De gemeenteraad neemt kennis van de resultaten van het openbaar onderzoek en de adviezen over het ontwerp van RUP Vaartdijk-Borcht, behandelt deze bezwaren en adviezen zoals weergegeven in de procesnota en stelt het ruimtelijk uitvoeringsplan definitief vast.
Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 (VCRO) en zijn uitvoeringsbesluiten, in het bijzonder:
artikel 2.2.18 dat bepaalt dat het college van burgemeester en schepenen belast is met de opmaak van gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen
De gemeente Grimbergen wenst de leefbaarheid in de Borcht - en meer bepaald de kanaalzone ter hoogte van de Vaartdijk - te verhogen.
De zone gelegen tussen de Vaartdijk en Jan-Jozef Van Engelghomstraat wordt momenteel gekenmerkt door loodsen, ongebruikte verharding, een onduidelijke structuur en een afwezige samenhang met de bestaande Borcht.
Door het opstellen van een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP), waarin er verschillende woontypologieën worden toegelaten, wenst de gemeente de bovenvermelde zone op een gedegen wijze in te richten en te structureren, zodat er een overgang gecreëerd wordt tussen het centrum van de Borcht, de site en de kanaalzone ter hoogte van de Vaartdijk.
Het planteam maakte een ontwerp van het RUP "Vaartdijk-Borcht" op. In de procesnota horende bij dit ontwerp werden de adviezen over het voorontwerp behandeld.
Over dit ontwerp werd een openbaar onderzoek georganiseerd van 18 juni 2022 t.e.m. 16 augustus 2022. Omwille van het versturen van de adviesvraag aan het Departement Omgeving en de provincie Vlaams-Brabant via e-mail i.p.v. via het DSI-loket, werd het openbaar onderzoek hernomen van 11 augustus 2022 t.e.m. 9 oktober 2022. Op 7 juli 2022 werd een infomoment georganiseerd.
Er werden 4 bezwaarschriften ingediend.
Provincie Vlaams-Brabant bracht advies uit. Departement Omgeving bracht geen advies uit.
De Gecoro nam kennis van de reacties en adviezen, alsook van het voorstel van studiebureau Quadrant tot behandeling van de reacties. De Gecoro bundelde alle reacties en adviezen en bracht op 2 november 2022 zelf advies uit waarbij een voorstel van aanpassing van de voorschriften geformuleerd werd.
Het ontwerp van ruimtelijk uitvoeringsplan kan nl. nog aangepast worden volgens VCRO art. 2.2.21:
"Bij de definitieve vaststelling van het plan kunnen ten opzichte van het voorlopig vastgestelde plan alleen wijzigingen worden aangebracht die gebaseerd zijn op of voortvloeien uit de tijdens het openbaar onderzoek geformuleerde bezwaren en opmerkingen, of uit de adviezen, uitgebracht door de aangewezen diensten en overheden, of uit het advies van de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening.
De definitieve vaststelling van het plan kan echter geen betrekking hebben op delen van het grondgebied die niet opgenomen zijn in het voorlopig vastgestelde plan."
Het schepencollege formuleerde een voorstel van behandeling van de bezwaren en adviezen (procesnota p12 e.v.) en liet het planteam het ruimtelijk uitvoeringsplan overeenkomstig aanpassen.
De gemeenteraad is bevoegd om het ruimtelijk uitvoeringsplan definitief vast te stellen.
De gemeenteraad sluit zich aan bij het voorstel van behandeling van de bezwaren en adviezen en de voorgestelde aanpassingen aan het ruimtelijk uitvoeringsplan.
Het ruimtelijk uitvoeringsplan bevat conform art. 2.2.5 van de VCRO:
1° een beschrijving en verantwoording van de doelstellingen van het plan;
2° een grafisch plan dat aangeeft voor welk gebied of welke gebieden het plan van toepassing is;
3° de bijbehorende stedenbouwkundige voorschriften inzake de bestemming, de inrichting of het beheer en, in voorkomend geval, de normen, vermeld in artikel 5.96 en 5.97 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
4° een weergave van de juridische toestand;
5° een weergave van de feitelijke ruimtelijke toestand en de toestand van het leefmilieu, de natuur en andere relevante feitelijke gegevens;
6° de relatie met het ruimtelijk structuurplan of ruimtelijk beleidsplan of de ruimtelijke structuurplannen of ruimtelijke beleidsplannen waarvan het een uitvoering is en, in voorkomend geval, een omschrijving van andere relevante beleidsplannen;
7° in voorkomend geval, een zo mogelijk limitatieve opgave van de voorschriften die strijdig zijn met het ruimtelijk uitvoeringsplan en die opgeheven worden;
8° de kwaliteitsbeoordeling en, in voorkomend geval, de verklaring, vermeld in artikel 4.2.11, § 7, eerste lid, 2°, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, en, in voorkomend geval, een overzicht van de conclusies van de volgende effectbeoordelingen waarbij aangegeven wordt hoe die geïntegreerd zijn in het plan:
a) het planmilieueffectrapport;
b) de passende beoordeling;
c) het ruimtelijk veiligheidsrapport;
d) andere verplicht voorgeschreven of gemaakte effectenrapporten;
in voorkomend geval de monitoringsmaatregelen in het kader van de uitgevoerde effectbeoordelingen;
9° in voorkomend geval, een register, al dan niet grafisch, van de percelen waarop een bestemmingswijziging wordt doorgevoerd die aanleiding kan geven tot een planschadevergoeding als vermeld in artikel 2.6.1 van deze codex, een planbatenheffing als vermeld in artikel 2.6.4 van deze codex, of een compensatie als vermeld in boek 6, titel 2 of titel 3, van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid;
10° in voorkomend geval, een register, al dan niet grafisch, van de percelen waarop een bestemmingswijziging wordt doorgevoerd of een overdruk wordt toegevoegd die aanleiding kan geven tot gebruikerscompensatie als vermeld in het decreet van 27 maart 2009 houdende vaststelling van een kader voor de gebruikerscompensatie bij bestemmingswijzigingen;
11° voor de gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen, in voorkomend geval, een overzicht van de geheel of gedeeltelijk gewijzigde of opgeheven erkennings-, rangschikkings- en beschermingsbesluiten inzake onroerend erfgoed, samen met de gegevens, vermeld in artikel 6.2.5 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met uitzondering van de aanduiding van de plaats van de aanplakking van het bericht over het openbaar onderzoek op het gegeorefereerde plan;
12° in voorkomend geval, het grondruilplan, vermeld in artikel 2.1.65 van het decreet van 28 maart 2014 betreffende de landinrichting;
13° in voorkomend geval, de inrichtingsnota, vermeld in artikel 4.2.1 van het decreet van 28 maart 2014 betreffende de landinrichting;
14° in voorkomend geval, een overzicht van de instrumenten waarover samen met het ruimtelijk uitvoeringsplan een beslissing genomen wordt door de bevoegde overheid om die aspecten te regelen of om de maatregelen of voorwaarden te bepalen die de bevoegde overheid op basis van het planningsproces, in het bijzonder de effectbeoordelingen, noodzakelijk acht voor de vaststelling van het ruimtelijk uitvoeringsplan en die niet geregeld worden met toepassing van punten 1° tot en met 13°;
15° in voorkomend geval het rooilijnplan, vermeld in het decreet van 8 mei 2009 houdende vaststelling en realisatie van de gewestelijke rooilijnen en het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen.
Het grafische plan dat aangeeft voor welk gebied of welke gebieden het plan van toepassing is en de bijbehorende stedenbouwkundige voorschriften hebben verordenende kracht.
Na definitieve vaststelling wordt het ruimtelijk uitvoeringsplan met een beveiligde zending bezorgd aan de hogere overheid. De Vlaamse Regering en de deputatie beschikken over een termijn van vijfenveertig dagen die ingaat op de dag na die betekening om de uitvoering van het besluit van de gemeenteraad tot definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan te schorsen.
Als het besluit van de gemeenteraad tot definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan niet tijdig is geschorst of vernietigd, wordt de gemeenteraadsbeslissing houdende definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan binnen zestig dagen na de definitieve vaststelling bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en wordt ze binnen dezelfde termijn volledig bekendgemaakt op de website, vermeld in het Belgisch Staatsblad.
Het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan treedt in werking veertien dagen na de bekendmaking van de gemeenteraadsbeslissing houdende definitieve vaststelling van het plan bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad.
Raadslid Eddie BOELENS krijgt het woord en noemt de recente ontwikkelingen positief. De fractie Groen vindt het vooral belangrijk dat de woondichtheid in deel 3 naar beneden is bijgesteld. Ook het verlagen van de bouwhoogte is een positief punt.
/
Artikel 1.
Kennis te nemen van de resultaten van het openbaar onderzoek en de uitgebrachte adviezen over het ontwerp van RUP Vaartdijk-Borcht.
Art. 2.
Aan te sluiten bij het voorstel van behandeling van de adviezen en bezwaren door het college van burgemeester en schepenen en de adviezen en bezwaren dus te behandelen zoals weergegeven in de procesnota (p12 e.v.), toegevoegd als bijlage bij dit besluit.
Art. 3.
Het ruimtelijk uitvoeringsplan 'Vaartdijk-Borcht', met aangepaste voorschriften volgens artikel 2, toegevoegd als bijlage bij dit besluit, definitief vast te stellen.