De voorzitter opent de zitting op 27/11/2025 om 18:59.
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de notulen en het zittingsverslag van de vergadering van 23 oktober 2025 goed.
Artikel 78 Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (DLB):
De raad voor maatschappelijk welzijn kan bij reglement zijn bevoegdheden overdragen aan het vast bureau.
De volgende bevoegdheden kunnen niet aan het vast bureau worden toevertrouwd:
1° de bevoegdheden die aan de raad voor maatschappelijk welzijn zijn toegewezen, vermeld in afdeling 1 en 2 van dit hoofdstuk, en de bevoegdheid tot overdracht, vermeld in het eerste lid.
Artikel 18 tot en met 39, met uitzondering van artikel 29, § 1 en § 5, artikel 36, 37 en 38, eerste lid, 7°, zijn van toepassing op de raad voor maatschappelijk welzijn, met dien verstande dat in die bepalingen de volgende woorden worden gelezen als volgt:
2° "gemeenteraad" als "raad voor maatschappelijk welzijn".
De voorzitter van de gemeenteraad beslist tot bijeenroeping van de gemeenteraad en stelt de agenda van de vergadering op. De agenda bevat in ieder geval de punten die door het college van burgemeester en schepenen aan de voorzitter worden meegedeeld. De voorzitter is verplicht de gemeenteraad bijeen te roepen op verzoek van een derde van de zittinghebbende leden of van het college van burgemeester en schepenen.
De voorzitter is ook verplicht de gemeenteraad bijeen te roepen op verzoek van een vijfde van de zittinghebbende leden als zes weken na de datum van de vorige gemeenteraad de gemeenteraadsleden nog niet bijeengeroepen zijn. De periode van zes weken wordt geschorst van 11 juli tot en met 15 augustus.
Bij een verplichte bijeenroeping als vermeld in het tweede en het derde lid roept de voorzitter de gemeenteraad bijeen op de aangewezen dag en het aangewezen uur en met de voorgestelde agenda. Daarvoor bezorgen de gemeenteraadsleden en het college van burgemeester en schepenen voor elk punt op de agenda hun voorstel van beslissing met een toelichting aan de algemeen directeur, die de voorstellen bezorgt aan de voorzitter van de gemeenteraad.
De algemeen directeur woont de vergaderingen van de gemeenteraad bij en is verantwoordelijk voor het opstellen en het bewaren van de notulen en het zittingsverslag ervan.
De notulen en het zittingsverslag van de gemeenteraad worden, na goedkeuring, ondertekend door de voorzitter van de gemeenteraad en de algemeen directeur.
De bepalingen, vermeld in het eerste en tweede lid, zijn van toepassing op het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, met dien verstande dat "gemeenteraad" wordt gelezen als "raad voor maatschappelijk welzijn".
De notulen van de vergaderingen van de gemeenteraad vermelden, in chronologische volgorde, alle besproken onderwerpen, alsook het gevolg dat is gegeven aan de punten waarover de gemeenteraad geen beslissing heeft genomen. Ze maken melding van alle beslissingen en het resultaat van de stemmingen. Behalve bij geheime stemming, vermelden de notulen hoe elk lid gestemd heeft. Van die laatste verplichting kan worden afgeweken voor beslissingen die genomen zijn met unanimiteit.
De zittingsverslagen van de vergaderingen van de gemeenteraad vermelden, in chronologische volgorde, alle besproken onderwerpen, de essentie van de tussenkomsten en van de mondeling en schriftelijk gestelde vragen en antwoorden. De gemeenteraad kan beslissen om het zittingsverslag te vervangen door een audio- of audiovisuele opname van de openbare zitting van de gemeenteraad.
Als de gemeenteraad een aangelegenheid overeenkomstig artikel 28 in besloten vergadering behandelt, vermelden de notulen alleen de beslissingen en wordt er geen zittingsverslag opgesteld.
De bepalingen, vermeld in het eerste tot en met het derde lid, zijn van toepassing op het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, met dien verstande dat "gemeenteraad" wordt gelezen als "raad voor maatschappelijk welzijn".
§1. De notulen van de raad vermelden, in chronologische volgorde, alle besproken onderwerpen, alsook het gevolg dat gegeven werd aan die punten waarover de raad geen beslissing heeft genomen.
Zij maken eveneens duidelijk melding van alle beslissingen. Behalve bij geheime stemming of bij unanimiteit, vermelden de notulen voor elk raadslid of die voor of tegen het voorstel heeft gestemd of zich onthield.
Een raadslid kan vragen om, beknopt, in de notulen de rechtvaardiging van zijn of haar stemgedrag op te nemen.
§2. De zittingsverslagen van de vergaderingen van de raad vermelden, in chronologische volgorde, alle besproken onderwerpen, de essentie van de tussenkomsten en van de mondeling en schriftelijk gestelde vragen en antwoorden.
§3. De notulen en het zittingsverslag van de vergadering van de raad worden onder de verantwoordelijkheid van de algemeen directeur opgesteld overeenkomstig de bepalingen van artikels 277 en 278 DLB.
§4. Als de raad een aangelegenheid overeenkomstig artikels 5 en 6 van dit reglement in besloten vergadering behandelt, vermelden de notulen alleen de beslissingen en wordt over die aangelegenheid geen zittingsverslag opgesteld noch een audiovisuele opname gemaakt.
Het zittingsverslag van de openbare zitting van de raad bestaat enerzijds uit een audiovisuele, conform art. 278 DLB, en anderzijds uit een uitgetypt zittingsverslag.
De audiovisuele opname wordt via de gemeentelijke website ter beschikking gesteld aan raadsleden en publiek.
§ 1. Behalve in spoedeisende gevallen, worden de notulen van de vorige vergadering en het uitgetypt zittingsverslag ten minste acht dagen voor de dag van de vergadering via e-Notulen ter beschikking gesteld aan de raadsleden.
§2. Elk raadslid heeft het recht om tijdens de openbare vergadering opmerkingen te maken over de redactie van de notulen en het zittingsverslag van de vorige openbare vergadering. Als die opmerkingen door de raad worden aangenomen, worden de notulen en het zittingsverslag in die zin aangepast.
Opmerkingen over de redactie van de notulen van de vorige besloten vergadering worden tijdens de besloten vergadering gemaakt. Als die opmerkingen door de raad worden aangenomen, worden de notulen in die zin aangepast.
§3. Als er geen opmerkingen worden gemaakt, worden de notulen en het zittingsverslag als goedgekeurd beschouwd en worden ze door de voorzitter van de raad en de algemeen directeur ondertekend. In het geval de raad bij spoedeisendheid werd samengeroepen, kan de raad beslissen om opmerkingen toe te laten op de eerstvolgende vergadering.
In e-notulen wordt steeds een agendapunt ‘Goedkeuren notulen’ opgemaakt.
§4. Als de raad het gewenst acht, worden de notulen geheel of gedeeltelijk staande de vergadering opgemaakt en door algemeen directeur en de meerderheid van de aanwezige raadsleden ondertekend.
§5. Het zittingsverslag wordt samen met de notulen actief openbaar gemaakt via de bekendmaking op de webtoepassing van de gemeente.
/
/
/
Enig artikel.
De notulen en het zittingsverslag van de vergadering van 23 oktober 2025 goed te keuren.
De raad voor maatschappelijk welzijn:
Artikel 432, derde lid van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
Algemeen:
DLB, deel 3, titel 3 betreffende de intergemeentelijke samenwerking in het bijzonder.
Artikels 78, §5 en 432, derde lid DLB.
Toetreding:
Oprichtingsakte van DV Haviland van 16 april 1965, verschenen in de Bijlage tot het Belgisch Staatsblad op 16 april 1965.
Besluit van de gemeenteraad van 24 april 2003 over de toetreding tot het intergemeentelijke samenwerkingsverband DV Haviland.
Statuten:
Statuten van Haviland, voor het laatst gewijzigd door de algemene vergadering op 23 december 2023.
Vertegenwoordigers van het gemeentebestuur:
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 27 februari 2025 waarbij de heer Jelle DE WILDE als effectieve vertegenwoordiger en mevrouw Patricia SEGERS als plaatsvervangende vertegenwoordiger in de algemene vergadering van Haviland werd aangeduid.
Specifiek:
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 25 september 2025 inzake "DV Haviland - Buitengewone algemene vergadering van 10 december 2025: statutenwijziging en mandaat van de vertegenwoordiger - Goedkeuring en vaststelling".
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 23 oktober 2025 inzake "DV Haviland - Vervanging van een plaatsvervangende vertegenwoordiger in de algemene vergadering".
Besluit van het vast bureau van 27 oktober 2025 inzake "DV Haviland - Buitengewone algemene vergadering van 10 december 2025: agendapunten en mandaat van de vertegenwoordiger - Kennisname en goedkeuring".
E-mail van DV Haviland van 14 oktober 2025 (in bijlage).
/
Per e-mail van 14 oktober 2025 wordt het OCMW door DV Haviland opgeroepen om deel te nemen aan de Buitengewone algemene vergadering (BAV) van HAVILAND die plaatsvindt op woensdag 10 december 2025 om 18.00 uur in de kantoren van Haviland, Brusselsesteenweg 617 te 1731 ASSE-ZELLIK.
In zitting van 25 september 2025 keurde de raad voor maatschappelijk welzijn het voorstel tot statutenwijziging van DV Haviland, bezorgd per e-mail van 8 juli 2025, reeds goed.
Agenda BAV:
De toelichtingsnota's zijn als bijlage toegevoegd bij dit besluit.
Mandatering vertegenwoordiger
Overeenkomstig artikel 432, derde lid, van het decreet over het lokaal bestuur moet de vaststelling van het mandaat van de vertegenwoordigers in de algemene vergadering van opdrachthoudende en dienstverlenende verenigingen worden herhaald voor elke algemene vergadering.
Op de zitting van de raad voor maatschappelijk welzijn van 27 februari 2025 werd de heer Jelle DE WILDE als effectieve vertegenwoordiger aangeduid.
Op de zitting van de raad voor maatschappelijk welzijn van 23 oktober 2025 werd de heer Wim MISSOTTEN als plaatsvervangende vertegenwoordiger aangeduid.
De effectieve vertegenwoordiger werd op 23 oktober 2025 in kennis gesteld van voornoemde uitnodiging.
De plaatsvervangende vertegenwoordiger werd op 24 oktober 2025 in kennis gesteld van voornoemde uitnodiging.
Aan de raad voor maatschappelijk welzijn wordt in dit kader voorgesteld om:
Stemmingen:
Gaat over tot de eerste stemming betreffende de goedkeuring van de agendapunten van de BAV van 10 december 2025:
Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
Gaat over tot de tweede stemming betreffende de vaststelling van het mandaat van de gemeentelijke vertegenwoordiger:
Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
/
Artikel 1.
Kennis te nemen van de uitnodiging en de toelichtingsnota's van de BAV van DV Haviland van 10 december 2025 om 18.00 uur in de kantoren van Haviland, Brusselsesteenweg 617 te 1731 ASSE-ZELLIK, met onderstaande agenda:
Art. 2.
Kennis te nemen van het feit dat de vertegenwoordigers deze uitnodiging hebben ontvangen.
Art. 3.
De agendapunten, zoals uiteengezet in artikel 1, goed te keuren.
Art. 4.
Het mandaat van de vertegenwoordigers, m.b.t. de te behandelen agendapunten op de BAV van 10 december 2025, vast te stellen.
Art. 5.
Het vast bureau te gelasten met de uitvoering van dit besluit.
Art. 6.
Een afschrift van dit besluit te bezorgen aan:
De raad voor maatschappelijk welzijn:
Artikel 432, derde lid van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
Algemeen:
Deel 3, titel 3 betreffende de intergemeentelijke samenwerking DLB.
Toetreding en statuten:
Gecoördineerde tekst van de statuten van DV Creat Services, voor het laatst gewijzigd door de bijzondere algemene vergadering op 12 december 2023.
Besluit van de gemeenteraad van 27 april 2023 "DV TMVS - Opdrachtencentrale CREAT: toetreding als gemeente en politiezone - Aanstellen effectieve vertegenwoordiger in de algemene vergadering van DV TMVS - Goedkeuring".
Vertegenwoordiger van het gemeentebestuur:
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 27 februari 2025 inzake "Aanduiding vertegenwoordigers in de algemene vergadering - Aanduiding van een kandidaat-bestuurder in de raad van bestuur".
Specifiek:
/
Per aangetekende brief van 13 oktober, ingekomen op 15 oktober 2025 wordt het OCMW door DV Creat Services vzw opgeroepen om deel te nemen aan de buitengewone algemene vergadering (BAV) op 16 december 2025 om 14.30 uur in Flanders Expo, Maaltekouter 1, 9051 Gent.
De vergadering zal fysiek plaatsvinden met digitale inbelmogelijkheid via ZOOM.
Agenda BAV:
Wijziging van vermogen
Actualisering van bijlagen 1 en 2 aan de statuten ingevolge wijziging van vermogen
Evaluatieverslag met betrekking tot de werking van de dienstverlenende vereniging, het ondernemingsplan 2025-2030, de te ontwikkelen activiteiten en de te volgen strategie 2026 (overeenkomstig art. 432 en 459 Decreet over het Lokaal Bestuur)
Begroting 2026 (overeenkomstig artikel 432 Decreet over het Lokaal Bestuur)
Statutaire benoemingen
Varia
De toelichtingsnota's werden in bijlage toegevoegd.
Mandatering gemeentelijke vertegenwoordiger
Overeenkomstig artikel 432, derde lid, van het decreet over het lokaal bestuur moet de vaststelling van het mandaat van de vertegenwoordigers in de algemene vergadering van opdrachthoudende en dienstverlenende verenigingen worden herhaald voor elke algemene vergadering.
Op de raad voor maatschappelijk welzijn van 27 februari 2025 werd de heer Jelle DE WILDE aangeduid als effectieve vertegenwoordiger. Er werd geen plaatsvervangende vertegenwoordiger aangeduid.
De vertegenwoordiger werd op 15 oktober 2025 op de hoogte gebracht van deze uitnodiging.
Aan de raad voor maatschappelijk welzijn wordt in dit kader voorgesteld om:
Stemmingen:
Gaat over tot de eerste stemming betreffende de goedkeuring van de agendapunten van de BAV van 16 december 2025:
Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
Gaat over tot de tweede stemming betreffende de vaststelling van het mandaat van de vertegenwoordiger:
Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
/
Artikel 1.
Kennis te nemen van de uitnodiging en de toelichtingsnota's van de BAV van DV Creat Services van 16 december 2025 met volgende agenda:
Wijziging van vermogen
Actualisering van bijlagen 1 en 2 aan de statuten ingevolge wijziging van vermogen
Evaluatieverslag met betrekking tot de werking van de dienstverlenende vereniging, het ondernemingsplan 2025-2030, de te ontwikkelen activiteiten en de te volgen strategie 2026 (overeenkomstig art. 432 en 459 Decreet over het Lokaal Bestuur)
Begroting 2026 (overeenkomstig artikel 432 Decreet over het Lokaal Bestuur)
Statutaire benoemingen
Varia
Art. 2.
Kennis te nemen van het feit dat de vertegenwoordiger deze uitnodiging heeft ontvangen.
Art. 3.
De agendapunten, zoals uiteengezet in artikel 1, goed te keuren.
Art. 4.
Het mandaat van de vertegenwoordiger, m.b.t. de te behandelen agendapunten, vast te stellen.
Art. 5.
Een afschrift van dit besluit te bezorgen aan:
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt het reglement betreffende de vaststelling van de administratieve kosten voor de invordering van fiscale en niet-fiscale vorderingen in geval van geen of laattijdige betaling voor de periode 1 januari 2026 tem. 31 december 2031 goed.
Artikels 40, §3 en 41, 14° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
Artikel 173 van de Grondwet.
Wetboek van 13 april 2019 inzake de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen.
De wet van 4 mei 2023 inzake de invoeging van het Boek XIX 'Schulden van de consument' in het Wetboek van economisch recht.
DLB.
Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 12 mei 2015 van de raad voor maatschappelijk welzijn inzake de vaststelling van de debiteurenprocedure van het OCMW.
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 9 juni 2015 aangaande de aanpassing van de debiteurenprocedure van het OCMW zoals vastgesteld bij besluit van 9 juni 2015.
Besluit van de raad van maatschappelijk welzijn van 23 september 2021 houdende de vaststelling van een gemeentelijk reglement betreffende het vestigen van administratieve kosten in geval van geen of laattijdige betaling (dossierstuk 2).
Besluit van de gemeenteraad van 19 december 2019 houdende de vaststelling van een gemeentelijk reglement betreffende het vestigen van administratieve kosten in geval van geen of laattijdige betaling (dossierstuk 1).
Besluit van de gemeenteraad van 23 september 2021 houdende de vaststelling van een gemeentelijk reglement betreffende het vestigen van administratieve kosten in geval van geen of laattijdige betaling (dossierstuk 2).
/
Er worden vanuit het bestuur heel wat vorderingen opgemaakt. Schuldenaren geven niet steeds gevolg aan een verzoek tot betalen, noch aan latere aanmaningsbrieven. In huidig reglement worden de kosten vastgelegd die doorgerekend zullen worden aan de schuldenaar ter vergoeding van de betalingsopvolging bij wanbetalers.
In het kader van de integratie van het OCMW en de gemeente werd er een uniforme procedure uitgewerkt voor de verdere minnelijke invordering in geval van geen of laattijdige betaling. Meer bepaald wat betreft de aanmaningsprocedure en de mogelijkheid tot inschakeling van een derde instantie (incassobureau) voor de verdere minnelijke invordering van schulden.
Voor een verdere minnelijke invordering kan beroep gedaan worden op de diensten van een incassobureau. De verdere invordering via een dwangbevel en aanstelling van een gerechtsdeurwaarder vormt immers niet in alle gevallen de meest aangewezen aanpak, bijvoorbeeld indien de omvang van de openstaande vorderingen heel gering is.
Deze werkwijze kan voordeliger zijn voor de schuldenaar aangezien de kosten die gepaard gaan met het inschakelen van een incassobureau doorgaans lager liggen dan de tarieven die gehanteerd worden door een gerechtsdeurwaarder. Bij het aanstellen van een gerechtsdeurwaarder kan het bestuur bovendien geconfronteerd worden met bijkomende kosten indien de inning van de openstaande vorderingen niet gerealiseerd kan worden.
De nieuwe wet van 4 mei 2023 houdende de invoeging van boek XIX "Schulden van de consument" in het Wetboek van economisch recht, legt o.a. volgende bepalingen op die een impact hebben op de minnelijke invorderingsprocedure:
a) 20,00 euro als het verschuldigde saldo lager dan of gelijk aan 150,00 euro is;
b) 30,00 euro vermeerderd met 10 % van het verschuldigde bedrag op de schijf tussen 150,01 en 500,00 euro als het verschuldigde saldo tussen 150,01 en 500,00 euro is;
c) 65,00 euro vermeerderd met 5 % van het verschuldigde bedrag op de schijf boven 500,00 euro met een maximum van 2.000,00 euro als het verschuldigde saldo hoger dan 500,00 euro is.
Er wordt voorgesteld om de procedure als volgt verder te zetten en vast te leggen:
/
Artikel 1.
Onderstaand reglement betreffende vaststelling van administratieve kosten voor de invordering van fiscale en niet-fiscale vorderingen in geval van geen of laattijdige betaling goed te keuren:
Reglement betreffende vaststelling van administratieve kosten voor de invordering van fiscale en niet-fiscale vorderingen in geval van geen of laattijdige betaling, periode 1 januari 2026 tem. 31 december 2031
Artikel 1.
Met ingang van 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2031 worden in geval van geen of laattijdige betaling bijkomende administratieve kosten gerekend.
Art. 2.
De kosten zijn verschuldigd door de schuldenaar van de fiscale en/of niet-fiscale schuldvordering waaraan de aangerekende kosten gerelateerd zijn.
Art. 3.
Na het verstrijken van de betalingstermijn voorzien op de factuur of het aanslagbiljet, ontvangt de schuldenaar een eerste herinnering met een nieuwe betalingstermijn van 14 kalenderdagen die ingaat op de derde werkdag na verzending van de herinnering aan de schuldenaar.
Wanneer de herinnering langs elektronische weg wordt verzonden, vangt de termijn van veertien kalenderdagen aan op de kalenderdag die volgt op de dag waarop de herinnering werd verzonden aan de schuldenaar.
Na het verstrijken van de betalingstermijn vermeld in de eerste herinnering, ontvangt de schuldenaar een tweede herinnering (desgevallend via aangetekende zending) met een nieuwe betalingstermijn van 7 kalenderdagen, te rekenen vanaf de dag volgend op de herinneringsdatum.
Art. 4.
Bij het verzenden van de eerste herinnering worden er geen kosten aangerekend.
Na het verstrijken van de betalingstermijn van 14 kalenderdagen zoals opgenomen in de eerste herinnering wordt er een 2de herinnering verstuurd en is de schuldenaar een administratieve kost verschuldigd van 15,00 euro.
Art. 5.
Indien het bestuur voor de verdere afhandeling van de invorderingsprocedure beroep doet op een derde instantie (incassobureau) zal de schuldenaar onderstaande kosten verschuldigd zijn. Deze kosten zullen worden geïnd door en voor rekening van het incassobureau.
- de verwijlinteresten die niet hoger zijn dan de interest tegen de referentie-interestvoet vermeerderd met acht procentpunten bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties;
- Een forfaitaire vergoeding van:
- 20,00 euro als het verschuldigde saldo lager dan of gelijk aan 150,00 euro is.
- 30,00 euro als het verschuldigde bedrag hoger is dan 150,00 euro.
De forfaitaire vergoeding omvat de 15,00 euro die aan het bestuur verschuldigd was als administratieve kost voor het verzenden van een 2de herinnering. Indien het bestuur beroep doet op een derde instantie (incassobureau), dan treedt deze laatste in de plaats van het gemeentebestuur als begunstigde van deze administratieve kost.
Art. 6. - opheffingsbepaling
Het reglement van 28 november 2024 betreffende de vaststelling van administratieve kosten voor de invordering van fiscale en niet-fiscale vorderingen in geval van geen of laattijdige betaling wordt opgeheven bij de inwerkingtreding van huidig reglement.
Dit besluit bekend te maken overeenkomstig de bepalingen van “Afdeling 2. Bekendmaking en inwerkingtreding, Hoofdstuk 1. Akten van het lokaal bestuur, Titel 5. De werking van het lokaal bestuur" DLB.
De raad voor maatschappelijk welzijn heft het huishoudelijk reglement goedgekeurd bij besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 14 juli 2015 op en keurt het nieuwe huishoudelijk reglement goed.
Artikel 77 Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (DLB).
DLB.
Decreet van 29 november 2013 inzake de organisatie van preventieve gezinsondersteuning.
Besluit van 28 maart 2014 tot uitvoering van het decreet van 29 november 2013 houdende de organisatie van preventieve gezinsondersteuning.
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 14 juli 2015: Samenwerkingsverband "Huis van het Kind" te Grimbergen (HVK Grimbergen) - vaststelling huishoudelijk reglement in het kader van de samenwerkingsovereenkomst. (Dossierstuk_1)
Besluit van het vast bureau van 13 januari 2025: Samenwerkingsverband Huis van het Kind Grimbergen: mededeling Ferm inzake ontslag van de coördinator Huis van het Kind vanaf 1 februari 2025 - Voorstel tot heroriëntering van de projectmedewerker Welzijn - Indienen aanvraag tot wijziging van vertegenwoordiger Huis van het Kind - Kennisname en standpuntbepaling. (Dossierstuk_2)
Besluit van het vast bureau van 27 oktober 2025: Huis van het Kind: opheffen van huishoudelijk reglement goedgekeurd bij besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 14 juli 2015 - Nieuw huishoudelijk reglement - Principiële goedkeuring. (Dossierstuk_3)
Historiek
In 2015 is het Huis van het Kind (HVK) Grimbergen op initiatief van het OCMW, van start gegaan.
Gedurende de periode van 1 januari 2019 tot januari 2025 werd de coördinatie van de feitelijke vereniging HVK, in uitvoering van de beslissing van de raad van bestuur en de algemene vergadering van 10 december 2018, opgenomen door vzw Ferm, leren@vaart.
In de zitting van 13 januari 2025 besliste het vast bureau om de coördinatie van het Huis van het Kind Grimbergen a rato van 8 uur/week opnieuw in handen van het OCMW te nemen.
Het OCMW blijft met 1 stem partner in de raad van bestuur en de algemene vergadering, het OCMW stelt ook verder het huidige lokaal ter beschikking (spelotheek en permanenties).
Advies van de deskundige Verzekeringen en contractbeheer:
OCMW Grimbergen sluit volgende verzekeringen af in eigen naam, maar ten voordele van het HvhK:
Advies Opgroeien:
Ons standpunt over mijn betrokkenheid bij de stuurgroep is dat personeelsleden van het agentschap geen lid kunnen zijn van een bestuursorgaan van een organisatie (hier een samenwerkingsverband Huis van het Kind) dat door het agentschap wordt erkend/vergund/gesubsidieerd. De stuurgroep is hier het orgaan dat de rol opneemt van wat in andere organisaties de raad van beheer of het bestuursorgaan heet.
Ik kan dus geen formeel lid zijn en kan enkel deelnemen met raadgevende stem
In de zitting van 14 juli 2015 keurde de raad voor maatschappelijk welzijn het huishoudelijk reglement van het Huis van het Kind Grimbergen goed. Sinds het Huis van het Kind Grimbergen begin 2025 terug in handen van het OCMW Grimbergen werd genomen, werd ook het huishoudelijk reglement geëvalueerd. Hieruit bleek dat het bestaande huishoudelijk reglement gedateerd is en een nieuw huishoudelijk reglement opportuun is.
In samenspraak met de Raad van Bestuur (in het nieuw huishoudelijk reglement: Stuurgroep) werd een nieuw huishoudelijk reglement uitgeschreven, toegevoegd als BIJLAGE_1.
In het nieuwe huishoudelijk reglement worden de volgende punten toegelicht:
Naam en Zetel
Het samenwerkingsverband heet Huis van het Kind Grimbergen (HvhK Grimbergen) en is gevestigd op het OCMW Grimbergen, Verbeytstraat 30, Strombeek-Bever.
Doelstelling
Samenwerking tussen partners om gezinnen in Grimbergen (van zwangerschap tot 24 jaar) te ondersteunen op vlak van welzijn en gezondheid, met bijzondere aandacht voor kwetsbare gezinnen.
Structuur
Bestuurd door stuurgroep en partneroverleg
Leden
Stemming
Vergaderingen
Vertegenwoordiging
Subsidie
Gegevensbescherming
Aansprakelijkheid
Op voorstel van het vast bureau wordt aan de raad voor maatschappelijk welzijn gevraagd om het oude huishoudelijk reglement van het Huis van het Kind Grimbergen goedgekeurd bij besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 14 juli 2015 op te heffen en het nieuwe huishoudelijk reglement goed te keuren.
/
Artikel 1.
Het huishoudelijk reglement van het Huis van het Kind Grimbergen, goedgekeurd bij besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 14 juli 2015, op te heffen.
Art. 2.
Het nieuwe huishoudelijk reglement van het Huis van het Kind Grimbergen, toegevoegd als BIJLAGE_1 bij dit besluit, goed te keuren.
Art. 3.
Kennis te nemen dat het huishoudelijk reglement, goedgekeurd in artikel 2, in werking treedt vanaf de datum van de bekendmaking van dit besluit.
De raad voor maatschappelijk welzijn neemt kennis dat in het strategisch patrimoniumplan - waarvan de gemeenteraad in zitting van 27 juni 2024 heeft kennis genomen - vastgesteld wordt dat het gebouw Ter Borre een score 2 heeft nl. "Het gebouw is in slechte staat. Een visie dient gevormd te worden of grote investeringen nog gewenst zijn om het gebouw te behouden en te renoveren."
De raad voor maatschappelijk welzijn neemt kennis dat ingeval van keuze tot behoud en renovatie van het gebouw, een geraamd budget van € 6,5 miljoen (incl. btw en studiekosten) nodig is, waarbij het volledige gebouw gestript moet worden. Omdat dit gebouw 24/24 bewoond wordt, is een beslissing en visie terzake dringend nodig.
De raad voor maatschappelijk welzijn leidt uit het behoefteonderzoek af dat er voldoende GAW-aanbieders op de markt activiteiten ontplooien, zodat er geen verplichting kan vastgesteld worden om de GAW vanuit het OCMW Grimbergen te moeten behouden en renoveren.
De raad voor maatschappelijk welzijn gaat akkoord de activiteiten te beëindigen van de GAW van OCMW Grimbergen, en dit met ingang van 1 januari 2028.
Artikel 77 en 78 van het decreet lokaal bestuur 22 december 2017 (DLB).
Artikel 60, §6 van de Organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn (hierna: OCMW-wet).
DLB.
Bestuursdecreet van 7 december 2018.
Decreet van 15 februari 2019 betreffende de woonzorg, inzonderheid afdeling 3. Groep van assistentiewoningen.
Besluit van 28 juni 2019 van de Vlaamse Regering betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers, inzonderheid bijlage 10. Groepen van assistentiewoningen
Besluit van de gemeenteraad van 27 juni 2024 inzake Strategisch patrimoniumplan: stand van zaken - Kennisname: waaruit blijkt dat het gebouw Ter Borre een score 2 krijgt nl:
"Het gebouw is in slechte staat. Een visie dient gevormd te worden of grote investeringen nog gewenst zijn om het gebouw te behouden en te renoveren."
/
Het OCMW Grimbergen baat sinds 1992 GAW Ter Borre uit (voorheen serviceflats): 25 flats met een actuele dagprijs van 32,09 euro.
Een groep van assistentiewoningen is volgens het woonzorgdecreet een woonzorgvoorziening waar in een aangepaste infrastructuur en binnen een organisatorisch geheel ouderen zelfstandig en permanent verblijven, waarbij gedurende de dag en de nacht permanentie georganiseerd wordt, en waarbij zorg en ondersteuning aangeboden wordt waarop de gebruiker facultatief een beroep kan doen.
Uit het strategisch patrimoniumplan, waarvan op 27 juni 2024 kennis werd genomen door de gemeenteraad, bleek dat het gebouw Ter Borre een score 2 heeft nl "Het gebouw is in slechte staat. Een visie dient gevormd te worden of grote investeringen nog gewenst zijn om het gebouw te behouden en te renoveren."
In kader van het nieuwe meerjarenplan, dringt zich voormelde visie op en daarom werd nagegaan wat de renovatiekost zou bedragen en wat de actuele noodzaak aan GAW's is.
I. Beoordeling infrastructuur
Wat het gebouw betreft, dient technisch te worden vastgesteld dat het gebouw duidelijk is verouderd. Er zullen aanzienlijke inspanningen nodig zijn om duurzaam en toekomstbestendig te blijven functioneren.
1. Conformiteit basisvoorwaarden
Hoewel de indeling van de assistentiewoningen (leefruimte, kookruimte, slaapkamer, toilet en sanitair) voldoet aan de basisvereisten, gaat het om verouderde voorzieningen die niet langer beantwoorden aan hedendaagse kwaliteitsverwachtingen op vlak van comfort, energiezuinigheid en toegankelijkheid. De netto-oppervlaktes zijn formeel in orde, maar de functionele bruikbaarheid is beperkt door ouderdom van materialen, afwerking en technieken.
2. Toegankelijkheid en mobiliteit
De huidige infrastructuur vertoont tekortkomingen op vlak van mobiliteit:
De hellingen in de circulatiezones zijn niet conform de actuele toegankelijkheidsnormen. (Besluit 28 juni 2019 artikel 8°: niveauverschillen (zoals treden of trappen) moeten vermeden worden.)
Bestaande leuningen en handgrepen zijn aanwezig, maar beantwoorden niet aan de huidige voorschriften voor publiek toegankelijke gebouwen. (Besluit 28 juni 2019 artikel 9°: er moeten leuningen en handgrepen aanwezig zijn in alle toegankelijke ruimtes en gemeenschappelijke sanitaire voorzieningen.)
Deze elementen vormen een risico voor toekomstige herkeuring en vereisen bouwkundige aanpassingen.
3. Bouwfysische en technische staat
Ruwbouw en stabiliteit. Er zijn droogtescheurtjes en verwering in dragende muren en pleisterwerken vastgesteld, en ook sporen van waterinsijpeling in kelderzones en op het gelijkvloers.
Platte en hellende daken verkeren in onvoldoende staat en isolatievereisten; een totale dakrenovatie is noodzakelijk, er ontbreekt ook een valbeveiliging.
Verouderd buitenschrijnwerk. Enkelvoudige of verouderde beglazing aan straatzijde, warmte- en geluidsverlies. Het schrijnwerk is niet correct afgesteld, met impact op comfort, luchtdichtheid en energieverbruik.
HVAC-installaties zijn verouderd, wat leidt tot inefficiënte verwarming/koeling en verhoogde energiekosten.
Onvoldoende akoestische isolatie tussen privatieve en gemeenschappelijke delen.
Slijtage van tegelvloeren en verzanding, waardoor het onderhouds- en veiligheidsniveau daalt.
Versleten binnenschilderwerken in sommige delen
4. Asbest
Uit de asbestinventaris blijkt dat er nog (beperkt) asbest aanwezig is. Bij een renovatie zal deze moeten verwijderd worden.
5. Toekomstgerichte duurzaamheidsnormen
Hoewel er op dit moment nog geen non- conformiteiten zijn, is het duidelijk uit het EPC attest dat het gebouw niet voorbereid is op de strengere eisen rond energie, klimaatneutraliteit die verwacht worden tegen 2030 en 2050. Zonder grondige renovatie zal Ter Borre functioneel en technisch niet meer geschikt voor gebruik (en 24u/24u bewoning) zijn. Zowel muren, vensters, beglazing, vloeren, verlichting en technische installaties scoren in het EPC attest slecht.
6. Investeringsbehoefte
De raming van de dienst gebouwen voor een integrale renovatie en modernisering van het gebouw bedraagt ongeveer € 6,5 miljoen incl. btw en studiekosten.
Het gebouw zou volledig gestript moeten worden waardoor ook ingeval van keuze tot behoud en renovatie voor een aanzienlijke duur een alternatieve oplossing moeten worden gezocht voor de bewoners.
Pas na dergelijke ingreep zou de bouwfysische staat verbeterd zijn en zou het gebouw kunnen voldoen aan de toekomstige klimaat- en comfortvereisten.
Op basis van het zuinigheidsbeginsel dient een openbaar bestuur goed financieel beheer te voeren en de beschikbare middelen op een verantwoorde manier te besteden.
Deze investering van € 6,5 miljoen incl. btw en studiekosten is aanzienlijk en staat niet in verhouding tot de huidige staat, leeftijd en marktpositie van het pand en de grootteorde van de dienstverlening die daarmee door OCMW Grimbergen aan de bevolking kan worden geleverd.
Conclusie
Hoewel het gebouw Ter Borre formeel nog binnen de minimale normering valt, is het in de praktijk een verouderde infrastructuur met technische, energetische en toegankelijkheidsbeperkingen.
Om het gebouw duurzaam te blijven inzetten binnen een kwalitatief woonzorgaanbod, zijn op termijn zware investeringen onontkoombaar. Ondanks de verbouwingen aan de schelp in 2021, zijn er inmiddels heel wat tekenen van veroudering. Naast kleine mankementen (zoals waterinsijpelingen en verzanding van tegels), zijn er ook belangrijke investeringen nodig om aan de klimaatdoelstellingen te voldoen:
II. Beoordeling behoeften
Er dient onderzocht te worden vooraleer het GAW-gebouw gerenoveerd wordt, of er anno 2025 nog behoefte voor uitbating van assistentiewoningen door OCMW Grimbergen is.
Artikel 60, §6, tweede lid van de OCMW-wet stelt:
“De noodzaak tot het oprichten of het uitbreiden van een inrichting of van een dienst moet blijken uit een dossier dat een onderzoek bevat naar (i) de behoeften van de gemeente en/of de streek en (ii) naar de gelijkaardige inrichtingen of diensten die reeds in functie zijn, (iii) een beschrijving van de wijze van functioneren, (iv) een nauwkeurige raming van de kostprijs en van de uitgaven die moeten gedaan worden, (v) alsook, indien mogelijk, inlichtingen die een vergelijking met gelijkaardige instellingen en diensten mogelijk maken.”
Uit vaste rechtspraak van de Raad van State blijkt dat, aangezien artikel 60, §6 OCMW-wet voorziet in de oprichting en uitbreiding van een dienst, het OCMW eveneens het recht heeft om een dienst af te schaffen .
De afschaffing van een dienst is met andere woorden onderworpen aan dezelfde voorwaarden als de oprichting van een nieuwe dienst, doch in de omgekeerde richting.
(i) Onderzoek naar de behoeften van de gemeente en/of de streek
(ii) Onderzoek naar gelijkaardige inrichtingen of diensten die reeds in functie zijn
Gezien de eerste twee voorwaarden in casu met elkaar samenhangend zijn, worden zij samen onderzocht.
Al meerdere jaren zijn er in Vlaanderen signalen over algemene leegstand van assistentiewoningen.
De huidige Vlaamse Regering wil “onderzoeken welke win-win situatie [zij kan] creëren door het heroriënteren van leegstaande assistentiewoningen naar sociale huurwoningen”.
In haar beleidsnota kondigt de Vlaams minister bevoegd voor het woonbeleid aan te onderzoeken wat de oorzaken zijn van leegstand van assistentiewoningen. Ze wil dit doen in nauw overleg met haar collega bevoegd voor Welzijn. Waar nodig wil de minister juridische knelpunten aanpakken. Zij wil “nagaan of het opportuun is om deze woningen, die in oorsprong bedoeld zijn voor specifieke doelgroepen, in te zetten voor een breder sociaal woonpubliek, wanneer er – al dan niet tijdelijk – minder vraag naar is”.
In de vorige legislatuur boog het Vlaams Parlement zich over het fenomeen van de leegstand. De Commissie voor Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding boog zich in 2024 over een in 2023 neerlegde conceptnota voor nieuwe regelgeving over ‘het voorkomen en terugdringen van de leegstand van assistentiewoningen'.
Op 7 februari 2024 hield deze parlementaire commissie een hoorzitting over deze conceptnota.
Naar schatting wordt een kwart van de assistentiewoningen niet bewoond, lezen we in de beleidsnota van de Vlaamse minister bevoegd voor het woonbeleid.
Bronnen:
Er bestaat een ruim aanbod van andere GAW dienstverleners in Grimbergen en de omliggende regio. Bij telefonische navraag (oktober 2025) blijkt dat de meeste instanties inderdaad onmiddellijk vrije plaatsen beschikbaar hebben (behalve de OCMW aanbieders).
Uit onderstaande tabel blijkt het ruime aanbod van andere GAW dienstverleners in Grimbergen en de omliggende regio.
|
|
Aantal flats |
Dagprijs |
| Grimbergen |
|
|
| De Maalbeek |
54 |
€ 35,84 - 52,49 |
| Den Bogaet |
8 |
€ 46,26 |
|
|
|
|
| Kapelle-op-den-Bos |
|
|
| Akapella |
29 ( 20 voor alleen en 9 voor koppel) |
€ 61,50 - 76,01 |
|
|
|
|
| Meise |
|
|
| Ter Wolven* (OCMW) |
43 |
€ 37,11 - 44,27 |
| Residentie Aquamarijn |
28 |
vanaf € 1626/maand |
| Ringoot Meise |
33 |
€ 48,96 / 43,86 |
| Oase |
75 |
vanaf € 44,42 |
| Moutershof |
49 |
vanaf € 73,91 |
|
|
|
|
| Vilvoorde |
|
|
| Residentie Riverpark |
74 |
ongeveer € 58,34 |
| De Steenkaai* en Poorthuis* (OCMW) |
39 |
€ 25,86 |
| Residentie Beaulieu |
23 |
€ 50,00 |
|
|
|
|
| Wemmel |
|
|
| Villa Marie-Louise |
30-tal |
€ 1700/maand |
|
|
|
|
| Zemst |
|
|
| Linterpoorten |
26 |
€ 54 |
| De Meerpaal* (OCMW) |
47 + 4 vr pers. met beperking |
€ 33,19-41,20 |
| Zonnesteen 1 |
24 |
€ 73 - 77 - 88 - 90 |
|
|
|
|
| Laken oa: |
|
|
| De Wand |
22 |
€72 of 73 1pers.flat/77 2pers.flat |
| Saphir |
14 |
vanaf € 53,77/dag |
| De Wilde Rozen* (OCMW) |
43 |
€ 1044,95/maand |
|
|
|
|
| Jette oa: |
|
|
| Magnolia |
35 |
€ 1083/maand |
|
|
|
|
|
|
|
|
| * geven voorrang aan inwoners eigen gemeente en hebben een wachtlijst |
|
|
Er is ook een evolutie naar andere woonvormen zoals kangoeroewoningen en woonunits die mensen in hun eigen tuin willen realiseren. Dit zijn ontwikkelingen die in 1992 nog niet voorhanden waren. De behoeften en verwachtingen anno 2025 zijn dus ook anders dan in de jaren '90.
Het college van burgemeester en schepenen verleende op 2 december 2019 een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen van Jochen De Blay en Marc Crepel voor nieuwbouw met 49 assistentiewoningen - Kerkeblokstraat 5, 5A, 5C en 7, 1850 Grimbergen - OMV/200/19. De aanvragers hebben ondertussen te kennen gegeven dit dossier niet verder uit te voeren omwille van onvoldoende vraag naar assistentiewoningen.
Uit het voorgaande kan afgeleid worden dat er een voldoende aanbod is van GAW door andere aanbieders waardoor het mogelijk is voor OCMW Grimbergen om de activiteiten ervan te beëindigen. Er is geen behoefte voor uitbating van assistentiewoningen door OCMW Grimbergen.
Het is bovendien geen decretaal verplichte kerntaak van een lokaal bestuur.
Bovendien blijft het OCMW Grimbergen de focus op haar regierol behouden in het kader van het lokaal sociaal beleid.
Zo verwijst het OCMW Grimbergen (het sociaal huis) de inwoners met een hulpvraag of zorgnood gericht door naar een passende aanbieder.
Het sociaal huis heeft een team van 17,00 VTE maatschappelijk werkers in dienst en heeft ruime openingsuren, inwoners kunnen er alle dagen terecht op afspraak of zonder afspraak.
Bij inwoners die de kosten m.b.t. wonen in een assistentiewoning niet kunnen betalen, kan het OCMW tussenkomen op basis van een sociaal onderzoek*.
Momenteel zijn er 3 dossiers sociale dienst m.b.t. tussenkomst in andere GAW.
* info sociaal onderzoek
1. Er wordt een hulpvraag gesteld.
2. Welk OCMW is bevoegd?
Het OCMW van de gemeente waar de aanvrager zijn domicilie had op moment van zijn opname. (artikel 2, § 1, van de wet van 2 april 1965).
3. Wanneer verleent het OCMW dat zich bevoegd verklaarde tussenkomst?
Als uit het sociaal onderzoek blijkt dat de aanvrager niet in de mogelijkheid is om een leven te leiden dat beantwoordt aan de menselijke waardigheid, maw niet zelf kan instaan voor de kosten van de assistentiewoning. De norm menselijke waardigheid kan ook gebruikt worden voor het beoordelen van de assistentiewoning waarnaar aanvrager verhuist. (zie verder onder B).
In kader van het sociaal onderzoek wordt het volgende onderzocht:
a. op basis van REMI tool: alle inkomsten/uitgaven van aanvrager en alle personen die onder hetzelfde dak wonen worden in kader gebracht.
Mensen in een assistentiewoning worden beschouwd als ‘nog thuiswonend’. Het sociaal huis gebruikt momenteel de REMI als tool en geeft bij huurprijs de werkelijke dagprijs x gemiddeld aantal dagen p maand in.
Resultaat REMI is de steun die het BCSD uitbetaalt.
b. Daarnaast wordt onderzocht of er onderhoudsplichtigen zijn bij wie het OCMW de toegekende steun eventueel kan terugvorderen. (art 98 §2 organieke wet en KB 9/5/1984)
Artikel 213 BW: echtgenoot
Artikel 205 BW: bloedverwanten in opgaande en neerdalende lijn
A. Terugvordering van onderhoudsplichtige kinderen is in het KB 9/5/1984 enkel voorzien bij opname in een ziekenhuis, RVT of rusthuis. Niet voor assistentiewoningen. Als de assistentiewoning deel uitmaakt van een rusthuis, grijze zone.
Opgelet: minimaal inkomen onderhoudsplichtige kinderen + schaal van tussenkomsten, KI kan in rekening gebracht worden.
Andere waarborgen voor het OCMW
“Het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn kan, bij wijze van waarborg voor de terugbetaling van de kosten van maatschappelijke dienstverlening, een hypothecaire inschrijving nemen op de goederen van de begunstigde.”
B. Steunverlening aan bewoners TBR bij verhuis naar een assistentiewoning
Bij verhuis naar niet erkende assistentiewoning of serviceflat en nood aan tussenkomst OCMW: OCMW gewoonlijke verblijfplaats is bevoegd > geen toepassing art 2 §1 wet 2/4/1965., afhankelijk van datum hulpvraag Grimbergen of OCMW plaats assistentiewoning.
Bij erkende assistentiewoning: Wel toepassing van wet 2 april 1965 => sowieso Grimbergen.
Standaard sociaal onderzoek/ inkomsten/uitgaven/alle vermogensbestanddelen worden meegenomen REMI, steun.
Bij eigen onroerend goed > verhuren/ vruchtgebruik, met overgangsperiode nodig om dat te regelen.
(iii) Beschrijving van de wijze van functioneren
Het OCMW van Grimbergen organiseert heden een GAW conform de bepalingen van het woonzorgdecreet.
De doelgroep van deze dienst betreft de inwoners van de gemeente Grimbergen.
Voor het overige kan worden verwezen naar de beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn van 27 oktober 2022 inzake "GAW Ter Borre - Nieuwe interne afsprakennota en schriftelijke opnameovereenkomst met ingang van 1 januari 2023 - Goedkeuring".
(iv) Een nauwkeurige raming van de kostprijs en van de uitgaven
Cijfers Jaarrekening 2024:
Opbrengst GAW (BI 0952-00) = 256.471,14 euro.
Personeelskost* = 190.549,94 euro.
Onderhoud gebouwen inclusief nuts = 53.895,81 euro
Investering = 23.229,89 euro
Totale kost = 267.675,64 euro.
Vastgesteld moet worden dat de GAW operationeel verlies maken. Een investering in de renovatie van de gebouwen zou dus integraal gedragen moeten worden door OCMW Grimbergen en niet of slechts zeer beperkt terugverdiend kunnen worden door operationele inkomsten.
* OPM: In deze kost zitten de kosten van de ondersteunende diensten nog niet meegerekend nl.
(v) Inlichtingen die een vergelijking met gelijkaardige instellingen en diensten mogelijk maken
Voor inlichtingen die een vergelijking met gelijkaardige instellingen en diensten mogelijk maken wordt verwezen naar de uiteenzetting onder de eerste en tweede voorwaarde. Daaruit blijkt dat er op het grondgebied van de gemeente Grimbergen een groot aantal aanbieders op de markt gelijkaardige activiteiten ontplooien.
Alle aanbieders GAW op de markt op het grondgebied van de gemeente Grimbergen ontplooien dan ook activiteiten als GAW Ter Borre conform de geldende wetgeving i.k.v. hun erkenning GAW.
Raadslid Isabel GAISBAUER vraagt de verdaging van dit agendapunt.
De vraag tot verdaging wordt gesteund door raadslid Laurent VANBINST en de fractie Open Vld alsook door raadslid Dieter GOOVAERTS en de fractie Samen Groot Grimbergen.
Raadslid Eddie BOELENS vraagt een hoofdelijke stemming voor de verdaging van het agendapunt. Raadslid Dieter GOOVAERTS steunt het verzoek tot een hoofdelijke stemming.
Voorzitter Daan VERTONGEN legt de vraag tot verdaging van het punt met een hoofdelijke stemming voor:
Het voorstel tot verdaging wordt met 12 stemmen voor en 17 stemmen tegen verworpen.
Voor het debat en de argumentatie van de stemmingen, wordt verwezen naar het zittingsverslag.
Voorzitter Daan VERTONGEN schorst de zitting om 20.09 uur.
Voorzitter Daan VERTONGEN heropent de zitting om 20.32 uur.
Voor het debat en de argumentatie van de stemmingen, wordt verwezen naar het zittingsverslag.
Voorzitter Daan VERTONGEN sluit het debat.
Raadslid Isabel GAISBAUER vraagt een hoofdelijke stemming.
Voorzitter Daan VERTONGEN legt de goedkeuring van het punt met een hoofdelijke stemming voor:
Het punt wordt met 17 stemmen voor en 12 stemmen tegen goedgekeurd.
/
Artikel 1.
Kennis te nemen dat in het strategisch patrimoniumplan - waarvan de gemeenteraad in zitting van 27 juni 2024 heeft kennis genomen - vastgesteld wordt dat het gebouw Ter Borre een score 2 heeft nl.:
"Het gebouw is in slechte staat. Een visie dient gevormd te worden of grote investeringen nog gewenst zijn om het gebouw te behouden en te renoveren."
Art 2.
Kennis te nemen dat ingeval van keuze tot behoud en renovatie van het gebouw, een geraamd budget van € 6,5 miljoen (incl. btw en studiekosten) nodig is, waarbij het volledige gebouw gestript moet worden. Omdat dit gebouw 24/24 bewoond wordt, is een beslissing en visie terzake dringend nodig.
Art. 3.
Uit het behoefteonderzoek af te leiden dat er voldoende GAW-aanbieders op de markt activiteiten ontplooien, zodat er geen verplichting kan vastgesteld worden om de GAW vanuit het OCMW Grimbergen te moeten behouden en renoveren.
Art. 4.
Akkoord te gaan de activiteiten te beëindigen van de GAW van OCMW Grimbergen, en dit met ingang van 1 januari 2028.
Art. 5.
Persoonlijke begeleiding te voorzien door de woonassistent en het Sociaal huis i.k.v. de toekomstige woonoplossing voor de huidige bewoners.
Rekening houdend met het regelgevend kader en in het bijzonder met het Decreet Lokaal Bestuur wenst OCMW Grimbergen het woonzorgcentrum Ter Biest te verzelfstandigen en een participatieve samenwerking aan te gaan met één of meerdere partners met als doel de dienstverlening aan ouderen te kunnen versterken en potentieel bijkomende dienstverlening aan te bieden.
Deze partners mogen geen winstoogmerk hebben.
Door te kiezen voor de oprichting van een OCMW-vereniging zal OCMW Grimbergen zelf een actieve rol kunnen blijven spelen bij de organisatie van ouderenzorg in Grimbergen en kunnen bijdragen aan voldoende en kwalitatief aanbod. OCMW Grimbergen kiest er uitdrukkelijk voor om niet over te gaan tot privatisering of tot afstoting van het WZC.
De raad voor maatschappelijk welzijn gaat akkoord voor het zoeken van één of meer partners voor de verdere uitbating van WZC Ter Biest in de verzelfstandigde entiteit.
Artikels 77 en 78 van het decreet lokaal bestuur 22 december 2017 (DLB).
OCMW’s werken vaak samen met andere OCMW’s of organisaties. Ze gaan hiervoor samenwerkingsverbanden aan. Dat kan met andere OCMW’s, andere openbare besturen (dus ook gemeenten) of met andere rechtspersonen zonder winstoogmerk.
I. Een welzijnsvereniging is een publiekrechtelijke rechtspersoon, opgericht door de OCMW-raad, voor de uitvoering van een welomschreven opdracht die tot het taakgebied van de OCMW-sector behoort. Zowel bestaande als nog te organiseren activiteiten of dienstverlening komen in aanmerking, net als interne OCMW-taken. Ten slotte kan je een welzijnsvereniging ook oprichten voor leidinggevende, staf-, expert- en managementfuncties.
De welzijnsvereniging kan je gebruiken als samenwerkingsvorm, maar ook voor verzelfstandiging met het OCMW als enige lid.
De meeste zorgbedrijven en zorgverenigingen zijn juridisch gezien een welzijnsvereniging. Een zorgbedrijf of -vereniging kan je het best omschrijven als een welzijnsvereniging die verschillende vormen van zorg samenbrengt met de bedoeling integrale zorg aan te bieden. De cliënt heeft daarbij vaak de mogelijkheid om de volledige ketting van zorg te doorlopen.
De algemene vergadering en de raad van bestuur zijn de belangrijkste organen in een welzijnsvereniging.
In principe vertegenwoordigen de OCMW-raadsleden het OCMW. De algemene vergadering kan ook onafhankelijke bestuurders aanstellen op voordracht van de raad van bestuur. Die bestuurders moeten onafhankelijk zijn ten opzichte van de leden en het dagelijks bestuur van de vereniging. Daarnaast moeten ze deskundigheid aanleveren over het algemeen bestuur van de vereniging of over de inhoudelijke materie en de beleidsvelden waarmee de vereniging bezig is. Ook kan de raad van bestuur zich laten bijstaan door deskundigen met enkel een raadgevende stem.
De statuten van een welzijnsvereniging zijn het belangrijkste en bevatten onder andere bepalingen over de benaming, de zetel, het doel, de bevoegdheden van de algemene vergadering en de raad van bestuur.
II. Een autonome verzorgingsinstelling (AV) is een publiekrechtelijke OCMW-vereniging, opgericht door de OCMW-raad, voor de uitbating van een ziekenhuis of een gedeelte van een ziekenhuis.
Een autonome verzorgingsinstelling kan je gebruiken als samenwerkingsvorm, maar ook als verzelfstandigingsvorm met het OCMW als enige lid.
De algemene vergadering en de raad van bestuur zijn de belangrijkste organen in een AV.
In principe vertegenwoordigen de OCMW-raadsleden het OCMW. In een autonome verzorgingsinstelling kan de OCMW-raad ook deskundigen aanduiden die geen lid zijn van de OCMW-raad. Dat kan voor maximaal een derde van de door het OCMW aan te wijzen stemgerechtigde bestuurders.
De algemene vergadering kan daarnaast ook onafhankelijke bestuurders aanstellen op voordracht van de raad van bestuur. Die bestuurders moeten onafhankelijk zijn ten opzichte van de leden en het dagelijks bestuur van de vereniging. Daarnaast moeten ze deskundigheid aanleveren over het algemeen bestuur van de vereniging of over de inhoudelijke materie en de beleidsvelden waarmee de vereniging bezig is. Ook kan de raad van bestuur zich laten bijstaan door deskundigen met enkel een raadgevende stem.
De statuten van een AV zijn het belangrijkste en bevatten onder andere bepalingen over de benaming, de zetel, het doel, de bevoegdheden van de algemene vergadering en de raad van bestuur.
In autonome verzorgingsinstellingen moeten de statuten ook bepalingen bevatten met enkele specifieke rechten voor het OCMW en andere openbare rechtspersonen die deelnemen. Het gaat daar over afspraken bij tekorten, en de goedkeuring van het zorgstrategisch plan en het budget.
III. Een ziekenhuisvereniging is een vereniging (van privaat recht) zonder winstoogmerk (vzw) die opgericht wordt door een OCMW om een ziekenhuis of ziekenhuisgebonden activiteiten geheel of gedeeltelijk uit te baten.
Andere mogelijke leden van zo een ziekenhuisvereniging zijn:
andere OCMW’s, gemeenten, welzijnsverenigingen, autonome verzorgingsinstellingen, andere openbare besturen, andere rechtspersonen zonder winstoogmerk, sociale ondernemingen.
OCMW-raadsleden vertegenwoordigen de OCMW’s in de algemene vergadering en in de beheersorganen van de ziekenhuisvereniging. In afwijking daarvan mag één derde van de door het OCMW aan te stellen bestuurders aangesteld worden zonder OCMW-raadslid te zijn.
IV. Een vereniging of vennootschap voor sociale dienstverlening is een vereniging (van privaat recht) zonder winstoogmerk (vzw) of sociale onderneming opgericht sociale doeleinden te vervullen, met uitzondering van de exploitatie van een ziekenhuis of een deel ervan, en ziekenhuisgebonden activiteiten.
Voorwaarden:
De rechtsvorm is een bij decreet of besluit opgelegde voorwaarde voor gehele of gedeeltelijke erkenning, vergunning of subsidiëring.
Het bereiken van een bepaalde regionale dekking of schaalgrootte is een bij decreet of besluit opgelegde voorwaarde voor de hele of gedeeltelijke erkenning, vergunning of subsidiëring, indien geen van de lokale deelgenoten afzonderlijk aan die voorwaarde voldoet.
Door het lidmaatschap kan het OCMW een nieuwe dienst aanbieden. Een nieuwe dienst is elke dienst waarvoor geen erkenning, vergunning of subsidie is verworven en die ook niet op een gestructureerde wijze aan het publiek wordt aangeboden.
OCMW-raadsleden vertegenwoordigen het OCMW in de algemene vergadering en in raad van bestuur. In afwijking daarvan mag één derde van de door het OCMW aan te stellen bestuurders aangesteld worden zonder OCMW-raadslid te zijn.
V. Een woonzorgvereniging of -vennootschap is een vereniging (van privaat recht) zonder winstoogmerk (vzw) of sociale onderneming opgericht voor woon- en zorgcentra.
Er moet minstens één private rechtspersoon zonder winstoogmerk of een erkende sociale onderneming lid zijn. Daarnaast kunnen ook deelnemen:
andere OCMW’s, gemeenten, welzijnsverenigingen, autonome verzorgingsinstellingen, andere openbare besturen.
OCMW-raadsleden vertegenwoordigen de OCMW’s in de algemene vergadering en in raad van bestuur. In afwijking daarvan mag één derde van de door het OCMW aan te stellen bestuurders aangesteld worden zonder OCMW-raadslid te zijn.
/
OCMW Grimbergen exploiteert een woonzorgcentrum: WZC Ter Biest. Ter Biest is een warm thuis voor valide en zorgbehoevende personen vanaf 65 jaar. Daartoe beschikt WZC Ter Biest over 75 erkende woongelegenheden. Daarnaast beschikt WZC Ter Biest over drie plaatsen kortverblijf voor thuiswonende bejaarden. WZC Ter Biest telt (oktober 2025) 77 personeelsleden (in hoofde).
De laatste jaren blijkt het voor OCMW Grimbergen moeilijk om op een financieel verantwoorde wijze WZC Ter Biest nog verder alleen uit te baten. Daarom wenst OCMW Grimbergen op zoek te gaan naar één of meerdere geschikte partners die kwaliteit garanderen en die ervoor zorgen dat het huidige kwaliteitsvolle aanbod behouden blijft en waar mogelijk nog verder versterkt wordt.
De gemeente engageert zich om een versterkt flankerend beleid uit te bouwen dat rekening houdt met de verschillende maatschappelijke uitdagingen en opportuniteiten. Er zal daarbij blijvende aandacht zijn voor capaciteit, betaalbaarheid, kwaliteit en personeel.
OCMW Grimbergen vindt het belangrijk een rol te blijven spelen in het ouderenbeleid en actief mee te helpen voor een voldoende aanbod van zorg voor ouderen in Grimbergen via een realistisch en toekomstgericht beleid.
I. ALGEMEEN
De demografische evolutie zal een zodanige grote impact hebben, waardoor gewoon "hetzelfde aanbod op dezelfde manier blijven verder doen", niet duurzaam is.
"Tegen 2050 zal de groep 85-plussers meer dan verdubbeld zijn ten opzichte van 2024. Tegelijk met het toenemend aantal ouderen, daalt het aantal werkenden. Er zullen proportioneel minder actieven zijn om de pensioenuitgaven en de stijgende zorgkosten te dragen, én de zorg te leveren voor de ouderen in de samenleving. De demografische veranderingen zullen een enorme impact hebben op alle beleidsdomeinen, en, niet in het minst, op de gezondheids- en welzijnszorg. Wanneer er in de samenleving veel meer mensen op hogere leeftijd zijn, dan zal de vraag naar zorg en ondersteuning exponentieel stijgen. Veruit de meeste zorg hebben we nodig tijdens onze laatste levensjaren. De zorgvraag zal toenemen in alle segmenten en echelons van de zorg: informele zorg, eerste lijn, thuiszorg, ziekenhuiszorg, residentiële ouderenzorg, geestelijke gezondheidzorg… Trekken we ons zorgsysteem in zijn huidige vorm door, dan is het risico op een “zorginfarct” behoorlijk hoog. We hebben dus nood aan een systeemshift in de komende jaren om onze zorg te heroriënteren en “houdbaarder” te maken. Alle overheden en zorgaanbieders zullen moeten samenwerken om met de beschikbare capaciteit aan mensen en middelen toch zoveel mogelijk kwaliteitsvolle zorg te leveren in een zorgsysteem dat breed toegankelijk blijft. Ook de lokale besturen kunnen hierin een sleutelrol spelen.
"Die benadering vergt een veel breder en domeinoverschrijdend beleid dan enkel de zorg. Onderwijs, huisvesting, mobiliteit, ruimtelijke ordening, voeding… Gezondheid wordt zo een breed gedragen collectieve verantwoordelijkheid. Mensen gezond houden staat centraal."
"Om de professionele zorg te ontlasten zullen we als gemeenschap een bredere zorgrol moeten nemen. Sensibilisering en campagnes moeten helpen om een systeemshift te maken waarbij informele en buurtgerichte zorg een grotere rol spelen."
(uit Memorandum lokale verkiezingen 2024 Zorgnet Icuro)
II. SPECIFIEK
De uitdagingen in de zorgsector zijn groot en vergen een andere aanpak.
OCMW Grimbergen dient zich dan ook op zodanige wijze te organiseren zodat het anticipeert op de toenemende en wijzigende zorgvraag en is van oordeel dat een samenwerking met één of meer partners zich daarvoor opdringt.
De schaalgrootte van WZC Ter Biest is immers te klein om op een kostenefficiënte wijze kwalitatief een woonzorgcentrum uit te baten. Om op een rendabele wijze een woonzorgcentrum uit te baten is een vergroting van het huidige aanbod noodzakelijk. Hoewel OCMW Grimbergen bereid is en blijft om te investeren in ouderenzorg, moet dat in een redelijke verhouding staan tot het resultaat.
Elke euro kan maar één keer worden uitgegeven: financiële steun voor WZC Ter Biest kan niet besteed worden aan andere initiatieven in sociaal beleid in Grimbergen. Als de mogelijkheid bestaat om goede kwaliteit van zorg te kunnen bieden op een kostenefficiëntere wijze, dan moet OCMW Grimbergen die kans grijpen.
De schaalgrootte van WZC Ter Biest maakt het moeilijk om afwezigheden van personeelsleden vlot op te vangen: de beschikbare personeelspool voor een relatief klein woonzorgcentrum is nu eenmaal beperkter dan in een groter geheel. Bovendien daalt op termijn in de maatschappij het aantal werkenden, zodat een andere grotere werkorganisatie zich zal opdringen.
Ook dienen alle facilitaire taken vervuld te worden voor een beperkt aantal bewoners, wat minder efficiënt is dan in een groter geheel van woon- zorg. Het ontwikkelen van een doelgericht en aantrekkelijk personeelsbeleid dat rekening houdt met de specifieke noden van een woonzorgcentrum vormt binnen de geïntegreerde organisatie van OCMW en gemeente Grimbergen een complexe opgave. De werking is immers onderworpen aan een afwijkend wettelijk kader, kent een continue dienstverlening en wordt geconfronteerd met administratieve en juridische procedures die niet steeds coherent zijn afgestemd op deze context.
De organisatie van ouderenzorg vereist meer en meer know-how van de specifieke regelgeving, processen en innovatie in de sector. Het is niet evident om dat sterk groeiend takenpakket binnen OCMW Grimbergen (zeker nu het OCMW decretaal in gekanteld werd in het grotere geheel van de gemeente) zomaar erbij te nemen voor de uitbating van een woonzorgcentrum van een beperkte omvang.
Bovendien speelt het lokaal bestuur per definitie een dubbele rol door zelf een eigen woonzorgcentrum uit te baten. Een lokaal bestuur wordt echter geacht, vanuit de overheid, een regierol op te nemen in het lokale zorgbeleid. Dat kan mogelijk moeilijk te combineren zijn met de rol van actor wanneer het OCMW ook zelf een woonzorgcentrum uitbaat.
Het OCMW en de gemeente zullen een domeinoverschrijdend en breder beleid moeten voeren i.p.v. zelf gewoon een (kleine) actor te zijn.
Teneinde sterker te staan om toekomstige uitdagingen zoals de vergrijzing en de gewijzigde noden/verwachtingen van de volgende generatie bewoners het hoofd te bieden, wenst OCMW Grimbergen op zoek te gaan naar professionele partners en daartoe de woonzorgactiviteiten onder te brengen in een aparte rechtspersoon. OCMW Grimbergen oordeelt dat een dergelijke verzelfstandiging en samenwerking verschillende voordelen zou hebben.
Een toename van de schaalgrootte heeft een aantal financiële voordelen. In de regel kan er kostenefficiënter gewerkt worden. De facilitaire taken kunnen gebundeld worden en efficiënter uitgevoerd worden. De overeenkomsten met leveranciers kunnen vaak aan interessantere prijzen gesloten worden. Het lokaal bestuur streeft ernaar dat dezelfde kwaliteit van zorg kostenefficiënter kan worden aangeboden door de vergroting van de schaalgrootte.
Door de woonzorgactiviteiten onder te brengen in een verzelfstandigde entiteit kan er actief een performanter personeelsbeleid gevoerd worden specifiek gericht op de uitbating van woonzorgcentra.
De verzelfstandigde entiteit zal zich volledig kunnen focussen op de organisatie van ouderenzorg en daar een bredere en innovatievere expertise in kunnen opbouwen. Dit geldt ook voor de organen van de verzelfstandigde entiteit. Dat is nu binnen OCMW Grimbergen uiteraard niet het geval. OCMW Grimbergen zal zich op zijn beurt dan weer kunnen focussen op andere sociale kerntaken.
Een grotere organisatie mét specifieke focus op woonzorg en bredere expertise heeft meer slagkracht om de toekomstige uitdagingen in de ouderenzorg in te schatten en aan te pakken.
Door te kiezen voor de oprichting van een OCMW-vereniging zal OCMW Grimbergen zelf een actieve rol kunnen blijven spelen bij de organisatie van ouderenzorg in Grimbergen en kunnen bijdragen aan de na te streven garantie van voldoende en kwalitatief aanbod.
OCMW Grimbergen kiest er uitdrukkelijk voor om niet over te gaan tot privatisering of tot afstoting van het WZC.
OCMW Grimbergen wil integendeel vanuit de publieke sector een aanbod blijven verzekeren waarin kwalitatieve zorg centraal staat zonder dat winst een doelstelling op zich wordt, maar waarin de kwaliteit van zorg wel op een rendabele wijze wordt aangeboden. Door vertegenwoordiging in de organen van de OCMW-vereniging blijft OCMW Grimbergen een belangrijke stem houden in de uitbating van het betrokken woonzorgcentrum Ter Biest.
OCMW Grimbergen wenst tegelijkertijd ook te onderzoeken of het mogelijk is om eventueel bijkomende diensten aan te bieden door een samenwerking aan te gaan met één of meerdere partners.
Rekening houdend met het regelgevend kader en in het bijzonder met het Decreet Lokaal Bestuur wenst OCMW Grimbergen het woonzorgcentrum Ter Biest te verzelfstandigen en een participatieve samenwerking aan te gaan met één of meerdere partners met als doel de dienstverlening aan ouderen te kunnen versterken en potentieel bijkomende dienstverlening aan te bieden. Deze partners mogen geen winstoogmerk hebben.
De intentie van OCMW Grimbergen is dan ook om het eigen woonzorgcentrum onder te brengen in een verzelfstandigde entiteit met één of meer partners. De verzelfstandigde entiteit zal de vorm aannemen van een OCMW-vereniging. Daartoe is OCMW Grimbergen op zoek naar één of meer partners met minstens een eigen woonzorgcentrum die geïnteresseerd is/zijn om een dergelijke samenwerking aan te gaan.
Voor het debat en de argumentatie van de stemmingen, wordt verwezen naar het zittingsverslag.
| Indicatieve tijdslijn (streefdata, aanpasbaar i.f.v. realiteit) START DECEMBER 2025
|
Artikel 1.
Akkoord te gaan tot verzelfstandiging van WZC Ter Biest in de vorm van een nader te bepalen OCMW-vereniging.
Art. 2.
Akkoord te gaan tot het zoeken van één of meer partners voor de verdere uitbating van WZC Ter Biest in de verzelfstandigde entiteit.
Art. 3.
De projectfiche voor de verzelfstandiging en samenwerking WZC Ter Biest en de oproep voor geïnteresseerden, als bijlagen gevoegd, goed te keuren.
Art. 4.
Het vast bureau te mandateren om in uitvoering van de projectfiche:
De voorzitter sluit de zitting op 27/11/2025 om 21:31.
Namens RAAD VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN,
Muriel VAN SCHEL
algemeen directeur
Daan VERTONGEN
voorzitter raad voor maatschappelijk welzijn