Door middel van het Lokaal Energie- en Klimaatpact wil Vlaanderen de handen in elkaar slaan met lokale besturen om samen de nodige transitie in het energie- en klimaatbeleid waar te maken. Aan de hand van concrete en herkenbare werven wil men inzetten op krachtdadig beleid:
Werf 1: Laten we een boom opzetten (vergroening);
Werf 2: Verrijk je wijk (energiebesparende renovaties en hernieuwbare energieprojecten);
Werf 3: Elke buurt deelt en is duurzaam bereikbaar (koolstofvrije (deel)mobiliteit);
Werf 4: Water, het nieuwe goud (droogteproblematiek).
De gemeenteraad gaat akkoord met de ondertekening van het Lokaal Energie- en Klimaatpact. In ruil voor de ondertekening ontvangt het lokaal bestuur voor het jaar 2021 minimaal € 123.077 subsidie.
Decreet Lokaal Bestuur 22 december 2017:
De gemeenteraad bepaalt het beleid van de gemeente en kan daarvoor algemene regels vaststellen.
Advies milieuraad 29 juni 2021 (DOSSIERSTUK 6):
De ondertekening wordt positief geadviseerd. Het is voor de gemeente zelfs belangrijk om dit klimaatpact te ondertekenen (financiële middelen). Het voorstel is indrukwekkend en geeft goesting (zichtbare, sensibiliserende acties in het straatbeeld). Het is belangrijk om dit te vertalen op gemeenteniveau en belangrijk om te beseffen dat alle deelnemende gemeenten samen deze doelstellingen moeten bereiken en niet alleen).
De voorzitter vraagt om hierover ook een artikel te publiceren in het infoblad, na goedkeuring door het college en de gemeenteraad. Als we nu niet starten met het klimaat dan komen we te laat. De schepen haalt aan dat dit voorstel parallel loopt met ons eigen klimaatplan, veel doelstellingen zitten hier al in, maar het financieel aspect is inderdaad ook belangrijk.
Vlaanderen en de lokale besturen slaan, d.m.v. het Lokaal Energie- en Klimaatpact de handen in elkaar om samen de nodige transitie in het energie- en klimaatbeleid waar te maken. Aan de hand van concrete en herkenbare werven (zie hieronder) wil men inzetten op krachtdadig beleid. Er wordt hierbij ingezet op een gelijktijdige bottom-up en top-down aanpak. Beide actoren, de Vlaamse overheid en de lokale besturen geven aan werk te maken van concrete engagementen zoals hieronder vermeld.
Lokale besturen engageren zich om:
Het Burgemeestersconvenant 2030 te ondertekenen en uit te werken;
Een gemiddelde jaarlijkse primaire energiebesparing van minstens 2,09% te realiseren in hun eigen gebouwen (inclusief technische infrastructuur, exclusief onroerend erfgoed);
Een reductie van de CO2-uitstoot van hun eigen gebouwen en technische infrastructuur met 40% in 2030 ten opzichte van 2015 te realiseren;
Tegen ten laatste 2030 de openbare verlichting te verLEDden;
Het draagvlak voor hernieuwbare energie te verhogen, geen heffing op hernieuwbare energie installaties in te voeren en bestaande, zoals de heffing op pylonen van windmolens, af te bouwen tegen ten laatste 2025;
Lokale warmte- en sloopbeleidsplannen op te maken;
Burgers, bedrijven en verenigingen te stimuleren om samen met het lokaal bestuur de concrete en zichtbare streefdoelen uit de 4 werven van het Pact te behalen.
De Vlaamse overheid engageert zich om:
Via het Netwerk Klimaat professionele ondersteuning te bieden aan de lokale besturen, zoals bepaald in het subsidiebesluit en de werkprogramma’s;
Via andere partners binnen de Vlaamse overheid (bv. VEB met het SURE2050-project voor het publiek patrimonium) lokale besturen projectmatige ondersteuning te bieden;
Samen met de lokale besturen actief mee te werken aan het elimineren van de mogelijke hindernissen die lokale besturen ondervinden in het realiseren van de ambities binnen dit Pact;
Haar eigen voorbeeldfunctie in te vullen en relevante actoren te overtuigen om het Pact te ondertekenen;
In samenspraak met het middenveld, onderzoeksinstellingen en de verschillende sectororganisaties de wederzijdse engagementen i.h.k.v. het Pact op te volgen en te stroomlijnen;
Aan lokale besturen (en/of andere actoren) de beleidsmaatregelen, voorzien door de Vlaamse, Federale en Europese begroting, actief en stelselmatig te promoten die nuttig kunnen zijn om mee de doelstellingen van het Pact te realiseren. Onder potentiële inbreng van de Vlaamse overheid in hoofdstuk 4 wordt dit waar mogelijk geconcretiseerd;
Ter bijkomende ondersteuning van de klimaatpactacties van de gemeenten die het Pact ondertekenen, is een extra jaarlijks budget van 10.000.000 euro, evenals een vast gedeelte van de vrij beschikbare middelen binnen het Vlaams klimaatfonds, te voorzien. Deze budgettaire engagementen kunnen aangepast worden in functie van het algemeen begrotingsbeleid.
Door de ondertekening van het Lokaal Energie- en Klimaatpact geeft de gemeente aan actie te ondernemen om de doelstellingen vermeldt in de onderstaande werven waar te maken:
1. Laten we een boom opzetten:
Eén boom extra per Vlaming tegen 2030 (+6,6 miljoen bomen extra vanaf 2021 t.e.m. 2030).
1/2de meter extra haag of geveltuinbeplanting per Vlaming tegen 2030 (+3.300 km extra vanaf 2021 t.e.m. 2030).
Eén extra natuurgroenperk per 1000 inwoners tegen 2030 (= 6.600 perken van 10 m² vanaf 2021 t.e.m. 2030).
2. Verrijk je wijk:
50 collectief georganiseerde energiebesparende renovaties per 1.000 wooneenheden vanaf 2021 t.e.m. 2030.
1 coöperatief/participatief hernieuwbaar energieproject per 500 inwoners tegen 2030 die samen voor een totaal geïnstalleerd vermogen zorgen van 216 MW vanaf 2021 t.e.m. 2030 (+12.000 projecten in 2030).
3. Elke buurt deelt en is duurzaam bereikbaar
Per 1.000 inwoners 1 “toegangspunt” voor een (koolstofvrij) deelsysteem tegen 2030 (=6.600 toegangspunten).
Per 100 inwoners 1 laadpunt tegen 2030 (=66.000 laadpunten).
1 m nieuw of structureel opgewaardeerd fietspad extra per inwoner vanaf 2021 t.e.m. 2030.
4. Water het nieuwe goud
1m² ontharding per inwoner vanaf 2021 t.e.m. 2030 (= 6,6 miljoen m² ontharding).
Per inwoner 1m³ extra opvang van hemelwateropvang voor hergebruik, buffering en infiltratie voor regenwater vanaf 2021 t.e.m. 2030 (=6,6 miljoen m³ extra regenwater dat wordt opgevangen voor hergebruik of infiltratie).
Opmerking: De doelstellingen van de vier werven zijn bepaald voor Vlaanderen en niet per gemeente. De (deelnemende) gemeenten ondernemen actie in de mate dat dit voor hen mogelijk is. Als lokaal bestuur kan je zelf bepalen wat de eigen prioriteiten zijn en kiezen waar je als lokaal bestuur eerst op zal gaan inzetten.
Schepen Yves VERBERCK krijgt het woord en geeft een toelichting op het Vlaams Energie- en klimaatplan. In het Vlaamse regeerakkoord 2019-2024 wordt gesteld dat lokale overheden de verantwoordelijkheid moeten nemen en een goed voorbeeld moeten geven. In juni 2021 werden alle Vlaamse gemeenten uitgenodigd voor het Vlaamse Energie- en klimaatplan 2021-2030. Hierin wordt gevraagd om de broeikasgassen per 2030 met 40% te reduceren en een jaarlijkse energiebesparing te realiseren van 2,09% op het gemeentelijke energiegebruik. Hiertoe heeft Grimbergen een eigen Energie- en klimaatplan opgesteld met haalbare doelstellingen, rekeninghoudend met regelgeving van de hogere overheid. Het plan wordt eind 2021 ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad.
Een voorwaarde om toe te treden tot het Vlaamse Energie- en klimaatplan is dat de gemeente het burgemeestersconvenant 2030 ondertekent en zich engageert aan een reductie van CO2-uitstoot per 2030 van minstens 40% ten opzichte van 2011.
Raadslid Eddie BOELENS krijgt het woord en is blij dat het punt ter stemming voorligt. De fractie Groen zal het voorstel steunen en is blij met het voortschrijdend inzicht van de meerderheid. De fractie juicht het Energie- en klimaatpact toe, omdat de doelstellingen zeer ambitieus zijn. Ze vindt dat de vier voorgestelde werven zeer ambitieus zijn en dat Vlaanderen zeer genereus is in de financiële ondersteuning. Voor Grimbergen betekent dit voor 2021 tot en met 2030 minstens € 124.000 subsidie, die ook nog met extra middelen uit het Vlaams Klimaatfonds aangevuld kunnen worden. Een addertje onder het gras is wel dat de doelstellingen voor de vier werven op Vlaams niveau worden geformuleerd, waarna het aan de gemeente is om zelf keuzes te maken op basis van hun eigen beleid en mogelijkheden. Die mogelijkheden hangen echter sterk af van de politieke wil binnen de gemeente.
In oktober moet de gemeenteraad het lokale klimaatplan goedkeuren. Raadslid BOELENS vraagt of hierin voldoende concrete acties komen te staan om een aantal doelstellingen van de vier werven te realiseren. Groen heeft het advies van de Milieuadviesraad grondig gelezen. Men vraagt om aandacht aan het plan te besteden in het gemeenteblad. Raadslid Eddie BOELENS hoort graag of het college dit structureel gaat doen. De Milieuadviesraad wijst ook op een aantal fouten in het conceptplan. Groen hoort graag of die fouten nog verbeterd worden als het klimaatactieplan ter stemming wordt voorgelegd.
Schepen Yves VERBERCK krijgt het woord en antwoordt dat de doelstellingen van beide plannen momenteel met elkaar in overeenstemming worden gebracht. Als het klimaatplan gereed is, zal de gemeente er regelmatig over gaan publiceren.
Raadslid Jelle DE WILDE krijgt het woord en merkt op dat de fractie CD&V blij is dat de gemeente beide initiatieven gaat ondertekenen. Om aanspraak te maken op de subsidies moet dit voor eind oktober gebeuren. Met betrekking tot het klimaatplan vraagt de fractie hoe de participatie met burgers en verenigingen is verlopen en of het participatief platform ervoor gebruikt is.
Schepen Yves VERBERCK repliceert dat de participatie zeer goed is verlopen. Er zijn verschillende overlegmomenten met alle mogelijke partners, waar veel informatie uit gekomen is.
Schepen Philip ROOSEN krijgt het woord en voegt eraan toe dat het klimaatplan al in vergevorderde fase was toen het instrument werd aangekocht door de gemeente. Intussen staan er twee projecten op het participatief platform, te weten de nieuwe bibliotheek het klimaatplan. Voor de bibliotheek wordt het participatietraject binnenkort opgestart. Voor het klimaatplan gaan de trajecten nu starten om burgers te informeren en te sensibiliseren om de doelstellingen te behalen.
Schepen Bart LAEREMANS krijgt het woord en stelt dat er twee bureaus betrokken zijn bij het klimaatplan. Zero Emission Solutions heeft het mitigatieplan geschreven. Een ander studiebureau heeft het klimaatadaptatieplan opgesteld. De inbreng vanuit het participatietraject is door deze bureaus in de plannen verwerkt. Daarna zijn ze door de gemeentelijke diensten nog eens aangepast tot een versie die naar de GECORO, de Milieuadviesraad en dergelijke is gestuurd. De opmerkingen die hieruit kwamen, zijn weer naar de studiebureaus gestuurd, samen met de opdracht om 40% CO2 te reduceren in plaats van 35%. Als deze opmerkingen zijn verwerkt, zal de definitieve versie aan de commissie en de gemeenteraad worden gestuurd. Het klimaatpact moet eind oktober ondertekend worden, het klimaatplan zal uiterlijke eind 2021 ter goedkeuring worden aangeboden.
Raadslid Eddie BOELENS krijgt het woord tot slot en reageert dat het gemeentebestuur aanvankelijk niet wilde meegaan met de provinciale doelstellingen, omdat men die te ambitieus vond. Daarom pleitte men voor een haalbaar klimaatactieplan. Groen is blij dat de gemeente zich nu toch committeert aan de doelstellingen. Het is duidelijk dat er zowel veel inspanningen nodig zijn om klimaatverandering af te remmen, als inspanningen die de gemeente moeten wapenen tegen de klimaatverandering. De fractie betreurt het dat de plannen in de komende fase wel worden teruggekoppeld aan de GECORO en de Milieuadviesraad, maar niet naar de deelnemers van de klimaattafels.
Financiële ondersteuning
Jaarlijks is er €10 miljoen aan recurrente middelen voorzien door de Vlaamse Overheid als vast engagement. Daarnaast is het de bedoeling om hier ook telkens middelen uit het Vlaams Klimaatfonds aan toe te voegen. Dit bedrag fluctueert jaarlijks, gezien dit gekoppeld is aan het ETS-systeem. In totaal wordt er voor 2021 een subsidie van €24.324.010 voor klimaatacties van gemeenten voorzien.
Iedere gemeente die het pact ondertekend kan rekenen op deze financiële ondersteuning. De middelen worden verdeeld via trekkingsrecht (80% o.b.v. aantal inwoners, 20% o.b.v. gemeentefonds) met 50% cofinanciering ("1 euro voor 1 euro"-principe). Voor gemeente Grimbergen komt dit in 2021 neer op minimaal €123.077 subsidie. Indien niet alle gemeenten het lokaal energie- en klimaatpact ondertekenen, zal het bedrag herverdeeld worden onder de uiteindelijke pactgemeenten en dus toenemen. Het Agentschap Binnenlands Bestuur betaalt uiterlijk op 30 april 2022 het uiteindelijke subsidiebedrag uit. De middelen kunnen dan gebruikt worden voor transacties in 2022.
Een gemeente bepaalt zelf waarvoor het budget gebruikt wordt, zolang de besteding bijdraagt aan de doelstellingen van het Pact. De subsidie dient als 'een boost' te worden gezien om acties te vermeerderen. De focus van de subsidie dient dan ook zoveel mogelijk te liggen op nieuwe uitvoeringen en acties vanaf de ondertekening van het pact (dus vanaf intekening). Investeringen die reeds uitgegeven zijn voor de ondertekening en die gekoppeld worden aan klimaatacties die na ondertekening van het Pact verder worden uitgebreid, kunnen globaal wel meetellen.
Het zijn niet louter investeringskosten die gesubsidieerd kunnen worden. Flankerende uitgaven, zoals de samenwerking met een andere partner alsook de eigen personeelskosten kunnen hiermee gefinancierd worden. De cofinanciering en de middelen uit het pact dienen bovendien niet over dezelfde werf te handelen. De gemeente kan met eigen middelen inzetten op één actie/werf en met middelen van het pact een andere actie/werf uitvoeren. Het lokaal bestuur is volledig vrij om hier beslissingen over te maken. Er is geen verplichte verhouding tussen de verschillende werven.
De financiering van het Klimaatpact is op aanvullende wijze combineerbaar met subsidies. De gemeente moet er alleen over waken dat eenzelfde actie nooit tweemaal wordt gesubsidieerd.
De financiële opvolging gebeurt op basis van de informatie in de jaarrekening (BBC-rapportering). De verschillende bestedingen (waaronder werkings-, personeel- en investeringskosten vallen) worden aan de hand van een code ('ABB-LEKP-2021') gekoppeld aan de uitvoering van het Pact. De code zal in overeenstemming zijn met het jaartal. Er bestaat de mogelijkheid dat besturen bijkomende informatie kunnen bezorgen, die dan ook nog kan worden meegenomen in de beoordeling.
Enig artikel.
Het Lokaal Energie- en Klimaatpact te ondertekenen.