De gemeenteraad keurt het ontwerp van RUP Reconversie Douwe Egberts goed en stelt het ruimtelijk uitvoeringsplan dus voorlopig vast.
De gemeente wenst, na de volledige herlokalisatie van de activiteiten van Douwe Egberts, een reconversie van de site mogelijk te maken. Een werkbare reconversie is enkel mogelijk na het wijzigen van het bestemmingsplan dat destijds op maat van de activiteiten van Douwe Egberts werd geschreven. Het geldend plan voor de zone betreft het bijzonder plan van aanleg (BPA) 'Potaerde'. Dit bestemmingsplan werd goedgekeurd bij ministerieel besluit d.d. 17 januari 2000 en herzien bij ministerieel besluit. d.d. 12 februari 2003. De opmaak van een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) biedt een oplossing om een reconversie naar hedendaagse normen toe te laten.
Intercommunale Haviland maakte in uitvoering van haar opdracht een voorontwerp op. Over dit voorontwerp werd een plenaire adviesronde georganiseerd.
De ontvangen adviezen werden verwerkt door het planteam en een ontwerp van ruimtelijk uitvoeringsplan werd opgesteld.
De gemeenteraad sluit zich aan bij de verwerking van de adviezen in het ontwerp (bijlage 4.10 toelichtingsnota).
Het ruimtelijk uitvoeringsplan bevat (VCRO art. 2.2.5):
1° een beschrijving en verantwoording van de doelstellingen van het plan;
2° een grafisch plan dat aangeeft voor welk gebied of welke gebieden het plan van toepassing is;
3° de bijbehorende stedenbouwkundige voorschriften inzake de bestemming, de inrichting of het beheer en, in voorkomend geval, de normen, vermeld in artikel 5.96 en 5.97 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
4° een weergave van de juridische toestand;
5° een weergave van de feitelijke ruimtelijke toestand en de toestand van het leefmilieu, de natuur en andere relevante feitelijke gegevens;
6° de relatie met het ruimtelijk structuurplan of ruimtelijk beleidsplan of de ruimtelijke structuurplannen of ruimtelijke beleidsplannen waarvan het een uitvoering is en, in voorkomend geval, een omschrijving van andere relevante beleidsplannen;
7° in voorkomend geval, een zo mogelijk limitatieve opgave van de voorschriften die strijdig zijn met het ruimtelijk uitvoeringsplan en die opgeheven worden;
8° de kwaliteitsbeoordeling en, in voorkomend geval, de verklaring, vermeld in artikel 4.2.11, § 7, eerste lid, 2°, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, en, in voorkomend geval, een overzicht van de conclusies van de volgende effectbeoordelingen waarbij aangegeven wordt hoe die geïntegreerd zijn in het plan :
a) het planmilieueffectrapport;
b) de passende beoordeling;
c) het ruimtelijk veiligheidsrapport;
d) andere verplicht voorgeschreven of gemaakte effectenrapporten;
in voorkomend geval de monitoringsmaatregelen in het kader van de uitgevoerde effectbeoordelingen;
9° in voorkomend geval, een register, al dan niet grafisch, van de percelen waarop een bestemmingswijziging wordt doorgevoerd die aanleiding kan geven tot een planschadevergoeding als vermeld in artikel 2.6.1 van deze codex, een planbatenheffing als vermeld in artikel 2.6.4 van deze codex, of een compensatie als vermeld in boek 6, titel 2 of titel 3, van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid;
10° in voorkomend geval, een register, al dan niet grafisch, van de percelen waarop een bestemmingswijziging wordt doorgevoerd of een overdruk wordt toegevoegd die aanleiding kan geven tot gebruikerscompensatie als vermeld in het decreet van 27 maart 2009 houdende vaststelling van een kader voor de gebruikerscompensatie bij bestemmingswijzigingen;
11° voor de gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen, in voorkomend geval, een overzicht van de geheel of gedeeltelijk gewijzigde of opgeheven erkennings-, rangschikkings- en beschermingsbesluiten inzake onroerend erfgoed, samen met de gegevens, vermeld in artikel 6.2.5 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met uitzondering van de aanduiding van de plaats van de aanplakking van het bericht over het openbaar onderzoek op het gegeorefereerde plan;
12° in voorkomend geval, het grondruilplan, vermeld in artikel 2.1.65 van het decreet van 28 maart 2014 betreffende de landinrichting;
13° in voorkomend geval, de inrichtingsnota, vermeld in artikel 4.2.1 van het decreet van 28 maart 2014 betreffende de landinrichting;
14° in voorkomend geval, een overzicht van de instrumenten waarover samen met het ruimtelijk uitvoeringsplan een beslissing genomen wordt door de bevoegde overheid om die aspecten te regelen of om de maatregelen of voorwaarden te bepalen die de bevoegde overheid op basis van het planningsproces, in het bijzonder de effectbeoordelingen, noodzakelijk acht voor de vaststelling van het ruimtelijk uitvoeringsplan en die niet geregeld worden met toepassing van punten 1° tot en met 13°;
15° in voorkomend geval het rooilijnplan, vermeld in het decreet van 8 mei 2009 houdende vaststelling en realisatie van de gewestelijke rooilijnen en het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen.
Voorafgaandelijk aan of gelijktijdig met de beslissing over het ruimtelijk uitvoeringsplan kan de bevoegde overheid overeenkomsten met publiekrechtelijke rechtspersonen, met privaatrechtelijke rechtspersonen of met natuurlijke personen afsluiten om het ruimtelijk uitvoeringsplan te kunnen realiseren.
Het ontwerp bestaande uit een grafisch plan, stedenbouwkundige voorschriften, toelichtingsnota en procesnota ligt voor ter goedkeuring ("voorlopige vaststelling RUP").
Conform art. 2.2.21 van de VCRO zal na de voorlopige vaststelling het ontwerp van ruimtelijk uitvoeringsplan gedurende 60 dagen aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.
Raadslid Eddie BOELENS heeft een aantal vragen en bedenkingen. De DE-site is een echte autosite. 95% van de bezoekers komt per auto want het is lastig om er met andere middelen te komen. In het kader van de plannen voor de herinrichting van de Ring zou er een fietspad aan de binnenkant van de Ring komen. Hij vraagt hoe dat pad verbonden wordt met den Douwe, zodat het maximaal gebruikt kan worden. Een tweede punt is dat het hele gebied is aangeduid als industrieterrein. Hij vraagt waarom niet gekozen is voor een groen gedeelte. Een derde punt is dat de voorschriften voor de open gebieden nog onduidelijk zijn. Over de verharding merkt hij op dat circa 70% verhard is. Hij hoort graag wat de ambitie is op het gebied van ontharding. De parkings die zijn ingetekend, zijn volledig verhard en zonder groen. Hij stelt voor om wat hoogstammige bomen en ander groen op de parkings in te tekenen. Tot slot merkt hij over de brandweergang op dat deze perfect aangelegd kan worden met een minimum aan verharding, omdat deze zeer extensief gebruikt wordt.
Burgemeester Bart LAEREMANS beantwoordt een aantal vragen. Dat het een autosite is, is een bekommernis van het schepencollege. De Vlaamse overheid wou het hele gebied vergroenen, maar omdat de site voor een flinke som verkocht is, zou er veel betaald moeten worden voor onteigening. De gemeente is van mening dat het zonde is om de gebouwen, die nog in goede staat zijn, af te breken om er bomen te planten. De Vlaamse overheid heeft vervolgens een studiebureau ingehuurd om een plan uit te werken, gepaard gaande met een duurzaam gebruik van de locatie en veel ontharding. Hetzelfde studiebureau is nu door de ontwikkelaar ingeschakeld om de plannen verder uit te werken. Een van de punten is een goede ontsluiting met openbaar vervoer. De sneltram Vilvoorde-Brussel is in de buurt. Wellicht kan er een extra halte gecreëerd worden onder de A12. Dit is echter een piste voor de lange termijn. Er zijn wel plannen om de site voor fietsers te ontsluiten. Hiervoor is echter een route via privéterrein nodig. Nu wordt onderzocht hoe het terrein via de zuidkant voor fietsers ontsloten kan worden.
Het gebied is aangeduid als bedrijventerrein, maar de bedoeling is dat er ontharding plaatsvindt en dat een gedeelte groen wordt aangelegd. De ontharding zal in fasen worden aangelegd, want het moet wel rendabel zijn voor de ontwikkelaar. Het doel is om minder dan 50% verharding te hebben, terwijl dat nu 75% is.
Schepen Philip ROOSEN voegt eraan toe dat er nog geen besluit is genomen over het fietspad langs de Ring. Er wordt nog een participatiebijeenkomst voor georganiseerd. Om een start te maken met deze site, zijn wel al afspraken gemaakt over de ontsluiting, namelijk dat er altijd een verbinding gemaakt kan worden met de fietssnelweg. Op middellange termijn wil men op de site naar 50% verharding toewerken en op lange termijn zelfs naar 33%.
Raadslid Eddie BOELENS is tevreden over de informatie en de ambities omtrent ontharding. Hij vraagt het schepencollege om de suggestie om bomen en struiken te planten op de parking en een onverharde weg voor de brandweer over te nemen. Tot slot vraagt hij of er al een concreet plan is voor de fietsverbinding en of de lange muur van de fabriek langs het fietspad ook vergroend wordt.
Burgemeester Bart LAEREMANS vindt het nuttige tips, maar stelt dat niet alles ineens verduurzaamd kan worden.
/
Enig artikel.
Het ontwerp van RUP Reconversie Douwe Egberts goed te keuren en het ruimtelijk uitvoeringsplan dus voorlopig vast te stellen.