Terug
Gepubliceerd op 18/07/2023

Notulen  GEMEENTERAADSCOMMISSIE OMGEVING

wo 07/06/2023 - 19:30 raadzaal
Aanwezig: Rudi VAN HOVE, voorzitter gemeenteraadscommissie omgeving
Jean DEWIT, Eddie BOELENS, Elke WOUTERS, Gilbert GOOSSENS, Karin VERTONGEN, Bart VAN HUMBEECK, Peter PLESSERS, Caroline DENIL, Patricia SEGERS, Katleen ORINX, effectieve commissieleden
Kirsten HOEFS, Brigitte JANSSENS, Bart LAEREMANS, waarnemende commissieleden
Ellen VAN MULDERS, waarnemend secretaris gemeenteraadscommissie omgeving
Jessika DOMS, secretaris gemeenteraadscommissie omgeving
Verontschuldigd: Manon BAS, effectief lid gemeenteraadscommissie omgeving
Hilde DE STORDEUR, deskundige
Afwezig: Gerlant VAN BERLAER, effectief lid gemeenteraadscommissie omgeving
William DE BOECK, Linda DE PREE, Jelle DE WILDE, Isabel GAISBAUER, Tom GAUDAEN, Chantal LAUWERS, Katrien LE ROY, Karima MOKHTAR, Trui OLBRECHTS, Luk RAEKELBOOM, Philip ROOSEN, Chris SELLESLAGH, Vincent VAN ACHTER, Karlijne VAN BREE, Yves VERBERCK, Patrick VERTONGEN, Jean-Paul WINDELEN, waarnemende commissieleden
Muriel VAN SCHEL, deskundige
    • Verontschuldigde en vervangende commissieleden - Vaststelling

      De beslissing wordt genomen op grond van:

      Effectieve leden:

      • E-mail van Rudi VAN HOVE van 25 mei 2023 waarbij hij meldt dat Elke WOUTERS zich laat verontschuldigen.

      • Aanduiding van Brigitte JANSSENS op de aanwezigheidslijst dat zij Manon BAS vervangt.

       

      Waarnemende leden:

      • E-mail van Rudi VAN HOVE van 25 mei 2023 waarbij hij meldt dat Luk RAEKELBOOM zich laat verontschuldigen.
      De volgende bepalingen zijn van toepassing inzake de bevoegdheid:

      Artikel 37, §9 Huishoudelijk reglement, goedgekeurd in zitting van 25 februari 2019:

      De gemeenteraadscommissies kunnen geldig vergaderen, ongeacht het aantal aanwezige leden.

      Commissieleden kunnen zich tijdens een vergadering laten vervangen door raadsleden van dezelfde fractie.

      De beslissing kent volgende inhoudelijke verantwoording:

      /

      BESLUIT:

      Enig artikel.

      Kennis te nemen dat volgende effectieve leden vervangen worden voor onderhavige vergadering en dus recht hebben op presentiegeld:


         verontschuldigd effectief lid  
        vervangend lid
      Elke WOUTERS       /      
      Manon BAS        Brigitte JANSSENS
    • RUP Verbrande Brug: startnota

      De beslissing wordt genomen op grond van:
      • Startnota van het RUP Verbrande Brug. (beschikbaar op DSI, bij "dossierstukken") 

       

      • Besluit van de gemeenteraad van 28 maart 2019 waarbij raadslid Rudi VAN HOVE werd aangeduid als voorzitter van de gemeenteraadscommissie omgeving.
      • Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 22 mei 2023 waarbij aan de voorzitter werd gevraagd de gemeenteraadscommissie de afstemming van het gemeentelijk beleid op het beleid van de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden bijeen te roepen op 7 juni 2023 om 19.30 u. in de Raadzaal van het gemeentehuis. (BIJLAGE)
      De volgende bepalingen zijn van toepassing inzake de bevoegdheid:
      • Artikel 37 en 38, 7° van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (DLB).

       

      • Huishoudelijk reglement van de gemeenteraad goedgekeurd in zitting van 25 februari 2019 en aangepast op 28 mei 2020:

      Artikel 37.

      § 1 De raad richt de volgende zeven commissies op die zijn samengesteld uit gemeenteraadsleden:
      1° personeel en organisatie;

      2° financiën;

      3° infrastructuur;

      4° omgeving;

      5° mobiliteit;

      6° een commissie die waakt over de afstemming van het gemeentelijk beleid op het beleid van de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden;

      7° verenigde commissie.

      Deze commissies hebben als taak het voorbereiden van de besprekingen in de gemeenteraadszittingen, het verlenen van advies en het formuleren van voorstellen over de wijze waarop vorm wordt gegeven aan de inspraak van de bevolking telkens als dat voor de beleidsvoering wenselijk wordt geacht.

      De commissies kunnen steeds deskundigen en belanghebbenden horen.

      § 2. De verenigde gemeenteraadscommissie is samengesteld uit alle leden van de gemeenteraad. Alle andere commissies zijn samengesteld uit 13 stemgerechtigde raadsleden. De voorzitter kan worden aangewezen onder de raadsleden die geen lid zijn van de commissie. In dat geval heeft de voorzitter geen stemrecht.

      (...)

      § 7. Elke commissie wordt voorgezeten door een gemeenteraadslid. De leden van het college van burgemeester en schepenen kunnen geen voorzitter zijn van een commissie. De gemeenteraad duidt de voorzitters van de commissies aan.

      § 8. De gemeenteraadscommissies worden bijeengeroepen door de voorzitters van de commissies en dit op vraag van het college van burgemeester en schepenen. Behalve in spoedeisende gevallen, geschiedt de bijeenroeping via e-notulen aan alle leden van de gemeenteraadscommissie (effectieve leden en leden die als waarnemer kunnen zitting hebben), ten minste acht dagen voor de dag van de vergadering. De oproeping vermeldt de agenda, dag, uur en plaats van de vergadering. Deze informatie wordt eveneens bekendgemaakt aan het publiek door publicatie op de gemeentelijke website.

      § 9. De gemeenteraadscommissies kunnen geldig vergaderen, ongeacht het aantal aanwezige leden. Commissieleden kunnen zich tijdens een vergadering laten vervangen door raadsleden van dezelfde fractie.

      § 10. De gemeenteraadscommissievergaderingen zijn in principe openbaar onder dezelfde voorwaarden als voor de gemeenteraad (zie art. 4 tem. 6 van dit reglement). De raadsleden kunnen, zonder stemrecht, de vergaderingen van de commissies waarvan zij geen deel uitmaken, bijwonen. De leden van het college en de algemeen directeur kunnen als waarnemend lid de gemeenteraadscommissievergaderingen bijwonen.

      § 11. Vooraleer aan vergaderingen deel te nemen, tekenen de leden van elke gemeenteraadscommissie een aanwezigheidslijst, die aan de algemeen directeur wordt bezorgd.

       

      Artikel 38.

      Alle leden van de gemeenteraadscommissie zijn stemgerechtigd, met uitsluiting van de waarnemende leden, de krachtens art. 37, §2 aangestelde voorzitter, de deskundigen en de eventuele belanghebbenden. De leden van de commissies stemmen, zoals in de gemeenteraad, nooit geheim, behalve in de gevallen zoals in art. 27, §4 van dit reglement.

       

      Artikel 39.

      Het ambt van secretaris van elke raadscommissie wordt waargenomen door één of meer personeelsleden van de gemeente, op voorstel van de algemeen directeur, aangewezen door het college van burgemeester en schepenen. Een afschrift van het verslag wordt via e-notulen verzonden aan ieder commissielid en aan elke fractieleider.

      De beslissing kent volgende inhoudelijke verantwoording:

      De gemeente wenst het BPA Verbrande Brug dat op 22 maart 1995 werd goedgekeurd, te herzien en het plangebied uit te breiden. Hiervoor wordt een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) opgemaakt.

       

      Creosum werd aangesteld om deze opdracht uit te voeren en maakte tezamen met de rest van het planteam een startnota op die de doelstellingen, afbakening, bestaande toestand en methodologie voorstelt.

       

      Ellen VAN MULDERS licht de startnota toe.

       

      De vragen en opmerkingen worden gebundeld per thema.

       

      Bufferzones

      Bart VAN HUMBEECK vraagt hoe de bedrijvenzone zal gebufferd worden van de residentiële zones.
      In de voorschriften zullen bepalingen opgenomen worden over de gewenste afmetingen en inrichting van groenbuffers.

       

      Bart LAEREMANS vertelt dat het de bedoeling is dat de vijver van Caterpillar na de sanering geïntegreerd wordt in de Gaston Devoswijk. De afsluiting zal dan tussen Caterpillar en hun vijver komen te staan in plaats van tussen de vijver en de woonwijk. Zo zal deze groenbuffer een visuele meerwaarde vormen voor de wijk. Er wordt onderzocht of eventueel een wandelpad en zitbank kunnen voorzien worden, rekening houdende met de waardevolle aanwezige fauna (padden).

       

      Eddie BOELENS meldt dat ook de kamsalamander kan aangetroffen worden in de vijver van Caterpillar.

       

      Bedrijvenzone

      Eddie BOELENS vraagt wat de "yard" is die op het inrichtingsplan staat. Is dit een kade?
      Een yard wordt gebruikt om tijdelijk producten op te stockeren. Dit kan gaan om bulkproducten die rechtstreeks aangeleverd worden via het kanaal (eerstelijns watergebonden activiteit), of om producten die aangeleverd worden via de containerterminal Van Moer (tweedelijns watergebonden activiteit). Deze zone werd vergund i.k.v. het brownfieldproject. De yard zal dus grenzen aan het kanaal maar is niet enkel voor directe overslag gereserveerd.


      Eddie  BOELENS vraagt of het de bedoeling is om alle bebouwing op de hoek van het Tresignieplein af te breken. Hier staat nl. een mooi gebouw.

      De bebouwing aan de brug, aan weerszijden van de Eppegemsesteenweg, zal inderdaad op termijn afgebroken worden. De Vlaamse Waterweg is reeds geruime tijd bezig met deze panden op te kopen. Het brugwachtershuisje dient echter behouden te blijven omwille van de historische en visuele kwaliteiten. Hier zitten nu enkele zonevreemde woonentiteiten in. Deze zullen zonevreemd blijven. Op termijn kan het pand een andere invulling krijgen, waarbij het behoud van het erfgoedkarakter voorop staat. 

      Wanneer de bestaande paar overblijvende woningen ten zuiden van de Eppegemsesteenweg verdwenen zijn, kan de Broekstraat verwijderd worden. Zo ontstaat er een mooi rechthoekig perceel waar op de inrichtingsschets plaats is voor de bushalte, een kortparkeerzone voor vrachtwagens en een bedrijfspand. In dit bedrijfspand zou een horecazaak kunnen komen. Verschillende collegeleden zijn vragende partij om bijvoorbeeld de bestaande frituur een nieuwe gepaste plek te geven.

      In plaats van de Broekstraat kan langs de gracht die tussen de Cokeriestraat en het Tresignieplein loopt, een nieuwe doorsteek voor voetgangers en fietsers aangelegd worden. Het Tresignieplein zelf kan aan weerszijden van de Eppegemsesteenweg als groene verblijfsruimte ingericht worden.


      Eddie BOELENS vraagt of het niet logischer is dat de frituur blijft waar ze is, onmiddellijk naast de straat.

      De inrichtingsschets is louter een voorstel. Er zijn ook andere configuraties mogelijk van de bushalte, vrachtwagenparking en het bedrijfspand. Alleszins wordt getracht de hoeveelheid verharding te beperken en de verkeerssituatie te vereenvoudigen. Het schepencollege is er zich van bewust dat het cliënteel van de frituur voor een groot deel uit passerende vrachtwagenchauffeurs bestaat. Daarom wordt er een parking voorzien. Het blijft echter de bedoeling om het vrachtverkeer dat van oost naar west en vice versa over de Verbrande Brug rijdt te verminderen. 


      Kirsten HOEFS bevestigt dat het louter om een eerste inrichtingsschets gaat. Een inplanting dichter tegen het kanaal en de straat wordt geenszins uitgesloten.

       

      Gilbert GOOSSENS merkt op dat het waarschijnlijk nog verschillende jaren zal duren eer de frituur mogelijk verhuist naar die nieuwe locatie. In de tussentijd kunnen er geen vrachtwagens meer parkeren op het Tresignieplein omdat er blokken geplaatst zijn. Hij vreest dat, tezamen met de mobiliteitsmaatregelen, hun cliënteel helemaal zal wegvallen.

      De geparkeerde vrachtwagens zorgden voor overlast.

       

      Woonclusters

      Eddie BOELENS vindt het goed dat er gewerkt zal worden aan de woon- en verblijfskwaliteit. Zijn er in de Gaston Devoswijk bijvoorbeeld al concrete planen?
      Er zijn nog geen concrete plannen. De inrichtingsschets geeft wel reeds de ambitie weer om in de Gaston Devoswijk te ontharden en een aangename, groene binnenruimte aan te leggen. Daarvoor moet eerst bekeken worden hoeveel parkeerplaatsen, manoeuvreerruimte,... er nodig is en hoe die efficiënter kan ingericht worden. Als er rioleringswerken worden uitgevoerd zou het logisch zijn ook al verfraaiingswerken uit te voeren.


      Jean DE WIT vraagt waarom alle zonevreemde woningen niet herbestemd kunnen worden naar woongebied.

      Het is niet wenselijk om de zonevreemde woonentiteiten in het brugwachtershuisje zone-eigen te maken. Het creëren van zo'n kleine korrel woongebied is ruimtelijk niet logisch.

      De zonevreemde woningen langs de Daalweg/Broekstraat zijn eveneens erg geïsoleerd gelegen en dan nog in een overstromingsgevoelige zone. Het is ruimtelijk logischer om de uitbreidingszone voor de RWZI te behouden en eventueel nog te vergroten, en/of aan een grotere groen- en waterbuffering te werken. 


      Gilbert GOOSSENS vindt het vreemd dat de laatste woning langs de Daalweg/Broekstraat niet is opgenomen in het plangebied.

      Deze woning is gelegen op grondgebied Zemst.


      Eddie BOELENS wil weten wat de bestemming is van de gronden aan de andere zijde van de Daalweg/Broekstraat.

      Deze gronden liggen op grondgebied Zemst en zijn volgens hun BPA bestemd als bedrijvenzone. Rondom ligt een strook bufferzone.


      Eddie BOELENS vult aan dat die strook naar natuurgebied Dorent-Nelebroek loopt.

      Dit is inderdaad zo. Idealiter wordt er op termijn een extra voetweg voor wandelaars en fietsers langs de Tangebeek aangelegd.

       

      Eddie BOELENS moedigt het schepencollege aan om met Zemst overleg te plegen om van deze hoek natuurgebied te maken, evenals de terreinen aan de overkant van de straat.

      Het standpunt van de gemeente Zemst is gevraagd. Dit zal hopelijk meegedeeld worden in hun advies dat binnenkort verwacht wordt. Het herbestemmen van de gronden tussen de uitbreidingszone van de RWZI en de Tangebeek naar natuurgebied is sowieso misschien niet wenselijk, aangezien dit restricties voor de RWZI en ev. andere aanpalende bedrijven kan inhouden. Een bestemming als groene bufferzone kan even goed een kwalitatieve inrichting opleveren. In alle geval is dit sowieso afhankelijk van het bedrijf Dust Busters en of zij na opmaak van het RUP nog geruime tijd zonevreemd hun uitbating zullen mogen verder zetten, dan wel opgekocht of onteigend worden.


      Bart LAEREMANS herhaalt dat het op deze locatie logischer is om in te zetten op waterbuffering en de uitbreiding van de RWZI, dan het behoud van de bestaande constructies in een omgeving met beperkte kwaliteit. Er zullen dus geen nieuwe vergunningen afgeleverd worden. 

       

      Jean DE WIT vindt het niet kunnen dat als er een windhoos is, de zonevreemde woningen niet hersteld kunnen worden.

      Het is onduidelijk op welke info het raadslid deze veronderstelling baseert. Herbouw is namelijk wel mogelijk op basis van de Vlaamse wetgeving omtrent zonevreemde constructies.


      Jean DE WIT blijft vragende partij om alle bestaande woningen te herbestemmen naar woongebied.

       

      Jean DE WIT vraagt of er ook woonboten zijn.

      Voor zover geweten zijn er geen woonboten. Wel zijn er een aantal jachten voor recreatief gebruik, alsook een roeiclub. Deze kunnen blijven.


      Eddie BOELENS wenst te weten hoeveel zonevreemde woningen langs de Eppegemsesteenweg het schepencollege wil herbestemmen naar woongebied.

      Bart LAEREMANS antwoordt dat dit een 20-tal woningen zijn.


      Peter PLESSERS vraagt wat het bruine gebouw op de hoek van de Cokeriestraat op de inrichtingsschets is.

      Het studiebureau voorziet dat hier in de toekomst misschien een nieuw kopgebouw kan komen, zodat zowel langs de Eppegemsesteenweg als de Cokeriestraat de hoek afgewerkt wordt met een representatieve voorgevel. Dit is echter afhankelijk van het initiatief van de eigenaar en de bouwkundige mogelijkheden op deze toch vrij scherpe hoek. Omdat de buitenruimte is zo'n configuratie beperkt zou zijn, zou er dan ook eerder een niet-residentiële functie komen. Of dit wenselijk is moet dan bekeken worden. 

       

      Ontsluiting

      Eddie BOELENS vraagt of bevestigd kan worden dat de Oostvaartdijk ten noorden van de yard wel publiek toegankelijk zal zijn.
      De nieuwe ontsluitingsweg splitst inderdaad ten noorden van de yard: via het ene deel kan men verder naar het brownfieldproject en de achterzijde van de loodsen langs de Gerselarendries, via het andere deel komt men terug op de Oostvaartdijk. Eens de overslagzone voorbij, blijft de Oostvaartdijk immers behouden als openbare wegenis.

       

      Gilbert GOOSSENS merkt op dat de loodsen van het brownfield bijzonder groot zijn. Deze zouden bestemd zijn voor Caterpillar. Als hun huidig aantal verkeersbewegingen nog eens verdubbeld zal dit een grote impact hebben. Is het toch niet beter om een tweede containerterminal aan te leggen?
      Vermoedelijk zal Caterpillar de grootste loods in gebruik nemen, dit is echter nog niet officieel bevestigd. De exploitant of exploitanten van de kleinste loods zijn nog niet gekend. De loodsen zijn reeds vergund en uit de mobiliteitsstudie is inderdaad gebleken dat het aantal verkeersbewegingen zal stijgen. Dit valt te verwachten wanneer een braakliggend stuk industriezone ontwikkeld wordt.

      In de concessie wordt het watergebonden karakter van de bedrijven opgelegd en zullen er boetes betaald moeten worden indien een bepaald tonnage transport per water niet bereikt wordt. In het ruimtelijk uitvoeringsplan kan het watergebonden karakter opgenomen worden in de voorschriften.
      De Vlaamse Waterweg heeft aangegeven dat er geen nood is aan een tweede containerterminal. Deze aan de Darse kan nog voldoende uitbreiden om aan de stijgende vraag te voldoen. Het bouwen van een dure tweede terminal zo kortbij een bestaande, zou economisch niet logisch zijn.


      Bart LAEREMANS vult aan dat het gemeentebestuur tevreden is dat deze zone gesaneerd wordt en de Vlaamse Waterweg in haar concessie met de ontwikkelaar heeft geregeld dat de terreinen bestemd zijn voor watergebonden activiteiten.

       

      Gilbert GOOSSENS en Eddie BOELENS vragen of er geen alternatieve route voor fietsers mogelijk is dan langs de nieuwe ontsluitingsweg. Een waarbij er geen kruisingen meer zijn tussen het fietspad en de in- en uitritten van bedrijven.

      Het aantal in- en uitritten zal aanzienlijk verminderen t.o.v. de huidige situatie langs de Oostvaartdijk. Voornamelijk omdat Weber hun activiteiten beter zullen organiseren. Hun interne circulatie vindt nu namelijk plaats op de Oostvaartdijk.

      Fietsers kunnen eventueel ook via het Herlaarhof van de Gerselarendries naar de Eppegemsesteenweg rijden. Dit is echter een veldweg en minder geschikt voor functioneel fietsverkeer.


      Bart LAEREMANS vult aan dat voor de nieuwe ontsluitingsweg nog een aanvraag tot omgevingsvergunning zal ingediend worden, waarna iedereen opmerkingen kan indienen tijdens het openbaar onderzoek dat deel zal uitmaken van die procedure. De timing is dat deze weg binnen de vijf jaar wordt aangelegd.

       

      Eddie BOELENS vraagt om de voetweg op de grens met Zemst, het Herlaarhof, te optimaliseren voor fietsgebruik.

      Grimbergen en Zemst hebben tijdens de lopende adviesperiode reeds samen gezeten over het RUP. Dit zal in volgende gesprekken verder meegenomen worden.


      Bart LAEREMANS meldt dat ook met Vilvoorde reeds afgestemd is over het RUP.

       

      Eigendomssituatie

      Bart VAN HUMBEECK vraagt of het gehele gebied in eigendom is van de Vlaamse Waterweg?

      De Oostvaartdijk, het brownfieldterrein en de terreinen van Weber en Caterpillar zijn in eigendom van de Vlaamse Waterweg. Ook ten zuiden van de Eppegemsesteenweg en de Darse is de Vlaamse Waterweg eigenaar van verschillende terreinen.

       

      Afbakening plangebied

      Eddie BOELENS vraagt waarom de grens van het RUP zo grillig is. Is dit de gemeentegrens?

      Dit is inderdaad de gemeentegrens die ten zuiden van de Darse nog grotendeels de oude loop van de Zenne volgt. In kader van de gesprekken van het brownfield Forges de Clabecq is zowel door Grimbergen als Vilvoorde voorgesteld om op termijn een grenscorrectie door te voeren, zodat de gemeentegrens niet meer dwars door gebouwen heen loopt.

      BESLUIT:

      Artikel 1.

      Kennis te nemen van de startnota van het RUP Verbrande Brug.

      Art. 2.

      Het schepencollege te vragen de bedenkingen, zoals opgenomen in het inhoudelijk deel, te onderzoeken.

    • RUP Beigem Centrum: voorontwerp

      De beslissing wordt genomen op grond van:
      • Ontwerpvoorschriften en grafisch plan van het RUP Beigem Centrum. (BIJLAGE)
      • Voorgaande procedurestappen van het RUP Beigem Centrum. (beschikbaar op DSI)

         
      • Besluit van de gemeenteraad van 28 maart 2019 waarbij raadslid Rudi VAN HOVE werd aangeduid als voorzitter van de gemeenteraadscommissie omgeving.
      • Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 22 mei 2023 waarbij aan de voorzitter werd gevraagd de gemeenteraadscommissie de afstemming van het gemeentelijk beleid op het beleid van de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden bijeen te roepen op 7 juni 2023 om 19.30 u. in de Raadzaal van het gemeentehuis. (BIJLAGE)
      De volgende bepalingen zijn van toepassing inzake de bevoegdheid:
      • Artikel 37 en 38, 7° van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (DLB).

       

      • Huishoudelijk reglement van de gemeenteraad goedgekeurd in zitting van 25 februari 2019 en aangepast op 28 mei 2020:

      Artikel 37.

      § 1 De raad richt de volgende zeven commissies op die zijn samengesteld uit gemeenteraadsleden:
      1° personeel en organisatie;

      2° financiën;

      3° infrastructuur;

      4° omgeving;

      5° mobiliteit;

      6° een commissie die waakt over de afstemming van het gemeentelijk beleid op het beleid van de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden;

      7° verenigde commissie.

      Deze commissies hebben als taak het voorbereiden van de besprekingen in de gemeenteraadszittingen, het verlenen van advies en het formuleren van voorstellen over de wijze waarop vorm wordt gegeven aan de inspraak van de bevolking telkens als dat voor de beleidsvoering wenselijk wordt geacht.

      De commissies kunnen steeds deskundigen en belanghebbenden horen.

      § 2. De verenigde gemeenteraadscommissie is samengesteld uit alle leden van de gemeenteraad. Alle andere commissies zijn samengesteld uit 13 stemgerechtigde raadsleden. De voorzitter kan worden aangewezen onder de raadsleden die geen lid zijn van de commissie. In dat geval heeft de voorzitter geen stemrecht.

      (...)

      § 7. Elke commissie wordt voorgezeten door een gemeenteraadslid. De leden van het college van burgemeester en schepenen kunnen geen voorzitter zijn van een commissie. De gemeenteraad duidt de voorzitters van de commissies aan.

      § 8. De gemeenteraadscommissies worden bijeengeroepen door de voorzitters van de commissies en dit op vraag van het college van burgemeester en schepenen. Behalve in spoedeisende gevallen, geschiedt de bijeenroeping via e-notulen aan alle leden van de gemeenteraadscommissie (effectieve leden en leden die als waarnemer kunnen zitting hebben), ten minste acht dagen voor de dag van de vergadering. De oproeping vermeldt de agenda, dag, uur en plaats van de vergadering. Deze informatie wordt eveneens bekendgemaakt aan het publiek door publicatie op de gemeentelijke website.

      § 9. De gemeenteraadscommissies kunnen geldig vergaderen, ongeacht het aantal aanwezige leden. Commissieleden kunnen zich tijdens een vergadering laten vervangen door raadsleden van dezelfde fractie.

      § 10. De gemeenteraadscommissievergaderingen zijn in principe openbaar onder dezelfde voorwaarden als voor de gemeenteraad (zie art. 4 tem. 6 van dit reglement). De raadsleden kunnen, zonder stemrecht, de vergaderingen van de commissies waarvan zij geen deel uitmaken, bijwonen. De leden van het college en de algemeen directeur kunnen als waarnemend lid de gemeenteraadscommissievergaderingen bijwonen.

      § 11. Vooraleer aan vergaderingen deel te nemen, tekenen de leden van elke gemeenteraadscommissie een aanwezigheidslijst, die aan de algemeen directeur wordt bezorgd.

       

      Artikel 38.

      Alle leden van de gemeenteraadscommissie zijn stemgerechtigd, met uitsluiting van de waarnemende leden, de krachtens art. 37, §2 aangestelde voorzitter, de deskundigen en de eventuele belanghebbenden. De leden van de commissies stemmen, zoals in de gemeenteraad, nooit geheim, behalve in de gevallen zoals in art. 27, §4 van dit reglement.

       

      Artikel 39.

      Het ambt van secretaris van elke raadscommissie wordt waargenomen door één of meer personeelsleden van de gemeente, op voorstel van de algemeen directeur, aangewezen door het college van burgemeester en schepenen. Een afschrift van het verslag wordt via e-notulen verzonden aan ieder commissielid en aan elke fractieleider.

      De beslissing kent volgende inhoudelijke verantwoording:

      Het gemeentebestuur maakt een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) op ter vervanging van het BPA Beigem (1999).

       

      Het RUP heeft als doelstelling de lange termijnvisie en de ontwikkelingsperspectieven van het GRS uit te voeren. Dit betekent dat de landschappelijke en historische identiteit van het dorp wordt behouden zonder daarom nieuwe activiteiten uit te sluiten. Wonen in de kern blijft de hoofdactiviteit, gekoppeld aan kleinschalige, woonondersteunende functies die hiermee verweefbaar zijn. Daarnaast wenst dit RUP in te spelen op de huidige maatschappelijke uitdagingen en noden door gericht in te zetten op de versterking van de open ruimte en van het landelijke dorp. Gezien maatschappelijke trends onderhevig zijn aan veranderingen, dient dit RUP voldoende flexibiliteit in te bouwen om ruimte te laten voor toekomstige noden en inzichten. Verder wil de gemeente met dit RUP inspelen op een aantal concrete vraagstukken en knelpunten. Voor een aantal percelen komt geregeld de vraag naar duidelijkheid omtrent de ontwikkelingsmogelijkheden naar boven. Enkele percelen bevinden zich in een ruimtelijk onduidelijke situatie en de mogelijkheden voor deze percelen dienen eveneens nader bekeken te worden.

       

      Haviland maakte in uitvoering van haar opdracht en in samenwerking met de rest van het planteam stedenbouwkundige voorschriften en een grafisch plan op. Het gaat om een voorlopige versie die nog niet werd goedgekeurd door het schepencollege op moment van delen van de stukken en waar het studiebureau nog enkele zaken dient na te gaan op correctheid (vb. weergave buurt- en voetwegen, verwoording terminologie).

       

      Ellen VAN MULDERS licht het grafisch plan en de voorschriften toe.

       

      De vragen en opmerkingen worden per thema gebundeld:

       

      Plandoelstellingen

      Gilbert GOOSSENS herinnert het schepencollege eraan dat het RUP ging opgemaakt worden om tegemoet te komen aan enkele vragen van individuele eigenaars. De insteek van het RUP is nu echter totaal anders en er wordt zelfs niet aan alle eigenaarsvragen tegemoet gekomen.

      Een RUP opmaken om extra bouwmogelijkheden te creëren op particuliere vraag, zonder dat dit binnen een ruimere visie past, is niet meer van deze tijd. Daarom is inderdaad een ruimtelijke visie opgesteld die prioriteit heeft t.o.v. de vragen van particulieren. Alle eigenaarsvragen en een eerste insteek van antwoord kunnen teruggevonden worden in de scopingnota die een tijd geleden gepubliceerd werd. Niet aan alle eigenaarsvragen is inderdaad tegemoet gekomen. Zo blijft bijvoorbeeld de grond met de kapel tegenover de oude school onbebouwbaar.


      Bart LAEREMANS vult aan dat ook een foutje uit het RUP Herbestemming Open Ruimte wordt rechtgezet in het RUP Beigem Centrum. Een van de woningen in een stukje lintbebouwing had nl. per ongeluk een volledig onbebouwbare bestemming gekregen.

       

      Gilbert GOOSSENS wil een specifiek terrein bespreken. De percelen 257C2 en 257D2 waren vroeger gelegen in de bouwzone maar sinds het BPA van 1999 niet meer. In het RUP had dit terug bouwzone kunnen worden maar het schepencollege doet dit niet, tot ongenoegen van de fractie en eigenaar. Op een perceel aan de overkant van de straat staat nochtans ook een woning gebouwd.

      Deze percelen waren inderdaad in het BPA van de jaren '50 gelegen in bouwzone. Volgens het gewestplan van 1977 lagen ze echter in agrarisch gebied. Het BPA van 1999 heeft deze agrarische bestemming overgenomen. Er staat aan de overkant van de straat inderdaad een woning maar alle gronden ernaast zijn gelegen in het RUP Herbestemming Open Ruimte en hebben een open ruimte bestemming gekregen om te vermijden dat Beigem en Humbeek hier via lintbebouwing aan elkaar groeien. Het is niet verantwoord om de lintbebouwing overal zomaar uit te breiden omdat er toevallig een woning in de buurt staat.

       

      Bart LAEREMANS beaamt dit. Deze eigenaarsvraag is grondig onderzocht geweest en het was geen gemakkelijke beslissing maar nu wordt een duidelijke afbakening van het landbouwgebied behouden.

       

      Gilbert GOOSSENS is van mening dat er met betrekking tot deze gronden zaken zijn gebeurd die niet koosjer zijn.

       

      Jean DE WIT vindt dat als via de opmaak van een ruimtelijk uitvoeringsplan de opportuniteit zich voordoet om tegemoet te komen aan zulke vragen, men deze problemen niet moet behouden. Er moet consequent mee omgegaan worden. Hij vindt de aanpak te arbitrair.

      Er wordt inderdaad steeds een ruimtelijke afweging gemaakt waardoor niet alle percelen in heel Grimbergen bouwgrond kunnen zijn en binnen de bebouwbare zones de bouwmogelijkheden verschillend kunnen zijn.


      Bart VAN HUMBEECK treedt de visie van het schepencollege bij. Dit is een logische verder zetting van de logica achter de herbestemmingen naar open ruimte uit de vorige legislatuur.

       

      Kirsten HOEFS herhaalt dat er keuzes moeten gemaakt worden waarbij niet op ieder perceel in Grimbergen dezelfde voorschriften zullen gelden. Anders kan er gewoon overal gebouwd worden.

       

      Jean DE WIT blijft het onbehoorlijk vinden dat aan sommige eigenaarsvragen wel tegemoet gekomen wordt en aan andere niet.

       

      Rudi VAN HOVE merkt op dat het om persoonlijke gevallen gaat en sluit de discussie af.

       

      Bart LAEREMANS meldt dat het eenieder vrij staat om in de volgende procedurestap, tijdens het openbaar onderzoek, bezwaar in te dienen.

       

      Algemene voorschriften

      Eddie BOELENS vraagt of er nog halfopen en gesloten bebouwingen mogelijk zijn in het plangebied.

      Afhankelijk per zone en soms ook of het om eengezins- dan wel meergezinswoningen gaat, worden bepaalde bouwvormen toegelaten of uitgesloten. In het gehele plangebied is het sowieso de bedoeling om de halfopen bebouwingen die eruit zien als één grote open bebouwing niet meer toe te laten. In het BPA worden namelijk max. twee gezinnen per gebouw toegelaten. Het was dus niet de bedoeling om grotere appartementsgebouwen toe te laten. Doorheen de jaren zijn er echter her en der gekoppelde bebouwingen opgericht met elk twee appartementen maar die er qua voorgevel uitzien als één groot gebouw met vier appartementen. Dit is te grootschalig voor een dorp als Beigem.


      Kirsten HOEFS bevestigt dat het de bedoeling is dat gekoppelde bebouwing duidelijk visueel van elkaar valt te onderscheiden.

       

      Bart LAEREMANS verduidelijkt dat grootschalige bebouwing eerder stedelijk is, terwijl in Beigem op het landelijk karakter moet ingezet worden.

       

      Caroline DENIL vraagt of er iets gedaan wordt om winkels te stimuleren.

      Er zijn inderdaad weinig winkels. Het verplichten van een handelsgelijkvloers in sommige zones zou hier naar alle waarschijnlijkheid ook geen verandering in brengen, daarom is dit niet opgenomen. Wel wordt per zone bepaald of aparte niet-residentiële functies toegelaten zijn, of dat het moet gaan om een kleinschalige activiteit geïntegreerd in een woning. Zo wordt de dynamiek per zone gestuurd.

       

      Coppendries en dorpshart

      Jean DE WIT vraagt wat het verschil is tussen gemeenschappelijk wonen en meergezinswoningen.

      Met gemeenschappelijk wonen wordt bijvoorbeeld cohousing bedoeld. De individuele ruimtes zijn dan compact en er worden gemeenschappelijke binnen- en buitenruimtes voorzien. Er zal een definitie opgesteld worden. Het is echter een zoektocht naar de juiste voorwaarden en er is weinig ervaring met zulke projecten.


      Jean DE WIT waarschuwt voor een arbitrair onderscheidt tussen gemeenschappelijke woonvormen en gewone appartementen en de afbakening van de zones waar wat kan.

      Bedoeling is om dit dus verder te onderzoeken en ook tijdens het openbaar onderzoek input te verzamelen van de inwoners van Beigem zelf.

       

      Bart LAEREMANS herhaalt dat gezocht wordt naar een identiteit per zone, afgestemd op de omgeving. Voor de zones Coppendries en dorpshart werd beslist dat meergezinswoningen, ook al omvatten ze maar twee appartementen, niet langer wenselijk zijn.


      Wonen aan de rand - algemeen

      Eddie BOELENS vraagt of hier winkels in een apart gebouw zijn toegelaten.

      Winkels in een apart gebouw zijn niet toegelaten. Het moet gaan om activiteiten geïntegreerd in een woning.


      Wonen aan de rand - zone Molenstraat

      Jean DE WIT merkt op dat een maximale woondichtheid wordt opgelegd. Is het niet voorzichter dit te formuleren als "wordt toegelaten"?

      Dit valt inderdaad te bekijken.


      Eddie BOELENS vraagt of het de bedoeling is dat enkel op de bestaande bebouwde oppervlakte kan herbouwd of verbouwd worden.

      De inplanting van eventuele nieuwe gebouwen wordt vrijer gelaten. De typologie moet echter behouden blijven en het moet een geheel vormen met het aanpalende terrein van De Raster. Dat is waarom een inrichtingsvisie moet opgemaakt worden.


      Gilbert GOOSSENS wil weten of er dan om het even wat gedaan kan worden met de bestaande gebouwen.

      Het gaat om erfgoed dus de waardevolle aspecten dienen zoveel als mogelijk behouden te blijven. De gebouwen op het linkerdeel zijn echter in zeer slechte staat en zullen misschien niet meer te herstellen zijn. Belangrijk is dat de nieuwbouw past bij het wel gerenoveerde stuk van De Raster.

       

      Wonen aan de rand - zone binnengebied

      Eddie BOELENS betreurt dat dit binnengebied niet groen zal blijven.

      In het BPA is dit nu al bouwzone. De voorwaarden worden in het RUP iets verstrengd. 

       

      Bart LAEREMANS voegt toe dat indien deze zone zou herbestemd worden, er planschade van toepassing is. Daarom wordt geopteerd om een ontwikkeling nog toe te laten, maar kleinschaliger dan in het BPA. Zo zal het bouwblok niet met een gewone straat in twee gedeeld worden. Het is de bedoeling om hier een groene trage weg te voorzien waar per uitzondering ook lokaal bestemmingsverkeer van de aanpalende terreinen over mag rijden. De beek kan eventueel verlegd worden naar hier. Dan kan ze langs de voetbalvelden en langs deze doorsteek open gelegd worden, wat zowel naar beleving als extra waterbuffering een meerwaarde is.

       

      Kirsten HOEFS meldt dat ze niet helemaal akkoord is met de voorgestelde voorschriften. Deze laten namelijk enkel eengezinswoningen toe. Ze vindt dat ook meergezinswoningen, zoals urban villa's, moeten kunnen, als er dan een grotere onbebouwde oppervlakte over blijft.

      De keuze voor eengezinswoningen is gemaakt om de dynamiek in dit binnengebied laag te houden. Meergezinswoningen hebben een grotere impact op de privacy van de omwonenden omdat er vaak leefruimtes en buitenruimtes zijn op de verdieping.


      Gilbert GOOSSENS treedt de schepen bij dat in deze zone ook meergezinswoningen moeten kunnen.

       

      Wonen aan de rand - zone Meerstraat

      Gilbert GOOSSENS vraagt of het mogelijk is om drie gebouwen met elk drie woonlagen aan elkaar te koppelen.

      Enkel eengezinswoningen mogen per drie gebouwd worden. Meergezinswoningen mogen maximum per twee gekoppeld worden.


      Gilbert GOOSSENS vraagt of die koppeling verticaal moet zijn.

      De koppeling moet inderdaad verticaal zijn. De horizontale opdeling wordt uitgedrukt in het aantal toegelaten woonlagen.


      Gilbert GOOSSENS stelt zich vragen bij de verplichting om een boom in de voortuin te moeten planten. Mensen zullen deze snel willen omhakken.

      Het is inderdaad een eerste keer dat een dergelijk voorschrift wordt opgenomen in een ruimtelijk uitvoeringsplan. De insteek is om het landelijk karakter van Beigem te versterken door meer groen in het straatbeeld te brengen, zowel op openbaar als privaat domein.


      Bart LAEREMANS voegt toe dat bomen een belangrijk verkoelend effect hebben tijdens warme zomers.

       

      Kirsten HOEFS is benieuwd waarom raadslid GOOSSENS het voorschrift een slecht idee vindt.

       

      Gilbert GOOSSENS vraagt zich af wat het schepencollege nog allemaal zal verplichten.

       

      Jean DE WIT vindt het voorschrift arbitrair.

      Een ruimtelijke visie is geen exacte wetenschap en dus subjectief. 

       

      Gilbert GOOSSENS stelt dat alles wat hij tot nog toe gelezen heeft willekeur is.

       

      Eddie BOELENS vindt de voorschriften niet arbitrair aangezien ze gekoppeld worden aan een visie per deelzone. Iedereen kan een bezwaarschrift indienen als ze het niet eens zijn met die visie per deelzone of de uitwerking ervan.

       

      Wonen aan de rand - Kerselaar

      Gilbert GOOSSENS vraagt waarom niet het volledige terrein een groene bestemming krijgt.

      Het schepencollege heeft beslist dat een deel van het terrein bebouwbaar moet blijven om doelstellingen om gemeenschapsvoorzieningen te kunnen realiseren, te kunnen tegemoet komen aan een woonnood (ev. voor bepaalde doelgroepen), als strategische grondreserve,...

       

      Bart LAEREMANS vertelt dat het terrein grenst aan drie uitgeruste wegen: Beigemsesteenweg, Ten Doorn en Grote Heirbaan. Dit zijn bouwmogelijkheden die niet zomaar opgegeven mogen worden. Een gemeente heeft verantwoordelijkheden waarvoor het beschikken over bouwgrond een grote meerwaarde vormt. Desalniettemin wordt een deel van de Kerselaar, zo'n 60% van de ongeveer 2ha, wel degelijk herbestemd zodat het groene zicht langs de Beigemsesteenweg behouden kan blijven.

       

      Eddie BOELENS vraagt of het de bedoeling is de bouwgrond in te zetten i.k.v. het Bindend Sociaal Objectief.

      Bart Laeremans antwoordt dat dit inderdaad een mogelijkheid is maar ook andere invullingen toegelaten worden binnen de voorschriften. Hij beschouwt het bebouwbare deel als een stuk reservegrond waarvoor nog een inrichtingsvisie moet opgemaakt worden. Aan de afbakening van de herbestemming kan nog gewerkt worden in volgende procedurestappen.

       

      Eddie BOELENS vraagt of de particuliere gronden in de zone Kerselaar momenteel aan een uitgeruste weg gelegen zijn.

      De ene grond grenst aan het doodlopend deel van Ten Doorn. Hier was de aanleg van een pijpenkop op gepland. De grond palend aan die van de gemeente is momenteel afhankelijk van de andere om ontwikkeld te kunnen worden. Om het bebouwbaar deel van de Kerselaar als een geheel te kunnen ontwerpen, is beslist om de private grond mee in de bestemmingszone op te nemen. Er is dus een inrichtingsvisie voor de gehele Kerselaar nodig, inclusief private grond. De eigenaar palend aan de grond van de gemeente heeft reeds aangegeven hiervoor open te staan.

       

      Gilbert GOOSSENS vindt het niet kunnen dat de gemeente wel een deel bouwgrond behoudt maar van particulieren bouwgrond lang een uitgeruste weg wordt afgenomen.

      De gronden waarnaar het raadslid verwijst zijn deze gelegen in agrarisch gebied langs de Molenstraat. Zoals eerder besproken blijft de bestaande agrarische bestemming hier behouden.


      Bart VAN HUMBEECK vindt dat raadslid GOOSSENS zijn redenering dus niet klopt, aangezien deze gronden momenteel reeds niet bebouwbaar zijn.

       

      Jean DE WIT vindt dat er arbitrair wordt omgegaan met de herbestemmingen in het RUP.

      Bart LAEREMANS antwoordt dat het omzetten van het landbouwgebied langs de Molenstraat naar woongebied, louter omdat de eigenaar dit vraagt en tegen de ruimtelijke logica in, arbitrair zou zijn.

       

      Bart VAN HUMBEECK vraagt waar de voetwegen zullen komen te liggen. Nu blijft het tracé hetzelfde en lopen ze dwars over private percelen.

      Het verleggen van voetwegen zal behandeld worden in een aparte procedure, van zodra er een inrichtingsvisie is voor de Kerselaar.

       

      Kirsten HOEFS bevestigt dit.

       

      Wonen in het groen (Ten Doorn)

      Eddie BOELENS vraagt de bomen in Ten Doorn meer te beschermen. Recent werden nog kappingen toegestaan in een omgevingsvergunning. De strengere voorwaarden voor voortuinen zijn dus goed maar in Ten Doorn is nog een extra inspanning nodig. Kan dit niet in de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening opgenomen worden?

      De hogere wetgeving legt beperkingen op m.b.t. de mogelijkheden om het kappen van bomen te sturen via lokale regelgeving. De mogelijkheden zullen in een volgende legislatuur opnieuw bekeken worden. 


      Bart LAEREMANS vult aan dat de gemeentelijke diensten nu reeds ontharding en het behoud van bomen zoveel als mogelijk proberen te stimuleren.

       

      Eddie BOELENS stelt zich vragen bij de verplichting tot open bebouwing. Halfopen bebouwingen verliezen minder warmte en zijn eenvoudiger bij te isoleren.

      De keuze is gemaakt om in iedere zone de bestaande identiteit te behouden of te werken naar een meer afgebakende identiteit. Ten Doorn wordt gekenmerkt door villa's in het groen. Dit is het straatbeeld dat behouden zal blijven.


      Peter PLESSERS vraagt of de minimale kavelbreedte van 18m bedoeld is om zoveel mogelijk bomen tussen de woningen te kunnen aanplanten.

      Het is inderdaad de bedoeling om het groene karakter van de villawijk te behouden.

       

      Eddie BOELENS stelt voor om een maximale voortuindiepte op te leggen om lange opritten te vermijden.

      Dit is in deze zone niet de bedoeling. Zo zijn verscheidene percelen langs de straat bebost. Het bouwkader vooraan inplanten zou het groen in het straatbeeld juist verminderen.

       

      Eddie BOELENS erkent dit. Het is belangrijk om in deze zone op maat te werken en de ontwerpen kritisch te bekijken.

       

      Bart LAEREMANS antwoordt dat deze kritische ingesteldheid bij alle medewerkers aanwezig is. 

       

      Kasteelparken

      Bart LAEREMANS licht zelf toe dat aan het Kasteel Ten Berg een bouwzone langs de Beigemsesteenweg geschrapt wordt. Zo kan er meer straatgroen behouden blijven. In het kasteelpark zelf wordt het aantal toegelaten woonentiteiten verhoogd van twee naar vier. Deze kunnen in meerdere volumes geïntegreerd worden.

       

      Eddie BOELENS gaat akkoord met deze werkwijze. In het andere kasteelpark staat momenteel een terrein te koop. Zijn de eigenaars op de hoogte van de wijzigende voorschriften? Wanneer gaan de voorschriften van kracht?

      Er heeft al meermaals overleg plaatsgevonden met de eigenaars, geïnteresseerde ontwikkelaars en hun architecten. Hun voorstellen pasten tot nog toe niet in de groene erfgoedomgeving en waren te grootschalig van programma. Momenteel worden twee woonentiteiten per bestaand gebouw toegelaten in de kasteelparken en kunnen de gebouwen zelf nauwelijks uitgebreid worden. Dit zorgt voor een mismatch tussen het publiek dat zulke grote terreinen kan kopen en onderhouden en het type woning dat zij wensen te bewonen. Daarom wordt de bebouwbare zone vergroot en het aantal toegelaten woonentiteiten verhoogd. Zo kan er op het terrein langs de Kasteelhofstraat bijvoorbeeld een grotere villa worden gebouwd, of een klein project van gemeenschappelijk wonen.


      Kirsten HOEFS vult aan dat binnen de huidige voorschriften bijna niks is toegelaten.

       

      Bart LAEREMANS verduidelijkt dat het onderhoud van een park met zulke waardevolle bomen zeer duur is. Daarom worden extra mogelijkheden geboden.

       

      Eddie BOELENS vraagt of dit een publiek park zal worden.

      Dit wordt onderzocht. Ten eerst of er behoefte aan is: De woningen in de omgeving hebben immers een ruime tuin. Het is niet de bedoeling om een publiek park, met veel extra onderhoud, in te richten als dit enkel gebruikt zou worden door een paar mensen om hun hond in uit te laten. Ten tweede of dit juridisch kan afgedwongen worden: Vermoedelijk kan het enkel als het gekoppeld wordt aan extra ontwikkelingsmogelijkheden bij een nieuw project. Het publiek toegankelijk moeten maken van het park, zonder dat er iets wijzigt aan de bestaande situatie, kan waarschijnlijk niet. 


      Kirsten HOEFS zegt dat het publiek toegankelijk maken van het parkgebied, motivatie is om extra woonentiteiten toe te laten. Dit wordt verder bekeken.

       

      Eddie BOELENS vindt dat er nood is aan publieke parken in Beigem.

       

      Eddie BOELENS vraagt of de toegangsweg tussen de Beigemsesteenweg en Kasteelhofstraat publiek toegankelijk wordt.

      Dit is privaat domein. Ooit was het een voetweg maar deze werd afgeschaft. Het zou inderdaad fijn zijn moest deze terug publiek toegankelijk worden.


      Zone voor gemeenschapsvoorzieningen

      Eddie BOELENS vraagt welke bestemming de oude scholengebouwen krijgen. Wordt hier gekeken naar een realisatie van het Bindend Sociaal Objectief?

      In het gehele RUP wordt gezocht naar geschikte locaties voor het BSO, een kinderdagverblijf enz. Ook op deze locatie. Ook aan de Gemeentehuisstraat. Het schepencollege stelt zelfs speciaal voor om private percelen te herbestemmen naar een zone voor gemeenschapsvoorzieningen om de mogelijkheden voor realisatie van die gemeenschapsvoorzieningen te vergroten.

       

      Kirsten HOEFS vult nog aan dat de minimale G/T van de zone voor de school langs de Gemeentehuisstraat nog verder onderzocht zal worden. 20% groen is namelijk niet erg veel.

       

      Erfgoedelementen

      Eddie BOELENS vraagt of het oude schoolgebouw op de erfgoedlijst staat.

      Deze gebouwen zijn inderdaad opgenomen op de inventaris van onroerend erfgoed. Het is geen beschermd monument dus het is ook niet de bedoeling om de bebouwing nagenoeg te bevriezen in de tijd. Wel moeten de waardevolle elementen, de typologie, volumetrie,... behouden blijven of richtinggevend zijn voor een nieuwbouw.

       

      Trage wegen

      Bart VAN HUMBEECK vraagt waarom de trage wegen in het RUP niet zo ingetekend worden dat ze geen woningen enz. meer doorsnijden.

      Het verleggen of afschaffen van voetwegen kan inderdaad door de procedure van het RUP uit te breiden. Dit zou echter betekenen dat de doorlooptijd van het RUP vertraagd wordt. Dit is niet wenselijk. Bovendien is een visie i opmaak over alle trage wegen in Grimbergen. Daarom wordt ervoor gekozen om in het RUP Beigem Centrum het bestaande tracé van de voetwegen weer te geven en aan te duiden waar het wenselijk is dat er nieuwe komen, maar geen procedure tot verlegging of afschaffing te integreren.


      Gilbert GOOSSENS vraagt waarom de Hof van Obbergenstraat als een trage weg staat aangeduid. Dit is tegenstrijdig met de huidige inrichting en de visie van het mobiliteitsplan.

      De Hof van Obbergenstraat staat niet aangeduid als een trage weg, maar als een potentieel groene verbinding van west naar oost. Het is de bedoeling dat langs deze groene verbindingen er extra ingezet wordt op groen in het straatbeeld en op een weginrichting die de veiligheid en het comfort van voetgangers en fietsers vooropstelt.


      Bart LAEREMANS antwoordt dat net in de straten waar extra verkeer verwacht wordt door de gewijzigde circulatie, er verhoogde aandacht zal zijn voor de veiligheid van voetgangers en fietsers.

       

      Patricia SEGERS vraagt of ook auto's door deze groene verbindingsstraten zullen kunnen rijden.

      Ja, deze straten blijven toegankelijk voor auto's.

      BESLUIT:

      Artikel 1.

      Kennis te nemen van de voorgelegde versie van het voorontwerp van RUP Beigem Centrum.

      Art. 2.

      Het schepencollege te vragen de bedenkingen, zoals geformuleerd in het inhoudelijk deel, te onderzoeken.

Namens GEMEENTERAADSCOMMISSIE OMGEVING,

Jessika DOMS
secretaris gemeenteraadscommissie omgeving

Rudi VAN HOVE
voorzitter gemeenteraadscommissie omgeving