De gemeenteraad neemt kennis van de brieven van de gouverneur van 20 april 2026, ingekomen op 20 april 2026 via het loket lokaal bestuur, toegevoegd als bijlagen bij dit besluit, specifiek dat de gouverneur niet zal optreden.
Titel VII - Bestuurlijk toezicht van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (DLB).
Artikel 327 DLB:
Behalve in geval van andersluidende bepalingen, beperkt de toezichthoudende overheid zich bij de uitoefening van het toezicht, vermeld in dit decreet, tot een toetsing aan het recht en aan het algemeen belang. Voor beslissingen van de gemeenteoverheid is het algemeen belang elk belang dat ruimer is dan het gemeentelijk belang. Voor beslissingen van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn is het algemeen belang elk belang dat ruimer is dan het gemeentelijk belang en het belang van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn.
Artikel 328 DLB:
De toezichthoudende overheid kan bij de gemeenteoverheid en bij het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn alle documenten en inlichtingen opvragen of die ter plaatse raadplegen. Ze bepaalt de informatiedrager en de vorm waarin die gegevens worden verstrekt.
Artikel 331 DLB:
De toezichthoudende overheid kan besluiten van een gemeenteoverheid en van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn ambtshalve opvragen.
Bij de ontvangst van een klacht vraagt de toezichthoudende overheid het besluit en het bijbehorende dossier op.
Artikel 333 DLB:
Als een klacht wordt ingediend tegen een besluit van de gemeenteoverheid of van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn brengt de toezichthoudende overheid de indiener van de klacht op de hoogte van:
1° de ontvangst van de klacht, binnen tien dagen nadat ze ontvangen werd;
2° het verzoek van de toezichthoudende overheid aan de gemeenteoverheid of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn om het besluit en het bijbehorende dossier te bezorgen, binnen tien dagen na dat verzoek;
3° het besluit van de toezichthoudende overheid over de ingediende klacht met vermelding van de motieven waarop het besluit is gebaseerd.
De toezichthoudende overheid brengt de betrokken gemeenteoverheid of aan het betrokken openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn op de hoogte van haar definitieve antwoord aan de indiener van de klacht. Deze mededeling wordt ter kennis gebracht op de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad of van de raad voor maatschappelijk welzijn.
In geval van stuiting van de termijn om een beroep in te stellen bij de Raad van State, brengt de toezichthoudende overheid de indiener van de klacht op de wijze, bepaald door de Vlaamse Regering, op de hoogte van de motieven van de toezichthoudende overheid om het besluit van de gemeenteoverheid of van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn waartegen de klacht was ingediend, niet te vernietigen, binnen tien dagen na het nemen van dat besluit of na het verstrijken van de termijn.
Artikel 332 DLB:
§ 1. Met behoud van de toepassing van artikel 243, § 3, 259 en 262 beschikt de toezichthoudende overheid over dertig dagen om een besluit van een gemeenteoverheid te vernietigen en om de gemeenteoverheid daarvan op de hoogte te brengen.
De toezichthoudende overheid beschikt over dertig dagen om een besluit van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn te vernietigen en om het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn daarvan op de hoogte te brengen.
Alle besluiten en opmerkingen van de toezichthoudende overheid worden ter kennis gebracht op de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad of van de raad voor maatschappelijk welzijn.
§ 2. De termijn, vermeld in paragraaf 1, gaat in op de dag die volgt op de kennisgeving aan de toezichthoudende overheid van de bekendmaking op de webtoepassing van de gemeente van de lijst van de aangelegenheden, vermeld in artikel 285, § 1, 1° en 2°, en artikel 285, § 2, eerste lid, 1° en 2°. Voor de besluiten, vermeld in artikel 286, § 1 en § 2, start de termijn, vermeld in paragraaf 1, op de dag die volgt op de kennisgeving aan de toezichthoudende overheid van de bekendmaking van het besluit op de webtoepassing van de gemeente.
Onder voorbehoud van de toepassing van het eerste lid, start de termijn, vermeld in paragraaf 1, voor de besluiten van een gemeenteoverheid of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn die met toepassing van artikel 331 ambtshalve of na ontvangst van een klacht werden opgevraagd door de toezichthoudende overheid, op de dag die volgt op de verzending van het opgevraagde besluit.
§ 3. Een klacht wordt, op straffe van niet-ontvankelijkheid, ingediend binnen een periode van dertig dagen, die volgt op de dag van de bekendmaking op de webtoepassing van de gemeente van de lijst van de aangelegenheden, vermeld in artikel 285, § 1, 1° en 2°, en artikel 285, § 2, eerste lid, 1° en 2°, of van de besluiten, vermeld in artikel 286, § 1 en § 2.
§ 4. De termijn, vermeld in paragraaf 1, wordt gestuit door de verzending van een klacht aan de toezichthoudende overheid, op voorwaarde dat die klacht verstuurd wordt op de wijze, bepaald door de Vlaamse Regering, binnen de termijn, vermeld in paragraaf 3.
Een nieuwe termijn als vermeld in paragraaf 1 gaat in op de dag die volgt op de verzending van de klacht.
§ 5. De termijn, vermeld in paragraaf 1, wordt gestuit door de opvraging door de toezichthoudende overheid van het besluit van de gemeenteoverheid of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn met toepassing van artikel 331, eerste of tweede lid.
Een nieuwe termijn als vermeld in paragraaf 1 gaat in op de dag die volgt op de verzending van het opgevraagde besluit.
§ 6. De gemeenteoverheid of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn verzendt het besluit dat door de toezichthoudende overheid is opgevraagd binnen een termijn van dertig dagen die volgt op de dag van de verzending van de opvraging.
Als de gemeenteoverheid of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn het gevraagde besluit niet verzendt aan de toezichthoudende overheid binnen de termijn, vermeld in het eerste lid, bezorgt de toezichthoudende overheid na het verstrijken van die termijn een herinnering. De herinnering verwijst uitdrukkelijk naar de gevolgen, vermeld in het vierde lid.
Een nieuwe termijn van dertig dagen gaat in op de dag na de verzending van de herinnering.
Als het gevraagde besluit niet wordt verzonden aan de toezichthoudende overheid binnen die nieuwe termijn, is het opgevraagde besluit van rechtswege nietig. De toezichthoudende overheid brengt de gemeenteoverheid of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn op de hoogte van die nietigheid.
/
Het college van burgemeester en schepenen nam op 9 maart 2026 kennis van de klacht (zonder datum), geanonimiseerd, inzake de niet-naleving van opgelegde maatregelen over ANPR-camera’s en het arrest van de Raad van State bij de provinciegouverneur overgemaakt per brief namens de provinciegouverneur van 27 februari 2026, ontvangen via het loket lokaal bestuur (berichtencentrum) op 27 februari 2026.
Het college van burgemeester en schepenen ging akkoord om alle betrokken besluiten, het dossier, een uitgebreide toelichting en het standpunt over het voorwerp van de klacht (artikel 331 DLB) van zodra deze wordt ontvangen, uiterlijk 30 dagen na het ontvangen van de brief, te bezorgen aan de provinciegouverneur via het digitaal loket (berichtencentrum).
Het college van burgemeester en schepenen gaf de opdracht aan de dienst Handhaving om een brief met daarin een uitgebreide toelichting en het standpunt van het bestuur op te maken en dit ter goedkeuring voor te leggen aan het college van burgemeester en schepenen op de eerstvolgende zitting.
Het college van burgemeester en schepenen nam in zitting van 16 maart 2026 kennis van het ontwerp van antwoord met stukken, toegevoegd als bijlage bij het besluit, en keurde dit goed. Dienst PAO kreeg de opdracht om dit op te laden via het loket lokaal bestuur.
Per brief van 20 april 2026, ingekomen via het loket lokaal bestuur (berichtencentrum) op 20 april 2026 (in bijlage), maakt de gouverneur een kopie van zijn antwoord aan de klager over (in bijlage). Hij verzoekt om zijn beslissing ter kennis te brengen op de eerstvolgende vergadering van de raad (conform artikel 333, tweede lid DLB).
De gouverneur laat de klagers weten dat zijn ambt niet zal optreden om volgende redenen:
"U haalt aan dat de gemeente Grimbergen de beslissingen van de Vlaamse Toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens (VTC) en de Raad van State naast zich neer legt.
U haalt daarvoor enkele argumenten aan. Zo blijft het bestuur de betreffende ANPR-camera’s gebruiken, en lijkt zij deze niet af te zullen bouwen. Hiervoor verwijst u naar het meerjarenplan 2026-2031 waar de inkomsten van alle camera’s begroot worden, en dat een kleine terugval in inkomsten te wijten zou zijn aan onderhoudsmaatregelen. Tevens haalt u aan dat het bestuur de functionaliteit van de camera’s uitbreidt en nieuwe camera’s geplaatst heeft, niettegenstaande het verbod.
Uw argumenten betreffen de toepassing van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). De VTC is als toezichthoudende autoriteit verantwoordelijk voor het toezicht op de toepassing van de AVG door de Vlaamse bestuursinstanties. Uit het dossier en de communicatie tussen het bestuur en de VTC blijkt dat de VTC haar genomen beslissing ook verder opvolgt en het bestuur ten gepaste tijde hieromtrent bevraagt. Gelet op het bestaan van een specifiek toezicht kan mijn ambt hier niet in tussenkomen.
Wat betreft de uitbreiding van het ANPR-netwerk besliste de gemeenteraad: 1. In zitting van 24 april 2025 de plaatsing van een vaste ANPR-camera op het openbaar domein in functie van de handhaving van een inrijverbod in de Beverstraat goed te keuren, en 2. In zitting van 27 november 2025 de toestemmingsaanvraag voor het gebruiken van vaste ANPR-camera’s voor de handhaving van de tonnagebeperking op de Spaanse Lindebaan goed te keuren.
Overeenkomstig artikel 332, §3 van het Decreet over het Lokaal Bestuur (DLB) moet een klacht tegen voormelde gemeenteraadsbesluiten, op straffe van niet-ontvankelijkheid, ingediend worden binnen een periode van dertig dagen die volgt op de dag van de bekendmaking van de lijst van die beslissingen op de webtoepassing van de gemeente. U diende uw klacht pas in op 19 februari 2026. Ik kan dan ook niet meer optreden tegen deze gemeenteraadsbesluiten in het raam van het bestuurlijk toezicht.
U haalt verder aan dat een behoorlijk bestuur redelijkerwijze het gebruik van ANPR-camera’s zou opschorten in afwachting van een beslissing van de Raad van State. Deze beslissing van de gemeente Grimbergen is een beleidsbeslissing waar mijn ambt niet in kan tussenkomen. De VTC legde een verbod op de verwerking door de gemeente op in de mate dat deze niet proportioneel is t.o.v. het wettige doeleinde van GAS-5. Daarvoor moet de gemeente reducerende en beschermende maatregelen nemen.
Het bestuur is van mening dat de verwerking proportioneel is t.o.v. het doel, en de verwerking dus niet geschorst moet worden. Op basis van dit argument werden dus ook geen reducerende maatregelen genomen, namelijk het verminderen van het aantal ANPR-camera’s.
De vraag of de verwerking door de gemeente Grimbergen proportioneel is t.o.v. het doel, en er bijgevolg voldaan is aan de beslissing van de VTC, is een vraag over de toepassing van de AVG waarvoor de VTC de verantwoordelijke toezichthouder is. Indien u van mening bent dat dit niet het geval is, kunt u dit melden bij de VTC. Meer info daarover vindt u via deze link: https://www.vlaanderen.be/vlaamse-toezichtcommissie/rechten-van betrokkenen/klachtenprocedure-vtc
De VTC heeft zelf middelen om haar beslissingen af te dwingen. De VTC kan bijvoorbeeld inbreuken op de AVG ter kennis brengen van de gerechtelijke autoriteiten en, waar passend, een rechtsvordering instellen of anderszins in rechte optreden. Hier kan mijn ambt evenmin in tussenkomen.
Op basis van bovenstaande zal ik niet optreden in dit dossier."
Het college van burgemeester en schepenen nam hiervan kennis en besliste dit, overeenkomstig artikels 332, §1, derde lid en 333, tweede lid DLB, ter kennisname voor te leggen aan de gemeenteraad.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om hier, overeenkomstig artikels 332, §1, derde lid en 333, tweede lid DLB, kennis van te nemen.
/
Enig artikel.
Kennis te nemen van de brieven van de gouverneur van 20 april 2026, ingekomen op 20 april 2026 via het loket lokaal bestuur, toegevoegd als bijlagen bij dit besluit, specifiek dat de gouverneur niet zal optreden.