator) als voor de Academie, om deze uren op het niveau van de Academie zelf in te richten, wordt voorgesteld om het samenwerkingsplatform te beëindigen met terugwerkende kracht vanaf 1 september 2021.
Deze stopzetting werd voor bespreking op de agenda geplaatst van het Afzonderlijk Bijzonder Onderhandelings- en Hoog Overlegcomité voor het Gesubsidieerd Onderwijs.
Raadslid Katrien LE ROY vraagt of de stopzetting van samenwerking alleen de ICT betreft en dat er verder niets verandert.
Schepen Karlijne VAN BREE antwoordt dat dit klopt. Het is voordelig voor de Academie om de betreffende persoon een vaste betrekking te geven.
/
Enig artikel.
Het samenwerkingsplatform voor de gemeentelijke basisscholen en de Academie voor Muziek, Woord en Dans met terugwerkende kracht vanaf 1 september 2021 stop te zetten.
De gemeenteraad nam kennis van het toegevoegd punt "Ondertekenen charter ‘Masterplan Toegankelijke Haltes’", ingediend door raadslid Luk RAEKELBOOM, als bijlage bij het besluit gevoegd, en verwijst voor de bespreking en beraadslaging ervan naar het zittingsverslag, oftewel de audio-opname, te vinden op de gemeentelijke website.
§ 1. Onder voorbehoud van andere wettelijke of decretale bepalingen, beschikt de gemeenteraad over de volheid van bevoegdheid ten aanzien van de aangelegenheden, vermeld in artikel 2.
§ 2. De gemeenteraad bepaalt het beleid van de gemeente en kan daarvoor algemene regels vaststellen.
§ 3. De gemeenteraad stelt de gemeentelijke reglementen vast. Met behoud van de toepassing van de federale wetgeving in verband met de bevoegdheid van de gemeenteraad om politieverordeningen vast te stellen, kunnen de reglementen onder meer betrekking hebben op het gemeentelijk beleid, de gemeentelijke belastingen en retributies, en op het inwendige bestuur van de gemeente.
Een afschrift van elk reglement waarin een strafbepaling of een administratieve sanctie wordt opgenomen, wordt dadelijk verzonden aan de griffie van de rechtbank van eerste aanleg en aan die van de politierechtbank.
Behalve bij de uitdrukkelijke toewijzing van een bevoegdheid als vermeld in artikel 2, § 2, tweede lid, aan de gemeenteraad kan de gemeenteraad bij reglement bepaalde bevoegdheden toevertrouwen aan het college van burgemeester en schepenen.
De volgende bevoegdheden kunnen niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd:
1° de aan de gemeenteraad toegewezen bevoegdheden, vermeld in afdeling 1 en 2 van dit hoofdstuk.
Gemeenteraadsleden kunnen uiterlijk vijf dagen vóór de vergadering punten aan de agenda toevoegen. De gemeenteraadsleden bezorgen daarvoor hun toegelicht voorstel van beslissing aan de algemeen directeur, die de voorstellen bezorgt aan de voorzitter van de gemeenteraad.
Een lid van het college van burgemeester en schepenen kan niet gebruikmaken van de mogelijkheid, vermeld in het eerste lid.
De algemeen directeur deelt de aanvullende agendapunten zoals vastgesteld door de voorzitter van de gemeenteraad onmiddellijk mee aan de gemeenteraadsleden, samen met de bijbehorende toegelichte voorstellen.
De notulen van de vergaderingen van de gemeenteraad vermelden, in chronologische volgorde, alle besproken onderwerpen, alsook het gevolg dat is gegeven aan de punten waarover de gemeenteraad geen beslissing heeft genomen. Ze maken melding van alle beslissingen en het resultaat van de stemmingen. Behalve bij geheime stemming, vermelden de notulen hoe elk lid gestemd heeft. Van die laatste verplichting kan worden afgeweken voor beslissingen die genomen zijn met unanimiteit.
De zittingsverslagen van de vergaderingen van de gemeenteraad vermelden, in chronologische volgorde, alle besproken onderwerpen, de essentie van de tussenkomsten en van de mondeling en schriftelijk gestelde vragen en antwoorden. De gemeenteraad kan beslissen om het zittingsverslag te vervangen door een audio- of audiovisuele opname van de openbare zitting van de gemeenteraad.
Als de gemeenteraad een aangelegenheid overeenkomstig artikel 28 in besloten vergadering behandelt, vermelden de notulen alleen de beslissingen en wordt er geen zittingsverslag opgesteld.
(...)
/
Raadslid Luk RAEKELBOOM krijgt het woord en stelt dat de toegankelijkheid van bushaltes in Vlaanderen te wensen over laat. Uit cijfers van de minister Mobiliteit blijkt dat slechts 13,3% van de haltes toegankelijk is voor mensen met een motorische beperking en slechts 6,4% voor mensen met een visuele beperking. De Vlaamse regering wil per 2030 de helft van alle haltes van het kernnet en het aanvullend net voor iedereen toegankelijk te maken. Het merendeel van de haltes ligt langs gemeentewegen, waardoor lokale besturen deze moeten aanpakken. Zij krijgen hiervoor € 5.000 subsidie per halte. Daarnaast heeft de Vlaamse regering het charter Masterplan Toegankelijke Haltes opgesteld. Door ondertekening committeren gemeenten zich aan het uitvoeren van de doelen en een toegankelijkheidstoets te doen bij elke investering in het openbaar domein. Tot nu toe ondertekenden slechts 32 lokale besturen het charter. Grimbergen kan met de ondertekening een krachtig signaal afgeven dat elke inwoner meetelt en dat ze de intentie heeft om het openbaar domein en de bushaltes voor iedereen toegankelijk te maken.
Hij vraagt de gemeenteraad daarom om het charter te ondertekenen.
Schepen Philip ROOSEN krijgt het woord en stelt dat het Masterplan Toegankelijke Haltes sinds november 2020 bestaat.
Aanvankelijk waren er wat onduidelijkheden over de concretisering. In september 2021 heeft de gemeente een e-mail ontvangen van het departement Mobiliteit en Openbare Werken met de vraag om het charter te ondertekenen. Dat er nog maar weinig gemeenten hebben getekend, komt doordat het pas sinds kort is rondgestuurd. Tweewekelijks heeft Grimbergen een teamoverleg Mobiliteit.
Op 4 november 2021 was dit onderwerp geagendeerd en is het team al akkoord gegaan met het ondertekenen van het charter. Dit voorstel moet ook via de dienst Wegen en Water passeren omdat zij de werken moeten uitvoeren. Het schepencollege heeft vervolgens de vraag daar neergelegd, maar nog geen antwoord ontvangen. Het onderwerp staat geagendeerd voor een collegebesluit op 10 januari 2022.
/
Enig artikel.
Kennis te nemen van het toegevoegd punt "Ondertekenen charter ‘Masterplan Toegankelijke Haltes’", ingediend door raadslid Luk RAEKELBOOM.
De gemeenteraad nam kennis van het toegevoegd punt "Vaccinatie – hoe vaccinatiegraad (Strombeek-Bever) verhogen", ingediend door raadslid Kirsten HOEFS, als bijlage bij het besluit gevoegd, en verwijst voor de bespreking en beraadslaging ervan naar het zittingsverslag, oftewel de audio-opname, te vinden op de gemeentelijke website.
De gemeenteraad wijst het voorstel van raadslid HOEFS af.
§ 1. Onder voorbehoud van andere wettelijke of decretale bepalingen, beschikt de gemeenteraad over de volheid van bevoegdheid ten aanzien van de aangelegenheden, vermeld in artikel 2.
§ 2. De gemeenteraad bepaalt het beleid van de gemeente en kan daarvoor algemene regels vaststellen.
§ 3. De gemeenteraad stelt de gemeentelijke reglementen vast. Met behoud van de toepassing van de federale wetgeving in verband met de bevoegdheid van de gemeenteraad om politieverordeningen vast te stellen, kunnen de reglementen onder meer betrekking hebben op het gemeentelijk beleid, de gemeentelijke belastingen en retributies, en op het inwendige bestuur van de gemeente.
Een afschrift van elk reglement waarin een strafbepaling of een administratieve sanctie wordt opgenomen, wordt dadelijk verzonden aan de griffie van de rechtbank van eerste aanleg en aan die van de politierechtbank.
Behalve bij de uitdrukkelijke toewijzing van een bevoegdheid als vermeld in artikel 2, § 2, tweede lid, aan de gemeenteraad kan de gemeenteraad bij reglement bepaalde bevoegdheden toevertrouwen aan het college van burgemeester en schepenen.
De volgende bevoegdheden kunnen niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd:
1° de aan de gemeenteraad toegewezen bevoegdheden, vermeld in afdeling 1 en 2 van dit hoofdstuk.
Gemeenteraadsleden kunnen uiterlijk vijf dagen vóór de vergadering punten aan de agenda toevoegen. De gemeenteraadsleden bezorgen daarvoor hun toegelicht voorstel van beslissing aan de algemeen directeur, die de voorstellen bezorgt aan de voorzitter van de gemeenteraad.
Een lid van het college van burgemeester en schepenen kan niet gebruikmaken van de mogelijkheid, vermeld in het eerste lid.
De algemeen directeur deelt de aanvullende agendapunten zoals vastgesteld door de voorzitter van de gemeenteraad onmiddellijk mee aan de gemeenteraadsleden, samen met de bijbehorende toegelichte voorstellen.
De notulen van de vergaderingen van de gemeenteraad vermelden, in chronologische volgorde, alle besproken onderwerpen, alsook het gevolg dat is gegeven aan de punten waarover de gemeenteraad geen beslissing heeft genomen. Ze maken melding van alle beslissingen en het resultaat van de stemmingen. Behalve bij geheime stemming, vermelden de notulen hoe elk lid gestemd heeft. Van die laatste verplichting kan worden afgeweken voor beslissingen die genomen zijn met unanimiteit.
De zittingsverslagen van de vergaderingen van de gemeenteraad vermelden, in chronologische volgorde, alle besproken onderwerpen, de essentie van de tussenkomsten en van de mondeling en schriftelijk gestelde vragen en antwoorden. De gemeenteraad kan beslissen om het zittingsverslag te vervangen door een audio- of audiovisuele opname van de openbare zitting van de gemeenteraad.
Als de gemeenteraad een aangelegenheid overeenkomstig artikel 28 in besloten vergadering behandelt, vermelden de notulen alleen de beslissingen en wordt er geen zittingsverslag opgesteld.
(...)
/
Raadslid Kirsten HOEFS krijgt het woord en merkt op dat uit de corona-enquête van eind 2020 bleek dat 96% van de Grimbergenaren zich wilde laten vaccineren. Inmiddels is circa 72% volledig gevaccineerd; in Beigem en Humbeek is dat ruim 85%, maar in Strombeek slechts 60%. De verschillen tussen de deelgemeenten zijn dus erg groot. Het vaccineren is een gewestelijke bevoegdheid. Grimbergen zit in de eerstelijnszone regio Grimbergen, die wordt aangestuurd door de zorgraad waar ook vertegenwoordiging vanuit Grimbergen aanwezig is. Ze weet dat elke eerstelijnszone een populatiemanager heeft gekregen, die als taak heeft om inzicht te verkrijgen in de populatie en concrete acties uit te werken om moeilijk bereikbare groepen te laten vaccineren, door middel van thuis- en mobiele vaccinatie. Deze persoon in Grimbergen is van cruciaal belang om de vaccinatiegraad te verhogen. Ze vraagt hoeveel personen er via de mobiele vaccinatie zijn gevaccineerd.
Schepen Jean-Paul WINDELEN krijgt het woord en antwoordt dat er 10 mensen zijn gevaccineerd via mobiele vaccinatie. Dit aantal was bijzonder teleurstellend. Bovendien bleken deze personen bereid om voor de tweede prik naar het vaccinatiecentrum te komen. De vaccinatie stond open voor iedereen, maar was vooral gericht op mensen die vakantie terugkeerden en weer naar school en werk gingen.
Raadslid Kirsten HOEFS vraagt hoe er gecommuniceerd is over het mobiel vaccineren.
Schepen Jean-Paul WINDELEN repliceert dat de scholen zijn gecontacteerd met de vraag om een oproep te doen aan ouders. Diverse scholen gaven aan dat zij alle ouders op de hoogte hebben gebracht. Verder zijn er flyers opgesteld en breed verspreid. De populatiemanager heeft ook zelf veel mensen in cultuurhuizen aangesproken om te vragen of zij hun netwerk wilden inzetten.
Raadslid Kirsten HOEFS vraagt welke acties er inmiddels zijn ingezet door de populatiemanager.
Schepen Jean-Paul WINDELEN verklaart dat hij hiervan een schriftelijk overzicht zal sturen. Er is contact opgenomen met allerlei sociale netwerken. Men wilde voorkomen dat bepaalde groepen gestigmatiseerd werden door hen bij voorbaat specifiek aan te spreken. Daarom moest eerst de algemene Vlaamse campagne uitgewerkt worden. Wekelijks is er een bespreking met de communicatieverantwoordelijken van alle gemeentes. Daar wordt afgesproken dat de gemeentes communiceren via onder andere de gemeentepagina’s, informatiebladen en Facebook. Aan de voorzitters van politieke partijen is gevraagd om signalen uit hun achterban door te spelen aan de populatiemanager. Ook is er een link gelegd met het OCMW. De sociaal werkers hebben een specifieke opleiding gekregen.
Kortom, er is breed en veel gecommuniceerd en er zijn inmiddels allerlei doelgroepen gedefinieerd die een specifieke aanpak vergen, zoals jongeren, mensen met fysieke of psychische problemen en ouderen.
Raadslid Kirsten HOEFS wil dit overzicht graag krijgen en vraagt of er nog acties voor specifieke doelgroepen op het programma staan. Vaak hoort ze dat inwoners van allochtone afkomst zich niet laten vaccineren. Ze vraagt of dat klopt en zo ja, welke initiatieven de gemeente neemt om met deze groepen in contact te treden.
Schepen Jean-Paul WINDELEN antwoordt dat sleutelfiguren van dergelijke groepen zijn gecontacteerd, maar dat zij niet allemaal gereageerd hebben. Echte vaccin-weigeraars zijn er heel weinig, zo’n 3%. Probleem is dat een flinke groep gewoon niet komt opdagen, ondanks het feit dat er tijd voor hen wordt vrijgemaakt in het vaccinatiecentrum. Dit zijn met name jongeren. Het is lastig om de komende tijd nog acties voor specifieke doelgroepen te plannen, omdat nu eerst de boosterprik op grote schaal wordt aangeboden. Wie nog een basisvaccin wil, kan deze krijgen, maar na 22 december kan dit alleen nog maar op afspraak. De vraag naar basisvaccins neemt vooral toe door de invoering van het Covid safeticket voor activiteiten.
Over het algemeen kan gesteld worden dat met name niet-Nederlandstaligen wegblijven. Oorzaken hiervan zijn wantrouwen in de overheid, vermengd met wilde verhalen op sociale media en een lage vaccinatiegraad in het land van herkomst.
Raadslid Kirsten HOEFS vraagt of de populatiemanager een gebrek aan ondersteuning vanuit Vlaanderen heeft aangekaart.
Schepen Jean-Paul WINDELEN repliceert dat de ondersteuning prima was volgens de populatiemanagers. Problemen zijn goed opgelost en er is een dashboard dat men kan consulteren. In Vlaanderen is tot nu toe weinig interesse geweest in de problematiek van de randgemeenten. Er is ook niemand op de hoogte van de Brusselse maatregelen en hoe die de vaccinatiecijfers in Grimbergen beïnvloeden. Er vindt structureel overleg plaats tussen alle populatiemanagers.
Raadslid Kirsten HOEFS vindt dat alle mogelijkheden om de vaccinatiegraad te verhogen, aangepakt moeten worden. Als er sleutelfiguren zijn die niet hebben gereageerd, dan moet die populatiemanager toch opnieuw aan de bel trekken? Het is een fulltime job om acties te ontwikkelen om mensen over de streep te trekken. Ze vindt het resultaat echt onvoldoende. Ze dringt erop aan dat er meer moet gebeuren als groepen niet reageren.
Schepen Jean-Paul WINDELEN benadrukt dat de populatiemanager zijn werk goed doet, maar voor een gesloten deur komt. Mensen die nu nog niet overtuigd zijn van het nut van vaccineren, zijn heel moeilijk te bereiken. Verstandiger is het om de energie nu in de boosterprik te steken. Overigens is in Strombeek/Bever ook al ruim 65% gevaccineerd.
Burgemeester Chris SELLESLAGH krijgt het woord en voegt eraan toe dat vanaf 15 januari 2022 wordt gekeken wie er in quarantaine is en 2 tot 3 keer per week worden deze mensen ter controle opgebeld. Dat gaat om enkele honderden mensen per dag. Wie niet reageert of zich niet aan de quarantaine houdt, wordt door de politie benaderd.
Voorzitter Chantal LAUWERS legt het voorstel van raadslid HOEFS ter stemming voor:
“Bij de ELZ aan te dringen om bijkomende inspanningen te leveren om de vaccinatiegraad in Grimbergen, en meer specifiek in Strombeek/Bever, omhoog te trekken”.
/
Artikel 1.
Kennis te nemen van het toegevoegd punt "Vaccinatie – hoe vaccinatiegraad (Strombeek-Bever) verhogen", ingediend door raadslid Kirsten HOEFS, als bijlage bij dit besluit gevoegd en voor de bespreking en beraadslaging ervan te verwijzen naar het zittingsverslag, zijnde de audio-opname, te vinden op de gemeentelijke website.
Art. 2.
Het voorstel van raadslid HOEFS af te wijzen.
De gemeenteraad nam kennis van de mondelinge vragen door de raadsleden op de zitting gesteld en verwijst voor het overige naar het zittingsverslag, oftewel de audio-opname, te vinden op de gemeentelijke website.
§ 1. Onder voorbehoud van andere wettelijke of decretale bepalingen, beschikt de gemeenteraad over de volheid van bevoegdheid ten aanzien van de aangelegenheden, vermeld in artikel 2.
§ 2. De gemeenteraad bepaalt het beleid van de gemeente en kan daarvoor algemene regels vaststellen.
§ 3. De gemeenteraad stelt de gemeentelijke reglementen vast. Met behoud van de toepassing van de federale wetgeving in verband met de bevoegdheid van de gemeenteraad om politieverordeningen vast te stellen, kunnen de reglementen onder meer betrekking hebben op het gemeentelijk beleid, de gemeentelijke belastingen en retributies, en op het inwendige bestuur van de gemeente.
Een afschrift van elk reglement waarin een strafbepaling of een administratieve sanctie wordt opgenomen, wordt dadelijk verzonden aan de griffie van de rechtbank van eerste aanleg en aan die van de politierechtbank.
Behalve bij de uitdrukkelijke toewijzing van een bevoegdheid als vermeld in artikel 2, § 2, tweede lid, aan de gemeenteraad kan de gemeenteraad bij reglement bepaalde bevoegdheden toevertrouwen aan het college van burgemeester en schepenen.
De volgende bevoegdheden kunnen niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd:
1° de aan de gemeenteraad toegewezen bevoegdheden, vermeld in afdeling 1 en 2 van dit hoofdstuk.
De gemeenteraadsleden hebben het recht aan de burgemeester en aan het college van burgemeester en schepenen mondelinge en schriftelijke vragen te stellen.
Voor het stellen van een vraag als vermeld in het eerste lid, is geen toegelicht voorstel van beslissing vereist.
(...)
De zittingsverslagen van de vergaderingen van de gemeenteraad vermelden, in chronologische volgorde, alle besproken onderwerpen, de essentie van de tussenkomsten en van de mondeling en schriftelijk gestelde vragen en antwoorden. De gemeenteraad kan beslissen om het zittingsverslag te vervangen door een audio- of audiovisuele opname van de openbare zitting van de gemeenteraad.
Als de gemeenteraad een aangelegenheid overeenkomstig artikel 28 in besloten vergadering behandelt, vermelden de notulen alleen de beslissingen en wordt er geen zittingsverslag opgesteld.
(...)
/
Raadslid Linda DE PREE krijgt het woord en betreurt het dat alleen het gemeentehuis in Grimbergen kerstverlichting heeft gekregen. Ze vraagt of er initiatieven zijn om ook in Strombeek, Beigem en Humbeek kerstversiering aan te brengen. De handelaars aldaar hebben immers ook recht op een sfeervolle kerstperiode.
Raadslid Gerlant VAN BERLAER heeft gemerkt dat veel gemeenteraadsleden technische problemen hebben met het computersysteem en niet kunnen stemmen. Hij vindt dat de gemeente eens moet protesteren tegen de hogere overheden die het verplichten om met zulke systemen te werken. Daarnaast vraagt hij om correct te verwijzen naar het coronavirus, of SARS-COV-2, en de ziekte Covid-19 die door dit virus kan ontstaan. Mensen worden gevaccineerd tegen het virus, met als doel de ziekte Covid-19 te voorkomen.
Raadslid Isabel GAISBAUER vraagt naar de verkeersveiligheid in de de Merodestraat. De situatie is niet verbeterd, maar zelfs verslechterd, want de maximumsnelheid is 50 km/u geworden. Ze vraagt waarom dit werd beslist.
Raadslid Eddie BOELENS vraagt wat er gaat gebeuren als bus 820 vanaf 1 januari 2022 niet meer via het St. Amandsplein en Strombeek centrum rijdt.
Raadslid Vincent VAN ACHTER had in een eerdere vergadering gevraagd waarom er op kruispunten met verkeerslichten niet wordt voorzien in geluidsignalen voor visueel beperkte mensen. Hij zou hier graag alsnog een antwoord op ontvangen.
Raadslid Katrien LE ROY heeft eerder gevraagd naar de afstelling van de verkeerslichten aan de Speelbroek. Ook heeft ze hierover gemaild, maar nog geen antwoord op ontvangen.
Raadslid Kirsten HOEFS vraagt:
Raadslid Trui OLBRECHTS vraagt of er gepeild is of er noodopvang nodig is als de basisscholen volgende week dicht gaan. Wat zijn de mogelijke oplossingen als er nood is aan opvang?
Raadslid Rudi VAN HOVE richt tot slot zich tot mevrouw Chantal LAUWERS die vanavond afscheid neemt als voorzitter. Zij heeft haar taak in een lastige situatie overgenomen en heeft vanaf dat moment op geslaagde wijze de leiding genomen over de gemeenteraadsvergaderingen. Hij dankt haar hartelijk en wenst haar succes in haar ambt als schepen.
Voorzitter Chantal LAUWERS dankt hem voor deze woorden en sluit de vergadering.
/
Enig artikel.
Kennis te nemen van de mondelinge vragen door de raadsleden ter zitting gesteld en voor het overige te verwijzen naar het zittingsverslag, zijnde de audio-opname, te vinden op de gemeentelijke website.
De voorzitter sluit de zitting op 16/12/2021 om 23:29.
Namens GEMEENTERAAD,
Muriel VAN SCHEL
algemeen directeur
Chantal LAUWERS
voorzitter gemeenteraad