De gemeenteraad keurt het belastingreglement op de opcentiemen op de onroerende voorheffing voor de aanslagjaren 2026 tem. 2031 goed.
Artikels 40, §3 en 41, 14° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
/
Per besluit van de gemeenteraad van 19 december 2019, houdende de vaststelling van een gemeentelijk reglement op de opcentiemen op de onroerende voorheffing, werden de jaarlijkse gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing vastgesteld op vijfhonderdzevenenzestig (567) voor de periode 2020-2025.
Per besluit van de gemeenteraad van 27 januari 2022, houdende de vaststelling van een gemeentelijk reglement op de opcentiemen op de onroerende voorheffing, werden de jaarlijkse gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing verhoogd naar zeshonderdtwintig (620) voor de periode 2022-2025.
De jaarlijkse gemeentelijke opcentiemen worden voor de periode 2026-2031 verhoogd naar achthonderd (800).
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van de belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
Rekening houdende met de financiële toestand van de gemeente.
Voor het debat en de argumentatie van de stemmingen, wordt verwezen naar het zittingsverslag.
Raadslid William DE BOECK vraagt een hoofdelijke stemming.
Voorzitter Daan VERTONGEN legt de goedkeuring van het punt met een hoofdelijke stemming voor:
Het punt wordt met 18 stemmen voor, 6 stemmen tegen, 5 onthoudingen goedgekeurd.
/
Artikel 1.
Onderstaand belastingreglement op de opcentiemen op de onroerende voorheffing voor de aanslagjaren 2026 tem. 2031 goed te keuren:
Belastingreglement op de opcentiemen op de onroerende voorheffing – Aanslagjaren 2026 tem. 2031
Artikel 1.
Met ingang van 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2031 worden jaarlijks achthonderd (800) gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing geheven.
Art. 2. - wijze van inning
De vestiging en de inning van de gemeentebelasting gebeuren door de Vlaamse Belastingdienst.
Art. 2.
Dit besluit bekend te maken overeenkomstig de bepalingen van “Afdeling 2. Bekendmaking en inwerkingtreding, Hoofdstuk 1. Akten van het lokaal bestuur, Titel 5. De werking van het lokaal bestuur" DLB.