De gemeenteraad gaat over tot de actualisering van het arbeidsreglement voor de personeelsleden van het gemeentelijk basisonderwijs.
De wet van 8 april 1965 tot instelling van de arbeidsreglementen, die bepaalt dat het schoolbestuur voor haar personeel een arbeidsreglement moet opmaken met daarin een aantal verplichte vermeldingen.
Wijzigingen die worden voorgesteld ten gevolge van het overleg tijdens de vergaderingen van het ABC/HOC, zijn aangeduid in het rood.
Elke werkgever moet de algemene arbeidsvoorwaarden vaststellen in een arbeidsreglement.
In de gemeenteraadszitting van 27 augustus 2020 werd het arbeidsreglement voor de personeelsleden van de gemeentelijke basisscholen voor het laatst gewijzigd.
Sinds de laatste versie van het arbeidsreglement werd vastgesteld, werd de onderwijswetgeving met betrekking tot de evaluatieprocedure gewijzigd. Aangezien deze aanpassingen in het arbeidsreglement moesten worden geïmplementeerd, werden ook de andere hoofdstukken opnieuw nagekeken, en dit op basis van het model dat werd aangereikt door de Onderwijskoepel van Steden en Gemeenten (OVSG).
De volgende wijzigingen worden voorgesteld:
|
|
Vorige Versie |
Voorstel wijziging |
| 1.3 Definities: Art 5 |
|
|
| Art 5: |
§ 2 t.e.m. § 14 |
§ 3 t.e.m. § 15 (enkel nummering wijzigt)
|
| 2.1 Algemeen: nieuw artikel toegevoegd |
|
Art.19 Aan elk personeelslid kunnen instellingsgebonden opdrachten worden toegewezen als deze zijn opgenomen in de lijst van instellingsgebonden opdrachten die het schoolbestuur heeft vastgelegd na onderhandeling in het ABC. Deze opdrachten kunnen ook buiten het uurrooster van de school vallen en afwijken van het individuele uurrooster van het personeelslid. Het personeelslid is verplicht om deze instellingsgebonden opdrachten nauwgezet uit te voeren.
|
|
|
Art 19 t.e.m 208 |
Art 20 t.e.m. 209 (enkel nummering wijzigt) |
| 2.1 Algemeen: Art 28 |
|
|
| 2.3.3 Bepalingen voor de administratief medewerker: Art 40 |
|
|
| 4: Meting van en controle op de arbeid: art. 73 |
De prestaties van het personeel worden vastgesteld aan de hand van de geïndividualiseerde functiebeschrijving, het uur- en toezichtrooster. De directeur waakt over het naleven hiervan.
|
De prestaties van het personeel worden vastgesteld aan de hand van het uur- en toezichtrooster. De directeur waakt over het naleven hiervan.
|
| 7: Functiebeschrijvingen en evaluatie: Art 85 |
|
|
| Hoodstuk 7: Functiebeschrijvingen en evaluatie: Art 85 |
|
Deze alinea wordt geschrapt. |
| Hoodstuk 7: Functiebeschrijvingen en evaluatie: Art 85 |
Er wordt een nieuwe alinea 2 toegevoegd. |
|
| Hoodstuk 7: Functiebeschrijvingen en evaluatie: Art 85 |
|
|
| 8: Beoordeling aan de vooravond van de TADD: Art 86 |
|
|
| 8: Beoordeling aan de vooravond van de TADD: Art 86 |
|
|
| 8: Beoordeling aan de vooravond van de TADD: Art 86 |
Er wordt een nieuwe alinea 3 toegevoegd. |
--> deze alinea werd opnieuw geschrapt na onderhandeling in het ABC/HOC |
| 10: Orde- en tuchtregeling: Art. 95 |
Een vast benoemd personeelslid, een personeelslid tijdelijk aangesteld van doorlopende duur of een in de school gereaffecteerd of wedertewerkgesteld personeelslid wordt op verslag van de algemeen directeur door het schoolbestuur onderworpen aan een tuchtonderzoek met een eventuele tuchtsanctie tot gevolg indien het handelt in strijd met de bepalingen inzake rechten en plichten van het personeel zoals voorzien in het Decreet Rechtspositie, het Decreet Lokaal Bestuur/de gemeentewet en dit arbeidsreglement. De in artikel 91 bepaalde tekortkomingen kunnen als grondslag dienen om een tuchtprocedure op te starten.
|
Een vast benoemd personeelslid, een personeelslid tijdelijk aangesteld van doorlopende duur of een in de school gereaffecteerd of wedertewerkgesteld personeelslid wordt op verslag van de algemeen directeur door het schoolbestuur onderworpen aan een tuchtonderzoek met een eventuele tuchtsanctie tot gevolg indien het handelt in strijd met de bepalingen inzake rechten en plichten van het personeel zoals voorzien in het Decreet Rechtspositie, het Decreet Lokaal Bestuur/de gemeentewet en dit arbeidsreglement. De in artikel 92 bepaalde tekortkomingen kunnen als grondslag dienen om een tuchtprocedure op te starten.
|
| 12: 12.1: Algemeen |
Er wordt een artikel 113 toegevoegd. |
Art. 113
|
|
|
Art 113 t.e.m. 209 |
Art. 114 t.e.m. 110 |
| 12: 12.1: Algemeen |
Art 115 Ter uitvoering van de rechten en plichten van het personeelslid gelden voor de leden van het onderwijzend personeel volgende afspraken m.b.t. jaarplan, lesvoorbereidingen, planningsdocumenten, taken, toetsen, werkstukken en andere didactisch- pedagogische aangelegenheden:
1. Jaarplannen Er dient een jaarplan te worden opgesteld voor alle leergebieden van het lager onderwijs gebaseerd op de leerplannen van OVSG. Voor het kleuteronderwijs dient het jaarplan de activiteiten weer te geven die voldoen aan de ontwikkelingsdoelen. Alle personeelsleden dienen te kunnen aantonen dat ze hun lessen degelijk plannen en voorbereiden zodat de lessen effectief en doelgericht gegeven worden. Alle personeelsleden dienen planningsdocumenten in te vullen volgens de geldende schoolafspraken zoals vermeld in het schoolwerkplan.
2. Lesvoorbereidingen Elke leerkracht bereidt zijn lessen naar best vermogen voor. Lessen uitgeschreven in een handleiding krijgen een persoonlijk karakter door persoonlijke notities, aanduidingen, schrappingen of aandachtspunten. Beginnende leerkrachten regelen in overleg met de directie of collega een afspraak omtrent de lesvoorbereiding.
3. Planningsdocumenten Elke leerkracht vult dagelijks voor de aanvang van de lessen de planning in. Deze planning vermeldt minimaal:
4. Huistaken en lessen Huistaken worden enkel gegeven om leerstof die door de kinderen voldoende wordt beheerst, verder in te oefenen. Differentiatie is hierbij soms aangewezen. Creatieve taken, voortaken, taken i.f.v. een project en het leren van lessen kunnen ook worden opgegeven. Huistaken en lessen worden steeds door de leerlingen genoteerd in de schoolagenda en dit conform de afspraken.
5. Toetsen en overhoringen Lessen worden regelmatig mondeling of schriftelijk getoetst, bij één of bij alle leerlingen. Leerkrachten bewaren de punten van de toetsen van hun leerlingen gedurende 5 schooljaren.
6. Rapporten 5 maal per jaar stelt de leerkracht een leerlingenrapport op dat de vordering van de leerling weergeeft. Minimaal 2 keer per schooljaar wordt dit leerlingenrapport individueel met de ouders besproken tijdens een naschools oudercontact.
7. Dossiers Hierbij zal beroep worden gedaan op het procesgericht kindvolgsysteem. Per klas/leeftijdsgroep worden de klasscreenings bewaard in een dossier, eventueel aangevuld met persoonlijke gegevens en dit tot het einde van het lager onderwijs. Dit dossier kan de volgende elementen bevatten:
Per kind wordt een basisdossier met algemene gegevens aangelegd en aangevuld. Enkel op vraag (door de ouders of door de leerkracht) worden er testen of toetsen afgenomen van individuele kinderen mits voorafgaandelijk toestemming daarvoor van de ouders. Deze testen gebeuren dan door de school of het CLB. De foutenanalyse, remediëring, werkpunten, interventies,… worden na onderling overleg uitgevoerd. De dossiers van schoolverlaters worden verzameld en bijgehouden in de school, en dit gedurende twee schooljaren.
8. Klasarchief Het klasarchief bevat voor de leerkrachten:
Iedere leerkracht is in het bezit van de leerplannen. Men kan deze ook thuis gebruiken. Eén exemplaar van alle leerplannen is steeds ter beschikking in het lokaal van de directie.
9. Leerwandelingen Leerwandelingen en/of waarnemingen buiten de schoolpoort worden steeds op voorhand bij de directie gemeld. De planningsdocumenten en het aanwezigheidsregister laat men op de lessenaar liggen.
10. Uurrooster/lessenrooster Het uurrooster/lessenrooster wordt als bijlage bij de planningsdocumenten gevoegd. Elke leerkracht overhandigt in de tweede week van het schooljaar een exemplaar aan de directie op de daarvoor bestemde formulieren. Bij elke wijziging dient een nieuw exemplaar overhandigd te worden.
11. Overlegmomenten Minstens éénmaal per trimester, en dit n.a.v. klasscreenings of op uitdrukkelijke vraag van de leerkracht, is er overleg met de directie. In principe worden deze overlegmomenten gepland tijdens de lesuren. De overlegmomenten worden onder meer gebruikt voor:
12. Varia De leerkrachten zorgen voor de nodige netheid en orde. De leerlingen mogen hierbij een handje toesteken. Elke klasleerkracht begeleidt de kinderen van en naar de speelplaats. Bij het belsignaal waken de leerkrachten erover dat de kinderen rustig naar hun klas gaan. Er kunnen enkel beslissingen genomen worden in samenspraak met de directie.
13. Toezicht De regeling van het toezicht op de speelplaats, begeleiding van de rijen,… wordt in de afsprakennota opgenomen. Wie belet is, ruilt zijn beurt met een collega om hem/haar te vervangen. Voor het toezicht op de speelplaats gelden de volgende afspraken:
14. Verbeteringen De leerkracht ziet de werken van de kinderen geregeld na en verbetert zodanig dat het verbeterwerk een efficiënte bijdrage vormt tot het begeleiden en remediëren van de kinderen. 15. Bijkomende afspraken Verdere afspraken worden opgenomen in het schoolreglement.
|
Art 115 Ter uitvoering van de rechten en plichten van het personeelslid gelden voor de leden van het onderwijzend personeel volgende afspraken m.b.t. jaarplan, lesvoorbereidingen, planningsdocumenten, taken, toetsen, werkstukken en andere didactisch- pedagogische aangelegenheden:
Jaarplannen Er dient een jaarplan te worden opgesteld voor alle leergebieden van het lager onderwijs gebaseerd op de leerplannen van OVSG. Voor het kleuteronderwijs dient het jaarplan de activiteiten weer te geven die voldoen aan de ontwikkelingsdoelen. Alle personeelsleden dienen te kunnen aantonen dat ze hun lessen degelijk plannen en voorbereiden zodat de lessen effectief en doelgericht gegeven worden. Alle personeelsleden dienen planningsdocumenten in te vullen volgens de geldende schoolafspraken zoals vermeld in het schoolwerkplan.
Lesvoorbereidingen Elke leerkracht bereidt zijn lessen naar best vermogen voor. Beginnende leerkrachten regelen in overleg met de directie een afspraak omtrent de lesvoorbereiding.
Planningsdocumenten Elke leerkracht vult dagelijks voor de aanvang van de lessen de planning in. Deze planning vermeldt minimaal:
Het jaarplan en de lesvoorbereidingen kunnen ten allen tijde worden opgevraagd door de directie en het schoolbestuur.
Verbeteringen De leerkracht ziet de werken van de kinderen geregeld na en verbetert zodanig dat het verbeterwerk een efficiënte bijdrage vormt tot het begeleiden en remediëren en verdiepen van de kinderen.
Huistaken en lessen Huistaken worden enkel gegeven om leerstof die door de kinderen voldoende wordt beheerst, verder in te oefenen. Differentiatie is hierbij soms aangewezen. Creatieve taken, voortaken, taken i.f.v. een project en het leren van lessen kunnen ook worden opgegeven.
Toetsen en overhoringen Lessen worden regelmatig mondeling of schriftelijk getoetst.
Rapporten Volgens vooropgestelde data stelt de leerkracht een leerlingenrapport op dat de vordering van de leerling weergeeft. Minimaal 2 keer per schooljaar wordt het leerlingenrapport individueel met de ouders besproken tijdens een naschools oudercontact.
Dossiers Hierbij zal beroep worden gedaan op het procesgericht kindvolgsysteem. Per klas/leeftijdsgroep worden de klasscreenings bewaard in een dossier, eventueel aangevuld met persoonlijke gegevens en dit tot het einde van het lager onderwijs.
Leerwandelingen Leerwandelingen en/of waarnemingen buiten de schoolpoort worden steeds op voorhand bij de directie gemeld.
Uurrooster/lessenrooster Een evenwichtig uurrooster/lessenrooster wordt als bijlage bij de planningsdocumenten gevoegd. Elke leerkracht overhandigt in de tweede week van het schooljaar een exemplaar aan de directie op de daarvoor bestemde formulieren. Bij elke wijziging dient een nieuw exemplaar overhandigd te worden.
|
| 13.1: Ambtsgeheim, discretieplicht en privacy: art. 144 |
Er worden geen persoonsgegevens verzameld of opgeslagen in welke vorm ook, of op enige andere wijze verwerkt, zonder dat het schoolbestuur zijn gemotiveerde toestemming heeft gegeven. Elke betwisting wordt aan het schoolbestuur voorgelegd. De functionaris gegevensbescherming van het schoolbestuur (zie bijlage 4) ziet toe op de naleving van de regelgeving inzake privacy en gegevensbescherming. Hij/zij rapporteert bij het schoolbestuur. Hij/zij informeert en adviseert de personeelsleden over hun verplichtingen als gegevensverwerker. Binnen de school is er een aanspreekpunt dat in contact staat met de functionaris gegevensbescherming van het schoolbestuur en betrokken wordt in het informatieveiligheidsbeleid van het schoolbestuur (wat onderwijs betreft). |
Elk personeelslid kan slechts persoonsgegevens verwerken in opdracht van het schoolbestuur en binnen de werking van de school(administratie). Het personeelslid mag niet individueel beslissen om (bijkomende) persoonsgegevens te verwerken voor een doeleinde dat niet eerder door een wettelijke bepaling of het schoolbestuur werd vastgelegd. Elke betwisting wordt aan het schoolbestuur voorgelegd. De functionaris gegevensbescherming van het schoolbestuur (zie bijlage 4) ziet toe op de naleving van de regelgeving inzake privacy en gegevensbescherming. Hij/zij rapporteert bij het schoolbestuur. Hij/zij informeert en adviseert de personeelsleden over hun verplichtingen bij de verwerking van persoonsgegevens. Binnen de school is er een aanspreekpunt dat in contact staat met de functionaris voor gegevensbescherming van het schoolbestuur en betrokken wordt in het informatieveiligheidsbeleid van het schoolbestuur (wat onderwijs betreft). |
| 13.1: Ambtsgeheim, discretieplicht en privacy: art. 150 |
Besluiten en adviezen die via de klassenraad en/of multidisciplinair overleg (MDO) genomen zijn, worden meegedeeld aan ouders. De personeelsleden rapporteren hierover aan ouders conform deze besluiten en adviezen.
|
Deze tekst werd tweemaal opgenomen in het reglement en dient dus verwijderd te worden. |
| 13.1: Ambtsgeheim, discretieplicht en privacy: |
Er wordt een nieuw artikel 150 toegevoegd. |
Art. 150 Het personeelslid heeft de privacyverklaring van het schoolbestuur gelezen en kent zijn rechten en plichten op het vlak van informatieveiligheid en privacy.
|
| 14: de titel wordt gewijzigd |
Auteurswet |
Auteurs- en naburige rechten |
| Er wordt een rubriek 14.1 toegevoegd, met een artikel 173 en 174. |
|
Auteursrechten (werken) Art. 173
Art. 174
|
| Er wordt een rubriek 14.2 toegevoegd, met een artikel 175. |
|
Naburige rechten (prestaties) Art. 175
|
| Er wordt een rubriek 14.3 toegevoegd, met een artikel 176. |
|
Reprografierechten (werken, databanken en prestaties) Art. 176
|
| Er wordt een rubriek 14.4 toegevoegd, met een artikel 177. |
|
Overdracht van vermogensrechten Art. 177
|
|
|
Art. 173 t.e.m. Art. 210 |
Art. 178 t.e.m. Art. 215 |
| 15: 15.1: Algemeen |
Art. 178 Het schoolbestuur is verantwoordelijk voor de veiligheid, de gezondheid en het welzijn van de personeelsleden en stagiairs in de school en werkt hiervoor een beleid uit. |
Art. 178 Het schoolbestuur is verantwoordelijk voor de veiligheid, de gezondheid en het welzijn van de personeelsleden, stagiairs en derden in de school en werkt hiervoor een beleid uit. |
| 15: 15.1: Algemeen |
Art. 179 Het schoolbestuur heeft een interne dienst voor preventie en bescherming op het werk met ten minste één preventieadviseur. |
Art. 179 Het schoolbestuur werkt samen met de Gemeenschappelijke Interne Dienst voor Preventie en Bescherming op het werk (de GIDPBW) van Haviland. |
| 15: 15.1: Algemeen |
Art. 180 Het schoolbestuur is verantwoordelijk voor het uitwerken van een dynamisch risicobeheersingssysteem in samenwerking met de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk en de leden van de hiërarchische lijn. Het personeelslid volgt de richtlijnen op die hieruit voortvloeien. |
Art. 180 Het schoolbestuur is verantwoordelijk voor het uitwerken van een dynamisch risicobeheersingssysteem in samenwerking met de Gemeenschappelijke Interne Dienst voor Preventie en Bescherming op het Werk, de dienst Welzijn en Preventie en de leden van de hiërarchische lijn. Het personeelslid volgt de richtlijnen op die hieruit voortvloeien. |
| 15: 15.1: Algemeen |
Art. 181 De directeur houdt, als lid van de hiërarchische lijn en in overleg met de gemeentelijke interne dienst voor preventie en bescherming, toezicht op de toepassing van het beleid en reglementering inzake veiligheid, gezondheid en welzijn in de school.
|
Art. 181 De directeur houdt, als lid van de hiërarchische lijn en in overleg met de Gemeenschappelijke Interne Dienst voor Preventie en Bescherming op het Werk en de dienst Welzijn en Preventie, toezicht op de toepassing van het beleid en reglementering inzake veiligheid, gezondheid en welzijn in de school.
|
| 15: 15.1: Algemeen |
Art. 182 Het personeelslid draagt naar best vermogen zorg voor zijn eigen veiligheid en gezondheid en die van anderen. Daartoe moet het op de juiste wijze gebruik maken van arbeidsmiddelen en veiligheidsvoorzieningen, verwittigt het de directeur onmiddellijk van elke situatie die een gevaar kan betekenen en verleent het bijstand aan het schoolbestuur, de directeur en de gemeentelijke interne dienst voor preventie en bescherming op het werk. |
Art. 182 Het personeelslid draagt naar best vermogen zorg voor zijn eigen veiligheid en gezondheid en die van anderen. Daartoe moet het op de juiste wijze gebruik maken van arbeidsmiddelen en veiligheidsvoorzieningen, verwittigt het de directeur onmiddellijk van elke situatie die een gevaar kan betekenen en verleent het bijstand aan het schoolbestuur, de directeur en de Gemeenschappelijke Interne Dienst voor Preventie en Bescherming op het Werk. |
| 15: 15.1: Algemeen |
Art. 184 Het schoolbestuur is aangesloten bij een externe dienst voor preventie en bescherming op het werk.
|
Art. 184 Het schoolbestuur is aangesloten bij een externe dienst voor preventie en bescherming op het werk.
|
| 15: 15.1: Algemeen |
Art. 185 Het personeelslid aanvaardt de bevoegdheid van de leden van de gemeentelijke interne en externe dienst voor preventie en bescherming op het werk en van andere personen die van het schoolbestuur een opdracht hebben gekregen in het kader van de welzijnswet, de codex met uitvoeringsbesluiten en het ARAB (algemeen reglement voor arbeidsbescherming).
|
Art. 185 Het personeelslid aanvaardt de bevoegdheid van de leden van de Gemeenschappelijke Interne Dienst voor Preventie en Bescherming op het werk en de dienst Welzijn en Preventie en van andere personen die van het schoolbestuur een opdracht hebben gekregen in het kader van de welzijnswet, de codex met uitvoeringsbesluiten en het ARAB (algemeen reglement voor arbeidsbescherming).
|
| 15: 15.1: Algemeen |
Art. 186 Het schoolbestuur duidt per vestigingsplaats een of meerdere hulpverleners aan. De namen van deze hulpverleners per vestigingsplaats en de plaats van het basismateriaal en de verbanddoos zijn opgenomen in bijlage 2 bij dit arbeidsreglement. |
Art. 186 Het schoolbestuur duidt per vestigingsplaats een of meerdere EHBO-bedrijfshulpverleners aan. De namen van deze EHBO-bedrijfshulpverleners per vestigingsplaats en de plaats van het basismateriaal en de verbanddoos worden (bij elke wijziging) meegedeeld aan alle personeelsleden. |
| 15: 15.1: Algemeen |
Art. 187 Een personeelslid of leerling dat een letsel in dienstverband oploopt, kan zich wenden tot de hulpverlener inzake eerste hulp bij ongevallen.
|
Dit artikel wordt weggelaten.
|
|
|
Art. 188 t.e.m. Art. 215 |
Art. 187 t.e.m. Art. 214 |
| 15: 15.2: Gezondheid |
Art. 188 Het personeelslid, of mits zij toestemming de behandelende arts, mag rechtstreeks een spontane raadpleging bij de preventieadviseur - arbeidsgeneesheer aanvragen naar aanleiding van gezondheidsklachten, toe te schrijven aan zijn arbeidssituatie |
Art. 188 Het personeelslid, of mits zijn toestemming de behandelende arts, mag rechtstreeks een spontane raadpleging bij de preventieadviseur - arbeidsarts aanvragen naar aanleiding van gezondheidsklachten, toe te schrijven aan zijn arbeidssituatie |
| 15: 15.2: Gezondheid |
Art. 191 De werkgever is verplicht de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer te verwittigen wanneer:
|
Art. 191 De werkgever is verplicht de preventieadviseur-arbeidsarts te verwittigen wanneer:
|
| 15: 15.5: Arbeidsongeval, ongeval op weg naar of van het werk |
Art. 201 Het personeelslid dat slachtoffer is van elk arbeidsongeval of ongeval op weg naar en van het werk, al dan niet met arbeidsongeschiktheid tot gevolg, brengt onmiddellijk de directeur op de hoogte. Het personeelslid geeft een volledige beschrijving van de omstandigheden waarin het ongeval zich heeft voorgedaan. |
Art. 201 Het personeelslid dat slachtoffer is van elk arbeidsongeval of ongeval op weg naar en van het werk, al dan niet met arbeidsongeschiktheid tot gevolg, brengt onmiddellijk de directeur op de hoogte. Het personeelslid geeft een volledige beschrijving van de omstandigheden waarin het ongeval zich heeft voorgedaan, en dit volgens de richtlijnen die worden opgesteld door de gemeentelijke dienst Aankoop & Facility.
|
| 15: 15.5: Arbeidsongeval, ongeval op weg naar of van het werk |
Art. 202 Bij een ongeval op het werk kan het personeelslid zich wenden tot de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer of tot een geneesheer naar keuze.
|
Art. 202 Bij een ongeval op het werk kan het personeelslid zich wenden tot de preventieadviseur-arbeidsarts of tot een geneesheer naar keuze. |
| 16: 16.3: Raadgeving en hulp |
Art. 209, § 1 Het schoolbestuur stelt een preventieadviseur psychosociale aspecten aan. Hij is bevoegd om de bij wet voorziene opdrachten te vervullen met betrekking tot de preventie van geweld, pesterijen en/of ongewenst seksueel gedrag op het werk. Zo werkt hij op aanvraag mee aan het opstellen van de algemene preventiemaatregelen en moet hij de met redenen omklede klachten die hij in ontvangst neemt, onderzoeken |
Art. 209, § 1 Het schoolbestuur stelt een preventieadviseur psychosociale aspecten aan. Deze is bevoegd om de bij wet voorziene opdrachten te vervullen met betrekking tot de preventie van geweld, pesterijen en/of ongewenst seksueel gedrag op het werk. Zo werkt hij op aanvraag mee aan het opstellen van de algemene preventiemaatregelen en moet hij de met redenen omklede klachten die hij in ontvangst neemt, onderzoeken |
Op vraag van het ACOD werden bijkomend de volgende artikels besproken tijdens het overleg van het ABC/HOC. Na overleg worden de volgende aanpassingen aan de gemeenteraad voorgesteld:
| 2.1 Algemeen: |
Art. 16, § 1 Personeelsvergaderingen en oudercontacten kunnen worden georganiseerd buiten de normale aanwezigheid van leerlingen.
|
Art. 16, § 1 Personeelsvergaderingen en oudercontacten kunnen worden georganiseerd buiten de normale aanwezigheid van leerlingen. Deze worden opgenomen in de jaarkalender die uiterlijk op 1 september van het schooljaar wordt bezorgd aan de personeelsleden.
|
| 2.1 Algemeen: |
Art. 16, § 3 Bijkomende personeelsvergaderingen kunnen uitzonderlijk worden gepland indien de noodzaak zich voordoet en worden bij dienstmededeling bekendgemaakt.
|
Art. 16, § 3 Bijkomende personeelsvergaderingen kunnen uitzonderlijk worden gepland indien de noodzaak zich voordoet en worden bij dienstmededeling bekendgemaakt. Deze vergaderingen worden zo veel mogelijk in onderling overleg vastgelegd. |
| 2.1 Algemeen: | Art. 17 Elk personeelslid is verplicht de personeelsvergaderingen, oudercontacten en pedagogische studiedagen bij te wonen, tenzij de directeur anders bepaalt. |
Art. 17 Elk personeelslid is verplicht de personeelsvergaderingen, oudercontacten en pedagogische studiedagen bij te wonen, tenzij de directeur anders bepaalt. Voor personeelsleden die tewerkgesteld zijn in verschillende scholen vindt een overleg plaats tussen de betrokken directies om de aanwezigheid van deze personeelsleden a rato van hun prestatievolume te bepalen. |
| 2.1 Algemeen: | Art. 18 Voor buitenschoolse activiteiten wordt de volgende afspraak met het personeel gemaakt: Deelname aan buitenschoolse activiteiten kan gedurende maximaal 5 beurten per jaar verplicht worden. De data van de voorgenoemde activiteiten worden meegedeeld bij het begin van het schooljaar. Alle personeelsleden die een deeltijdse opdracht in de school vervullen, moeten naar evenredigheid hun medewerking aan deze activiteiten verlenen. |
Art. 18 Voor naschoolse activiteiten wordt de volgende afspraak met het personeel gemaakt: Deelname aan naschoolse activiteiten kan gedurende maximaal 3 beurten per jaar verplicht worden. De data van de voorgenoemde activiteiten worden meegedeeld bij het begin van het schooljaar. Alle personeelsleden die een deeltijdse opdracht in de school vervullen, moeten naar evenredigheid hun medewerking aan deze activiteiten verlenen. Deelname aan andere naschoolse activiteiten gebeurt op vrijwillige basis. |
| 2.3.3: Bepalingen voor de administratief medewerker |
Art. 40, § 5 Om uitzonderlijke dienstredenen kan het schoolbestuur aan de administratief medewerker vragen om meer dan het vooraf bepaalde aantal prestatiedagen te werken tijdens de jaarlijkse vakantie. In dat geval kunnen die extra prestatiedagen gecompenseerd worden buiten de jaarlijkse vakantieperiodes en dit in samenspraak met de directeur. |
Art. 40, § 5 Om uitzonderlijke dienstredenen kan het schoolbestuur aan de administratief medewerker vragen om meer dan het vooraf bepaalde aantal prestatiedagen te werken tijdens de jaarlijkse vakantie. In dat geval worden die extra prestatiedagen gecompenseerd buiten de jaarlijkse vakantieperiodes en dit in samenspraak met de directeur. |
| 2.5 Kinderverzorg(st)er |
Art. 58 Personeelsleden die buiten het individuele uurrooster verplicht aanwezig moeten zijn op vergaderingen of andere activiteiten, kunnen deze tijd niet compenseren. Deze vergaderingen en activiteiten maken deel uit van de normale werking van de school. |
Dit artikel wordt geschrapt en de nummering van de artikels wordt hieraan aangepast.
|
| 12.2 Ten aanzien van het schoolbestuur, de directeur en het personeelsteam |
Art. 121 Bij afwezigheid van de directeur wordt zijn opdracht waargenomen door een personeelslid dat door het schoolbestuur als verantwoordelijke wordt aangeduid. (...)
|
Art. 121 Bij afwezigheid van de directeur wordt zijn opdracht waargenomen door een personeelslid dat zich hiervoor vrijwillig heeft opgegeven, en daarna door het schoolbestuur als verantwoordelijke wordt aangeduid. (...) |
| 14.4 Overdracht van vermogensrechten |
Art. 176 § 1 Het personeelslid dat in uitvoering van zijn aanstelling werken tot stand brengt die vallen binnen het toepassingsgebied van zijn ambt of opdracht, behoudt alle morele rechten op die werken en draagt zijn vermogensrechten over aan de inrichtende macht. § 2 De vermogensrechten worden zonder specifieke vergoeding overgedragen, in hun meest volledige wettelijke omvang, voor alle gekende exploitatievormen en voor de volledige beschermingsduur van de werken. § 3 De inrichtende macht kan deze werken vrij naar eigen inzichten exploiteren en is niet verplicht tot exploitatie over te gaan.
|
Art. 176 §1 Het personeelslid dat in uitvoering van zijn aanstelling werken tot stand brengt die vallen binnen het toepassingsgebied van zijn ambt of opdracht, behoudt alle morele rechten op die werken. § 2 Het personeelslid gebruikt in uitvoering van zijn aanstelling enkel de middelen die ter beschikking worden gesteld en/of worden aangekocht door het schoolbestuur, waarbij de wetgeving op de overheidsopdrachten steeds in acht wordt genomen. §3 De inrichtende macht kan deze werken vrij naar eigen inzichten exploiteren en is niet verplicht tot exploitatie over te gaan. §4 Indien het werk in de toekomst geëxploiteerd wordt volgens exploitatievormen die momenteel onbekend zijn, zal het winstaandeel van het personeelslid gelijk zijn aan het winstaandeel dat volgens de marktvoorwaarden die gelden op het ogenblik van exploitatie, toegekend wordt aan auteurs die hun werk volgens dezelfde exploitatievormen in het gewone commerciële circuit uitgeven. |
De volgende bijlagen maken integraal deel uit van het arbeidsreglement:
/
Artikel 1.
De wijzigingen, zoals uiteengezet in het besluit, met ingang van 1 september 2022 door te voeren in het arbeidsreglement voor de personeelsleden van de gemeentelijke basisscholen, vastgesteld in de gemeenteraadszitting van 29 augustus 2013 en laatst gewijzigd op 27 augustus 2020.
Art. 2.
Het gecoördineerde arbeidsreglement voor de personeelsleden van de gemeentelijke basisscholen, samen met de 7 bijlagen, zoals opgenomen in bijlage, goed te keuren.