Terug
Gepubliceerd op 02/02/2022

Notulen  GEMEENTERAADSCOMMISSIE FINANCIËN

ma 24/01/2022 - 19:00 bijzaal van de raadzaal
Aanwezig: Manon BAS, voorzitter gemeenteraadscommissie financiën
Jean DEWIT, Trui OLBRECHTS, Eddie BOELENS, Gerlant VAN BERLAER, Elke WOUTERS, Brigitte JANSSENS, Rudi VAN HOVE, Peter PLESSERS, Bart VAN HUMBEECK, Linda DE PREE, Yves VERBERCK, effectieve commissieleden
William DE BOECK, Isabel GAISBAUER, Tom GAUDAEN, Gilbert GOOSSENS, Kirsten HOEFS, Bart LAEREMANS, Chantal LAUWERS, Katrien LE ROY, Karima MOKHTAR, Katleen ORINX, Philip ROOSEN, Chris SELLESLAGH, Karlijne VAN BREE, Karin VERTONGEN, Jean-Paul WINDELEN, waarnemende commissieleden
Vera HERMANS, commissieleden
Liesbeth DE BRUYN, deskundigen
Jan PLETINCKX, secretaris gemeenteraadscommissie financiën
Verontschuldigd: Pierre VAN DEN WYNGAERT, effectief lid gemeenteraadscommissie financiën
Afwezig: Jelle DE WILDE, Luk RAEKELBOOM, Vincent VAN ACHTER, Patrick VERTONGEN, waarnemende commissieleden

De voorzitter opent de zitting op 24/01/2022 om 19:00.

Raadslid Karin VERTONGEN vervangt raadslid Pierre VAN DEN WYNGAERT.

    • Meerjarenplan Gemeente en OCMW 2020-2025 – derde aanpassing - bespreking

      Aanwezig: Manon BAS, voorzitter gemeenteraadscommissie financiën
      Jean DEWIT, Trui OLBRECHTS, Eddie BOELENS, Gerlant VAN BERLAER, Elke WOUTERS, Brigitte JANSSENS, Rudi VAN HOVE, Peter PLESSERS, Bart VAN HUMBEECK, Linda DE PREE, Yves VERBERCK, effectieve commissieleden
      William DE BOECK, Isabel GAISBAUER, Tom GAUDAEN, Gilbert GOOSSENS, Kirsten HOEFS, Bart LAEREMANS, Chantal LAUWERS, Katrien LE ROY, Karima MOKHTAR, Katleen ORINX, Philip ROOSEN, Chris SELLESLAGH, Karlijne VAN BREE, Karin VERTONGEN, Jean-Paul WINDELEN, waarnemende commissieleden
      Vera HERMANS, commissieleden
      Liesbeth DE BRUYN, deskundigen
      Jan PLETINCKX, secretaris gemeenteraadscommissie financiën
      Verontschuldigd: Pierre VAN DEN WYNGAERT, effectief lid gemeenteraadscommissie financiën
      Afwezig: Jelle DE WILDE, Luk RAEKELBOOM, Vincent VAN ACHTER, Patrick VERTONGEN, waarnemende commissieleden
      De volgende bepalingen zijn van toepassing inzake de bevoegdheid:

      Artikels 37 en 38 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).

      • Artikel 37 van het Huishoudelijk reglement van de gemeenteraad van 28 februari 2019, gewijzigd in zitting van 28 mei 2020, overeenkomstig artikel 38 van het DLB:
      1. personeel en organisatie;
      2. financiën;
      3. infrastructuur;
      4. omgeving;
      5. mobiliteit;
      6. een commissie die waakt over de afstemming van het gemeentelijk beleid op het beleid van de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden.De gemeenteraadscommissies hebben als taak het voorbereiden van de besprekingen in de gemeenteraadszittingen, het verlenen van advies en het formuleren van voorstellen over de wijze waarop vorm wordt gegeven aan de inspraak van de bevolking telkens als dat voor de beleidsvoering wenselijk wordt geacht;
      7. verenigde commissie.

      De gemeenteraadscommissies worden bijeengeroepen door de voorzitters van de commissies en dit op vraag van het college van burgemeester en schepenen. Behalve in spoedeisende gevallen, geschiedt de bijeenroeping via e-notulen aan alle leden van de gemeenteraadscommissie (effectieve leden en leden die als waarnemer kunnen zitting hebben), ten minste acht dagen voor de dag van de vergadering.

      De oproeping vermeldt de agenda, dag, uur en plaats van de vergadering. Deze informatie wordt eveneens bekendgemaakt aan het publiek door publicatie op de gemeentelijke website.

      De gemeenteraadscommissies kunnen geldig vergaderen, ongeacht het aantal aanwezige leden. Commissieleden kunnen zich tijdens een vergadering laten vervangen door raadsleden van dezelfde fractie.

      De gemeenteraadscommissievergaderingen zijn in principe openbaar onder dezelfde voorwaarden als voor de gemeenteraad.

      De raadsleden kunnen, zonder stemrecht, de vergaderingen van de commissies waarvan zij geen deel uitmaken, bijwonen. De leden van het college en de algemeen directeur kunnen als waarnemend lid de gemeenteraadscommissievergaderingen bijwonen.

      Vooraleer aan vergaderingen deel te nemen, tekenen de leden van elke gemeenteraadscommissie een aanwezigheidslijst, die aan de algemeen directeur wordt
      bezorgd.

      Alle leden van de gemeenteraadscommissie zijn stemgerechtigd, met uitsluiting van de waarnemende leden, de voorzitter, de deskundigen en de eventuele belanghebbenden.

      De leden van de commissies stemmen, zoals in de gemeenteraad, nooit geheim, behalve in de gevallen zoals in art. 27, §4 van dit reglement.

      Het ambt van secretaris van elke raadscommissie wordt waargenomen door één of meer personeelsleden van de gemeente, op voorstel van de algemeen directeur, aangewezen door het college van burgemeester en schepenen.

      Een afschrift van het verslag wordt via e-notulen verzonden aan ieder commissielid en aan elke fractieleider.

       

      • Besluit van de gemeenteraad van 28 maart 2019 waarbij kennis werd genomen van de samenstelling van de gemeenteraadscommissie financiën.
      • Besluit van de gemeenteraad van 24 oktober 2019 waarbij de voorzitter van de gemeenteraadscommissie financiën werd aangeduid.
      • Besluiten van de gemeenteraad van 24 oktober 2019, 28 mei 2020, 27 augustus 2020, 28 januari 2021 en 16 december 2021 betreffende de vervanging van leden van de gemeenteraadscommissie financiën.
      • Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 31 augustus 2020 inzake de benoeming van de secretarissen en de plaatsvervangende secretarissen van de gemeenteraadscommissies.
      • DLB, inzonderheid titel 4 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn.
      • Het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen.
      • Het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen.
      • Omzendbrief KB/ABB 2019/4 van 3 mei 2019 over de strategische meerjarenplannen 2020-2025 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus.
      • Omzendbrief KBBJ/ABB 2020/3 van 18 september 2020 over de aanpassing van de meerjarenplannen 2020-2025 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus.
      De beslissing kent volgende inhoudelijke verantwoording:

      Het meerjarenplan bestaat uit drie onderdelen: de strategische nota, de financiële nota en de toelichting. Daarenboven wordt tevens aanvullende documentatie bezorgd die achtergrondinformatie bevat die nuttig is om het meerjarenplan te beoordelen:

      • De strategische nota legt de focus op de prioritaire acties die bijdragen aan de realisatie van de prioritaire doelstellingen. De aanduiding van prioritaire acties en beleidsdoelstellingen dient de raadsleden toe te laten om het beleid te sturen op hoofdlijnen en om te focussen op de aspecten van het beleid die essentieel zijn;
      • De financiële nota bevat de financiële vertaling van de beleidsopties van de strategische nota en verduidelijkt hoe het financiële evenwicht in de periode van 2020 tot en met 2025 wordt gehandhaafd;
      • De toelichting bevat alle informatie over de verrichtingen in het meerjarenplan die relevant is voor de raadsleden om met kennis van zaken een beslissing te kunnen nemen. Een belangrijk onderdeel van de toelichting is het overzicht met de beschrijving van de financiële risico’s die het bestuur loopt; dit is onontbeerlijk om een correcte inschatting te kunnen maken van de werkelijke toestand van de financiën van het bestuur.

      De gemeenten en de OCMW’s hebben een geïntegreerd meerjarenplan, maar hebben hun eigen bevoegdheden voor de vaststelling ervan. Zowel de gemeenteraad als de raad voor maatschappelijk welzijn dient eerst het eigen deel van het meerjarenplan vaststellen. Daarna kan de gemeenteraad het deel van het meerjarenplan dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld, goedkeuren, waardoor het meerjarenplan definitief is vastgesteld.

      In het meerjarenplan van de gemeente en het OCMW worden afzonderlijke kredieten per rechtspersoon ingeschreven. De gemeente en het OCMW blijven immers twee afzonderlijke budgettaire entiteiten. De kredieten worden duidelijk toegewezen aan elke rechtspersoon afzonderlijk, ook al wordt het beleid van beide als één geheel voorgesteld.

      Het meerjarenplan moet financieel in evenwicht zijn. Dat is het geval als het voldoet aan de volgende voorwaarden:

      • Het geraamde beschikbaar budgettair resultaat is in geen enkel jaar negatief;
      • De geraamde autofinancieringsmarge voor 2025 is minstens gelijk aan nul.

      Omdat de gemeente en het OCMW een geïntegreerd meerjarenplan maken, wordt het financiële evenwicht voor die twee besturen als één geheel gepresenteerd en beoordeeld.

      De twee bovenvermelde evenwichtsvoorwaarden worden aangevuld met indicatoren over het geconsolideerde evenwicht en de gecorrigeerde autofinancieringsmarge, een indicator die abstractie maakt van de gekozen financieringswijze. Deze indicatoren betreffen echter geen afdwingbare normen.

      De staat van het financieel evenwicht van de gemeente en het OCMW toont ook het beschikbaar budgettair resultaat, de autofinancieringsmarge en de gecorrigeerde autofinancieringsmarge van het autonoom gemeentebedrijf, en het totaal voor elk van die indicatoren voor de hele groep. Die financiële evenwichtsindicatoren geven de raadsleden inzicht in de gezondheid van de financiën van de hele groep.

      De beschreven procedure en de samenstelling van het beleidsrapport hebben niet enkel betrekking op de initiële vaststelling van het meerjarenplan, maar tevens op alle latere wijzigingen ervan.


      BESPREKING:

      Voorzitter Bas opent de vergadering om 19u05. Er wordt afgesproken om de besprekingen te beperken tot het louter financieel-technische aspect en zuiver beleidsmatige vragen tijdens de gemeenteraadszitting te stellen. Aan de raadsleden zal voorafgaand aan de gemeenteraadszitting van 27 januari 2022 een verslag bezorgd worden. Hierin zal niet enkel een weerslag van de vergadering zijn terug te vinden, maar desgevallend ook een antwoord op de vragen die niet onmiddellijk tijdens de commissie beantwoord konden worden.

       

       

      • Meerjarenplan Gemeente en OCMW 2020-2025 – derde aanpassing

       

      Het diensthoofd financiën, de financieel directeur, de adjunct-financieel directeur en de schepen van financiën geven een uitgebreide toelichting bij de aanpassing van het meerjarenplan van gemeente en OCMW.

       

      Raadslid Boelens stelt dat voor de huisvuilverwerking twee uitgavenartikels samengeteld dienen te worden, zijnde prestaties en verwerken huisvuil (in 2022: €1.946.000) en uitbesteding recyclagepark (in 2022: €663.000). Het raadslid vraagt hoe de evolutie van de cijfers van 2020 naar 2021, waar een stijging van €300.000 waarneembaar is, verklaard kan worden. Het diensthoofd financiën stelt dat de cijfers van 2021 nog steeds budgetcijfers zijn, aangezien de rekening van 2021 nog niet opgemaakt is. Er worden nog steeds facturen met betrekking tot 2021 ontvangen, dus over dit cijfer bestaat nog geen zekerheid. Het bedrag van 2021 dient dus gerelativeerd te worden; er zal vermoedelijk een overschot beschikbaar blijven. De daling van de uitgaven naar het einde van het meerjarenplan toe heeft te maken met het gegeven dat er steeds ruimer gebruik mag worden gemaakt van de pmd-zakken, waardoor er in principe minder restafval zou overblijven.

       

      Raadslid Olbrechts informeert of de voorziene reservepot van €200.000 per jaar nieuw is. Het diensthoofd financiën geeft mee dat dit in het verleden ook al voorzien werd en daarmee destijds bijvoorbeeld de onverwachte coronatoelagen betaald werden. De financieel directeur geeft aan dat die werkwijze mogelijk is omdat er een overschot bestaat op de autofinancieringsmarge en er zodoende flexibel gewerkt kan worden bij een eventueel tekort, zonder dat hiervoor een formele aanpassing van het meerjarenplan moet worden voorgelegd. Raadslid Olbrechts informeert of het college dan wel de gemeenteraad deze werkwijze dient goed te keuren. De financieel directeur stelt dat dit budget integraal deel uitmaakt van de meerjarenplanaanpassing en daardoor dus formeel door de gemeenteraad moet worden goedgekeurd.

       

      Raadslid Olbrechts wenst te weten waarom zo’n €600.000 inzake kinderopvang nog geen concrete bestemming zou hebben. Het diensthoofd financiën verwijst naar het BOA-project (buitenschoolse activiteiten en opvang), waar aan ontvangsten- en uitgavenzijde hetzelfde bedrag voorzien werd (budgetneutraal). Een aantal reeds lopende of bestaande zaken kunnen onder de BOA-noemer worden ondergebracht, terwijl er voorlopig ook een gedeelte bestaat waarvan de bestemming nog niet bekend of concreet is (daarom ondergebracht onder ‘overige diensten en diverse leveringen’).

       

      Raadslid Olbrechts geeft aan te weten op de hoogte te zijn van het gegeven dat Lago voor het eerste werkingsjaar €850.000 aan werkingstoelage zou bekomen en nadien €715.000, maar stelt nu vast dat dit laatste bedrag toch jaarlijks stijgt. Schepen De Boeck bevestigt dit en geeft mee dat het gaat om een jaarlijkse indexering, waarbij een verschillende werkwijze gehanteerd wordt voor enerzijds werkings- en anderzijds personeelsuitgaven (BIJLAGE: ‘COMM FNN – antwoord op vraag index LAGO’).

       

      Raadslid Olbrechts polst of het voorzien didactisch materiaal uitsluitend betrekking heeft op de scholen, hetzij ook slaat op de buitenschoolse opvang. Het financieel diensthoofd verduidelijkt dat het enkel het onderwijs betreft, aangezien het opvanginitiatief zelf in het eigen materiaal voorziet.

       

      Raadslid De Prée merkt op dat de kostprijs voor de uitbesteding van het toezicht vanaf 2022 aanzienlijk toeneemt. Het financieel diensthoofd stelt dat er om kwaliteitsredenen voor geopteerd werd om het aantal toezichters te verhogen. De schepen van financiën vult aan dat het initiatief pas in april 2021 opgestart werd en in dat bewuste jaar dus nog geen betrekking had op een volledige kalenderjaar.

       

      Raadslid Boelens informeert wat er juist allemaal inbegrepen is in de vergoeding die aan Lago toegekend wordt. De schepen van financiën verduidelijkt dat het om een bedrag gaat waarmee men in staat moet zijn om het zwembad te exploiteren, en dat het dus bestemd is voor de personeelskost, het onderhoud en de opbouw van een reserve van €60.000 per jaar voor grotere onderhoudskosten.

       

      Raadslid Olbrechts verbaast zich over de aanzienlijke daling voor uitgaven inzake preventie en veiligheid bij het OCMW. Het raadslid meent dat het toch niet enkel gaat over handgel en maskers. De adjunct-financieel directeur stelt dat die zaken toch een dure aangelegenheid betreffen. De voorziene bedragen zijn overeenkomstig de uitgaven van 2019. De financieel directeur geeft mee dat er uiteraard ook heel wat preventiemateriaal werd aangekocht dat de komende jaren gewoon (her)bruikbaar blijft, zoals faceshields en tussenschotten.

       

      Raadslid Olbrechts polst of het bedrag van €20.000 voor werving en selectie, zoals voorzien bij het OCMW, bedoeld is voor extra bijkomende aanwervingen voor procedures die niet door de personeelsdienst zelf uitgevoerd worden. De adjunct-financieel directeur geeft mee dat er voor bepaalde procedures inderdaad begeleiding via Poolstok wordt voorzien. De schepen van financiën stelt dat er te weinig personeel beschikbaar is op de dienst werving en selectie en Solvus (via Poolstuk) enkele procedures op zich zal nemen, zoals dat in het verleden ook al gebeurd is.

       

      Raadslid Boelens neemt aan dat goede aanbestedingen inderdaad tot scherpere prijzen kunnen leiden, maar meent dat sommige posten toch minimalistisch begroot werden, temeer daar inflatie de prijzen de hoogte injaagt. Het raadslid stelt zich de vraag of het dan wel verantwoord is dat in 2022 bepaalde uitgaven lager gebudgetteerd worden en er geen indexering voorzien is. De adjunct-financieel directeur geeft mee dat de werken aan de veranda van Ter Borre en de installatie van een nieuwe hoogrendementsketel in Ter Biest tot een lager verbruik zouden moeten leiden. Er wordt ook opgemerkt dat ook de geprojecteerde cijfers met betrekking tot 2021 budgetcijfers zijn en vermoedelijk in werkelijkheid 10% lager zullen uitvallen. Raadslid Boelens geeft mee dat ook de koepel vervangen wordt, dus dat er inderdaad wel maatregelen genomen worden, maar blijft twijfels hebben over de mate waarin de budgetten voor nutsvoorzieningen voldoende zullen zijn, temeer daar geen andere OCMW-gebouwen in het ESCO-project werden opgenomen.

       

      Raadslid Boelens informeert of de niet-indexering van de toelage aan de politiezone verzoenbaar is met de ambitie om het kader van het korps volledig in te vullen. De financieel directeur stelt dat het inderdaad een vurige wens is om de formatie in te vullen, maar dat dit er niet te best uitziet. De laatste jaren is er sprake van een chronisch personeelstekort en ook de omliggende zones kampen met hetzelfde probleem. Het is wel zo dat indien er een kentering komt het de politieke wens is om nieuwe personeelsleden aan te werven en dat de nodige budgetten vrijgemaakt zullen worden indien dit nodig is. In elk geval is het wel zo dat de federale toelage elk jaar stijgt en dat de gemeentelijke toelage sowieso ook wel omvangrijk is; uit de rekening van 2020 bleek dat meer dan €1.000.000 van de gemeentelijke toelage niet aangewend werd.

       

      Raadslid Boelens erkent de ESCO-inspanningen die bij het cultuurcentrum uitgevoerd werden, maar vreest dat dit niet zal volstaan om de niet-indexering op te vangen. Volgens het raadslid heeft 80% van het werkingsbudget van het cultuurcentrum betrekking op personeelskosten. De financieel directeur meent dat de percentage van de personeelskost niet zo hoog ligt en eerder betrekking heeft op de helft van de werkingskosten. De laatste jaren werden enkele gedetacheerde personeelsleden overgedragen naar het cultuurcentrum (omdat de subsidiëring ervan stopgezet werd en er dus geen reden meer bestond om betrokkenen op de loonlijst van de gemeente te behouden). Er kan dan bekeken worden in welke mate deze personeelsleden, waarvan reeds enkele met pensioen zijn, effectief vervangen zullen worden en zo ja of dit niet door jongere en bijgevolg goedkopere werknemers kan gebeuren. Er werd gestreefd naar een uniforme behandeling voor de politiezone en het cultuurcentrum en beide entiteiten wordt bijgevolg om een inspanning gevraagd.

       

      Raadslid Boelens vraagt om over die verhouding duidelijkheid te krijgen in het verslag. Volgens het raadslid poogt men er vanuit het cultuurcentrum steeds voor te zorgen dat de uitgaven met betrekking tot de artiesten gedragen worden door de inkomsten van de optredens. De financieel directeur geeft mee dat dit klopt, maar dat deze benadering de voorbije jaren wel al voer voor discussie vormde omdat op die manier de gemeente diende in te staan voor een steeds stijgende kostenpost, te weten de verloning, en dat de optredens zelf door het cultuurcentrum gedragen zouden worden, maar deze niet noodzakelijk duurder hoeven te worden; men kan dit alleszins zelf in de hand houden. Raadslid Boelens polst of het dan zo is dat er personeel naar het cultuurcentrum werd overgedragen en men nu verwacht dat dit bekostigd wordt zonder dat de toelage verhoogt. De financieel directeur stelt dat dit niet het geval is aangezien de laatste overdrachten van personeel dateren van 2021 en dat elke overdracht gepaard ging met een bijkomende transfer van personeelskosten. Deze werden steeds mee verwerkt in de totale toelage die aan het cultuurcentrum wordt toegekend. Raadslid Hoefs geeft mee dat uit de cijfer van 2020 blijkt dat het cultuurcentrum meer dan dubbel zoveel besteedt aan personeelskosten (€1.700.000) dan aan de overige werkingskosten (€800.000). Het raadslid volgt de ESCO-redenering niet helemaal omdat de besparing op het cultuurcentrum meer dan een derde bedraagt van de uitgaven die voorzien zijn voor nutskosten. Het raadslid stelt dat de reden voor de besparing uiteraard een politieke keuze is en dat hierop daarom zal teruggekomen worden tijdens de gemeenteraadszitting. De financieel directeur begrijpt dat niet iedereen tevreden is met deze besparing, maar verduidelijk dat het gaat om minder dan €30.000 op een toelage van bijna €2.000.000, wat mogelijk niet als aangenaam ervaren wordt, maar vermoedelijk toch ook niet onoverkomelijk zal zijn. Raadslid Hoefs stelt dat dit wel cumulatief is en dat de niet-indexering ook voor de volgende jaren doorgetrokken wordt. (BIJLAGE: ‘RE CC Personeelskost’)

       

      Raadslid Olbrechts informeert of er bij Heemschut wél een indexering werd behouden. De financieel directeur bevestigt dat een jaarlijkse indexering van 0,9% is voorzien.

       

      Raadslid Olbrechts informeert waarom de prijssubsidie aan het AGB zakt in 2022 om dan terug te stijgen in 2023. De financieel directeur stelt dat in 2020 en 2021 uitzonderlijk een coronatoelage aan het AGB mocht worden toegekend en dat daardoor het resultaat van het AGB ietwat gedopeerd werd zodat er in 2022 overgedragen winsten verwerkt kunnen worden en de benodigde prijssubsidie vanuit de gemeente wat lager kan uitvallen. Vanaf 2023 pikt deze dan terug het normale niveau op. 

       

      Raadslid Van Berlaer meent zich te herinneren dat de kerkbesturen een groeipercentage van 1,8% mochten doorrekenen op de toelage van twee jaar voordien, maar merkt op dat de toelage aan de kerkbesturen in 2025 wel heel wat hoger ligt in vergelijking met 2020. De schepen van financiën stelt dat het bedrag van 2025 dan weer lager ligt dan wat voorzien is in 2021. In 2022 is inderdaad wel een opvallende stijging waarneembaar. In het verslag zal melding worden gemaakt van hetgeen voorzien is in de afsprakennota en zal verduidelijkt worden vanwaar de stijging in 2022 afkomstig is. (BIJLAGE: ‘RE Kerkbesturen afsprakennota’)

       

      Raadslid Van Berlaer polst naar de reden van de daling van de uitgaven met betrekking tot lokale opvanginitiatieven (asielzoekers). De adjunct-financieel directeur geeft mee dat in de loop van augustus een huurcontract ten einde loopt en daarom dus minder (huur)uitgaven voorzien worden.

       

      Raadslid Olbrechts informeert of het klopt dat enkel een indexering voorzien is bij de leefloners en geen stijging van het aantal begunstigden en dit terwijl in de aanvullende steun wél een stijging ingecalculeerd werd. Het raadslid maakt zich hier strikt genomen geen zorgen over aangezien het lokaal bestuur dit als kerntaak sowieso moet afdekken, maar meent dat een te lage budgettering toch problematisch kan zijn. De adjunct-financieel directeur bevestigt dit, maar geeft mee dat dit bedrag berekend werd op 2021 waar al een aanzienlijke stijging in zit in vergelijking met 2020. In rekening 2020 was voor het gewone leefloon (55% gesubsidieerd) €1.300.000 voorzien, daar waar dit in 2021 op €1.560.000 zal uitkomen. Dit bedrag wordt dan nog verhoogd met de welvaartsindex en de spilindex. Het is ook zo dat het systeem van de coronapremies (€50) niet langer opgenomen werd, wat in de voorgaande jaren toch een aanzienlijke uitgave betekende.

       

      Raadslid Boelens merkt op dat er voor mantelzorg, tegemoetkomingen in energielevering en begrafeniskosten aanpassing, noch indexering voorzien werd en vindt dit verwonderlijk. De adjunct-financieel directeur geeft mee dat voor begrafenissen altijd hetzelfde bedrag voorzien wordt en dat het onmogelijk is om dit correct in te schatten aangezien dit fluctueert van jaar tot jaar. Voor energielevering baseert men zich op de specifieke subsidie die hiervoor bekomen wordt. Nog volgens de adjunct-financieel directeur zou er binnen de aanvullende steun eventueel ruimte zijn om tekorten op de vernoemde posten af te dekken. Raadslid Boelens vindt dit laatste verwonderlijk aangezien de aanvullende steun in 2023 lager gebudgetteerd werd dan wat in 2020 effectief betaald werd. Het financieel diensthoofd geeft mee dat dit een vertekend beeld vormt aangezien er tot 2022 covid-subsidies (50 euro) werden verleend. De adjunct-financieel directeur stelt dat het ook steeds mogelijk is dat er in 2020 sprake was van een specifiek aanzienlijk steundossier. Raadslid Boelens vraagt zich af of de covid-subsidies al vanaf 2020 werden toegekend. Schepen Laeremans meent van wel. De adjunct-financieel directeur dacht dat dit al sinds het laatste kwartaal van 2020 verstrekt werd en geeft mee dit in het verslag te laten bevestigen. (BIJLAGE: ‘RE vragen OCMW’)

       

      Raadslid Olbrechts stelt dat de tussenkomst voor bejaarden ten laste met €70.000 zakt van 2021 naar 2022 en vraagt of er momenteel dan minder personen ten laste zijn. De adjunct-financieel directeur geeft mee dat er in het eigen woonzorgcentrum thans maar 1 bejaarde meer ten laste is en dat het er vroeger 5 waren. Raadslid Olbrechts stelt dat men ook rekening dient te houden met bejaarden in andere rusthuizen. De adjunct-financieel directeur geeft mee dat men wel steeds rekening moet houden met de eventuele onderhoudsplicht van de kinderen.

       

      Raadslid Boelens wenst een overzicht te bekomen van de jaarlijkse ontvangsten uit zowel de belasting op bouwen als op deze op de afgifte van identiteitsbewijzen, opdat kan worden nagegaan wat de impact is van de tariefverhoging eerder deze legislatuur (BIJLAGE: ‘RE Belasting bouwen en administratieve stukken’).

       

      Raadslid Boelens wenst te weten van hoeveel gsm-masten enerzijds en pylonen anderzijds uitgegaan werd om de ontvangsten van de nieuwe belasting in te schatten. (BIJLAGE: ‘RE masten en pylonen’).

       

      Raadslid Olbrechts informeert wie de gas-boetes vaststelt. De financieel directeur geeft aan dat dit gebeurt op basis van een samenwerking tussen de politie en

      Haviland, dat de vaststelling gebeurt door gemachtigde toezichters en dat er ook binnen gemeente en politiezone enkele medewerkers gemachtigd zijn. Schepen Laeremans vult aan dat er veel vaststellingen gebeuren door de dienst handhaving. Raadslid Olbrechts informeert of dit de zogenaamde gemeenschapswachten betreft. Schepen Laeremans bevestigt dit en stelt dat er momenteel een vacature voor een tweede vaststeller vacant is. Raadslid Olbrechts geeft aan begrepen te hebben dat de gemeenschapswachten uit de budgettering gehaald werden. Het diensthoofd financiën stelt dat deze vroeger onder het prioritaire beleid terug te vinden waren, maar ondertussen verschoven zij naar gelijkblijvend beleid.

       

      Raadslid Boelens vraagt of er op basis van de gebudgetteerde concessie-inkomsten geconcludeerd mag worden dat de parking aan het gemeenteplein te Strombeek er wel degelijk komt. De financieel directeur stelt dat er bij de opmaak van de meerjarenplanaanpassing inderdaad voorzien werd dat deze er komt, net als de parking te Grimbergen-centrum.

       

      Raadslid Olbrechts vraagt naar de achterliggende reden waarom het basisforfait van Ter Biest stijgt van ongeveer €60 naar ongeveer €70. Het raadslid hoopt dat dit niet ingegeven is door een daling van het aantal ROB-plaatsen ten voordele van de RVT-plaatsen. Nog volgens het raadslid kan een dergelijke stijging immers niet verklaard worden indien de opdeling tussen beide categorieën gehandhaafd blijft. De adjunct-financieel directeur geeft mee dat de samenstelling van de categorieën voor verzorgenden vanaf midden 2021 gewijzigd zijn en dat bovendien een personeelslid werd aangesteld voor reactivatie en dat dit de stijging mee verklaart. Bovendien werd vroeger een afzonderlijk bedrag voorzien in het kader van de eindeloopbaan, maar is dit ondertussen mee opgenomen in het basisbedrag. Volgens de adjunct-financieel directeur zal de ontvangst uiteindelijk nog iets hoger liggen omdat het forfait in tussentijd nog met €2,52 extra gestegen is.

       

      Raadslid Olbrechts merkt op dat de verhoging van de dagtarieven eerder een politiek thema betreft en geeft aan hier tijdens de gemeenteraadszitting te zullen op terugkomen.

       

      Raadslid Olbrechts stelt vast dat de bedragen voor de poetsdienst dalen en vraagt zich af of dit de voorbode is van de aankondiging dat een volgende OCMW-dienstverlening zal worden stopgezet. De adjunct-financieel directeur stelt dat bij de budgettering rekening werd gehouden met de realiteit; er zijn weinig aanvragen, weinig beschikbare poetsvrouwen en dus werd de prognose gemaakt op basis van deze reëel cijfers. De prestaties van 2021 zullen zeer beperkt zijn. Sommige poetsvrouwen werden in tussentijd overgeplaatst naar het gemeentebestuur. Schepen De Boeck geeft aan dat er nog maar een viertal voltijdse medewerkers in dienst zijn, dat het de bedoeling is om deze in dienst te houden, maar niet om nog verder uit te breiden. Op de vraag van raadslid Olbrechts of de dienst bijgevolg uitdovend is, antwoordt de schepen van financiën bevestigend.

       

      Raadslid Olbrechts verwijst naar de categorie buitenterreinen en polst wat er naast investeringen voor tennis nog voorzien is. Het raadslid zag dat er naast de vernieuwing van de grasmat te Grimbergen ook een nieuw synthetisch veld te Beigem voorzien is. Het diensthoofd financiën verduidelijkt dat er ook een tennisballon voorzien is en dat het synthetisch veld te Beigem reeds voorzien was, maar dat de totale uitgave verhoogd wordt. Schepen Gaudaen geeft mee dat, wat het veld van Grimbergen betreft, het louter gaat om de vernieuwing van de toplaag. Dat plein is ondertussen 12 jaar oud en waar dergelijke pleinen ondertussen een levensduur van 15 jaar hebben, was dat destijds nog niet het geval. Voor Beigem gaat het niet om de aanleg van een nieuw veld, maar wel om de vervanging van het eerste A-veld (aan de tribune). Raadslid Olbrechts verzoekt erom een lijstje te bekomen van de andere investeringen die onder de categorie buitenterreinen voorzien zijn (BIJLAGE: ‘RE overzicht investeringen buitenterreinen’).

       

      Op de vraag van raadslid Van Berlaer dat de voorziene nieuwe feestzaal toch geen verwijzing is naar Den Douwe antwoordt het diensthoofd financiën bevestigend.

       

      Raadslid Van Berlaer vindt het moeilijk om uit het meerjarenplan de specifieke investeringen in voet- en fietspaden te halen, omdat die voornamelijk vervat zitten in de wegenwerken. Het raadslid merkt op dat in de Warandestraat en de Zijpstraat al -heel wat fietswerken voorzien zijn en dat ook sprake is van het gemeentelijk deel van de fietssnelweg. Het raadslid had graag een overzicht bekomen van wat er specifiek voorzien is voor fietspaden. Het financieel diensthoofd stelt dat het een moeilijke oefening is aangezien er acties voorzien zijn voor wegenwerken en dat hier dan de voet- en fietspaden bij inbegrepen zijn. Wel kan in het verslag een overzicht bezorgd worden van de straten waar werken voorzien zijn (BIJLAGE: 'overzicht straten voet- en fietspaden). Raadslid van Berlaer merkt op dat in de meebezorgde excel-tabel extra budget werd opgenomen specifiek voor herstellingen van voet- en fietspaden. Het financieel diensthoofd bevestigt dat dit bedrag opgetrokken werd. Raadslid Van Berlaer informeert of de €1.700.000 die voorzien is voor de fietssnelweg enkel betrekking heeft op kanaalzone Borgt of dat het om meer gaat dan enkel dat? De Burgemeester verduidelijkt dat voor het project Warandestraat gebruik wordt gemaakt van wat de minister van mobiliteit aangeboden heeft; per 2 euro die geïnvesteerd wordt, kan 1 euro subsidie bekomen worden. Op basis van die subsidie zal een volledig fietspad voorzien worden in meerdere straten. Raadslid Van Berlaer vindt het investeren in fietspaden belangrijk aangezien dit iets is wat de mensen bezighoudt en dat dit bovendien in alle partijprogramma’s is opgenomen. De burgemeester geeft mee dat er ook enkele nieuwe, specifieke projecten voorzien werden, zoals de fietspaden te Beigemsesteenweg en Kruisstraat. Vroeger gebeurde dit steeds in combinatie met rioleringswerken, maar nu zijn er dus enkele specifieke dossiers inzake fietspaden bijgekomen, onder meer in het centrum, en dit zijn minder zware projecten waarbij enkel een ontwerper aangesteld dient te worden en er dus enkel sprake is van een bovenbouw.

       

      Ook raadslid Olbrechts wenst een overzicht van geplande werken aan voet- en fietspaden te bekomen. De burgemeester stelt dat ook de Humbeeksesteenweg wordt aangepakt, te weten de zogenaamde missing link waarbij kan worden aangesloten op de fietsostrade. Dit project kan nu worden opgestart; de procedure duurt vaak langer dan het project zelf. Dat geldt ook voor andere projecten waar moet worden samengezeten met nutsmaatschappijen en omgevingsvergunningen moeten worden bekomen, maar ondertussen lopen er 4 à 5 projecten. Zo wordt ook gehoopt te kunnen opstarten in de Warandestraat, waar men momenteel bezig is met de opmaak van het bestek. De opstart in de Beiaardlaan is hopelijk voor mei 2022. De zware rioleringswerken te Lagesteenweg, Beiaardaan en Bakkerstraat zijn zo goed als rond; hier had men af te rekenen met meer administratief werk dan gedacht. Men is momenteel ook bezig met Dokter Carlier, Guldendal volgt eind deze maand en in de Lakensestraat is men volop bezig met rioleringswerken. Dit alles probeert men te doen met de mensen die men vandaag in huis heeft.

       

      Raadslid Boelens vraagt in welk jaar de werken aan de ondergrondse parking te Strombeek voorzien zijn, inclusief de bovenbouw ervan (verfraaiing Gemeenteplein). Het diensthoofd financiën zal deze info bezorgen in het verslag.

       

      Raadslid Olbrechts wenst te weten wat er allemaal vervat zit onder de grote post van gelijkblijvend beleid. Het diensthoofd financiën zal deze info bezorgen in het verslag.

       

      Raadslid Olbrechts vraagt zich af waarom er voor project N211-N202 nog 4.200.000 voorzien is. Het diensthoofd financiën stelt dat het project afgerond is, maar dat er nog steeds facturen voor ontvangen worden; aangezien er geen wijziging meer mogelijk was in 2021 zijn die kredieten in 2022 voorzien. Raadslid Olbrechts informeert of het dan gaat om meerwerken en of dit te maken heeft met problemen met de ondergrond. De burgemeester verduidelijkt dat het project verdeeld werd over 2021 en 2022, maar heel snel uitgevoerd werd; met het gedeelte dat voor 2022 voorzien was, werd reeds in 2021 begonnen. Er waren in 2021 onvoldoende kredieten voorzien, waardoor verschuivingen van kredieten van andere projecten moesten worden doorgevoerd. Het is nu zo dat de facturatie wat achterloopt door het vereiste nazicht en door te voeren indexeringen. Momenteel dient het bufferbekken nog afgehandeld te worden; mogelijk blijft er op het einde nog een saldo beschikbaar. Raadslid Olbrechts wenst te weten hoeveel er gebudgetteerd werd en hoeveel de werkelijke kost uiteindelijk is. De burgemeester geeft aan dit aan de bevoegde dienst te vragen, maar geeft mee dat dit niet zo eenvoudig te zeggen is aangezien gestart werd met prijzen van 2015, dat zich hierbij indexeringen en aanpassingen hebben voorgedaan, dat de visie tussentijds aangepast werd, dat er gebufferd werd en er nood was aan andere rioleringsbuizen dan aanvankelijk voorzien. Bovendien werd rekening gehouden met de handelaars en werd in fases gewerkt wat gezorgd heeft voor een extra kost. De burgemeester geeft aan dat het overzicht aan het verslag kan worden toegevoegd (BIJLAGEN: ‘RE N211-N202’ en ‘RE overzicht meerkosten N211’).

       

      Raadslid Olbrechts vraagt toelichting bij de investeringstoelagen aan Heemschut. De financieel directeur verduidelijkt dat de bedragen voorzien zijn op basis van een meerjarenplanning die Heemschut zelf opmaakt en dat deze op die manier werd overgenomen. Het zou hierbij dan onder meer gaan om de vervanging van een bestelwagen.

       

      Raadslid Boelens vraagt om verduidelijking bij het bedrag van €400.000 dat voorzien is voor het ter beschikking stellen van de grond van het recyclagepark (Humbeeksesteenweg). Het raadslid vraagt zich af of dit een soort erfpacht, dan wel een eigendomsoverdracht betreft. De schepen van financiën stelt dat het om een eigendomsoverdracht gaat maar dat er nog verrekeningen moeten gebeuren. Het diensthoofd financiën verduidelijkt dat het een raming betreft en dat de marktwaarde mogelijk €700.000 bedraagt. Er werd bijgevolg zeer voorzichtig ingeschat, wat ertoe zou kunnen leiden dat Incovo nog een deel dient te betalen.

       

      Raadslid Boelens wenst een globaal overzicht te bekomen van de plussen en de minnen die het gevolg zijn van de overdracht van het recyclagepark naar Incovo. Het raadslid wenst het globaal overzicht te komen, waarbij onder meer rekening wordt gehouden met het verschuldigde bedrag per inwoner, het derven van inkomsten uit de verkoop van oud ijzer en papier en eventueel andere aspecten. Het diensthoofd financiën geeft mee dat het bestuur enerzijds een aandelenaankoop ter waarde van €190.000 dient te verrichten en anderzijds een uitgiftepremie van €400.000 moet voldoen. Dit laatste zou gecompenseerd worden door de grondoverdracht (waarvan exacte waarde dus nog moet bepaald worden), waardoor in het slechtste geval per saldo €190.000 verschuldigd is. Aanvullend dient jaarlijks €663.000 te worden betaald aan Incovo; een bedrag dat gebaseerd is op het inwonersaantal. Verder werd €500.000 geschrapt aan uitgaven die vroeger voorzien waren, bij het eigen beheer, de personeelskost verdwijnt en er werden andere uitgaven geschrapt zoals kosten voor bancontact,  elektriciteit, water, kopieertoestel, telefoon,…. Aan ontvangstenzijde werd het jaarlijkse bedrag van €150.000 uiteraard ook geschrapt.

       

      Schepen De Boeck geeft mee dat de prijsberekening momenteel nog niet eenvoudig is aangezien er nog uitgezuiverd moet worden; duidelijkheid zal er pas later zijn. De schepen benadrukt wel dat er een aanzienlijke impact bestaat op het personeelsbestand aangezien op beide recyclageparken 10,5 voltijdsen tewerkgesteld werden.

       

      Raadslid Boelens wenst ook voor de overdracht van het zwembad de exacte kostprijs te bekomen.  Volgens het raadslid is er sprake van heel wat afzonderlijke rubrieken, maar wordt bij voorkeur het volledige plaatje geschetst: wat moet er betaald worden, wat zijn de afspraken bij schade, waarin dient de gemeente tussen te komen,… Het financieel diensthoofd geeft mee dat sowieso een btw-herziening van 5/15e van de destijds gerecupereerde btw moet worden terugbetaald; dit gaat over €737.000. Het AGB rekent deze uitgave door aan het gemeentebestuur. (De verrekening van het zakelijk recht is voor zowel gemeente als AGB budgetneutraal). Dan is er uiteraard ook nog de jaarlijkse vergoeding die aan Lago moet worden toegekend.

       

       

      Raadslid Olbrechts wenst toelichting te bekomen bij de geldstromen die voorzien zijn bij de ondergrondse parking te Grimbergen-centrum. Het diensthoofd financiën stelt dat er een investeringsuitgave vanuit de gemeente wordt verricht van zo’n €1.900.000 voor de aankoop van 75 parkeerplaatsen. Daartegenover staat een ontvangst van €1.000.000, bestaande uit een jaarlijkse opstalvergoeding van €20.000 gedurende 50 jaar. Deze vergoeding maakt mee deel uit van een jaarlijks forfaitair bedrag van €100.000 die de uitbater dient te betalen (bedrag bestaat uit concessievergoeding, opstalvergoeding en vergoeding voor gebruik van parkings na 17u). Dit laatste bedrag wordt verhoogd met een variabele vergoeding die jaarlijks voorzichtigheidshalve op €10.000 werd geraamd. De schepen van financiën geeft mee dat de fiscale optimalisatie nog volop bezig is en dat de juiste bedragen nog niet gekend zijn, er dient immers nog een BAFO te worden ingediend. Raadslid Olbrechts verzoekt de schepen van financiën om een overzicht van de geldstromen toe te voegen aan het verslag.

       

      Raadslid Boelens informeert welke afspraken met Lago contractueel werden vastgelegd. De schepen van financiën stelt dat dit tijdens een vorige gemeenteraadszitting reeds tot in de puntjes werd toegelicht.

       

      Raadslid Van Berlaer spreekt zijn dankbaarheid uit over de gegeven toelichtingen en wenst de powerpointpresentatie te bekomen. (BIJLAGE: ‘powerpoint’)

       

      Raadslid Olbrechts merkt op dat de schulden op enkele jaren tijd dreigen te verdubbelen. Het raadslid begrijpt niet waarom dit zo opgenomen wordt indien steeds voorgehouden wordt dat het in praktijk niet zo’n vaart zal lopen. De financieel directeur geeft mee dat die schuldgroei enkel voltrokken kan worden indien alle voorziene uitgaven inderdaad volledig verricht worden (dus bij een realisatiegraad van 100%), wat nooit het geval is; bepaalde projecten worden niet, hetzij later uitgevoerd. Bovendien is het zo dat er enkel geleend wordt indien er geen middelen meer ter beschikking zijn. De voorbije 12 jaren werd er steeds aan schuldafbouw gedaan; 2021 is op dat vlak een mooi voorbeeld: van de voorziene €17.000.000 aan leningen werd uiteindelijk slechts €2.500.000 effectief opgenomen. Dat betekent dat ook in 2021 aan schuldafbouw werd gedaan. De toezichthoudende overheid verplicht het bestuur echter om die aanzienlijke leningsbedragen te budgetteren opdat het meerjarenplan in evenwicht zou geraken. Men is van oordeel dat indien het bestuur de leninglasten lager wil budgetteren, men in eerste instantie de investeringsuitgaven lager moet inschatten, maar dat is politiek niet steeds evident.

       

      Raadslid Olbrechts verwijst naar de meegestuurde excel (lijn 1081) waar sprake is van BOA (buitenschoolse opvang en activiteiten) en melding wordt gemaakt van een ontvangst van €180.000. Het diensthoofd financiën geeft mee dat BOA op meerdere lijnen is terug te vinden aangezien met aparte acties wordt gewerkt; een artikel kan immers slechts aan 1 actie toegekend worden. BOA is ook onder te brengen onder reeds bestaande acties, wat de opdeling verklaart (via deelrapportagecodes kan achteraf wel een totaalbeeld gevormd worden).

       

      Raadslid Olbrechts geeft mee dat er in het kader van BOA meer dan €600.000 aan ontvangsten is voorzien. Schepen Van Bree geeft mee dat die subsidie jaarlijks bekomen wordt. Deze werd actief aangevraagd; vorig jaar was er sprake van €69.000, maar de komende jaren gaat dit over meer dan 200.000. Er dient nog te worden bepaald hoe dit besteed zal worden. Raadslid Olbrechts informeert of dit bedrag dan niet moet worden doorgesluisd naar 3W+, aangezien deze instantie instaat voor de buitenschoolse opvang. Schepen Van Bree stelt dat het de bedoeling is om het aanbod in kaart te brengen op het vlak van sport, cultuur en vrije tijd, om alle spelers bijeen te brengen en te zien hoe deze kunnen worden ingeschakeld in de scholen, ook tijdens vakantieperiodes.

       

      Raadslid Olbrechts verwijst naar de meegestuurde excel (lijn 2086) op basis waarvan het lijkt alsof de parking te Strombeek (Gemeenteplein) in 2022 geschrapt wordt. Schepen Roosen geeft mee dat het de bedoeling is om in het voorjaar te landen met de concessie en het bestellen van de omgevingsvergunning. De parking dient nog gebouwd te worden door de concessionaris dus het finaliseren en de heraanleg van de bovenbouw kan ten vroegste in 2024 worden voorzien, wat maakt dat de budgetten inderdaad naar achteren zijn geschoven. De concessionaris zal ook instaan voor het bovengronds parkeren en zal hiertoe, naast de realisatie van het ondergrondse deel, ook het bovengrondse parkeerbeleid moeten uitrollen. De gemeente draagt in dit verhaal dus enkel de lasten voor de heraanleg van het bovengrondse deel. (Het diensthoofd financiën geeft mee dat de budgetten inderdaad op die manier voorzien zijn, maar opgedeeld werden onder drie acties en dus op verschillende lijnen terug te vinden zijn.)

       

      Raadslid Olbrechts verwijst naar de opbrengsten uit de concessie van de parking te Strombeek, die dan toch al vanaf 2023 voorzien zijn.  Schepen Roosen verduidelijkt dat het lastenboek betrekking heeft op het ondergrondse deel, maar dat het  bovengrondse luik al kan uitgerold worden, wat maakt dat er dus inderdaad al eerder ontvangsten voorzien werden.

       

      Raadslid Olbrechts stelt vast dat de concessionaris van de parking te Strombeek jaarlijks €180.000 zal betalen aan het bestuur wat vermoedelijk een fractie zal zijn van wat deze zelf verdient.  Schepen Roosen stelt dat de berekening hiervan voorzien is in het bestek, maar dat de details nog even intern worden gehouden, aangezien het bestek nog niet goedgekeurd werd.

       

      Raadslid Olbrechts stelt dat de concessievergoeding voor Grimbergen-centrum lager zal uitvallen dan deze van Strombeek. Schepen De Boeck stelt dat voor Strombeek dan ook grotere inspanningen worden verwacht van het bestuur aangezien er in Strombeek moet worden ingestaan voor de bovenbouw. Wat Grimbergen-centrum betreft is voorzien dat jaarlijks een vaste vergoeding van €100.000 wordt bekomen. Er volgt ook nog een variabel deel, maar daarover zijn nog definitieve onderhandelingen voorzien (bafo).

       

      Raadslid Olbrechts informeert of de feestzaal in de tijd naar achteren werd geschoven. Schepen de Boeck bevestigt dit; de studiekosten zijn voorzien voor 2024, de bouw volgt dan in 2025 en 2026 wat mooi aansluit bij het aflopen van het huurcontract van Den Douwe.

       

      Raadslid Olbrechts meent gezien te hebben dat het Kruispunt aan voormalig jeugdhuis Mamoet deze legislatuur niet meer aangepakt zou worden. Schepen Roosen stelt dat dit inderdaad verdaagd werd omwille van de opmaak van het mobiliteitsplan dat hieraan vooraf moet gaan. Daarom worden in tussentijd nog geen structurele werken uitgevoerd vooraleer er volstrekte duidelijkheid bestaat. De afspraak werd gemaakt om nadien contact op te nemen met AWV en om dit verder uit te werken.

       

      Raadslid Olbrechts vraagt of de heraanleg van de Sparrenlaan geschrapt werd. Schepen Roosen geeft mee dat de rioleringswerken eruit gehaald werden, want geen meerwaarde boden, maar dat de fietspaden en de verlichting wel behouden werden. De aanleg van het gescheiden stelsel is niet nodig, wél wordt voorzien in de verbinding van Populierendal en Borgt met het centrum.

       

      Raadslid Olbrechts informeert of de investeringen van de Benedenstraat geschrapt werden. Schepen Roosen geeft mee dat dit naar een later tijdstip verschoven werd; de voetpaden werden in tussentijd zo goed als mogelijk hersteld. Omwille van werken aan de Westvaartdijk en de Brusselsesteenweg en het vele zwaar vervoer dat hiermee gepaard ging, heeft men het beton laten kapotfrezen en werd een dikke laag asfalt gelegd waardoor de kwaliteit van de straat beter is geworden. Bovendien bestaat er onduidelijk over het subsidieringsverhaal van Aquafin met betrekking tot het gescheiden stelsel. Om deze redenen werd het project verschoven.

       

      Raadslid Olbrechts informeert of voor de Gaston Devoswijk en de Dijkstraat een gelijkaardig verhaal geldt. Schepen Roosen bevestigt dit en stelt dat als de personenbelasting verhoogd wordt de werken er misschien nog bijgenomen kunnen worden, maar dat dit niet haalbaar is met de beperkte personeelsbezetting en dat hiermee bovendien de schuldenlast verhoogd zou worden om uitgaven te voorzien voor projecten die mogelijk toch niet gerealiseerd kunnen worden.

       

      Raadslid Olbrechts informeert of ze zelf kan achterhalen wat er allemaal begrepen is onder het actieplan inzake kinderopvang dat terug te vinden is op pagina 116 van de bezorgde bundel. Het diensthoofd financiën stelt dat dit onmogelijk is omdat het een clustering van prioritaire en niet-prioritaire acties betreft en dat omtrent deze laatste geen afzonderlijke info wordt aangereikt. In het verslag zal dit wel worden toegelicht.

       

      BESLUIT:

      Enig artikel.

      De gemeenteraadscommissie financiën neemt kennis van en bespreekt de derde aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025. Zie verslag bespreking in onderhavige beslissing.

    • Meerjarenplan Autonoom Gemeentebedrijf Grimbergen 2020-2025 – derde aanpassing - bespreking

      Aanwezig: Manon BAS, voorzitter gemeenteraadscommissie financiën
      Jean DEWIT, Trui OLBRECHTS, Eddie BOELENS, Gerlant VAN BERLAER, Elke WOUTERS, Brigitte JANSSENS, Rudi VAN HOVE, Peter PLESSERS, Bart VAN HUMBEECK, Linda DE PREE, Yves VERBERCK, effectieve commissieleden
      William DE BOECK, Isabel GAISBAUER, Tom GAUDAEN, Gilbert GOOSSENS, Kirsten HOEFS, Bart LAEREMANS, Chantal LAUWERS, Katrien LE ROY, Karima MOKHTAR, Katleen ORINX, Philip ROOSEN, Chris SELLESLAGH, Karlijne VAN BREE, Karin VERTONGEN, Jean-Paul WINDELEN, waarnemende commissieleden
      Vera HERMANS, commissieleden
      Liesbeth DE BRUYN, deskundigen
      Jan PLETINCKX, secretaris gemeenteraadscommissie financiën
      Verontschuldigd: Pierre VAN DEN WYNGAERT, effectief lid gemeenteraadscommissie financiën
      Afwezig: Jelle DE WILDE, Luk RAEKELBOOM, Vincent VAN ACHTER, Patrick VERTONGEN, waarnemende commissieleden
      De volgende bepalingen zijn van toepassing inzake de bevoegdheid:

      Artikels 37 en 38 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).

      • Artikel 37 van het Huishoudelijk reglement van de gemeenteraad van 28 februari 2019, gewijzigd in zitting van 28 mei 2020, overeenkomstig artikel 38 van het DLB:
      1. personeel en organisatie;
      2. financiën;
      3. infrastructuur;
      4. omgeving;
      5. mobiliteit;
      6. een commissie die waakt over de afstemming van het gemeentelijk beleid op het beleid van de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden.De gemeenteraadscommissies hebben als taak het voorbereiden van de besprekingen in de gemeenteraadszittingen, het verlenen van advies en het formuleren van voorstellen over de wijze waarop vorm wordt gegeven aan de inspraak van de bevolking telkens als dat voor de beleidsvoering wenselijk wordt geacht;
      7. verenigde commissie.

      De gemeenteraadscommissies worden bijeengeroepen door de voorzitters van de commissies en dit op vraag van het college van burgemeester en schepenen. Behalve in spoedeisende gevallen, geschiedt de bijeenroeping via e-notulen aan alle leden van de gemeenteraadscommissie (effectieve leden en leden die als waarnemer kunnen zitting hebben), ten minste acht dagen voor de dag van de vergadering.

      De oproeping vermeldt de agenda, dag, uur en plaats van de vergadering. Deze informatie wordt eveneens bekendgemaakt aan het publiek door publicatie op de gemeentelijke website.

      De gemeenteraadscommissies kunnen geldig vergaderen, ongeacht het aantal aanwezige leden. Commissieleden kunnen zich tijdens een vergadering laten vervangen door raadsleden van dezelfde fractie.

      De gemeenteraadscommissievergaderingen zijn in principe openbaar onder dezelfde voorwaarden als voor de gemeenteraad.

      De raadsleden kunnen, zonder stemrecht, de vergaderingen van de commissies waarvan zij geen deel uitmaken, bijwonen. De leden van het college en de algemeen directeur kunnen als waarnemend lid de gemeenteraadscommissievergaderingen bijwonen.

      Vooraleer aan vergaderingen deel te nemen, tekenen de leden van elke gemeenteraadscommissie een aanwezigheidslijst, die aan de algemeen directeur wordt
      bezorgd.

      Alle leden van de gemeenteraadscommissie zijn stemgerechtigd, met uitsluiting van de waarnemende leden, de voorzitter, de deskundigen en de eventuele belanghebbenden.

      De leden van de commissies stemmen, zoals in de gemeenteraad, nooit geheim, behalve in de gevallen zoals in art. 27, §4 van dit reglement.

      Het ambt van secretaris van elke raadscommissie wordt waargenomen door één of meer personeelsleden van de gemeente, op voorstel van de algemeen directeur, aangewezen door het college van burgemeester en schepenen.

      Een afschrift van het verslag wordt via e-notulen verzonden aan ieder commissielid en aan elke fractieleider.

      • Besluit van de gemeenteraad van 28 maart 2019 waarbij kennis werd genomen van de samenstelling van de gemeenteraadscommissie financiën.
      • Besluit van de gemeenteraad van 24 oktober 2019 waarbij de voorzitter van de gemeenteraadscommissie financiën werd aangeduid.
      • Besluiten van de gemeenteraad van 24 oktober 2019, 28 mei 2020, 27 augustus 2020, 28 januari 2021 en 16 december 2021 betreffende de vervanging van leden van de gemeenteraadscommissie financiën.
      • Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 31 augustus 2020 inzake de benoeming van de secretarissen en de plaatsvervangende secretarissen van de gemeenteraadscommissies.
      • Het DLB, inzonderheid artikels 241, 242 en titel 4 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de gemeente en het openbaar centrum voor
        maatschappelijk welzijn.
      • Het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen.
      • Het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen.
      • Omzendbrief KB/ABB 2019/4 van 3 mei 2019 over de strategische meerjarenplannen 2020-2025 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus.
      • Omzendbrief KBBJ/ABB 2020/3 van 18 september 2020 over de aanpassing van de meerjarenplannen 2020-2025 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus.
      De beslissing kent volgende inhoudelijke verantwoording:

      Het meerjarenplan bestaat uit drie onderdelen: de strategische nota, de financiële nota en de toelichting. Daarenboven wordt tevens aanvullende documentatie bezorgd die achtergrondinformatie bevat die nuttig is om het meerjarenplan te beoordelen:

      • De strategische nota legt de focus op de prioritaire acties die bijdragen aan de realisatie van de prioritaire doelstellingen. De aanduiding van prioritaire acties en beleidsdoelstellingen dient de raadsleden toe te laten om het beleid te sturen op hoofdlijnen en om te focussen op de aspecten van het beleid die essentieel zijn;
      • De financiële nota bevat de financiële vertaling van de beleidsopties van de strategische nota en verduidelijkt hoe het financiële evenwicht in de periode van 2020 tot en met 2025 wordt gehandhaafd;
      • De toelichting bevat alle informatie over de verrichtingen in het meerjarenplan die relevant is voor de raadsleden om met kennis van zaken een beslissing te kunnen nemen. Een belangrijk onderdeel van de toelichting is het overzicht met de beschrijving van de financiële risico’s die het bestuur loopt; dit is onontbeerlijk om een correcte inschatting te kunnen maken van de werkelijke toestand van de financiën van het bestuur.

      Het meerjarenplan moet financieel in evenwicht zijn. Dat is het geval als het voldoet aan de volgende voorwaarden:

      • Het geraamde beschikbaar budgettair resultaat is in geen enkel jaar negatief;
      • De geraamde autofinancieringsmarge voor 2025 is minstens gelijk aan nul.

      De twee bovenvermelde evenwichtsvoorwaarden worden aangevuld met indicatoren over het geconsolideerde evenwicht en de gecorrigeerde autofinancieringsmarge, een indicator die abstractie maakt van de gekozen financieringswijze. Deze indicatoren betreffen echter geen afdwingbare normen.

      De staat van het financieel evenwicht van de gemeente en het OCMW toont ook het beschikbaar budgettair resultaat, de autofinancieringsmarge en de gecorrigeerde autofinancieringsmarge van het autonoom gemeentebedrijf, en het totaal voor elk van die indicatoren voor de hele groep. Die financiële evenwichtsindicatoren geven de raadsleden inzicht in de gezondheid van de financiën van de hele groep.

      Het meerjarenplan van het autonoom gemeentebedrijf dient, nadat het is vastgesteld door de raad van bestuur, voor goedkeuring te worden voorgelegd aan de gemeenteraad.

      De beschreven procedure en de samenstelling van het beleidsrapport hebben niet enkel betrekking op de initiële vaststelling van het meerjarenplan, maar tevens op alle latere wijzigingen ervan.


      BESPREKING

      Raadslid Boelens informeert of de woonst van cafetaria Singel verkocht zal worden. Schepen Laeremans geeft mee dat dit juridisch onderzocht wordt en dat gehoopt wordt om dit weldra af te ronden.

       

       

       

      Voorzitter Bas dankt de aanwezigen, inzonderheid de financieel directeur, het financieel diensthoofd, de adjunct-financieel directeur en de schepen van financiën en sluit de vergadering om 23u08.

       

       

      BESLUIT:

      Enig artikel.

      De gemeenteraadscommissie financiën neemt kennis van en bespreekt de derde aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025 van Autonoom Gemeentebedrijf Grimbergen. Zie verslag in onderhavige beslissing. 

De voorzitter sluit de zitting op 24/01/2022 om 23:08.

Namens GEMEENTERAADSCOMMISSIE FINANCIËN,

Jan PLETINCKX
secretaris gemeenteraadscommissie financiën

Manon BAS
voorzitter gemeenteraadscommissie financiën