Terug
Gepubliceerd op 16/12/2022

Besluit  RAAD VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN

do 24/11/2022 - 19:30

Decreet 15 februari 2019 betreffende de woonzorg en uitvoeringsbesluit 28 juni 2019 - woonzorgcentrum (WZC) Ter Biest - Nieuwe interne afsprakennota en schriftelijke opnameovereenkomst met ingang van 1 januari 2023 - Goedkeuring

Aanwezig: Peter PLESSERS, voorzitter raad voor maatschappelijk welzijn
Bart LAEREMANS, burgemeester
Jelle DE WILDE, Kirsten HOEFS, Chantal LAUWERS, Trui OLBRECHTS, Philip ROOSEN, Karlijne VAN BREE, Jean-Paul WINDELEN, schepenen
Eddie BOELENS, William DE BOECK, Linda DE PREE, Jean DEWIT, Isabel GAISBAUER, Tom GAUDAEN, Gilbert GOOSSENS, Brigitte JANSSENS, Katrien LE ROY, Katleen ORINX, Luk RAEKELBOOM, Patricia SEGERS, Chris SELLESLAGH, Vincent VAN ACHTER, Rudi VAN HOVE, Bart VAN HUMBEECK, Yves VERBERCK, Karin VERTONGEN, Patrick VERTONGEN, Elke WOUTERS, gemeenteraadsleden
Muriel VAN SCHEL, algemeen directeur
Verontschuldigd: Manon BAS, Caroline DENIL, Gerlant VAN BERLAER, gemeenteraadsleden
Afwezig: Karima MOKHTAR, gemeenteraadslid

Ingevolge het decreet van 15 februari 2019 betreffende de woonzorg, dienen de opnamedocumenten (de opnameovereenkomst en de afsprakennota) voor woonzorgcentrum Ter Biest te worden aangepast, uiterlijk op 31 december 2022. De raad voor maatschappelijk welzijn keurt in uitvoering van het decreet van 15 februari 2019 betreffende de woonzorg en van uitvoeringsbesluit 28 juni 2019, de nieuwe interne afsprakennota en schriftelijke opnameovereenkomst goed.

De volgende bepalingen zijn van toepassing inzake de bevoegdheid:

Decreet lokaal bestuur 22 december 2017:

  • Artikel 78, §1, 3°:

De volgende bevoegdheden kunnen niet aan het vast bureau worden toevertrouwd: het vaststellen van andere reglementen dan die over personeelsaangelegenheden.

  • Artikel 84.

De beslissing wordt genomen op grond van:
  • het besluit van het vast bureau van 24 oktober 2022 Decreet 15 februari 2019 betreffende de woonzorg en uitvoeringsbesluit 28 juni 2019 - woonzorgcentrum (WZC) ter Biest - principiële goedkeuring van de nieuwe interne afsprakennota en schriftelijke opnameovereenkomst

     

  • Het decreet 15 februari 2019 betreffende de woonzorg, Afdeling 4 Woonzorgcentrum

Artikel 33.

Een woonzorgcentrum is een woonzorgvoorziening waar in een aangepaste infrastructuur en binnen een organisatorisch geheel zorg en ondersteuning wordt geboden in een thuisvervangend milieu aan ouderen met een complexe zorg- en ondersteuningsvraag, die er permanent verblijven.

Artikel 34. (01/01/2020- ...)

§ 1. Het woonzorgcentrum heeft de volgende opdrachten:
1° aangepaste en langdurige huisvesting ter beschikking stellen;
2° de gebruikelijke huishoudelijke, logistieke en administratieve ondersteuning aanbieden;
3° multidisciplinaire zorg en ondersteuning aanbieden op het vlak van:
a) persoonsverzorging, paramedische en verpleegkundige zorg;
b) psychosociale, agogische en existentiële ondersteuning;
4° levensbeschouwelijke begeleiding in het bereik brengen op vraag van de gebruiker;
5° sociale contacten stimuleren en het sociale netwerk onderhouden en versterken;
6° zinvolle dagbesteding en ontspanning organiseren of aanbieden;
7° de gebruiker activeren, ondersteunen en revalideren;
8° buurtbewoners en lokale organisaties verbinden met de werking van het woonzorgcentrum;
9° ervoor zorgen dat voor elke gebruiker een voor zorgverleners toegankelijk woonzorgleefplan wordt opgemaakt dat permanent wordt bijgewerkt en afgestemd is met de gebruiker, met als doel de zorg en ondersteuning aan de gebruiker continu, persoonsgericht en op maat te laten verlopen in functie van zijn evoluerende zorg- en ondersteuningsvraag.

In het eerste lid, 9°, wordt verstaan onder woonzorgleefplan: het plan dat door het woonzorgcentrum in aansluiting op het zorg- en ondersteuningsplan en in samenspraak met de gebruiker wordt opgemaakt en de noden, de verwachtingen en de voorkeuren van de gebruiker op het vlak van het wonen, de zorg en het leven in het woonzorgcentrum bepaalt, de interventies daarvoor beschrijft en op regelmatige wijze evalueert.

§ 2. De Vlaamse Regering kan bepalen welke andere opdrachten een woonzorgcentrum verricht om zijn doelstelling te realiseren, naast de opdrachten, vermeld in paragraaf 1.
Onder de voorwaarden die de Vlaamse Regering bepaalt, kan een woonzorgcentrum zijn opdrachten voor gebruikers jonger dan 65 jaar verrichten.
Het woonzorgcentrum kan aan specifieke doelgroepen die de Vlaamse Regering bepaalt, gespecialiseerde zorg aanbieden onder bepaalde voorwaarden.

Artikel 35.

Als een woonzorgcentrum in de onmiddellijke nabijheid ligt van en een organisatorisch geheel vormt met minstens twee andere woonzorgvoorzieningen, namelijk een centrum voor kortverblijf of een centrum voor dagverzorging of een groep van assistentiewoningen, en als deze woonzorgvoorzieningen door dezelfde rechtspersoon worden uitgebaat of er tussen de uitbatende rechtspersonen een samenwerkingsovereenkomst werd gesloten, dan kan dat organisatorisch geheel als bijkomende opdracht een intern aanspreekpunt voorzien voor objectieve en transparante informatie met betrekking tot en coördinatie van zorgplanning, opname, ontslag en doorverwijzing, met als doel een optimale afstemming en continuïteit van de zorg te realiseren in samenwerking met andere zorg- en welzijnsactoren. Dit kan enkel mits de gebruiker objectief en transparant geïnformeerd wordt over de mogelijkheden en met respect voor zijn keuzevrijheid om al dan niet in te gaan op het aanbod of beroep te doen op een ander zorgaanbod.

Artikel 38. (01/01/2020- ...)

De Vlaamse Regering erkent woonzorgvoorzieningen en verenigingen.

De woonzorgvoorzieningen en verenigingen moeten voldoen aan artikel 4, 7, 8 en 59 en hoofdstuk 2 om erkend te kunnen worden en erkend te blijven. De Vlaamse Regering kan aanvullende erkenningsvoorwaarden vastleggen met behoud van de toepassing van de bepalingen van artikel 4, 7, 8 en 59 en hoofdstuk 2. Die voorwaarden hebben onder meer betrekking op:
1° de zorg en ondersteuning;
2° de personeelsleden;
3° de bestuurders;
4° de werking;
5° de infrastructuur;
6° de wederzijdse rechten en plichten van woonzorgvoorziening en gebruikers;
7° het behandelen van de klachten van de gebruikers;
8° de initiatiefnemer of zijn vertegenwoordiger, die geen strafrechtelijke veroordeling mag hebben opgelopen voor feiten die verband houden met het aanbieden of organiseren van woonzorg;
9° de specifieke brandveiligheidsaspecten voor woonzorgvoorzieningen, met behoud van de toepassing van de federale basisnormen voor de brandveiligheid van gebouwen.

De aanvullende erkenningsvoorwaarden voor de personeelsleden, vermeld in het tweede lid, 2°, en voor de bestuurders, vermeld in het tweede lid, 3°, houden minstens in dat die personeelsleden en bestuurders een uittreksel uit het strafregister kunnen voorleggen dat bepaalt dat ze geen strafrechtelijke veroordelingen hebben opgelopen voor misdrijven die de Vlaamse Regering bepaalt.

De inachtneming van de voorwaarden voor de specifieke brandveiligheidsaspecten, vermeld in het tweede lid, 9°, wordt vastgelegd in een attest over de brandveiligheid. Dat attest wordt afgegeven door de burgemeester van de gemeente waarin de woonzorgvoorziening gevestigd is, met medewerking van de territoriaal bevoegde hulpverleningszone. De Vlaamse Regering kan voorzien in meerdere attesten die verschillen volgens de mate waarin de voorwaarden voor de specifieke brandveiligheidsaspecten in acht genomen zijn. De Vlaamse Regering bepaalt het model en de geldigheidsduur van het attest of van elk van de attesten. De Vlaamse Regering bepaalt de regels voor de afgifte en de verlenging van het attest of de attesten. De Vlaamse Regering kan voorzien in de mogelijkheid van beroep tegen een beslissing van de burgemeester tot weigering van een attest dat de uitbating van een woonzorgvoorziening mogelijk maakt, of tegen het uitblijven van een beslissing van de burgemeester over de afgifte of de verlenging van een attest.

De Vlaamse Regering kan, op verzoek van een woonzorgvoorziening of vereniging, een afwijking toestaan op de naleving van sommige erkenningsvoorwaarden die zijn vastgelegd ter uitvoering van het tweede lid, met uitzondering van de werkingsprincipes, vermeld in artikel 4, op voorwaarde dat de veiligheid van de gebruikers en het personeel, en de kwaliteit van de verstrekte woonzorg voldoende gewaarborgd zijn. De Vlaamse Regering bepaalt de regels om die afwijking toe te staan.

De Vlaamse Regering bepaalt de erkenningsprocedure die de mogelijkheid bevat om een bezwaar in te dienen. Ze kan woonzorgvoorzieningen en verenigingen alleen erkennen als ze passen in de programmatie, vermeld in artikel 51, die van toepassing is.

 

  • Besluit 28 juni 2019 van de Vlaamse Regering betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers, Bijlage 11 woonzorgcentra

Hoofdstuk 1. Definities

Artikel 1. (01/06/2021- ...)
In deze bijlage wordt verstaan onder:
1° afdeling: een groep van woongelegenheden die als een organisatorisch geheel wordt beschouwd en een of meer leefgroepen kan omvatten;
2° beheersinstantie: één of meer personen die het woonzorgcentrum vertegenwoordigen en juridisch kunnen verbinden;
3° ...;
4° bewoner: een gebruiker die in het woonzorgcentrum verblijft;
5° dagprijs: de prijs per dag die de bewoner of zijn vertegenwoordiger moet betaald worden en die minstens de kostprijselementen omvat voor huisvesting en verzorging van de bewoner, die beschouwd worden als deel van de normale activiteiten van een woonzorgcentrum;
6° interdisciplinair team: een team waarin verschillende zorg- en welzijns-georiënteerde disciplines samenwerken met het oog op een gezamenlijk doel, namelijk een kwaliteitsvolle zorg en ondersteuning van de bewoners. De kennis, de competenties en de perspectieven van de diverse disciplines zijn complementair aan elkaar. Ze hanteren daarbij dezelfde gemeenschappelijke taal en zorglogica;
7° leefgroep: een groep van bewoners die samen een aantal gemeenschappelijke ruimten delen, namelijk de zit- en eetruimte en gemeenschappelijk sanitair;
8° verblijfsruimte: de individuele bewonerskamers en gemeenschappelijke ruimten die toegankelijk zijn voor de bewoners.

 

Hoofdstuk 2. Programmatie  

Hoofdstuk 3. Specifieke erkenningsvoorwaarden

Artikel 4. (01/01/2020- ...)

Om erkend te worden moet een woonzorgvoorziening passen in de programmatie die op die woonzorgvoorziening van toepassing is, overeenkomstig artikel 38, zesde lid, van het Woonzorgdecreet, en voldoen aan al de volgende voorwaarden:
1° op het ogenblik dat de erkenningsaanvraag wordt ingediend voldoen aan de specifieke erkenningsvoorwaarden voor de infrastructuur, vermeld in bijlage 1, 5, en 7 tot en met 11, die bij dit besluit zijn gevoegd;
2° op het ogenblik dat de erkenningsaanvraag wordt ingediend of binnen maximaal één jaar vanaf de datum van de erkenningsbeslissing voldoen aan al de volgende voorwaarden:
a) de voorwaarden, vermeld in artikel 8 tot en met 14;
b) de erkenningsvoorwaarden, vermeld in bijlage 1 tot en met 11 bij dit besluit.
Om erkend te blijven voldoet een woonzorgvoorziening na een jaar vanaf de datum van de erkenningsbeslissing, blijvend aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, 2°.


Afdeling 2. Voorwaarden voor de zorg en ondersteuning

Onderafdeling 1. Rechten en plichten

Artikel 5. (01/01/2020- ...) 

De initiatiefnemer mag geen opname- of ontslagcriteria hanteren die betrekking hebben op:
1° de ideologische, filosofische, politieke of godsdienstige overtuiging van de bewoner;
2° de seksuele oriëntatie en genderidentiteit;
3° het lidmaatschap van een organisatie of groepering;
4° de financiële draagkracht van de bewoner, met uitzondering van de situatie, vermeld in van artikel 527/1, vierde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming;
5° de etnische afkomst van de bewoner;
6° de voorkeuren die de bewoner geëxpliciteerde heeft voor zijn vroegtijdige zorgplanning, palliatieve zorg en levenseindezorg, voor zover die voorkeuren toegelaten zijn in overeenstemming met de bestaande regelgeving;
7° het dragerschap van micro-organismen waarvoor preventie van overdracht mogelijk is door het toepassen van de voorzorgsmaatregelen en voor zover dat dit dragerschap op dat moment geen risico vormt voor de andere bewoners.

 Artikel 6. (01/01/2020- ...)
De bewoner, zijn vertegenwoordiger, familie of mantelzorgers genieten de grootst mogelijke vrijheid. Het woonzorgcentrum kan die alleen beperken om verantwoorde organisatorische of medische redenen en waarover duidelijk wordt gecommuniceerd.
De bewoner of zijn vertegenwoordiger kan vrij zijn huisarts kiezen en, in voorkomend geval, het ziekenhuis waar hij opgenomen wil worden. Die vrije keuze wordt op geen enkele manier beïnvloed.
Het woonzorgcentrum kan geen totaal rookverbod opleggen. Als in de woongelegenheid die aan de bewoner ter beschikking wordt gesteld, niet gerookt mag worden, stelt het woonzorgcentrum een aangepaste, volwaardige rookruimte ter beschikking, die voldoende groot en vlot bereikbaar is voor de bewoners. Die ruimte is afsluitbaar en heeft een aangepaste ventilatie.
Bezoek is altijd toegestaan. Als op sommige tijdstippen bezoek minder gewenst is, communiceert het woonzorgcentrum daarover.

 Artikel 7. (01/01/2020- ...)
De beheersinstantie voert een duidelijke communicatie over het opnamebeleid. Voor de inschrijving voor opname in het woonzorgcentrum kan geen vergoeding gevraagd worden.

 Artikel 8. (01/01/2020- ...)
De beheersinstantie voert een actieve communicatie met de bewoner of zijn vertegenwoordiger over de organisatie van het woonzorgcentrum en de strategische beleidsbeslissingen van het management, die een impact hebben op de dagelijkse werking van het woonzorgcentrum, op de kwaliteit en de kosten van het verblijf of de aard of kwaliteit van de aangeboden zorg en ondersteuning.

Artikel 9. (01/01/2020- ...)
Behalve met zijn uitdrukkelijke akkoord, of dat van zijn vertegenwoordiger of om een ernstige reden die ertoe leidt dat een adequate zorg en ondersteuning in de toegewezen woongelegenheid onmogelijk wordt gemaakt, mag aan de bewoner geen andere woongelegenheid in een eenpersoonskamer of een tweepersoonskamer worden toegewezen dan die welke hem bij de opname is toegekend.

 Artikel 10. (01/01/2020- ...)
In samenspraak met de bewoner en, in voorkomend geval zijn vertegenwoordiger of mantelzorger, wordt de woongelegenheid die aan de bewoner wordt toegewezen zo huiselijk mogelijk ingericht, om een gevoel van geborgenheid en veiligheid te creëren.

 Artikel 11. (01/01/2020- ...)
Er wordt voor elke woongelegenheid waar bewoners zijn opgenomen, een inventaris opgemaakt van de bezittingen die eigendom zijn van het woonzorgcentrum. Een exemplaar ervan wordt aan de bewoner of zijn vertegenwoordiger bezorgd.

Artikel 12. (01/01/2020- ...)
De opname wordt geconcretiseerd in een schriftelijke opnameovereenkomst die de belanghebbende partijen ondertekenen en die minstens de volgende bepalingen bevat:
1° de volgende administratieve gegevens:
  a) de identificatiegegevens van de contracterende partijen;
  b) het erkenningsnummer van het woonzorgcentrum; 
  c) de voorziene opnamedatum;
  d) de woongelegenheid in een één- of tweepersoonskamer die aan de bewoner bij de opname wordt toegewezen;
2° de opname en ontslagprocedure die de volgende elementen bevat:
  a) de opnameprocedure en de opnamevoorwaarden; 
  b) de regeling voor het verbreken van de overeenkomst vóór de vastgelegde opnamedatum. Het is niet toegestaan een reservatievergoeding aan te rekenen;
  c) de omstandigheden die aanleiding kunnen geven tot ontslag uit het woonzorgcentrum, de ontslagprocedure en de opzeggingstermijn;
  d) de wijze waarop de bewoner de overeenkomst kan beëindigd, en de toepasselijke opzeggingstermijn, in voorkomend geval, de regeling voor de verbrekingsvergoeding; 
  e) de specifieke regelingen bij tijdelijke afwezigheid of overlijden van de bewoner;
3° de dagprijs en de facturatie die de volgende elementen worden bevatten:
  a) het bedrag en de samenstelling van de dagprijs die van toepassing op de vastgelegde opnamedatum;
  b) de bedragen, de reden en de periode van toegestane kortingen op de dagprijs;
  c) de diensten en leveringen die aanleiding geven tot de aanrekening van een extra vergoeding; 
  d) de regeling voor voorschotten ten gunste van derden;
  e) een eventuele voorschotregeling voor de dagprijs;
  f) de tarieven voor terugbetaling voor de niet-gebruikte leveringen en diensten; 
  g) in voorkomend geval, het bedrag van de waarborgsom en de mogelijke aanwending ervan of de regeling inzake borgstelling;
  h) de percentages van de interesten en de procedure bij laattijdige betaling van de factuur;
  i) de percentages van de interesten, de procedure en de ontvankelijkheids-vereisten bij niet-betaling van de factuur;
4° de regelingen voor de aansprakelijkheid en de verzekeringen;
5° de vermelding dat de beheersinstantie geen goederen, noch gelden van de bewoner in beheer neemt, met uitzondering van het beheer van het zakgeld en de verrekening van kosten die rechtstreeks met het verblijf in het woonzorgcentrum te maken hebben;
6° de wijze waarop de overeenkomst kan worden gewijzigd;
7° de regeling voor het verwijderen van de persoonlijke goederen van de bewoner bij de beëindiging van de overeenkomst;
8° een verklaring in eer en geweten van de bewoner of zijn vertegenwoordiger dat ze correcte informatie verschaffen aan het woonzorgcentrum. Bij fouten of onregelmatigheden ten gevolge van opzettelijk verzwijgen of opzettelijk onjuist mededelen van informatie, zal de bewoner of zijn vertegenwoordiger aansprakelijk gesteld worden.

In het eerste lid, 3°, d), wordt verstaan onder voorschot ten gunste van derden: elke uitgave die het woonzorgcentrum betaalt op naam van de bewoner en die door de bewoner of zijn vertegenwoordiger terugbetaalt.
De schriftelijke opnameovereenkomst is van onbepaalde duur. Elke bepaling of de toepassing ervan die niet in overeenstemming is met de erkenningsvoorwaarden, is nietig en zonder voorwerp. Er kan geen enkele vergoeding aangerekend worden vóór de schriftelijke opnameovereenkomst ondertekend is.

 Artikel 13. (01/01/2020- ...)
§1. Uiterlijk bij de opname bezorgt de initiatiefnemer aan de bewoner of zijn vertegenwoordiger, tegen ontvangstbewijs, een kopie van de interne afsprakennota.

§2. De interne afsprakennota wordt opgesteld met respect voor de werkingsprincipes, vermeld in artikel 4, §1, van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019.

§3. De interne afsprakennota bevat de volgende elementen:
1° de identificatie- en contactgegevens van de initiatiefnemer en de verantwoordelijke beheersinstantie ervan;
2° het erkenningsnummer van het woonzorgcentrum;
3° de wijze waarop in het woonzorgcentrum het dagelijkse leven en de verzorging worden georganiseerd, in het bijzonder met betrekking tot:
a) de dagindeling;
b) de maaltijden; 
c) de vrije toegang van familie en vrienden van de bewoners met respect voor de bezoekregeling;
d) het roken in het woonzorgcentrum;
e) de organisatie van activiteiten voor zelfontplooiing, sociale contacten, zinvolle tijdsbesteding;
f) de organisatie van de persoonlijke was;
g) de organisatie van de levensbeschouwelijke ondersteuning;
h) het restrictiebeleid ten aanzien van bewoners met een bijzonder zorgprofiel;
i) de vrije keuze van ziekenhuis; 
j) de vrije keuze van apotheker;
k) de regeling voor een ziekenhuisopname;
l) de regeling voor de geneesmiddelen;
m) het beleid binnen het woonzorgcentrum voor de vroegtijdige zorgplanning, de palliatieve en levenseindezorg;
n) de vrije keuze van de behandelende arts en zijn toegang tot het woonzorgcentrum overeenkomstig de bepalingen van het huishoudelijk reglement met betrekking tot de medische activiteiten;
4° de regels voor het houden van huisdieren;
5° de procedure bij brand en ernstige gebeurtenissen met impact op de dagelijkse werking;
6° de procedure bij grensoverschrijdend gedrag;
7° de procedure die beschrijft hoe de bewoner, zijn vertegenwoordiger of mantelzorger betrokken worden bij de besluitvorming over het woonzorgleefplan, en de manier waarop de bewoner of zijn vertegenwoordiger het plan kunnen consulteren;
8° de wijze waarop de collectieve participatie van de bewoners in de werking van de voorziening wordt georganiseerd, met inbegrip van de wijze van samenstelling en functionering van de gebruikersraad;
9° de wijze waarop de informatie over de organisatie en de strategische beslissingen van het management aan de bewoners, vertegenwoordigers of mantelzorgers worden meegedeeld;
10° de procedure voor de behandeling van suggesties, opmerkingen en  klachten, en de naam van de persoon aan wie ze kunnen worden           meegedeeld;
11° een verwijzing naar de instanties die toezicht uitoefenen op de erkenning van het woonzorgcentrum en een verwijzing naar de toepasselijke           erkenningsvoorwaarden;
12° de garantie van vrije toegang voor de bedienaren van de erediensten en de mogelijkheid om een actuele lijst van de bedienaren en afgevaardigden bij het woonzorgcentrum op te vragen.

Wijzigingen aan de afsprakennota worden vooraf meegedeeld en kunnen op zijn vroegste toegepast worden dertig dagen na de kennisgeving ervan aan de bewoner of, in voorkomend geval, aan zijn vertegenwoordiger, de gebruikers- en familieraad.

 Artikel 14. (01/07/2021- ...)

De initiatiefnemer ontslaat een bewoner niet tenzij wegens overmacht of om redenen en volgens de procedure, vermeld in de schriftelijke opnameovereenkomst.
Als de initiatiefnemer een bewoner ontslaat omdat zijn gedragingen ernstig storend zijn voor de medebewoners of voor de werking van het woonzorgcentrum, of omdat zijn gezondheidstoestand van dien aard is, dat een overplaatsing naar een meer passende voorziening noodzakelijk is, wordt altijd het oordeel ingewonnen van de behandelende arts, van de coördinerend en raadgevend arts, en van het interdisciplinaire team dat die bewoner verzorgt. Als dat wenselijk is, kan ook externe experten om advies worden verzocht.
De initiatiefnemer zorgt in overleg met de gebruiker, zijn vertegenwoordiger of mantelzorger voor de toeleiding van de gebruiker naar een passend verblijf en verlengt de opzeggingstermijn tot er een passend verblijf is gevonden.

 Artikel 15. (01/01/2020- ...)

§1. Als de kandidaat bewoner of zijn vertegenwoordiger de schriftelijke opnameovereenkomst voorafgaand aan de vastgelegde opnamedatum wil verbreken, wordt die verbreking door de kandidaat bewoner of zijn vertegenwoordiger aan de initiatiefnemer betekend. De procedure en de ontvankelijkheidsvereisten zijn bepaald in de schriftelijke opnameovereenkomst.
De verbrekingsvergoeding bedraagt maximaal zeven keer de verschuldigde dagprijs verminderd met de bedragen van de niet-gebruikte leveringen en diensten bij de afwezigheid van de bewoner. Bovenop dat bedrag kunnen geen extra vergoedingen aangerekend worden.
§2. In afwijking van paragraaf 1, maken de volgende omstandigheden een einde aan de schriftelijke opnameovereenkomst:
1° het overlijden van de kandidaat bewoner voorafgaand aan de effectieve opname in het woonzorgcentrum;
2° de voorlegging van een medisch attest, waaruit blijkt dat de bewoner opgenomen is in het ziekenhuis voorafgaand aan de effectieve opname in het woonzorgcentrum.
In de gevallen, vermeld in het eerste lid, mag geen verbrekingsvergoeding gevraagd worden.

 Artikel 16. (01/01/2020- ...)

Als de bewoner of zijn vertegenwoordiger na opname de schriftelijke opnameovereenkomst wil beëindigen, bedraagt de opzeggingstermijn dertig dagen. Die termijn gaat in op de eerste dag die volgt op de ontvankelijke betekening van de opzegging aan de initiatiefnemer.
Als de initiatiefnemer de opnameovereenkomst wil beëindigen, bedraagt de opzeggingstermijn zestig dagen. Die termijn gaat in op de eerste dag die volgt op de ontvankelijke betekening van de opzegging aan de bewoner.
De ontvankelijkheidsvereisten voor de betekening van de opzegging zijn bepaald in de overeenkomst.
Als de woongelegenheid niet ontruimd is na de opzegtermijn, kan de initiatiefnemer de dagprijs langer aanrekenen. De initiatiefnemer kan de woongelegenheid zelf ontruimen en de kosten daarvoor aanrekenen. Hij kan de persoonlijke bezittingen van de bewoner opslaan. Daarvoor kunnen tegen marktconforme prijzen opslagkosten aangerekend worden. Als na drie maanden na het vertrek van de bewoner uit het woonzorgcentrum de goederen niet opgehaald zijn, kunnen die goederen worden verwijderd uit het woonzorgcentrum op kosten van de bewoner volgens de regels bepaald in de schriftelijke opnameovereenkomst.
De eerste dertig dagen van het verblijf worden beschouwd als een proefperiode. De opzeggingstermijn wordt in die periode zowel voor de bewoner als voor de initiatiefnemer beperkt tot zeven dagen.
Gedurende de opzeggingstermijn mag er boven op de verschuldigde dagprijs geen extra opzegvergoeding aangerekend worden, ongeacht wie de overeenkomst beëindigt.
Als een woongelegenheid ontruimd en opnieuw bewoond wordt binnen de opzeggingstermijn, kan de dagprijs, in voorkomend geval verminderd met de bedragen van de niet-gebruikte leveringen en diensten bij de afwezigheid van de bewoner, alleen worden aangerekend tot de dag die voorafgaat aan de nieuwe bewoning.

 Artikel 17. (01/01/2020- ...
)Een sluiting van het woonzorgcentrum die door de overheid wordt opgelegd, maakt die sluiting onmiddellijk een einde aan de schriftelijke opnameovereenkomst op de dag dat de bewoner het woonzorgcentrum verlaat. In dat geval mag er geen opzegvergoeding aangerekend worden.

Artikel 18. (01/01/2020- ...)
Bij een vrijwillige stopzetting van de activiteiten bedraagt de opzeggingstermijn zes maanden voor de beheersinstantie. Die termijn gaat in op de eerste dag die volgt op de ontvankelijke betekening van de opzegging aan de bewoner. De ontvankelijkheidsvereisten voor de betekening van de opzegging zijn bepaald in de overeenkomst. De beheersinstantie verbindt er zich toe, in overleg met de bewoner, zijn vertegenwoordiger of mantelzorger, te zorgen voor een passend verblijf en de opzeggingstermijn, zolang te verlengen. In dat geval mag er bovenop de dagprijs er geen opzegvergoeding aangerekend worden.
Wanneer de bewoner of zijn vertegenwoordiger tijdens de opzegginstermijn, vermeldt in het eerste lid, een einde wenst te stellen aan de overeenkomst geldt de opzeggingsperiode van dertig dagen.

 Artikel 19. (01/01/2020- ...)

 Het overlijden van een bewoner maakt een einde aan de schriftelijke opnameovereenkomst.
De nabestaanden beschikken over vijf dagen vanaf de datum van overlijden om de kamer te ontruimen. Die termijn kan in aantoonbaar onderling overleg aangepast worden.
Gedurende de termijn, vermeld in het tweede lid, kan alleen de dagprijs, verminderd met de bedragen van de niet-gebruikte leveringen en diensten, verder aangerekend worden.
Als de kamer opnieuw bewoond wordt binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, kan de dagprijs alleen worden aangerekend tot de dag die voorafgaat aan die nieuwe bewoning.
Als de woongelegenheid niet binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, is ontruimd, ontruimt het woonzorgcentrum de woongelegenheid zelf en het slaat de persoonlijke bezittingen van de overleden bewoner op. Daarvoor kunnen tegen marktconforme prijzen opslagkosten aan de nabestaanden aangerekend worden. Als na drie maanden na het overlijden van de bewoner de goederen niet zijn opgehaald door de nabestaanden, kunnen die goederen worden verwijderd uit het woonzorgcentrum op kosten van de nabestaanden volgens de regels bepaald in de schriftelijke opnameovereenkomst.

 Artikel 20. (01/01/2020- ...)

§1. Een schriftelijke opnameovereenkomst mag alleen gewijzigd worden met het akkoord van de bewoner of zijn vertegenwoordiger. Als de bewoner of zijn vertegenwoordiger niet akkoord gaat, kan de bewoner verder in het woonzorgcentrum verblijven op basis van de voorheen gesloten overeenkomst.
§2. Een aanpassing van het bedrag van de dagprijs wordt vooraf aan alle belanghebbenden bekendgemaakt en gaat op zijn vroegst in dertig dagen na de kennisgeving ervan aan de bewoner of zijn vertegenwoordiger.
Bij een aanpassing van het bedrag van de dagprijs, door een indexering van de dagprijs, gaat de aangepaste dagprijs op zijn vroegst in dertig dagen na de kennisgeving ervan aan de bewoner of zijn vertegenwoordiger.
Een aanpassing van de dagprijs als vermeld in het eerste en het tweede lid, wordt niet beschouwd als een wijziging van de schriftelijke opnameovereenkomst, vermeld in paragraaf 1. Dit geldt niet bij een wijziging van de samenstelling van de dagprijs.

 Artikel 21. (01/01/2020- ...)

Het beheer van gelden of goederen van de bewoner of het bewaren ervan kan in geen enkel geval aan de beheersinstantie worden toevertrouwd, met uitzondering van het beheer van het zakgeld en de verrekening van kosten die rechtstreeks met het verblijf in het woonzorgcentrum te maken hebben. Het gebruik van een elektronisch betalingssysteem dat alleen wordt gebruikt voor de verrekening van kosten die rechtstreeks met de betaling van de factuur van het verblijf in het woonzorgcentrum te maken hebben, wordt niet beschouwd als een beheer van gelden en goederen, als vermeld in het eerste lid. Het gebruik van een elektronisch betalingssysteem mag niet verplicht worden.

Onderafdeling 2. Algemene bepalingen over de en ondersteuning en de kwaliteit van de zorg en ondersteuning

Artikel 22. (01/01/2020- ...)
De bewoner of zijn vertegenwoordiger of zijn mantelzorger, ontvangen zowel bij de aanmelding voor opname, als in elke fase van het zorg- en ondersteuningsproces, informatie op objectieve en transparante wijze.

 Artikel 23. (01/01/2020- ...)Het woonzorgcentrum neemt de nodige maatregelen om de veiligheid van de bewoners, rekening houdend met hun toestand, te waarborgen. Extra beveiligings- en toezichtsmaatregelen respecteren en waarborgen de privacy van de bewoner. Verzorgings- en onderhoudsproducten worden op een veilige plaats opgeborgen, zodat er geen gevaar bestaat voor de bewoners.

 Artikel 24. (01/01/2020- ...)
Het woonzorgcentrum ontwikkelt een intern warmteactieplan. Dat plan treedt in werking zodra de waarschuwingsfase van het Vlaams warmteactieplan wordt opgestart.

Artikel 25. (01/01/2020- ...)

Met behoud van de toepassing van artikel 8 en 9 van dit besluit bevat het kwaliteitshandboek van elk woonzorgcentrum minstens een beschrijving van de volgende elementen:
1° een inleiding, met daarin de inhoudsopgave, een aantal algemene inlichtingen over de voorziening, de vermelding van de verantwoordelijke die met het kwaliteitsbeleid is belast;
2° het kwaliteitsbeleid waarin de opdrachtverklaring en het zorg- en ondersteuningsaanbod opgenomen zijn;
3° het kwaliteitsmanagementsysteem, vermeld in artikel 4 en 5 van het decreet van 17 oktober 2003 betreffende de kwaliteit van de gezondheids- en welzijnsvoorzieningen, met conditionele, operationele en garantie-elementen.

In het kwaliteitsmanagementsysteem, vermeld in het eerste lid, 3°, bevat minimaal de volgende elementen:
1° het organogram;
2° de functieomschrijvingen;
3° de overleg- en communicatiekanalen;
4° de middelen: personeel, budget en kwaliteitsmethodieken;
5° het vormingsbeleid.

In het kwaliteitsmanagementsysteem, vermeld in eerste lid, 3°, worden minimaal de volgende procedures beschreven:
1° de volgende primaire processen:
  a) de procedure voor onthaal en opname;
  b) de procedure voor planning en organisatie van de zorg en ondersteuning;
  c) de procedure voor de vrijheidsbeperkende maatregelen;
  d) de procedure voor de doorverwijzing;
  e) de procedure voor vrijwillig ontslag, verplicht ontslag en overlijden;
  f) de procedure om informatie over de gebruiker te verwerven en door te geven rekening houdend met de vereiste van een behoorlijk gebruikers- en toegangsbeheer en een veilige uitwisseling van persoonsgegeven tussen de betrokken actoren;
  g) de klachtenprocedure;
  h) de procedure om vanuit een klachtenanalyse te komen tot correctieve en preventieve maatregelen;
  i) de procedure bij grensoverschrijdend gedrag;
  j) de procedure voor collectieve inspraak van de gebruiker over de algemene werking;
  k) de procedure voor evaluatie van de zorg en ondersteuning door de gebruiker;
2° de volgende secundaire processen:
  a) de procedure om de voeding te bereiden en distribueren;
  b) de procedure voor het geneesmiddelenmanagement;
  c) de procedure om de schoonmaak te planen en te organiseren;
  d) de procedure voor de facturatie ten aanzien van de gebruiker;
3° de volgende managementprocessen:
  a) de procedure voor om het functioneren van medewerkers te bespreken;
  b) de procedure om de documenten van het kwaliteitshandboek te beheren;
  c) de procedure om de inhoud van het kwaliteitshandboek te planen, uit te voeren en bij te sturen.

De minister kan daarvoor de nadere regels bepalen.

 Artikel 26. (01/01/2020- ...)

Het woonzorgcentrum voert een beleid rond de volgende aspecten:
1° de dementiezorg;
2° het omgaan met gedragsproblemen;
3° de valpreventie;
4° het voorkomen en de verzorging van doorligwonden;
5° de toepassing van vrijheidsbeperkende maatregelen;
6° de mond- en tandzorg;
7° de ondervoeding;
8° het voorkomen van infecties;
9° de afzondering van bewoners die lijden aan een infectie met  besmettingsgevaar;
10° de vroegtijdige zorgplanning, palliatieve zorg en levenseindezorg;
11° de ethisch verantwoorde zorgverlening;
12° de mantelzorg;
13° het vrijwilligerswerk;
14° de diversiteit;
15° de individuele en collectieve participatie;
16° het wonen en leven in het woonzorgcentrum.

Waar dat van toepassing is, beschikt het woonzorgcentrum over de nodige procedures, producten en materiaal om dat beleid, vermeld in het eerste lid, te kunnen toepassen. De procedures worden op systematische wijze uitgewerkt en zijn in overeenstemming met de praktijk.

De minister kan daarvoor nadere regels bepalen.

 

Onderafdeling 3. Specifieke bepalingen over de individuele zorg en ondersteuning en de kwaliteit van de individuele zorg en ondersteuning

Artikel 27. (01/01/2020- ...)
Voorafgaand aan de opname van een bewoner gaat het woonzorgcentrum na of een actuele BelRAI inschaling van de bewoner ter beschikking is. Als dat niet het geval is, kan het woonzorgcentrum een BelRAI-screener afnemen of de bestaande aanpassen.

 Artikel 28. (01/06/2021- ...)
Uiterlijk één maand na de opname van de bewoner wordt de zorgzwaarte van de bewoner vastgesteld aan de hand van de BelRAI LTCF. Dat instrument maakt integraal deel uit van het woonzorgleefplan, dat ingevuld, regelmatig geëvalueerd en, in voorkomend geval, bijgestuurd wordt.

Artikel 29. (01/01/2020- ...) Aan de bewoner wordt altijd op een interdisciplinaire wijze de nodige individuele zorg en ondersteuning, conform artikel 4, §1, van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019, geboden op het vlak van:
1° de gebruikelijke huishoudelijke, logistieke en administratieve activiteiten:
  a) het aanbieden van drie maaltijden per dag, waaronder een warme maaltijd;
  b) het onderhoud van de woongelegenheden van de bewoners en de gemeenschappelijke delen;
  c) het verschonen van bedlinnen, ten minste één keer om de veertien dagen en zo vaak als nodig. Voor bevuild linnen worden gepaste maatregelen genomen opdat bewoners er geen hinder van ondervinden;
  d) het ondersteunen van de bewoner bij de administratieve verrichtingen die relevant zijn voor de gebruiker, de vertegenwoordiger of de mantelzorger en die geen verband houden met het beheer van goederen of gelden van de bewoner;
2° de persoonsverzorging, zorgkundige en verpleegkundige zorg en ondersteuning:
  a) aan de bewoner wordt altijd de nodige dagelijkse   lichaamsverzorging ende noodzakelijke zorgkundige of   verpleegkundige zorg en ondersteuning geboden;
  b) elke bewoner kan, als hij dit wil, minstens een keer per week een bad of douche kunnen nemen, naar keuze; 
  c) in voorkomend geval beschikt de bewoner altijd over voldoende en aangepast incontinentiemateriaal kunnen beschikken;
  d) voor elke bewoner worden de gepaste preventieve en curatieve   maatregelen getroffen;
  e) de bewoner krijgt dagelijks de voorgeschreven geneesmiddelen, zoals besproken door de behandelende arts met de bewoner of zijn vertegenwoordiger, die opgenomen zijn in het woonzorgleefplan, aangeboden en, in voorkomend geval, toegediend: het juiste geneesmiddel, in de juiste dosis en op het juiste toedieningsmoment;
3° de paramedische zorg en ondersteuning:
  a) aan de bewoner worden de ergotherapeutische of de kinesitherapeutische en/of logopedische behandelingen die de behandelende arts voorgeschreven heeft, zoals besproken met de bewoner, en die opgenomen zijn in het woonzorgleefplan, gegarandeerd;
  b) aan bewoners die verblijven in een woongelegenheid met een bijkomende erkenning wordt de noodzakelijke logopedische, ergo- of kinesitherapeutische ondersteuning geboden;
4° de psychosociale, agogische en existentiële ondersteuning aangepast aan  de behoeften van de bewoner;
5° de levensbeschouwelijke begeleiding aangepast aan de wensen van de bewoner. De bedienaren van de eredienst en afgevaardigden van de Centrale Vrijzinnige Raad vinden de geschikte sfeer en faciliteiten om hun taak te vervullen; 
6° sociale contacten stimuleren en het sociale netwerk onderhouden en versterken:
  a) de voor de gebruiker betekenisvolle contacten kennen en ervoor zorgen dat die, na toestemming van de gebruiker, kunnen worden onderhouden;
  b) de onderlinge contacten tussen de gebruikers stimuleren;
7° individuele of collectieve zinvolle dagbesteding en ontspanning organiseren en aanbieden:
  a) bij elke bewoner naar zijn wensen en verwachtingen peilen over de dagbesteding en de ontspanning;
  b) de activiteiten met betrekking tot de dagbesteding en ontspanning aanpassen aan de mogelijkheden van de bewoner;
  c) de planning van de collectieve activiteiten bekendmaken aan de bewoners, hun vertegenwoordigers en de mantelzorger.

 

Artikel 30. (01/01/2020- ...)
Bij opname wordt voor elke bewoner een geïndividualiseerd en digitaal woonzorgleefplan opgemaakt dat geregeld geactualiseerd wordt, met instemming van de bewoner of zijn vertegenwoordiger. In voorkomend geval sluit dat aan bij het zorg- en ondersteuningsplan, opgemaakt door de bewoner, zijn vertegenwoordiger of mantelzorgers en de zorgaanbieders in de thuiszorg voorafgaand aan de opname in het woonzorgcentrum. Het woonzorgleefplan bevat al de volgende gegevens:
1° een administratief deel dat al de volgende elementen bevat:
  a) de identiteitsgegevens;
  b) de inlichtingen over de sociale zekerheidssituatie van de bewoner die noodzakelijk zijn om eventueel aanspraak te kunnen maken op sociale tegemoetkomingen;
  c) de voor- en achternaam en de contactgegevens van de contactpersoon en, in voorkomend geval, van de vertegenwoordiger van de bewoner, en van de mantelzorger(s);
  d) de voor- en achternaam en de contactgegevens van de behandelend(e) arts(en);
  e) de voorkeur van ziekenhuis;
  f) in voorkomend geval de naam en de contactgegevens van externe zorgverstrekkers op vraag van de bewoner;
2° een deel over de zorg en ondersteuning dat al de volgende elementen bevat:
  a) de persoonlijke kenmerken, gewoonten, levensloop;
  b) de individuele wensen en verwachtingen op het vlak van het wonen en het leven in het woonzorgcentrum;
  c) de individuele behoeften, verwachtingen en voorkeuren op het vlak van de zorg;
  d) de afspraken en afstemming rond de individuele zorg en ondersteuning; 
  e) de afspraken en afstemming rond de eventuele fixatie- of afzonderings-maatregelen;
  f) de afspraken rond vrijetijdsbesteding en sociale activiteiten;
  g) de afspraken rond de diëten en voedingsgewoonten;
  h) het verpleegkundig, paramedisch, kinesitherapeutisch en psychosociaal dossier;
  i) de liaisonfiche met de noodzakelijke gegevens in geval van nood of ziekenhuisopname;
3° een medisch deel dat al de volgende elementen bevat:
  a) de medische voorgeschiedenis en een medische probleemlijst;
  b) de klinische gegevens bij de opname en tijdens het verblijf;
  c) de allergieën, vaccinaties en dieetvoorschriften;
  d) in voorkomend geval, de DNR-code, die geactualiseerd en met de bewoner of zijn vertegenwoordiger afgestemde is;
  e) de afspraken over de vroegtijdige zorgplanning, de palliatieve zorg en de levenseindezorg;
  f) het medicatieschema met de redenen om een geneesmiddel op te starten, te wijzigen of ermee te stoppen

 

 Artikel 31. (01/01/2020- ...)
Er wordt periodiek, gestructureerd en in voorkomend geval op interdisciplinaire wijze overlegd over de inhoud en de realisaties van het woonzorgleefplan met de bewoner of zijn vertegenwoordiger en, als door de bewoner dat wil, met zijn mantelzorger(s). Indien nodig wordt het woonzorg-leefplan op basis van dat overleg aangepast en bijgestuurd.
Daarbij worden de keuzevrijheid en een maximale persoonlijke autonomie en zelfverantwoordelijkheid van de bewoner gewaarborgd op de volgende wijze:
1° de bewoner of zijn vertegenwoordiger kan altijd inzage vragen, in dat deel van het woonzorgleefplan dat hem rechtstreeks aanbelangt. Hij kan zelf gegevens noteren op een daarvoor vastgestelde ruimte. Die gegevens kunnen aanzetten tot dialoog en tot aanpassing van het woonzorgleefplan;
2° het woonzorgleefplan en de individuele dossiers van de behandelaars en de huisarts worden bewaard met respect voor de privacy, zodat die personen die daarvoor bevoegd zijn, er toegang toe hebben.

 

Afdeling 3. Voorwaarden voor de organisatie en de werking

Onderafdeling 1. De organisatie van de zorg en ondersteuning

Artikel 32. (01/01/2020- ...)

 Wat de organisatie van de maaltijden betreft, voldoet het woonzorgcentrum aan de volgende regels:
1° er is een adequate organisatie van het maaltijdgebeuren;
2° de maaltijden worden bereid en verdeeld met inachtneming van de hygiënische voorschriften;
3° het voedsel is in voldoende hoeveelheid beschikbaar. Het is gezond en afwisselend, en aangepast aan de gezondheidstoestand van de bewoner en zoveel mogelijk afgestemd op zijn voorkeuren. Het woonzorgcentrum communiceert over de mogelijkheden en de beperkingen;
4° de dieetvoorschriften van de behandelende arts, die zijn afgesproken met de bewoner of zijn vertegenwoordiger, worden toegepast. De bewoner blijft de vrije keuze behouden het dieetvoorschrift al dan niet te volgen. Als de bewoner het dieetvoorschrift niet wenst te volgen, kan hij een andere maaltijd krijgen;
5° het menu wordt ten minste één dag vooraf aan de bewoners meegedeeld;
6° elke bewoner beschikt altijd gratis over voldoende drinkbaar water dat binnen handbereik is en in een recipiënt dat de bewoner makkelijk kan hanteren;
7° de maaltijden worden voldoende gespreid zodat de bewoners een normaal dagritme hebben;
8° de maaltijden verlopen in een rustige en huiselijke sfeer;
9° bij de maaltijden wordt in de nodige hulp en bijstand voorzien.

 

Artikel 33. (01/01/2020- ...)
Het woonzorgcentrum voldoet aan de volgende regels over de begeleiding wonen en leven:
1° het beschikt over een uitgeschreven visie met betrekking tot de begeleiding wonen en leven in het woonzorgcentrum. Die visie wordt geconsolideerd door de beheersorganen, die ook de strategische keuzes bepalen om die visie operationeel te realiseren. In die visie gaat bijzondere aandacht naar een integrale benadering van de begeleiding wonen en leven in het woonzorgcentrum en een specifiek vormingsaanbod rond de begeleiding wonen en leven voor alle personeelsleden. Bovendien blijkt uit die visie dat het woonzorgcentrum emanciperend omgaat met bewoners en familieleden. Als een initiatiefnemer naast een woonzorgcentrum ook een centrum voor kortverblijf type 1 uitbaat, volstaat één gezamenlijke visie.
2° het woonzorgcentrum maakt een jaarplan op over de activiteiten die het ontplooit om de begeleiding wonen en leven kwaliteitsvol uit te voeren. Als een initiatiefnemer naast een woonzorgcentrum ook een centrum voor kortverblijf type 1 uitbaat, volstaat één gezamenlijk jaarplan. De minister kan over de vorm en de inhoud van het plan specifieke regels bepalen.

 

Artikel 33/1. (01/07/2021- ...)
§ 1. In elk woonzorgcentrum, al dan niet met bijbehorend centrum voor kortverblijf type 1, wijst de initiatiefnemer een coördinerend en raadgevend arts aan die een erkende huisarts is en die uiterlijk vier jaar na zijn aanwijzing houder is van een attest dat toegang verleent tot de functie van coördinerend en raadgevend arts. Dat attest kan worden verkregen nadat een opleidingscyclus van minstens 24 uur, die erkend is door het agentschap, met vrucht afgerond is.
De coördinerend en raadgevend arts is verbonden aan het woonzorgcentrum, al dan niet met bijbehorend centrum voor kortverblijf type 1, met een ondernemingscontract. Het agentschap kan een exemplaar van dat contract opvragen.

Het ondernemingscontract vermeldt de rechten en plichten van beide partijen, waaronder minstens de te leveren prestaties en de vergoeding. De te leveren prestaties omvatten minstens de prestaties vermeldt onder § 4 van dit artikel.

De vergoeding is minstens gelijk aan het bedrag waarvoor het woonzorgcentrum een tegemoetkoming ontvangt in het kader van artikel 500 van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming.

De prestaties van de coördinerend en raadgevend arts bedragen gemiddeld minstens twee uur en twintig minuten per week per dertig bewoners.

§ 2. De opleidingscyclus, vermeld in paragraaf 1, behandelt de organisatie van een Vlaams woonzorgcentrum en centrum voor kortverblijf type 1 en de zorg binnen een Vlaams woonzorgcentrum en een centrum voor kortverblijf type 1, met verwijzing naar de regelgeving die van toepassing is op het woonzorgcentrum en het centrum voor kortverblijf type 1 in kwestie. De organisatie die de opleidingscyclus aanbiedt, heeft minstens een samenwerkingsverband met een van de academische huisartsencentra van de Vlaamse universiteiten gesloten.

De Vlaamse Regering kan bijkomende kwaliteitscriteria voor de opleidingscyclus bepalen, alsook de voorwaarden voor de Continue Professionele Educatie, CPE, die jaarlijks onderhouden wordt.

Die opleidingscyclus omvat minstens de volgende onderdelen:
1° de organisatie van en de regelgeving over woonzorgcentra en centra voor kortverblijf type 1, inclusief de kwaliteit van zorg;
2° de specificiteit van de geriatrische geneeskunde, inclusief palliatieve zorg, levenseindezorg en farmaceutische zorg;
3° het voorkomen en het beheersen van uitbraken van infecties, en het beheer van de antibiotherapie;
4° de communicatietechnieken, inclusief de communicatie met bewoners met mentale of cognitieve beperkingen en de communicatie over de wensen en voorkeuren van de bewoners.

De Vlaamse Regering bepaalt de procedure om de erkenning van de opleidingscyclus te verkrijgen, en de regels voor de evaluatie van de opleidingscyclus, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, en kan ook bijkomend regels vaststellen voor de duur van de erkenning en de weigering, wijziging of intrekking van de erkenning. De minister kan de onderdelen, vermeld in het derde lid, nader bepalen.

Het toezicht op de opleidingscyclus, vermeld in het eerste lid, wordt uitgeoefend met inachtneming van het decreet van 19 januari 2018 houdende het overheidstoezicht in het kader van het gezondheids- en welzijnsbeleid waarbij de opleidingsinstantie wordt behandeld als een actor in de zorg.

§ 3. De kandidaten coördinerend en raadgevend arts worden voorgedragen door de huisartsenkring die actief is in de gemeente waarin het woonzorgcentrum, al dan niet met bijbehorende centrum voor kortverblijf type 1, zich bevindt. De initiatiefnemer behoudt het recht om onder de voorgedragen kandidaten autonoom een keuze te maken.

§ 4. In samenspraak met de directeur, de hoofdverpleegkundige(n) of, in voorkomend geval, de teamverantwoordelijke(n) staat de coördinerend en raadgevend arts in voor al de volgende taken:
1° in relatie met het medische korps:
a) op geregelde tijdstippen, individuele en collectieve overlegvergaderingen met de behandelende artsen organiseren;
b) de continuïteit van de medische zorg coördineren en organiseren;
c) de opmaak en het up-to-date houden van de dossiers van de bewoners die de behandelende artsen bijhouden, coördineren;
d) de medische activiteiten bij ziektetoestanden die gevaar opleveren voor de bewoners of het personeel, coördineren;
e) het farmaceutische zorgbeleid coördineren in overleg met de behandelende artsen en de apotheker die de geneesmiddelen levert voor de bewoners in het woonzorgcentrum, of, in voorkomend geval, de coördinerende en adviserende apotheker. Dat omvat voor de geneesmiddelen ten minste het opstellen en het gebruik van een geneesmiddelenformularium omvat, alsook het oordeelkundige gebruik van specifieke geneesmiddelenklassen en de alternatieve niet-farmacologische aanpak bij de bewoners van het woonzorgcentrum;
f) huisartsen die in het woonzorgcentrum werken, actief informeren over het beleid van het woonzorgcentrum met betrekking tot het rationeel voorschrijven van geneesmiddelen;
2° bijscholing en vorming: meewerken aan de organisatie van activiteiten in het kader van bijscholing en vorming in het domein van de gezondheidszorg voor het personeel van het woonzorgcentrum, al dan niet met bijbehorend centrum voor kortverblijf type 1, en voor de betrokken behandelende artsen.

De minister kan de taken, vermeld in het eerste lid, 1°, nader bepalen en kan bepalen welke vormingsactiviteiten voor de bijscholing en vorming, vermeld in het eerste lid, 2°, in aanmerking komen.

§ 5. De aanstelling van een coördinerend en raadgevend arts mag niet leiden tot een feitelijke beperking van de vrije keuze van de huisarts.

Artikel 34. (01/01/2020- ...)
Wat betreft de organisatie van de vroegtijdige zorgplanning, de palliatieve zorg en de levenseindezorg beschikt het woonzorgcentrum over een interdisciplinair team. Minstens de coördinerende en raadgevende arts en de door de initiatiefnemer aangestelde verantwoordelijke met een specifieke opleiding op het vlak van vroegtijdige zorgplanning, palliatieve zorg en levenseindezorg maken deel uit van dat interdisciplinair team. Dit interdisciplinair team wordt belast met:
1° de ontwikkeling van een palliatieve zorgcultuur, met respect voor de keuzes van de bewoner op het vlak van de vroegtijdige zorgplanning, palliatieve zorg en levenseindezorg, en de sensibilisering van het personeel voor de noodzaak daarvan; 
2° het formuleren van praktische en organisatorische adviezen over vroegtijdige zorgplanning, palliatieve zorg en levenseindezorg voor het personeel;
3° het bijwerken van de kennis en competenties van de personeelsleden, over vroegtijdige zorgplanning, palliatieve zorg en levenseindezorg;
4° de evaluatie van de kwaliteit van de vroegtijdige zorgplanning, de palliatieve zorg en de levenseindezorg en de mate waarin deze worden afgestemd op de specifieke waarden, behoeften en keuzen van de bewoner.

 

Artikel 35. (01/07/2021- ...)
Voor de organisatie van het medische beleid beschikt de initiatiefnemer over een algemeen reglement van de medische activiteit met de rechten en plichten van de behandelende artsen die actief zijn in het woonzorgcentrum. Dat reglement wordt overhandigd aan elke behandelende arts. Door dat reglement te ondertekenen verbindt elke behandelende arts zich ertoe om zo efficiënt mogelijk samen te werken aan de medische organisatie en de medische zorg van het woonzorgcentrum.

Het algemeen reglement van de medische activiteit beschrijft minstens de volgende punten:
1° het engagement van de behandelende artsen om aan te sluiten bij een coherent medisch beleid binnen het woonzorgcentrum, onder andere met betrekking tot het voorschrijven en opvolgen van medicatie en specifiek antibiotica, het verlenen van kwaliteitsvolle zorg, het interdisciplinair overleg, het overleg met de toeleverende apotheker(s), en het overleg met de coördinerend en raadgevend arts en, in voorkomend geval, de coördinerende en adviserende apotheker;
2° de normale openings- en bezoektijden behalve in noodgeval;
3° de contacten met familie;
4° de overlegvergaderingen in het woonzorgcentrum;
5° het bijhouden van het medische dossier van de bewoner inclusief het valideren van het medicatieschema;
6° het gebruik van het geneesmiddelenformularium, onder andere het voorschrijven van de minst dure geneesmiddelen, alsook het gebruik van elektronische voorschriften en de correcte toepassing van de richtlijnen rond antibioticumgebruik;
7° de facturatiemodaliteiten van de honoraria;
8° de informatiedoorstroming in geval van overdraagbare ziekten.
9° de verbintenis om relevante gezondheidsgegevens van hun patiënten interdisciplinair te delen, met toestemming van de bewoner of zijn vertegenwoordiger met het oog op de kwaliteit en de continuïteit van de zorg en ondersteuning van de bewoner.

 

Artikel 36. (01/07/2021- ...)
Voor de organisatie van de farmaceutische zorg van de bewoners kan het woonzorgcentrum samenwerken met een coördinerende en adviserende apotheker. Dat kan de toeleverende apotheker zijn. Die kan op verzoek:
1° binnen de zorgteams de functie van geneesmiddelenexpert vervullen;
2° de bewoner of zijn vertegenwoordiger, in samenspraak met de  behandelende arts, informeren of adviseren over het geneesmiddelengebruik van de bewoner;
3° huisartsen en verpleegkundigen informeren en adviseren rond het  voorschrijven van geneesmiddelen voor de bewoners van het  woonzorgcentrum;
4° in voorkomend geval, de coördinerende en adviserende arts bijstaan bij het bepalen van het geneesmiddelenbeleid van het woonzorgcentrum;
5° meewerken aan de implementatie van een digitaal gedeeld medisch- farmaceutische luik, als onderdeel van het woonzorgleefplan.

Op initiatief van de artsen en apothekers actief in het woonzorgcentrum, en de coördinerend en raadgevend arts en,in voorkomend geval, de coördinerende en adviserende apotheker, kan het woonzorgcentrum in overleg een beleid van het voorgeschreven medicatiegebruik ontwikkelen en uitvoeren.

 

Artikel 37. (01/01/2020- ...)
De initiatiefnemer sluit een schriftelijke samenwerkingsovereenkomst met:
1° een erkende geriatrische dienst van een of meer ziekenhuizen of een erkende dienst voor behandeling en revalidatie bestemd voor patiënten met psycho-geriatrische aandoeningen;
2° een palliatief netwerk of een erkende dienst voor palliatieve zorgen;
3° het regionale platform voor ziekenhuishygiëne van het gebied waarvan het deel uitmaakt.

De schriftelijke samenwerkingsovereenkomst, vermeld in het eerste lid, bepaalt onder meer:
1° de gedeelde visie op integrale en geïntegreerde zorg en ondersteuning;
2° het doel van de samenwerking;
3° de frequentie van het structurele overleg tussen de samenwerkende partners;
4° de wijze waarop expertise en ervaring op een bepaald domein gedeeld of ingezet kunnen worden;
5° de wijze waarop de samenwerking op een structurele wijze wordt geëvalueerd.

 

Artikel 38. (01/01/2020- ...)
De initiatiefnemer maakt samen met alle nabijgelegen ziekenhuizen een schriftelijke procedure op die ertoe bijdraagt dat, als een bewoner wordt opgenomen in het ziekenhuis of van een ziekenhuisopname weer naar het woonzorgcentrum wordt vervoerd, de juiste personen op het juiste moment de juiste informatie krijgen die nodig is om de zorgcontinuïteit te verzekeren, in het bijzonder de liaisonfiche, vermeld in artikel 30, 2°, i).

 Artikel 39. (01/01/2020- ...)
Het woonzorgcentrum integreert zich aantoonbaar in de buurt op al de volgende wijzen:
1° erop toezien dat de bewoners deel kunnen nemen aan activiteiten georganiseerd in de buurt of door lokale organisaties en verenigingen;
2° buurtbewoners en lokale organisaties uitnodigen om aan ontspannings- en ontmoetingsactiviteiten deel te nemen.

 Artikel 40. (01/01/2020- ...)

Als er in of rond het woonzorgcentrum dieren worden gehouden, is er de nodige aandacht voor het welzijn en de gezondheid van zowel de bewoners als de dieren. Dieren mogen nooit aanwezig zijn in de keuken van het woonzorgcentrum. Er wordt rekening gehouden met alle allergische reacties op dieren van de aanwezige gebruikers.

 

Onderafdeling 2. De collectieve inspraak van de bewoners en de klachtenbehandeling

Artikel 41. (01/01/2020- ...)

§1. Het woonzorgcentrum richt een gebruikers- en een familieraad op. De gebruikersraad vergadert minstens één keer per trimester. De familieraad vergadert om de zes maanden. De gebruikers- en familieraad kunnen evenwel samen worden georganiseerd. In dat geval waarborgt het woonzorgcentrum dat de bewoners altijd minstens de helft van de aanwezigen uitmaken. Op verzoek van een bewoner of een familielid kan een vertegenwoordiger van de lokale ouderenraad of een vertegenwoordiger van de verenigingen van mantelzorgers en gebruikers deel uitmaken van de gebruikersraad. De verenigingen maken daarover afspraken. Als het woonzorgcentrum niet kan tegemoetkomen aan de gestelde vraag, motiveert die deze keuze.
§2. De gebruikers- en familieraad kan advies uitbrengen, hetzij op eigen initiatief, hetzij op verzoek van het woonzorgcentrum, over alle aangelegenheden die betrekking hebben op de algemene werking van het woonzorgcentrum betreffen. Van de vergaderingen van die raden wordt een gedateerd verslag opgemaakt dat aan alle bewoners en hun vertegenwoordigers, familie of mantelzorgers bezorgd wordt. Het agentschap kan die verslagen inkijken. Als in het woonzorgcentrum alleen bewoners met cognitieve problemen verblijven, kan de gebruikersraad vervangen worden door een familieraad.
Een of meer vertegenwoordigers van het woonzorgcentrum worden uitgenodigd om de vergaderingen van de gebruikers- of familieraad bij te wonen.
Het woonzorgcentrum kan aantonen dat de opmerkingen en suggesties die aan bod kwamen in de gebruikers- en familieraad worden gehoord, opgevolgd en teruggekoppeld aan de gebruikers- en familieraad.

 Artikel 42. (01/01/2020- ...)

§1. Elke betrokkene wordt in de mogelijkheid gesteld om een klacht, suggestie of opmerking te uiten over de werking van het woonzorgcentrum. Het woonzorgcentrum werkt daarvoor een klachtenprocedure uit en maakt die bekend op de website of in de onthaalbrochure. Het woonzorgcentrum wijst een klachtenbehandelaar aan. De gebruiker of zijn vertegenwoordiger, een familielid of mantelzorger kan suggesties, opmerkingen of klachten rechtstreeks, zowel schriftelijk als mondeling, aan die persoon meedelen.
De klachtenbehandelaar verzamelt de ingediende suggesties, opmerkingen of klachten en anonimiseert deze gegevens. Het agentschap kan daarvan inzage nemen. Het gevolg dat aan een klacht wordt gegeven, wordt rechtstreeks en binnen de termijn, vermeld in de klachtenprocedure, aan de indiener ervan meegedeeld. Indieners krijgen de garantie dat binnen een redelijke termijn feedback op hun klacht wordt gegeven.
Het woonzorgcentrum verstrekt periodiek informatie over de klachtenbehandeling aan alle bewoners, hun vertegenwoordigers en mantelzorgers. Op basis van periodieke analyse van de klachten formuleert het woonzorgcentrum correctieve en preventieve maatregelen.
§2. De gegevens over de Woonzorglijn worden op een zichtbare plaats opgehangen.

 

Onderafdeling 3. Facturatie

Artikel 43. (01/01/2020- ...)
De gebruikersfactuur is in overeenstemming met de schriftelijke opnameovereenkomst zijn.

Artikel 44. (01/01/2020- ...)
Voor de facturatie gelden artikel 508, 509, 509/1, 510, 510/1, 523, tweede lid, en artikel 524, 525, 526, 527 en 527/1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming als erkenningsvoorwaarde.

Afdeling 4. Voorwaarden voor de personeelsomkadering

Artikel 45. (01/01/2020- ...)

§1. Een woonzorgcentrum beschikt ten minste over het volgende personeel:
1° een directeur die de eindverantwoordelijke is voor de dagelijkse leiding, en die in het bezit is van minimaal een bachelor diploma, dat relevant is voor de uit te oefenen functie. Vanaf 25 woongelegenheden wordt die functie voltijds ingevuld. Die functie kan gecumuleerd worden met de functie van overkoepelend directeur van woonzorgvoorzieningen aansluitend aan of in de onmiddellijke omgeving van het woonzorgcentrum. Elk van die woonzorgvoorzieningen beantwoordt echter aan de desbetreffende wettelijke voorwaarden voor de omkadering; 
2° verplegend en verzorgend personeel in de verhouding van vijf voltijdse functies voor  dertig bewoners, waarvan ten minste twee verpleegkundigen;
3° onderhouds- en keukenpersoneel in de verhouding van twee voltijdse functies voor dertig bewoners. De taken van zowel het keukenpersoneel als het onderhoudspersoneel kunnen volledig of gedeeltelijk aan derden worden uitbesteed. In dat geval stemt het contract met de derde in aantal arbeidsuren overeen met het verminderde aantal personeelsuren in het centrum. Het contract voorziet ook in een voldoende spreiding gedurende de dag, zowel in de week als tijdens het weekend;
4° een of meer begeleiders wonen en leven in het kader van het begeleiden van de bewoner en zijn omgeving in de ondersteuning van zijn leven in het woonzorgcentrum:
  a) 0,50 voltijds equivalenten voor een woonzorgcentrum met maximaal 30 woongelegenheden;
  b) 1 voltijds equivalent voor een woonzorgcentrum met minstens 31 en maximaal 60 woongelegenheden;
  c) 1,50 voltijds equivalenten voor een woonzorgcentrum met minstens 61 en maximaal 90 woongelegenheden;
  d) twee voltijdse equivalenten voor een woonzorgcentrum met minstens 91 en maximaal 120 woongelegenheden. Vanaf 120 woongelegenheden wordt per begonnen schijf van 30 woongelegenheden voorzien in een aanvullende tewerkstelling van 0,25 voltijdse equivalent;
5° het personeel beschikt over de nodige kwalificaties voor de taken die ze vervullen. De minister kan bepalen welke kwalificaties in aanmerking komen voor de tewerkstelling als begeleider wonen en leven;
6° personeel dat de Nederlandse taal beheerst;
7° interim personeel wordt alleen aanvaard ter vervanging van het tijdelijk wegvallen van vast personeel en in afwachting van een aanwerving waarbij een lopende vacature kan worden aangetoond. Interim personeel wordt niet aanvaard als permanente oplossing;
8° studenten die stage lopen volgens het beleid van het woonzorgcentrum daarvoor.

 

Artikel 46. (01/01/2020- ...)
Een woonzorgcentrum doet een beroep op een kwaliteitscoördinator. Die functie hoeft niet exclusief aan één centrum te worden toegekend. De minister kan de voorwaarden bepalen waaronder het centrum een beroep moet kunnen doen op een kwaliteitscoördinator.

Artikel 47. (01/01/2020- ...)
§1. Als een woonzorgcentrum in de onmiddellijke nabijheid ligt van en een organisatorisch geheel vormt met minstens twee andere woonzorgvoorzieningen, namelijk een centrum voor kortverblijf of een centrum voor dagverzorging of een groep van assistentiewoningen, en als die woonzorgvoorzieningen door dezelfde rechtspersoon worden uitgebaat of er tussen de uitbatende rechtspersonen een samenwerkingsovereenkomst is gesloten, kan dat organisatorische geheel als bijkomende opdracht een intern aanspreekpunt aanwijzen. Dat intern aanspreekpunt heeft als opdracht te zorgen voor objectieve en transparante informatie over de coördinatie van zorgplanning, opname, ontslag en doorverwijzing, met als doel een optimale afstemming en continuïteit van de zorg te realiseren in samenwerking met andere zorg- en welzijnsactoren.
§2. Het woonzorgcentrum garandeert dat de functie, vermeld in paragraaf 1, de gebruiker, zijn vertegenwoordiger of mantelzorger objectief en transparant informeert over de mogelijkheden met respect voor zijn keuzevrijheid om al dan niet in te gaan op het aanbod of een beroep te doen op een ander zorgaanbod.
De minister kan de voorwaarden van de functie, vermeld in paragraaf 1, nader bepalen.

 Artikel 48. (01/01/2020- ...)

Overdag en 's nachts is in het woonzorgcentrum voldoende en gekwalificeerd personeel aanwezig om tijdig aangepaste hulp te kunnen bieden. Tijdens de nacht wordt in elk woonzorgcentrum per begonnen schijf van zestig bewoners één actieve nachtdienst georganiseerd. Die nachtdienst kan gecombineerd worden met de nachtdienst van andere woonzorgvoorzieningen, die zich in de onmiddellijke nabijheid van het woonzorgcentrum bevinden, met uitzondering van woonzorgcentra met minder dan eenenzestig woongelegenheden, tenzij die beschikt over twee actieve nachtdiensten. De permanentie wordt berekend op het totale aantal opgenomen bewoners in het woonzorgcentrum, inclusief de bewoners van andere zorgvormen waarvoor nachtpermanentie nodig is, zoals de centra voor kortverblijf en de centra voor herstelverblijf, tenzij daar een aparte equipe voor is.

 Artikel 49. (01/01/2020- ...)

Het woonzorgcentrum ontwikkelt een vormings-, trainings- en opleidingsbeleid voor het personeel.
Elk voltijds verpleegkundig, zorgkundig, verzorgend, personeelslid voor reactivatie en de begeleider wonen en leven volgen over een periode van maximaal twee kalenderjaren minstens twintig uur bijscholing.
De directeur volgt jaarlijks minstens achttien uur bijscholing.
Het onderhouds- en keukenpersoneel volgt acht uur bijscholing over een periode van maximaal twee kalenderjaren.
In geval van deeltijds werk of een ander arbeidsregeling, en in geval van nieuwe indiensttreding in de loop van het kalenderjaar, wordt het minimale aantal uren bijscholing proportioneel verminderd.
De minister kan per functie bepalen welke vormingsactiviteiten voor de bijscholing in aanmerking komen.

 

Afdeling 5. Voorwaarden voor de infrastructuur

Onderafdeling 1. Veiligheid

Artikel 50. (01/01/2020- ...)
De woonzorgcentra voldoen aan de toepasselijke brandveiligheidsreglementering.

 Onderafdeling 2. Het gebouw
Artikel 51. (01/07/2021- ...) 

Het gebouw of de gebouwen van de woonzorgcentra voldoen aan de volgende voorwaarden:
1° er worden per kamer niet meer dan twee bewoners gehuisvest worden. In een tweepersoonskamer kan een afscheiding tussen de twee bedden geplaatst worden;
2° de infrastructuur van het woonzorgcentrum laat toe dat de minimale privacy van elke bewoner gewaarborgd is en dat het altijd mogelijk is om de noodzakelijke zorg te bieden en hulp te verlenen;
3° bij elke zit- en eetruimte zijn voldoende gemeenschappelijke toiletten beschikbaar die toegankelijk zijn voor rolstoelgebruikers;
4° de geneesmiddelen, producten die bij inname tot gezondheidsrisico's kunnen leiden, en dossiers worden op een veilige en discrete manier bewaard. De af te sluiten ruimte waar geneesmiddelen en dossiers op een veilige en discrete manier bewaard kunnen worden, wordt niet voor andere doeleinden gebruikt. Er is ook een koelkast ter beschikking om sommige geneesmiddelen koel te bewaren;
5° het woonzorgcentrum stelt per bewoner het nodige meubilair ter beschikking opdat elke bewoner op een behoorlijke manier kan eten, rusten en slapen. Er wordt aan de bewoners de mogelijkheid geboden de kamer in te richten met eigen meubilair. De inrichting van de woongelegenheid biedt de nodige flexibiliteit om het meubilair te plaatsen, op voorwaarde dat de zorg- en dienstverlening en de veiligheid niet in het gedrang komen;
6° per bewoner kan op de kamer een koelkast en tv ter beschikking gesteld worden;
7° in elke woongelegenheid is minimaal aansluiting op tv, draadloos internet en telefoon mogelijk; 
8° het glasoppervlak van het raam in alle woongelegenheden en gemeenschappelijke ruimten begint op maximaal 85 cm hoogte, gemeten vanaf het vloeroppervlak, en ook zittend is een ongehinderd zicht naar buiten mogelijk zijn;
9° bij de inrichting van het gebouw worden huiselijke en gezellige accenten gelegd; 
10° de gebouwen, de lokalen en de uitrusting worden regelmatig en correct onderhouden;
11° de nodige maatregelen worden genomen om vocht en de insijpeling van water en hinder van welke aard ook te voorkomen;
12° een centraal verwarmingssysteem is verplicht. Verwarmingssystemen met open vuur zijn verboden; 
13° in alle lokalen zijn de verwarming, de ventilatie en de verlichting aangepast zijn aan de bestemming van het lokaal;
14° in alle verblijfsruimten bedraagt de temperatuur overdag minstens 22°C. Alle nuttige maatregelen worden genomen om in alle verblijfsruimen een temperatuur van maximaal 26°C of als de waarschuwingsfase van het Vlaamse Warmteactieplan van kracht is, een temperatuur die lager ligt dan de buitentemperatuur, te bewaren. 
15° als de waarschuwingsfase van het Vlaams Warmteactieplan wordt opgestart, wordt een geklimatiseerde ruimte beschikbaar gemaakt die voldoende groot is voor alle bewoners van wie de verblijfsruimten de vereiste temperaturen niet halen;
16° aangepaste zonnewering waarbij het zicht naar buiten zo weinig mogelijk gehinderd wordt, wordt, waar nodig, aangebracht. Zonnewering wordt als aangepast beschouwd als het zicht op de buitenwereld niet wordt verstoord, en oververhitting en verblinding door direct zonlicht van de bewoners worden vermeden;
17° in alle ruimten die voor de bewoners toegankelijke zijn, worden niveauverschillen, zoals treden, trappen en andere hindernissen, vermeden. Als die niveauverschillen niet vermeden kunnen worden, worden ze ondervangen conform de bepalingen in de stedenbouwkundige verordening toegankelijkheid en worden ze duidelijk gesignaleerd;
18° om zich te verplaatsen in het gebouw kunnen de bewoners zich behelpen met leuningen en handgrepen. In gangen worden aan beide kanten leuningen aangebracht. Ook in de sanitaire ruimten zijn leuningen en handgrepen aangebracht;
19° alle gangen die voor de bewoners toegankelijk zijn, beschikken over de nodige rustpunten. Een rustpunt is een plek waar de bewoner kan zitten;
20° elke bewoner kan altijd in alle ruimten die voor de bewoners toegankelijke zijn, een aangepast oproepsysteem gebruiken. In elke sanitaire cel is permanent een oproepsysteem aanwezig dat gemakkelijk bereikbaar is voor de bewoners. De ruimte waaruit de noodoproep komt, moet identificeerbaar zijn. Draagbare oproepsystemen zijn betrouwbaar en regelmatig gecontroleerd te worden. Als de voorziening van oordeel is dat het beschikken over een oproepsysteem niet nuttig is of een gevaar inhoudt voor de bewoner wordt dit, na overleg, geregeld, beargumenteerd en opgevolgd in het woonzorgleefplan. Elk oproepsysteem is inbegrepen in de dagprijs. Als er zowel een vast oproepsysteem als een draagbaar oproepsysteem is, zijn beide inbegrepen in de dagprijs; 
21° de bewoner heeft vanaf zijn bed de mogelijkheid om het licht te bedienen dat aangepast is aan de plaatselijke omstandigheden;
22° in iedere woongelegenheid is er warm en koud stromend water;
23° afval wordt zodanig bewaard zodat er geen geur- of andere hinder ontstaat;
24° ramen en toegangen kunnen beveiligd worden;
25° er is ten minste één uitgeruste zaal voor de kinesitherapie- en ergotherapie oefeningen en voor de begeleiding wonen en leven in groep;
26° alle ruimten die voor de bewoners toegankelijke zijn, zijn ruim genoeg zodat rolstoelgebruikers er zich gemakkelijk kunnen verplaatsen;
27° ’s nachts zijn de woongelegenheden en gangen zo verlicht dat de bewoners zich veilig kunnen verplaatsen;
28° het woonzorgcentrum beschikt ten minste over een verpleeg-, een verzorgings- en een onderzoekslokaal;
29° 
ten minste de helft van de bedden is in de hoogte verstelbaar;
30° er zijn voldoende rolstoelen en er is voldoende en aangepast materiaal om doorligwonden te voorkomen;
31° aan de coördinerend en raadgevend arts wordt een werkruimte met de nodige uitrusting ter beschikking gesteld.

 

Artikel 52. (01/01/2020- ...)

Alle woonzorgcentra of delen van woonzorgcentra die op 1 januari 2009 erkend zijn of waarvoor voor die datum een aanvraag tot erkenning is ingediend, alsook alle te bouwen woonzorgcentra of woonzorgcentrumgedeelten waarvoor voor 1 januari 2009 een stedenbouwkundige vergunning voor de geplande bouwwerkzaamheden afgeleverd is, voldoen aan de volgende voorwaarden:
1° alle eenpersoonskamers hebben een nettovloeroppervlakte van ten minste 12 m2, sanitair niet inbegrepen. Alle eenpersoonskamers beschikken ook over een aparte, ingerichte sanitaire cel, die aangepast is aan de behoeften van een rolstoelgebruiker en met minstens een toilet en een wastafel;
2° alle tweepersoonskamers hebben een nettovloeroppervlakte van ten minste 20 m2, sanitair niet inbegrepen. Alle tweepersoonskamers beschikken ook over een aparte, ingerichte sanitaire cel, aangepast aan de behoeften van een rolstoelgebruiker, met minstens een toilet en twee wastafels;
3° in alle woonzorgcentra wordt niet meer dan 20 % van het totale aantal bewoners in tweepersoonskamers gehuisvest;
4° de totale oppervlakte van de zit- en eetruimten en ruimten voor kinesitherapie, ergotherapie en animatie bedraagt netto ten minste 3 m2 per bewoner bedragen;
5° elk woonzorgcentrum met twee of meer bouwlagen die toegankelijk zijn voor bewoners beschikt over ten minste één lift voor een     rolstoelgebruiker met begeleiding;
6° er is minstens één gemeenschappelijk aangepast bad in het woonzorgcentrum. Er is ook per dertig bewoners ten minste één       gemeenschappelijke badkamer beschikbaar zijn met een aangepaste bad- of douchegelegenheid en een toilet;
7° in de bewonerskamers en in de zit- en eetruimte bedraagt het raamoppervlak ten minste een zesde bedragen van de nettovloeroppervlakte. In een kamer of een zit- en eetruimte met een nettovloeroppervlakte van meer dan 30 m2 is het raamoppervlak ten minste een zevende van de nettovloeroppervlakte;
8° de gangen die voor de bewoners toegankelijk zijn, zijn voldoende breed zodat twee rolstoelen elkaar gemakkelijk kunnen kruisen.

 

Artikel 53. (01/01/2020- ...) 

Artikel 54. (01/01/2020- ...)

Artikel 55. (01/01/2020- ...)

Artikel 56. (01/01/2020- ...)

Alle afmetingen zijn netto-afmetingen, gemeten van plint tot plint. De oppervlakte onder schuine wanden wordt daarbij niet meegeteld, behalve vanaf het punt waarop een normale doorgangshoogte van 2,30 m begint.

 

Hoofdstuk 4. Afwijkingen

Artikel 57. (01/01/2020- ...)

Een woonzorgcentrum dat een persoon, jonger dan 65 jaar, opneemt, stelt in het centrum een verslag ter beschikking waaruit blijkt dat er in de woonomgeving van de gebruiker geen andere woonzorgvoorzieningen beschikbaar zijn die de zorgvraag gepast kunnen beantwoorden.

Artikel 58. (01/01/2020- ...)

§1. Per woonzorgcentrum mag het aantal gebruikers jonger dan 65 jaar, maximaal 10% van het totale aantal woongelegenheden van dat woonzorgcentrum bedragen. Het het aantal woongelegenheden met een bijzondere erkenning als centrum voor niet aangeboren hersenletsels worden daarbij niet meegerekend. De minister kan nadere voorwaarden bepalen voor de bewoners jonger dan 65 jaar.

Een erkend woonzorgcentrum waarvan 10% of meer van het aantal gebruikers van het totale aantal erkende woongelegenheden jonger dan 65 is, houdt voor iedere bijkomende gebruiker boven die 10% een verslag van een interdisciplinair team van het woonzorgcentrum, een ziekenhuis of een personeelslid dat in de thuiszorg werkt, ter beschikking in de woonzorgvoorziening waaruit blijkt dat er in de woonomgeving van de gebruiker geen gepaste opvang beschikbaar is en dat de opname in het woonzorgcentrum beantwoordt aan de zorg- en ondersteuningsvragen van de gebruiker in kwestie. Het interdisciplinair team bevat minstens een maatschappelijk assistent en een behandelde arts.

§2. De administrateur-generaal kan, als meer dan 10% van het aantal gebruikers van het totale aantal erkende woongelegenheden jonger dan 65 is, op basis van het gemotiveerde verzoek toestemming verlenen om een groep van gebruikers van jonger dan 65 jaar met gemeenschappelijke zorg- en ondersteuningsnoden op te nemen. Dat verzoek bevat minstens de volgende elementen:
1° het aantal opnamemogelijkheden het woonzorgcentrum wil voorbehouden voor die groep van gebruikers en een omschrijving van de doelgroep;
2° samenwerkingsverbanden met een of meer en gespecialiseerd in de doelgroep voorzieningen en een toelichting bij de toeleidingsafspraken;
3° de nodige bewijsstukken dat het woonzorgcentrum over voldoende personeel, competenties en expertise beschikt. De minister kan bepalen over welke groepen het gaat en aanvullende voorwaarden bepalen voor die groepen van gebruikers.

 

Hoofdstuk 5. Bijkomende erkenning

Afdeling 1. Programmatie

Artikel 59. (01/01/2020- ...)
Het maximale aantal te erkennen woongelegenheden erkend als woonzorgcentrum met een bijkomende erkenning wordt met ingang van 1 januari 2020 vastgelegd op 52.580 woongelegenheden.
Het maximale aantal te erkennen woongelegenheden erkend als woonzorgcentrum met een bijkomende erkenning wordt met ingang van 1 oktober 2020 vastgelegd op 54.380 woongelegenheden.

 

Afdeling 2. Algemene bijkomende erkenningsvoorwaarden

Artikel 60. (01/01/2020- ...)
De woongelegenheden met een bijkomende erkenning in een woonzorgcentrum zijn bestemd voor personen die beantwoorden aan de afhankelijkheidscategorieën B, C of Cd, vermeld in artikel 425 van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming.

 

Afdeling 3. Specifieke bijkomende erkenningsvoorwaarden

Onderafdeling 1. Voorwaarde voor het aantal woongelegenheden

Artikel 61. (01/01/2020- ...)

De bijkomende erkenning moet minstens 25 woongelegenheden bedragen.

Onderafdeling 2. Voorwaarden voor de personeelsomkadering

Artikel 62. (01/07/2021- ...)

De personeelsnorm wordt per dertig bewoners in een woongelegenheid woonzorgcentrum met een bijkomende erkenning, op de volgende wijze vastgesteld:
1° ten minste vijf voltijds equivalenten verpleegkundigen. Het woonzorgcentrum beschikt binnen dat aantal over een hoofdverpleegkundige. Boven de eerste dertig bewoners is bij overschrijding van de helft van elke nieuwe schijf van dertig bewoners in een woongelegenheid woonzorgcentrum met een bijkomende erkenning, hetzij binnen het aantal vereiste verpleegkundigen een bijkomende hoofdverpleegkundige, hetzij bovenop dat aantal een teamverantwoordelijke die in het bezit is van ten minste een bachelordiploma in een zorg- of welzijnsdomein, verplicht;
2° ten minste vijf voltijds equivalenten zorgkundigen;
3° één voltijdsequivalent kinesitherapeut, ergotherapeut of logopedist, waarbij de eerste twee disciplines in ieder geval voldoende vertegenwoordigd zijn in het woonzorgcentrum en dat ze hetzij in loondienst hetzij vastbenoemd zijn. Logopedie wordt aangeboden in functie van de behoeften van de bewoners;
4° 0,10 voltijdsequivalent personeelsleden voor reactivering die aantoonbare ervaring hebben met betrekking tot vroegtijdige zorgplanning, palliatieve zorg en levenseindezorg, ter ondersteuning van de verzorging van de bewoner die zich in de levenseindefase bevindt, en die over een van de volgende kwalificaties beschikken:
a) graduaat of licentiaat of master in de kinesitherapie;
b) graduaat of bachelor of licentiaat of master in de logopedie;
c) graduaat of bachelor in de ergotherapie;
d) graduaat of bachelor in de arbeidstherapie;
e) graduaat of bachelor in de readaptatiewetenschappen;
f) graduaat of bachelor in de dieetleer;
g) graduaat of bachelor of licentiaat of master in de pedagogie of de orthopedagogiek;
h) graduaat of bachelor of postgraduaat of master in de psychomotoriek;
i) licentiaat of master in de psychologie;
j) graduaat of bachelor psychologisch assistent;
k) graduaat of bachelor sociaal werker of sociale gezondheidszorg of sociaal verpleegkundige of verpleegkundige gespecialiseerd in de sociale gezondheidszorg;
l) bachelor of master in het sociaal werk;
m) graduaat of bachelor in de gezinswetenschappen;
n) licentiaat of master in de gerontologie;
o) graduaat of bachelor opvoeder;
p) bachelor-na-bacheloropleiding psychosociale gerontologie;
q) bachelor in de mondzorg;5° maximaal 20% van de verpleegkundigen, vermeld in 1°, mag als de permanentie, vermeld in artikel 48, wordt gerespecteerd, worden vervangen door een persoon die bij voorkeur een van de volgende kwalificaties heeft:
a) graduaat of licentiaat of master in de kinesitherapie;
b) graduaat of bachelor of licentiaat of master in de logopedie;
c) graduaat of bachelor in de ergotherapie;
d) graduaat of bachelor in de arbeidstherapie;
e) graduaat of bachelor in de readaptatiewetenschappen;
f) graduaat of bachelor in de dieetleer;
g) graduaat of bachelor of licentiaat of master in de pedagogie of de orthopedagogiek;
h) graduaat of bachelor of postgraduaat of master in de psychomotoriek;
i) licentiaat of master in de psychologie;
j) graduaat of bachelor psychologisch assistent;
k) graduaat of bachelor sociaal werker of sociale gezondheidszorg of sociaal verpleegkundige of verpleegkundige gespecialiseerd in de sociale gezondheidszorg;
l) bachelor of master in het sociaal werk;
m) graduaat of bachelor in de gezinswetenschappen;
n) licentiaat of master in de gerontologie;
o) graduaat of bachelor opvoeder;
p) bachelor-na-bacheloropleiding psychosociale gerontologie;
q) bachelor in de mondzorg.
Bij gebrek aan een van de kwalificaties, vermeld in punt a) tot en met q), mag maximaal 20% van de verpleegkundigen door zorgkundigen vervangen worden;
6° het percentage van 20%, vermeld in punt 5°, kan verhoogd worden tot 30% in de woonzorgcentra, in voorkomend geval met bijbehorende centra voor kortverblijf, waar minstens zeven voltijds equivalenten verpleegkundigen werken.

 

Onderafdeling 3. Voorwaarden voor de organisatie

Artikel 63. (01/01/2020- ...)
Een verpleegkundige is zowel overdag als 's nachts aanwezig in het woonzorgcentrum.

Artikel 64. (01/01/2020- ...)
Er is per dertig bewoners een hoofdverpleegkundige of, in voorkomend geval, een teamverantwoordelijke, aanwezig die de volgende taken vervult:
1° de dagelijkse leiding geven aan een interdisciplinair samengesteld team dat zorg en ondersteuning biedt aan een groep van bewoners;
2° de activiteiten met betrekking tot de totaalzorg aan de dertig bewoners uitgevoerd door het interdisciplinaire team coördineren binnen een of meer leefgroepen;
3° waken over de opvolging en actualisering van het woonzorgleefplan van de bewoners;
4° waken over de kwaliteit van de zorg, het wonen en het leven van de bewoners;
5° samen met eventueel andere aanwezige hoofdverpleegkundigen, de teamverantwoordelijke en de directeur de coördinerend en raadgevend arts bijstaan bij de uitoefening van zijn functie.

 Artikel 65. (01/07/2021- ...)...

 

Hoofdstuk 6. bijzondere erkenningen voor gespecialiseerde zorg en ondersteuning aan specifieke doelgroepen

 Hoofdstuk 7. Subsidiëring

Artikel 74. (01/01/2020- ...)
Aan de erkende woonzorgcentra waarin of waarbij al dan niet een erkend centrum voor kortverblijf uitgebaat wordt, kan een subsidie voor de woon- en leefbegeleiding worden toegekend conform in artikel 473 van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming, alsook een subsidie voor de terbeschikkingstelling en het gebruik van infrastructuur, conform de bepalingen van bijlage 14.

 Hoofdstuk 8. Overgangsbepalingen

De woonzorgcentra of gedeelten van woonzorgcentra die op 1 januari 2020 erkend zijn, behouden hun erkenning volgens de regels die op 31 december 2019 van toepassing zijn. Ze beantwoorden uiterlijk op 31 december 2022 aan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 38 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019, artikel 4 van dit besluit en hoofdstuk 3 van deze bijlage.
In afwijking van het eerste lid voldoen de woonzorgcentra of gedeelten van woonzorgcentra die op 1 januari 2020 erkend zijn, uiterlijk op 1 juli 2021 aan de erkenningsvoorwaarde, vermeld in artikel 33/1 en artikel 62.

De woonzorgcentra of gedeelten van woonzorgcentra die op 1 januari 2020 reeds over een bijkomende erkenning beschikken, behouden hun bijkomende erkenning volgens de regels die op 31 december 2019 van toepassing zijn. In afwijking van artikel 6, §2, tweede lid, van dit besluit en met behoud van de toepassing van artikel 77 van deze bijlage beantwoorden ze uiterlijk op 31 december 2022 aan de bijkomende erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 6, §2, van dit besluit en hoofdstuk 5 van deze bijlage.

 Artikel 84. (01/06/2021- ...)
In afwijking van artikel 28 kan de zorgzwaarte van de bewoner tot 1 juni 2023 worden vastgesteld aan de hand van de Katz-schaal, vermeld in artikel 1, 31°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming.

De beslissing houdt rekening met volgende adviezen:

/

De beslissing kent volgende inhoudelijke verantwoording :
  • Een woonzorgcentrum biedt permanente opvang en verzorging aan 65-plussers die niet meer thuis kunnen wonen. Naast een permanente verblijfplaats gaat dat van huishoudelijke hulp en hulp bij dagdagelijkse taken tot (lichaams)verzorging en verpleging. Alle woonzorgcentra en groepen van assistentiewoningen in Vlaanderen zijn erkend door Zorg en Gezondheid. Ze moeten voldoen aan de toepasselijke erkenningsvoorwaarden. Woonzorgcentra krijgen periodiek een bezoek van Zorginspectie.

  • Ter Biest biedt 75 éénpersoonskamers waarvan 39 plaatsen erkend zijn als rust- en verzorgingstehuisbedden (RVT).
    Daarnaast beschikt het wzc Ter Biest over 3 kamers kortverblijf voor thuiswonende bejaarden.

 

  • Ingevolge het decreet van 15 februari 2019 betreffende de woonzorg, inzonderheid afdeling 4. Woonzorgcentrum en bijhorend besluit van de Vlaamse regering, dienen de opnamedocumenten (de opnameovereenkomst en de afsprakennota)  te worden aangepast, uiterlijk op 31 december 2022.

"De woonzorgcentra of gedeelten van woonzorgcentra die op 1 januari 2020 erkend zijn, behouden hun erkenning volgens de regels die op 31 december 2019 van toepassing zijn. Ze beantwoorden uiterlijk op 31 december 2022 aan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 38 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019, artikel 4 van dit besluit en hoofdstuk 3 van deze bijlage.
In afwijking van het eerste lid voldoen de woonzorgcentra of gedeelten van woonzorgcentra die op 1 januari 2020 erkend zijn, uiterlijk op 1 juli 2021 aan de erkenningsvoorwaarde, vermeld in artikel 33/1 en artikel 62."

Bijkomende info:

Ter info:

Werd inhoudelijk gewijzigd tav voorheen: Als een bewoner tijdelijk afwezig is (bijv ziekenhuisopname) dan wordt zijn dagprijs-factuur verminderd met 8 EUR/dag. Voorheen bedroeg de vermindering 5 EUR.
Externe maaltijdgebruikers betalen nu ook iets meer dan € 8 voor een maaltijd, vandaar de redenering.

Publieke stemming
Aanwezig: Peter PLESSERS, Bart LAEREMANS, Jelle DE WILDE, Kirsten HOEFS, Chantal LAUWERS, Trui OLBRECHTS, Philip ROOSEN, Karlijne VAN BREE, Jean-Paul WINDELEN, Eddie BOELENS, William DE BOECK, Linda DE PREE, Jean DEWIT, Isabel GAISBAUER, Tom GAUDAEN, Gilbert GOOSSENS, Brigitte JANSSENS, Katrien LE ROY, Katleen ORINX, Luk RAEKELBOOM, Patricia SEGERS, Chris SELLESLAGH, Vincent VAN ACHTER, Rudi VAN HOVE, Bart VAN HUMBEECK, Yves VERBERCK, Karin VERTONGEN, Patrick VERTONGEN, Elke WOUTERS, Muriel VAN SCHEL
Voorstanders: Bart LAEREMANS, Jelle DE WILDE, Kirsten HOEFS, Chantal LAUWERS, Trui OLBRECHTS, Philip ROOSEN, Karlijne VAN BREE, Jean-Paul WINDELEN, Manon BAS, Eddie BOELENS, William DE BOECK, Linda DE PREE, Jean DEWIT, Isabel GAISBAUER, Tom GAUDAEN, Gilbert GOOSSENS, Brigitte JANSSENS, Katrien LE ROY, Karima MOKHTAR, Katleen ORINX, Peter PLESSERS, Luk RAEKELBOOM, Patricia SEGERS, Chris SELLESLAGH, Vincent VAN ACHTER, Rudi VAN HOVE, Bart VAN HUMBEECK, Yves VERBERCK, Karin VERTONGEN, Patrick VERTONGEN, Elke WOUTERS
Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
BESLUIT

Artikel 1.

De opnameovereenkomst voor wzc Ter Biest, zoals integraal toegevoegd aan dit besluit in bijlage 1, goed te keuren met ingang van 1 januari 2023.

 

Art. 2.

De afsprakennota voor wzc Ter Biest zoals integraal toegevoegd aan dit besluit in bijlage 2, goed te keuren met ingang van 1 januari 2023.

Art. 3.

Conform artikel 286 van het decreet lokaal bestuur, dit reglement bekend te maken op de gemeentelijke webtoepassing binnen tien dagen en zolang het geldig is, met vermelding van zowel de datum waarop het reglement goedgekeurd werd als de datum van bekendmaking op de gemeentelijke webtoepassing. Het reglement treedt in werking op de vijfde dag na hun publicatie, tenzij anders werd bepaald: in casu vanaf 1 januari 2023.