De voorzitter opent de zitting op 28/05/2026 om 18:50.
De gemeenteraad neemt kennis van het ontslag van de heer Gerlant VAN BERLAER als:
Artikel 41 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (DLB).
Artikel 13 DLB:
Het gemeenteraadslid dat ontslag wil nemen, deelt dat schriftelijk mee aan de voorzitter van de gemeenteraad. Het ontslag is definitief zodra de voorzitter van de gemeenteraad de kennisgeving ontvangt.
Het gemeenteraadslid dat afstand doet van zijn mandaat, dat van zijn mandaat vervallen wordt verklaard, dat als verhinderd wordt beschouwd, dat ontslag genomen heeft, of dat overleden is, wordt vervangen door zijn opvolger, die wordt aangewezen overeenkomstig artikel 169 van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011.
De geloofsbrieven worden onderzocht overeenkomstig artikel 6, § 3. De vervanger legt de eed af in openbare vergadering in de handen van de voorzitter van de gemeenteraad.
Het gemeenteraadslid dat als verhinderd wordt beschouwd, wordt vervangen zolang de toestand van verhindering duurt. De gemeenteraad neemt akte van de beëindiging van de periode van verhindering.
Art. 68, §1:
Behalve in geval van toepassing van paragraaf 2, tweede lid, bestaat de raad voor maatschappelijk welzijn uit dezelfde leden als de gemeenteraad. Door het onderzoek van de geloofsbrieven en de erop volgende eedaflegging van de gemeenteraadsleden, vermeld in artikel 6, §3, en artikel 14, worden de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn van rechtswege als geïnstalleerd beschouwd.
De rang die de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn innemen is dezelfde als de rang die ze als gemeenteraadslid innemen overeenkomstig artikel 6, §7.
Het gemeenteraadslid dat afstand doet van zijn mandaat, dat van zijn mandaat vervallen wordt verklaard, dat als verhinderd wordt beschouwd, dat ontslag genomen heeft, of dat overleden is, wordt vervangen door zijn opvolger, die wordt aangewezen overeenkomstig artikel 169 van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011.
De verhindering, het ontslag en het verval van het mandaat van gemeenteraadslid houden van rechtswege de verhindering, het ontslag en het verval van het mandaat van lid van de raad voor maatschappelijk welzijn in. Als het gemeenteraadslid zelf voorzitter van de gemeenteraad is, deelt hij zijn ontslag schriftelijk mee aan de persoon die hem vervangt met toepassing van artikel 7, § 5, tweede lid. Het ontslag is definitief zodra zijn vervanger de kennisgeving ontvangt.
Het lid van de gemeenteraad blijft zijn mandaat uitoefenen tot zijn opvolger is geïnstalleerd, behalve als het ontslag het gevolg is van een onverenigbaarheid.
/
De heer Gerlant VAN BERLAER heeft op de zitting van 30 april 2026 meegedeeld dat hij zijn ontslag indient als gemeenteraadslid.
Aangezien het om een vrijwillig ontslag gaat waar geen onverenigbaarheid mee gemoeid is, blijft de betrokkene zijn mandaat uitoefenen tot de installatie van zijn opvolger.
Van rechtswege betekent het ontslag als gemeenteraadslid ook het ontslag als lid van de raad voor maatschappelijk welzijn en als lid van de raad van bestuur van het Autonoom Gemeentebedrijf Grimbergen.
/
Enig artikel.
Kennis te nemen van het ontslag van raadslid de heer Gerlant VAN BERLAER als:
De gemeenteraad keurt de geloofsbrieven van mevrouw Caroline DENIL goed en neemt akte van de eedaflegging in handen van de voorzitter van de gemeenteraad, waardoor zij wordt geïnstalleerd als gemeenteraadslid.
Mevrouw Caroline DENIL wordt bijgevolg ook van rechtswege als geïnstalleerd beschouwd als lid van de raad voor maatschappelijk welzijn en de raad van bestuur van het Autonoom Gemeentebedrijf Grimbergen.
Artikel 41 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2019 (DLB).
ALGEMEEN:
Art. 6, §3 DLB:
De gemeenteraad onderzoekt de geloofsbrieven van de verkozen gemeenteraadsleden.
De verkozen gemeenteraadsleden van wie de geloofsbrieven zijn goedgekeurd, leggen, voor ze hun mandaat aanvaarden, in openbare vergadering de volgende eed af in handen van de voorzitter van de installatievergadering: "Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen."
Artikel 13 DLB:
Het gemeenteraadslid dat ontslag wil nemen, deelt dat schriftelijk mee aan de voorzitter van de gemeenteraad. Het ontslag is definitief zodra de voorzitter van de gemeenteraad de kennisgeving ontvangt.
Het gemeenteraadslid dat afstand doet van zijn mandaat, dat van zijn mandaat vervallen wordt verklaard, dat als verhinderd wordt beschouwd, dat ontslag genomen heeft, of dat overleden is, wordt vervangen door zijn opvolger, die wordt aangewezen overeenkomstig artikel 169 van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011.
De geloofsbrieven worden onderzocht overeenkomstig artikel 6, § 3. De vervanger legt de eed af in openbare vergadering in de handen van de voorzitter van de gemeenteraad.
Het gemeenteraadslid dat als verhinderd wordt beschouwd, wordt vervangen zolang de toestand van verhindering duurt. De gemeenteraad neemt akte van de beëindiging van de periode van verhindering.
Art. 14 DLB:
Het gemeenteraadslid dat afstand doet van zijn mandaat, dat van zijn mandaat vervallen wordt verklaard, dat als verhinderd wordt beschouwd, dat ontslag genomen heeft, of dat overleden is, wordt vervangen door zijn opvolger, die wordt aangewezen overeenkomstig artikel 169 van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011.
De geloofsbrieven worden onderzocht overeenkomstig artikel 6, § 3. De vervanger legt de eed af in openbare vergadering in de handen van de voorzitter van de gemeenteraad.
Het gemeenteraadslid dat als verhinderd wordt beschouwd, wordt vervangen zolang de toestand van verhindering duurt. De gemeenteraad neemt akte van de beëindiging van de periode van verhindering.
Art. 68, §1 DLB:
Behalve in geval van toepassing van paragraaf 2, tweede lid, bestaat de raad voor maatschappelijk welzijn uit dezelfde leden als de gemeenteraad. Door het onderzoek van de geloofsbrieven en de erop volgende eedaflegging van de gemeenteraadsleden, vermeld in artikel 6, §3, en artikel 14, worden de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn van rechtswege als geïnstalleerd beschouwd.
De rang die de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn innemen is dezelfde als de rang die ze als gemeenteraadslid innemen overeenkomstig artikel 6, §7.
Het gemeenteraadslid dat afstand doet van zijn mandaat, dat van zijn mandaat vervallen wordt verklaard, dat als verhinderd wordt beschouwd, dat ontslag genomen heeft, of dat overleden is, wordt vervangen door zijn opvolger, die wordt aangewezen overeenkomstig artikel 169 van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011.
Art. 70 DLB:
De verhindering, het ontslag en het verval van het mandaat van gemeenteraadslid houden van rechtswege de verhindering, het ontslag en het verval van het mandaat van lid van de raad voor maatschappelijk welzijn in. Als het gemeenteraadslid zelf voorzitter van de gemeenteraad is, deelt hij zijn ontslag schriftelijk mee aan de persoon die hem vervangt met toepassing van artikel 7, § 5, tweede lid. Het ontslag is definitief zodra zijn vervanger de kennisgeving ontvangt.
Het lid van de gemeenteraad blijft zijn mandaat uitoefenen tot zijn opvolger is geïnstalleerd, behalve als het ontslag het gevolg is van een onverenigbaarheid.
Het decreet van 8 juli 2011 houdende de organisatie van de lokale en provinciale verkiezingen en houdende wijziging van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005, het Provinciedecreet van 9 december 2005 en het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn (hierna genoemd: het lokaal en provinciaal kiesdecreet):
Om gemeenteraadskiezer te zijn, moet men:
1° Belg zijn;
2° de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt;
3° in de bevolkingsregisters van de gemeente ingeschreven zijn;
4° zich niet bevinden in één van de gevallen van uitsluiting of schorsing, vermeld in hoofdstuk 4 van deze titel.
Art. 11:
Overeenkomstig artikel 1bis, § 1, eerste lid, en artikel 86 van de Gemeentekieswet kunnen onderdanen van de andere lidstaten van de Europese Unie eveneens de hoedanigheid van gemeenteraadskiezer en stadsdistrictsraadskiezer verwerven als zij voldoen aan de kiesvoorwaarden, vermeld in artikel 8, 2° tot en met 4°, en als zij, overeenkomstig artikel 12, voor 1 augustus van het jaar waarin de gewone verkiezing van de gemeenteraden en de stadsdistrictsraden plaats heeft hun wil te kennen hebben gegeven om dat stemrecht in België uit te oefenen.
Art. 58:
Om tot gemeenteraadslid of stadsdistrictsraadslid verkozen te kunnen worden en blijven, moet men kiezer zijn en moet men de kiesvoorwaarden, vermeld in artikel 8 of 11, behouden en mag men zich niet in een geval van schorsing of uitsluiting, als vermeld in artikel 15, § 1 en § 2, bevinden.
De volgende personen zijn niet verkiesbaar:
1° overeenkomstig artikel 65, tweede lid, 2°, en artikel 113 van de Gemeentekieswet, de onderdanen van de andere lidstaten van de Europese Unie die, ten gevolge van een individuele burgerrechtelijke of een strafrechtelijke beslissing in hun lidstaat van herkomst ontheven zijn van het recht om gekozen te worden krachtens het recht van die lidstaat;
2° personen die, onverminderd de toepassing van punt 1°, veroordeeld zijn, zelfs met uitstel, wegens één van de misdrijven, vermeld in artikel 240, 241, 243, en 245 tot en met 248 van het Strafwetboek, gepleegd tijdens de uitoefening van een gemeenteambt. Die onverkiesbaarheid eindigt twaalf jaar na de veroordeling.
Art. 169:
§ 1. Als het aantal kandidaten van een lijst groter is dan het aantal zetels dat aan die lijst toekomt, worden de verkozenen door het gemeentelijk hoofdbureau aangewezen op basis van de naamstemmen en een overdracht van de lijststemmen.
§ 2. De aanwijzing van de verkozenen en hun opvolgers gebeurt op de volgende manier:
1° per lijst wordt het verkiesbaarheidscijfer op de volgende manier berekend:

De eventuele decimalen van het quotiënt dat verkregen wordt, worden afgerond naar de hogere eenheid, ongeacht of ze 0,5 bereiken;
2° het aantal over te dragen stemmen wordt op de volgende manier berekend:

De eventuele decimalen van het quotiënt dat verkregen wordt, worden afgerond naar de hogere eenheid, ongeacht of ze 0,5 bereiken;
3° het aantal stemmen vermeld in 2° wordt als volgt overgedragen : de toe te kennen stembiljetten worden toegevoegd aan de naamstemmen die de eerste kandidaat van de lijst heeft behaald, om het verkiesbaarheidscijfer van die lijst vermeld in 1°, te bereiken. Als er een overschot is, wordt dat op vergelijkbare wijze toegekend aan de tweede kandidaat, vervolgens aan de derde enzovoort, tot het aantal over te dragen stemmen, vermeld in 2°, uitgeput is;
4° de zetels worden toegekend aan de kandidaten in afnemende grootte van het aantal stemmen dat zij hebben behaald, na de overdracht van de stemmen, vermeld in 3°. Bij gelijk stemmenaantal is de volgorde van voordracht op de lijst beslissend;
5° de niet-verkozen kandidaten worden eerste, tweede, derde enzovoort opvolger verklaard in afnemende grootte van het aantal stemmen dat zij hebben bekomen, na een nieuwe overdracht van de stemmen vermeld in 3°, te beginnen bij de eerste niet-effectief verkozen kandidaat. Bij gelijk stemmenaantal is de volgorde van voordracht op de lijst beslissend.
SPECIFIEK:
PV van de resultaten van de gemeenteraadsverkiezingen van 13 oktober 2024.
Besluit van de gemeenteraad van 5 december 2024 houdende kennisname van de geldigverklaring van de gemeenteraadsverkiezingen van 13 oktober 2024.
Besluit van de gemeenteraad van 5 december 2024 betreffende de installatie van de gemeenteraadsleden, onderzoek geloofsbrieven, eedaflegging en vaststelling van hun rangorde.
Besluit van de gemeenteraad van heden waarbij akte werd genomen van het ontslag van raadslid Gerlant VAN BERLAER.
E-mail van mevrouw Bouchra BEN MEKKI van 14 mei 2026 waarin zij aangeeft te verzaken aan haar mandaat.
E-mail van mevrouw Sofie ROELANDT van 16 mei 2026 waarin zij aangeeft te verzaken aan haar mandaat.
De geloofsbrieven die mevrouw Caroline DENIL, de eerstvolgende opvolger op de lijst nr. 8 (Groen+Vooruit) in het kader van de installatie als raadslid (zie bijlagen) indiende:
een recent uittreksel uit het bevolkings- of rijksregister;
een recent uittreksel uit het strafregister en
een verklaring op eer dat hij zich niet bevindt in één van de gevallen van onverenigbaarheid zoals voorzien in artikel 10 DLB.
/
De gemeenteraad nam in zitting van heden kennis van het vrijwillig ontslag van raadslid Gerlant VAN BERLAER.
De eerste in aanmerking komende opvolger van de lijst nr. 8 (Groen+Vooruit) is mevrouw Bouchra BEN MEKKI. Zij liet per e-mail van 14 mei 2026 weten te verzaken aan haar mandaat.
De volgende in aanmerking komende opvolger van de lijst nr. 8 (Groen+Vooruit) is mevrouw Sofie ROELANDT. Zij liet per e-mail van 16 mei 2026 weten te verzaken aan haar mandaat.
De volgende in aanmerking komende opvolger van de lijst nr. 8 (Groen+Vooruit) is mevrouw Caroline DENIL, geboren op 20 maart 1974, wonende Bergdal 10 bus 003 te 1853 Grimbergen.
Onderzoek geloofsbrieven
Mevrouw Caroline DENIL diende op 13 mei 2026 de geloofsbrieven in in het kader van de installatie als opvolgend raadslid:
Uit onderzoek van de ingediende geloofsbrieven blijkt dat betrokkene voldoet aan de verkiesbaarheidsvoorwaarden.
Er zijn verder geen elementen waaruit zou blijken dat betrokkene zich in een situatie van onverenigbaarheid bevindt.
Eedaflegging
Mevrouw Caroline DENIL legt in handen van de voorzitter van de gemeenteraad de in artikel 6, §3 DLB voorgeschreven eed af:
“Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen.”
Van deze eedaflegging wordt een afzonderlijke akte opgemaakt.
/
Artikel 1.
De geloofsbrieven van mevrouw Caroline DENIL, wonende Bergdal 10 bus 003 te 1853 Grimbergen, goed te keuren.
Art. 2.
Akte te nemen van de eedaflegging van mevrouw Caroline DENIL in handen van de voorzitter van de gemeenteraad waardoor zij wordt geïnstalleerd als gemeenteraadslid. Van deze eedaflegging werd een afzonderlijke akte opgesteld.
Art. 3.
Akte te nemen dat mevrouw Caroline DENIL, overeenkomstig artikel 68, §1 DLB door het onderzoek van de geloofsbrieven en de erop volgende eedaflegging als gemeenteraadslid van rechtswege als geïnstalleerd wordt beschouwd als lid van de raad voor maatschappelijk welzijn.
Art. 4.
Akte te nemen dat mevrouw Caroline DENIL, overeenkomstig artikel 13 van de Statuten van het AGBG, door het onderzoek van de geloofsbrieven en de erop volgende eedaflegging als gemeenteraadslid van rechtswege als geïnstalleerd wordt beschouwd als lid van de raad van bestuur van het AGBG.
De gemeenteraad stelt de rangorde van de gemeenteraadsleden als volgt vast:
|
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB):
§ 1. Onder voorbehoud van andere wettelijke of decretale bepalingen, beschikt de gemeenteraad over de volheid van bevoegdheid ten aanzien van de aangelegenheden, vermeld in artikel 2.
Behalve bij de uitdrukkelijke toewijzing van een bevoegdheid als vermeld in artikel 2, § 2, tweede lid, aan de gemeenteraad kan de gemeenteraad bij reglement bepaalde bevoegdheden toevertrouwen aan het college van burgemeester en schepenen.
De volgende bevoegdheden kunnen niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd:
1° de aan de gemeenteraad toegewezen bevoegdheden, vermeld in afdeling 1 en 2 van dit hoofdstuk;
(...)
Artikel 6, §7 DLB:
De rangorde van de gemeenteraadsleden wordt tijdens de installatievergadering van de nieuwe gemeenteraad onmiddellijk na de eedaflegging van de gemeenteraadsleden vastgesteld. Het gemeenteraadslid met de hoogste anciënniteit neemt de hoogste rang in. Bij gelijke anciënniteit neemt het gemeenteraadslid dat bij de laatste volledige vernieuwing van de gemeenteraad het hoogste aantal naamstemmen heeft behaald, de hoogste rang in. Bij een gelijk aantal naamstemmen neemt het gemeenteraadslid van wie de lijst bij de laatste volledige vernieuwing van de gemeenteraad de meeste stemmen heeft behaald de hoogste rang in. De opvolgers die na de installatievergadering als gemeenteraadslid worden geïnstalleerd, nemen in volgorde van hun eedaflegging een rang in.
/
Ten gevolge van het ontslag van raadslid Gerlant VAN BERLAER en de installatie van raadslid Caroline DENIL moet de rangorde van de raadsleden aangepast worden.
Artikel 6, §7 DLB bepaalt in dit kader dat de rangorde van de gemeenteraadsleden tijdens de installatievergadering van de nieuwe gemeenteraad onmiddellijk na de eedaflegging van de gemeenteraadsleden wordt vastgesteld. Het gemeenteraadslid met de hoogste anciënniteit neemt de hoogste rang in. Bij gelijke anciënniteit neemt het gemeenteraadslid dat bij de laatste volledige vernieuwing van de gemeenteraad het hoogste aantal naamstemmen heeft behaald, de hoogste rang in. Bij een gelijk aantal naamstemmen neemt het gemeenteraadslid van wie de lijst bij de laatste volledige vernieuwing van de gemeenteraad de meeste stemmen heeft behaald de hoogste rang in.
De opvolgers die na de installatievergadering als gemeenteraadslid worden geïnstalleerd, nemen in volgorde van hun eedaflegging een rang in.
Artikel 531, §7 DLB bepaalt dat de rangorde van de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn tijdens de installatievergadering van de nieuwe raad voor maatschappelijk welzijn, onmiddellijk na de eedaflegging van de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn wordt vastgesteld.
Het lid van de raad voor maatschappelijk welzijn met de hoogste anciënniteit neemt de hoogste rang in. Bij gelijke anciënniteit neemt het lid van de raad voor maatschappelijk welzijn dat bij de laatste volledige vernieuwing van de raad voor maatschappelijk welzijn het hoogst aantal naamstemmen heeft behaald, de hoogste rang in. Bij een gelijk aantal naamstemmen neemt het lid van de raad voor maatschappelijk welzijn van wie de lijst bij de laatste volledige vernieuwing van de raad voor maatschappelijk welzijn de meeste stemmen heeft behaald de hoogste rang in.
De opvolgers die na de installatievergadering als lid van de raad voor maatschappelijk welzijn worden geïnstalleerd, nemen de rang in volgorde van hun eedaflegging in.
Mevrouw Caroline DENIL wordt resp. toegevoegd als 33e raadslid waardoor de rangorde van de gemeenteraad als volgt kan worden geactualiseerd:
|
De 1.407 dagen dienstanciënniteit van mevrouw DENIL spelen geen rol bij het bepalen van de rangorde gezien de opvolgers die na de installatievergadering als raadslid worden geïnstalleerd, de volgorde van hun eedaflegging een rang innemen.
Enig artikel.
De rangorde van de raadsleden als volgt te actualiseren en dit conform artikel 6, §7 DLB dat stelt dat de opvolgers die na de installatievergadering als gemeenteraadslid worden geïnstalleerd, in volgorde van hun eedaflegging een rang innemen:
|
De gemeenteraad keurt de notulen en het zittingsverslag van de vergadering van 30 april 2026 goed.
Behalve bij de uitdrukkelijke toewijzing van een bevoegdheid als vermeld in artikel 2, § 2, tweede lid, aan de gemeenteraad kan de gemeenteraad bij reglement bepaalde bevoegdheden toevertrouwen aan het college van burgemeester en schepenen.
De volgende bevoegdheden kunnen niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd:
1° de aan de gemeenteraad toegewezen bevoegdheden, vermeld in afdeling 1 en 2 van dit hoofdstuk.
De algemeen directeur woont de vergaderingen van de gemeenteraad bij en is verantwoordelijk voor het opstellen en het bewaren van de notulen en het zittingsverslag ervan. De notulen en het zittingsverslag van de gemeenteraad worden, na goedkeuring, ondertekend door de voorzitter van de gemeenteraad en de algemeen directeur.
De notulen van de vergaderingen van de gemeenteraad vermelden, in chronologische volgorde, alle besproken onderwerpen, alsook het gevolg dat is gegeven aan de punten waarover de gemeenteraad geen beslissing heeft genomen. Ze maken melding van alle beslissingen en het resultaat van de stemmingen. Behalve bij geheime stemming, vermelden de notulen hoe elk lid gestemd heeft. Van die laatste verplichting kan worden afgeweken voor beslissingen die genomen zijn met unanimiteit.
De zittingsverslagen van de vergaderingen van de gemeenteraad vermelden, in chronologische volgorde, alle besproken onderwerpen, de essentie van de tussenkomsten en van de mondeling en schriftelijk gestelde vragen en antwoorden. De gemeenteraad kan beslissen om het zittingsverslag te vervangen door een audio- of audiovisuele opname van de openbare zitting van de gemeenteraad.
Als de gemeenteraad een aangelegenheid overeenkomstig artikel 28 in besloten vergadering behandelt, vermelden de notulen alleen de beslissingen en wordt er geen zittingsverslag opgesteld.
§1. De notulen van de raad vermelden, in chronologische volgorde, alle besproken onderwerpen, alsook het gevolg dat gegeven werd aan die punten waarover de raad geen beslissing heeft genomen.
Zij maken eveneens duidelijk melding van alle beslissingen. Behalve bij geheime stemming of bij unanimiteit, vermelden de notulen voor elk raadslid of die voor of tegen het voorstel heeft gestemd of zich onthield.
Een raadslid kan vragen om, beknopt, in de notulen de rechtvaardiging van zijn of haar stemgedrag op te nemen.
§2. De zittingsverslagen van de vergaderingen van de raad vermelden, in chronologische volgorde, alle besproken onderwerpen, de essentie van de tussenkomsten en van de mondeling en schriftelijk gestelde vragen en antwoorden.
§3. De notulen en het zittingsverslag van de vergadering van de raad worden onder de verantwoordelijkheid van de algemeen directeur opgesteld overeenkomstig de bepalingen van artikels 277 en 278 DLB.
§4. Als de raad een aangelegenheid overeenkomstig artikels 5 en 6 van dit reglement in besloten vergadering behandelt, vermelden de notulen alleen de beslissingen en wordt over die aangelegenheid geen zittingsverslag opgesteld noch een audiovisuele opname gemaakt.
Het zittingsverslag van de openbare zitting van de raad bestaat enerzijds uit een audiovisuele, conform art. 278 DLB, en anderzijds uit een uitgetypt zittingsverslag.
De audiovisuele opname wordt via de gemeentelijke website ter beschikking gesteld aan raadsleden en publiek.
§ 1. Behalve in spoedeisende gevallen, worden de notulen van de vorige vergadering en het uitgetypt zittingsverslag ten minste acht dagen voor de dag van de vergadering via e-Notulen ter beschikking gesteld aan de raadsleden.
§2. Elk raadslid heeft het recht om tijdens de openbare vergadering opmerkingen te maken over de redactie van de notulen en het zittingsverslag van de vorige openbare vergadering. Als die opmerkingen door de raad worden aangenomen, worden de notulen en het zittingsverslag in die zin aangepast.
Opmerkingen over de redactie van de notulen van de vorige besloten vergadering worden tijdens de besloten vergadering gemaakt. Als die opmerkingen door de raad worden aangenomen, worden de notulen in die zin aangepast.
§3. Als er geen opmerkingen worden gemaakt, worden de notulen en het zittingsverslag als goedgekeurd beschouwd en worden ze door de voorzitter van de raad en de algemeen directeur ondertekend. In het geval de raad bij spoedeisendheid werd samengeroepen, kan de raad beslissen om opmerkingen toe te laten op de eerstvolgende vergadering.
In e-notulen wordt steeds een agendapunt ‘Goedkeuren notulen’ opgemaakt.
§4. Als de raad het gewenst acht, worden de notulen geheel of gedeeltelijk staande de vergadering opgemaakt en door algemeen directeur en de meerderheid van de aanwezige raadsleden ondertekend.
§5. Het zittingsverslag wordt samen met de notulen actief openbaar gemaakt via de bekendmaking op de webtoepassing van de gemeente.
/
/
/
Enig artikel.
De notulen en het zittingsverslag van de vergadering van 30 april 2026 goed te keuren.
De gemeenteraad neemt kennis van de brieven van de gouverneur van 20 april 2026, ingekomen op 20 april 2026 via het loket lokaal bestuur, toegevoegd als bijlagen bij dit besluit, specifiek dat de gouverneur niet zal optreden.
Titel VII - Bestuurlijk toezicht van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (DLB).
Artikel 327 DLB:
Behalve in geval van andersluidende bepalingen, beperkt de toezichthoudende overheid zich bij de uitoefening van het toezicht, vermeld in dit decreet, tot een toetsing aan het recht en aan het algemeen belang. Voor beslissingen van de gemeenteoverheid is het algemeen belang elk belang dat ruimer is dan het gemeentelijk belang. Voor beslissingen van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn is het algemeen belang elk belang dat ruimer is dan het gemeentelijk belang en het belang van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn.
Artikel 328 DLB:
De toezichthoudende overheid kan bij de gemeenteoverheid en bij het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn alle documenten en inlichtingen opvragen of die ter plaatse raadplegen. Ze bepaalt de informatiedrager en de vorm waarin die gegevens worden verstrekt.
Artikel 331 DLB:
De toezichthoudende overheid kan besluiten van een gemeenteoverheid en van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn ambtshalve opvragen.
Bij de ontvangst van een klacht vraagt de toezichthoudende overheid het besluit en het bijbehorende dossier op.
Artikel 333 DLB:
Als een klacht wordt ingediend tegen een besluit van de gemeenteoverheid of van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn brengt de toezichthoudende overheid de indiener van de klacht op de hoogte van:
1° de ontvangst van de klacht, binnen tien dagen nadat ze ontvangen werd;
2° het verzoek van de toezichthoudende overheid aan de gemeenteoverheid of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn om het besluit en het bijbehorende dossier te bezorgen, binnen tien dagen na dat verzoek;
3° het besluit van de toezichthoudende overheid over de ingediende klacht met vermelding van de motieven waarop het besluit is gebaseerd.
De toezichthoudende overheid brengt de betrokken gemeenteoverheid of aan het betrokken openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn op de hoogte van haar definitieve antwoord aan de indiener van de klacht. Deze mededeling wordt ter kennis gebracht op de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad of van de raad voor maatschappelijk welzijn.
In geval van stuiting van de termijn om een beroep in te stellen bij de Raad van State, brengt de toezichthoudende overheid de indiener van de klacht op de wijze, bepaald door de Vlaamse Regering, op de hoogte van de motieven van de toezichthoudende overheid om het besluit van de gemeenteoverheid of van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn waartegen de klacht was ingediend, niet te vernietigen, binnen tien dagen na het nemen van dat besluit of na het verstrijken van de termijn.
Artikel 332 DLB:
§ 1. Met behoud van de toepassing van artikel 243, § 3, 259 en 262 beschikt de toezichthoudende overheid over dertig dagen om een besluit van een gemeenteoverheid te vernietigen en om de gemeenteoverheid daarvan op de hoogte te brengen.
De toezichthoudende overheid beschikt over dertig dagen om een besluit van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn te vernietigen en om het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn daarvan op de hoogte te brengen.
Alle besluiten en opmerkingen van de toezichthoudende overheid worden ter kennis gebracht op de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad of van de raad voor maatschappelijk welzijn.
§ 2. De termijn, vermeld in paragraaf 1, gaat in op de dag die volgt op de kennisgeving aan de toezichthoudende overheid van de bekendmaking op de webtoepassing van de gemeente van de lijst van de aangelegenheden, vermeld in artikel 285, § 1, 1° en 2°, en artikel 285, § 2, eerste lid, 1° en 2°. Voor de besluiten, vermeld in artikel 286, § 1 en § 2, start de termijn, vermeld in paragraaf 1, op de dag die volgt op de kennisgeving aan de toezichthoudende overheid van de bekendmaking van het besluit op de webtoepassing van de gemeente.
Onder voorbehoud van de toepassing van het eerste lid, start de termijn, vermeld in paragraaf 1, voor de besluiten van een gemeenteoverheid of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn die met toepassing van artikel 331 ambtshalve of na ontvangst van een klacht werden opgevraagd door de toezichthoudende overheid, op de dag die volgt op de verzending van het opgevraagde besluit.
§ 3. Een klacht wordt, op straffe van niet-ontvankelijkheid, ingediend binnen een periode van dertig dagen, die volgt op de dag van de bekendmaking op de webtoepassing van de gemeente van de lijst van de aangelegenheden, vermeld in artikel 285, § 1, 1° en 2°, en artikel 285, § 2, eerste lid, 1° en 2°, of van de besluiten, vermeld in artikel 286, § 1 en § 2.
§ 4. De termijn, vermeld in paragraaf 1, wordt gestuit door de verzending van een klacht aan de toezichthoudende overheid, op voorwaarde dat die klacht verstuurd wordt op de wijze, bepaald door de Vlaamse Regering, binnen de termijn, vermeld in paragraaf 3.
Een nieuwe termijn als vermeld in paragraaf 1 gaat in op de dag die volgt op de verzending van de klacht.
§ 5. De termijn, vermeld in paragraaf 1, wordt gestuit door de opvraging door de toezichthoudende overheid van het besluit van de gemeenteoverheid of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn met toepassing van artikel 331, eerste of tweede lid.
Een nieuwe termijn als vermeld in paragraaf 1 gaat in op de dag die volgt op de verzending van het opgevraagde besluit.
§ 6. De gemeenteoverheid of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn verzendt het besluit dat door de toezichthoudende overheid is opgevraagd binnen een termijn van dertig dagen die volgt op de dag van de verzending van de opvraging.
Als de gemeenteoverheid of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn het gevraagde besluit niet verzendt aan de toezichthoudende overheid binnen de termijn, vermeld in het eerste lid, bezorgt de toezichthoudende overheid na het verstrijken van die termijn een herinnering. De herinnering verwijst uitdrukkelijk naar de gevolgen, vermeld in het vierde lid.
Een nieuwe termijn van dertig dagen gaat in op de dag na de verzending van de herinnering.
Als het gevraagde besluit niet wordt verzonden aan de toezichthoudende overheid binnen die nieuwe termijn, is het opgevraagde besluit van rechtswege nietig. De toezichthoudende overheid brengt de gemeenteoverheid of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn op de hoogte van die nietigheid.
/
Het college van burgemeester en schepenen nam op 9 maart 2026 kennis van de klacht (zonder datum), geanonimiseerd, inzake de niet-naleving van opgelegde maatregelen over ANPR-camera’s en het arrest van de Raad van State bij de provinciegouverneur overgemaakt per brief namens de provinciegouverneur van 27 februari 2026, ontvangen via het loket lokaal bestuur (berichtencentrum) op 27 februari 2026.
Het college van burgemeester en schepenen ging akkoord om alle betrokken besluiten, het dossier, een uitgebreide toelichting en het standpunt over het voorwerp van de klacht (artikel 331 DLB) van zodra deze wordt ontvangen, uiterlijk 30 dagen na het ontvangen van de brief, te bezorgen aan de provinciegouverneur via het digitaal loket (berichtencentrum).
Het college van burgemeester en schepenen gaf de opdracht aan de dienst Handhaving om een brief met daarin een uitgebreide toelichting en het standpunt van het bestuur op te maken en dit ter goedkeuring voor te leggen aan het college van burgemeester en schepenen op de eerstvolgende zitting.
Het college van burgemeester en schepenen nam in zitting van 16 maart 2026 kennis van het ontwerp van antwoord met stukken, toegevoegd als bijlage bij het besluit, en keurde dit goed. Dienst PAO kreeg de opdracht om dit op te laden via het loket lokaal bestuur.
Per brief van 20 april 2026, ingekomen via het loket lokaal bestuur (berichtencentrum) op 20 april 2026 (in bijlage), maakt de gouverneur een kopie van zijn antwoord aan de klager over (in bijlage). Hij verzoekt om zijn beslissing ter kennis te brengen op de eerstvolgende vergadering van de raad (conform artikel 333, tweede lid DLB).
De gouverneur laat de klagers weten dat zijn ambt niet zal optreden om volgende redenen:
"U haalt aan dat de gemeente Grimbergen de beslissingen van de Vlaamse Toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens (VTC) en de Raad van State naast zich neer legt.
U haalt daarvoor enkele argumenten aan. Zo blijft het bestuur de betreffende ANPR-camera’s gebruiken, en lijkt zij deze niet af te zullen bouwen. Hiervoor verwijst u naar het meerjarenplan 2026-2031 waar de inkomsten van alle camera’s begroot worden, en dat een kleine terugval in inkomsten te wijten zou zijn aan onderhoudsmaatregelen. Tevens haalt u aan dat het bestuur de functionaliteit van de camera’s uitbreidt en nieuwe camera’s geplaatst heeft, niettegenstaande het verbod.
Uw argumenten betreffen de toepassing van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). De VTC is als toezichthoudende autoriteit verantwoordelijk voor het toezicht op de toepassing van de AVG door de Vlaamse bestuursinstanties. Uit het dossier en de communicatie tussen het bestuur en de VTC blijkt dat de VTC haar genomen beslissing ook verder opvolgt en het bestuur ten gepaste tijde hieromtrent bevraagt. Gelet op het bestaan van een specifiek toezicht kan mijn ambt hier niet in tussenkomen.
Wat betreft de uitbreiding van het ANPR-netwerk besliste de gemeenteraad: 1. In zitting van 24 april 2025 de plaatsing van een vaste ANPR-camera op het openbaar domein in functie van de handhaving van een inrijverbod in de Beverstraat goed te keuren, en 2. In zitting van 27 november 2025 de toestemmingsaanvraag voor het gebruiken van vaste ANPR-camera’s voor de handhaving van de tonnagebeperking op de Spaanse Lindebaan goed te keuren.
Overeenkomstig artikel 332, §3 van het Decreet over het Lokaal Bestuur (DLB) moet een klacht tegen voormelde gemeenteraadsbesluiten, op straffe van niet-ontvankelijkheid, ingediend worden binnen een periode van dertig dagen die volgt op de dag van de bekendmaking van de lijst van die beslissingen op de webtoepassing van de gemeente. U diende uw klacht pas in op 19 februari 2026. Ik kan dan ook niet meer optreden tegen deze gemeenteraadsbesluiten in het raam van het bestuurlijk toezicht.
U haalt verder aan dat een behoorlijk bestuur redelijkerwijze het gebruik van ANPR-camera’s zou opschorten in afwachting van een beslissing van de Raad van State. Deze beslissing van de gemeente Grimbergen is een beleidsbeslissing waar mijn ambt niet in kan tussenkomen. De VTC legde een verbod op de verwerking door de gemeente op in de mate dat deze niet proportioneel is t.o.v. het wettige doeleinde van GAS-5. Daarvoor moet de gemeente reducerende en beschermende maatregelen nemen.
Het bestuur is van mening dat de verwerking proportioneel is t.o.v. het doel, en de verwerking dus niet geschorst moet worden. Op basis van dit argument werden dus ook geen reducerende maatregelen genomen, namelijk het verminderen van het aantal ANPR-camera’s.
De vraag of de verwerking door de gemeente Grimbergen proportioneel is t.o.v. het doel, en er bijgevolg voldaan is aan de beslissing van de VTC, is een vraag over de toepassing van de AVG waarvoor de VTC de verantwoordelijke toezichthouder is. Indien u van mening bent dat dit niet het geval is, kunt u dit melden bij de VTC. Meer info daarover vindt u via deze link: https://www.vlaanderen.be/vlaamse-toezichtcommissie/rechten-van betrokkenen/klachtenprocedure-vtc
De VTC heeft zelf middelen om haar beslissingen af te dwingen. De VTC kan bijvoorbeeld inbreuken op de AVG ter kennis brengen van de gerechtelijke autoriteiten en, waar passend, een rechtsvordering instellen of anderszins in rechte optreden. Hier kan mijn ambt evenmin in tussenkomen.
Op basis van bovenstaande zal ik niet optreden in dit dossier."
Het college van burgemeester en schepenen nam hiervan kennis en besliste dit, overeenkomstig artikels 332, §1, derde lid en 333, tweede lid DLB, ter kennisname voor te leggen aan de gemeenteraad.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om hier, overeenkomstig artikels 332, §1, derde lid en 333, tweede lid DLB, kennis van te nemen.
/
Enig artikel.
Kennis te nemen van de brieven van de gouverneur van 20 april 2026, ingekomen op 20 april 2026 via het loket lokaal bestuur, toegevoegd als bijlagen bij dit besluit, specifiek dat de gouverneur niet zal optreden.
De gemeenteraad neemt kennis van de brieven van de gouverneur van 29 april 2026, ingekomen op 4 mei 2026 via het loket lokaal bestuur, toegevoegd als bijlagen bij het besluit, specifiek dat de gouverneur niet zal optreden.
Titel VII - Bestuurlijk toezicht van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (DLB).
Artikel 327 DLB:
Behalve in geval van andersluidende bepalingen, beperkt de toezichthoudende overheid zich bij de uitoefening van het toezicht, vermeld in dit decreet, tot een toetsing aan het recht en aan het algemeen belang. Voor beslissingen van de gemeenteoverheid is het algemeen belang elk belang dat ruimer is dan het gemeentelijk belang. Voor beslissingen van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn is het algemeen belang elk belang dat ruimer is dan het gemeentelijk belang en het belang van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn.
Artikel 328 DLB:
De toezichthoudende overheid kan bij de gemeenteoverheid en bij het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn alle documenten en inlichtingen opvragen of die ter plaatse raadplegen. Ze bepaalt de informatiedrager en de vorm waarin die gegevens worden verstrekt.
Artikel 331 DLB:
De toezichthoudende overheid kan besluiten van een gemeenteoverheid en van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn ambtshalve opvragen.
Bij de ontvangst van een klacht vraagt de toezichthoudende overheid het besluit en het bijbehorende dossier op.
Artikel 333 DLB:
Als een klacht wordt ingediend tegen een besluit van de gemeenteoverheid of van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn brengt de toezichthoudende overheid de indiener van de klacht op de hoogte van:
1° de ontvangst van de klacht, binnen tien dagen nadat ze ontvangen werd;
2° het verzoek van de toezichthoudende overheid aan de gemeenteoverheid of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn om het besluit en het bijbehorende dossier te bezorgen, binnen tien dagen na dat verzoek;
3° het besluit van de toezichthoudende overheid over de ingediende klacht met vermelding van de motieven waarop het besluit is gebaseerd.
De toezichthoudende overheid brengt de betrokken gemeenteoverheid of aan het betrokken openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn op de hoogte van haar definitieve antwoord aan de indiener van de klacht. Deze mededeling wordt ter kennis gebracht op de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad of van de raad voor maatschappelijk welzijn.
In geval van stuiting van de termijn om een beroep in te stellen bij de Raad van State, brengt de toezichthoudende overheid de indiener van de klacht op de wijze, bepaald door de Vlaamse Regering, op de hoogte van de motieven van de toezichthoudende overheid om het besluit van de gemeenteoverheid of van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn waartegen de klacht was ingediend, niet te vernietigen, binnen tien dagen na het nemen van dat besluit of na het verstrijken van de termijn.
Artikel 332 DLB:
§ 1. Met behoud van de toepassing van artikel 243, § 3, 259 en 262 beschikt de toezichthoudende overheid over dertig dagen om een besluit van een gemeenteoverheid te vernietigen en om de gemeenteoverheid daarvan op de hoogte te brengen.
De toezichthoudende overheid beschikt over dertig dagen om een besluit van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn te vernietigen en om het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn daarvan op de hoogte te brengen.
Alle besluiten en opmerkingen van de toezichthoudende overheid worden ter kennis gebracht op de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad of van de raad voor maatschappelijk welzijn.
§ 2. De termijn, vermeld in paragraaf 1, gaat in op de dag die volgt op de kennisgeving aan de toezichthoudende overheid van de bekendmaking op de webtoepassing van de gemeente van de lijst van de aangelegenheden, vermeld in artikel 285, § 1, 1° en 2°, en artikel 285, § 2, eerste lid, 1° en 2°. Voor de besluiten, vermeld in artikel 286, § 1 en § 2, start de termijn, vermeld in paragraaf 1, op de dag die volgt op de kennisgeving aan de toezichthoudende overheid van de bekendmaking van het besluit op de webtoepassing van de gemeente.
Onder voorbehoud van de toepassing van het eerste lid, start de termijn, vermeld in paragraaf 1, voor de besluiten van een gemeenteoverheid of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn die met toepassing van artikel 331 ambtshalve of na ontvangst van een klacht werden opgevraagd door de toezichthoudende overheid, op de dag die volgt op de verzending van het opgevraagde besluit.
§ 3. Een klacht wordt, op straffe van niet-ontvankelijkheid, ingediend binnen een periode van dertig dagen, die volgt op de dag van de bekendmaking op de webtoepassing van de gemeente van de lijst van de aangelegenheden, vermeld in artikel 285, § 1, 1° en 2°, en artikel 285, § 2, eerste lid, 1° en 2°, of van de besluiten, vermeld in artikel 286, § 1 en § 2.
§ 4. De termijn, vermeld in paragraaf 1, wordt gestuit door de verzending van een klacht aan de toezichthoudende overheid, op voorwaarde dat die klacht verstuurd wordt op de wijze, bepaald door de Vlaamse Regering, binnen de termijn, vermeld in paragraaf 3.
Een nieuwe termijn als vermeld in paragraaf 1 gaat in op de dag die volgt op de verzending van de klacht.
§ 5. De termijn, vermeld in paragraaf 1, wordt gestuit door de opvraging door de toezichthoudende overheid van het besluit van de gemeenteoverheid of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn met toepassing van artikel 331, eerste of tweede lid.
Een nieuwe termijn als vermeld in paragraaf 1 gaat in op de dag die volgt op de verzending van het opgevraagde besluit.
§ 6. De gemeenteoverheid of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn verzendt het besluit dat door de toezichthoudende overheid is opgevraagd binnen een termijn van dertig dagen die volgt op de dag van de verzending van de opvraging.
Als de gemeenteoverheid of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn het gevraagde besluit niet verzendt aan de toezichthoudende overheid binnen de termijn, vermeld in het eerste lid, bezorgt de toezichthoudende overheid na het verstrijken van die termijn een herinnering. De herinnering verwijst uitdrukkelijk naar de gevolgen, vermeld in het vierde lid.
Een nieuwe termijn van dertig dagen gaat in op de dag na de verzending van de herinnering.
Als het gevraagde besluit niet wordt verzonden aan de toezichthoudende overheid binnen die nieuwe termijn, is het opgevraagde besluit van rechtswege nietig. De toezichthoudende overheid brengt de gemeenteoverheid of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn op de hoogte van die nietigheid.
Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 11 mei 2026 inzake besluit van de provinciegouverneur van 29 april 2026 inzake klacht van 25 februari 2026 van een raadslid tegen twee beslissingen van de gemeenteraad van de gemeente Grimbergen – ontwerp van begroting 2026 van het EVA Heemschut vzw en EVA Cultuurcentrum Strombeek Grimbergen vzw – toekenning werkings- en investeringssubsidies bij ABB - Kennisname.
Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 30 maart 2026 inzake klacht van 25 februari 2026 van een raadslid tegen twee beslissingen van de gemeenteraad van de gemeente Grimbergen – ontwerp van begroting 2026 van het EVA Heemschut vzw en EVA Cultuurcentrum Strombeek Grimbergen vzw – toekenning werkings- en investeringssubsidies bij ABB: ontwerp van antwoord - Kennisname en goedkeuring.
Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 16 maart 2026 inzake klacht van een raadslid bij ABB tegen twee beslissingen van de gemeenteraad van de gemeente Grimbergen – ontwerp van begroting 2026 van het EVA Heemschut vzw en EVA Cultuurcentrum Strombeek Grimbergen vzw – toekenning werkings- en investeringssubsidies- Opvraging dossier - Kennisname.
De klacht van raadslid DE BOECK 25 februari 2026 overgemaakt aan de gemeente via het digitaal loket op 13 maart 2026 (in bijlage).
De brief van het Agentschap Binnenlands Bestuur (ABB) van 11 maart 2026, ontvangen op 13 maart 2026 betreffende de bovenstaande klacht (bijlage).
Brieven van de provinciegouverneur van 29 april 2026, ingekomen via het loket lokaal bestuur op 4 mei 2026 (Bijlagen 1 en 2).
/
Het college van burgemeester en schepenen nam op 16 maart 2026 kennis van klacht van raadslid William DE BOECK van 25 februari 2026 tegen twee beslissingen van de gemeenteraad van de gemeente Grimbergen – ontwerp van begroting 2026 van het EVA Heemschut vzw en EVA Cultuurcentrum Strombeek Grimbergen vzw – toekenning werkings- en investeringssubsidies bij ABB, bij de provinciegouverneur overgemaakt per brief namens de provinciegouverneur van 13 maart 2026, ontvangen via het loket lokaal bestuur (berichtencentrum) op 13 maart 2026.
Het college van burgemeester en schepenen ging akkoord om alle betrokken besluiten, het dossier, een uitgebreide toelichting en het standpunt over het voorwerp van de klacht (artikel 331 DLB) van zodra deze wordt ontvangen, uiterlijk 30 dagen na het ontvangen van de brief, te bezorgen aan de provinciegouverneur via het digitaal loket (berichtencentrum).
Het college van burgemeester en schepenen gaf de opdracht aan de dienst Financiën om een brief met daarin een uitgebreide toelichting en het standpunt van het bestuur op te maken en dit ter goedkeuring voor te leggen aan het college van burgemeester en schepenen op de eerstvolgende zitting.
Het college van burgemeester en schepenen nam in zitting van 30 maart 2026 kennis van het ontwerp van antwoord met stukken, toegevoegd als bijlage bij het besluit, en keurde dit goed. Dienst PAO kreeg de opdracht om dit op te laden via het loket lokaal bestuur.
Per brief van 29 april 2026, ingekomen via het loket lokaal bestuur (berichtencentrum) op 4 mei 2026 (in bijlage), maakt de gouverneur een kopie van zijn antwoord aan de klager over (in bijlage). Hij verzoekt om zijn beslissing ter kennis te brengen op de eerstvolgende vergadering van de raad (conform artikel 333, tweede lid DLB).
De gouverneur laat de klager weten dat zijn ambt niet zal optreden om volgende redenen:
"Uw klacht heeft betrekking op volgende drie elementen:
1. de overeenstemming tussen de EVA-budgetten en de lijst van toegestane werkings- en investeringssubsidies opgenomen in de documentatie bij het meerjarenplan 2026-2031 van de gemeente;
2. de opsplitsing tussen werkings- en investeringssubsidies in de gemeenteraadsbeslissingen;
3. de impact van deze opsplitsing op de autofinancieringsmarge.
Eerst en vooral wijs ik erop dat de lijst met de toegestane werkings- en investeringssubsidies die als documentatie bij het meerjarenplan 2026-2031 is gevoegd, enkel informatief is. Over deze lijst wordt niet afzonderlijk beraadslaagd. De gemeenteraad beslist over de toekenning van elke nominatieve subsidie via een afzonderlijke raadsbeslissing op basis van art. 41, tweede lid, 23° DLB van 22/12/2017.
Uit het nazicht van de budgetten 2026 van de extern verzelfstandigde agentschappen (EVA's) blijkt dat het bestuur voor het EVA Cultuurcentrum Strombeek Grimbergen vzw geen opsplitsing maakt tussen werkings- en investeringssubsidies. Voor het EVA Heemschut vzw werd wel een opsplitsing gemaakt, maar de bedragen stemmen niet overeen met de bedragen in de documentatie bij het meerjarenplan 2026-2031 van uw lokaal bestuur.
De subsidiebedragen en de opsplitsing ervan mogen afwijken van de ramingen die in de documentatie bij het meerjarenplan 2026-2031 zijn opgenomen. Over deze afwijkingen moet wel duidelijk worden gecommuniceerd aan de gemeenteraad, bijvoorbeeld door deze expliciet op te nemen in de raadsbeslissing tot goedkeuring van de ontwerpbudgetten van de EVA’s. Dit is niet gebeurd. Bovendien wordt vermeld dat deze passen binnen het meerjarenplan 2026-2031 van de gemeente, wat op zijn minst ongelukkig is geformuleerd.
Ik zal het bestuur erop wijzen dat bij het nemen van volgende raadsbeslissingen met betrekking tot de budgetten van de EVA’s een opsplitsing moet worden gemaakt tussen de werkings- en investeringssubsidies. Als deze bedragen niet overeenstemmen met de vastgestelde bedragen in het meerjarenplan van uw lokaal bestuur, is het aangewezen dat vermeld wordt dat de ramingen bij de eerstvolgende aanpassing van het meerjarenplan zullen worden gewijzigd.
Daarnaast haalde u aan dat het niet volgen van een correcte opsplitsing een impact heeft op de autofinancieringsmarge in het meerjarenplan van de gemeente. Dit is weliswaar correct, doch uit het onderzoek blijkt dat dit het financieel evenwicht van het meerjarenplan niet in het gedrang brengt. De autofinancieringsmarge blijft in het laatste jaar (2031) van het meerjarenplan positief en bedraagt na correctie 186.057 euro.
Gelet op het voorgaande ben ik van oordeel dat, ondanks vastgestelde aandachtspunten over correcte en volledige informatieverstrekking, geen onwettigheden werden vastgesteld. Er is dan ook geen reden om vernietigend op te treden tegen de betrokken beslissingen van de gemeenteraad van Grimbergen."
Het college van burgemeester en schepenen nam hiervan kennis en besliste dit, overeenkomstig artikels 332, §1, derde lid en 333, tweede lid DLB, ter kennisname voor te leggen aan de gemeenteraad.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om hier, overeenkomstig artikels 332, §1, derde lid en 333, tweede lid DLB, kennis van te nemen.
/
Enig artikel.
Kennis te nemen van de brieven van de gouverneur van 29 april 2026, ingekomen op 4 mei 2026 via het loket lokaal bestuur, toegevoegd als bijlagen bij dit besluit, specifiek dat de gouverneur niet zal optreden.
De gemeenteraad:
Artikel 432, derde lid van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
Algemeen:
Deel 3, titel 3 betreffende de intergemeentelijke samenwerking DLB.
Toetreding en statuten:
Gecoördineerde tekst van de statuten van DV Creat Services, voor het laatst gewijzigd door de bijzondere algemene vergadering op 12 december 2023.
Besluit van de gemeenteraad van 27 april 2023 "DV TMVS - Opdrachtencentrale CREAT: toetreding als gemeente en politiezone - Aanstellen effectieve vertegenwoordiger in de algemene vergadering van DV TMVS - Goedkeuring".
Vertegenwoordiger van het gemeentebestuur:
Besluit van de gemeenteraad van 27 februari 2025 inzake "Aanduiding gemeentelijke vertegenwoordigers in de algemene vergadering - Aanduiding van een kandidaat-bestuurder in de raad van bestuur".
Specifiek:
/
Per aangetekende brief van 3 april, ingekomen op 9 april 2026, wordt het gemeentebestuur door DV Creat Services vzw opgeroepen om deel te nemen aan de algemene vergadering (AV) op 16 juni 2026 om 14.30 uur in Flanders Expo, Maaltekouter 1, 9051 Gent.
De vergadering zal fysiek plaatsvinden met digitale inbelmogelijkheid via ZOOM.
Agenda:
Wijziging van vermogen
Actualisering van bijlagen 1 en 2 aan de statuten ingevolge wijziging van vermogen
Verslag van de Raad van Bestuur over het boekjaar 2025
Verslag van de commissaris
a. Goedkeuring van de jaarrekening over het boekjaar 2025 afgesloten per 31 december 2025
b. Goedkeuring van de voorgestelde resultaatsverdeling over het boekjaar 2025
De toelichtingsnota's werden in bijlage toegevoegd. De agenda met bijlagen kan digitaal geraadpleegd worden op de website: https://www.farys.be/nl/creat/creat-services-dv-algemene-vergaderingen.
Mandatering gemeentelijke vertegenwoordiger
Overeenkomstig artikel 432, derde lid, van het decreet over het lokaal bestuur moet de vaststelling van het mandaat van de vertegenwoordigers in de algemene vergadering van opdrachthoudende en dienstverlenende verenigingen worden herhaald voor elke algemene vergadering.
Op de gemeenteraad van 27 februari 2025 werd de heer Jelle DE WILDE aangeduid als effectieve vertegenwoordiger. Er werd geen plaatsvervangende vertegenwoordiger aangeduid.
De vertegenwoordiger werd op 28 april 2026 op de hoogte gebracht van deze uitnodiging.
Aan de gemeenteraad wordt in dit kader voorgesteld om:
Stemmingen:
Gaat over tot de eerste stemming betreffende de goedkeuring van de agendapunten van de AV van 16 juni 2026:
Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
Gaat over tot de tweede stemming betreffende de vaststelling van het mandaat van de gemeentelijke vertegenwoordigers:
Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
/
Artikel 1.
Kennis te nemen van de uitnodiging en de toelichtingsnota's van de AV van DV Creat Services van 16 juni 2026 om 14.30 uur in Flanders Expo, Maaltekouter 1, 9051 Gent met volgende agenda:
Wijziging van vermogen
Actualisering van bijlagen 1 en 2 aan de statuten ingevolge wijziging van vermogen
Verslag van de Raad van Bestuur over het boekjaar 2025
Verslag van de commissaris
a. Goedkeuring van de jaarrekening over het boekjaar 2025 afgesloten per 31 december 2025
b. Goedkeuring van de voorgestelde resultaatsverdeling over het boekjaar 2025
Art. 2.
Kennis te nemen van het feit dat de vertegenwoordiger deze uitnodiging heeft ontvangen op 28 april 2026.
Art. 3.
De agendapunten, zoals uiteengezet in artikel 1, goed te keuren.
Art. 4.
Het mandaat van de gemeentelijke vertegenwoordiger, m.b.t. de te behandelen agendapunten, vast te stellen.
Art. 5.
Een afschrift van dit besluit te bezorgen aan:
De gemeenteraad:
Artikel 432, derde lid van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
Algemeen:
DLB, deel 3, titel 3 betreffende de intergemeentelijke samenwerking in het bijzonder.
Statuten:
Statuten van OV Intradura, voor het laatst gewijzigd door de algemene vergadering op 21 juni 2023.
Vertegenwoordigers van het gemeentebestuur:
Besluit van de gemeenteraad van 27 februari 2025 betreffende de aanduiding van mevrouw Chantal LAUWERS als effectieve gemeentelijke vertegenwoordiger en mevrouw Eliane VANCRAENENBROECK als plaatsvervangende vertegenwoordiger voor de algemene vergadering van OV Intradura.
Specifiek:
/
Per e-mail van 14 april 2026 werd het gemeentebestuur door OV Intradura opgeroepen om deel te nemen aan de algemene vergadering (AV) van Intradura op woensdag 17 juni 2026 om 19.30 uur in de kantoren van Haviland, Poverstraat 75 bus 47 te 1731 Relegem.
Agenda:
Notulen van de Buitengewone Algemene Vergadering van 10 december 2026: goedkeuring (een exemplaar van deze notulen werd per brief op 16 december 2025 aan de deelnemers bezorgd.);
Verslag der activiteiten van het afgelopen boekjaar 2025;
Jaarrekening 2025 met balans, resultatenrekening, sociale balans per 31.12.2025, het voorstel van bestemming van het resultaat en toelichting: goedkeuring (art. 39);
Verslag van de Raad van Bestuur: goedkeuring (art. 39);
Verslag van de commissaris over het boekjaar afgesloten op 31.12.2025: goedkeuring (art. 39);
Bestuur: kwijting aan bestuurders, commissaris (art. 39);
Vaststelling resultaatsbestemming (art. 47);
Benoeming commissaris-revisor (art. 29): goedkeuring;
Vaststelling jaarlijkse bezoldiging commissaris (art. 41): goedkeuring;
Varia.
De toelichtingsnota's zijn als bijlage toegevoegd bij dit besluit.
Mandatering gemeentelijke vertegenwoordiger
Overeenkomstig artikel 432, derde lid, van het decreet over het lokaal bestuur moet de vaststelling van het mandaat van de vertegenwoordigers in de algemene vergadering van opdrachthoudende en dienstverlenende verenigingen worden herhaald voor elke algemene vergadering.
De vertegenwoordiger, aangeduid in de zitting van de gemeenteraad van 27 februari 2025, is mevrouw Chantal LAUWERS. De plaatsvervanger is mevrouw Eliane VANCRAENENBROECK.
De vertegenwoordigers werden op 28 april 2026 in kennis gesteld van voornoemde uitnodiging.
Aan de gemeenteraad wordt in dit kader voorgesteld om:
kennis te nemen van de uitnodiging van OV Intradura om deel te nemen aan de AV van 17 juni 2026;
kennis te nemen van het feit dat de vertegenwoordigers deze uitnodiging hebben ontvangen op 28 april 2026;
kennis te nemen van de agendapunten van de AV en deze goed te keuren en
Stemmingen:
Gaat over tot de eerste stemming betreffende de goedkering van de agendapunten op de AV van 17 juni 2026:
Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
Gaat over tot de tweede stemming betreffende de vaststelling van het mandaat van de gemeentelijke vertegenwoordigers:
Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
/
Artikel 1.
Kennis te nemen van de uitnodiging en de toelichtingsnota's van OV Intradura voor de AV op 17 juni 2026 om 19.30 uur in de kantoren van Haviland, Poverstraat 75 bus 47 te 1731 Relegem, met de volgende agenda:
Notulen van de Buitengewone Algemene Vergadering van 10 december 2026: goedkeuring (een exemplaar van deze notulen werd per brief op 16 december 2025 aan de deelnemers bezorgd.);
Verslag der activiteiten van het afgelopen boekjaar 2025;
Jaarrekening 2025 met balans, resultatenrekening, sociale balans per 31.12.2025, het voorstel van bestemming van het resultaat en toelichting: goedkeuring (art. 39);
Verslag van de Raad van Bestuur: goedkeuring (art. 39);
Verslag van de commissaris over het boekjaar afgesloten op 31.12.2025: goedkeuring (art. 39);
Bestuur: kwijting aan bestuurders, commissaris (art. 39);
Vaststelling resultaatsbestemming (art. 47);
Benoeming commissaris-revisor (art. 29): goedkeuring;
Vaststelling jaarlijkse bezoldiging commissaris (art. 41): goedkeuring;
Varia.
Art. 2.
Kennis te nemen van het feit dat de vertegenwoordigers deze uitnodiging hebben ontvangen op 28 april 2026.
Art. 3.
De agendapunten, zoals uiteengezet in artikel 1, goed te keuren.
Art. 4.
Een afschrift van dit besluit te bezorgen aan:
De gemeenteraad:
keurt de agendapunten van de algemene vergadering van OV Havicrem van 24 juni 2026 goed en
stelt het mandaat van de gemeentelijke vertegenwoordigers m.b.t. de te behandelen agendapunten vast.
Artikel 432, derde lid van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB):
De vaststelling van het mandaat van de vertegenwoordiger wordt herhaald voor elke algemene vergadering.
Algemeen:
Deel 3, titel 3 DLB betreffende de intergemeentelijke samenwerking in het bijzonder.
Toetreding:
Besluit van de gemeenteraad van 24 maart 2003 betreffende de toetreding tot Havicrem.
Statuten:
Statuten van Havicrem, voor het laatst gewijzigd door de algemene vergadering op 20 december 2023.
Vertegenwoordigers van het gemeentebestuur:
Besluit van de gemeenteraad van 27 februari 2025 inzake "Aanduiding van een effectieve en een plaatsvervangende gemeentelijke vertegenwoordiger in de algemene vergadering - Voordracht van een kandidaat-bestuurder - Voordracht van een kandidaat-bestuurder met raadgevende stem - Voordracht van een deskundige".
Specifiek:
Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 18 mei 2026 inzake "OV Havicrem - Algemene vergadering van 24 juni 2026: agendapunten en het mandaat van de gemeentelijke vertegenwoordiger - Kennisname en vaststelling".
/
Per e-mail van 11 mei 2026 werd het gemeentebestuur door OV Havicrem opgeroepen om deel te nemen aan de algemene vergadering (AV) van 24 juni 2026 om 18.30 uur in Aula 2 van het crematorium Daelhof, Erasmuslaan 50 te 1804 Zemst (Cargovil).
Agenda:
Mandatering gemeentelijke vertegenwoordiger:
Overeenkomstig artikel 432, derde lid, van het decreet over het lokaal bestuur dient de vaststelling van het mandaat van de vertegenwoordigers in de algemene vergadering van opdrachthoudende en dienstverlenende verenigingen te worden herhaald voor elke algemene vergadering.
De gemeentelijke vertegenwoordigers werden aangeduid op de gemeenteraad van 27 februari 2025 en zijn:
Karin VERTONGEN als effectieve vertegenwoordiger en
Aan de gemeenteraad wordt in dit kader voorgesteld om:
kennis te nemen van de uitnodiging van OV Havicrem om deel te nemen aan de AV van 24 juni 2026;
kennis te nemen van het feit dat de vertegenwoordigers deze uitnodiging hebben ontvangen op 12 mei 2026;
kennis te nemen van de agendapunten van deze AV en deze goed te keuren en
het mandaat van de gemeentelijke vertegenwoordigers m.b.t. de te behandelen agendapunten vast te stellen.
Stemmingen:
Gaat over tot de eerste stemming inzake de goedkeuring van de agendapunten van de AV van OV Havicrem van 24 juni 2026:
Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
Gaat over tot de tweede stemming inzake de vaststelling van het mandaat van de gemeentelijke vertegenwoordigers in de AV van OV Havicrem van 24 juni 2026:
Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
/
Artikel 1.
Kennis te nemen van de uitnodiging van OV Havicrem van 11 mei 2026 waarbij wordt gemeld dat een AV zal plaatsvinden op 24 juni 2026 om 18.30 uur in Aula 2 van het crematorium Daelhof, Erasmuslaan 50 te 1804 Zemst (Cargovil) met de volgende agenda:
Art. 2.
Kennis te nemen van het feit dat de vertegenwoordigers deze uitnodiging hebben ontvangen op 12 mei 2026.
Art. 3.
De agendapunten, zoals uiteengezet in artikel 1, goed te keuren.
Art. 4.
Het mandaat van de gemeentelijke vertegenwoordigers m.b.t. de te behandelen agendapunten vast te stellen.
Art. 5.
Een afschrift van dit besluit te bezorgen aan:
De gemeenteraad:
Het aanstellen en ontslaan van de leden van de raad van bestuur van een autonoom gemeentebedrijf, de beslissing tot ontbinding en vereffening van een autonoom gemeentebedrijf, en het aanstellen van de gemeentelijke vertegenwoordigers in de algemene vergadering van een extern verzelfstandigd agentschap in privaatrechtelijke vorm.
De vertegenwoordigers van de gemeente in de algemene vergadering van de gemeentelijke vennootschap en vereniging worden door de gemeenteraad uit zijn leden gekozen.
Algemeen:
Oprichting:
Besluit van de gemeenteraad van 26 september 2013 betreffende de omvorming van de vzw Heemschut tot een gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap in privaatrechtelijk vorm in de zin van de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk in overeenstemming met de desbetreffende bepalingen van het gemeentedecreet.
Statuten:
Statuten van Heemschut vzw van 23 mei 2024.
Aanduiding gemeentelijke vertegenwoordiger:
Besluit van de gemeenteraad van 27 maart 2025 inzake "EVA Heemschut vzw - Aanduiding van een gemeentelijke vertegenwoordiger in de algemene vergadering en het bestuursorgaan - Aanduiding van de leden in de algemene vergadering - Aanduiding van de leden in het bestuursorgaan".
Specifiek:
Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 18 mei 2026 inzake "EVA Heemschut vzw: Algemene vergadering van 8 juni 2026: agendapunten en mandaat van de gemeentelijke vertegenwoordiger met meervoudig stemrecht - Kennisname en goedkeuring".
/
Per e-mail van 30 april 2026 ontving het gemeentebestuur een uitnodiging voor een algemene vergadering (AV) van Heemschut vzw Grimbergen op 8 juni 2026 om 20.00 uur in het Guldendal.
Agenda:
Mandatering gemeentelijke vertegenwoordiger:
De gemeentelijke vertegenwoordiger met meervoudig stemrecht in de algemene vergadering van de vzw Heemschut werd aangeduid op de gemeenteraad van 27 maart 2025 en is de heer Philip ROOSEN.
Hij werd op 7 en 12 mei 2026 in kennis gesteld van voornoemde uitnodiging.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om:
kennis te nemen van de uitnodiging van 30 april 2026 van EVA Heemschut vzw om deel te nemen aan de AV van 8 juni 2026 om 20.00 uur in het Guldendal;
kennis te nemen van het feit dat de gemeentelijke vertegenwoordiger met meervoudig stemrecht deze uitnodiging heeft ontvangen;
kennis te nemen van de agendapunten van deze AV en deze goed te keuren en
het mandaat van de gemeentelijke vertegenwoordiger met meervoudig stemrecht vast te stellen.
Stemmingen:
Gaat over tot de eerste stemming inzake de goedkeuring van de agendapunten van de AV van Heemschut vzw van 8 juni 2026:
Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
Gaat over tot de tweede stemming inzake de vaststelling van het mandaat van de gemeentelijke vertegenwoordiger met meervoudig stemrecht in de AV van Heemschut vzw van 8 juni 2026:
Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
/
Artikel 1.
Kennis te nemen van de uitnodiging van Heemschut vzw Grimbergen van 30 april 2026 voor de algemene vergadering (AV) op 8 juni 2026 om 20.00 uur in het Guldendal, met volgende agenda:
Art. 2.
Kennis te nemen van het feit dat de gemeentelijke vertegenwoordiger met meervoudig stemrecht deze uitnodiging heeft ontvangen op 7 en 12 mei 2026.
Art. 3.
De agendapunten, zoals uiteengezet in artikel 1, goed te keuren.
Art. 4.
Het mandaat van de gemeentelijk vertegenwoordiger met meervoudig stemrecht in de algemene vergadering van EVA Heemschut vzw vast te stellen.
Art. 5.
Een afschrift van dit besluit te bezorgen aan:
De gemeenteraad keurt het subsidiereglement "Bruisende Lokale Economie Grimbergen" goed.
Artikels 40, §3 en 41, 23° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
/
Om de lokale economie duurzaam te versterken, is het aangewezen om gericht initiatieven van lokale handelaars te ondersteunen. Subsidies kunnen daarbij fungeren als een hefboom om samenwerking en innovatie te stimuleren.
Zij kunnen onder andere bijdragen tot:
het verhogen van de zichtbaarheid en aantrekkelijkheid van de lokale handelskernen;
het versterken van samenwerking tussen handelaars.
Dergelijk subsidiereglement sluit aan bij de bredere beleidsdoelstellingen rond lokale economische ontwikkeling en kernversterking.
Voor het debat wordt verwezen naar het zittingsverslag.
Budget voorzien op jaarbudgetrekening: ACT-127/0500-00/6159900/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN.
Aanpassing op vraag van schepen Kirsten HOEFS van de fractie CD&V MAX:
"4.1 Indiendata
Voor het verlenen van een subsidie zijn er vier beoordelingsmomenten per jaar, zijnde telkens de 1e werkdag van de maanden februari, mei, augustus en november. Voor 2026 geldt hier een uitzondering waarbij het eerste beoordelingsmoment zal plaatsvinden op de 1e werkdag van juli.
Aanvragen voor een subsidie moeten uiterlijk één maand vóór het beoordelingsmoment worden ingediend."
aan te passen als volgt:
"4.1 Indiendata
Voor het verlenen van een subsidie zijn er vier beoordelingsmomenten per jaar, zijnde telkens de 1e werkdag van de maanden februari, mei, augustus en november.
Aanvragen voor een subsidie moeten uiterlijk één maand vóór het beoordelingsmoment worden ingediend.
Voor 2026 geldt hier een uitzondering waarbij aanvragen voor een subsidie uiterlijk de 1e werkdag van juli dienen ingediend te worden en het eerste beoordelingsmoment midden juli zal zijn."
Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
Tweede aanpassing, voorstel van schepen HOEFS van de fractie CD&V MAX:
"De subsidie wordt slechts uitbetaald voor zover de aanvrager de gemaakte kosten aantoont met geldige facturen."
aan te passen door:
"De subsidie wordt slechts uitbetaald voor zover de aanvrager de gemaakte kosten aantoont met geldige facturen en deze de toegekende subsidie niet overstijgt."
Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
Artikel 1.
Onderstaand subsidiereglement goed te keuren:
Subsidiereglement "Bruisende Lokale Economie Grimbergen"
Art. 1. – Doelstelling
Binnen de perken van de goedgekeurde begrotingskredieten van het meerjarenplan van het lokaal bestuur, voorziet de gemeente Grimbergen vanaf 1 juni 2026 in een subsidie voor ondernemers die publieksgerichte initiatieven organiseren ter versterking van de lokale economie in Grimbergen.
De subsidie ondersteunt projecten die minstens één van de volgende doelstellingen nastreven:
- De lokale economie stimuleren via originele of vernieuwende acties;
- De samenwerking tussen lokale ondernemers bevorderen;
- De beleving in de handelskernen versterken;
- Grimbergen op een positieve manier in de kijker zetten en extra publiek aantrekken.
Art. 2. – Begunstigden
Een subsidie kan enkel worden toegekend aan een projectgroep van minstens drie ondernemers, ingeschreven in KBO, met elk een publiek toegankelijke vestiging in Grimbergen en/of marktkramers met een vaste standplaats op de markt van Grimbergen centrum of Strombeek-Bever.
Art. 3. – Voorwaarden voor ontvankelijkheid van de subsidieaanvraag
Een initiatief komt enkel in aanmerking indien aan alle onderstaande voorwaarden is voldaan:
- het initiatief vindt plaats op het grondgebied van Grimbergen;
- is gratis toegankelijk voor het brede publiek;
- alle communicatie vanuit de organisatie is uitsluitend Nederlandstalig;
- streeft minstens één van doelstellingen na, zoals vermeld in artikel 1 van dit reglement;
- is wervend van aard;
- heeft geen religieus, politiek of ideologisch karakter;
- is geen netwerkevent of activiteit die enkel ondernemers onderling bedient;
- wordt niet reeds gesubsidieerd door Grimbergen of andere overheden;
- er duidelijk wordt aangegeven hoe het initiatief bekendgemaakt wordt aan het publiek (communicatieplan);
- het logo van Grimbergen opgenomen wordt op alle communicatie, promotie en publicaties.
Art. 4. – Aanvraagprocedure
4.1 Indiendata
Voor het verlenen van een subsidie zijn er vier beoordelingsmomenten per jaar, zijnde telkens de 1e werkdag van de maanden februari, mei, augustus en november.
Aanvragen voor een subsidie moeten uiterlijk één maand vóór het beoordelingsmoment worden ingediend.
Voor 2026 geldt hier een uitzondering waarbij aanvragen voor een subsidie uiterlijk de 1e werkdag van juli dienen ingediend te worden en het eerste beoordelingsmoment midden juli zal zijn.
Indien de aanvraag een evenement betreft, dient het evenement zelf ook ter goedkeuring aangevraagd te worden bij de dienst Evenementen via het evenementenloket Aanmelden | Flowlab. Dit 6 weken op voorhand voor evenementen tot 500 personen en 3 maanden op voorhand voor evenementen voor meer dan 500 personen.
4.2 Indienen
De aanvraag gebeurt steeds via het e-loket op de gemeentelijke website, waarbij alle gevraagde informatie wordt aangeleverd.
Art. 5. - Inhoudelijke beoordeling
De ingediende aanvragen worden inhoudelijk beoordeeld door de feitelijke vereniging Grimbergen Onderneemt!. Het door deze vereniging uitgebrachte advies wordt ter besluitvorming voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen, dat de uiteindelijke goedkeuring verleent.
De inhoudelijke beoordeling van de aanvragen gebeurt op basis van volgende criteria:
- Lokale meerwaarde: de mate waarin het initiatief bijdraagt aan de economische, sociale of culturele dynamiek binnen de gemeente;
- Bereik: een raming van het aantal personen dat door het initiatief wordt bereikt;
- Vernieuwend karakter: de originaliteit van het concept en de mate waarin het initiatief vernieuwende elementen bevat;
- Samenwerking tussen ondernemers: de betrokkenheid en actieve samenwerking tussen meerdere lokale ondernemers;
- Communicatie-impact: de zichtbaarheid en promotionele waarde van het initiatief voor de lokale economie.
Art. 6. – Subsidiebedrag en uitbetaling
6.1 Subsidiebedrag
Per project kan maximaal 4.000,00 euro subsidie worden toegekend.
Het college van burgemeester en schepenen bepaalt het uiteindelijke subsidiebedrag op basis van het advies van Grimbergen Onderneemt! en de gehanteerde beoordelingscriteria. Het subsidiebedrag kan lager zijn dan de totale projectkosten en verleent geen recht op volledige kostendekking.
De aanvrager wordt door dienst Vrije Tijd - Lokale Economie via e-mail op de hoogte gebracht over het al dan niet toekennen van een subsidie, alsook van het eventuele subsidiebedrag.
6.2 Uitbetaling
De subsidie wordt slechts uitbetaald voor zover de aanvrager de gemaakte kosten aantoont met geldige facturen en deze de toegekende subsidie niet overstijgt.
Indien het initiatief een evenement betreft, is uitbetaling van de subsidie enkel mogelijk indien het evenement werd goedgekeurd door de dienst Evenementen.
Voorschot
- Een voorschot van maximaal 50% van het toegekende subsidiebedrag kan worden uitbetaald na de toekenning van de subsidie, op voorwaarde dat de aanvrager in het aanvraagformulier heeft aangegeven een voorschot te wensen.
- Het bedrag van het voorschot wordt bepaald op basis van de door de aanvrager ingediende kostenraming.
- De uitbetaling van het voorschot gebeurt ten vroegste drie maanden vóór de aanvang van het initiatief.
Saldo
- Het saldo wordt uitbetaald ten laatste 60 dagen na het indienen van het evaluatieverslag via economie@grimbergen.be.
- Het evaluatieverslag wordt ten laatste twee maanden na afloop van het initiatief ingediend en bevat minstens:
- een algemene evaluatie (indruk, reacties, …);
- een overzicht van de publiciteit (flyers, affiches, persbericht, sociale media, …);
- de facturen van de gemaakte kosten.
- De uitbetaling van het saldo gebeurt binnen de perken van de goedgekeurde begrotingskredieten zoals bepaald in artikel 1 van dit reglement.
Rekeningnummer
- Alle betalingen gebeuren op het rekeningnummer dat door de aanvrager werd meegedeeld bij de aanvraag.
Overmacht
- Indien een initiatief om geldige redenen van overmacht niet kan plaatsvinden, kan het college van burgemeester en schepenen beslissen de subsidie geheel of gedeeltelijk uit te betalen, met een maximum gelijk aan de reeds gemaakte en bewezen kosten.
- Indien het initiatief niet doorgaat en het college van burgemeester en schepenen oordeelt dat er geen sprake is van overmacht, wordt het eventueel uitbetaalde voorschot volledig teruggevorderd.
Art. 7. – Misbruik, sancties en terugvordering
Het lokaal bestuur kan de subsidie geheel of gedeeltelijk weigeren, opschorten of terugvorderen indien:
- onjuiste of onvolledige informatie werd verstrekt;
- het project niet werd uitgevoerd zoals beschreven;
- de subsidie werd aangewend voor andere doeleinden;
- er sprake is van misbruik, fraude of belangenvermenging;
- er een inbreuk is op de voorwaarden en bepalingen van dit reglement;
- de organisator nalaat te voldoen aan alle wettelijke, reglementaire of administratieve verplichtingen die van toepassing zijn op het initiatief, waaronder het tijdig aanvragen en verkrijgen van de vereiste toelatingen, vergunningen en attesten.
Het verkrijgen van een subsidie in een bepaald jaar creëert geen enkel recht op een subsidie in volgende jaren. Elke aanvraag wordt jaarlijks opnieuw beoordeeld op basis van de geldende criteria, voorwaarden en beschikbare begrotingskredieten.
Bij ernstige of herhaalde inbreuken kan de aanvrager worden uitgesloten van toekomstige subsidies.
Art. 2.
Dit besluit bekend te maken overeenkomstig de bepalingen van “Afdeling 2. Bekendmaking en inwerkingtreding, Hoofdstuk 1. Akten van het lokaal bestuur, Titel 5. De werking van het lokaal bestuur" DLB.
De gemeenteraad verdaagt de behandeling van dit punt naar een volgende zitting.
Artikels 40, §3 en 41, 14° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
/
Het is aangewezen het belastingreglement rond de heffing van de belasting aan te passen o.b.v. onderstaande motivering.
Voor de werklast en de externe en interne kosten verbonden met het leveren van administratieve diensten (zoals het afleveren van stedenbouwkundige, milieutechnische of planologische attesten/documenten/informatie, omgevingsvergunningen, kosten openbaar onderzoek, advies van instantie Inter in kader van toegankelijkheid enz.), worden dossierkosten aangerekend, dewelke vervat zitten in voorliggend reglement.
Voor een noodkap en een opname in het vergunningenregister werden tot op heden geen dossierkosten aangerekend. Deze dossiertypes vereisen evenwel een administratieve verwerking door de dienst Groen (noodkap) en de dienst Vergunningen (opname). Bij een noodkap gaat de dienst Groen ook ter plaatse. Het is te verantwoorden dat voor het opzoekwerk, de kennisgeving, het samenstellen en het afleveren van de administratieve stukken door het gemeentebestuur een dossierkost wordt aangerekend. Het reglement wordt met deze twee dossierkosten aangevuld.
Aanvullend worden volgende documenten geschrapt die op heden niet meer worden aangeleverd en dus niet meer kunnen worden aangerekend:
| Aanvraag tot het verstrekken van omgevingsvergunning- of stedenbouwkundige(o.a. geldende plannen) of milieutechnische informatie (o.a. VLAREBO en/of VLAREM-opzoekingen) per kadastraal perceel: |
|
|
80,00 euro |
|
80,00 euro |
|
155,00 euro |
Rekening houdende met de financiële toestand van de gemeente.
Voor het debat wordt verwezen naar het zittingsverslag.
Burgemeester Bart LAEREMANS stelt voor om dit punt te verdagen.
/
Enig artikel.
De behandeling van dit punt te verdagen naar een volgende zitting van de gemeenteraad.
De gemeenteraad stelt de begrotingsrekening 2025, de balans op 31 december 2025 en de resultatenrekening over het dienstjaar 2025 van Politiezone Grimbergen vast.
De wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, inzonderheid artikel 34 en artikelen 77 tot 80.
Positief advies van de adviserende commissie, samengesteld uit de korpschef, de bijzonder rekenplichtige en de schepen van financiën.
Jaarrekening 2025 van lokale politiezone Grimbergen dient door de gemeenteraad te worden vastgesteld.
Dit impliceert dat zowel de begrotingsrekening 2025, de balans op 31 december 2025 en de resultatenrekening over het dienstjaar 2025 goedgekeurd dienen te worden.
De officiële rekeningbestanden zijn toegevoegd als bijlage en maken integraal deel uit van deze beslissing.
Voor het debat en de argumentatie van de stemmingen, wordt verwezen naar het zittingsverslag.
/
Enig artikel.
De begrotingsrekening 2025, de balans op 31 december 2025 en de resultatenrekening over het dienstjaar 2025 van Politiezone Grimbergen vast te stellen als volgt (bedragen in euro)
BEGROTINGSREKENING OVER HET DIENSTJAAR 2025
BALANS PER 31 DECEMBER 2025
RESULTATENREKENING OVER HET DIENSTJAAR 2025
De gemeenteraad keurt de jaarrekening van Autonoom Gemeentebedrijf Grimbergen met betrekking tot 2025 goed.
De brief commissaris Kristien STEVENS (Baker Tilly Bedrijfsrevisoren bv) van 6 mei 2026, betreffende de uitgevoerde eindejaarsaudit, waaruit onder meer blijkt dat de jaarrekening de vereiste inlichtingen bevat en een getrouw beeld geeft.
De raad van bestuur dient zich uit te spreken over de vaststelling van de jaarrekening voor 30 juni van het boekjaar dat volgt op het boekjaar waarop de rekening betrekking heeft.
De jaarrekening over het financiële boekjaar 2025 sluit af met een beschikbaar budgettair resultaat van 551.154 euro.
De jaarrekening over het financiële boekjaar 2025 sluit af met een autofinancieringsmarge van 163.166 euro.
Voor het debat en de argumentatie van de stemmingen, wordt verwezen naar het zittingsverslag.
Volgens artikel 243 van het DLB dient de rekening van het AGB niet bijkomend aan de gemeenteraad te worden voorgelegd aangezien de gemeenteraad ervoor gekozen heeft om alle leden van de gemeenteraad te benoemen als lid van de raad van bestuur. Dit geldt evenwel enkel voor de BBC-jaarrekening.
Wat het autonoom gemeentebedrijf betreft, dient een onderscheid te worden gemaakt tussen enerzijds de BBC-jaarrekening en anderzijds de jaarrekening opgemaakt volgens het Wetboek van Vennootschappen.
De procedure voor de jaarrekening volgens het Wetboek van Vennootschappen is geregeld in artikel 3.1 Wetboek Vennootschappen en Verenigingen. Dit artikel bepaalt dat de bestuurders de jaarrekening moeten opmaken en ter goedkeuring moeten voorleggen aan de algemene vergadering. Vermits voor een AGB de gemeenteraad als algemene vergadering fungeert, moet de gemeenteraad de door de raad van bestuur opgemaakte (lees: vastgestelde) jaarrekening goedkeuren.
Dit betekent dat de gemeenteraad dus toch dient over te gaan tot de goedkeuring van de jaarrekening, opdat deze kan worden neergelegd bij de balanscentrale.
Artikel 1.
De jaarrekening van Autonoom Gemeentebedrijf Grimbergen over het financiële boekjaar 2025, na vaststelling door de raad van bestuur, goed te keuren.
Art. 2.
De jaarrekening over het financiële boekjaar 2025 kan als volgt goedgekeurd worden (bedragen in euro):
De gemeenteraad stelt de jaarrekening over het financiële boekjaar 2025 vast.
Artikels 41, 3°, 249 en 260 tot 262 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
Besluit van het managementteam van 26 mei 2026 houdende positief advies bij de jaarrekening.
Nadat de rekeningen in overeenstemming zijn gebracht met de gegevens van de inventaris van al de bezittingen, rechten, vorderingen, schulden en verplichtingen, van welke aard ook, worden ze samengevat opgenomen in het ontwerp van de jaarrekening.
De jaarrekening bestaat uit een beleidsevaluatie, een financiële nota en een toelichting.
De jaarrekening wordt vastgesteld voor 30 juni van het boekjaar dat volgt op het boekjaar waarop de rekening betrekking heeft.
Vanaf boekjaar 2020 heeft de jaarrekening betrekking op gemeente en OCMW samen; het document is met andere woorden te beschouwen als een gecoördineerde jaarrekening van beide entiteiten. De gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn stemmen elk over hun deel van de jaarrekening. Nadat de raden zo het beleidsrapport elk voor hun deel hebben vastgesteld, keurt de gemeenteraad het deel van het beleidsrapport, zoals vastgesteld door de raad voor maatschappelijk welzijn, goed.
De jaarrekening over het financiële boekjaar 2025 sluit af met een beschikbaar budgettair resultaat van -7.673.210 euro.
De jaarrekening over het financiële boekjaar 2025 sluit af met een autofinancieringsmarge van 5.284.940 euro.
Voor het debat en de argumentatie van de stemmingen, wordt verwezen naar het zittingsverslag.
/
Artikel 1.
De jaarrekening over het financiële boekjaar 2025, voor wat het eigen deel betreft, vast te stellen.
Art. 2.
De jaarrekening over het financiële boekjaar 2025, voor wat het deel van het OCMW betreft, goed te keuren nadat dit door de raad voor maatschappelijk welzijn werd vastgesteld.
Art. 3.
De jaarrekening over het financiële boekjaar 2025 kan als volgt vastgesteld worden (bedragen in euro):
De gemeenteraad keurt het ontwerp van de rekening 2025 van EVA Heemschut vzw goed.
Artikel 41, 9° van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB):
Behalve bij de uitdrukkelijke toewijzing van een bevoegdheid als vermeld in artikel 2, § 2, tweede lid, aan de gemeenteraad kan de gemeenteraad bij reglement bepaalde bevoegdheden toevertrouwen aan het college van burgemeester en schepenen.
De volgende bevoegdheden kunnen niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd:
beslissingen die een wet, een decreet of een uitvoeringsbesluit uitdrukkelijk aan de gemeenteraad voorbehoudt.
/
Het ontwerp van de rekening van EVA Heemschut vzw moet jaarlijks aan de goedkeuring van de gemeenteraad worden onderworpen. Deze van 2025 werd, inclusief begeleidende nota, via elektronische verzending bij de gemeente ingediend op 30 april 2026 (bijlage 1 en 2).
Na bespreking en goedkeuring door de gemeenteraad wordt dit ontwerp mee goedgekeurd door de gemeentelijke vertegenwoordiger tijdens de algemene vergadering van deze instelling.
Voor 2025 werd een gemeentelijke exploitatietoelage betaald van 529.958,73 euro en een gemeentelijke investeringstoelage betaald van 82.675,57 euro.
Voor onderstaande uitgaven werden de budgetten alsnog overschreden.
1. Werking vzw, museum
Huur onroerend goed (loods Veldkantstraat) met 1.542,00 euro;
Onderhoud en herstelling gebouwen met 23.061,90 euro;
Onderhoud / herstelling bestelwagen / aanhangwagen / fiets met 1.448,98 euro;
ICT Materiaal (WiFi, audiovisueel) (Gemeente Grimbergen) met 2.813,61 euro;
Dierenvoer, -onderhoud met 81,94 euro;
Verbruik elektriciteit met 4.292,23 euro;
Kantoorbenodigdheden met 2.430,05 euro;
Wettelijke publicaties met 112,99 euro;
Evenementen met 585,98 euro;
Klein materieel Werktuigen - Technische werking met 5.264,07 euro;
Verplaatsingen personeel in dienstverband met 465,06 euro;
Verplaatsingen vrijwilligers met 394,16 euro;
Externe diensten - lesgevers met 17.771,15 euro;
Erelonen sociaal secretariaat met 2.609,68 euro;
Erelonen diversen met 2.793,92 euro;
Frankering met 623,25 euro;
Telefoon en gsm met 3.023,35 euro;
Publiciteitskosten/promotie met 9.071,76 euro.
2. Personeel
Veiligheid en gezondheid met 271,95 euro;
Vergoeding woon- werkverkeer met 4.578,25 euro;
Diverse kosten personeel met 824,59 euro.
3. Taksen en diverse kosten
Bankkosten met 2.591,97 euro.
De jaarrekening 2025 sluit af met een bedrag van 1.190.709,94 euro aan uitgavenzijde en een bedrag van 1.250.888,93 euro aan inkomstenzijde (inclusief de gemeentelijke toelagen en het positief saldo van het vorig boekjaar t.b.v. 110.492,00 euro).
/
Enig artikel.
Het ontwerp van de rekening 2025 van EVA Heemschut vzw goed te keuren.
De gemeenteraad gaat akkoord met de voorgestelde wijzigingen aan het openbaar domein en de vaststelling van de rooilijn volgens het rooillijnplan vervat in de aanvraag tot omgevingsvergunning (ref.: OMV_2025159083 - VA/962/25) voor het verkavelen van een perceel in 2 loten, gelegen Noodbeekstraat ZN in 1850 Grimbergen, met als kad. nr(s). afdeling 3, sectie F, nr. 294C deel.
Artikel 31.
Als de vergunningsaanvraag wegenwerken omvat waarover de gemeenteraad beslissingsbevoegdheid heeft en de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, oordeelt dat de omgevingsvergunning kan worden verleend, neemt de gemeenteraad een beslissing over de zaak van de wegen voor de bevoegde overheid een beslissing neemt over de aanvraag.
(…)
Artikel 31/1.
Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
(…)
Artikel 32.
§ 1 De bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, neemt een beslissing over een vergunningsaanvraag binnen een termijn van:
(…)
2° honderdtwintig dagen als een advies van een omgevingsvergunningscommissie vereist is.
§ 2. De termijnen, vermeld in paragraaf 1, worden van rechtswege eenmalig met zestig dagen verlengd in de volgende gevallen:
(…)
3° als de vergunningsaanvraag de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg omvat waarover de gemeenteraad beslissingsbevoegdheid heeft.
Als de vergunningsaanvraag wegenwerken omvat waarvoor de gemeenteraad beslissingsbevoegdheid heeft, neemt de gemeenteraad daarover een besluit. De gemeenteraad neemt daarbij kennis van de standpunten, opmerkingen en bezwaren die zijn ingediend tijdens het openbaar onderzoek.
Uiterlijk tien dagen na de gemeenteraadszitting stelt de gemeente de gemeenteraadsbeslissing ter beschikking hetzij van de bevoegde omgevingsvergunningscommissie als die advies moet verlenen, hetzij van het bevoegde bestuur als geen advies van een omgevingsvergunningscommissie vereist is.
- wijzigingen van het gemeentelijk wegennet staan steeds ten dienste van het algemeen belang;
- een wijziging, verplaatsing of afschaffing van een gemeenteweg is een uitzonderingsmaatregel die afdoende wordt gemotiveerd;
- de verkeersveiligheid en de ontsluiting van aangrenzende percelen worden steeds in acht genomen;
- wijzigingen aan het wegennet worden zo nodig beoordeeld in een gemeentegrensoverschrijdend perspectief;
- bij de afweging voor wijzigingen aan het wegennet wordt rekening gehouden met de actuele functie van de gemeenteweg, zonder daarbij de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang te brengen. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen.
De bevoegdheid om het project ten aanzien van de ruimtelijke ordening te beoordelen, is uitsluitend toegewezen aan het college van burgemeester en schepenen, voor wat betreft de wegenis ligt de bevoegdheid bij de gemeenteraad. De gemeenteraad is met uitsluiting van andere bestuursorganen of niveaus bevoegd, in aanvulling van het bovenvermelde algemeen toetsingskader, om (op basis van de vaste rechtspraak):
Gelet op artikel 12, §2 hetgeen stelt dat in afwijking van artikel 11, de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg met overeenkomstige toepassing van artikel 31 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning kan opgenomen worden in een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, voor zover die wijziging past in het kader van de realisatie van de bestemming van de gronden. Die mogelijkheid geldt voor zover het aanvraagdossier een ontwerp van rooilijnplan bevat dat voldoet aan de bij en krachtens dit decreet gestelde eisen op het vlak van de vorm en inhoud van gemeentelijke rooilijnplannen of voor zover het een grafisch plan met aanduiding van de op te heffen rooilijn bevat.
Volgens artikel 31 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014 neemt de gemeenteraad een beslissing over de zaak van de wegen − horende bij een aanvraag tot omgevingsvergunning die wegenwerken omvat waarover de gemeenteraad beslissingsbevoegdheid heeft − nadat de bevoegde overheid oordeelt dat de omgevingsvergunning kan worden verleend en voordat de bevoegde overheid een beslissing neemt over de aanvraag.
De gemeenteraad spreekt zich uit over de ligging, de breedte en de uitrusting van de gemeenteweg, en over de eventuele opname in het openbaar domein. Hierbij wordt rekening gehouden met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval met het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen. De gemeenteraad kan daarbij voorwaarden opleggen en lasten verbinden, die de bevoegde overheid in de eventuele vergunning opneemt.
Volgens artikel 47 van het besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning neemt de gemeenteraad bij deze beslissing kennis van de standpunten, opmerkingen en bezwaren die zijn ingediend tijdens het openbaar onderzoek.
Feiten en context
Op 30 december 2025 diende IMMO TOYE BV, gevestigd te Prinsenstraat 24 te 1850 Grimbergen, een aanvraag tot omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden (ref.: OMV_2025159083 - VA/962/25) in bij de gemeente Grimbergen.
De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Noodbeekstraat ZN in 1850 Grimbergen, kadastraal gekend als: afdeling 3, sectie F, nr. 294C deel.
Het doel van het project is het verkavelen van een perceel in 2 loten.
Het verkavelingsproject omvat de kosteloze grondafstand van ongeveer 38m², bestemd voor inlijving in het openbaar domein van de Noodbeekstraat. Deze grondstrook is op het rooilijnplan aangeduid in gele kleur en maakt integraal deel uit van de betrokken verkaveling. Ter hoogte van voornoemde verkaveling – gesitueerd tussen de woningen Noodbeekstraat 47 en 53 – wenst men over te gaan tot de effectieve realisatie van de vastgestelde rooilijn.
De desbetreffende strook grond, in het geel ingekleurd, bestemd voor inlijving in het openbaar domein is aangeduid op het rooilijnplan. Deze strook dient op eigen initiatief en/of op het eerste verzoek van de gemeente gratis aan de gemeente over gedragen te worden en dit vrij en onbelast en zonder kosten (o.a. notariskosten,…) voor de gemeente.
Openbaar onderzoek
Van 20 februari 2026 tot en met 21 maart 2026 werd een openbaar onderzoek gehouden, waarbij 1 digitaal bezwaar werd ingediend. Dit bezwaarschrift heeft geen betrekking op de binnen dit verkavelingsproject voorziene grondafstand van ongeveer 38 m² voor de inlijving binnen het openbaar domein van de Noodbeekstraat.
Op 30 maart 2026 verleende het college van burgemeester en schepenen een gunstig advies over de aanvraag tot omgevingsvergunning, waarbij de bezwaren werden behandeld (zie bijlage).
Adviezen:
De gemeentelijke dienst Wegen en Water heeft op 23 maart 2026 een voorwaardelijk gunstig advies verleend.
Toetsing aan de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 (en 6) van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen:
De breedte, de uitrusting en het tracé van de weg in voorliggende aanvraag zijn zodanig dat de toegankelijkheid, verkeersdoorstroming en verkeersveiligheid niet in het gedrang komen. De aanvraag verstoort ook de samenhang en structuur van de gemeentewegen niet. In het bijzonder worden de mogelijkheden tot het voldoen aan de huidige en toekomstige behoeften aan zachte mobiliteit niet gehypothekeerd, noch wordt de herwaardering en bescherming van een fijnmazig netwerk van trage wegen verhinderd.
De voorgestelde overdracht kadert binnen de doelstellingen en principes vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen.
Financiële weerslag
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om, mits het stellen van een last van kosteloze grondafstand, in toepassing van artikel 31 van het omgevingsdecreet en artikel 47 van het besluit tot uitvoering van het decreet van de omgevingsvergunning, de aanpassing van de bestaande rooilijn in de Noodbeekstraat (ter hoogte van de desbetreffende verkaveling), met het oog op de inlijving in het openbaar domein, goed te keuren en de rooilijn vast te stellen volgens de aanduiding op het verkavelingsplan.
/
Artikel 1.
Kennis te nemen van de resultaten van het openbaar onderzoek dat werd gehouden van 20 februari tem. 21 maart 2026, waarbij één digitaal bezwaar werd ingediend en kennis te nemen dat dit bezwaarschrift geen betrekking had op de binnen dit verkavelingsproject voorziene grondafstand van ongeveer 38m² voor de inlijving binnen het openbaar domein van de Noodbeekstraat.
Art. 2.
Kennis te nemen van het voorafgaand voorwaardelijk gunstig advies, onder voorwaarden en mits te voldoen aan opgelegde lasten, van het college van burgemeester en schepenen van 30 maart 2026.
Art. 3.
Akkoord te gaan met de voorgestelde wijzigingen aan het openbaar domein en de rooilijn vast te stellen volgens het rooilijnplan betreffende het verkavelingsdossier met referentie OMV_2025159083 - VA/962/25) ingediend door IMMO TOYE BV, voor het verkavelen van een perceel in 2 loten, gelegen Noodbeekstraat ZN in 1850 Grimbergen, met als kad. nr(s). afdeling 3, sectie F, nr. 294C deel, mits het uiteindelijk verkrijgen van deze omgevingsvergunning tot het verkavelen van de grond.
Art. 4.
Volgende last met betrekking tot de voorgestelde wijzigingen aan het openbaar domein, en de vaststelling van de rooilijn te stellen:
De gemeenteraad neemt kennis van de resultaten van het openbaar onderzoek dat werd gehouden van 20 maart tem. 18 april 2026, waarbij geen bezwaarschriften werden ingediend.
De gemeenteraad gaat akkoord met de voorgestelde nieuwe rooilijn en de aanleg van de wegenis (die onderdeel vormt en geïntegreerd deel uitmaakt van de aanvraag tot omgevingsvergunning (ref.: OMV_2025155695 - VA/963/26) voor het verkavelen van een binnengebied in 17 loten waarvan 16 loten voor bebouwing en één lot voor het plaatsen van een hoogspanningscabine, gelegen 1850 Grimbergen, kadastraal gekend als: afdeling 2 sectie D nrs. 346F2, 346N2, 350H, 350E, 350M, 353L, 354H, 354N en 362E op voorwaarde dat deze aanvraag tot omgevingsvergunning wordt vergund.
De gemeenteraad verzoekt de vergunningverlenende overheid om in de omgevingsvergunning voor het project een aantal voorwaarden en lasten op te leggen met het oog op de uiteindelijke uitvoering van de werken.
Artikel 31.
Als de vergunningsaanvraag wegenwerken omvat waarover de gemeenteraad beslissings- bevoegdheid heeft en de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, oordeelt dat de omgevingsvergunning kan worden verleend, neemt de gemeenteraad een beslissing over de zaak van de wegen voor de bevoegde overheid een beslissing neemt over de aanvraag.
(...)
Artikel 31/1.
Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of op- heffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53.
De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
(…)
Artikel 31.
Als de vergunningsaanvraag wegenwerken omvat waarover de gemeenteraad beslissingsbevoegdheid heeft en de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, oordeelt dat de omgevingsvergunning kan worden verleend, neemt de gemeenteraad een beslissing over de zaak van de wegen voor de bevoegde overheid een beslissing neemt over de aanvraag.
(…)
Artikel 31/1.
Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad.
(…)
Artikel 32.
§ 1 De bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, neemt een beslissing over een vergunningsaanvraag binnen een termijn van:
(…)
2° honderdtwintig dagen als een advies van een omgevingsvergunningscommissie vereist is.
§ 2. De termijnen, vermeld in paragraaf 1, worden van rechtswege eenmalig met zestig dagen verlengd in de volgende gevallen:
(…)
3° als de vergunningsaanvraag de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg omvat waarover de gemeenteraad beslissingsbevoegdheid heeft.
Als de vergunningsaanvraag wegenwerken omvat waarvoor de gemeenteraad beslissingsbevoegdheid heeft, neemt de gemeenteraad daarover een besluit. De gemeenteraad neemt daarbij kennis van de standpunten, opmerkingen en bezwaren die zijn ingediend tijdens het openbaar onderzoek.
Uiterlijk tien dagen na de gemeenteraadszitting stelt de gemeente de gemeenteraadsbeslissing ter beschikking hetzij van de bevoegde omgevingsvergunningscommissie als die advies moet verlenen, hetzij van het bevoegde bestuur als geen advies van een omgevingsvergunningscommissie vereist is.
- wijzigingen van het gemeentelijk wegennet staan steeds ten dienste van het algemeen belang;
- een wijziging, verplaatsing of afschaffing van een gemeenteweg is een uitzonderingsmaatregel die afdoende wordt gemotiveerd;
- de verkeersveiligheid en de ontsluiting van aangrenzende percelen worden steeds in acht genomen;
- wijzigingen aan het wegennet worden zo nodig beoordeeld in een gemeentegrensoverschrijdend perspectief;
- bij de afweging voor wijzigingen aan het wegennet wordt rekening gehouden met de actuele functie van de gemeenteweg, zonder daarbij de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang te brengen. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen.
De bevoegdheid om het project ten aanzien van de ruimtelijke ordening te beoordelen, is uitsluitend toegewezen aan het college van burgemeester en schepenen, voor wat betreft de wegenis ligt de bevoegdheid bij de gemeenteraad. De gemeenteraad is met uitsluiting van andere bestuursorganen of niveaus bevoegd, in aanvulling van het bovenvermelde algemeen toetsingskader, om (op basis van de vaste rechtspraak):
Gelet op artikel 12, §2 hetgeen stelt dat in afwijking van artikel 11, de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg met overeenkomstige toepassing van artikel 31 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning kan opgenomen worden in een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, voor zover die wijziging past in het kader van de realisatie van de bestemming van de gronden. Die mogelijkheid geldt voor zover het aanvraagdossier een ontwerp van rooilijnplan bevat dat voldoet aan de bij en krachtens dit decreet gestelde eisen op het vlak van de vorm en inhoud van gemeentelijke rooilijnplannen of voor zover het een grafisch plan met aanduiding van de op te heffen rooilijn bevat.
| Dossiernummer omgevingsloket |
OMV_2025155695 |
| Dossiernummer gemeente |
VA/963/26 |
| Ligging aanvraag |
Poddegemstraat 18, 22, 22A, 28, 32 en 34 |
| Kadastrale ligging aanvraag |
afdeling 2 sectie D nrs. 346F2, 346N2, 350H, 350E, 350M, 353L, 354H, 354N en 362E |
| Omschrijving aanvraag |
het verkavelen van een binnengebied in 17 loten waarvan 16 loten voor bebouwing en één lot voor het plaatsen van een hoogspanningscabine
|
| Aanvrager |
|
| Adres aanvrager |
HYBOMA Den Triangel 2 8610 Kortemark |
| Ondernemingsnummer aanvrager |
0878202861 |
| De aanvraag omvat: |
Stedenbouwkundige handelingen |
Voorgeschiedenis:
Lopende vergunningsprocedure:
27-01-2026: indiening aanvraag omgevingsvergunning (Projectinhoudversie V1).
24-02-2026: vraag om bijkomende informatie door vergunningverlenende overheid.
17-03-2026: indiening nieuwe Projectinhoudversie door aanvrager (Projectinhoudversie V2).
19-03-2026: de aanvraag wordt volledig en ontvankelijk verklaard door de vergunningverlenende overheid (Projectinhoudversie V2).
19-03-2026: start openbaar onderzoek van 20-03-2026 tot en met 18-04-2026.
27-04-2026: het college van burgemeester en schepenen verleende een voorwaardelijk gunstig advies over de aanvraag tot omgevingsvergunning.
Feiten en context
Stedenbouwkundige basisgegevens die betrekking hebben op de aanvraag:
De aanvraag ligt in:
Woongebied volgens het gewestplan Halle-Vilvoorde-Asse, zoals vastgesteld bij koninklijk besluit van 7 maart 1977.
De aanvraag ligt niet in:
een provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP);
een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP);
een bijzonder plan van aanleg BPA;
een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.
Verdere feiten en context:
De projectsite:
is gelegen aan:
- een gemeenteweg (Poddegemstraat);
is gelegen in:
- centraal gebied.
is volgens de watertoetskaart:
- niet gelegen in een pluviaal of fluviaal overstromingsgevoelig gebied.
Verdere (terrein)aspecten:
Het terrein van de aanvraag heeft een oppervlakte van 9915 m² en is aldus groter dan 3000 m². Bij een bodemingreep die meer dan 1000 m² bedraagt, is een archeologienota vereist bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning.
Openbaar onderzoek:
Overeenkomstig de criteria van artikels 11 t.e.m. 14 van het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning is de gewone procedure van toepassing en moet de aanvraag openbaar gemaakt worden.
Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 20 maart 2026 t.e.m. 18 april 2026. Er werden geen bezwaarschriften ingediend.
Argumentatie
De omgevingsvergunningsaanvraag beoogt het verkrijgen van een vergunning voor het verkavelen van een binnengebied in 17 loten waarvan 16 loten voor bebouwing en één lot voor het plaatsen van een hoogspanningscabine, waarbinnen gemeentewegenis is opgenomen.
Een rooilijnplan, maakt onderdeel van het aanvraagdossier. De publieke delen, afgebakend door het rooilijnplan, dienen in toepassing van het gemeentewegendecreet als gemeentewegenis te worden beschouwd en zullen bijgevolg onder het beheer van de gemeente komen te vallen. Het dossier ligt, voor deze publieke delen (oftewel gemeentewegenis) voor aan de gemeenteraad
Het artikel 31 van het decreet omgevingsvergunning voorziet dat - als de aanvraag de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg omvat, de gemeenteraad hierover moet beslissen.
De gemeenteraad spreekt zich uit over de ligging, de breedte en de uitrusting van de gemeentewegenis, en over de eventuele opname in het openbaar domein. Hierbij wordt rekening gehouden met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval met het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen. De gemeenteraad kan daarbij voorwaarden opleggen en lasten verbinden, die de bevoegde overheid in de eventuele vergunning opneemt.
Het dossier ligt, voor de delen afgebakend door het rooilijnplan en die onder het rechtstreekse en onmiddellijke beheer van de gemeente zullen vallen, en hiermee onder de définitie van gemeentewegenis, voor aan de gemeenteraad.
a) Een korte beschrijving van de wegeniswerken:
De wegeniswerken omhelzen het wijzigen van gemeentewegenis (plaatselijk opheffen van een deel van het tracé van bestaande rooilijn), samen met de aanleg van gemeentewegenis (het vaststellen van een nieuwe rooilijn en wegeniswerken in functie van nieuwe gemeentewegenis)
Onderliggende beslissing betreft de aanleg van nieuwe wegenis en dus het vaststellen van de nieuwe rooilijn en uitrusting van de wegenis.
b) Een beschrijving van de ligging, breedte en uitrusting van de gemeenteweg:
De aanvraag omvat een rooilijnplan waarop de huidige en toekomstige grenzen van gemeentewegenis worden aangeduid, alsook plannen die de uitrusting van de afgebakende gemeentewegenis tonen (met aanduiding van nieuwe rooilijnen en afgebakende zone voor inneming met kosteloze grondafstand). Het aanvraagdossier omvat een raming en een rooilijnplan.
De aanvraag voorziet in de aanleg van een nieuwe doodlopende straat, een pijpenkop voorzien van een grote lus, loodrecht op de Poddegemstraat. De nieuwe wegenis zal in totaal 106,98 m lang zijn, waarbij het eerste stuk, loodrecht op de Poddegemstraat, een lengte van ca. 57,76 m zal hebben. De breedte tussen de rooilijnen varieert van minimaal 9,00 m, voor de eerste 48,28 m, met vervolgens een breedte van 30,00 m (lus), over een afstand van 40,78 m.
De wegenis zal hoofdzakelijk worden aangelegd in geborsteld beton met eveneens stroken in betongrasdallen. De wegenis wordt omwille van zijn steilere helling voorzien van dwarsroosters. Het groene publiek toegankelijk plein in de lus van de wegenis word in totaal voorzien van 2 nieuwe bomen. Ter hoogte van Lot 3 werd de toekomstige toegang tot het lot vastgelegd met een breedte van 5,00 m en uitgevoerd in betongrasdallen.
De eerste groenzone, links van de wegenis, met een breedte van hoofdzakelijk 3,50 m en een maximale breedte van ca. 6,00 m over een lengte van ca. 75 m wordt voorzien van een gracht en twee wadi’s. De gracht genoemd ‘Gracht 1’ zal een lengte van ca. 24,70 m, een breedte van 2,00 m hebben. De gracht zal een infiltratievolume van 7,4 m³ of een infiltratieoppervlakte van 40,00 m² hebben.
Aansluitend op de gracht bevindt zich een wadi genoemd ‘Wadi 3’ met een lengte van ca. 18,70 m, een breedte van ca. 2,50 m. De wadi zal een infiltratievolume van 2,9 m³ of een infiltratieoppervlakte van 46,00 m² hebben. De wadi zal tot aan de toekomstige toegang van lot 3 lopen.
Aansluitend op de toegang tot lot 3, bevindt zich nog een wadi, De wadi genoemd ‘Wadi 2’ zal een lengte van ca. 20,00 m, een breedte van ca. 2,50 m, met en maximale breedte van ca. 4,40 m hebben. Deze wadi/groenzone wordt voorzien van 2 nieuwe bomen.
De tweede groenzone, rechts van de wegenis zal een breedte hebben van 1,00 m over een lengte van ca. 31,00 m.
De derde groenzone is de grootste groenzone ten midden van de lus vormige wegenis. De groenzone heeft een breedte van 16,19 m, gemeten tussen de voorziene autostaanplaatsen voor langsparkeren en een lengte van ca. 32 m. Deze groenzone wordt voorzien van 2 nieuwe bomen. De groenzone wordt voorzien van een wadi, genoemd ‘Wadi 1’ met een lengte van ca. 50,00 m, een breedte van ca. 2,00 m. De wadi zal een infiltratievolume van 17,10 m³ of een infiltratieoppervlakte van 332,00 m² hebben.
De strook tussen de wegenis en de privatieve loten wordt aangelegd als groenzone. Voor de loten 6 t.e.m. 10 en 13 t.e.m. 14 moeten de eigenaars hun opritten binnen deze groenzone realiseren, zodat deze de verbinding vormen tussen de wegenis en de woning.
Langsheen de lus worden zowel links als rechts van de wegenis, telkens 3 autostaanplaatsen voorzien voor langsparkeren. De autostaanplaatsen zullen een breedte van 2,25 m en een lengte van 6,00 m hebben en worden uitgevoerd in waterdoorlatende betonstraatstenen. De binnenkant van de lus wordt volledig ingericht als een publiek groene ruimte.
Tot slot is er lot 17 met een oppervlakte van 37 m. bestemd voor de oprichting van een elektriciteitscabine, over te dragen aan Fluvius. Lot 17 heeft een breedte aan de straat van 5,45 m en een lengte van minimaal 7,61 m en maximaal 8,57 m.
Het rooilijnplan omvat een zone bestemd voor wegenis, groen en wadi, over te dragen aan het openbaar domein, met een oppervlakte van 18a 84 ca (loten 1 en 2). Alsook een zone voor overdracht aan Fluvius (bestemd voor de oprichting van een elektriciteitscabine) met een oppervlakte van 37 m² (lot 17).
c) Een beschrijving van de opname in het openbaar domein:
De aanvraag omvat een rooilijnplan (overeenkomstig artikel 16 van het decreet houdende de gemeente- wegen) met de actuele en toekomstige rooilijn van de gemeentewegenis, alsook de kadastrale vermelding van de sectie, de nummers en de oppervlakte van de getroffen kadastrale percelen en onroerende goederen, en de naam van de eigenaar van de getroffen kadastrale percelen en onroerende goederen volgens kadastrale gegevens
Volgens de gegevens in de aanvraag gebeurt er een totale inlijving in het openbaar domein van de gemeente Grimbergen; met:
Gronddeel lot 1 (16a 72ca) deel van perceelnrs. 353L en 354N.
Gronddeel lot 2 (2a 12 ca) deel van perceelnr. 346F2.
Hiermee verbindt de aanvrager zich ertoe om een overdracht te doen aan het openbaar domein (gemeentewegenis) van de gemeente Grimbergen van een grondaandeel met een netto oppervlakte van 18a 84ca.
d) De planologische toets en habitatstoets op de binnen het rooilijnplan afgebakende wegenis:
Planologische toets:
De gevraagde gemeentewegenis is gelegen binnen de woongebieden volgens het gewestplan.
De aanleg van de gemeentewegenis is verenigbaar met de planologische bestemming van de gronden overeenkomstig het gewestplan.
Habitatstoets:
Het terrein is gelegen op ruime afstand van een habitatrichtlijngebied of een VEN- en/of IVON-gebied.
Binnen het gegeven van de aanvraag wordt bijgevolg geoordeeld dat er met de inrichting van de voor- gestelde gemeentewegenis, geen sprake van is onherstelbare schade aan natuur.
e) De toetsing van de aanvraag aan de doelstellingen uit artikel 3 van het gemeentewegendecreet:
Overeenkomstig artikel 3 van het decreet gemeentewegen wordt het doel nagestreefd om de structuur, de samenhang en de toegankelijkheid van de gemeentewegen te vrijwaren en te verbeteren, in het bij- zonder om aan de huidige en toekomstige behoeften aan zachte mobiliteit te voldoen.
Daartoe wordt voornamelijk ingezet op een geïntegreerd beleid gericht op:
(1°) de uitbouw van een veilig wegennet op lokaal niveau:
Dit gegeven is niet relevant voor de aanvraag in kwestie.
(2°) de herwaardering en bescherming van een fijnmazig netwerk van trage wegen, zowel op recreatief als op functioneel vlak:
Dit gegeven is niet relevant voor de aanvraag in kwestie.
f) De toetsing van de aanvraag aan de principes uit artikel 4 van het gemeentewegendecreet:
Artikel 4 van het decreet gemeentewegen stelt dat bij beslissingen over het gemeentelijk wegennet, minimaal rekening moet worden gehouden met de principes dat:
(1°) wijzigingen van het gemeentelijk wegennet steeds ten dienste staan van het algemeen belang.
De aanvraag houdt rekening met dit principe.
De aanvraag verstoort de samenhang en structuur van de gemeentewegen niet. In het bijzonder worden de mogelijkheden tot het voldoen aan de huidige en toekomstige behoeften aan zachte mobiliteit, niet gehypothekeerd, noch wordt de herwaardering en bescherming van een fijnmazig netwerk van trage wegen verhinderd.
(2°) een wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg een uitzonderingsmaatregel is die afdoende wordt gemotiveerd:
De aanvraag houdt rekening met dit principe.
Er worden geen bestaande wegen verplaatst of afgeschaft. Voorliggende aanvraag voorziet louter in de realisatie van een nieuwe wegenis, aansluitend op de bestaande wegenis (Poddegemstraat).
(3°) de verkeersveiligheid en de ontsluiting van de aangrenzende percelen steeds in acht worden genomen:
De aanvraag houdt rekening met dit principe.
De materialisatie, breedte en inrichting van de wegenis zijn afgestemd op een vlot en functioneel gebruik, zodanig dat de toegankelijkheid, verkeersdoorstroming en verkeersveiligheid niet in het gedrang komen.
(4°) wijzigingen aan het wegennet zo nodig worden beoordeeld in een gemeentegrensoverschrijdend perspectief:
Dit gegeven is niet relevant voor de aanvraag in kwestie.
5°) bij de afweging voor wijzigingen aan het wegennet rekening wordt gehouden met de actuele functie van de gemeenteweg, zonder daarbij de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang te brengen. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen.
· De aanvraag houdt rekening met dit principe
g) Een weergave van financiële weerslag:
Een rooilijnplan maakt onderdeel uit van het dossier.
Volgens de gegevens in de aanvraag gebeurt er een totale inlijving in het openbaar domein van de gemeente Grimbergen, met:
Gronddeel lot 1 (16a 72ca) deel van perceelnrs. 353L en 354N.
Gronddeel lot 2 (2a 12 ca) deel van perceelnr. 346F2.
Hiermee verbindt de aanvrager zich ertoe om een overdracht te doen aan het openbaar domein (gemeentewegenis) van de gemeente Grimbergen van een grondaandeel met een netto oppervlakte van 18a 84ca.
In het licht van de inname staat op het rooilijnplan:
Het deel aangeduid voor volledige overdracht naar het openbaar domein van de gemeente Grimbergen.
In die zin verzoekt de gemeenteraad de vergunningverlenende overheid om bij vergunning volgende lasten op te leggen:
De loten, bestemd voor openbaar nut en/of inlijving in het openbaar domein, zijn op initiatief van de verkavelaar of op het eerste verzoek gratis aan de gemeente over te dragen en dit vrij en onbelast en zonder enige kost voor de gemeente. De procedure voor overdracht wordt gestart na de voorlopige oplevering van alle wegen- en rioleringswerken in de volgens het rooilijnplan afgebakende zone.
De verwezenlijking van de wegenis, groene ruimten, ruimten voor openbaar nut en nutsvoorzieningen gebeurt op kosten van de ontwikkelaar/ aanvrager/ vergunninghouder. Het latere beheer van de delen gemeentewegenis valt onder de bevoegdheid van gemeente Grimbergen, dus voor wat betreft die delen die aan het openbaar domein van de gemeente worden overgedragen of hier reeds toebehoren;
h) De resultaten van het openbaar onderzoek, waar deze betrekking hebben op de zaak der wegen:
Het komt enkel toe aan de gemeenteraad om zich uit te spreken over de ingediende bezwaren met betrekking tot de zaak van de wegen. Er werden geen bezwaarschriften ontvangen.
i) De adviezen die betrekking hebben op de zaak der wegen:
Er zijn diverse externe adviezen ontvangen met betrekking tot de aanleg van de wegenis en de omgeving.
Hieronder worden die adviezen aangegeven en beoordeeld indien en/of voor zover deze betrekking hebben tot de ligging, de breedte en de uitrusting van de gemeentewegenis, of over de eventuele opname in het openbaar domein.
| ADVIESINSTANTIE |
DATUM VAN ONTVANGST |
REFERENTIE |
EINDCONCLUSIE |
|||||
| HULPVERLENINGSZONE VLAAMS-BRABANT WEST, DIENST BRANDPREVENTIE |
20 maart 2026 |
TVE/NEUKL/25_2026/00171_001 |
Voorwaardelijk gunstig |
|||||
| Inhoud advies: “Aangezien de hulpverlening sneller tot stand kan gebracht worden wanneer de interventievoertuigen op een gemakkelijke en snelle manier de geteisterde gebouwen kunnen bereiken, adviseert de brandweer hetgeen volgt:
De brandweer adviseert de volgende minimale eisen waaraan de nieuwe wegenis in woonprojecten, moet voldoen om de brandbestrijding en de evacuatie op een vlotte wijze te laten verlopen en om de interventies van de brandweer te vergemakkelijken: Alle doodlopende straten dienen voorzien te zijn van een voldoende groot keerpunt. Een tweede ontsluitingsweg is noodzakelijk van zodra de weg meer dan 20 woningen bedient. Het afsluiten van wegen kan toegestaan worden voor zover voldaan is aan de zonale richtlijn dienaangaande. De hieronder opgesomde hindernissen (niet limitatieve lijst) op de toegangswegen moeten beperkt worden of zodanig geplaatst worden dat deze geen hinder opleveren voor de doorgang en de opstelling van de voertuigen van de brandweer: - stilstaande en geparkeerde voertuigen Vaststelling: 5 BLUSWATERVOORZIENING 7 BESLUIT 7.1 Voorwaardelijk gunstig: Beoordeling:
|
||||||||
| DE WATERGROEP |
20 maart 2026 |
Advies ACCA |
Voorwaardelijk gunstig |
|||||
| Inhoud advies: “Volledig gunstig advies met voorwaarden . Er is uitbreiding van de waterleiding noodzakelijk Voor de uitrusting van de verkaveling met een drinkwaterleiding op het openbaar domein moet door de initiatiefnemer onderstaand betaald worden: • een forfaitaire kost per bebouwbare kavel • een studiekost per project Wanneer aan alle voorwaarden is voldaan zal De Watergroep de gemeente hiervan op de hoogte brengen. Vervolgens zal de gemeente, cfr. De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening, een verkoopbaarheidsattest afleveren. Bovendien kunnen we je ook melden dat de Watergroep installaties in exploitatie heeft in de zone van de infrastructuurwerken en dat deze installaties te allen tijde bereikbaar moeten zijn. Deze forfaitaire kost en de kost voor eventuele aanpassingen aan de bestaande drinkwaterleiding zijn ten laste van de initiatiefnemer. Voor grotere projecten met aanleg van nieuwe wegenis moet er na het verkrijgen van de vergunning een coördinatievergadering worden opgestart met de zonemanager van De Watergroep om eventuele knelpunten vooraf te bespreken. Omwille van het aantal percelen is er een capaciteitsmeting nodig. Deze capaciteitsmeting moet door de opdrachtgever zelf aangevraagd worden. De kosten van deze capaciteitsmeting zijn ten laste van de verkavelaar. Vraag je capaciteitsmeting hier aan: www.dewatergroep.be/capaciteitsmeting. Iedere wooneenheid dient over een afzonderlijke watermeter te beschikken. Bij de plaatsing van de digitale watermeter is een draadloze verbinding met de digitale elektriciteitsmeter vereist. Om te verzekeren dat deze draadloze verbinding kan gemaakt worden, moet de aftakking voldoen aan onderstaande bijkomende voorwaarden:
Beoordeling:
|
||||||||
| FLUVIUS |
2 april 2026 |
5000125365 |
Voorwaardelijk gunstig |
|||||
| Inhoud: - Aanleg van nieuwe nutsleidingen voor elektriciteit - Openbare Verlichting - Oprichting van een distributiecabine Opmerkingen betreffende de nieuwe wegenis: De perceelsgrenzen en rooilijnen moeten uitgezet zijn en de nieuwe wegenis moet verhard zijn. De voetpaden mogen nog niet zijn aangelegd. Voor dit project kunt u als initiatiefnemer zelf instaan voor het sleufwerk. Voor meer info zie bijlage: 'Korting sleufwerk'. Er dient minstens een vrije, openbare ruimte met een breedte van 1,50 m langs beide zijden van de straat op het openbaar domein tussen de 2 rooilijnen voorzien te worden waarin de leidingen en kabels aangelegd worden. Op het einde van een pijpenkop wordt eveneens een vrije openbare ruimte van 1,5 m voorzien. Zowel bovengronds als ondergronds (tot op een diepte van 1,5 m ten opzichte van het maaiveld) mogen zich geen hindernissen, o.a. fundering, bevinden in deze ruimte. Hieronder wordt tevens begrepen dat de ruimte vrij dient te zijn van bebouwing, bedekking (zoals asfalt, beton,…) of beplanting uitgezonderd gras. De vrije, openbare ruimte dient na de aanleg der nutsleidingen een openbaar karakter te behouden en vrij te blijven van alle constructies. Indien er echter in dit project geen openbaar domein zou voorzien worden waarin de nutsleidingen zoals vermeld in deze offerte kunnen aangelegd worden en er dus in dit project enkel private wegenis wordt voorzien, dan dient u ons hiervan onmiddellijk in te lichten. Uw offerte zal dan immers gewijzigd moeten worden. Zoals bepaald in ons projectreglement dient vóór de aanleg eerst kosteloos een erfdienstbaarheid voor de netbeheerder voor het volledige project te worden voorzien. Ons projectreglement is beschikbaar op onze website. De netbeheerder behoudt zich eveneens het recht voor om bij projecten met private wegenis geen nutsleidingen aan te leggen in het project zelf, maar zich te beperken tot het aansluiten van het project ter hoogte van de grens met het openbaar domein. Voor het plaatsen van meetinstallaties zal voor dit project door de initiatiefnemer een lokaal moeten voorzien worden op de grens met het openbaar domein.” Beoordeling: |
||||||||
| PROXIMUS |
25 maart 2026 |
/ |
Voorwaardelijk gunstig |
|||||
| Inhoud: “Op basis van de informatie waarover wij momenteel beschikken, geven wij graag een gunstig advies indien u volgende voorwaarden opneemt in uw vergunning: o Een finale netwerkanalyse zal gebeuren na ontvangst van het vergunde plan. o Uitbreiding van de telecominfrastructuur van Proximus is ten laste van de aanvrager. o Van zodra vergund en minimaal 6 maanden voor winddicht dient de aanvrager zijn project kenbaar te maken bij Proximus door het downloadbaar formulier (zie onderstaande URL) ingevuld te versturen naar werf.a2@proximus.com . o De Proximus infrastructuur dient proactief voorzien te worden in het project. De technische documentatie hiervoor wordt ter beschikking gesteld na ontvangst van het vergunde plan. o Proximus wenst betrokken te worden bij alle coördinatievergaderingen via werfcoordinatie@proximus.com. Na de werken kunnen de bewoners eenvoudig aansluiten op de nutsvoorzieningen voor telefonie-, internet- en televisiediensten. Hiervoor kan de aanvrager terecht bij onze klantendienst op het gratis nummer 0800 22 800. Meer informatie op www.proximus.be/bouwen.“
Beoordeling:
|
||||||||
| WYRE |
25 maart 2026 |
25232797 |
Voorwaardelijk gunstig |
|||||
| Inhoud: “Wij zijn nagegaan welke aanpassing van de infrastructuur van Wyre nodig is om de loten uit deze verkavelings- of bouwaanvraag te kunnen aansluiten. Wij vragen om onderstaande voorwaarden op te nemen in de vergunning: Onze studiedienst stelde vast dat er een netuitbreiding nodig is om alle loten van dit project aansluitbaar te maken. Er werd een offerte (zie bijlage) opgesteld. In deze offerte houden we rekening met het aanleggen van nutsleidingen in overleg met andere nutsmaatschappijen. Dit is kostenbesparend en beperkt de hinder. We stemmen de uitvoeringstermijnen dan ook af op de planning van de andere werken.
Beoordeling:
|
||||||||
| DIENST WEGENE EN WATER VAN DE GEMEENTE GRIMBERGEN |
23 april 2026 |
VA/963/26 |
Voorwaardelijk gunstig |
|||||
| Inhoud: “Overstromingsgevoeligheid De projectzone is niet gelegen in overstromingsgevoelig gebied. Echter de naastliggende openbare ruimte is wel overstromingsgevooelig. In het verkavelingsproject wordt de groenruimte ingezet als opvang voor regenwater, waardoor deze de nodige bufferruimte voorziet voor opvang van hemelwater. Dit principe wordt als positief geadviseerd, echter bij de verdere realisatie van de verkaveling dient hemelwater steeds maximaal op de eigen percelen te worden beheerd. Riolering hemelwater en afvalwater: Volgens het gebiedsdekkend uitvoeringsplan van 18 december 2015 opgesteld door de Vlaams Milieu Maatschappij zijn de percelen gelegen in het centraal gebied, waarbij in principe bij iedere gelegenheid van een bouwaanvraag voor nieuwbouw/verbouwing/aanpassing/regularisatie de geldende wetgeving op de afkoppeling van hemelwater zoals goedgekeurd door de Vlaamse regering op 10 februari 2023 van toepassing is, waarbij maatregelen bepaald worden inzake de aanleg van hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en de gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater. De aanleg van de nieuwe publieke ruimte voorziet een DWA riolering. Er wordt geen hemelwaterriool voorzien, echter een bovengronds buffergracht en wadisysteem wordt voorzien met een vertraagde overloop naar de Poddegemstraat. Hierdoor wordt voldaan aan het principe van gescheiden riolering. In toepassing van het gemeentelijke reglement en voorschriften voor rioolaansluitingen aan het openbare rioleringsstelsel dient rekening gehouden te worden dat voor het geheel van elk lot zowel een septische put als een gescheiden rioleringsstelsel tot aan de rooilijn voorzien zal worden. De septische put mag enkel gebruikt worden voor fecaal water. Ter hoogte van de rooilijn dient één aansluitingsputje (DWA) met gietijzeren deksel (20 cm x 20 cm) en correcte inscriptie geplaatst te worden op de individuele loten bestemd voor bebouwing. Dit putje wordt met voorkeur in de oprit zone voorzien. De vloei van deze putjes moet zich op een diepte van 60cm tot 80cm onder het maaiveld bevinden. De individuele loten met privatieve bestemming zullen op eigen terrein een hemelwaterput en een infiltratievoorziening dienen te voorzien dewelke voldoet aan de gewestelijke en provinciale hemelwaterverordening. Ook voor de aansluiting op de bestaande riolering van de loten langs de Poddegemstraat dient de verkavelaar een huidaansluitpuntje en verbinding naar de openbare riolering te voorzien. De werken worden uitgevoerd door aannemer, aangesteld door de gemeente. De kosten voor de aansluiting zijn ten laste van de aanvrager. De aansluiting zal worden geplaatst tot net voor het aansluitpunt. De definitieve aansluiting zal gebeuren na aanleveren van conform keuringsattest type "VLARIO" van het gescheiden afwateringssysteem van het perceel en/of de oplevering van de zone bestemd voor openbare ruimte. Het rioleringsplan van de huidige aanvraag is van toepassing op dit dossier, enige wijziging tijdens uitvoering is onderhevig aan voorafgaande goedkeuring door de dienst Wegen en Water van de gemeente Grimbergen (de rioolbeheerder). Er worden in de openbare ruimte 3 wadi’s en een gracht voorzien. Wadi 1 is voorzien in het centrale plein die via wadi 2 en 3 overloopt naar wadi 4. De overloop tussen de verschillende volumes dient voorzien te worden zodat hemelwater de tijd heeft om lokaal te infiltreren en slechts beperkt overloopt naar de volgende zones. De wadi’s en gracht hebben een totaal nuttige infiltratieoppervlakte van 485 m² en een totaal nuttig volume van 33.3 m³. Wegenis/publieke ontwerp: De aanleg van de wegenis dient te gebeuren volgens het standaardbestek 250 versie 4.1 en eventueel latere versies. De wegenis wordt voorzien als een woonerf, zonder een afscheiding tussen zones voor voertuigen en voetgangers. Hierbij dient de verkavelaar ook de nodige aanduidingen en markeringen te voorzien, zowel voor de wegenis alsook voor de parkeerplaatsen. De wegenis in het verkavelingsproject wordt gerealiseerd in een betonnen karrespoor aangevuld met waterdoorlatende materialen. Zowel de klinkers met verbrede voeg, alsook grasbetontegels verzekeren de doorlaatbaarheid van de wegenis. Hiernaast wordt een groene centrale ruimte voorzien en een buffergracht met schotten. De technische fiches van materialen, planten en inrichtingselementen dienen ter goedkeuring voorgelegd te worden aan de relevante gemeentelijke diensten, alvorens de plaatsing en/of uitvoering gebeurt. De aanvrager van de verkavelingsvergunning is verantwoordelijk voor de initiële keuring en conformiteit aan wetgeving/standaardbestek/bestek van de toegepaste materialen. Bij voorlopige oplevering van de zone bestemd voor openbaar domein worden de betrokken diensten van de gemeente Grimbergen uitgenodigd en voorafgaande een As-built dossier overgemaakt. Tot aan de overdracht van de wegenis blijft het beheer, onderhoud en de herstellingen de verantwoordelijkheid van de aanvrager van de verkavelingsvergunning. Coördinatie nutsleidingen en uitvoering zone voor openbaar domein: Verschillende nutsvoorzieningen zijn aanwezig in de Poddegemstraat Om de nodige aansluitingen en uitbreidingen te realiseren dient de verkavelingsaanvrager of bouwheer de nodige aanvragen in te dienen bij de betrokken nutsmaatschappijen. Advies Openbare Werken: GUNSTIG rekening houdend met de hierboven beschreven omstandigheden.”
|
||||||||
| MOBILITEITSDIENST VAN DE GEMEENTE GRIMBERGEN |
22 april 2026 |
VA/963/26 |
Voorwaardelijk gunstig |
|||||
| Inhoud: “In de toelichting project-MER-screening in functie van de verkavelingsaanvraag voor de nieuwbouw van 16 wooneenheden en een hoogspanningscabine wordt bij de bespreking van de mobiliteitseffecten verwezen naar de ondergrenzen voor de opmaak van een MOBER of mobiliteitstoets zoals opgenomen in het richtlijnenboek Mobiliteitseffectenstudies. De stedenbouwkundige verordening van de gemeente Grimbergen legt evenwel lagere ondergrenzen op. Zo bepaalt punt 1.3.2.1. wanneer een mobiliteitstoets wordt opgemaakt, zijnde: Voor ieder project waarvoor een mer-screeningsnota moet worden opgesteld, zal ook een mobiliteitstoets worden opgemaakt door de aanvrager. Vanaf 12 parkeerplaatsen zal een mobiliteitstoets worden opgemaakt door de aanvrager, ook als er geen mer-screeningsnota moet opgemaakt worden. Er werd aan het project wel een (beknopte) mobiliteitstoets gevoegd.
In de verantwoordingsnota/mobiliteitstoets/nota mobiliteit wordt afwisselend aangehaald dat de aanvraag betrekking heeft op 14, 16 dan wel 17 percelen voor grondgebonden ééngezinswoningen en 1 perceel voor het oprichten van een hoogspanningscabine. Uit de inplantingsplannen lijken er evenwel 16 percelen voor grondgebonden ééngezinswoningen en 1 perceel voor het oprichten van een hoogspanningscabine te worden gerealiseerd.
In de mobiliteitstoets wordt uitgegaan van 14 wooneenheden. Er wordt aangegeven dat er 6 parkeerplaatsen nodig zijn voor 4 bezoekers/leveringen per dag. Deze aantallen stemmen niet overeen. In de nota mobiliteit wordt een correctere inschatting gemaakt.
Onder het bereikbaarheidsprofiel voor auto’s/vrachtwagens (aanwezige voorzieningen en aangewezen routes) wordt aangegeven dat de verbindingen richting Grimbergen lopen via de Veldkanststraat en Driekastanjelaarsstraat. Deze laatste is evenwel niet toegankelijk voor doorgaande voertuigen van meer dan 3,5t.
In de stedenbouwkundige verordening wordt bepaald dat bij een project voor 10 of meer woonentiteiten of bij een project met minstens 10 autostaanplaatsen/ fietsenstalplaatsen, minstens 10% van de respectievelijke autostaanplaatsen of fietsenstalplaatsen uitgerust moet worden met laadinfrastructuur voor elektrische auto’s/fietsen. Voorliggend project behelst de verkaveling van een grond in meer dan 10 woonentiteiten. Er wordt hierover evenwel niets vermeld in de toegevoegde nota’s.
Uit de inplantingsplannen blijkt dat de breedte van de langsparkeerplaatsen niet voldoet aan de minimale binnenafmetingen opgenomen in de stedenbouwkundige verordening, zijnde 2,5m. Aangezien het minimumafmetingen betreft, dienden deze parkeerplaatsen hieraan te voldoen.
Op de bepaalde plannen lijkt de nieuwe te realiseren wegenis voorrang te moeten verlenen aan het verkeer in de Poddegemstraat (intekening van ‘haaientanden’). Aangezien beide straten zijn gecategoriseerd op hetzelfde niveau (erftoegangsweg), lijkt het aangewezen om deze gelijkwaardigheid van de straten te benadrukken door de algemene voorrangsregels (voorrang van rechts) te behouden.
Aangezien de ontsluiting van het projectgebied gelegen is in de binnenbocht van de Poddegemstraat, is voldoende zichtbaarheid op aankomend verkeer belangrijk. In de voortuin van de aansluitende loten (2 en 15) dient dan ook maximaal gekozen te worden voor begroeiing van beperkte hoogte, die de zichtbaarheid niet in het gedrang brengt.
Bepaalde loten lijkn volgens de inplantingsplannen te moeten ontsluiten over een grasstrook. Er dient een verharde toegang naar de opritten van de percelen voorzien te worden.”
|
||||||||
| GROENDIENST VAN DE GEMEENTE GRIMBERGEN |
22 april 2026 |
VA/963/26 |
Voorwaardelijk gunstig |
|||||
| Inhoud: De dienst Groen heeft kennisgenomen van de omgevingsvergunningsaanvraag met betrekking tot het verkavelen van een binnengebied in 17 loten, waarvan 16 loten bestemd zijn voor bebouwing en 1 lot voor het plaatsen van een hoogspanningscabine, gelegen te Poddegemstraat 18, 22, 22A, 28, 32 en 34, afdeling 2, sectie D, nrs. 346F2, 346N2, 350H, 350E, 350M, 353L, 354H, 354N en 362E.
Op basis hiervan wordt een voorwaardelijk gunstig advies uitgebracht, onder de volgende voorwaarden:
Alle bomen die in functie van de verkaveling of de latere bebouwing worden gerooid, dienen maximaal gecompenseerd te worden. Deze compensatie gebeurt bij voorkeur op het betrokken perceel, of binnen het verkavelingsgebied. Indien dit niet haalbaar is, dient een alternatieve compensatielocatie voorgelegd te worden ter goedkeuring aan de gemeente.
De verplichting tot compensatie van te rooien bomen dient expliciet te worden opgenomen als voorwaarde bij de toekomstige bouwaanvragen voor de individuele loten. Bij elke bouwaanvraag moet duidelijk worden aangegeven: o welke bomen behouden blijven;
Mits naleving van bovenstaande voorwaarden kan de dienst Groen zich voorwaardelijk gunstig uitspreken over voorliggende omgevingsvergunningsaanvraag. |
||||||||
De gemeenteraad kan de vergunningverlenende overheid verzoeken om in de omgevingsvergunning voor het project voorwaarden en lasten op te leggen.
In die zin verzoekt de gemeenteraad de vergunningverlenende overheid om bij vergunning op te leggen dat de voorwaarden en lasten die voortvloeien uit de (hierboven genoemde) adviezen en die betrekking hebben op de zaak der wegen, moeten worden nageleefd bij uitvoering van de werken.
Voor het debat en de argumentatie van de stemmingen, wordt verwezen naar het zittingsverslag.
/
Artikel 1.
Kennis te nemen van de resultaten van het openbaar onderzoek dat werd gehouden van 20 maart tem. 18 april 2026, waarbij geen bezwaarschriften werden ingediend.
Art. 2.
Akkoord te gaan met de voorgestelde nieuwe rooilijn en de aanleg van de wegenis (die onderdeel vormt en geïntegreerd deel uitmaakt van de aanvraag tot omgevingsvergunning (ref.: OMV_2025155695 – VA/963/26) ingediend door Wout AMERY namens HYBOMA NV wonende te Wolstraat 37/2 te 2000 Antwerpen en Jonathan BOOGMANS namens STUDIE-EN LANDMETERSKANTOOR BOOGMANS BVBA gevestigd te Jan Hammeneckerstraat 80/1 te 1861 Meise voor het verkavelen van een perceel in 7 loten, waarvan 5 loten voor het verkavelen van een binnengebied in 17 loten waarvan 16 loten voor bebouwing en één lot voor het plaatsen van een hoogspanningscabine, gelegen 1850 Grimbergen, kadastraal gekend als: afdeling 2 sectie D nrs. 346F2, 346N2, 350H, 350E, 350M, 353L, 354H, 354N en 362E, mits het uiteindelijk verkrijgen van deze omgevingsvergunning.
Art. 3.
De vergunningverlenende overheid te verzoeken om in de omgevingsvergunning voor het project volgende voorwaarden op te leggen:
Het naleven van de adviezen van de gemeentelijke diensten is een noodzakelijke voorwaarde voor de opname van de wegenis in het openbaar domein na uitvoering van de werken. De gemeente moet ook betrokken worden in het overleg met nutsmaatschappijen, bij het uitschrijven van de aanbestedingsprocedure én uitvoering en zal op de hoogte gehouden worden van de stand van het dossier. De uitvoering van de werken in functie van het terrein voor openbaar nut en de wegenis, moeten worden gecontroleerd en opgevolgd door de dienst Wegen van Water van de gemeente, om tot een goed eindresultaat met overdracht te kunnen komen.
De brandweer adviseert de volgende minimale eisen waaraan de nieuwe wegenis in woonprojecten, moet voldoen om de brandbestrijding en de evacuatie op een vlotte wijze te laten verlopen en om de interventies van de brandweer te vergemakkelijken:
De hieronder opgesomde hindernissen (niet limitatieve lijst) op de toegangswegen moeten beperkt worden of zodanig geplaatst worden dat deze geen hinder opleveren voor de doorgang en de opstelling van de voertuigen van de brandweer:
Straatnaamgeving moet duidelijk en ondubbelzinnig zijn voor de hulpdiensten. Verschillende straten moeten verschillende straatnamen krijgen. Huisnummers dienen ondubbelzinnig te zijn. Zij dienen duidelijk zichtbaar opgehangen te worden aan de hoofdingang of hoofdinrit van het gebouw, leesbaar vanaf de openbare weg..
In de onmiddellijke nabijheid van de gebouwen moet de brandweer kunnen beschikken over een primaire bluswatervoorziening. Deze moet snel kunnen ingezet worden door het eerste voertuig dat ter plaatse komt en dient voor de eerste aanval. Als primaire bluswatervoorziening kunnen hydranten geplaatst worden.
Art. 4.
De vergunningverlenende overheid te verzoeken om in de omgevingsvergunning voor het project volgende lasten op te leggen met het oog op de uiteindelijke uitvoering van de werken:
De gemeenteraad gaat akkoord met de notariële ontwerpakte tot vestiging van erfpacht en erfdienstbaarheden op de percelen kadastraal gekend als 2de afdeling - sectie E - nrs. 64a (Beukendreef) & 143a (Rijkenhoekstraat), 2de afdeling - sectie D - nr. 525g4 (Korenbloemstraat), 1ste afdeling - sectie C - nr. 406a2 (Verbrande Brugsesteenweg) en het openbaar domein op de hoek van de Spaanse Lindebaan/Zilverstraat, voor een termijn van 99 jaar en aan een vergoeding van telkens één euro. Alle kosten zijn ten laste van Fluvius.
Artikels 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur 22 december 2017 (DLB).
Historiek met betrekking tot het perceel kadastraal gekend als 2de afdeling - sectie E - nr. 64a deel (Beukendreef):
Historiek met betrekking tot het perceel kadastraal gekend als 2de afdeling - sectie D - nr. 525g4 (Korenbloemstraat):
Ontwerpakte overgemaakt door notariskantoor BOES-PRAET-WARNIER (BIJLAGE 16).
/
In navolging van een besluit van de gemeenteraad van 22 oktober 2020 werd, tussen het gemeentebestuur en Fluvius, een minnelijke erfpachtovereenkomst afgesloten op het perceel kadastraal gekend als 2de afdeling - sectie D - nr. 525g4 langs de Korenbloemstraat, voor de regularisatie van de bestaande elektriciteitscabine.
In navolging van een besluit van de gemeenteraad van 28 oktober 2021 werd, tussen het gemeentebestuur en Fluvius, een minnelijke erfpachtovereenkomst (met bijhorende erfdienstbaarheid) afgesloten op een gedeelte van het perceel kadastraal gekend als 2de afdeling - sectie E - nr. 64a langs de Beukendreef, voor de inplanting van een prefab-elektriciteitscabine.
In navolging van een besluit van de gemeenteraad van 27 juni 2024 werd, tussen het gemeentebestuur en Fluvius, een minnelijke erfpachtovereenkomst afgesloten op het openbaar domein op de hoek van Zilverstraat/Spaanse Lindebaan voor de inplanting van een prefab elektriciteitscabine.
In navolging van een besluit van de gemeenteraad van 24 oktober 2024 werd, tussen het gemeentebestuur en Fluvius, een minnelijke erfpachtovereenkomst (met bijhorende erfdienstbaarheid) afgesloten op een gedeelte van het perceel kadastraal gekend als 1ste - sectie C - nr. 406a2 langs de Verbrande Brugsesteenweg, voor de regularisatie van een bestaande cabine.
In navolging van een besluit van de gemeenteraad van 24 oktober 2024 werd, tussen het gemeentebestuur en Fluvius, een minnelijke erfpachtovereenkomst afgesloten op het perceel kadastraal gekend als 2de afdeling - sectie E - nr. 143 (deel) langs de Rijkenhoekstraat voor de inplanting van een hoogspanningscabine.
Notariskantoor BOES-PRAET-WARNIER kreeg telkens de opdracht tot opmaak van de notariële ontwerpakte tot vestiging van erfpacht.
Op 11 april 2026 heeft notariskantoor BOES-PRAET-WARNIER de ontwerpakte tot vestiging van erfpacht en erfdienstbaarheden op de percelen kadastraal gekend als 2de afdeling - sectie E - nrs. 64a (Beukendreef) & 143a (Rijkenhoekstraat), 2de afdeling - sectie D - nr. 525g4 (Korenbloemstraat), 1ste afdeling - sectie C - nr. 406a2 (Verbrande Brugsesteenweg) en het openbaar domein op de hoek van de Spaanse Lindebaan/Zilverstraat overgemaakt.
Het college van burgemeester en schepenen heeft op 27 april 2026 beslist:
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om:
/
Artikel 1.
Akkoord te gaan met de notariële ontwerpakte, zoals voorgelegd in zitting van heden, tot vestiging van erfpacht en erfdienstbaarheden op de percelen kadastraal gekend als 2de afdeling - sectie E - nrs. 64a (Beukendreef) & 143a (Rijkenhoekstraat), 2de afdeling - sectie D - nr. 525g4 (Korenbloemstraat), 1ste afdeling - sectie C - nr. 406a2 (Verbrande Brugsesteenweg) en het openbaar domein op de hoek van de Spaanse Lindebaan/Zilverstraat, voor een termijn van 99 jaar en aan een vergoeding van telkens één euro. Alle kosten zijn ten laste van Fluvius.
Art. 2.
De voorzitter van de gemeenteraad en de algemeen directeur, dan wel hun gemachtigde vervangers, aan te duiden voor de ondertekening van de notariële akte.
De gemeenteraad gaat akkoord met de notariële ontwerpakte houdende verkoop van het perceel kadastraal gekend als 3de afdeling - sectie G - nr. 228m langs de Luiaardweg aan Fluvius voor het bedrag van 6.800,00 euro. Alle kosten zijn ten laste van Fluvius.
Artikels 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur 22 december 2017 (DLB).
/
De gemeente Grimbergen heeft via onderhandse akte van grondafstand voor openbaar nut ("grond bestemd om er eene kabien te bouwen voor de elektrische verlichting") van 12 februari 1936 het perceel kadastraal gekend als 3de afdeling - sectie G - nr. 228m aangekocht.
Bij e-mail van 9 juli 2025 (M2509 2971) heeft Fluvius bevestigd deze cabine destijds gebouwd te hebben, waardoor gevraagd wordt om een schattingsverslag op te laten maken met betrekking tot énkel de grondwaarde.
De actuele grondwaarde van het perceel (zonder constructie), op basis van het opmetingsplan van landmeetbureel Drawing Assistance bv, werd door landmeter-expert Tom PEETERS op 19 september 2025 geschat op 6.800,00 euro.
Het college van burgemeester en schepenen heeft:
Notariskantoor BOES-PRAET-WARNIER heeft op 20 april 2026 het ontwerp van notariële akte overgemaakt.
Het college van burgemeester en schepenen heeft op 27 april 2026 beslist om:
Notariskantoor BOES-PRAET-WARNIER heeft op 27 april 2026 nog een tweede versie van de notariële ontwerpakte overgemaakt. Hierin werd de handtekenbevoegdheid ten voordele van de expert patrimonium (via delegatiebesluit van 19 februari 2026) opgenomen, alsook de vermelding in artikel 3 van het feit dat het goed gelegen is naast buurtweg nr. 85.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om akkoord te gaan met de notariële ontwerpakte houdende verkoop van het perceel kadastraal gekend als 3de afdeling - sectie G - nr. 228m langs de Luiaardweg aan Fluvius voor het bedrag van 6.800,00 euro. Alle kosten zijn ten laste van Fluvius.
/
Artikel 1.
Akkoord te gaan met de notariële ontwerpakte, zoals voorgelegd in zitting van heden, houdende verkoop van het perceel kadastraal gekend als 3de afdeling - sectie G - nr. 228m langs de Luiaardweg aan Fluvius voor het bedrag van 6.800,00 euro. Alle kosten zijn ten laste van Fluvius.
Art. 2.
De voorzitter van de gemeenteraad en de algemeen directeur, dan wel hun gemachtigde vervangers, aan te duiden voor de ondertekening van de notariële akte.
De gemeenteraad beslist om voor een periode van drie jaar vanaf het aantreden van de gemeenteraad, en dus tot en met december 2027, een beleidsmatig gewenste ontwikkeling (BGO) m.b.t. (grotere) meergezinswoningprojecten en verkavelingen te hanteren en aan de vergunningverlenende overheden te vragen deze tijdelijke beleidsmatig gewenste ontwikkeling mee op te nemen als bijkomende onderbouwing in de afweging 'goede ruimtelijke ordening' bij de beoordeling van een aanvraag tot omgevingsvergunning, alsook dit bekend te maken op de gemeentelijke website en in het gemeentelijk infoblad.
Artikel 40 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.
Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO), TITEL II Planning.
VCRO, artikel 4.3.1 §1 dat bepaalt dat een vergunning wordt geweigerd indien het aangevraagde onverenigbaar is met een goede ruimtelijke ordening en §2, 2° dat bepaalt dat bij die beoordeling rekening gehouden kan worden met de beleidsmatig gewenste ontwikkelingen (BGO) omtrent de goede ruimtelijke ordening.
Provinciale omzendbrief van 7 januari 2021 over beleidsmatig gewenste ontwikkelingen (PDF, DOSSIERSTUK 1).
Toolkit kernversterking van provincie Vlaams-Brabant, p.120 e.v. en p.248 e.v. (PDF, DOSSIERSTUK 2).
Beknopte leidraad van Departement Omgeving van 16 augustus 2021 over beleidsmatig gewenste ontwikkelingen (WEBSITE, DOSSIERSTUK 3).
Coalitieakkoord, onderdeel "Een ruimtelijk beleidsplan voor Grimbergen":
We starten de opmaak van een ‘beleidsplan ruimte’ voor heel onze gemeente op.
Vanuit dit perspectief werken we een langetermijnvisie uit voor de ruimtelijke ontwikkeling op ons hele grondgebied, waarin we alle conclusies uit de onthardingsstudie, klimaatplan, hemelwater- en droogteplan, warmtebeleidsplan, mobiliteitsplan, ... concretiseren.
In afwachting van de finalisering van dit beleidsplan wordt er een pauze ingelast voor de aflevering van omgevingsvergunningen voor (grote) verkavelingen en meergezinsprojecten.
We brengen de stedenbouwkundige verordening in lijn met de nieuwe wetgeving. We voorzien een duidelijk kader voor het opleggen van stedenbouwkundige lasten.
Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 6 oktober 2025 waarbij een voorstel van beleidsmatig gewenste ontwikkeling m.b.t. meergezinswoningen en verkavelingen werd goedgekeurd (DOSSIERSTUK 5).
Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 8 december 2025 waarbij kennis werd genomen van het advies van de provincie Vlaams-Brabant m.b.t. de beleidsmatig gewenste ontwikkeling over (grotere) meergezinswoningen en verkavelingen (DOSSIERSTUK 6).
Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 9 maart 2026 waarmee een voorstel van beleidsmatig gewenste ontwikkeling m.b.t. meergezinswoningen en verkavelingen werd goedgekeurd en beslist werd advies te vragen aan de Gecoro (DOSSIERSTUK 7).
Besluit van het college van en schepenen van 4 mei 2026 waarmee een voorstel van beleidsmatig gewenste ontwikkeling m.b.t. meergezinswoningen en verkavelingen werd goedgekeurd en beslist werd dit ter goedkeuring aan de gemeenteraad voor te leggen (DOSSIERSTUK 10).
Het gemeentebestuur heeft in haar coalitieakkoord opgenomen dat in afwachting van de opmaak van een Beleidsplan Ruimte (ter vervanging van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan) een tijdelijke pauze wordt ingelast voor de aflevering van omgevingsvergunningen voor (grotere) verkavelingen en meergezinswoningprojecten.
Grotere projecten hebben immers enerzijds vaak een niet verwaarloosbare impact op de behoeften (bv. aantal beschikbare plaatsen in scholen), het gemeentebudget (bv. onderhoud na overname openbaar domein) en de milieueffecten (waterhuishouding, mobiliteit enz), en kunnen anderzijds de mogelijkheid bieden om oplossingen te integreren voor bepaalde knelpunten of noden (waterhuishouding, locatie voor kinderdagverblijf, publiek toegankelijk groen, groenblauwe verbindingen, parking, wijzigende woonbehoefte o.b.v. huishoudenstypes, ...).
Om samen met eigenaars, ontwikkelaars, architecten, ... een geschikte locatie te zoeken voor een nieuw projectidee, of een geschikte invulling te geven aan een nieuwe projectlocatie, is het nodig dat de gemeente een goed overzicht heeft van de behoeften, knelpunten, ... en een visie over hoe deze aan te pakken. Bovendien wenst de gemeente dus gerichter lasten op te leggen bij projecten. Hiervoor dient de algemene stedenbouwkundige verordening mogelijk aangevuld te worden, alsook dient er een bijkomende verordening opgemaakt te worden om financiële lasten te kunnen koppelen aan een omgevingsvergunning.
In afwachting van deze visie en dit verordenend kader, wenst het gemeentebestuur een Beleidsmatig Gewenste Ontwikkeling te hanteren om vorm te geven aan de gewenste tijdelijke bouwpauze voor bepaalde grotere meergezinswoningprojecten en verkavelingen. De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt immers dat een vergunning wordt geweigerd indien het aangevraagde onverenigbaar is met een goede ruimtelijke ordening en dat bij die beoordeling rekening gehouden kan worden met de beleidsmatig gewenste ontwikkelingen (BGO) omtrent de goede ruimtelijke ordening.
Procedure
De procedure voor opmaak van een Beleidsmatig Gewenste Ontwikkeling is als volgt in de provincie Vlaams-Brabant:
opmaak voorstel BGO;
advisering en bespreking door provincie;
goedkeuring door gemeenteraad;
publieke bekendmaking;
overmaken aan beroepsinstanties m.b.t. omgevingsvergunningsaanvragen.
De deputatie van de provincie Vlaams-Brabant bezorgde de gemeente op 1 december 2025 een advies over de beleidsmatig gewenste ontwikkeling m.b.t. grotere meergezinswoningen en verkavelingen en dit advies werd met de provincie overlopen op 10 december 2025. De voorgestelde BGO voldeed aan de voorwaarden voor formele kennisname door de deputatie.
Op 31 maart 2026 werd door de GECORO een advies over de voorgestelde BGO verleend (DOSSIERSTUK 9). Het advies van de GECORO werd intussen geïmplementeerd. Een overzicht van de verschillen met de oorspronkelijke tekst wordt toegevoegd (DOSSIERSTUK 11).
Beleidsmatig Gewenste ontwikkeling
De residentiële projecten die onder deze beleidsmatige gewenste ontwikkeling m.b.t. (grotere) meergezinswoningen en verkavelingen zullen vallen, moeten gedefinieerd worden.
Het gaat om:
Het opsplitsen van ontwikkelingen in meerdere aanvragen die tezamen bovenstaande ondergrenzen overschrijden, is niet toegelaten.
Deze residentiële projecten vallen per uitzondering niet onder deze beleidsmatig gewenste ontwikkeling m.b.t. (grotere) meergezinswoningen en verkavelingen, omdat er reeds een (recent) gedetailleerd en duidelijk kader is, waarbij de wijziging t.o.v. de bestaande toestand eerder gering is en/of omdat ze reeds een significante maatschappelijke meerwaarde bieden:
Voor volgende residentiële projecten kan een uitzondering gevraagd worden bij het gemeentebestuur omdat ze zich normaliter in een ver gevorderd stadium van ontwerp en beslissingsproces bevinden:
Voor volgende residentiële projecten kan een uitzondering aangevraagd worden bij het gemeentebestuur omdat ze potentieel een significante maatschappelijke meerwaarde bieden:
Gelet op het advies van de diensten en de info van de provincie wordt voorgesteld om de beleidsmatig gewenste ontwikkeling m.b.t. (grotere) meergezinswoningen en verkavelingen te hanteren voor een periode van drie jaar vanaf het aantreden van de nieuwe gemeenteraad, en dus tot en met december 2027. Dit geeft de gemeente de kans om een verordening financiële lasten op te maken, eventueel de algemene stedenbouwkundige verordening te wijzigen, en te starten met de opmaak van een Beleidsplan Ruimte.
Voor het debat en de argumentatie van de stemmingen, wordt verwezen naar het zittingsverslag.
/
Artikel 1.
Voor een periode van drie jaar vanaf het aantreden van de gemeenteraad, en dus tem. december 2027, een beleidsmatig gewenste ontwikkeling (BGO) m.b.t. (grotere) meergezinswoningprojecten en verkavelingen te hanteren, zoals weergegeven in de inhoudelijke verantwoording van dit besluit.
Art. 2.
Het college van burgemeester en schepenen te vragen deze tijdelijke beleidsmatig gewenste ontwikkeling mee op te nemen als bijkomende onderbouwing in de afweging 'goede ruimtelijke ordening' bij de beoordeling van een aanvraag tot omgevingsvergunning.
Art. 3.
De beroepsinstanties m.b.t. omgevingsvergunningen te vragen deze tijdelijke beleidsmatig gewenste ontwikkeling mee op te nemen als bijkomende onderbouwing in de afweging 'goede ruimtelijke ordening' bij de beoordeling van een aanvraag tot omgevingsvergunning.
Art. 4.
Dit besluit bekend te maken op de gemeentelijke website en aan te kondigen in het gemeentelijk infoblad.
De gemeenteraad keurt de gegevensbeschermingseffectbeoordeling (GEB) “Sluikstortcamera’s”, laatst herzien op 27 februari 2026, als voorbereidende stap in de aankoop en inzet van tijdelijk vaste sluikstortcamera’s door INTRADURA in opdracht van de gemeente Grimbergen goed en adviseert dit dossier als positief.
Artikel 41 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
De gemeente Grimbergen wordt, net als vele andere lokale besturen, geconfronteerd met een aanhoudende en structurele sluikstortproblematiek. Op verschillende locaties op het grondgebied worden herhaaldelijk afvalstoffen achtergelaten in strijd met de geldende regelgeving. Dit leidt niet alleen tot verloedering van de openbare ruimte, maar ook tot aanzienlijke opruimkosten, milieuschade en een negatieve impact op het veiligheids- en leefbaarheidsgevoel van inwoners.
Het gemeentebestuur zet reeds geruime tijd in op een geïntegreerde aanpak van sluikstort, bestaande uit preventieve maatregelen, sensibiliseringscampagnes, meldingsmogelijkheden voor burgers en regelmatige controles door de bevoegde diensten. Ondanks deze inspanningen blijven bepaalde locaties echter hardnekkige hotspots, waar sluikstort zich herhaaldelijk voordoet en waar klassieke handhavingsmiddelen onvoldoende afschrikwekkend blijken.
In deze context acht het gemeentebestuur het noodzakelijk om bijkomende, gerichte handhavingsinstrumenten in te zetten. De aankoop en tijdelijke, doelgerichte inzet van camera’s op gekende sluikstortgevoelige locaties wordt beschouwd als een aanvullend middel ter ondersteuning van de vaststellingen door de bevoegde diensten. De camera’s worden uitsluitend ingezet op plaatsen waar eerdere maatregelen onvoldoende effect hebben gehad en steeds met respect voor de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit.
De aankoop van de camera’s gebeurt via de afvalintercommunale INTRADURA, die optreedt als uitvoerende partner van de gemeente Grimbergen en de camera’s aankoopt bij haar leverancier REBOTEC. De camera’s blijven volledig eigendom van de gemeente Grimbergen.
De afvalintercommunale INTRADURA staat in voor de operationele uitvoering, waaronder het plaatsen en verplaatsen van de camera’s op de door de gemeente aangeduide locaties, het technisch beheer, evenals het bekijken en analyseren van de camerabeelden en het opmaken van vaststellingen en bestuurlijke verslagen in het kader van de handhaving.
De camerabewaking heeft tot doel:
Aangezien de inzet van camera’s in de openbare ruimte onvermijdelijk leidt tot de verwerking van persoonsgegevens, waaronder beelden van personen en voertuigen, is overeenkomstig artikel 35 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) een gegevensbeschermingseffectbeoordeling (GEB) vereist. Deze beoordeling brengt de mogelijke risico’s voor de rechten en vrijheden van betrokkenen in kaart en bepaalt welke technische en organisatorische maatregelen noodzakelijk zijn om deze risico’s te beperken.
De opgestelde GEB beschrijft onder meer het doel en de reikwijdte van de camerabewaking, de verwerkingsprocessen, de bewaartermijnen, de rolverdeling tussen de betrokken actoren en de waarborgen die worden voorzien om de privacy van burgers maximaal te beschermen. De GEB vormt aldus een essentieel instrument om de inzet van camera’s juridisch correct, transparant en AVG‑conform te laten verlopen.
In het financieel meerjarenplan 2026‑2031 werd onder code 2026/ACT‑13/0119‑10/2300000/GEMEENTE/CBS/IP‑GEMEENTE een investeringsbudget van 17.000 euro voorzien voor de aankoop van cameramateriaal in het kader van actie 13 “We blijven innoveren in de strijd tegen sluikstort”.
Op 10 april 2026 werd een offerte van INTRADURA ontvangen waaruit blijkt dat binnen dit budget de aankoop van één sluikstortcamera (hangcamera) mogelijk is.
De prijsstructuur van de camera bedraagt:
De vermelde periode van drie jaar heeft uitsluitend betrekking op de afschrijfperiode van het materiaal en niet op een gespreide betaling. De gemeente zal de volledige investeringskost van 13.860 euro eenmalig betalen. Deze werkwijze werd door INTRADURA bevestigd en kan intern boekhoudkundig correct worden verwerkt.
Hierdoor wordt de voorziene camera‑inzet aangepast, zonder afbreuk te doen aan het projectdoel, namelijk de tijdelijke en gerichte inzet van camerabewaking op sluikstorthotspots.
Naast de investeringskost werd binnen het meerjarenplan een afzonderlijk exploitatiebudget van 56.400 euro voorzien voor de werking van de camera-inzet. Dit exploitatiebudget dekt onder meer:
Aangezien het cameramateriaal, mits voldoende verankering van de hangkasten, kan worden beschouwd als vast materieel, wordt dit opgenomen in de verzekering.
Bij de initiële raming van de verzekeringspremie werd nog rekening gehouden met een scenario waarbij twee camera’s zouden worden aangekocht. In de aangepaste projectfiche wordt uitgegaan van de aankoop van één hangkastcamera, waardoor de correct te verzekeren waarde 13.860 euro bedraagt.
De jaarlijkse verzekeringspremie wordt als volgt berekend:
➡ Totale jaarlijkse verzekeringspremie: 22,32 euro
Artikel 1.
Kennis te nemen van de gegevensbeschermingseffectbeoordeling (GEB) “Sluikstortcamera’s”, laatst herzien op 27 februari 2026, als voorbereidende stap in de aankoop en inzet van tijdelijk vaste sluikstortcamera’s door Intradura in opdracht van de gemeente Grimbergen.
Art. 2.
Kennis te nemen van het advies van de korpschef, het advies van de DPO en de financiële raming voor de aankoop en inzet van tijdelijk vaste sluikstortcamera's door INTRADURA in opdracht van de gemeente Grimbergen.
Art. 3.
Het dossier, inclusief de GEB, het advies van de korpschef, het advies van de DPO en de financiële raming, goed te keuren.
De gemeenteraad neemt kennis van de aanpassingen en actualisatie van het reglement op het gebruik van infoborden en keurt het aangepast reglement goed.
Artikel 40 Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017.
Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 28 april 2025 inzake "Voorstel aanpassing en actualisatie van het reglement op het gebruik van infoborden - Voorleggen aan de gemeenteraad - Principiële goedkeuring" (in bijlage).
/
Situatie op heden:
Verenigingen dienen hun eigen infoborden af te halen in het magazijn nadat hun evenement heeft plaatsgevonden. Deze afhaling gebeurt echter te lang na het evenement of niet waardoor deze borden in het magazijn blijven liggen.
Door de grote opeenstapeling van de infoborden ziet de dienst Magazijn zich genoodzaakt deze te laten afvoeren en te laten vernietigen.
Hiervoor dient een aanpassing te gebeuren aan het reglement op het gebruik van infoborden: Bijlage 2 - Reglement gebruik infoborden (aangepast).docx'.
Overzicht aanpassingen aan het reglement op het gebruik van infoborden:
Art. 2.
De infoborden mogen geen reclamesponsoring dragen. De infoborden moeten dienen voor het aankondigen van activiteiten die plaatsvinden in de gemeente Grimbergen, met uitzondering van aankondigingen van activiteiten van naburige openbare besturen.
Art. 4.
De aanvragen dienen te gebeuren via het e-loket (Aanvraag tot het plaatsen van infoborden - Gemeente Grimbergen) en zullen in volgorde van de aanvraagdatum behandeld worden.
Art. 7.
De infoborden worden ten minste 2 weken voor dat de activiteit zal plaatsgrijpen afgeleverd bij de technische dienst van de gemeente Grimbergen.
Art. 8.
De borden worden door de technische dienst van de gemeente geplaatst minimum 1 week en maximum 2 weken voor de activiteit. De borden zullen de eerste week na het beëindigen van de activiteit worden weggenomen.
De vereniging dient na het wegnemen van de borden deze binnen de 2 weken op te halen bij de technische dienst van Grimbergen zoniet worden de borden door de gemeente afgevoerd waarna deze worden vernietigd.
Art. 9.
Grimbergen is een Vlaamse gemeente en bijgevolg is het Nederlands de enige officiële voertaal.
Infoborden die inhoud in andere talen bevatten, kunnen steeds geweigerd of verwijderd worden door het gemeentebestuur, indien het bestuur van mening is dat het Nederlandstalig karakter van de gemeente niet gerespecteerd wordt.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen wordt aan de gemeenteraad gevraagd om het aangepaste en geactualiseerde reglement op het gebruik van infoborden, toegevoegd als Bijlage 1 - Reglement gebruik infoborden (finale versie).docx', goed te keuren.
Na bespreking wordt voorgesteld om artikel 8 nog te wijzigen als volgt:
"De borden worden door de technische dienst van de gemeente geplaatst minimum 1 week en maximum 2 weken voor de activiteit. De borden zullen de eerste week na het beëindigen van de activiteit worden weggenomen.
De vereniging dient na het wegnemen van de borden deze binnen de 3 weken op te halen bij de technische dienst van Grimbergen zoniet worden de borden door de gemeente afgevoerd waarna deze worden vernietigd."
/
Artikel 1.
Kennis te nemen van en akkoord te gaan met de aanpassingen en actualisatie van het reglement op het gebruik van infoborden, zoals uiteengezet in het besluit.
Art. 2.
Het aangepaste en geactualiseerde reglement op het gebruik van infoborden, toegevoegd als Bijlage 1, goed te keuren.
Art. 3.
Dit besluit bekend te maken overeenkomstig de bepalingen van “Afdeling 2. Bekendmaking en inwerkingtreding, Hoofdstuk 1. Akten van het lokaal bestuur, Titel 5. De werking van het lokaal bestuur" DLB.
De gemeenteraad keurt een aanpassing en de gecoördineerde versie van het academiereglement van de Academie voor Muziek, Woord en Dans, met ingang van 1 september 2026 goed.
Artikel 58 van het decreet betreffende het deeltijds kunstonderwijs van 9 maart 2018, dat bepaalt dat het schoolbestuur voor elk van zijn academies een academiereglement dient op te stellen.
/
Op 22 november 2018 stelde de gemeenteraad het nieuwe academiereglement vast voor de Academie voor Muziek, Woord en Dans. Tijdens de gemeenteraadszitting van 22 mei 2025 werd dit het laatst gewijzigd.
Volgens artikel 58 van het decreet kunstonderwijs moet het academiereglement minstens de volgende elementen omvatten:
het reglement over de tucht en de schending van de leefregels van de leerlingen, met inbegrip van een tijdelijke of een definitieve uitsluiting, en over de beroepsprocedure, met inbegrip van het hanteren van redelijke en haalbare termijnen;
de procedure die bepaalt hoe een bewijs van competenties, een bewijs van beroepskwalificatie of een leerbewijs deeltijds kunstonderwijs worden toegekend;
richtlijnen over afwezigheden en te laat komen;
afspraken in verband met de zelfstudie buiten de lessen, de agenda’s en de leerlingenevaluatie;
geldelijke en niet-geldelijke ondersteuning die niet afkomstig is van de Vlaamse overheid en de rechtspersonen die daaronder ressorteren;
de bijdrageregeling;
de engagementsverklaring tussen de academie en de leerling of de betrokken personen waarin wederzijdse afspraken worden opgenomen over oudercontact, voldoende aanwezigheden en vormen van individuele leerlingenbegeleiding;
de afspraken over het rookverbod, de controle op de naleving ervan en de sancties die opgelegd kunnen worden bij overtreding van het rookverbod;
de wijze waarop in voorkomend geval de academieraad wordt samengesteld;
het recht op inzage door de leerling of de betrokken personen en hun recht op toelichting bij de gegevens die op de leerling betrekking hebben, waaronder de evaluatiegegevens, die de academie verzamelt;
informatie over extramuros-activiteiten;
de vermelding dat bij verandering van academie leerlingengegevens worden overgedragen naar de nieuwe academie tenzij daar door de leerling of de betrokken personen expliciet verzet tegen wordt gepleegd nadat ze op hun verzoek die gegevens hebben ingezien;
het toetsingsinstrument met betrekking tot de relevante alternatieve leercontext;
de uiterste datum waarop de leerling het inschrijvingsgeld betaalt conform artikel 90 en in voorkomend geval de mogelijkheden tot gespreide betaling.
Het huidige academiereglement bestaat uit de volgende hoofdstukken:
Vooraleer schooljaar 2026-2027 van start gaat, moeten er opnieuw enkele onderwerpen worden aangepast in het reglement. De volgende wijzigingen worden voorgesteld:
|
|
Oude versie |
Nieuwe versie |
| Inhoudstafel |
- |
Inhoudstafel wordt aangepast aan de vernieuwde tekst. |
| Artikel 13 |
Retributie- en bijdrageregeling Het schoolbestuur kan een bijdrage opleggen voor volgende diensten en materialen in het kader van de opleiding. Vaste bedragen die bovenop het inschrijvingsgeld komen:
Bedragen die vastgelegd zijn voor bruikleen van muziekinstrumenten:
Bedragen die boven op het inschrijvingsgeld komen voor leerlingen Muziek (instrument) in de eerste graad:
Bedragen die variabel zijn naargelang de opleiding en inhoud ervan:
|
Retributie- en bijdrageregeling Naast het inschrijvingsgeld, dat wordt bepaald door de Vlaamse overheid, kan het schoolbestuur bijkomende bijdragen opleggen voor diensten en materialen in het kader van de opleiding. Het gaat onder meer om:
De concrete tarieven, voorwaarden en eventuele vrijstellingen worden vastgelegd in het gemeentelijk retributiereglement en huurreglement voor de Academie voor Muziek, Woord en Dans. Deze reglementen worden als bijlage toegevoegd aan het academiereglement en maken er integraal deel van uit. Er kunnen ook bedragen gevraagd worden die variabel zijn naargelang de opleiding en inhoud ervan:
|
| Artikel 18 |
Gewettigde afwezigheid Een afwezigheid kan je op volgende manieren rechtvaardigen:
|
Gewettigde afwezigheid Een afwezigheid kan je op volgende manieren rechtvaardigen:
Attesten die hier niet aan voldoen, kunnen niet aanvaard worden als geldige reden voor afwezigheid. Als de leerling de lessen hervat vóór de einddatum op het attest, wordt het attest vanaf dan niet meer als geldig beschouwd voor latere afwezigheden, tenzij dit expliciet anders vermeld staat. |
Voor deze bijlagen die mee deel uitmaken van het academiereglement worden geen wijzigingen voorgesteld:
Tijdens de gemeenteraadszitting van 18 december 2025 en 30 april 2026 werden het nieuwe retributiereglement en huurreglement voor de Academie goedgekeurd. Er wordt voorgesteld om deze reglementen toe te voegen als extra bijlagen.
/
Artikel 1.
De wijzingen aan Academiereglement, zoals uiteengezet in het besluit, met ingang van 1 september 2026 goed te keuren.
Art. 2.
Het gecoördineerde Academiereglement, opgenomen in bijlagen 1 en 2 bij dit besluit, goed te keuren.
Art. 3.
Dit reglement bekend te maken volgens de bepalingen van het Decreet Lokaal Bestuur.
De gemeenteraad nam kennis van de mondelinge vragen door de raadsleden op de zitting gesteld en verwijst voor het overige naar het zittingsverslag, te vinden op de gemeentelijke website.
§ 1. Onder voorbehoud van andere wettelijke of decretale bepalingen, beschikt de gemeenteraad over de volheid van bevoegdheid ten aanzien van de aangelegenheden, vermeld in artikel 2.
§ 2. De gemeenteraad bepaalt het beleid van de gemeente en kan daarvoor algemene regels vaststellen.
§ 3. De gemeenteraad stelt de gemeentelijke reglementen vast. Met behoud van de toepassing van de federale wetgeving in verband met de bevoegdheid van de gemeenteraad om politieverordeningen vast te stellen, kunnen de reglementen onder meer betrekking hebben op het gemeentelijk beleid, de gemeentelijke belastingen en retributies, en op het inwendige bestuur van de gemeente.
Een afschrift van elk reglement waarin een strafbepaling of een administratieve sanctie wordt opgenomen, wordt dadelijk verzonden aan de griffie van de rechtbank van eerste aanleg en aan die van de politierechtbank.
Behalve bij de uitdrukkelijke toewijzing van een bevoegdheid als vermeld in artikel 2, § 2, tweede lid, aan de gemeenteraad kan de gemeenteraad bij reglement bepaalde bevoegdheden toevertrouwen aan het college van burgemeester en schepenen.
De volgende bevoegdheden kunnen niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd:
1° de aan de gemeenteraad toegewezen bevoegdheden, vermeld in afdeling 1 en 2 van dit hoofdstuk.
De gemeenteraadsleden hebben het recht aan de burgemeester en aan het college van burgemeester en schepenen mondelinge en schriftelijke vragen te stellen.
Voor het stellen van een vraag als vermeld in het eerste lid, is geen toegelicht voorstel van beslissing vereist.
(...)
De zittingsverslagen van de vergaderingen van de gemeenteraad vermelden, in chronologische volgorde, alle besproken onderwerpen, de essentie van de tussenkomsten en van de mondeling en schriftelijk gestelde vragen en antwoorden. De gemeenteraad kan beslissen om het zittingsverslag te vervangen door een audio- of audiovisuele opname van de openbare zitting van de gemeenteraad.
Als de gemeenteraad een aangelegenheid overeenkomstig artikel 28 in besloten vergadering behandelt, vermelden de notulen alleen de beslissingen en wordt er geen zittingsverslag opgesteld.
(...)
Artikel 12 Huishoudelijk reglement gemeenteraad, goedgekeurd in zitting van de gemeenteraad van 28 februari 2019, laatst gewijzigd in zitting van de gemeenteraad van 24 april 2025:
§1. Raadsleden hebben het recht om schriftelijke en mondelinge vragen te stellen aan de burgemeester en aan het college van burgemeester en schepenen over gemeentelijke aangelegenheden. Daarvoor is geen toegelicht voorstel van beslissing nodig.
(...)
§4. Na afhandeling van de agenda van de openbare vergadering van de raad, kunnen de raadsleden beknopte mondelinge vragen stellen over gemeentelijke aangelegenheden, die niet op de agenda van de raad staan.
Op deze mondelinge vragen wordt ten laatste tijdens de volgende zitting geantwoord. Vragen over dossiers die op de agenda staan, worden gesteld op het ogenblik dat het betrokken agendapunt op de zitting behandeld wordt.
De procedure van de mondelinge vragen is beperkt tot de vraagstelling en het eventuele onmiddellijke antwoord van een lid van het college van burgemeester en schepenen en kan op de zitting geen aanleiding geven tot een uitgebreid debat, noch discussies of beslissingen uitlokken, hiertoe is vereist dat het onderwerp als agendapunt is vermeld.
Dit recht wordt verleend onder de volgende voorwaarden:
1° enkel aangelegenheden van algemeen gemeentelijk belang komen in aanmerking voor vraagstelling;
2° de vragen moeten kort en bondig zijn evenals de antwoorden van de leden van het college;
3° als gevraagd wordt naar bepaalde intenties van het college, heeft dit het recht pas te antwoorden tijdens de volgende zitting. Het college moet immers de mogelijkheid krijgen om een collegiaal standpunt voor te bereiden;
4° de vragen mogen niet verplichten tot opzoekingen, het doorvoeren van kostelijke studies, het opmaken van dure statistische gegevensbestanden of het houden van enquêtes;
5° als geen antwoord of slechts een gedeeltelijk antwoord kan gegeven worden, wordt de vraag volgens de procedure van een schriftelijke vraag zo spoedig mogelijk en uiterlijk voor de volgende zitting van de raad beantwoord;
6° is het conform artikel 5, §2 van dit reglement niet mogelijk de vraag te behandelen in het openbare deel van de vergadering, dan wordt die behandeld bij de start van het besloten deel.
Na het antwoord van de burgemeester of een schepen tot wiens bevoegdheid het onderwerp van de vraag behoort, heeft de vraagsteller nog een kort repliekrecht (max. 1 min). De burgemeester of bevoegde schepen mogen daarop nog kort antwoorden (max. 1 min). De vraagsteller krijgt steeds het laatste woord (max. 1 min.), waarna de behandeling van de vraag als gesloten wordt beschouwd.
§5. De voorzitter van de raad oordeelt zonder verhaal over de ontvankelijkheid van alle mondelinge vragen. Als de vraag onontvankelijk wordt verklaard, dan meldt de voorzitter dit onmiddellijk aan het raadslid met vermelding van de motivering. Bij ontstentenis van een beslissing van de voorzitter is de vraag van rechtswege ontvankelijk.
Vragen die niet voldoen aan de voorwaarden van §4, 1°, 2° en 4° zijn onontvankelijk net zoals vragen m.b.t. particuliere aangelegenheden of persoonlijke gevallen.
§6. De mondelinge vragen worden beknopt genotuleerd: zo worden de vraag en de vraagsteller opgenomen in de notulen. De tussenkomst en antwoorden worden opgenomen in het zittingsverslag.
(...)
/
Raadslid Ann DAAMEN krijgt het woord en heeft een kleine opmerking slash vraag. Op mijn dagdagelijkse wandelingen merk ik dat er alsmaar meer vuilbakken verdwijnen in het straatbeeld, daar dat mooie banken als paddenstoelen uit de grond rijzen. Nu is mijn vraag: zit daar een plan achter? Wat is jullie strategie? Want banken brengt ook mensen, brengt vuil. Mensen zijn nu eenmaal niet allemaal even goed opgevoed en smijten alles in de berm van het mooie bos met het mooie kasteel. Dus voilà. Wat is jullie gedachte? Wat is jullie plan met het vuil? Dank je.
Raadslid Dieter GOOVAERTS krijgt het woord en heeft vier vraagjes en zoals altijd ga ik u niet proberen teleur te stellen en zo snel mogelijk af te ronden.
Raadslid Soufian FAROUK krijgt het woord een heeft een vraag rond de hekken van de voetbalvelden op de Piereman. Was er niet ooit gezegd dat het tweede veld toegankelijk zou blijven? En verder is het belangrijk dus dat de jeugd eigenlijk een open plek heeft om te kunnen voetballen. De tweede vraag die ik had is hoeveel dat de hekken hebben gekost. Is het mogelijk om die kostprijzen toch via mail te ontvangen, alsjeblieft? Dank je wel.
Raadslid Katrien LE ROY krijgt het woord en heeft een heel klein vraagje. De eindexamens van de muziekacademie, die vonden normaal gezien plaats hier in de raadszaal, vanaf dit jaar in Ter Borre. Gewoon een vraag wat de reden daarvoor was. Is dat op vraag van de academie gebeurd of is dat organisatorisch?
Raadslid Eddie BOELENS heeft vier korte vraagjes.
Raadslid Luca MATON heeft een vraagje voor schepen ROOSEN. We lazen gisteren in de krant dat er binnenkort de infomarkt over het parkeerplan is. Ik weet niet of je vandaag al kan zeggen wat het voorstel is dat je aan de bevolking gaat meegeven of dat dat iets is dat nog niet gedeeld mag worden?
Raadslid Gilbert GOOSSENS krijgt het woord en
Raadslid Laurent VANBINST meldt dat er momenteel een aanvraag zou worden voorbereid voor een gebedsruimte in het Molenveld. Ik wilde eens horen of daar al, formeel dan wel informeel, gesprekken lopende zijn.
/
Enig artikel.
Kennis te nemen van de mondelinge vragen door de raadsleden ter zitting gesteld en voor het overige te verwijzen naar het zittingsverslag, te vinden op de gemeentelijke website.
De gemeenteraad keurt de dading, toegevoegd als bijlage 1 bij het besluit, goed.
Artikel 41, tweede lid, 17° van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (DLB):
De volgende bevoegdheden kunnen niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd:
17° het aangaan van andere dadingen dan dadingen met personeelsleden naar aanleiding van een beëindiging van het dienstverband, die de gevolgen van de beëindiging van het dienstverband als voorwerp hebben.
Artikel 41, tweede lid, 17° DLB.
SPECIFIEK
/
Consorten V. en V.L. zijn volle eigenaar van de percelen grond (242b2) gelegen aan de Molenstraat te 1852 Grimbergen, kadastraal gekend als Grimbergen, 5de afdeling (Beigem), sectie A, nummer(s) 0242/00D002 + 00E02 + 00F002 en grond (242P) gelegen aan de Molenstraat te 1852 Grimbergen, kadastraal gekend als Grimbergen, 5de afdeling (Beigem), sectie A, nummer(s) 0242/00G002 + 00H002.
Volgens het gewestplan Halle-Vilvoorde-Asse, goedgekeurd bij KB van 7 maart 1977, is het perceel bestemd als woonuitbreidingsgebied.
Op 26 april 2018 stelde de gemeenteraad het RUP ‘Herbestemming van open ruimte’ definitief vast. Hiermee verkreeg het perceel de bestemming ‘openruimtegebied’.
Consorten V. en V.L. startten op 21 april 2023 een gerechtelijke procedure op m.h.o.o. het verkrijgen van een planschadevergoeding voor de Nederlandstalige Rechtbank van Eerste Aanleg te Brussel, waar de zaak gekend is onder rolnummer 23/2433/A.
Op 19 september 2022 (voor de percelen kadastraal gekend als Grimbergen, 5de afdeling (Beigem), sectie A, nummer(s) 0242/00G002 + 00H002) en 23 januari 2023 (voor de percelen kadastraal gekend als Grimbergen, 5de afdeling (Beigem), sectie A, nummer(s) 0242/00D002 + 00E02 + 00F002) verleende het college van burgemeester en schepenen een negatief stedenbouwkundig attest aan de eisers.
Bij vonnis van 28 november 2024 besloot de Rechtbank tot de aanstelling van een gerechtsdeskundige ter berekening van deze vergoeding.
Op 19 oktober 2025 legde de gerechtsdeskundige zijn eindverslag neer.
Het college van burgemeester en schepenen nam in zitting van 15 december 2025 kennis van:
te betalen.
Het college van burgemeester en schepenen gaf de opdracht aan GD&A Advocaten om bij de tegenpartij na te vragen waaruit het bedrag van de gerechtskosten, zijnde 10.088,12 euro, is opgebouwd.
Het college van burgemeester en schepenen ging niet in op de vraag tot betaling van een hogere planschade t.w.v. 130.505,42 euro maar akkoord te gaan met betaling van de planschade, zoals begroot door de gerechtsdeskundige en de gerechtskosten bestaande uit de dagvaardingskost, het rolrecht, de kosten van de gerechtsdeskundige, indien deze nog niet door de gemeente waren betaald, en de rechtsplegingsvergoeding.
Het college van burgemeester en schepenen was akkoord om in te staan voor de opmaak van de dading.
Dit werd voor kennisname en verder gevolg overgemaakt op 16 december 2025 aan GD&A Advocaten opdat zij verder het nodige zouden kunnen doen.
Per e-mail van 13 januari 2026 liet GD&A Advocaten weten dat confrater van tegenpartij heeft gemeld dat zij het voorstel toch aanvaarden. Zijn cliënten wensen niet verder te procederen en aanvaarden het voorstel tot betaling van 121.045,00 (hoofdsom) + 10.088,12 € (gerechtskosten en RPV) ter regeling van de zaak. De rolrechten zijn ten laste van de gemeente.
O.b.v. dit akkoord werd het ontwerp van dading op 13 januari 2026 bezorgd aan GD&A Advocaten.
In zitting van 20 april 2026 nam het college van burgemeester en schepenen kennis van
Het college van burgemeester en schepenen keurde het aangepaste ontwerp van dading, toegevoegd als BIJLAGE 1 bij dit besluit, overgemaakt per e-mail van 9 april 2026 door GD&A Advocaten, principieel goed te keuren en besliste dit, na akkoord van de tegenpartij, ter goedkeuring voor te leggen aan de gemeenteraad.
Per e-mail van 12 mei 2026 bezorgde GD&A Advocaten de dading, ondertekend door de tegenpartij. Er werd daarbij gevraagd of het volstaat dat de tegenpartij een getekende kopie per aangetekende post overmaakt aan het gemeentebestuur. Hierop werd bevestigend geantwoord.
In bijlage de getekende dading.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om de dading in BIJLAGE 1 goed te keuren en de opdracht te geven aan de voorzitter van de gemeenteraad en de algemeen directeur, of hun gemachtigde plaatsvervangers, om de dading te ondertekenen.
/
Artikel 1.
De dading, toegevoegd als BIJLAGE 1 bij dit besluit, goed te keuren.
Art. 2.
De gemeenteraadsvoorzitter en de algemeen directeur (of hun gemachtigde vervangers) aan te stellen voor de ondertekening van deze dading.
De voorzitter sluit de zitting op 29/05/2026 om 00:02.
Namens GEMEENTERAAD,
Muriel VAN SCHEL
algemeen directeur
Daan VERTONGEN
voorzitter gemeenteraad