De voorzitter opent de zitting op 18/12/2025 om 18:00.
De gemeenteraad keurt de notulen en het zittingsverslag van de vergadering van 27 november 2025 goed.
Behalve bij de uitdrukkelijke toewijzing van een bevoegdheid als vermeld in artikel 2, § 2, tweede lid, aan de gemeenteraad kan de gemeenteraad bij reglement bepaalde bevoegdheden toevertrouwen aan het college van burgemeester en schepenen.
De volgende bevoegdheden kunnen niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd:
1° de aan de gemeenteraad toegewezen bevoegdheden, vermeld in afdeling 1 en 2 van dit hoofdstuk.
De algemeen directeur woont de vergaderingen van de gemeenteraad bij en is verantwoordelijk voor het opstellen en het bewaren van de notulen en het zittingsverslag ervan. De notulen en het zittingsverslag van de gemeenteraad worden, na goedkeuring, ondertekend door de voorzitter van de gemeenteraad en de algemeen directeur.
De notulen van de vergaderingen van de gemeenteraad vermelden, in chronologische volgorde, alle besproken onderwerpen, alsook het gevolg dat is gegeven aan de punten waarover de gemeenteraad geen beslissing heeft genomen. Ze maken melding van alle beslissingen en het resultaat van de stemmingen. Behalve bij geheime stemming, vermelden de notulen hoe elk lid gestemd heeft. Van die laatste verplichting kan worden afgeweken voor beslissingen die genomen zijn met unanimiteit.
De zittingsverslagen van de vergaderingen van de gemeenteraad vermelden, in chronologische volgorde, alle besproken onderwerpen, de essentie van de tussenkomsten en van de mondeling en schriftelijk gestelde vragen en antwoorden. De gemeenteraad kan beslissen om het zittingsverslag te vervangen door een audio- of audiovisuele opname van de openbare zitting van de gemeenteraad.
Als de gemeenteraad een aangelegenheid overeenkomstig artikel 28 in besloten vergadering behandelt, vermelden de notulen alleen de beslissingen en wordt er geen zittingsverslag opgesteld.
§1. De notulen van de raad vermelden, in chronologische volgorde, alle besproken onderwerpen, alsook het gevolg dat gegeven werd aan die punten waarover de raad geen beslissing heeft genomen.
Zij maken eveneens duidelijk melding van alle beslissingen. Behalve bij geheime stemming of bij unanimiteit, vermelden de notulen voor elk raadslid of die voor of tegen het voorstel heeft gestemd of zich onthield.
Een raadslid kan vragen om, beknopt, in de notulen de rechtvaardiging van zijn of haar stemgedrag op te nemen.
§2. De zittingsverslagen van de vergaderingen van de raad vermelden, in chronologische volgorde, alle besproken onderwerpen, de essentie van de tussenkomsten en van de mondeling en schriftelijk gestelde vragen en antwoorden.
§3. De notulen en het zittingsverslag van de vergadering van de raad worden onder de verantwoordelijkheid van de algemeen directeur opgesteld overeenkomstig de bepalingen van artikels 277 en 278 DLB.
§4. Als de raad een aangelegenheid overeenkomstig artikels 5 en 6 van dit reglement in besloten vergadering behandelt, vermelden de notulen alleen de beslissingen en wordt over die aangelegenheid geen zittingsverslag opgesteld noch een audiovisuele opname gemaakt.
Het zittingsverslag van de openbare zitting van de raad bestaat enerzijds uit een audiovisuele, conform art. 278 DLB, en anderzijds uit een uitgetypt zittingsverslag.
De audiovisuele opname wordt via de gemeentelijke website ter beschikking gesteld aan raadsleden en publiek.
§ 1. Behalve in spoedeisende gevallen, worden de notulen van de vorige vergadering en het uitgetypt zittingsverslag ten minste acht dagen voor de dag van de vergadering via e-Notulen ter beschikking gesteld aan de raadsleden.
§2. Elk raadslid heeft het recht om tijdens de openbare vergadering opmerkingen te maken over de redactie van de notulen en het zittingsverslag van de vorige openbare vergadering. Als die opmerkingen door de raad worden aangenomen, worden de notulen en het zittingsverslag in die zin aangepast.
Opmerkingen over de redactie van de notulen van de vorige besloten vergadering worden tijdens de besloten vergadering gemaakt. Als die opmerkingen door de raad worden aangenomen, worden de notulen in die zin aangepast.
§3. Als er geen opmerkingen worden gemaakt, worden de notulen en het zittingsverslag als goedgekeurd beschouwd en worden ze door de voorzitter van de raad en de algemeen directeur ondertekend. In het geval de raad bij spoedeisendheid werd samengeroepen, kan de raad beslissen om opmerkingen toe te laten op de eerstvolgende vergadering.
In e-notulen wordt steeds een agendapunt ‘Goedkeuren notulen’ opgemaakt.
§4. Als de raad het gewenst acht, worden de notulen geheel of gedeeltelijk staande de vergadering opgemaakt en door algemeen directeur en de meerderheid van de aanwezige raadsleden ondertekend.
§5. Het zittingsverslag wordt samen met de notulen actief openbaar gemaakt via de bekendmaking op de webtoepassing van de gemeente.
/
/
/
Enig artikel.
De notulen en het zittingsverslag van de vergadering van 27 november 2025 goed te keuren.
De gemeenteraad keurt de voorgelegde begroting van de politiezone voor het dienstjaar 2026 goed.
De nieuwe gemeentewet.
Artikels 34 en 99 van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst gestructureerd op twee niveaus.
De nieuwe gemeentewet.
Artikels 34 en 39 van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst gestructureerd op twee niveaus.
Het koninklijk besluit van 5 september 2001 houdende het algemene reglement op de boekhouding van de lokale politie.
De ministeriële omzendbrief PLP 65 van 5 november 2024 betreffende de onderrichtingen voor het opstellen van de politiebegroting voor 2025 ten behoeve van de politiezones.
Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 24 november 2025 betreffende politiebegroting 2026.
E-mail van 5 september 2025 vanuit de federale afdeling van de provinciegouverneur - dienst maatschappelijke veiligheid en politie, waarbij de voorlopige federale dotaties en toelagen met betrekking tot 2026 werden meegedeeld (bijlage: Politiebegroting 2025 & 2026).
E-mail van 18 november 2025 vanuit de federale afdeling van de provinciegouverneur - dienst maatschappelijke veiligheid en politie, waarbij een ontwerp van omzendbrief inzake begrotingsopmaak 2026 en de federale dotaties en toelagen met betrekking tot 2026 onder voorbehoud werden meegedeeld (bijlage: Politiezone - begroting 2026 - communicatie van FOD BiZa).
Positief advies van 18 augustus 2025, van de commissie zoals voorzien in artikel 11 van het koninklijk besluit van 5 september 2001, wat betreft de wettelijkheid en de verwachte financiële weerslag van de ontwerpbegroting van 2025.
O.b.v. onderling overleg tussen enerzijds de politiediensten en anderzijds het gemeentebestuur, werd met betrekking tot 2026 een ontwerp-begroting opgemaakt.
In deze begroting voorziet de politiezone een exploitatie- en investeringstoelage die van het gemeentebestuur bekomen kan worden. De hierbij weerhouden bedragen zijn volledig in overeenstemming met de toelagen die voorzien zijn in het ontwerp van het meerjarenplan 2026-2031 van de gemeente.
De exploitatie-toelage die met betrekking tot 2026 vanuit de gemeente verstrekt kan worden, bedraagt 6.644.345,98 euro. De investeringstoelage bedraagt 415.000,00 euro.
De begroting sluit af in evenwicht.
Voor het debat en de argumentatie van de stemmingen, wordt verwezen naar het zittingsverslag.
De federale overheid bezorgt de politiezones jaarlijks een omzendbrief met onderrichtingen voor het opstellen van de politiebegroting. Doorgaans wordt deze omzendbrief zeer laat goedgekeurd; niet zelden zelfs nadat de politiezones de begroting voor het volgende jaar hebben opgemaakt. Ook voor de opmaak van begroting 2026 werd de omzendbrief niet tijdig goedgekeurd, zodat bij de opmaak van voorliggende begroting de onderrichtingen van de omzendbrief met betrekking tot begroting 2025 werden opgevolgd.
Om toch enig houvast te bieden, communiceerde de federale afdeling van de provinciegouverneur - dienst maatschappelijke veiligheid en politie op 5 september jongstleden alvast de dotaties die in 2026 voorzien mogen worden. Dit werd evenwel met het nodige voorbehoud gedaan.
De definitieve bedragen zouden uiteindelijk nog kunnen wijzigen. Bij de opmaak van voorliggende begroting werd alleszins uitgegaan van de bedragen die de federale afdeling van de provinciegouverneur meedeelde.
Op 18 november 2025, na opmaak van ontwerpbegroting 2026, werd onder voorbehoud een ontwerp van omzendbrief bezorgd. De eerder gecommuniceerde dotaties werden hierbij bevestigd (doch nog steeds onder voorbehoud).
Enig artikel.
De voorgelegde begroting van de politiezone voor het dienstjaar 2026 goed te keuren.
De gemeenteraad keurt de zesde aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025 goed, door enerzijds het eigen gemeentelijk deel vast te stellen en anderzijds het gedeelte van het OCMW goed te keuren.
Artikels 41, 3° en 23° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
Op basis van artikel 171 DLB zorgt de algemeen directeur in overleg met het managementteam voor de opmaak van het voorontwerp van de beleidsrapporten en de opvolgingsrapportering.
Op basis van artikel 176 DLB staat de financieel directeur onder de functionele leiding van de algemeen directeur in voor het opstellen, in overleg met het managementteam, van het voorontwerp van de beleidsrapporten en de opvolgingsrapportering.
Het managementteam verleende gunstig advies bij het ontwerp van de zesde aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025 in de zitting van 25 november 2025.
Het meerjarenplan bestaat uit drie onderdelen:
Daarenboven wordt tevens aanvullende documentatie bezorgd die achtergrondinformatie bevat die nuttig is om het meerjarenplan te beoordelen.
De gemeenten en de OCMW’s hebben een geïntegreerd meerjarenplan, maar hebben hun eigen bevoegdheden voor de vaststelling ervan. Zowel de gemeenteraad als de raad voor maatschappelijk welzijn dient eerst het eigen deel van het meerjarenplan vaststellen. Daarna kan de gemeenteraad het deel van het meerjarenplan dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld, goedkeuren, waardoor het meerjarenplan definitief is vastgesteld.
In het meerjarenplan van de gemeente en het OCMW worden afzonderlijke kredieten per rechtspersoon ingeschreven. De gemeente en het OCMW blijven immers twee afzonderlijke budgettaire entiteiten. De kredieten worden duidelijk toegewezen aan elke rechtspersoon afzonderlijk, ook al wordt het beleid van beide als één geheel voorgesteld.
Het meerjarenplan moet financieel in evenwicht zijn. Dat is het geval als het voldoet aan de volgende voorwaarden:
Omdat de gemeente en het OCMW een geïntegreerd meerjarenplan maken, wordt het financiële evenwicht voor die twee besturen als één geheel gepresenteerd en beoordeeld.
De twee bovenvermelde evenwichtsvoorwaarden worden aangevuld met indicatoren over het geconsolideerde evenwicht en de gecorrigeerde autofinancieringsmarge, die abstractie maakt van de gekozen financieringswijze. Deze indicatoren betreffen echter geen afdwingbare normen.
De beschreven procedure en de samenstelling van het beleidsrapport hebben niet enkel betrekking op de initiële vaststelling van het meerjarenplan, maar tevens op alle latere wijzigingen ervan.
Voor het debat en de argumentatie van de stemmingen, wordt verwezen naar het zittingsverslag.
De goedkeuring van de gemeenteraad is nodig omdat de gemeente de financiële gevolgen moet dragen van de keuzes die de raad voor maatschappelijk welzijn maakt.
Die besluitvorming kan het best als volgt verlopen:
Als de gemeenteraad het deel van het meerjarenplan dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld, niet goedkeurt, vervalt de vaststelling van het deel door de raad voor maatschappelijk welzijn en moet de procedure herhaald worden.
Artikel 1.
Het zuiver gemeentelijk deel van de zesde aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025 vast te stellen.
Art. 2.
Het deel van OCMW Grimbergen van de zesde aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025 goed te keuren, indien dit door de raad voor maatschappelijk welzijn vastgesteld wordt.
Art. 3.
Het vaststellen van de wijze van gunnen en het bepalen van de voorwaarden, voor alle in het aangepaste meerjarenplan voorziene leveringen van goederen, diensten en werken, te delegeren aan het college van burgemeester en schepenen.
De gemeenteraad keurt meerjarenplan 2026-2031 goed, door enerzijds het eigen gemeentelijk deel vast te stellen en anderzijds het gedeelte van het OCMW goed te keuren.
Artikels 41, 3° en 23° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
Op basis van artikel 171 DLB zorgt de algemeen directeur in overleg met het managementteam voor de opmaak van het voorontwerp van de beleidsrapporten en de opvolgingsrapportering.
Op basis van artikel 176 DLB staat de financieel directeur onder de functionele leiding van de algemeen directeur in voor het opstellen, in overleg met het managementteam, van het voorontwerp van de beleidsrapporten en de opvolgingsrapportering.
Het managementteam verleende gunstig advies bij het ontwerp van de zesde aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025 in de zitting van 25 november 2025.
Het meerjarenplan bestaat uit drie onderdelen:
Daarenboven wordt tevens aanvullende documentatie bezorgd die achtergrondinformatie bevat die nuttig is om het meerjarenplan te beoordelen.
De gemeenten en de OCMW’s hebben een geïntegreerd meerjarenplan, maar hebben hun eigen bevoegdheden voor de vaststelling ervan. Zowel de gemeenteraad als de raad voor maatschappelijk welzijn dient eerst het eigen deel van het meerjarenplan vaststellen. Daarna kan de gemeenteraad het deel van het meerjarenplan dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld, goedkeuren, waardoor het meerjarenplan definitief is vastgesteld.
In het meerjarenplan van de gemeente en het OCMW worden afzonderlijke kredieten per rechtspersoon ingeschreven. De gemeente en het OCMW blijven immers twee afzonderlijke budgettaire entiteiten. De kredieten worden duidelijk toegewezen aan elke rechtspersoon afzonderlijk, ook al wordt het beleid van beide als één geheel voorgesteld.
Het meerjarenplan moet financieel in evenwicht zijn. Dat is het geval als het voldoet aan de volgende voorwaarden:
Omdat de gemeente en het OCMW een geïntegreerd meerjarenplan maken, wordt het financiële evenwicht voor die twee besturen als één geheel gepresenteerd en beoordeeld.
De twee bovenvermelde evenwichtsvoorwaarden worden aangevuld met indicatoren over het geconsolideerde evenwicht en de gecorrigeerde autofinancieringsmarge, die abstractie maakt van de gekozen financieringswijze. Deze indicatoren betreffen echter geen afdwingbare normen.
De beschreven procedure en de samenstelling van het beleidsrapport hebben niet enkel betrekking op de initiële vaststelling van het meerjarenplan, maar tevens op alle latere wijzigingen ervan.
Voorzitter Daan VERTONGEN schorst de zitting om 21.03 uur voor 15 minuten.
Voorzitter Daan VERTONGEN heropent de zitting om 21.20 uur.
Voorzitter Daan VERTONGEN schorst de zitting om 23.50 uur voor 10 minuten.
Voorzitter Daan VERTONGEN heropent de zitting om 00.00 uur.
Voor het debat en de argumentatie van de stemmingen, wordt verwezen naar het zittingsverslag.
De goedkeuring van de gemeenteraad is nodig omdat de gemeente de financiële gevolgen moet dragen van de keuzes die de raad voor maatschappelijk welzijn maakt.
Die besluitvorming kan het best als volgt verlopen:
Als de gemeenteraad het deel van het meerjarenplan dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld, niet goedkeurt, vervalt de vaststelling van het deel door de raad voor maatschappelijk welzijn en moet de procedure herhaald worden.
Artikel 1.
Het zuiver gemeentelijk deel van meerjarenplan 2026-2031, met inbegrip van de beginkredieten voor boekjaar 2026, vast te stellen.
Art. 2.
Het deel van OCMW Grimbergen van meerjarenplan 2026-2031 goed te keuren, indien dit door de raad voor maatschappelijk welzijn vastgesteld wordt.
Art. 3.
Het vaststellen van de wijze van gunnen en het bepalen van de voorwaarden, voor alle in het aangepaste meerjarenplan voorziene leveringen van goederen, diensten en werken, te delegeren aan het college van burgemeester en schepenen.
De gemeenteraad keurt de zesde aanpassing aan het meerjarenplan 2020-2025 van Autonoom gemeentebedrijf Grimbergen goed.
Artikel 242 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
/
Het meerjarenplan bestaat uit drie onderdelen:
Daarenboven wordt tevens aanvullende documentatie bezorgd die achtergrondinformatie bevat die nuttig is om het meerjarenplan te beoordelen.
Het meerjarenplan moet financieel in evenwicht zijn. Dat is het geval als het voldoet aan de volgende voorwaarden:
De twee bovenvermelde evenwichtsvoorwaarden worden aangevuld met indicatoren over het geconsolideerde evenwicht en de gecorrigeerde autofinancieringsmarge, die abstractie maakt van de gekozen financieringswijze. Deze indicatoren betreffen echter geen afdwingbare normen.
Het meerjarenplan van het autonoom gemeentebedrijf dient, nadat het is vastgesteld door de raad van bestuur, voor goedkeuring te worden voorgelegd aan de gemeenteraad.
De beschreven procedure en de samenstelling van het beleidsrapport hebben niet enkel betrekking op de initiële vaststelling van het meerjarenplan, maar tevens op alle latere wijzigingen ervan.
Het meerjarenplan van het autonoom gemeentebedrijf (alsook de aanpassing ervan) dient, nadat het is vastgesteld door de raad van bestuur, voor goedkeuring te worden voorgelegd aan de gemeenteraad.
Om de definitieve cijfers voor de autonome bedrijven correct te kunnen opnemen in het meerjarenplan van het gemeentebestuur, is het aangewezen dat de vaststelling en/of goedkeuring van het meerjarenplan van het autonome bedrijf plaatsvindt vóór de vaststelling van het meerjarenplan van de gemeente en het OCMW.
Enig artikel.
De zesde aanpassing aan het meerjarenplan 2020-2025 van Autonoom gemeentebedrijf Grimbergen goed te keuren.
De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026-2031 van Autonoom Gemeentebedrijf Grimbergen goed.
Artikel 242 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
/
Het meerjarenplan bestaat uit drie onderdelen:
Daarenboven wordt tevens aanvullende documentatie bezorgd die achtergrondinformatie bevat die nuttig is om het meerjarenplan te beoordelen:
Het meerjarenplan moet financieel in evenwicht zijn. Dat is het geval als het voldoet aan de volgende voorwaarden:
De twee bovenvermelde evenwichtsvoorwaarden worden aangevuld met indicatoren over het geconsolideerde evenwicht en de gecorrigeerde autofinancieringsmarge, die abstractie maakt van de gekozen financieringswijze. Deze indicatoren betreffen echter geen afdwingbare normen.
Het meerjarenplan van het autonoom gemeentebedrijf dient, nadat het is vastgesteld door de raad van bestuur, voor goedkeuring te worden voorgelegd aan de gemeenteraad.
De beschreven procedure en de samenstelling van het beleidsrapport hebben niet enkel betrekking op de initiële vaststelling van het meerjarenplan, maar tevens op alle latere wijzigingen ervan.
Het meerjarenplan van het autonoom gemeentebedrijf (alsook de aanpassing ervan) dient, nadat het is vastgesteld door de raad van bestuur, voor goedkeuring te worden voorgelegd aan de gemeenteraad.
Om de definitieve cijfers voor de autonome bedrijven correct te kunnen opnemen in het meerjarenplan van het gemeentebestuur, is het aangewezen dat de vaststelling en/of goedkeuring van het meerjarenplan van het autonome bedrijf plaatsvindt vóór de vaststelling van het meerjarenplan van de gemeente en het OCMW.
Enig artikel.
Het meerjarenplan 2026-2031 van Autonoom Gemeentebedrijf Grimbergen goed te keuren.
De gemeenteraad heft het subsidiereglement voor de aanleg van een extensief groendak op. Aanvragen die nog voor 1 januari 2026 worden ingediend en die voldoen aan de voorwaarden van het subsidiereglement, kunnen nog aanspraak maken op de subsidie.
Artikels 40, §3 en 41, 23° van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
Besluit van de gemeenteraad van 25 januari 2024 houdende de vaststelling van het gewijzigd subsidiereglement voor het aanleggen van een extensief groendak (dossierstuk 2).
Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 1 december 2025 m.b.t. de principiële goedkeuring van de opheffing van het subsidiereglement voor de aanleg van een extensief groendak (dossierstuk 3).
/
De gemeente verleent een premie van 25 euro/m² voor de aanleg van een extensief groendak met een relatief maximum van 10% van de gemaakte kosten, btw inbegrepen en begrensd tot een absoluut maximum van 600 euro. Om recht te hebben op de subsidie moet er minstens 6 m² extensief groendak worden aangelegd.
De dienst Omgevingsbeleid ontving jaarlijks slechts een beperkt aantal aanvragen voor een subsidie voor een groendak.
Niettemin worden groendaken steeds vaker aangelegd om te kunnen voldoen aan de vereisten van de gewestelijke en provinciale hemelwaterverordening.
Gelet op dit laatste wordt het niet meer nodig geacht om de aanleg van groendaken op gemeentelijk niveau financieel te ondersteunen.
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen wordt aan de gemeenteraad gevraagd om het subsidiereglement voor de aanleg van een extensief groendak op te heffen en hierbij een overgangsregeling te voorzien voor de aanvragen die nog tem. 31 december 2025 worden ingediend via het digitaal loket van de gemeente.
Aanvragen die nog voor 1 januari 2026 worden ingediend zullen nog aanspraak kunnen maken op de premie indien zij aan de voorwaarden van het subsidiereglement voldoen.
Voor de argumentatie van de stemming wordt verwezen naar het zittingsverslag.
/
Artikel 1.
Akkoord te gaan met de opheffing van het subsidiereglement voor het aanleggen van een extensief groendak, laatst gewijzigd en goedgekeurd door de gemeenteraad op 25 januari 2024, en dit vanaf 1 januari 2026.
Art. 2.
Akkoord te gaan dat aanvragen die nog voor 1 januari 2026 ingediend worden via het digitaal loket van de gemeentelijke website en die voldoen aan de voorwaarden van het subsidiereglement voor de aanleg van een extensief groendak nog aanspraak kunnen maken op de subsidie.
De gemeenteraad heft het subsidiereglement inzake herbruikbare luiers, dat werd goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 22 april 2004, op en dit vanaf 1 januari 2026.
Artikel 40, §3 en artikel 41, 23° van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
/
De gemeenteraad is bevoegd voor de vaststelling van subsidiereglementen. Het is de taak van de subsidiërende overheid om na te gaan of de subsidies nog correct of maatschappelijk relevant zijn, of de subsidies nog passen binnen het beleidsplan en de financiële mogelijkheden van de gemeente en of er al dan niet wijzigingen nodig zijn.
In het kader van het nieuwe meerjarenplan 2026-2031 worden de huidige subsidiereglementen opnieuw geëvalueerd.
Uit nazicht van de boekhouding blijkt dat de subsidie inzake herbruikbare luiers voor de periode 2020-2025 in totaal 17 keer werd aangevraagd.
Rekening houdende met de financiële toestand van de gemeente alsook met het geringe aantal aanvragen tot bekomen van deze subsidie in de voorbij periode 2020-2025, wordt voorgesteld om het subsidiereglement op te heffen vanaf 1 januari 2026.
Voor de argumentatie van de stemming wordt verwezen naar het zittingsverslag.
Overzicht van de uitbetaalde subsidies inzake herbruikbare luiers voor de periode 2020-2025:
| BE | Jaarbudgetrekening | Omschrijving | Datum document | Bedrag |
| G | 2020/GBB-MIL/0350-00/6490500/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN | Premie herbruikbare luiers 2020 | 12/03/2020 | 100,00 |
| G | 2020/GBB-MIL/0350-00/6490500/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN | premie herbruikbare luiers | 16/03/2020 | 100,00 |
| G | 2020/GBB-MIL/0350-00/6490500/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN | premie herbruikbare luiers | 03/11/2020 | 100,00 |
| G | 2020/GBB-MIL/0350-00/6490500/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN | premie herbruikbare luiers | 25/11/2020 | 100,00 |
| G | 2020/GBB-MIL/0350-00/6490500/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN | Uitbetaling Luierpremie | 31/12/2020 | 100,00 |
| G | 2021/GBB-MIL/0350-00/6490500/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN | premie herbruikbare luiers | 01/03/2021 | 100,00 |
| G | 2021/GBB-MIL/0350-00/6490500/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN | Premie herbruikbare luiers | 01/04/2021 | 100,00 |
| G | 2021/GBB-MIL/0350-00/6490500/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN | Premie herbruikbare luiers | 01/04/2021 | 100,00 |
| G | 2022/GBB-MIL/0350-00/6490500/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN | Uitbetaling subsidie herbruikbare luiers | 09/02/2022 | 100,00 |
| G | 2022/GBB-MIL/0350-00/6490500/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN | Uitbetaling subsidie herbruikbare luiers | 29/08/2022 | 100,00 |
| G | 2022/GBB-MIL/0350-00/6490500/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN | Uitbetaling subsidie herbruikbare luiers | 03/11/2022 | 100,00 |
| G | 2023/GBB-MIL/0350-00/6490500/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN | Uitbetaling subsidie herbruikbare luiere | 06/06/2023 | 100,00 |
| G | 2023/GBB-MIL/0350-00/6490500/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN | Uitbetaling subsidie herbruikbare luiers | 21/06/2023 | 100,00 |
| G | 2023/GBB-MIL/0350-00/6490500/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN | Uitbetaling premie herbruikbare luiers | 31/07/2023 | 100,00 |
| G | 2023/GBB-MIL/0350-00/6490500/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN | Uitbetaling premie herbruikbare luiers | 08/08/2023 | 100,00 |
| G | 2025/GBB-MIL/0350-00/6490500/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN | Uitbetaling subsidie herbruikbare luiers | 27/01/2025 | 100,00 |
| G | 2025/GBB-MIL/0350-00/6490500/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN | Uitbetaling subsidie herbruikbare luiers | 26/08/2025 | 100,00 |
Enig artikel.
Het subsidiereglement inzake herbruikbare luiers, dat werd goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 22 april 2004, op te heffen en dit vanaf 1 januari 2026.
De gemeenteraad keurt het gemeentelijk subsidiereglement betreffende de feest- en wijkbon voor de periode 1 januari 2026 tem. 31 december 2031 goed.
Artikels 40, §3 en 41, 14° Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (DLB).
/
Het gemeentelijk subsidiereglement betreffende de feest- en wijkbon, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 23 januari 2020, verloopt op 31 december 2025. Een hernieuwing van dit reglement voor de periode van 2026-2031 is dus noodzakelijk.
Het subsidiereglement werkt goed. We stellen voor om een prijsverhoging te doen aan de waarde van de feestbonnen. Nu wordt een feestbon toegekend voor feesten tot 99 deelnemers. Een wijkbon wordt toegekend voor feesten vanaf 100 deelnemers.
Een feestbon vertegenwoordigt een waarde van 150 euro. De waarde van de feestbon wordt verlaagd tot het bedrag van de gemaakte, aantoonbare kosten wanneer deze lager liggen dan 150 euro.
Een wijkbon vertegenwoordigt een waarde van 250 euro. De waarde van de wijkbon wordt verlaagd tot het bedrag van de gemaakte, aantoonbare kosten wanneer deze lager liggen dan 250 euro.
Nieuwe prijs voorstel is: Feestbon: 200 euro - Wijkbon: 335 euro.
/
Artikel 1.
Onderstaand subsidiereglement goed te keuren:
Subsidiereglement betreffende de feest- en wijkbon, periode 1 januari 2026 tem. 31 december 2031
Artikel 1.
Met ingang vanaf 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2031 feest- en wijkbonnen toe te kennen.
Art. 2.
Het verlenen van een feest- of wijkbon heeft tot doel het nabuurschap in Grimbergen te bevorderen door inwoners van een straat, plein, buurt of wijk in een ontspannen sfeer samen te brengen.
Art. 3.
De feest- of wijkbon kan worden toegekend naar aanleiding van een evenement dat voldoet aan volgende voorwaarden:
- het vindt plaats op grondgebied van de gemeente;
- het gaat uit van de inwoners van een buurt, wijk, plein of straat die in Grimbergen gelegen is en is ook bedoeld voor de inwoners van deze buurt, wijk, plein of straat;
- het respecteert het Nederlandstalige karakter van de gemeente.
Een feestbon wordt toegekend voor feesten tot 99 deelnemers. Een wijkbon wordt toegekend voor feesten vanaf 100 deelnemers.
Art. 4.
Privéfeesten, activiteiten met winstoogmerk, politiek en religieus getinte feesten en evenementen van verenigingen die enige andere gemeentelijke subsidie ontvangen, komen niet in aanmerking voor de toekenning van een feest- of wijkbon. Het college van burgemeester en schepenen is steeds gemachtigd om onderzoek in te stellen of te laten instellen om controle uit te oefenen op de activiteiten waarvoor een subsidie wordt toegekend.
Art. 5.
Het evenement en de hiermee gepaard gaande uitnodiging moeten zich richten tot alle inwoners van een buurt, plein, wijk of straat. Inwoners van aan de gemeente grenzende straten, die hun sociaal-culturele leven in Grimbergen beleven, mogen hierbij mee in aanmerking genomen worden.
Art. 6.
Een feestbon vertegenwoordigt een waarde van 200 euro. De waarde van de feestbon wordt verlaagd tot het bedrag van de gemaakte, aantoonbare kosten wanneer deze lager liggen dan 200 euro.
Een wijkbon vertegenwoordigt een waarde van 335 euro. De waarde van de wijkbon wordt verlaagd tot het bedrag van de gemaakte, aantoonbare kosten wanneer deze lager liggen dan 335 euro.
Voor eenzelfde buurt, wijk, plein of straat kan slechts eenmaal per jaar een feest- of wijkbon worden toegekend. Deze kunnen voor eenzelfde feest niet gecumuleerd worden.
Art. 7.
Het geplande evenement moet ruim bekend gemaakt worden in de buurt, plein, wijk of straat via zoveel mogelijk middelen. Op alle promotiemateriaal dient het logo van de gemeente Grimbergen of minstens de tekst “met steun van de gemeente Grimbergen” vermeld te worden. De initiatiefnemers dienen hun aanvraag in te dienen via het digitale evenementenloket.
Art. 8.
Een feest- of wijkbon wordt slechts uitgereikt binnen de perken van het door de gemeenteraad goedgekeurde budget. De toekenning van een feest- of wijkbon gebeurt op basis van het tijdstip waarop een aanvraag wordt ingediend.
Art. 9.
De aanvraag dient uiterlijk één maand vóór het evenement te worden ingediend door twee volwassenen, die op verschillende adressen in de betrokken buurt, plein, wijk of straat gedomicilieerd zijn. Dit dient te gebeuren via het digitale evenementenloket.
Art. 10.
De aanvraagtermijn zoals voorzien in artikel 9 kan worden ingekort voor evenementen die plaatsvinden binnen de 3 maanden na het inwerking treden van onderhavig reglement.
Art. 11.
Na controle van de aanvraag zal er principieel beslist worden over het al dan niet toekennen van een feest- of wijkbon en zal deze beslissing aan de aanvrager worden overgemaakt. Indien een feest- of wijkbon principieel toekenbaar is, dienen de aanvragers uiterlijk 2 maanden na het evenement een stavingdossier in te dienen. Dit dossier moet een overzicht van de gemaakte kosten, een kopie van alle facturen en minstens 2 sfeerfoto‘s van het buurtfeest bevatten, waarop de omvang van het feest ingeschat kan worden.
Nadat het college van burgemeester en schepenen het dossier heeft gecontroleerd en gunstig bevonden, zal het bedrag van de feest- of wijkbon worden overgeschreven op het rekeningnummer dat bij de aanvraag vermeld werd.
Art. 2.
Dit besluit bekend te maken overeenkomstig de bepalingen van “Afdeling 2. Bekendmaking en inwerkingtreding, Hoofdstuk 1. Akten van het lokaal bestuur, Titel 5. De werking van het lokaal bestuur" DLB.
De gemeenteraad keurt het gemeentelijk retributiereglement op kermissen voor de periode 1 januari 2026 tem. 31 december 2031 goed.
Artikels 40, §3 en 41, 14° van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
/
Het gemeentelijk retributiereglement op de kermissen, goedgekeurd door de gemeenteraad op 19 december 2019 voor de periode 2020-2025 eindigt op 31 december 2025. Dit reglement dient hernieuwd te worden voor de periode 2026-2031.
In het retributiereglement op kermissen worden drie tarieven gehanteerd.
Er wordt voorgesteld om het retributiereglement aan te passen voor de komende periode 2026-2031 en een verhoging van de tarieven door te voeren. De tarieven die eind 2019 werden vastgelegd voor de periode 2020-2025 werden sindsdien niet gewijzigd, noch geïndexeerd.
Vanaf 2027 zullen de nieuwe vastgestelde tarieven jaarlijks geïndexeerd worden.
Voorstel nieuwe prijzen:
|
|
Tarief I |
Nieuw tarief |
Tarief II |
Nieuw tarief |
Tarief III
|
Nieuw tarief |
| Grote eetstanden (friet, wafel, pitta,…)
|
165,00 euro |
200,00 euro |
70,00 euro
|
85,00 euro |
60,00 euro
|
75,00 euro |
| Kleine eetstanden (escargots, suikerspin, pasta,…)
|
95,00 euro
|
115,00 euro |
50,00 euro
|
60,00 euro |
40,00 euro
|
50,00 euro |
| Potten- , ringen- en vlinderspel, koordje-trek, bulldozer, ballen-, vis- en kinderschietkraam |
75,00 euro
|
90,00 euro |
40,00 euro
|
50,00 euro |
30,00 euro
|
40,00 euro |
| Kindermolen, schietkraam, trampoline, paarden, waterballen
|
130,00 euro
|
155,00 euro |
70,00 euro
|
85,00 euro |
55,00 euro
|
70,00 euro |
| Autoscooter |
565,00 euro
|
680,00 euro |
175,00 euro
|
210,00 euro |
165,00 euro |
200,00 euro |
| Lunapark |
345,00 euro
|
415,00 euro |
145,00 euro
|
175,00 euro |
135,00 euro
|
165,00 euro |
| Grote attracties |
620,00 euro
|
745,00 euro |
285,00 euro
|
345,00 euro |
275,00 euro
|
330,00 euro |
| Middelgrote kinderattracties (spookkasteel, mini scooter, trage rups, autodroom, kinderachtbaan, lambada)
|
185,00 euro |
225,00 euro |
80,00 euro
|
100,00 euro |
70,00 euro
|
85,00 euro |
| Erfgoedmolens (stoomcarrousels, zwiermolens,…)
|
20,00 euro
|
25,00 euro |
15,00 euro
|
20,00 euro |
Gratis |
Gratis |
| Tenten en soortgelijke constructies (tarief per bezette m² per kermis)
|
3,00 euro
|
4,00 euro |
1,5 euro
|
2,00 euro |
0,50 euro
|
1,00 euro |
/
Artikel 1.
Onderstaand retributiereglement op kermissen goed te keuren:
Retributiereglement op kermissen, periode 1 januari 2026 tem. 31 december 2031
Artikel 1.
Met ingang van 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie gevestigd op het aanbieden van kermisactiviteiten onder de vorm van attracties of gastronomie, zoals bepaald in de wet van 25 juni 1993 inclusief latere wijzigingen houdende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten.
Art. 2. - tarieven
§ 1. De retributie op kermissen wordt vastgesteld als volgt:
- Tarief I: kermissen te Grimbergen-centrum – prijs per weekend
- Tarief II: andere kermissen – prijs per weekend
- Tarief III: verlenging tweede weekend
Tarief I
Tarief II
Tarief III
Grote eetstanden (friet, wafel, pitta,…)
200,00 euro
85,00 euro
75,00 euro
Kleine eetstanden (escargots, suikerspin, pasta,…)
115,00 euro
60,00 euro
50,00 euro
Potten- , ringen- en vlinderspel, koordje-trek, bulldozer, ballen-, vis- en kinderschietkraam
90,00 euro
50,00 euro
40,00 euro
Kindermolen, schietkraam, trampoline, waterballen
155,00 euro
85,00 euro
70,00 euro
Autoscooter
680,00 euro
210,00 euro
200,00 euro
Lunapark
415,00 euro
175,00 euro
165,00 euro
Grote attracties
745,00 euro
345,00 euro
330,00 euro
Middelgrote kinderattracties
(spookkasteel, mini scooter, trage rups, autodroom, kinderachtbaan, lambada)
225,00 euro
100,00 euro
85,00 euro
Erfgoedmolens (stoomcarrousels, zwiermolens,…)
25,00 euro
20,00 euro
Gratis
Tenten en soortgelijke constructies
(tarief per bezette m² per kermis)
4 euro
2 euro
1,00 euro
§ 2. Voor attracties die niet uitdrukkelijk in bovenstaande tabel worden vermeld, bepaalt het college van burgemeester en schepenen tot welke categorie ze behoren.
§ 3. Het gebruik van laagspanningskasten met een vermogen tot 5 KVA is inbegrepen in bovenstaande tarieven. Als standhouders een hoger vermogen willen gebruiken, moeten zij zelf voor de benodigde stroomvoorziening instaan.
§ 4. Het college van burgemeester en schepenen kan aan de bestaande inplantingsplannen wijzigingen aanbrengen in functie van bijvoorbeeld gewijzigde verkeersomstandigheden. Deze wijzigingen hebben geen invloed op bovenvermelde bedragen.
Art. 3. - indexering
De tarieven vermeld onder artikel 2 worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan de index der consumptieprijzen volgens volgende formule:
Tarief x nieuwe index (*) / basisindex (**)
* Nieuwe index = index van de maand december voorafgaand aan het retributiejaar
** Basisindex = index van de maand december 2025
Art. 4.
De retributie is verschuldigd door de persoon of rechtspersoon aan wie de standplaats door het college van burgemeester en schepenen wordt toegewezen.
Art. 5. - wijze van invordering
De retributie wordt voorafgaand aan de kermis ingevorderd door middel van een factuur.
Bij gebrek aan betaling in der minne zal de retributie ingevorderd worden volgens de modaliteiten bepaald in artikel 177, 2° van het Decreet Lokaal Bestuur. Zolang er openstaande facturen zijn, kan men geen standplaats innemen op de volgende kermis.
Art. 2.
Dit besluit bekend te maken overeenkomstig de bepalingen van “Afdeling 2. Bekendmaking en inwerkingtreding, Hoofdstuk 1. Akten van het lokaal bestuur, Titel 5. De werking van het lokaal bestuur" DLB.
De gemeenteraad keurt het gemeentelijk retributiereglement op het ter beschikking stellen van gemeentelijk sportinfrastructuur voor de periode 1 januari 2026 tem. 31 augustus 2026 goed.
Artikels 40, §3 en 41, 14° van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
Artikel 173 van de Grondwet.
DLB.
Besluit van de gemeenteraad van 19 december 2019 inzake het gemeentelijk retributiereglement op het ter beschikking stellen van gemeentelijke sportinfrastructuur, periode 1 januari 2020 tem. 31 december 2025 (dossierstuk 1).
Besluit van de gemeenteraad van 28 januari 2021 inzake een wijziging van het gemeentelijk retributiereglement op het ter beschikking stellen van gemeentelijke sportinfrastructuur, periode 1 februari 2021 tem. 31 december 2025 (dossierstuk 2).
Besluit van de gemeenteraad van 16 december 2021 inzake een wijziging van het gemeentelijk retributiereglement op het ter beschikking stellen van gemeentelijke sportinfrastructuur, periode 1 januari 2022 tem. 31 december 2025 (dossierstuk 3).
Besluit van de gemeenteraad van 1 september 2022 inzake een wijziging van het gemeentelijk retributiereglement op het ter beschikking stellen van gemeentelijke sportinfrastructuur, periode 1 september 2022 tem. 31 december 2025 (dossierstuk 4).
/
De gemeente rekent kosten aan voor de verhuur van de gemeentelijke sportinfrastructuur.
/
Artikel 1.
Onderstaand retributiereglement op het ter beschikking stellen van gemeentelijke sportinfrastructuur goed te keuren:
Retributiereglement op het ter beschikking stellen van gemeentelijke sportinfrastructuur voor de periode 1 januari 2026 tem. 31 augustus 2026
Artikel 1.
Met ingang van 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 augustus 2026 wordt een retributie gevestigd op het ter beschikking stellen van gemeentelijke sportinfrastructuur in kader van jaarwerking.
Jaarwerking: huur van de sportinfrastructuur voor een volledig werkjaar gaande van september tem. juni.
Art. 2. - Tarieven, berekening
De retributie wordt als volgt vastgesteld:
§1. Gebruik gemeentelijke sporthallen
Er zijn 3 categorieën gebruikers:
Categorie 1: Grimbergse verenigingen, lid van een adviesraad, met jeugdwerking
Categorie 2: Grimbergse verenigingen, lid van een adviesraad, zonder jeugdwerking
- Categorie 3: Grimbergse verenigingen geen lid van een adviesraad
Tarieven
Categorie Tarief cat.1 6,60 euro cat.2 13,20 euro cat.3 26,40 euro De tarieven gelden per terrein/per uur.
§2. Gebruik voetbalterreinen
Om de facturatie correct toe te passen dienen alle voetbalverenigingen jaarlijks, voor de aanvang van het nieuwe competitieseizoen, de lijst van de ingeschreven ploegen bij de respectievelijke erkende Vlaamse federaties door te geven aan de dienst Evenementen en Vrijetijdsinfrastructuur, door een officieel bericht van de desbetreffende federatie.
Indien een bepaalde ploeg (bijvoorbeeld recreatieve veteranenploeg) niet aangesloten is bij een erkende Vlaamse Federatie, volstaat een verklaring op eer van de club voor deze respectievelijke ploeg(en).
Voor het sportief gebruik van gemeentelijke voetbalterreinen aangevraagd voor een volledig seizoen (tarief per seizoen):
Erkende Grimbergse verenigingen met jeugdwerking: Tarief
jeugdploegen U5 tot en met U13
1.052,10 euro per cluster (er zijn 9
clusters: U5, U6, U7, U8, U9,
U10, U11, U12 en U13)
jeugdploegen U14 tot en met U21, veteranen, reserven, recreatieploegen
1.052,10 euro per ploeg
(voor 2 ploegen binnen
dezelfde cluster wordt dus 2x
896,10 euro aangerekend)
eerste ploeg
1.841,30 euro per ploeg Erkende Grimbergse recreatieploegen zonder jeugdwerking 1.315,15 euro per ploeg Grimbergse verenigingen, lid van een adviesraad, met jeugdwerking n.v.t. Grimbergse verenigingen, lid van een adviesraad, zonder jeugdwerking n.v.t. Grimbergse verenigingen geen lid van adviesraad n.v.t. Uitzondering
Voor de jeugdploegen U5 tot en met U13 van FC Beigem, wordt op het geldende tarief een korting van 50% toegepast op voorwaarde dat deze ploegen werkelijk gebruik maken van het kunstgrasveld dat door FC Beigem werd aangelegd op basis van het recht van opstal dat door de gemeente Grimbergen wordt verleend (5 de afdeling, sectie B, nrs.421G8 en nrs.428X3).
Deze korting werd toegekend voor de levensduur van het kunstgrasveld die werd vastgesteld op 30 jaar (2015 -2045).
§3. Gebruik schietstand
De tarieven gelden per uur en per schietstand.
GEBRUIK SCHIETSTAND 2 (luchtdrukwapens)
Tarief Grimbergse verenigingen, lid van een adviesraad, met jeugdwerking 6,60 euro Grimbergse verenigingen, lid van een adviesraad, zonder jeugdwerking 13,20 euro Grimbergse verenigingen geen lid van een adviesraad 26,40 euro
GEBRUIK SCHIETSTAND 1 (klasse 1, vuurwapens)
Tarief Gemeentelijke schuttersvereniging, lid van de sportraad (tarief per uur) 6,60 euro Politiezones of publiekrechtelijke veiligheidsinstanties 39,40 euro Instanties die niet behoren tot bovenvermelde categorieën (zoals bewaking- of beveiligingsfirma’s 59,20 euro Uitzondering
Bij gebruik aangevraagd door de Strombeekse Scherpschutters voor een volledig seizoen: 6,60 euro per uur gebruik schietstand klasse 1 en schietstand klasse 2 samen.
§4. Gebruik atletiekpiste
Gemeentelijke clubs die wensen te beschikken over een "toegangssleutel" voor hun trainers, bestuursleden e.d.m. zullen 25,00 euro vergoeding betalen per sleutel.
De tarieven gelden per uur.
Tarief Grimbergse verenigingen, lid van een adviesraad, met jeugdwerking 19,70 euro Grimbergse verenigingen, lid van een adviesraad, zonder jeugdwerking 39,40 euro Grimbergse vereniging geen lid van een adviesraad 59,20 euro
§5. Gebruik openlucht tennisterreinen
Huur tennisterreinen bij gebruik aangevraagd voor een volledig zomerseizoen (april - oktober), enkel voor Grimbergse verenigingen, lid van een adviesraad, met jeugdwerking:
tennisterrein: 4.603,20 euro per terrein
midi-tennisterrein: 2.301,70 euro per terrein
§6. Gebruik tennisterreinen in luchtdraaghal
Huur tennisterreinen bij gebruik aangevraagd voor een volledig winterseizoen (oktober - april):
tennisterrein: 9.393,20 euro per terrein
De retributie is enkel te voldoen door Tennisclub Ter Wilgen, aangeduid als initiatiefnemer, onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat vermelde club de gelijke behandeling garandeert van de leden van beide Grimbergse tennisclubs.
§7. Gebruik paardenpiste
Het gebruik van de paardenpiste wordt exclusief toegekend aan Lenterik vzw voor een bedrag van 2.235,80 euro per jaar.
§8. Overige sportinfrastructuur
Gratis gebruik openluchtinfrastructuur:
petanque velden;
loopparcours: Prinsenbos, Lintbos;
visvijvers.
Art. 3. - Wijze van invordering
De retributie wordt ingevorderd door middel van maandelijkse facturen. De huurder kan er voor kiezen, in plaats van een maandelijkse factuur, drie facturen per jaar te ontvangen.
Bij gebrek aan betaling in der minne zal de retributie ingevorderd worden overeenkomstig de bepalingen van artikel 177, 2° DLB.
Art. 4. - Extra bepalingen
Verdere bepalingen betreffende de toegelaten activiteiten, de aanvragen, het gebruik van de ruimten, sleutels en bezetting van de lokalen, de verantwoordelijkheden van de huurder, schade en verzekeringen en veiligheid staan beschreven in het gebruikersreglement.
Art. 2.
Dit besluit bekend te maken overeenkomstig de bepalingen van “Afdeling 2. Bekendmaking en inwerkingtreding, Hoofdstuk 1. Akten van het lokaal bestuur, Titel 5. De werking van het lokaal bestuur" DLB.
De gemeenteraad keurt het gemeentelijk retributiereglement op het ter beschikking stellen van gemeentelijk sportinfrastructuur voor de periode 1 januari 2026 tem. 31 december 2031 goed.
Artikel 40, § 3 en 41, 14° van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
Artikel 173 van de Grondwet.
DLB.
Besluit van de gemeenteraad van 19 december 2019 inzake het gemeentelijk retributiereglement op het ter beschikking stellen van gemeentelijke sportinfrastructuur, periode 1 januari 2020 tem. 31 december 2025 (dossierstuk 1).
Besluit van de gemeenteraad van 28 januari 2021 inzake een wijziging van het gemeentelijk retributiereglement op het ter beschikking stellen van gemeentelijke sportinfrastructuur, periode 1 februari 2021 tem. 31 december 2025 (dossierstuk 2).
Besluit van de gemeenteraad van 16 december 2021 inzake een wijziging van het gemeentelijk retributiereglement op het ter beschikking stellen van gemeentelijke sportinfrastructuur, periode 1 januari 2022 tem. 31 december 2025 (dossierstuk 3).
Besluit van de gemeenteraad van 1 september 2022 inzake een wijziging van het gemeentelijk retributiereglement op het ter beschikking stellen van gemeentelijke sportinfrastructuur, periode 1 september 2022 tem. 31 december 2025 (dossierstuk 4).
/
De gemeente rekent kosten aan voor de verhuur van de gemeentelijke sportinfrastructuur.
Voor het debat en de argumentatie van de stemmingen, wordt verwezen naar het zittingsverslag.
Overzicht van de wijzigingen aan het retributiereglement:
Sporthallen
Voetbalterreinen
Schietstand
Atletiekpiste
Tennisterreinen
Paardenpiste
Boeteclausule
Artikel 1.
Onderstaand retributiereglement op het ter beschikking stellen van gemeentelijke sportinfrastructuur goed te keuren:
Retributiereglement op het ter beschikking stellen van gemeentelijke sportinfrastructuur voor de periode 1 januari 2026 tem. 31 december 2031
Artikel 1.
Met ingang van 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie gevestigd op het ter beschikking stellen van gemeentelijke sportinfrastructuur.
Artikel 2. - Overgangsbepaling
De tarieven in kader van jaarwerking zullen vanaf 1 september 2026 toegepast worden.
Artikel 3. - Tarieven
De retributie wordt als volgt vastgesteld:
§ 1. Gemeentelijke sporthallen
Tarief 1 - jaarwerking
Een jaarwerking in een gemeentelijke sporthal is enkel mogelijk voor erkende Grimbergse verenigingen en scholen. Gebruikers die gedurende een volledig seizoen structureel een vast uur of vaste uren huren, wordt steeds 40 weken aangerekend. Van september tot en met juni worden maandelijks 4 weken gefactureerd. Aanvragen per seizoen gebeuren op vraag van de dienst Evenementen en Vrijetijdsinfrastructuur in de loop van de maand mei en hebben aldus voorrang op occasioneel verhuur. Bij jaarwerking heeft een erkende Grimbergse vereniging of school steeds voorrang op andere verenigingen of gebruikers.
Om de facturatie correct te kunnen toepassen, dienen alle van de gemeentelijke sporthallen gebruik makende verenigingen en scholen jaarlijks, voor de aanvang van het nieuwe seizoen, de bezetting van de terreinen per mail (verhuur@grimbergen.be) door te geven aan de dienst Evenementen en Vrijetijdsinfrastructuur.
Categorie 1:
Erkende Grimbergse verenigingen met jeugdwerking
7,50 euro per terrein/uur
Categorie 2:
Erkende Grimbergse verenigingen zonder jeugdwerking
15,00 euro per terrein/uur
Categorie 3:
Niet-erkende Grimbergse verenigingen
30,00 euro per terrein/uur
Categorie 4:
Grimbergse onderwijsinstellingen
0,00 euro
Tarief 2 – occasionele verhuur
Occasioneel gebruik is elk gebruik anders dan een jaarwerking. Bij occasioneel gebruik gelden tarieven per uur en per terrein. Occasioneel verhuur binnen dit tarief enkel bij gebruik voor sportieve doeleinden.
Categorie 1:
Erkende Grimbergse verenigingen met jeugdwerking
15,00 euro per terrein/uur
Categorie 2:
Erkende Grimbergse verenigingen zonder jeugdwerking
30,00 euro per terrein/uur
Categorie 3:
Niet-erkende Grimbergse verenigingen
45,00 euro per terrein/uur
Categorie 4:
Grimbergse onderwijsinstellingen
0,00 euro
Categorie 5:
Recreatieve (sport)kampen, georganiseerd door een Grimbergse organisatie of particulier
7,50 euro terrein/uur
Categorie 6:
Recreatieve (sport)kampen, georganiseerd door een niet-Grimbergse organisatie of particulier
15,00 euro per terrein/uur
Categorie 7:
Grimbergse particulieren
40,00 euro per terrein/uurCategorie 8:
Niet-Grimbergse verenigingen of particulieren
60,00 euro per terrein/uur
Categorie 9:
In Grimbergen gevestigde bedrijven
30,00 euro per terrein/uur
Uitzonderingen:
Voor het niet-sportief gebruik van de gemeentelijke sporthallen worden onderstaande activiteiten uitdovend toegestaan:
Sporthal Humbeek:
- Schoolfeest GBS De Mozaïek Humbeek (één weekend/jaar – gratis)
- Schoolfeest VBS De Cirkel Humbeek (één weekend/jaar – gratis)
- Concert ‘d Harmonie van Humbeek (voorjaar – 450,00 euro per dag)
- Oktoberfest De Dorpsvrienden (najaar – 450,00 euro per dag)
Sporthal Borcht:
- Schoolfeest GBS De Negensprong Borcht (één weekend/jaar – gratis)
- Eetfestijn GBS De Negensprong Borcht (één weekend/jaar – gratis)
- Concert K.F. De Moedige Vrienden (voorjaar – 450,00 euro per dag)
Sporthal Verbrande Brug:
- Schoolfeest VBS De Ankering (één weekend/jaar – gratis)
§ 2. Gemeentelijke voetbalterreinen
Tarief 1 – jaarwerking
Een jaarwerking op een gemeentelijk voetbalterrein is enkel mogelijk voor erkende Grimbergse verenigingen. Gebruikers die gedurende een volledig seizoen structureel een vast uur of vaste uren huren, wordt steeds 40 weken aangerekend. Van september tot en met juni worden maandelijks 4 weken gefactureerd. Aanvragen per seizoen gebeuren op vraag van de dienst Evenementen en Vrijetijdsinfrastructuur in de loop van de maand mei en hebben aldus voorrang op occasioneel verhuur. Bij jaarwerking heeft een erkende Grimbergse vereniging steeds voorrang op andere verenigingen of gebruikers.
Om de facturatie correct te kunnen toepassen, dienen alle van de gemeentelijke voetbalterreinen gebruik makende voetbalverenigingen jaarlijks, voor de aanvang van het nieuwe competitieseizoen, de bezetting van de terreinen en de lijst van aantal ingeschreven ploegen per mail (verhuur@grimbergen.be) door te geven aan de dienst Evenementen en Vrijetijdsinfrastructuur.
Categorie 1:
Jeugdploegen U7 tot en met U13
1.210,00 euro per cluster/seizoen
Categorie 2:
Jeugdploegen U14 tot en met U21, veteranenploegen, reserveploeg en clubgebonden recreatieploegen
1.210,00 euro per ploeg/seizoen
Categorie 3:
Eerste ploeg
2.120,00 euro per ploeg/seizoen
Tarief 2 – occasionele verhuur
Onder occasionele verhuur wordt elke verhuur gezien die niet hoort onder jaarwerking. Dit tarief is niet van toepassing als de voetbalclub omwille van omstandigheden gebruik dient te maken van een ander terrein dan haar ‘thuisterrein(en)’, volgens het bezettingsrooster goedgekeurd door de dienst Evenementen en Vrijetijdsinfrastructuur. Het tarief is wel van toepassing als een club de terreinen gebruikt voor bijkomende groeps- of individuele trainingsmomenten.
Categorie 1:
Erkende Grimbergse verenigingen met jeugdwerking
15,00 euro per terrein/uur
Categorie 2:
Erkende Grimbergse verenigingen zonder jeugdwerking (ook ‘caféploegen’)
20,00 euro per terrein/uur
Categorie 3
(Sport)kamp georganiseerd door Grimbergse organisatie of particuliere initiatiefnemer
7,50 euro per terrein/uur
Categorie 4:
(Sport)kamp georganiseerd door niet-Grimbergse organisatie of particuliere initiatiefnemer
15,00 euro per terrein/uur
Categorie 5:
Grimbergse onderwijsinstellingen
0,00 euro per terrein/uur
Categorie 6:
Niet-Grimbergse onderwijsinstellingen
20,00 euro per terrein/uur
Categorie 7:
Niet-Grimbergse verenigingen
60,00 euro per terrein/uur
Uitzonderingen:
Voor de jeugdploegen U5 tot en met U13 van Fenixx Beighum wordt op het geldende tarief een korting van 50% toegepast op voorwaarde dat deze ploegen werkelijk gebruik maken van het kunstgrasveld dat door Fenixx Beighum werd aangelegd op basis van het recht van opstal dat door de gemeente Grimbergen wordt verleend (5 de afdeling, sectie B, nrs.421G8 en nrs.428X3). Deze korting werd toegekend voor de levensduur van het kunstgrasveld die werd vastgesteld op 30 jaar (2015 -2045).
§3. Gebruik gemeentelijke schietstand
Tarief 1 – verhuur schietstand 1 (klasse 1, vuurwapens)
Categorie 1:
Politiezones of publiekrechtelijke veiligheidsinstanties
47,00 euro per uur bij jaarabonnement
55,00 euro per uur bij occasionele verhuur
Categorie 2:
Private instanties (bv bewakings- of beveiligingsfirma’s)
68,00 euro per uur bij jaarabonnement
77,00 euro per uur bij occasionele verhuur
Tarief 2 – verhuur schietstand (klasse 2, luchtdrukwapens)
Categorie 1:
Erkende Grimbergse verenigingen*
30,00 euro per uur
Categorie 2:
Particulieren wonende in Grimbergen
60,00 euro per uur
Categorie 3:
Verenigingen of particulieren van buiten de gemeente
75,00 euro per uur
*Uitzondering:
Voor het seizoensgebruik van de vereniging ‘de Strombeekse Scherpschutters’ wordt een tarief van 8,00 euro per uur gebruik schietstand klasse 1 en klasse 2 samen gehanteerd. Occasionele uren worden getarifeerd aan 16,00 euro per uur.
§4. Gebruik gemeentelijke atletiekpiste
Tarief 1 – jaarwerking
Voor verenigingen die voor een volledig seizoen structureel een vast uur of vaste uren huren, worden steeds 40 weken aangerekend aan het gangbare tarief. Van september tot en met juni worden maandelijks 4 weken aangerekend. Het gebruik van het grasterrein is inbegrepen in de prijs. Per gebruikende erkende Grimbergse vereniging worden 5 gratis toegangsbadges voorzien. Per extra toegangsbadge, of in geval van verlies, wordt 25,00 euro aangerekend.
Categorie 1:
Erkende Grimbergse verenigingen met jeugdwerking
15,00 euro/uur
Categorie 2:
Erkende Grimbergse verenigingen zonder jeugdwerking
30,00 euro/uur
Categorie 3:
Individuele gebruikers*
50,00 euro per jaar
*individuele gebruikers dienen verplicht een toegangsbadge aan te kopen aan 25,00 euro. Deze badge is strikt persoonlijk. Bij verlies wordt opnieuw 25,00 euro aangerekend.
Tarief 2 – occasionele verhuur
Categorie 1:
Erkende Grimbergse verenigingen met jeugdwerking
20,00 euro/uur
Categorie 2:
Erkende Grimbergse verenigingen zonder jeugdwerking
40,00 euro/uur
Categorie 3:
Niet-erkende of niet-gemeentelijke verenigingen
60,00 euro/uur
Categorie 4:
Grimbergse onderwijsinstellingen
0,00 euro
§5. Gebruik gemeentelijke tennisterreinen
Gemeentelijke tennisterreinen worden exclusief verhuurd aan erkende Grimbergse tennisverenigingen en dit per seizoen.
Tarief 1 – zomerseizoen
Per terrein wordt bij gebruik van de maand april tot en met de maand september een vast tarief van 4900,00 euro gehanteerd.
Tarief 2 – winterseizoen (luchtdraaghal)
Per terrein wordt bij gebruik van de maand oktober tot en met de maand maart een vast tarief van 10.000,00 euro gehanteerd.
De retributie voor het gebruik van de luchtdraaghal wordt aangerekend aan de Grimbergse Tennisclub Ter Wilgen. Het gebruik van de luchtdraaghal verloopt voor leden van beide erkende Grimbergse tennisclubs onder gelijke voorwaarden en in een structurele samenwerking en onderlinge afstemming.
§6. Gebruik gemeentelijke paardenpiste
Het gebruik van de gemeentelijke paardenpiste wordt exclusief toegekend aan Lenterik vzw voor een bedrag van 2.281,00 euro per jaar.
Artikel 4. – Boeteclausule
Wanneer een vaste gebruiker de doorgegeven bezetting niet respecteert en de infrastructuur zonder voorafgaandelijke schriftelijke afspraak op andere uren gebruikt, zal bij elke vaststelling en aantoonbaar ongeoorloofd gebruik een boete worden aangerekend van 250,00 euro aan de gebruiker.
Artikel 5. – Indexaanpassing
De tarieven worden jaarlijks op 1 september aangepast aan de index der consumptieprijzen volgens volgende formule: tarief x nieuwe index (*) / basisindex (**)
(*) nieuwe index = index van maand augustus
(**) basisindex = index van maand augustus 2026
Artikel 6. – Wijze van invordering
De retributie wordt ingevorderd door middel van een factuur. Bij occasioneel gebruik moet het verschuldigde bedrag op de rekening van het gemeentebestuur staan uiterlijk op de vervaldag van de factuur. Zo niet, behoudt het gemeentebestuur zich het recht voor de aanvrager de toegang tot de faciliteiten te ontzeggen.
Vaste gebruikers krijgen maandelijks een factuur. De huurder kan ervoor kiezen, in plaats van een maandelijkse factuur, drie facturen per jaar te ontvangen.
Bij gebrek aan betaling in der minne zal de retributie ingevorderd worden overeenkomstig de bepalingen van artikel 177, 2° DLB.
Artikel 7. – Annulaties en wijzigingen
Het gemeentebestuur moet minstens 30 dagen voor de gereserveerde datum van een sportinfrastructuur in kennis worden gesteld van een annulatie of wijziging van de aanvraag.
Annulaties en wijzigingen gebeuren door te mailen naar verhuur@grimbergen.be. Als de voorgeschreven procedure en/of termijn niet gerespecteerd wordt, zal de voorzien huurprijs integraal verschuldigd blijven.
Artikel 8. – Extra bepalingen
Verdere bepalingen betreffende de toegelaten activiteiten, de aanvragen, het gebruik van de ruimten, sleutels en bezetting van de lokalen, de verantwoordelijkheden van de huurder, schade en verzekeringen en veiligheid worden beschreven in de gebruikersreglementen per infrastructuur.
Art. 2.
Dit besluit bekend te maken overeenkomstig de bepalingen van “Afdeling 2. Bekendmaking en inwerkingtreding, Hoofdstuk 1. Akten van het lokaal bestuur, Titel 5. De werking van het lokaal bestuur" DLB.
De gemeenteraad keurt het retributiereglement op de verhuur van polyvalente- en feestzalen voor de periode 1 januari 2026 tem. 31 augustus 2026 goed.
Artikels 40, §3 en 41, 14° van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
Artikel 173 van de Grondwet.
BTW wetboek.
Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
DLB.
Besluit van de gemeenteraad van 30 juni 2022 inzake de goedkeuring van een gemeentelijk retributiereglement op de verhuur van polyvalente- en feestzalen voor de periode 1 september 2022 tem. 31 december 2025 (dossierstuk 1).
Besluit van de gemeenteraad van 1 september 2022 inzake de goedkeuring van het gewijzigd gemeentelijk retributiereglement op de verhuur van polyvalente- en feestzalen voor de periode 1 september 2022 tem. 31 december 2025 (dossierstuk 2).
Besluit van de gemeenteraad van 22 februari 2024 inzake de goedkeuring van het gewijzigd gemeentelijk retributiereglement op de verhuur van polyvalente- en feestzalen voor de periode 1 september 2022 tem. 31 december 2025 (dossierstuk 3).
/
De gemeente rekent kosten aan voor de verhuur van gemeentelijke infrastructuur, meer bepaald voor de verhuur van gemeentelijke feestzalen en polyvalente zalen.
De tarieven van het laatst goedgekeurde retributiereglement (periode 2020-2025) worden verlengd voor de periode 1 januari 2026 tem. 31 augustus 2026 voor wat betreft de verhuur van de gemeentelijke feestzalen en polyvalente zalen aan gemeentelijke diensten, gemeentescholen, de gemeentelijke Academie, Grimbergse erkende verenigingen, gemeentelijke adviesraden, niet-gemeentelijke Grimbergse scholen, gemeentelijke EVA’s en politieke verenigingen met lokale werking in Grimbergen.
Vanaf 1 september 2026 (bij de start van een nieuw werkingsjaar) zullen nieuwe tarieven van toepassing zijn. Voor deze nieuwe tarieven wordt een afzonderlijk retributiereglement ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad.
/
Artikel 1.
Onderstaand retributiereglement op de verhuur van polyvalente- en feestzalen goed te keuren:
Retributiereglement op de verhuur van polyvalente- en feestzalen voor de periode 1 januari 2026 t.e.m. 31 augustus 2026
Artikel 1.
Met ingang van 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 augustus 2026 wordt een retributie gevestigd op de huur van de gemeentelijke polyvalente zalen en feestzalen door:
- Grimbergse erkende verenigingen, gemeentelijke adviesraden, niet-gemeentelijke Grimbergse scholen, gemeentelijke EVA’s en politieke verenigingen met lokale werking in Grimbergen;
- Gemeentelijke diensten, de gemeentescholen en de gemeentelijke Academie.
De voorwaarden voor gebruik van de zaal worden bepaald door het gebruiksreglement.
Art. 2. - Categorieën gebruikers & uitzonderlijk gebruik van zaal 't Mierken
De gebruikers worden opgedeeld in twee categorieën:
- Categorie 0: Gemeentelijke diensten, de gemeentescholen en de gemeentelijke Academie.
- Categorie 1: Grimbergse erkende verenigingen, gemeentelijke adviesraden, niet-gemeentelijke Grimbergse scholen, gemeentelijke EVA’s en politieke verenigingen met lokale werking in Grimbergen;
De polyvalente zalen in de school ’t Mierken worden enkel nog (en dit uitdovend) verhuurd aan volgende verenigingen:
- VOS Beigem
- Rochusvrienden
- Beigemse raad
Art. 3. - Tarieven
§1. Verhuur als polyvalente zaal (tarieven per uur en per zaal)
A. Tarief I: Verhuur jaarwerking
Bij gebruik aangevraagd voor een volledig seizoen/werkjaar met looptijd van 10 maanden.
Polyvalente zalen
Categorie 0
Categorie 1
Charleroyhoeve
0,00 euro
6,60 euro
Grote zaal JOC
0,00 euro
6,60 euro
Zaal Humbeek (overdekte speelplaats)
0,00 euro
6,60 euro
De Schelp (Ter Borre)
0,00 euro
6,60 euro
Auditorium Gemeentelijke Academie
0,00 euro
6,60 euro
Refter ’t Mierken
0,00 euro
6,60 euro
Sportzaal ’t Mierken
0,00 euro
6,60 euro
Vergaderzaal ’t Mierken
0,00 euro
6,60 euro
Sportzaal ‘t Villegastje
0,00 euro
6,60 euro
Polyvalente zaal Soens
0,00 euro
6,60 euro
Polyvalente zaal Borcht
0,00 euro
6,60 euro
Polyvalente zaal Verbrande Brug
0,00 euro
6,60 euro
B. tarief II: Occasionele verhuur
Polyvalente zalen
Categorie 0
Categorie 1
Charleroyhoeve (*)
0,00 euro
13,20 euro
Grote zaal JOC
0,00 euro
13,20 euro
Zaal Humbeek (*)
0,00 euro
13,20 euro
De Schelp (Ter Borre) (*)
0,00 euro
13,20 euro
Auditorium Gemeentelijke Academie
0,00 euro
13,20 euro
Refter ’t Mierken
0,00 euro
13,20 euro
Sportzaal ’t Mierken
0,00 euro
13,20 euro
Vergaderzaal ’t Mierken (*)
0,00 euro
13,20 euro
Sportzaal ‘t Villegastje
0,00 euro
13,20 euro
Zaal Soens (*)
0,00 euro
13,20 euro
Zaal Borcht (*)
0,00 euro
13,20 euro
Zaal Verbrande Brug (*)
0,00 euro
13,20 euro
Uitzondering:
- Maandelijkse bestuursvergaderingen van erkende Grimbergse verenigingen, gemeentelijke adviesraden en gemeentelijke EVA’s kunnen kosteloos doorgaan in een polyvalente zaal naar keuze aangeduid met (*).
- Algemene vergaderingen van gemeentelijke adviesraden en gemeentelijke EVA’s kunnen één keer per jaar kosteloos doorgaan in een polyvalente zaal naar keuze aangeduid met (*).
§2. Verhuur als feestzaal (tarieven per dag en per zaal)
Kleine feestzalen
Categorie 0
Categorie 1
Zaal Soens
0,00 euro
118,30 euro
Keuken Soens
0,00 euro
118,30 euro
Zaal Borcht
0,00 euro
118,30 euro
Keuken Borcht
0,00 euro
118,30 euro
Zaal Verbrande brug
0,00 euro
118,30 euro
Keuken Verbrande brug
0,00 euro
118,30 euro
Extra opbouw/afbraak
0,00 euro
118,30 euro
Forfait ophaling afval
0,00 euro
118,30 euro
§3. Verhuur feestzaal Den Douwe (tarieven per dag en per zaal)
Grote feestzaal
Categorie 0
Categorie 1
Feestzaal
0,00 euro
469,70 euro
Keuken
0,00 euro
234,80 euro
Tentoonstelling
0,00 euro
234,80 euro
Extra opbouw /afbraak
0,00 euro
117,40 euro
Extra bepaling: elke gebruiker die binnen een kalenderjaar (gaande van 1 januari tem. 31 december) de grote feestzaal meermaals huurt heeft vanaf de 4e verhuring binnen dat jaar recht op een korting van 50% op het gebruikelijke tarief van zijn categorie (keuken/feestzaal/tentoonstelling). De korting werkt niet met terugwerkende kracht en is dus niet van toepassing op de eerste drie verhuringen binnen dat jaar.
De tarieven voor opbouw/afbraak/waarborg blijven ongewijzigd en zijn niet onderhevig aan de korting.
Deze korting vervalt bij laattijdige annulatie of bij vaststelling dat de minimale huur van 4x/jaar niet werd gerealiseerd. Desgevallend is de huurprijs integraal verschuldigd.
§4. Verhuur repetitielokalen
Repetitielokalen
Categorie 0
Categorie 1
Repetitielokaal JOC (tarief per uur)
0,00 euro
6,60 euro
Repetitielokaal JOC (10-uren kaart) (tarief per uur)
0,00 euro
39,40 euro
Stockageruimte JOC (tarief per maand)
0,00 euro
15,00 euro
Art. 4. - Waarborgen
Naast de retributie moeten gebruikers een waarborg betalen. Deze waarborg wordt na het gebruik integraal terugbetaald als het gebruik van de zaal geen kosten veroorzaakt voor het bestuur (bv. inzet van extra uren personeel, herstelling van materiële schade, vervanging van materiaal dat verdwenen is of beschadigd raakte,…).
Als het gebruik van de zaal wel kosten veroorzaakt voor het bestuur, zal de waarborg aangesproken worden om deze kosten op te vangen. Het bedrag dat na aanrekening van de kosten overblijft, wordt in dit geval teruggestort. Indien de waarborg niet volstaat om de door het bestuur opgelopen kosten op te vangen, zullen deze kosten bijkomend gefactureerd worden aan de gebruiker.
De waarborgen worden als volgt vastgesteld:
Waarborg polyvalente zalen:
n.v.t.
Waarborg kleine feestzalen:
250,00 euro
Waarborg feestzaal Den Douwe:
500,00 euro
Waarborg stockageruimte:
50,00 euro
Art. 5.
De retributie is verschuldigd door de aanvrager van de huur van een zaal.
Art. 6. - Wijze van invordering
De retributie wordt ingevorderd door middel van een maandelijkse factuur.
Bij gebruik in kader van jaarwerking: er worden steeds 40 weken aangerekend. Van september tot en met juni worden maandelijks 4 weken aangerekend.
Bij occasioneel gebruik: moet het verschuldigde bedrag op de rekening van het gemeentebestuur staan uiterlijk op de vervaldag van de factuur. Zo niet, behoudt het gemeentebestuur zich het recht voor de aanvrager de toegang tot de zaal te ontzeggen.
Bij gebrek aan betaling in der minne zal de retributie ingevorderd worden overeenkomstig de bepalingen van artikel 177, 2° DLB.
Art. 7. - Annulaties en wijzigingen
Het gemeentebestuur moet minstens 30 dagen voor de gereserveerde datum van een feestzaal in kennis worden gesteld van een annulatie of wijziging van de aanvraag en 30 dagen bij een annulatie of wijziging van een polyvalente zaal. Annulaties en wijzigingen gebeuren door te mailen naar verhuur@grimbergen.be.
Indien de voorgeschreven procedure en/of termijn niet gerespecteerd wordt, zal de voorziene huurprijs integraal verschuldigd blijven.
Art. 8. - Extra bepalingen
Verdere bepalingen betreffende de toegelaten activiteiten, de aanvragen, het gebruik van de ruimten, sleutels en bezetting van de lokalen, de verantwoordelijkheden van de huurder, schade en verzekeringen en veiligheid staan beschreven in het gebruikersreglement.
Art. 2.
Dit besluit bekend te maken overeenkomstig de bepalingen van “Afdeling 2. Bekendmaking en inwerkingtreding, Hoofdstuk 1. Akten van het lokaal bestuur, Titel 5. De werking van het lokaal bestuur" DLB.
De gemeenteraad keurt het retributiereglement op de verhuur van polyvalente- en feestzalen voor de periode 1 januari 2026 tem. 31 december 2031 goed.
Artikels 40, §3 en 41, 14° van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
Artikel 173 van de Grondwet.
BTW wetboek.
Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
DLB.
Besluit van de gemeenteraad van 30 juni 2022 inzake de goedkeuring van een gemeentelijk retributiereglement op de verhuur van polyvalente- en feestzalen voor de periode 1 september 2022 tem. 31 december 2025 (dossierstuk 1).
Besluit van de gemeenteraad van 1 september 2022 inzake de goedkeuring van het gewijzigd gemeentelijk retributiereglement op de verhuur van polyvalente- en feestzalen voor de periode 1 september 2022 tem. 31 december 2025 (dossierstuk 2).
Besluit van de gemeenteraad van 22 februari 2024 inzake de goedkeuring van het gewijzigd gemeentelijk retributiereglement op de verhuur van polyvalente- en feestzalen voor de periode 1 september 2022 tem. 31 december 2025 (dossierstuk 3).
/
De gemeente rekent kosten aan voor de verhuur van gemeentelijke infrastructuur, meer bepaald voor de verhuur van gemeentelijke feestzalen en polyvalente zalen.
Overzicht van de wijzigingen aan het retributiereglement:
Categorieën & uitzonderlijk gebruik van Zaal ‘t Mierken
Tarieven
Waarborgen
Annulaties en wijzigingen
/
Artikel 1.
Onderstaand retributiereglement op de verhuur van polyvalente- en feestzalen goed te keuren:
Retributiereglement op de verhuur van polyvalente- en feestzalen voor de periode 1 januari 2026 tem. 31 december 2031
Artikel 1. - Toepassing
Met ingang van 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie gevestigd op het verhuur van de gemeentelijke polyvalente zalen en feestzalen.
De voorwaarden voor gebruik van de zaal worden bepaald door het gebruiksreglement.
Art. 2. - Overgangsbepaling
De tarieven voor categorieën 0 en 1 zullen vanaf 1 september 2026 toegepast worden.
Art. 3. - Categorieën gebruikers en uitzonderlijk gebruik van zaal 't Mierken
Er worden 5 categorieën van gebruikers vastgelegd:
- Categorie 0: Gemeentelijke diensten, de gemeentescholen en de gemeentelijke Academie
- Categorie 1: Grimbergse erkende verenigingen, gemeentelijke adviesraden, niet-gemeentelijke Grimbergse scholen, gemeentelijke EVA’s en politieke verenigingen met lokale werking in Grimbergen
- Categorie 2: Particulieren wonende in de gemeente, en niet-erkende Grimbergse verenigingen
- Categorie 3: Particulieren en verenigingen van buiten de gemeente
- Categorie 4: Bedrijven
Categorie 0 kan alle zalen kosteloos huren.
De polyvalente zalen in de school ’t Mierken worden enkel nog (en dit uitdovend) verhuurd aan volgende verenigingen:
- VOS Beigem
- Rochusvrienden
- Beigemse Raad
Art. 4. - Tarieven
§1. Verhuur als polyvalente zaal (tarieven per uur en per zaal)
A. Tarief I: Verhuur jaarwerking
Bij gebruik aangevraagd voor een volledig seizoen/werkjaar met looptijd van 10 maanden.
Polyvalente zalen
Categorie 1
Cat. 2.
Cat. 3.
Cat. 4.
Charleroyhoeve
7,50 euro
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Grote zaal JOC
7,50 euro
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Zaal Humbeek (overdekte speelplaats)
7,50 euro
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
De Schelp (Ter Borre)
7,50 euro
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Auditorium Gemeentelijke Academie
7,50 euro
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Refter ’t Mierken
7,50 euro
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Sportzaal ’t Mierken
7,50 euro
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Vergaderzaal ’t Mierken
7,50 euro
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Sportzaal ‘t Villegastje
7,50 euro
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Polyvalente zaal Soens
7,50 euro
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Polyvalente zaal Borcht
7,50 euro
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Polyvalente zaal Verbrande Brug
7,50 euro
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
B. Tarief II: Occasionele verhuur
Polyvalente zalen
Categorie 1
Cat. 2.
Cat. 3.
Cat. 4.
Charleroyhoeve (*)
15,00 euro
45,00 euro
65,00 euro
80,00 euro
Grote zaal JOC
15,00 euro
45,00 euro
65,00 euro
80,00 euro
Zaal Humbeek (*)
15,00 euro
45,00 euro
65,00 euro
80,00 euro
De Schelp (Ter Borre) (*)
15,00 euro
45,00 euro
65,00 euro
80,00 euro
Auditorium Gemeentelijke Academie
15,00 euro
45,00 euro
65,00 euro
80,00 euro
Refter ’t Mierken
15,00 euro
45,00 euro
65,00 euro
80,00 euro
Sportzaal ’t Mierken
15,00 euro
45,00 euro
65,00 euro
80,00 euro
Vergaderzaal ’t Mierken (*)
15,00 euro
45,00 euro
65,00 euro
80,00 euro
Sportzaal ‘t Villegastje
15,00 euro
45,00 euro
65,00 euro
80,00 euro
Zaal Soens (*)
15,00 euro
45,00 euro
65,00 euro
80,00 euro
Zaal Borcht (*)
15,00 euro
45,00 euro
65,00 euro
80,00 euro
Zaal Verbrande Brug (*)
15,00 euro
45,00 euro
65,00 euro
80,00 euro
Uitzondering:
- Maandelijkse bestuursvergaderingen van erkende Grimbergse verenigingen, gemeentelijke adviesraden en gemeentelijke EVA’s kunnen kosteloos doorgaan in een polyvalente zaal naar keuze aangeduid met (*).
- Algemene vergaderingen van gemeentelijke adviesraden en gemeentelijke EVA’s kunnen één keer per jaar kosteloos doorgaan in een polyvalente zaal naar keuze aangeduid met (*).
§2. Verhuur als feestzaal (tarieven per dag en per zaal)
Kleine feestzalen
Categorie 1
Cat. 2.
Cat. 3.
Cat. 4.
Zaal Soens
130,00 euro
260,00 euro
315,00 euro
380,00 euro
Keuken Soens
130,00 euro
130,00 euro
160,00 euro
195,00 euro
Zaal Borcht
130,00 euro
260,00 euro
315,00 euro
380,00 euro
Keuken Borcht
130,00 euro
130,00 euro
160,00 euro
195,00 euro
Zaal Verbrande brug
130,00 euro
260,00 euro
315,00 euro
380,00 euro
Keuken Verbrande brug
130,00 euro
130,00 euro
160,00 euro
195,00 euro
Extra opbouw/afbraak
65,00 euro
130,00 euro
155,00 euro
185,00 euro
Forfait ophaling afval
55,00 euro
55,00 euro
55,00 euro
55,00 euro
§3. Verhuur feestzaal Den Douwe (tarieven per dag en per zaal)
Grote feestzaal
Categorie 1
Cat. 2.
Cat. 3.
Cat. 4.
Feestzaal
440,00 euro
2.135,00 euro
2.135,00 euro
2.585,00 euro
Keuken
220,00 euro
1.055,00 euro
1.055,00 euro
1.280,00 euro
Tentoonstelling
220,00 euro
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Extra opbouw /afbraak
110,00 euro
110,00 euro
135,00 euro
165,00 euro
Extra bepaling: elke gebruiker die binnen een kalenderjaar (gaande van 1 januari tem. 31 december) de grote feestzaal meermaals huurt heeft vanaf de 4e verhuring binnen dat jaar recht op een korting van 50% op het gebruikelijke tarief van zijn categorie (keuken/feestzaal/tentoonstelling). De korting werkt niet met terugwerkende kracht en is dus niet van toepassing op de eerste drie verhuringen binnen dat jaar.
De tarieven voor opbouw/afbraak/waarborg blijven ongewijzigd en zijn niet onderhevig aan de korting.
Deze korting vervalt bij laattijdige annulatie of bij vaststelling dat de minimale huur van 4x/jaar niet werd gerealiseerd. Desgevallend is de huurprijs integraal verschuldigd.
§4. Verhuur repetitielokalen
Repetitielokalen
Categorie 1
Cat. 2.
Cat. 3.
Cat. 4.
Repetitielokaal JOC (tarief per uur)
6,00 euro
6,00 euro
n.v.t.
n.v.t.
Repetitielokaal JOC (10-uren kaart) (tarief per uur)
37,00 euro
37,00 euro
n.v.t.
n.v.t.
Stockageruimte JOC (tarief per maand)
12,00 euro
12,00 euro
n.v.t.
n.v.t.
Art. 5 - Waarborgen
Naast de retributie moeten gebruikers een waarborg betalen. Deze waarborg wordt na het gebruik integraal terugbetaald als het gebruik van de zaal geen kosten veroorzaakt voor het bestuur (bv. inzet van extra uren personeel, herstelling van materiële schade, vervanging van materiaal dat verdwenen is of beschadigd raakte,…).
Als het gebruik van de zaal wel kosten veroorzaakt voor het bestuur, zal de waarborg aangesproken worden om deze kosten op te vangen. Het bedrag dat na aanrekening van de kosten overblijft, wordt in dit geval teruggestort. Indien de waarborg niet volstaat om de door het bestuur opgelopen kosten op te vangen, zullen deze kosten bijkomend gefactureerd worden aan de gebruiker.
De waarborgen worden als volgt vastgesteld:
Waarborg polyvalente zalen:
n.v.t.
Waarborg kleine feestzalen:
250,00 euro
Waarborg feestzaal Den Douwe:
500,00 euro
Waarborg stockageruimte:
50,00 euro
Art. 6. - Indexaanpassing
De tarieven worden jaarlijks op 1 september aangepast aan de index der consumptieprijzen volgens volgende formule:
tarief x nieuwe index (*) / basisindex (**)
(*) nieuwe index = index van maand augustus
(**) basisindex = index van maand augustus 2026
Art. 7.
De retributie is verschuldigd door de aanvrager van de huur van een zaal.
Art. 8. - Wijze van facturatie
De retributie wordt ingevorderd door middel van een maandelijkse factuur.
Bij gebruik in kader van jaarwerking: er worden steeds 40 weken aangerekend. Van september tot en met juni worden maandelijks 4 weken aangerekend.
Bij occasioneel gebruik: moet het verschuldigde bedrag op de rekening van het gemeentebestuur staan uiterlijk op de vervaldag van de factuur. Zo niet, behoudt het gemeentebestuur zich het recht voor de aanvrager de toegang tot de zaal te ontzeggen.
Bij gebrek aan betaling in der minne zal de retributie ingevorderd worden overeenkomstig de bepalingen van artikel 177, 2° DLB.
Art. 9. - Annulaties en wijzigingen
Het gemeentebestuur moet minstens 30 dagen voor de gereserveerde datum van een feestzaal in kennis worden gesteld van een annulatie of wijziging van de aanvraag en 30 dagen bij een annulatie of wijziging van een polyvalente zaal. Annulaties en wijzigingen gebeuren door te mailen naar verhuur@grimbergen.be.
Indien de voorgeschreven procedure en/of termijn niet gerespecteerd wordt, zal de voorziene huurprijs integraal verschuldigd blijven.
Art. 10. - Extra bepalingen
Verdere bepalingen betreffende de toegelaten activiteiten, de aanvragen, het gebruik van de ruimten, sleutels en bezetting van de lokalen, de verantwoordelijkheden van de huurder, schade en verzekeringen en veiligheid staan beschreven in het gebruikersreglement
Art. 2.
Dit besluit bekend te maken overeenkomstig de bepalingen van “Afdeling 2. Bekendmaking en inwerkingtreding, Hoofdstuk 1. Akten van het lokaal bestuur, Titel 5. De werking van het lokaal bestuur" DLB.
De gemeenteraad keurt het retributiereglement op de verkoop van artikels in het kader van toerisme en vrije tijd en toeristische dienstverlening voor de periode 1 januari 2026 tem. 31 december 2031 goed.
Artikels 40, §3 en 41, 14° van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
/
De gemeente biedt artikelen te koop aan en levert diensten in het kader van toerisme en vrije tijd. Toeristen vragen geregeld naar gadgets, postkaarten, e.d. en de gemeente wil hierop inspelen om op die manier ook de gemeente Grimbergen op toeristisch vlak extra in de kijker zetten.
Met de verkoop van dergelijke producten wenst men de identiteit van de gemeente te promoten. Het aanbod gadgets zal met de tijd toenemen en kan ook wijzigen in de tijd. Toeristische producten zijn o.a. brochures met uitgewerkte wandelroutes.
Ook toeristische diensten zoals groepsbezoeken en andere activiteiten worden aangeboden en worden in voorliggend reglement nieuw opgenomen. In 2025 werd bijvoorbeeld tijdens de zomermaanden een waterwandeling georganiseerd voor gezinnen met kinderen. Voor de uitgewerkte brochure met opdrachten voor kinderen (inclusief klein aandenken aan de wandeling) werd een forfaitair bedrag van 5,00 euro aangerekend. Aangezien er bij deze wandeling ook materiaal in bruikleen werd gegeven, werd hiervoor een waarborg aangerekend. Dit zijn opties die men ook in de toekomst wil open houden.
De verkoop van toeristische informatie en andere producten en diensten brengt kosten met zich mee zoals administratieve verwerking, aanmaak- en aankoopkosten.
Het is billijk om de kosten door te rekenen aan de gebruiker van de dienstverlening.
/
Artikel 1.
Onderstaand retributiereglement op de verkoop van artikels in het kader van toerisme en vrije tijd en toeristische dienstverlening goed te keuren:
Retributiereglement op de verkoop van artikels in het kader van toerisme en vrije tijd en toeristische dienstverlening, periode 1 januari 2026 tem. 31 december 2031
Artikel 1 – grondslagMet ingang van 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie gevestigd op de verkoop van artikels in het kader van toerisme en vrije tijd en de gemeentelijke dienstverlening in het kader van toerisme en vrije tijd.
Art. 2. - tarieven, berekening
A. Tarieven voor artikels in het kader van toerisme en vrije tijd
§1. Drukwerk uitgegeven of verspreid door vzw Toerisme Vlaams-Brabant en/of de provincie Vlaams-Brabant en/of door andere gemeenten worden verkocht aan het tarief dat door deze andere instanties werd vastgesteld.
§2. De vlag met het Grimbergs wapenschild (1 m x 1,50 m) wordt verkocht aan 30,00 euro per vlag.
§3. De verkoopprijs van publicaties uitgegeven door andere partners dan die vermeld in §1 bedraagt de reële kostprijs van de publicatie (aankoopprijs), verhoogd met 20%.
§4. De UitPAS wordt verkocht aan volgende tarieven:
- 5,00 euro voor volwassenen voor een reguliere UiTPAS
- 2,00 euro voor kinderen en jongeren voor een reguliere UiTPAS
- 1,00 euro voor volwassenen, kinderen en jongeren voor een UiTPAS met kansentarief
§5. De verkoopprijs van andere artikelen dan vermeld onder §1 tem. §4, bedraagt de reële kostprijs (aankoopprijs of aanmaakprijs) van het product, verhoogd met 30%.
§6. De tarieven vermeld onder §3 en §5 worden afgerond naar de hoogst volgende halve of hele euro als volgt:
- 1,20 wordt 1,50
- 1,50 blijft 1,50
- 1,70 wordt 2,00
B. Tarieven voor toeristische dienstverlening
§1. Een aanvraag voor een groepsbezoek wordt ingediend via het e-loket van de gemeentelijke website en dient minimaal 4 weken voorafgaand aan het bezoek ingediend te worden.
§2. Tarieven:
- Een standaard groepsbezoek (van 2 uur), aangeboden aan groepen: 65,00 euro + 10,00 euro administratiekost. Per bijkomend uur wordt € 30,00 aangerekend.
- Een groepsbezoek op maat (van 2 uur), aangeboden aan groepen: 110,00 euro + 10,00 euro administratiekost.
§3. Voor andere activiteiten die worden georganiseerd in kader van toerisme en vrije tijd wordt een forfaitair bedrag van 5,00 euro aangerekend.
§4. Annuleringsvoorwaarden: annulering gebeurt schriftelijk t.a.v. de dienst Toerisme, Prinsenstraat 3, 1850 Grimbergen, of per e-mail (aan toerisme@grimbergen.be). Bij annulering op voorhand van meer dan 5 werkdagen voor de geplande activiteit is enkel de administratiekost verschuldigd. Bij annulering van 5 werkdagen of minder voor de geplande activiteit, is het volledige bedrag (inclusief administratiekost) verschuldigd.
C. Waarborgen
§1. Ingeval er materialen in het kader van een activiteit uitgeleend worden, is de ontlener verantwoordelijk voor de uitgeleende materialen en dit vanaf de afhaling tot en met de teruggave van de ontleende materialen. Bij schade of verlies na gebruik en/of het niet of niet tijdig terugbrengen van de ontleende materialen kan het gemeentebestuur de gemaakte kosten doorfactureren aan de ontlener. De kostprijs is afhankelijk van de nodige vervanging (of herstelling) van de materialen.
§2. Ingeval er materialen uitgeleend worden in kader van een activiteit, moeten gebruikers een waarborg van 20,00 euro betalen. Deze waarborg wordt na het gebruik integraal terugbetaald als het gebruik geen kosten veroorzaakt voor het bestuur zoals vermeld onder §1. Als het gebruik wel kosten veroorzaakt voor het bestuur, zal de waarborg aangesproken worden om deze kosten op te vangen. Indien de waarborg niet volstaat om de door het bestuur opgelopen kosten op te vangen, zullen deze kosten bijkomend gefactureerd worden aan de gebruiker.
Art. 3.
De retributie is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die de aanvraag tot de toeristische dienstverlening indient of die de artikels aankoopt.
Art. 4. - wijze van invordering
De artikels vermeld onder artikel 2, punt A, worden contant, via bancontact of digitaal betaald.
Groepsbezoeken of andere activiteiten zoals vermeld onder artikel 2, punt B, dienen betaald te worden na ontvangst van de factuur. De betaling dient te gebeuren binnen de 14 dagen na ontvangst van de factuur.
Bij gebrek aan betaling in der minne zal de retributie ingevorderd worden volgens de modaliteiten bepaald in artikel 177,2° van het Decreet Lokaal Bestuur.
Art. 2.
Dit besluit bekend te maken overeenkomstig de bepalingen van “Afdeling 2. Bekendmaking en inwerkingtreding, Hoofdstuk 1. Akten van het lokaal bestuur, Titel 5. De werking van het lokaal bestuur" DLB.
De gemeenteraad keurt het gemeentelijk reglement betreffende de verkoop of het ter beschikking stellen van containers voor de huisvuilinzameling GFT & papier en karton voor de periode 1 januari 2026 tem. 31 december 2031 goed.
Artikels 40, §3 en 41, 14° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 24 november 2025 inzake de principiële goedkeuring van het gemeentelijk retributiereglement betreffende de verkoop of het ter beschikking stellen van containers voor de huisvuilinzameling GFT & papier en karton, periode 1 januari 2026 tem. 31 december 2031 (dossierstuk 2).
/
Het bestuur voorziet voor de burgers en gemeentelijke vzw's in de mogelijkheid tot het aankopen of ter beschikking krijgen van containers voor selectieve afvalinzameling.
Van deze dienstverlening kan gebruik gemaakt worden o.b.v. de in dit reglement bepaalde tarieven.
Het betreft hier 1.100L-containers voor papierfractie en 660L-containers voor de GFT-fractie.
Deze containers kunnen ofwel aangekocht worden, ofwel gehuurd, deze laatste via betaling van een waarborg (degressieve terugbetaling in de tijd, afhankelijk van de staat en de ouderdom van de container).
De containers met een inhoud van 1.100 liter voor restfractie worden geschrapt uit het reglement.
Artikel 1.
Onderstaand retributiereglement betreffende de verkoop of het ter beschikking stellen van containers voor de huisvuilinzameling GFT & papier en karton goed te keuren:
Retributiereglement betreffende de verkoop of het ter beschikking stellen van containers voor de huisvuilinzameling GFT & papier en karton, periode 1 januari 2026 tem. 31 december 2031
Artikel 1.
Met ingang van 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2031 worden door het college van burgemeester en schepenen voor de ophaling van grote hoeveelheden huisvuil volgende containers tegen betaling van een retributie te koop aangeboden of ter beschikking gesteld:
- containers met een inhoud van 1.100 liter voor papier & karton;
- containers met een inhoud van 660 liter voor GFT.
De aankoop of terbeschikkingstelling van deze containers moet worden aangevraagd door middel van het aanvraagformulier dat beschikbaar is op het digitaal loket van de gemeentelijke website.
Art. 2. - tarieven
§ 1. Verkoop
Gegalvaniseerde 1100 l-container voor papierfractie € 850,00 Kunststof 660 l-container voor GFT € 600,00 § 2. Terbeschikkingstelling
De terbeschikkingstelling van containers wordt georganiseerd tegen betaling van een retributie in de vorm van een waarborg.
Gegalvaniseerde 1100 l-container voor papierfractie € 850,00 Kunststof 660 l-container voor GFT € 600,00
Art. 3. - wijze van inning
De retributie wordt betaald door middel van een factuur. Bij niet-betaling zal de retributie worden ingevorderd overeenkomstig artikel 177 van het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Art. 4.
De retributie dient betaald te worden door de aanvrager die een container aankoopt of een container ter beschikking gesteld krijgt.
Art. 5.
De waarborg wordt terugbetaald op het ogenblik dat de container terugbezorgd wordt aan de gemeente in dezelfde staat waarin deze geleverd werd.
Art. 6.
Het college van burgemeester en schepenen bepaalt het bedrag van de terugbetaling van de waarborg, afhankelijk van de slijtage of beschadigingen.
Art. 2.
Dit besluit bekend te maken overeenkomstig de bepalingen van “Afdeling 2. Bekendmaking en inwerkingtreding, Hoofdstuk 1. Akten van het lokaal bestuur, Titel 5. De werking van het lokaal bestuur" DLB.
De gemeenteraad keurt het gemeentelijk retributiereglement op het gebruik van schoolmaaltijden, periode 1 januari 2026 tem. 31 december 2031 goed.
Artikels 40, §3 en 41, 14° van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
/
De laatste aanpassing van het retributiereglement voor het gebruik van gemeentelijke maaltijden dateert van 19 december 2019.
Een actualisering van de tarieven wordt doorgevoerd ingevolge de indexering.
De tarieven van de schoolmaaltijden werden op 1 september 2025 als volgt vastgesteld:
SOEP EN HOOFDGERECHT
kleuters: 4,35 euro;
leerlingen lager onderwijs: 5,03 euro;
leerlingen lager onderwijs uit grote gezinnen (3 of meer kinderen minder dan 18 jaar): 4,83 euro.
SOEP
voor kleuters en leerlingen lager onderwijs: 0,68 euro.
Voor het debat en de argumentatie van de stemmingen, wordt verwezen naar het zittingsverslag.
/
Artikel 1.
Onderstaand retributiereglement op het gebruik van schoolmaaltijden goed te keuren.
Retributiereglement op het gebruik van schoolmaaltijden, periode 1 januari 2026 tem. 31 december 2031
Artikel 1.
De tarieven voor schoolmaaltijden, met ingang van 1 januari 2026 als volgt vast te stellen:
- Maaltijden schoolkinderen:
- kleuters: 4,35 euro;
- leerlingen lager onderwijs: 5,03 euro;
- leerlingen lager onderwijs uit grote gezinnen (3 of meer kinderen minder dan 18 jaar): 4,83 euro.
- Soep schoolkinderen:
- kleuters en leerlingen lager onderwijs: 0,68 euro.
Art. 2. - indexering
De tarieven voor de schoolmaaltijden worden jaarlijks geïndexeerd. Het college van burgemeester en schepenen zal deze indexering jaarlijks doorvoeren bij aanvang van een nieuw schooljaar en dit a.d.h.v. de index der consumptieprijzen van de maand mei.
Art. 3.
De inning van de schoolmaaltijden gebeurt op basis van een factuur.
Bij gebrek aan betaling in der minne zal de retributie ingevorderd worden volgens de modaliteiten bepaald in artikel 177,2° van het Decreet Lokaal Bestuur.
Art. 4. - inwerkingtreding en opheffingsbepaling
Huidig reglement treedt in werking op 1 januari 2026. Het gemeentelijk retributiereglement voor het gebruik van schoolmaaltijden, goedgekeurd door de gemeenteraad op 19 december 2019, wordt opgeheven bij de inwerkingtreding van huidig reglement.
Art. 2.
Dit besluit bekend te maken overeenkomstig de bepalingen van “Afdeling 2. Bekendmaking en inwerkingtreding, Hoofdstuk 1. Akten van het lokaal bestuur, Titel 5. De werking van het lokaal bestuur" DLB.
De gemeenteraad keurt het retributiereglement op de inzameling, het hergebruik, de recyclage, de nuttige toepassing en de verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen voor de periode 1 januari 2026 tem. 31 december 2031 goed.
Artikels 40, §3 en 41, 14° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
Artikel 173 van de Grondwet.
DLB.
Besluit van de gemeenteraad van 19 december 2019 inzake het retributiereglement betreffende het verzamelen en ophalen van afvalstoffen 2020-2025 (dossierstuk 1).
Besluit van de gemeenteraad van 16 december 2021 inzake de contantbelasting op de inzameling, het hergebruik, de recyclage, de nuttige toepassing en de verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen, aanslagjaren 2022-2025 (dossierstuk 2).
Besluit van de gemeenteraad van 30 maart 2023 inzake de opheffing van de contantbelasting op de inzameling, het hergebruik, de recyclage, de nuttige toepassing en de verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen, aanslagjaren 2022-2025 (dossierstuk 3).
Besluit van de gemeenteraad van 30 maart 2023 inzake de retributie op de inzameling, het hergebruik, de recyclage, de nuttige toepassing en de verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen, periode 1 april 2023 tem. 31 december 2025 (dossierstuk 4).
Besluit van de gemeenteraad van 14 december 2023 inzake de retributie op de inzameling, het hergebruik, de recyclage, de nuttige toepassing en de verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen, periode 1 januari 2024 tem. 31 december 2025 (dossierstuk 5).
Besluit van de gemeenteraad van 28 november 2024 inzake de wijziging van het retributiereglement op de inzameling, het hergebruik, de recyclage, de nuttige toepassing en de verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen, periode 1 december 2024 tem. 31 december 2025 (dossierstuk 6).
Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 28 oktober 2024 inzake de goedkeuring van de aanpassing aanvaardingsmodaliteiten steenpuin op Intradura recyclageparken (dossierstuk 7).
Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 24 november 2025 inzake de principiële goedkeuring van het gemeentelijk retributiereglement op inzameling, hergebruik, recyclage, nuttige toepassing en verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen voor de periode 1 januari 2026 tem. 31 december 2031 (dossierstuk 8).
Advies van Intradura van 14 november 2025:
Tarieven grofvuil-aan-huis en op de recyclageparken
Intradura adviseert om de tarifering van grofvuil (h-a-h en recyclageparken) ook met 25% te verhogen. Indien gewenst, dient dit aangevuld te worden in het ontwerp gemeenteraadsbeslissing
De Vlaamse regelgeving verplicht lokale besturen om bij de aanrekening van dienstverlening rond huishoudelijk afval de werkelijke kost aan te rekenen.
Intradura baat op het grondgebied Grimbergen 2 recyclageparken uit gelegen te Humbeeksesteenweg 243, 1850 Grimbergen en Nijverheidslaan 4 en 6 te 1853 Grimbergen. Ter bescherming van het leefmilieu is het noodzakelijk dat het huishoudelijk afval (en het vergelijkbaar bedrijfsafval) tot een minimum beperkt wordt en het afval maximaal selectief ingezameld wordt.
Er dient prioriteit verleend te worden aan afvalvoorkoming en hergebruik van afvalstoffen.
In tweede instantie dient het huishoudelijk afval (en het vergelijkbaar bedrijfsafval) maximaal selectief ingezameld te worden.
De kosten van inzameling, hergebruik, recyclage, nuttige toepassing en verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen (en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen) wegen zwaar door op de gemeentelijke financiën.
De kosten van inzameling, hergebruik, recyclage, nuttige toepassing en verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen (en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen) worden verhaald op de aanbieders volgens het principe ‘de vervuiler’ betaalt.
De tarieven worden als volgt aangepast overeenkomstig het advies van Intradura:
|
|
Oud tarief groot restafval en asbest |
Oud tarief recycleerbaar afval (groen, harde plastics, hout) |
Oud tarief Steenpuin |
Nieuw tarief groot restafval en asbest |
Nieuw tarief recycleerbaar afval (groen, harde plastics, hout) |
Nieuw tarief Steenpuin |
| Cat 1 |
5,00 |
2,50 |
5,00 |
6,25 |
2,50 (ongewijzigd) |
6,25 |
| Cat 2 |
10,00 |
5,00 |
10,00 |
12,50 |
5,00 (ongewijzigd) |
12,50 |
| Cat 3 |
20,00 |
10,00 |
20,00 |
25,00 |
10,00 (ongewijzigd) |
25,00 |
| Cat 4 |
30,00 |
15,00 |
30,00 |
37,50 |
15,00 (ongewijzigd) |
37,50 |
| Cat 5 |
40,00 |
20,00 |
40,00 |
50,00 |
20,00 (ongewijzigd) |
50,00 |
| Cat 6 |
60,00 |
30,00 |
60,00 |
75,00 |
30,00 (ongewijzigd) |
75,00 |
De tarieven van de niet-recycleerbare fracties (groot restafval - asbest - steenpuin) zullen jaarlijks worden geïndexeerd.
/
Artikel 1.
Onderstaand retributiereglement op de inzameling, het hergebruik, de recyclage, de nuttige toepassing en de verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen goed te keuren:
Retributiereglement op de inzameling, het hergebruik, de recyclage, de nuttige toepassing en de verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen - periode 1 januari 2026 tem. 31 december 2031
Artikel 1.
Met ingang van 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2031, wordt een retributie gevestigd voor het aanbieden van groot restafval, groenafval, houtafval, harde plastics, steenpuin, gemengd bouwafval en bouwafval met hechtgebonden asbest op de recyclageparken op het Grimbergs grondgebied.
Het groot restafval, groenafval, houtafval, harde plastics, steenpuin, gemengd bouwafval en bouwafval met hechtgebonden asbest kunnen tegen betaling aangeboden worden op het recyclagepark in samenwerking met en volgens de voorschriften van Intradura. De wijze van betaling geschiedt op de door Intradura voorgeschreven wijze, door middel van afgifte van een betaalbewijs conform de regels van Intradura of door elektronische betaling via betaalautomaat.
Art. 2. - berekening en tarieven
De basis van de tarifering wordt gevormd door het volume van het aangeboden afval volgens de geldende tariefcategorie. Dit volume wordt bepaald als het volume van de meetkundige balk gevormd door de uiteindes van het afval in de verschillende dimensies.
Volgende categorieën worden onderscheiden:
- Categorie 1: Volume tot 0,25 m3
- Categorie 2: Volume tussen 0,25 en 0,5 m3
- Categorie 3: Volume tussen 0,5 en 1 m3
- Categorie 4: Volume tussen 1 en 1,5 m3
- Categorie 5: Volume tussen 1,5 en 2 m3
- Categorie 6: Volume tussen 2 en 3 m3
Volgende tarieven worden gehanteerd in euro.
Groot restafval en asbest Recycleerbaar (groen, harde plastics, hout) Steenpuin Cat. 1 6,25 euro 2,50 euro 6,25 euro Cat. 2 12,50 euro 5,00 euro 12,50 euro Cat. 3 25,00 euro 10,00 euro 25,00 euro Cat. 4 37,50 euro 15,00 euro 37,50 euro Cat. 5 50,00 euro 20,00 euro 50,00 euro Cat. 6 75,00 euro 30,00 euro 75,00 euro
In afwijking van bovenstaande tarieven wordt voor zetels en sanitair porselein (WC, lavabo) een vast tarief gehanteerd van 5,00 euro, voor meerpersoons zetels geldt een vast tarief van 10,00 euro.
Ieder gezin heeft recht op een jaarlijkse vrijstelling van 25,00 euro voor de aanvoer van recycleerbaar afval en 25,00 euro voor de aanvoer van asbesthoudend afval.
Bij een jaarlijkse aanvoer per gezin voor meer dan 100,00 euro (inclusief de jaarlijkse vrijstelling van 25,00 euro), worden de tarieven verhoogd met 50 %. Zowel de vrijstelling als de verhoging worden berekend per kalenderjaar.
Voor de aanvraag van een toegangsbadge voor KMO’s en voor personen met eigendom of verblijf in de gemeente zonder domicilie wordt een éénmalige administratieve kost van 20,00 euro aangerekend.
Er wordt aan de KMO's enkel toegang (en een toegangsbadge) tot het recyclagepark verleend voor het aanbieden van vergelijkbaar bedrijfsafval en niet voor het aanbieden van gelijkaardig bedrijfsafval.
Vergelijkbaar bedrijfsafval is afval afkomstig van bedrijven dat in de aard en hoeveelheid vergelijkbaar is aan wat een huishouden produceert. Gelijkaardig bedrijfsafval is in hoeveelheid niet vergelijkbaar met huishoudelijk afval en wordt niet aanvaard op het recyclagepark.
Art. 3. - indexering
De tarieven van de niet-recycleerbare fracties (groot restafval - asbest - steenpuin) zoals vermeld onder artikel 2 worden jaarlijks automatisch geïndexeerd op basis van de consumptieprijsindex, met referentiejaar (“jaar 0”) gelijk aan 1 januari 2026.
De aangepaste prijzen worden vastgesteld met twee cijfers na de komma en afgerond naar het dichtstbijzijnde eurocent volgens de gangbare afrondingsregels.
De nieuwe tarieven treden automatisch in werking op 1 januari van het daaropvolgende jaar.
Art. 4. - wijze van invordering
De retributie wordt contant betaald door middel van afgifte van een betaalbewijs conform de regels van Intradura of door elektronische betaling via betaalautomaat.
Bij gebrek aan betaling zal de retributie ingevorderd worden via dwangbevel overeenkomstig artikel 177 van het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017, of in voorkomend geval langs gerechtelijke weg.
Art. 2.
Dit besluit bekend te maken overeenkomstig de bepalingen van “Afdeling 2. Bekendmaking en inwerkingtreding, Hoofdstuk 1. Akten van het lokaal bestuur, Titel 5. De werking van het lokaal bestuur" DLB.
De gemeenteraad keurt het retributiereglement op de verhuring van instrumenten door de gemeentelijke Academie voor Muziek, Woord en Dans voor de periode 1 januari 2026 tem. 31 december 2031 goed.
Artikels 40, §3 en 41, 14° van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
/
De gemeentelijke verhuurt instrumenten aan de leerlingen die ingeschreven zijn aan de gemeentelijke Academie voor Muziek, Woord en Dans. Hier staat een huurprijs tegenover, dewelke in huidig reglement vastgesteld worden.
Het gemeentelijk retributiereglement betreffende de verhuring van instrumenten door de gemeentelijke Academie voor Muziek, Woord en Dans, goedgekeurd in de gemeenteraadszitting van 19 december 2019 en vastgesteld voor de periode 2020-2025, verloopt op 31 december 2025.
Een hernieuwing van dit reglement is aldus noodzakelijk.
/
Artikel 1.
Onderstaand retributiereglement betreffende de verhuring van instrumenten door de gemeentelijke Academie voor Muziek, Woord en Dans goed te keuren:
Retributiereglement betreffende de verhuring van instrumenten door de gemeentelijke Academie voor Muziek, Woord en Dans, periode 1 januari 2026 tem. 31 december 2031
Artikel 1.
Met ingang van 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt de retributie inzake de verhuring van instrumenten door de gemeentelijke Academie voor Muziek, Woord en Dans, vastgelegd op 45,00 Euro voor de regelmatig-financierbare leerling.
Art. 2.
De retributie is verschuldigd door de regelmatig-financierbare leerling per gehuurd instrument en per schooljaar.
Art. 3.
Regelmatig-financierbare leerlingen die beschikken over een UITPAS met kansenstatuut kunnen gratis een instrument huren, met uitzondering van de waarborg zoals vermeld onder artikel 6.
Art. 4.
Elke regelmatig-financierbare leerling kan gebruik maken van het huursysteem, voor zover de gevraagde instrumenten in stock aanwezig zijn.
Art. 5. - uitleenduur
De uitleenduur wordt vastgelegd als volgt:
- Er is een maximale uitleenduur van 5 jaar.
- Voor de strijkers bedraagt de uitleenduur voor de modellen 4/4 slechts 2 jaar, behalve wanneer de leerling start met een model 4/4. In dit geval bedraagt deze eveneens 5 jaar.
- Voor de leerling die is ingeschreven in de eerste graad Muziek en een instrument huurt, tellen de schooljaren 1.1 en 1.2 niet mee voor het berekenen van de maximale uitleenduur van 5 jaar.
- De directie behoudt zich het recht om de maximale uitleenduur met telkens 1 jaar te verlengen indien zou blijken dat het desbetreffende instrument door niemand anders zal gehuurd worden. Een instrument is minder aan slijtage onderhevig wanneer het bespeeld wordt.
- De directie behoudt zich het recht om de maximale uitleenduur te verminderen indien zich een tekort aan één of ander instrument voordoet. Zij behoudt het recht in dit geval het instrument terug te vorderen.
Art. 6. - waarborg
De waarborg voor elk gehuurd instrument wordt vastgelegd op 50,00 euro. Wanneer het instrument tijdig en in goede staat ingeleverd wordt, wordt deze som terugbetaald.
Art. 7.
De betaling van het huurgeld en de waarborg gebeurt als volgt:
- Bij uitlening van het instrument voor de eerste keer, zal de betaling van het huurgeld én de waarborg gebeuren via bancontact op het moment dat het instrument afgehaald wordt.
- Voor de verdere jaren zal de huurder een betalingsformulier toegestuurd krijgen. De huurder krijgt uiterlijk 30 dagen de tijd om het huurgeld te betalen, dit kan via overschrijving of via bancontact op het secretariaat van de Academie. Het bank- of postuittreksel geldt als bewijs van betaling.
- De directie van de gemeentelijke Academie voor Muziek, Woord en Dans, behoudt zich het recht voor het instrument terug te vorderen bij laattijdige betaling.
Art. 8.
De instrumenten mogen gebruikt worden voor activiteiten buiten de Academie. Dit gebeurt steeds op verantwoordelijkheid van de leerling/ouders.
Art. 9.
De huurder draagt de volledige verantwoordelijkheid voor het instrument:
- De kosten voor herstel van beschadigingen vallen ten laste van de huurder.
- Kosten die het gevolg zijn van normale slijtage van het instrument vallen onder de verantwoordelijkheid van de verhuurder.
- Bij verlies of diefstal dient de schadeloosstelling, aan de hand van de huidige waarde van het instrument, te gebeuren door de huurder.
Art. 10.
De huurder heeft 14 dagen de tijd om het instrument in te leveren, dit na het beëindigen van de studies, na het staken van de studies of na afloop van de uitleenduur van het instrument. Bij niet of niet-tijdige inlevering van het instrument, behoudt de directie zich het recht om ook huurgeld te vragen voor het lopende schooljaar, zelfs indien betrokken leerling niet meer ingeschreven is in de Academie. Desgevallend zal ook de waarborg worden ingehouden en aangesproken.
Indien de huurder het instrument binnen de 30 dagen nog niet heeft ingediend, na het beëindigen van de studies, na het staken van de studies of na afloop van de uitleenduur van het instrument, behoudt de directie zich het recht om een schadevergoeding te vragen ter waarde van de huidige marktwaarde van het instrument. Desgevallend zal ook de waarborg worden ingehouden en aangesproken.
Art. 2.
Dit besluit bekend te maken overeenkomstig de bepalingen van “Afdeling 2. Bekendmaking en inwerkingtreding, Hoofdstuk 1. Akten van het lokaal bestuur, Titel 5. De werking van het lokaal bestuur" DLB.
De gemeenteraad keurt het retributiereglement op het uitlenen van gemeentelijke materialen voor de periode 1 januari 2026 tem. 31 december 2031 goed.
Artikels 40, §3 en 41, 14° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
/
De gemeente leent regelmatig keuken-, feest- en andere gemeentelijke materialen uit aan derden in het kader van o.a. evenementen en andere activiteiten georganiseerd op Grimbergs grondgebied. Het is billijk om hiervoor een vergoeding te vragen.
In het kader van de btw-wetgeving is de verhuur van materiaal btw-plichtig (21%) naargelang het omzetcijfer die deze verhuur met zich mee brengt (drempelbedrag van 25.000 euro). De tarieven in voorliggend reglement zijn inclusief BTW.
Volgende materialen/diensten worden toegevoegd aan het retributiereglement:
/
Artikel 1.
Onderstaand retributiereglement op het uitlenen van gemeentelijke materialen goed te keuren:
Retributiereglement op het uitlenen van gemeentelijke materialen voor de periode 1 januari 2026 tem. 31 december 2031
Artikel 1. - Belastbare grondslag
Met ingang van 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie gevestigd op het uitlenen van gemeentelijke materialen.
De bedragen voor de retributies vastgelegd in huidig reglement zijn van toepassing op alle aanvragen ingediend vanaf 1 januari 2026 tem. 31 december 2031.
Art. 2. - Overgangsbepaling
Voor alle aanvragen die ontvangen werden vóór de inwerkingtreding van huidig reglement en die betrekking hebben op het uitlenen van: matten, afvaleilanden, tentoonstellingspanelen, kiespanelen, standpijpen, infoborden en elektrische kabels zal nog een tarief van 0 euro worden toegepast.
Art. 3. - Tarieven
§ 1. Het uitlenen van keuken- en feestmaterialen:
De tarieven gelden voor een huurperiode met inbegrip van maximaal 1 weekend.
1. Keukenmateriaal
Prijs exclusief BTW
Prijs inclusief BTW
a) prijs per 25 stuks
diepe borden
2,55 euro
3,09 euro
platte borden
2,55 euro
3,09 euro
dessertborden
2,55 euro
3,09 euro
messen
2,55 euro
3,09 euro
vorken
2,55 euro
3,09 euro
lepels
2,55 euro
3,09 euro
kopjes
2,55 euro
3,09 euro
schoteltjes
2,55 euro
3,09 euro
koffielepels
2,55 euro
3,09 euro
Mokken
2,55 euro
3,09 euro
b) prijs per 40 stuks
fluitglazen
4,08 euro
4,94 euro
c) prijs per 24 stuks
wijn/fruitsapglazen
4,08 euro
4,94 euro
d) prijs per stuk
koffiekan
0,81 euro
0,99 euro
melkkan
0,31 euro
0,37 euro
suikerpot
0,31 euro
0,37 euro
2. Feestmateriaal
a) prijs per 25 stuks
stoel (plooistoel)
5,10 euro
6,17 euro
b) prijs per stuk
tafel (uitvouwbaar - 8 personen - 2mx0,8m) 2,04 2,47 euro
partytafel (zonder hoes)
2,04 euro
2,47 euro
podiumelement (2mx1m = 2m²)
6,12 euro
7,41 euro
decibelmeter
gratis
gratis
CO2-meter
gratis
gratis
ledlampslinger (20m – bevat 40 lampen)
10,20 euro
12,34 euro
volksspel - circuskoffer
5,10 euro
6,17 euro
nadar (2,20mx1,10m)
gratis
gratis
fuifbox
gratis
gratis
mobiele fietsenstalling
gratis
gratis
vouwtent 3m x 3m met set zijwanden en voetgewichten
20,40 euro
24,68 euro
vouwtent 3m x 6m met set zijwanden en voetgewichten
25,50 euro
30,86 euro
tentoonstellingspanelen 16,53 euro 20,00 euro standpijpen 53,72 euro 65,00 euro afvaleilanden 1,65 euro 2,00 euro infoborden 4,13 euro 5,00 euro afvoer en vernietiging infoborden ingevolge niet-afhaling 4,13 euro 5,00 euro kiespanelen 1,65 euro 2,00 euro c) forfaitair bedrag (vervoer, plaatsing en afbraak inbegrepen)
podiumwagen (6,25m x 7,50m)
178,50 euro
215,99 euro
chalet (3m x 3m)
122,40 euro
148,10 euro
elektroverdeelkast
86,70 euro
104,91 euro
d) prijs per sportterrein
matten
123,97 euro 150,00 euro
e) prijs per lopende meter
elektrische kabels 1,24 euro 1,5 euro 3. Tenten – Uitleen is enkel toegestaan voor jeugdkampen in de periode van 15 juni tot 15 september Gratis – Op te halen door de jeugdvereniging zelf in het gemeentelijk magazijn.
4. Vlaggenmasten en vlaggen - Worden enkel gebruikt en geplaatst ter gelegenheid van een officiële gemeentelijke of plaatselijke kermis zoals bepaald in het reglement op de kermissen en voor activiteiten waar de gemeente als mede-organisator optreedt.
Het ontlenen van bovengenoemde materialen is gratis voor:
de activiteiten van het plaatselijke organisatiecomité tijdens een officiële gemeentelijke of plaatselijke kermis zoals bepaald in het reglement op de kermissen;
activiteiten van andere organisatoren tijdens een officiële gemeentelijke of plaatselijke kermis voor zover zij door het college vooraf erkend werden als deel uitmakend van de kermis;
een activiteit van het gemeentelijk onderwijs;
Grimbergse bestuurlijke diensten, adviesraden en commissies voor activiteiten eigen aan hun werking;
activiteiten die door andere openbare besturen dan de gemeente Grimbergen georganiseerd worden.
De mobiele fietsenstalling wordt enkel uitgeleend voor evenementen en gemeentelijke kermissen met een verwacht aantal bezoekers hoger dan 500 personen.
§ 2. Het vervoer van feestmateriaal:
Alle keuken- en feestmateriaal moet afgehaald en teruggebracht worden in de gemeentelijke loodsen. Uitzonderingen: de fuifbox, volksspelen en circuskoffer moeten afgehaald/teruggebracht worden bij de dienst Vrije Tijd – Cel Jeugd.
Belangrijke informatie over de locaties en verplichte afhaal- en terugbrengmomenten – zie artikel 6.
De gemeentelijke diensten kunnen eventueel instaan voor het vervoer van feestmateriaal. (niet voor keukenmateriaal en niet voor tenten jeugdkampen).
Tenzij anders vermeld wordt voor het vervoer forfaitair 125,00 euro per rit (1 rit = 1 x leveren en ophalen met 1 voertuig) aangerekend. In dit vervoer is in- en uitladen door de gemeentediensten inbegrepen.
Het vervoer en de plaatsing is gratis ter gelegenheid van:
de activiteiten van het plaatselijke organisatiecomité tijdens een officiële gemeentelijke of plaatselijke kermis zoals bepaald in het reglement op de kermissen;
activiteiten van andere organisatoren tijdens een officiële gemeentelijke of plaatselijke kermis voor zover zij door het college vooraf erkend werden als deel uitmakend van de kermis;
een activiteit van het gemeentelijk onderwijs;
Grimbergse bestuurlijke diensten, adviesraden en commissies voor activiteiten eigen aan hun werking;
Ter gelegenheid van activiteiten die door andere openbare besturen dan gemeente Grimbergen georganiseerd worden, dienen deze besturen zelf voor vervoer in te staan.
Art. 4.
De retributie is verschuldigd door de vereniging/organisatie/buurtcomité/onderwijsinstelling die de aanvraag doet om de materialen te ontlenen.
Art. 5. - Indexering
De tarieven vermeld onder artikel 3 worden jaarlijks, en voor de eerste maal op 1 januari 2027, aangepast aan de index der consumptieprijzen volgens onderstaande formule:
Tarief x nieuwe index (*) / basisindex (**)
* Nieuwe index = index van de maand december voorafgaand aan het dienstjaar
** Basisindex = index van de maand december 2025
Art. 6. – Afhalen en terugbrengen: locaties en uren
Gemeentelijke loodsen
Welke materialen:
alle keukenmaterialen
alle feestmaterialen met uitzondering van de fuifbox, volksspelen en circuskoffer
Adres: Humbeeksesteenweg 245, 1850 Grimbergen
Verplichte afhaal- en terugbrengmomenten:
afhalen op vrijdag tussen 9 uur en 11:30 uur
terugbrengen op maandag tussen 9 uur en 11:30 uur
indien vrijdag en/of maandag op een wettelijke feestdag valt, verschuift het afhaalmoment naar donderdag en/of terugbrengmoment naar dinsdag (zelfde uren)
Dienst Vrije Tijd – Cel Jeugd
Welke materialen:
fuifbox, volksspelen en circuskoffer
Adres: Prinsenstraat 22, 1850 Grimbergen
Verplichte afhaal- en terugbrengmomenten:
afhalen en/of terugbrengen op woensdag tussen 13 en 16 uur en donderdag tussen 16:30 uur en 19:15 uur
Art. 7. - Gebruikers
Bovengenoemde materialen kunnen aan de geldende tarieven uitgeleend worden door:
Elke vereniging erkend door een adviesraad van de gemeente Grimbergen;
Elke Nederlandstalige non-profit organisatie met zetel in Grimbergen, inbegrepen gemeentelijke politieke partijen;
Elk buurtcomité dat voldoet aan de voorwaarden om een feestbon/wijkbon te krijgen;
Onderwijsinstellingen gelegen op Grimbergs grondgebied.
Voor andere gemeentebesturen is het ontlenen van de materialen, vermeld in dit reglement, gratis. Materialen worden niet uitgeleend aan particulieren, bedrijven, handelaars en niet-Grimbergse verenigingen.
Art. 8. - Aanvragen
Elke plaatselijke organisator is verplicht de keukenmaterialen, feestmaterialen en tenten (enkel jeugdverenigingen voor kampen) aan te vragen via het E-loket aanvraagformulier dat terug te vinden is op de website https://www.grimbergen.be.
De aanvraag dient uiterlijk 1 maand voor het evenement ingediend te worden.
Art. 9. - Annulaties en wijzigingen
Het gemeentebestuur moet uiterlijk een week voor het geplande evenement in kennis worden gesteld van een annulatie of wijziging van de aanvraag en dit via een mailbericht naar verhuur@grimbergen.be. Indien de voorgeschreven procedure en/of termijn niet gerespecteerd wordt, zal de voorziene uitleenkost integraal verschuldigd blijven.
Art. 10. - Aansprakelijkheid
§ 1. De ontlener is volledig verantwoordelijk voor mogelijke ongevallen die met de ontleende gemeentematerialen gebeuren.
Hij is tevens verantwoordelijk voor alle schade aan de materialen en aan derden, vanaf de afhaling tot en met de teruggave van de ontleende materialen.
Bij schade aan materialen, verlies van materialen, het niet-reinigen van materialen na gebruik en/of het niet tijdig terugbrengen van de ontleende materialen kan het gemeentebestuur de gemaakte kosten doorfactureren aan de ontlener.
§ 2. Overzicht waarde/kostprijs materialen
diepe borden
2,00 euro per stuk
platte borden
2,00 euro per stuk
dessertborden
1,80 euro per stuk
messen
2,00 euro per stuk
vorken
2,00 euro per stuk
lepels
2,00 euro per stuk
kopjes
2,00 euro per stuk
schoteltjes
1,50 euro per stuk
koffielepels
1,30 euro per stuk
mokken
2,00 euro per stuk
fluitglazen
2,00 euro per stuk
wijn/fruitsapglazen
1,30 euro per stuk
koffiekan
15,10 euro per stuk
melkkan
4,00 euro per stuk
suikerpot
4,00 euro per stuk
stoel (plooistoel)
15,67 euro per stuk
tafel (uitvouwbaar - 8 personen - 2mx0,8m)
267,41 euro per stuk
podiumelement (2m x 1m = 2m²)
1.240,32 euro per stuk
partytafel (zonder hoes)
Kostprijs afhankelijk van de nodige vervanging en/of herstelling
decibelmeter
Kostprijs afhankelijk van de nodige vervanging en/of herstelling
CO²-meter
Kostprijs afhankelijk van de nodige vervanging en/of herstelling
ledlampslinger (20m – bevat 40 lampen)
Kostprijs afhankelijk van de nodige vervanging en/of herstelling
volksspel - circuskoffer
Kostprijs afhankelijk van de nodige vervanging en/of herstelling van de inhoud van het volksspel/koffer nadar (2,20mx1,10m)
Kostprijs afhankelijk van de nodige vervanging en/of herstelling
fuifbox
Kostprijs afhankelijk van de nodige vervanging en/of herstelling van de inhoud van de fuifbox mobiele fietsenstalling
Kostprijs afhankelijk van de nodige vervanging en/of herstelling
podiumwagen
Kostprijs afhankelijk van de nodige vervanging en/of herstelling
chalet
Kostprijs afhankelijk van de nodige vervanging en/of herstelling
elektroverdeelkast
Kostprijs afhankelijk van de nodige vervanging en/of herstelling
vouwtent 3m x 3m met set zijwanden voetgewichten
Kostprijs afhankelijk van de nodige vervanging en/of herstelling
vouwtent 3m x 6m met set zijwanden voetgewichten
Kostprijs afhankelijk van de nodige vervanging en/of herstelling
matten
Kostprijs afhankelijk van de nodige vervanging en/of herstelling
afvaleilanden Kostprijs afhankelijk van de nodige vervanging en/of herstelling standpijpen Kostprijs afhankelijk van de nodige vervanging en/of herstelling elektrische kabels Kostprijs afhankelijk van de nodige vervanging en/of herstelling tentoonstellingspanelen Kostprijs afhankelijk van de nodige vervanging en/of herstelling kiespanelen Kostprijs afhankelijk van de nodige vervanging en/of herstelling Jeugdkamptenten (5,65m x 6m) Kostprijs afhankelijk van de nodige vervanging en/of herstelling
Art. 11. – Bijkomende bepalingen
Het gemeentebestuur behoudt het recht om, onder uitzonderlijke omstandigheden, zelf een wijziging in het aantal gereserveerde materialen door te voeren en zal de ontlener hiervan tijdig op de hoogte brengen. De aanvrager van de materialen heeft in dit geval geen recht op verhaal of schadevergoeding.
Onderverhuren, overdragen naar of lenen aan derden is niet toegestaan.
Het materiaal mag enkel gebruikt worden voor de in de aanvraag vermelde activiteit.
Aanvragen voor eventuele terugkerende evenementen moeten ieder jaar per evenement opnieuw ingediend worden.
Art. 12. - Wijze van invordering
De retributie wordt ingevorderd door middel van een factuur. Bij niet-betaling zal de retributie worden ingevorderd overeenkomstig artikel 177 van het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Art. 13. - Inwerkingtreding
Huidig reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Art. 2.
Dit besluit bekend te maken overeenkomstig de bepalingen van “Afdeling 2. Bekendmaking en inwerkingtreding, Hoofdstuk 1. Akten van het lokaal bestuur, Titel 5. De werking van het lokaal bestuur" DLB.
De gemeenteraad keurt het gemeentelijk retributiereglement voor leerlingen die ingeschreven zijn in de Academie voor Muziek, Woord en Dans voor de periode 1 januari 2026 tem. 31 december 2031 goed.
Artikels 40, §3 en 41, 14° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 24 november 2025 inzake de principiële goedkeuring van het gemeentelijk retributiereglement voor leerlingen die ingeschreven zijn in de gemeentelijke Academie voor Muziek, Woord en Dans, periode 1 januari 2026 tem. 31 december 2031 (dossierstuk 2).
/
Het gemeentelijk retributiereglement voor de leerlingen die ingeschreven zijn in de gemeentelijke Academie voor Muziek, Woord en Dans, goedgekeurd in de gemeenteraadszitting van 19 december 2019, vastgesteld voor de periode 2020-2025, verloopt op 31 december 2025.
Een hernieuwing van dit reglement is aldus noodzakelijk.
De leerlingen betalen naast hun inschrijvingsgeld een bedrag dat wordt aangewend voor het kopiëren van originele muziekpartituren alsook een bijdrage voor het bijwonen van 5 voorstellingen in het Cultuurcentrum te Strombeek-Bever.
De tarieven voor de niet-inwoners van Grimbergen worden verhoogd als volgt:
| Niet-inwoner van Grimbergen | |
| Inschrijvingsgelden (per domein): | |
| Jonger dan 18 jaar | verhoging van 97,00 euro naar 112,00 euro |
| 18-24 jaar | verhoging van 178,00 euro naar 208,00 euro |
| Vanaf 25 jaar | verhoging van 405,00 euro naar 435,00 euro |
| Toeslag muziekinitiatie 6-7 jaar: | verhoging van 125,00 euro naar 140,00 euro |
| Verminderde tarieven: | |
| Vanaf 2e gezinslid jonger dan 18 jaar waarvan reeds 1 gezinslid is ingeschreven | verhoging van 68,00 euro naar 71,00 euro |
| Voor leerlingen jonger dan 18 jaar, ingeschreven voor een tweede domein | verhoging van 58,00 euro naar 61,00 euro |
| Vanaf 25 jaar, sociale toelage | verhoging van 178,00 euro naar 184,00 euro |
De tarieven voor de inwoners van Grimbergen blijven ongewijzigd.
/
Artikel 1.
Onderstaand retributiereglement voor leerlingen die ingeschreven zijn in de gemeentelijke Academie voor Muziek, Woord en Dans goed te keuren:
Retributiereglement voor leerlingen die ingeschreven zijn in de gemeentelijke Academie voor Muziek, Woord en Dans, periode 1 januari 2026 tem. 31 december 2031
Artikel 1.
Met ingang van 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt er een retributie gevestigd voor de leerlingen ingeschreven aan de gemeentelijke Academie voor Muziek, Woord en Dans.
Art. 2. - Tarieven
Inwoner van Grimbergen Niet-inwoner van Grimbergen Inschrijvingsgelden (per domein): Jonger dan 18 jaar 97,00 euro 112,00 euro 18-24 jaar 178,00 euro 208,00 euro Vanaf 25 jaar 405,00 euro 435,00 euro Toeslag muziekinitiatie 6-7 jaar: 75,00 euro 140,00 euro Verminderde tarieven: Vanaf 2e gezinslid jonger dan 18 jaar waarvan reeds 1 gezinslid is ingeschreven 68,00 euro 71,00 euro Voor leerlingen jonger dan 18 jaar, ingeschreven voor een tweede domein 58,00 euro 61,00 euro Vanaf 25 jaar, sociale toelage 178,00 euro 184,00 euro Bovenvermelde tarieven zijn inclusief de bijdrage voor het kopiëren van originele muziekpartituren (5,00 euro) en de bijdrage voor het bijwonen van 5 voorstellingen in het Cultuurcentrum (5,00 euro).
Art. 3.
De retributie wordt digitaal of via bancontact betaald. Indien een leerling de studies staakt of onderbreekt, is er geenszins recht op een teruggave van de retributie.
Bij gebrek aan betaling in der minne zal de retributie ingevorderd worden volgens de modaliteiten bepaald in artikel 177,2° van het Decreet Lokaal Bestuur.
Art. 2.
Dit besluit bekend te maken overeenkomstig de bepalingen van “Afdeling 2. Bekendmaking en inwerkingtreding, Hoofdstuk 1. Akten van het lokaal bestuur, Titel 5. De werking van het lokaal bestuur" DLB.
De gemeenteraad keurt het retributiereglement voor de concessies op de gemeentelijke begraafplaatsen en voor de levering en plaatsing van een grafkelder, urnenkelder of columbariumnis, voor de periode 1 januari 2026 tem. 31 december 2031 goed.
Artikels 40, §3 en 41, 14° van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
/
Het is aangewezen om het reglement aan te passen aan de huidige noden en werkwijze. Het is aangewezen om tarieven aan te passen zodat de kosten die door de gemeente worden gemaakt volledig worden gedekt.
De gemeenteraad stelt het tarief en de voorwaarden voor het verlenen van concessies vast.
De mogelijkheid van grafconcessies bezwaart de gemeentelijke begraafplaatsen. Het is aangewezen dat personen vreemd aan de gemeente zoveel mogelijk buiten de gemeente begraven worden en de gemeentelijke begraafplaatsen in eerste instantie bestemd zijn voor het begraven van inwoners.
Het vragen van een hoger tarief voor niet-inwoners kan de aanvragen van niet-inwoners om te worden begraven op een gemeentelijke begraafplaats enigszins beperken.
Het gemeentelijk retributiereglement voor de concessies op de gemeentelijke begraafplaats en voor de levering en plaatsing van een grafkelder, urnenkelder en columbariumnis, goedgekeurd in de gemeenteraadsbeslissing van 19 december 2019, verloopt op 31 december 2025.
Een hernieuwing van dit reglement voor de periode 2026-2031 is aldus noodzakelijk.
De tarieven voor concessies worden met 30% verhoogd omdat ze sinds 2019 niet zijn aangepast en ook nooit werden geïndexeerd.
/
Artikel 1.
Onderstaand retributiereglement op de gemeentelijke begraafplaatsen en voor de levering en plaatsing van een grafkelder, urnenkelder of columbariumnis goed te keuren:
Retributiereglement voor de concessies op de gemeentelijke begraafplaatsen en voor de levering en plaatsing van een grafkelder, urnenkelder of columbariumnis, periode 1 januari 2026 tem. 31 december 2031
Artikel 1.
Met ingang van 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een gemeentelijke retributie gevestigd voor de concessies op de gemeentelijke begraafplaats en voor de levering en plaatsing van een grafkelder, urnenkelder en columbariumnis.
Art. 2. - tarieven
Het tarief van de retributie wordt als volgt vastgesteld:
§1. Geconcedeerd perceel voor begraving in volle grond
- Concessie van 1 persoon in volle grond (25 jaar): 1.170,00 euro + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro)
- Verlenging concessie 25 jaar voor 1 persoon in volle grond: 1.170,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro)
§2. Geconcedeerde grafkelders:
- Concessie 25 jaar voor 2 personen: 2.080,00 euro + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro). Prijs is voor 2 personen (inclusief plaatsing van grafkelder).
- Verlenging concessie 25 jaar voor 2 personen: 2.080,00 euro + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro). Prijs is voor 2 personen.
- Concessie 25 jaar voor 3 personen: 2.600,00 euro + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro). Prijs is voor 3 personen (inclusief plaatsing van grafkelder).
- Verlenging concessie 25 jaar voor 3 personen: 2.600,00 euro + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro). Prijs is voor 3 personen.
§3. Geconcedeerde columbariumnissen:
- Concessie 25 jaar voor 1 persoon: 1.040,00 euro + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro). Prijs is voor 1 persoon (inclusief plaatsing columbariumnis).
- Verlenging concessie 25 jaar voor 1 persoon: 1.040,00 euro + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro).
- Concessie 25 jaar voor 2 personen: 1.820,00 euro + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro). Prijs is voor 2 personen (inclusief plaatsing columbariumnis).
- Verlenging concessie 25 jaar voor 2 personen: 1.820,00 euro + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro). Prijs is voor 2 personen.
- Concessie 25 jaar voor 3 personen: 2.340,00 euro + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro). Prijs is voor 3 personen (inclusief plaatsing columbariumnis).
- Verlenging concessie 25 jaar voor 3 personen: 2.340,00 euro + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro). Prijs is voor 3 personen.
§4. Geconcedeerde begraving van urnen in urnekelder:
- Concessie 25 jaar voor 1 persoon: 1.040,00 euro + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro). Prijs is inclusief plaatsing urnekelder.
- Verlenging concessie 25 jaar voor 1 persoon: 1.040,00 euro + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro).
- concessie 25 jaar voor 2 personen: 1.820,00 euro + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro). Prijs is voor 2 personen (inclusief plaatsing urnekelder).
- Verlenging concessie 25 jaar voor 2 personen: 1.820,00 euro + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro). Prijs is voor 2 personen.
- Concessie 25 jaar voor 3 personen: 2.340,00 euro + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro). Prijs is voor 3 personen (inclusief plaatsing urnekelder).
- Verlenging concessie 25 jaar voor 3 personen: 2.340,00 euro + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro). Prijs is voor 3 personen.
§5. Naamplaatjes bestemd voor de columbariumnissen en strooiweide: 40,00 euro + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro).
Art. 3. - indexering
De gemeenteretributie zoals vermeld in artikel 2 wordt jaarlijks op 1 januari, en voor de eerste keer op 1 januari 2027, aangepast aan de index der consumptieprijzen volgens volgende formule:
Tarief x nieuwe index (*) / basisindex (**)
* Nieuwe index = index van de maand december voorafgaand aan het aanslagjaar
** Basisindex = index van de maand december 2025
Art. 4. - algemene bepalingen tarieven
§1. De in artikel 2 vermelde tarieven zijn slechts van toepassing voor de personen die op het moment van overlijden ingeschreven zijn in de bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister van de gemeente of de personen die gedurende minstens 25 jaar in het bevolkings- of vreemdelingenregister van Grimbergen waren ingeschreven en die ten hoogste gedurende 5 jaar niet langer ingeschreven zijn in deze registers;
§2. Wanneer de overleden personen niet vallen onder de in artikel 4, §1 gestelde voorwaarden, worden de tarieven zoals vermeld in artikel 2 vermenigvuldigd met drie.
§3. Wanneer de concessie deels is voorbehouden aan personen die voldoen aan de voorwaarden opgenomen in artikel 4, §1, en deels is voorbehouden aan personen die voldoen aan de voorwaarden opgenomen in artikel 4, §2, worden de tarieven vermenigvuldigd met twee.
Art. 5. - Vrijstellingen
Van de retributie zijn vrijgesteld:
- De begraving van oud-strijders of daarmee gelijkgestelden (ereperken);
- De begraving van kinderen die de leeftijd van zeven jaar niet bereikt hebben en die op het moment van overlijden ingeschreven zijn in de bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister van de gemeente.
Art. 6.
De retributie is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die de aanvraag van de concessie indient.
Art. 7. - wijze van invordering
§1. De retributie wordt ingevorderd door middel van een factuur.
§2. Bij gebrek aan betaling in der minne zal de retributie ingevorderd worden volgens de modaliteiten bepaald in artikel 177 van het decreet lokaal bestuur.
Art. 2.
Dit besluit bekend te maken overeenkomstig de bepalingen van “Afdeling 2. Bekendmaking en inwerkingtreding, Hoofdstuk 1. Akten van het lokaal bestuur, Titel 5. De werking van het lokaal bestuur" DLB.
De gemeenteraad keurt het retributiereglement voor het vernieuwen, verlengen of vervangen van het bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister - tijdelijk verblijf, verder genoemd de "elektronische A-kaart" voor de periode 1 januari 2026 tem. 31 december 2031 goed.
Artikels 40, §3 en 41, 14° van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
/
Door het meetbureau van de Dienst Administratieve Vereenvoudiging (DAV) werd een meting van de administratieve lasten voor de gemeenten omtrent de aanvragen tot verlenging van het verblijf van een vreemdeling uitgevoerd. Uit deze meting bleek dat de administratieve afhandeling door de gemeenten beduidend omslachtiger is voor de verlenging van het bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister - tijdelijk verblijf dan voor andere verblijfsvergunningen.
Het vaststellen van een retributie van 50,00 euro vindt haar rechtvaardiging in het resultaat van deze meting.
Er werd ook vastgesteld dat het maximumbedrag van de retributie redelijk en proportioneel is aan de door de gemeente geleverde administratieve lasten.
Het gemeentelijk retributiereglement voor het vernieuwen, verlengen of vervangen van het bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister - tijdelijk verblijf, verder genoemd de "elektronische A-kaart" - periode 2020-2025 verloopt op 31 december 2025.
Een hernieuwing van dit reglement voor de periode 2026-2031 is aldus noodzakelijk.
/
Artikel 1.
Onderstaand gemeentelijk retributiereglement voor het vernieuwen, verlengen of vervangen van het bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister - tijdelijk verblijf, verder genoemd de "elektronische A-kaart" goed te keuren:
Retributiereglement voor het vernieuwen, verlengen of vervangen van het bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister - tijdelijk verblijf, verder genoemd de "elektronische A-kaart", periode 1 januari 2026 tem. 31 december 2031
Artikel 1.
Met ingang van 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie gevestigd op het vernieuwen, verlengen of vervangen van het bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister - tijdelijk verblijf, verder genoemd de "elektronische A-kaart". De retributie mag maximaal eenmaal per jaar geïnd worden en is niet terugbetaalbaar.
Art. 2.- tarieven
De retributie voor het vernieuwen, verlengen of vervangen van de "elektronische A-kaart" wordt als volgt vastgesteld:
tarief
vernieuwen, verlengen of vervangen van de "elektronische A-kaart”
- 50,00 euro + officiële kostprijs
vernieuwen, verlengen of vervangen van de "elektronische A-kaart” indien de aanvrager die gemachtigd is tot een verblijf van meer dan drie maanden in België als student, als vorser of op basis van een humanitaire regularisatie op grond van artikel 9bis van de Vreemdelingenwet
- 11,00 euro + officiële kostprijs
- 40,00 euro + officiële kostprijs bij dringende of zeer dringende procedure
vernieuwen, verlengen of vervangen van de "elektronische A-kaart” indien de aanvrager op het moment van de aanvraag minderjarig is
- 5,00 euro + officiële kostprijs
- 30,00 euro + officiële kostprijs bij dringende of zeer dringende procedure
Art. 3. - schuldenaar
De retributie is verschuldigd door de aanvrager van de vernieuwing, verlenging of vervanging van de "elektronische A-kaart".
Art. 4. - wijze van inning
De retributie wordt via bancontant of contant betaald op moment van de aanvraag van de vernieuwing, verlenging, of vervanging van de "elektronische A-kaart".
Art. 2.
Dit besluit bekend te maken overeenkomstig de bepalingen van “Afdeling 2. Bekendmaking en inwerkingtreding, Hoofdstuk 1. Akten van het lokaal bestuur, Titel 5. De werking van het lokaal bestuur" DLB.
De gemeenteraad keurt het retributiereglement betreffende inschrijvingen voor de gemeentelijke speelpleinwerking De Piereman voor de periode 1 januari 2026 tem. 31 december 2031 goed.
Artikels 40, §3 en 41, 14° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
Jeugdraad Grimbergen
In hun advies op het MJP 2026-2031 schrijven zij:
We maken ons zorgen over de stijgende prijs van de speelpleinen. Door deze verhoging dreigen ouders die net niet in aanmerking komen voor de UiTPAS uit de boot te vallen. De speelpleinen zitten telkens meteen vol, wat aantoont dat de vraag naar toegankelijk en kwaliteitsvol vrijetijdsaanbod voor kinderen en jongeren bijzonder groot is.
In het kader van speelpleinwerking ontvangt de gemeente inschrijvingsgelden op basis van de tarieven die vervat zitten in huidig retributiereglement.
Speelplein De Piereman is een sterke en kwalitatieve speelpleinwerking. Deze kwaliteit wordt mede mogelijk gemaakt door de inhoudelijke ondersteuning en begeleiding van animatoren. Hiermee wordt ook een groep jonge adolescentengevormd en wordt hen via deze weg verantwoordelijkheidszin en sociaal engagement bijgebracht.
Samen met de stuurgroep van het speelplein (het MOP) blijft men hier ook de komende jaren sterk op inzetten met de organisatie van enkele vormingsmomenten en een opleidingsweekend. Er wordt dus sterk geïnvesteerd in het kwalitatieve aanbod en men wil dat in de toekomst ook blijven doen.
De tarieven voor speelplein De Piereman liggen weliswaar hoger dan bij de meeste andere speelpleinwerkingen, al weet men dat andere gemeenten en steden eveneens de tarieven voor speelpleinwerking zullen verhogen. Andere, commerciële, kampjes kosten nu reeds een veelvoud. Ook met dit verhoogde tarief, samen met de 80%-korting via de UiTPAS, is men van mening een toegankelijk aanbod te kunnen blijven aanbieden.
Een extra troef hierbij is ook dat gebruikers nog steeds per dag zullen kunnen reserveren.
Voor de argumentatie van de stemmingen wordt verwezen naar het zittingsverslag.
/
Artikel 1.
Onderstaand retributiereglement betreffende inschrijvingen voor de gemeentelijke speelpleinwerking De Piereman goed te keuren:
Retributiereglement betreffende inschrijvingen voor de gemeentelijke speelpleinwerking De Piereman voor de periode 1 januari 2026 tem. 31 december 2031
Artikel 1.
Met ingang van 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie gevestigd voor kinderen die ingeschreven worden voor de gemeentelijke speelpleinwerking De Piereman.
De speelpleinwerking wordt georganiseerd tijdens de paas- en zomervakantie.
Art. 2. - Tarieven
§ 1. Tarieven voor deelname per dag:
Kinderen:
- waarvan (1 van) de ouder(s) woonachtig zijn (is) te Grimbergen;
- van personeelsleden van het lokale bestuur, het sociaal huis en
de gemeentelijke vzw's- die deelnemen aan de inclusiewerking of broer/zus zijn van
een kind uit deze werking.Kinderen die schoollopen in Grimbergen, maar die niet onder één van de hiernaast vermelde categorieën vallen
Dagprijs 13,00 euro/dag/kind 16,00 euro/dag/kind Dagprijs voor een kind uit een eenoudergezin of groot gezin*
11,00 euro/dag/kind 14,00 euro/dag/kind * Een groot gezin is een gezin met minstens 3 kinderen onder de 18 jaar.
Aan houders van een UiTPAS met kansentarief (op naam van het desbetreffende kind) wordt op bovenstaande tarieven een korting van 80% gegeven.
Een extra kost kan aangerekend worden wanneer kinderen laattijdig (na 18u) worden opgehaald op het speelplein. Hiervoor zal een bedrag van 10,00 euro per half uur worden aangerekend. Herhaaldelijk laattijdig ophalen kan een uitsluiting voor een volgende inschrijvingsperiode tot gevolg hebben.
§ 2. Tarief voor het busvervoer: 1,50 euro per rit per kind.
Art. 3. Annulatie en terugbetaling
Een of meerdere speelpleindagen kosteloos annuleren is mogelijk tot 10 werkdagen voor de desbetreffende speelpleindag. Deze annulatie moet via mail gebeuren naar inschrijvingen@grimbergen.be. Telefonische of mondelinge annulaties worden niet aanvaard. De terugbetaling van deze geannuleerde dagen zal na afloop van de speelpleinperiode gebeuren.
Wanneer een inschrijving niet of te laat wordt geannuleerd, zal de retributie voor de hele periode waarvoor de inschrijving geldt (inclusief tarief voor de busrit) integraal verschuldigd zijn.
Na de periode waarin kosteloos geannuleerd kan worden, kan het inschrijvingsgeld enkel terugbetaald worden na indiening van een doktersattest. Het attest dient ten laatste 10 werkdagen na het einde van de speelpleinperiode ingediend te worden via e-mail naar inschrijvingen@grimbergen.be, zo niet zal de retributie voor de hele periode waarvoor de inschrijving geldt (inclusief tarief voor de busrit) integraal verschuldigd zijn.
Als kinderen geschorst worden volgens de bepalingen van de omgangsregels die zijn opgenomen in het huishoudelijk reglement van de speelpleinwerking kan dit geen aanleiding geven tot terugbetaling of kwijtschelding van de ingeschreven dagen.
Art. 4. – Verwijzing
Verdere bepalingen betreffende de speelpleinwerking staan opgenomen in het gemeentelijk huishoudelijk reglement betreffende de speelpleinwerking De Piereman.
Art. 5. - Wijze van invordering
De retributie wordt digitaal (inschrijvingsprogramma) of door middel van factuur ingevorderd.
Bij niet-betaling zal de retributie worden ingevorderd overeenkomstig artikel 177 van het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Art. 2.
Dit besluit bekend te maken overeenkomstig de bepalingen van “Afdeling 2. Bekendmaking en inwerkingtreding, Hoofdstuk 1. Akten van het lokaal bestuur, Titel 5. De werking van het lokaal bestuur" DLB.
De gemeenteraad keurt het belastingreglement op de opcentiemen op de onroerende voorheffing voor de aanslagjaren 2026 tem. 2031 goed.
Artikels 40, §3 en 41, 14° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
/
Per besluit van de gemeenteraad van 19 december 2019, houdende de vaststelling van een gemeentelijk reglement op de opcentiemen op de onroerende voorheffing, werden de jaarlijkse gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing vastgesteld op vijfhonderdzevenenzestig (567) voor de periode 2020-2025.
Per besluit van de gemeenteraad van 27 januari 2022, houdende de vaststelling van een gemeentelijk reglement op de opcentiemen op de onroerende voorheffing, werden de jaarlijkse gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing verhoogd naar zeshonderdtwintig (620) voor de periode 2022-2025.
De jaarlijkse gemeentelijke opcentiemen worden voor de periode 2026-2031 verhoogd naar achthonderd (800).
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van de belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
Rekening houdende met de financiële toestand van de gemeente.
Voor het debat en de argumentatie van de stemmingen, wordt verwezen naar het zittingsverslag.
Raadslid William DE BOECK vraagt een hoofdelijke stemming.
Voorzitter Daan VERTONGEN legt de goedkeuring van het punt met een hoofdelijke stemming voor:
Het punt wordt met 18 stemmen voor, 6 stemmen tegen, 5 onthoudingen goedgekeurd.
/
Artikel 1.
Onderstaand belastingreglement op de opcentiemen op de onroerende voorheffing voor de aanslagjaren 2026 tem. 2031 goed te keuren:
Belastingreglement op de opcentiemen op de onroerende voorheffing – Aanslagjaren 2026 tem. 2031
Artikel 1.
Met ingang van 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2031 worden jaarlijks achthonderd (800) gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing geheven.
Art. 2. - wijze van inning
De vestiging en de inning van de gemeentebelasting gebeuren door de Vlaamse Belastingdienst.
Art. 2.
Dit besluit bekend te maken overeenkomstig de bepalingen van “Afdeling 2. Bekendmaking en inwerkingtreding, Hoofdstuk 1. Akten van het lokaal bestuur, Titel 5. De werking van het lokaal bestuur" DLB.
De gemeenteraad keurt het belastingreglement op de aanvullende belasting op de personenbelasting voor de aanslagjaren 2026 tem. 2031 goed.
Artikels 40, §3 en 41, 41° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
/
Per besluit van de gemeenteraad van 19 december 2019 en 27 januari 2022 houdende de vaststelling van een gemeentelijk belastingreglement op de aanvullende belasting op de personenbelasting werd het percentage vastgesteld op 6,80% voor de periode 2020-2025.
Dit percentage wordt voor de aanslagjaren 2026 tem. 2031 verhoogd naar 7,4%.
De beslissing van de federale overheid om de belastingvrije som te verhogen heeft een negatieve impact op de gemeentelijke ontvangsten uit de aanvullende belasting op de personenbelasting.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van de inwoners van de gemeente, gelet op de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
Rekening houdende met de financiële toestand van de gemeente.
Er wordt gevraagd naar een hoofdelijke stemming.
Voorzitter Daan VERTONGEN legt de goedkeuring van het punt met een hoofdelijke stemming voor:
Het punt wordt met 18 stemmen voor, 6 stemmen tegen, 5 onthoudingen goedgekeurd.
/
Artikel 1.
Onderstaand reglement op de aanvullende belasting op de personenbelasting voor de aanslagjaren 2026 tem. 2031 goed te keuren.
Artikel 1. – belastbare grondslag
Met ingang van 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een jaarlijkse aanvullende belasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar.
Art. 2. – aanslagvoet, berekening
De belasting wordt vastgesteld op 7,4 % van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar.
Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar.
Art. 3. - wijze van inning
De vestiging en de inning van de aanvullende gemeentebelasting gebeuren door toedoen van het bestuur van de directe belastingen, overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 466 en volgende van het Wetboek van de inkomstenbelasting 1992.
Art. 2.
Dit besluit bekend te maken overeenkomstig de bepalingen van “Afdeling 2. Bekendmaking en inwerkingtreding, Hoofdstuk 1. Akten van het lokaal bestuur, Titel 5. De werking van het lokaal bestuur" DLB.
De gemeenteraad keurt het reglement inzake verblijfsbelasting voor de aanslagjaren 2026 tem. 2031 goed.
Artikels 40, §3 en 41, 14° van het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
/
Exploitanten van toeristische logies ontvangen personen die door hun verblijf gebruik maken van gemeentelijke infrastructuur, gemeentelijke recreatieve voorzieningen en dienstverlening (o.a. inzake veiligheid), waardoor het billijk is om hiervoor een geldelijke bijdrage te vragen.
De gemeente wenst in te zetten op een vereenvoudigde belasting, dewelke de controle op een correcte naleving van het belastingreglement eenvoudig maakt. Hiervoor kan de gemeente ook beroep doen op de informatie die verstrekt wordt door Toerisme Vlaanderen. Het is de bedoeling om ook het informeel logiesaanbod, dat niet aangemeld werd bij Toerisme Vlaanderen, met voorliggend reglement te vatten.
De heffing wordt bepaald op basis van het aantal aangeboden slaapplaatsen en op basis van het logiestype. De heffing gebeurt op die manier op basis van objectieve en zekere criteria. Het basisregister van Toerisme Vlaanderen kan gebruikt worden bij de controle van de belastingaangifte.
Er wordt gekozen om met hogere tariefschijven te werken naarmate het aantal slaapplaatsen toeneemt. Dit vanuit de redenering dat logies die een hogere bezettingscapaciteit hebben doorgaans meer verkeershinder en overlast met zich meebrengen, meer impact hebben op de gemeentelijke infrastructuur en aldus meer inspanningen van de gemeente vergen, onder andere op het vlak van veiligheid.
Het staat de exploitant vrij om de belasting al dan niet gedeeltelijk door te rekenen aan de toerist.
Er wordt een vrijstelling van belasting voorzien voor:
Rekening houdende met de financiële toestand van de gemeente.
De tarieven werden in het verleden reeds geïndexeerd. Omwille hiervan wordt er voorgesteld geen bijkomende verhoging door te voeren van de tarieven en een verdere indexering van de tarieven toe te passen.
Artikel 1.
Onderstaand verblijfsbelastingreglement goed te keuren:
Verblijfsbelastingreglement - Aanslagjaren 2026 tem. 2031
Artikel 1 – belastbaar feit
Met ingang van 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op het verstrekken van toeristische logies.
Vallen onder de toepassing van dit reglement:
- Toeristische logies aangemeld bij Toerisme Vlaanderen overeenkomstig de bepalingen van het Vlaams logiesdecreet. Iedereen in Vlaanderen die toeristen tegen betaling laat overnachten moet zijn of haar logies verplicht aanmelden bij Toerisme Vlaanderen. Het basisregister Vlaams Logiesaanbod bevat een overzicht van alle aangemelde en erkende logies in het Vlaams Gewest;
- Informele toeristische logies, niet aangemeld bij Toerisme Vlaanderen maar die wel tegen betaling aan toeristen worden aangeboden.
Valt niet onder de toepassing van dit reglement:
- Toeristische logies in de openlucht. Voor deze logies is het gemeentelijk belastingreglement op openluchtrecreatieve verblijven van toepassing.
Art. 2. Definities
- Toeristische logies: elke constructie, inrichting, ruimte, in eender welke vorm, die aan een of meer toeristen tegen betaling de mogelijkheid tot verblijf biedt voor een of meer nachten;
- Toerisme Vlaanderen: het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid, opgericht bij decreet van 19 maart 2004;
- Basisregister Vlaams Logiesaanbod: het digitaal dossierbeheerssysteem van Toerisme Vlaanderen in het kader van het logiesdecreet, verder genoemd “het basisregister Toerisme Vlaanderen”;
- Toerist: elke persoon die met het oog op vrijetijdsbesteding, ontspanning, persoonlijke ontwikkeling, beroepsuitoefening of zakelijk contact verblijft in een andere dan zijn/haar alledaagse leefomgeving of woon- of verblijfsadres;
- Exploitant: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die toeristische logies exploiteert, voor de rekening van wie toeristische logies worden geëxploiteerd of die tot de exploitatie wordt gemachtigd op grond van een rechtsgeldige exploitatieovereenkomst;
- Tussenpersoon: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die op eender welke wijze tegen betaling bemiddelt bij het aanbieden van toeristische logies, promotie maakt voor toeristische logies of diensten aanbiedt via dewelke exploitanten en toeristen rechtstreeks met elkaar in contact kunnen treden;
- Maximum capaciteit: het maximum aantal personen dat kan overnachten in de toeristische logies, verder uitgedrukt in aantal slaapplaatsen en waarbij een eenpersoonsbed beschouwd wordt als één slaapplaats, een tweepersoonsbed beschouwd wordt als twee slaapplaatsen enzovoort. Ook een divanbed, een stapelbed, een opklapbed, een bedkast of een vergelijkbare voorziening worden mee in aanmerking genomen voor de berekening van het aantal slaapplaatsen;
- Categorie hotel: toeristische logies die worden aangeboden met de benaming hotel, hotellerie, hostellerie, relais, inn, motel, pension of een afgeleide benaming, term, vertaling of schrijfwijze van een van die benamingen en die beantwoorden aan de overeenkomstige openings- en uitbatingsvoorwaarden zoals bepaald in het Vlaams logiesdecreet;
- Categorie gastenkamer en vakantiewoning: toeristische logies die worden aangeboden met de benaming gastenkamer, bed and breakfast, B&B, vakantiewoning, vakantieappartement, vakantiestudio, vakantiebungalow, vakantiehuis, vakantievilla, vakantiechalet, vakantieflat of een afgeleide benaming, term, vertaling of schrijfwijze van een van die benamingen en die beantwoorden aan de overeenkomstige openings- en uitbatingsvoorwaarden zoals bepaald in het Vlaams logiesdecreet.
Art. 3. - aanslagvoet
De belasting wordt vastgesteld afhankelijk van de categorie van de toeristische logies zoals gedefinieerd onder artikel 2.
De berekening gebeurt op basis van de maximum capaciteit (aantal slaapplaatsen) van de toeristische logies.
De gegevens zoals beschikbaar in het basisregister Toerisme Vlaanderen gelden als controle voor de heffing van de belasting. De informele logies, niet aangemeld bij Toerisme Vlaanderen, worden belast op basis van de inlichtingen waarover de gemeente beschikt.
Tarieven:
Categorie hotel:
Aanslagvoet:
0-20ste slaapplaats
250,00 euro per slaapplaats/jaar
21ste-50ste slaapplaats
350,00 euro per slaapplaats/jaar
51ste-75ste slaapplaats
550,00 euro per slaapplaats/jaar
76ste-100ste slaapplaats
650,00 euro per slaapplaats/jaar
101ste-150ste slaapplaats
700,00 euro per slaapplaats/jaar
>150 slaapplaatsen
800,00 euro per slaapplaats/jaar
Categorie gastenkamer en vakantiewoning:
Aanslagvoet:
0-5de slaapplaats
50,00 euro per slaapplaats/jaar
6de-10de slaapplaats
150,00 euro per slaapplaats/jaar
11de-20ste slaapplaats
350,00 euro per slaapplaats/jaar
>20 slaapplaatsen
500,00 euro per slaapplaats/jaar
Art. 4. – indexering
De tarieven zoals vermeld onder artikel 3 worden jaarlijks aangepast per 1 januari volgens de stijging van het consumentenindexcijfer volgens volgende formule:
Tarief x indexcijfer van december voorafgaand aan het aanslagjaar / index december 2023.
Art. 5. - belastingplichtige
De belasting is in eerste instantie verschuldigd door de exploitant die de logies zoals vermeld onder artikel 1 van onderhavig reglement aanbiedt en in ondergeschikte orde door de tussenpersoon die bemiddelt, promotie maakt of zijn/haar diensten aanbiedt bij het aanbieden van de logies.
De eigenaar van het gebouw waar de logies zich bevinden is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Art. 6.
De belasting is verschuldigd voor het hele jaar.
Volgende situaties geven geen aanleiding tot een belastingvermindering of belastingverhoging gedurende het aanslagjaar:
- de slaapplaats wordt tijdens het aanslagjaar aangemeld onder een ander logiestype;
- het aantal slaapplaatsen van de logies verandert tijdens het aanslagjaar.
Met eventuele wijzigingen wordt pas rekening gehouden vanaf het aanslagjaar dat volgt op het jaar waarin de wijziging plaatsvond.
Indien er onregelmatigheden worden vastgesteld of indien er een onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige doorgave van het aantal slaapplaatsen of logiestype wordt vastgesteld, zal de belasting ambtshalve worden gevestigd met een verdubbeling van het tarief.
Art. 7. - aangifteverplichting
De belastingplichtige is verplicht vóór 1 februari van het aanslagjaar bij het gemeentebestuur spontaan jaarlijks aangifte te doen van de logies en het aantal slaapplaatsen door middel van een formulier vastgesteld door het college van burgemeester en schepenen. Het aangifteformulier is beschikbaar op het e-loket van de gemeentelijke website
https://www.grimbergen.be of is op eenvoudig verzoek bij het gemeentebestuur verkrijgbaar.
De aangifte dient schriftelijk te worden ingediend ter attentie van het college van burgemeester en schepenen, en dit ofwel per post naar het adres Prinsenstraat 3, 1850 Grimbergen ofwel via e-mail naar belastingen@grimbergen.be ofwel via het digitaal loket van de gemeentelijke website https://www.grimbergen.be.
Bij gebrek aan aangifte binnen de hierboven gestelde termijn of bij een onjuiste of onvolledige aangifte kan de belasting ambtshalve gevestigd worden. In geval van een ambtshalve aanslag wordt de belasting gevestigd op basis van gegevens waarover de belastingheffende overheid beschikt.
De ambtshalve ingekohierde belasting zal worden verhoogd met 100%. Het bedrag van deze verhoging wordt gelijktijdig met de ambtshalve belasting ingekohierd.
Art. 8. - vrijstellingen
Zijn vrijgesteld van de belasting:
- Logies die uitsluitend gebruikt worden voor de werking van een jeugdwerkinitiatief dat erkend, gesubsidieerd of georganiseerd is door de Vlaamse Gemeenschap, de Vlaamse Gemeenschapscommissie of door lokale besturen, waarin wordt verbleven door georganiseerde jeugdgroepen die onder toezicht van een of meer begeleiders staan;
- Logies uitsluitend aangeboden in het kader van sociaal toerisme en erkend in het kader van het decreet van 18 juli 2003 betreffende de verblijven en verenigingen die een werking uitoefenen in het kader van "Toerisme voor Allen".
Art. 9. - wijze van invordering
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier
Art. 2.
Dit besluit bekend te maken overeenkomstig de bepalingen van “Afdeling 2. Bekendmaking en inwerkingtreding, Hoofdstuk 1. Akten van het lokaal bestuur, Titel 5. De werking van het lokaal bestuur" DLB.
De gemeenteraad keurt het belastingreglement op het vervoer van personen met een politievoertuig voor de aanslagjaren 2026 tem. 2031 goed.
Artikels 40, §3 en 41, 14° van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
/
De politionele diensten moeten extra prestaties verrichten voor het vervoeren van personen, wat de werklast van het politiepersoneel verzwaart. Hierdoor kunnen andere taken, zoals de aanwezigheid op straat om de veiligheid van de burger te verhogen, in het gedrang komen.
Deze belasting heeft als doel een deel van de gemaakte kosten voor politie-interventies te vergoeden vermits deze eerder het particuliere dan het algemene belang dienen.
De belasting is niet verschuldigd bij het vervoer van gerechtelijk aangehouden personen bedoeld in artikel 78,4e van het algemeen reglement op de gerechtskosten in strafzaken, aangezien de kosten van overbrenging ten laste van de staat komen en dit zonder verhaal op de veroordeelde partijen.
Rekening houdende met de financiële toestand van de gemeente.
/
Artikel 1.
Onderstaand belastingreglement op het vervoer van personen met een politievoertuig goed te keuren:
Belastingreglement op het vervoer van personen met een politievoertuig, aanslagjaren 2026 tem. 2031
Artikel 1. - belastbaar feit
Met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt een belasting gevestigd op het vervoer van personen met een politievoertuig op grond van artikel 1 §2 van de besluitwet van 14 november 1939 betreffende de beteugeling van de dronkenschap, of in het kader van een bestuurlijke aanhouding op grond van artikel 31 van de wet van 5 augustus 1992 op het Politieambt.
Art. 2. - aanslagvoet
De belasting wordt vastgelegd op een forfaitair bedrag van 150,00 euro per rit en per vervoerd persoon.
Art. 3. - indexering
Het tarief vermeld onder artikel 2 wordt jaarlijks op 1 januari van het aanslagjaar aangepast aan de index der consumptieprijzen volgens volgende formule:
Tarief x nieuwe index (*) / basisindex (**)
* Nieuwe index = index van de maand december voorafgaand aan het aanslagjaar
** Basisindex = index van de maand december 2025
Art. 4.
Als rit dient verstaan te worden het traject dat wordt afgelegd vanaf het uitrukken van het politievoertuig tot op het ogenblik dat de betrokkene op zijn eindbestemming, door de politie bepaald, is gebracht.
Art. 5. - belastingplichtige
De belasting valt ten laste van de vervoerde persoon of in voorkomend geval, van de voor hem burgerlijk verantwoordelijk persoon. Zij is verschuldigd vanaf het ogenblik dat de vervoerde persoon zijn eindbestemming heeft bereikt.
Art. 6. - vrijstelling
Het vervoer van personen met een politievoertuig in het kader van gerechtelijke aanhouding in de zin van de wet van 20 juli 1990 is vrijgesteld van de belasting.
Art. 7. - wijze van invordering
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Art. 2.
Dit besluit bekend te maken overeenkomstig de bepalingen van “Afdeling 2. Bekendmaking en inwerkingtreding, Hoofdstuk 1. Akten van het lokaal bestuur, Titel 5. De werking van het lokaal bestuur" DLB.
De gemeenteraad keurt het belastingreglement op tweede verblijven voor de aanslagjaren 2026-2031 goed.
Artikels 40, §3 en 41, 14° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
Artikel 170, §4 van de Grondwet.
DLB.
Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Besluit van de gemeenteraad van 19 december 2019 houdende de vaststelling van een gemeentelijk belastingreglement op tweede verblijven voor de aanslagjaren 2020-2025 (dossierstuk 1).
Besluit van de gemeenteraad van 26 november 2020 houdende de vaststelling van een gemeentelijk belastingreglement op tweede verblijven voor de aanslagjaren 2021-2025 (dossierstuk 2).
Besluit van de gemeenteraad van 28 september 2023 houdende de vaststelling van een gemeentelijk belastingreglement op tweede verblijven voor de aanslagjaren 2023-2025 (dossierstuk 3).
Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 20 oktober 2025 inzake de principiële goedkeuring van het belastingreglement op tweede verblijven, aanslagjaren 2026-2031 (dossierstuk 4).
/
Het doel van dit reglement bestaat erin om ervoor te zorgen dat burgers, die over een woning beschikken, er niet geregistreerd zijn en bijgevolg bepaalde gemeentelijke belasting niet verschuldigd zijn, maar die tegelijkertijd wel kunnen genieten van diensten en faciliteiten die door de gemeente worden aangeboden (brandweer, politie, huisvuilophaling, onderhoud van openbare domeinen,...), ook een geldelijke bijdrage leveren aan de gemeentelijke inspanningen.
Door het invoeren van een belasting op tweede verblijven wenst de gemeente ook het residentieel wonen binnen de gemeente te beschermen.
Een belasting op tweede verblijven kan daarbij gelden als stimulans om de woongelegenheden op het gemeentelijk grondgebied effectief als hoofdverblijfplaats aan te wenden.
In bepaalde gevallen kan op een adres, en slechts voor beperkte tijd, niemand ingeschreven staan in de bevolkingsregisters. Om deze reden wordt een vrijstelling van belasting van één jaar voorzien voor:
Op deze manier krijgen eigenaars van woningen waar officieel op 1 januari niemand ingeschreven staat in de bevolkingsregisters de mogelijkheid om deze situatie alsnog recht te zetten.
Rekening houdende met de financiële toestand van de gemeente.
Voor de argumentatie van de stemming wordt verwezen naar het zittingsverslag.
/
Artikel 1.
Onderstaand belastingreglement goed te keuren:
Belastingreglement op tweede verblijven – Aanslagjaren 2026-2031
Artikel 1. - belastbare grondslag
Voor de aanslagjaren 2026 tem. 2031 wordt een jaarlijkse belasting geheven op de tweede verblijven.
Art. 2.
Als tweede verblijf wordt beschouwd elke constructie met woon- of verblijfsgelegenheid waar op 1 januari van het aanslagjaar niemand is ingeschreven in het bevolkingsregister voor het hoofdverblijf.
Worden onder meer beschouwd als tweede verblijf: (land)huizen, bungalows, villa’s, appartementen, studio’s, weekendhuisjes, optrekjes, chalets en alle vaste woonverblijven met inbegrip van stacaravans.
Vallen niet onder de toepassing van deze belasting:
- gebouwen uitsluitend bestemd voor het uitoefenen van een beroepsactiviteit.
- tenten, verplaatsbare caravans en woonaanhangwagens, tenzij zij minstens zes maanden van het aanslagjaar op het grondgebied van Grimbergen opgesteld blijven om als woongelegenheid te kunnen dienen.
Art. 3. – belastingplichtige
De belasting is in eerste instantie verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die op 1 januari van het aanslagjaar de betreffende woongelegenheid huurt en in tweede instantie de natuurlijke of rechtspersoon die op 1 januari van het aanslagjaar eigenaar is van de betreffende woongelegenheid wanneer deze niet verhuurd is.
In geval van verhuring dient de eigenaar van de woning hiervan bewijs te leveren aan de hand van een huurcontract.
De eigenaar van de betreffende woongelegenheid is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Art. 4. - aanslagvoet
De belasting wordt vastgesteld op 1.500,00 euro euro per tweede verblijf.
Art. 5. - indexering
Het tarief vermeld in artikel 4 wordt jaarlijks op 1 januari van het aanslagjaar aangepast aan de index der consumptieprijzen volgens volgende formule:
Tarief x nieuwe index (*) / basisindex (**)
* Nieuwe index = index van de maand december voorafgaand aan het aanslagjaar
** Basisindex = index van de maand december 2025
Art. 6. – vrijstellingen
§ 1. Een woongelegenheid, zoals bedoeld in artikel 2 van onderhavig reglement, wordt niet als tweede verblijf beschouwd wanneer het bewijs wordt voorgelegd dat deze als gevolg van brand, storm, overstromingen of blikseminslag niet bewoond kan worden.
§ 2. Een woongelegenheid, zoals bedoeld in artikel 2 van onderhavig reglement, kan voor één aanslagjaar vrijgesteld worden van de belasting op tweede verblijven wanneer het bewijs wordt voorgelegd dat:
- de verwerving van de woongelegenheid, zoals bedoeld in artikel 2 van onderhavig reglement, plaatsvond in het kalenderjaar voorafgaand aan het aanslagjaar. De datum op de authentieke akte is hier van toepassing. De vrijstelling geldt voor de eerstvolgende aanslag volgend op de datum van verwerving van het goed;
- Op het adres van de woongelegenheid, zoals bedoeld in artikel 2 van onderhavig reglement, in de loop van het aan het aanslagjaar voorafgaande kalenderjaar niemand ingeschreven stond voor het hoofdverblijf als gevolg van:
- het overlijden van de enige eigenaar; de vrijstelling geldt voor het eerstvolgende aanslagjaar volgend op de datum van het overlijden;
- de definitieve opname van de enige eigenaar in een woonzorgcentrum; de vrijstelling geldt voor het eerstvolgende aanslagjaar volgend op de datum van definitieve opname in het woonzorgcentrum;
- de uitschrijving van de huurder uit het bevolkingsregister op het aanslagadres. Dit uitsluitend indien de uitschrijving dateert na 1 oktober van het aan het aanslagjaar voorafgaande kalenderjaar en op voorwaarde dat deze huurder minimaal 1 jaar onafgebroken ingeschreven stond op het aanslagadres.
§ 3. Wanneer belastingplichtigen van bovenstaande vrijstellingen wensen gebruik te maken, dienen zij hiervan het bewijs te leveren.
Art. 7. - aangifteverplichting
De belastingplichtige is verplicht vóór 1 april van het aanslagjaar spontaan aangifte te doen van het tweede verblijf door middel van een formulier vastgesteld door het college van burgemeester en schepenen. Het aangifteformulier is beschikbaar op het digitaal loket van de gemeentelijke website https://www.grimbergen.be of is op eenvoudig verzoek bij het gemeentebestuur verkrijgbaar.
De aangifte dient schriftelijk te worden ingediend ter attentie van het college van burgemeester en schepenen, en dit ofwel per post naar het adres Prinsenstraat 3, 1850 Grimbergen ofwel via e-mail naar belastingen@grimbergen.be ofwel via het digitaal loket van de gemeentelijke website https://www.grimbergen.be.
Zolang de toestand op 1 januari van het aanslagjaar ongewijzigd blijft dient er geen nieuwe aangifte te gebeuren.
Bij gebrek aan aangifte binnen de hierboven vermelde termijn of bij een onjuiste of onvolledige aangifte kan de belasting ambtshalve gevestigd worden. In geval van een ambtshalve aanslag wordt de belasting gevestigd op basis van gegevens waarover de belastingheffende overheid beschikt.
In het geval van ambtshalve aanslag wordt de belasting met 100% verhoogd.
Art. 8.
Wanneer eenzelfde situatie aanleiding kan geven tot heffen van belasting door toepassing van voorliggend reglement en het belastingreglement aangaande de leegstand, is alleen laatstgenoemd reglement van toepassing.
Als er bezwaar wordt ingediend tegen de belasting op leegstand en dit bezwaar wordt ingewilligd door het college van burgemeester en schepenen, dan behoudt het gemeentebestuur zich het recht alsnog in te kohieren voor de belasting op tweede verblijven.
Art. 9. - wijze van invordering
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier.
Art. 2.
Dit besluit bekend te maken overeenkomstig de bepalingen van “Afdeling 2. Bekendmaking en inwerkingtreding, Hoofdstuk 1. Akten van het lokaal bestuur, Titel 5. De werking van het lokaal bestuur" DLB.
De gemeenteraad keurt het belastingreglement op opslagplaatsen van schroot en voertuigen buiten gebruik voor de aanslagjaren 2026 t.e.m. 2031 goed.
Artikels 40, §3 en 41, 14° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
/
Opslagplaatsen van schroot en voertuigen buiten gebruik geven doorgaans aanleiding tot een onverzorgd en slordig uitzicht. De openbare netheid kan bovendien in het gedrang komen, onder meer door toename van onkruid en ongedierte.
Rekening houdende met de financiële toestand van de gemeente.
/
Artikel 1.
Onderstaand belastingreglement goed te keuren:
Belastingreglement op opslagplaatsen van schroot en voertuigen buiten gebruik - Aanslagjaren 2026 t.e.m. 2031
Artikel 1 - belastbare grondslag
Er wordt met ingang van 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2031 een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op de opslagplaatsen van schroot en voertuigen buiten gebruik.
Art. 2. - aanslagvoet, berekening
De belasting wordt vastgesteld op 2,00 euro per vierkante meter oppervlakte bestemd voor de exploitatie die gedurende minstens 1 maand van het aanslagjaar onafgebroken plaatsvindt.
Elk gedeelte van een vierkante meter wordt beschouwd als een volledige vierkante meter.
De belasting is verschuldigd voor het hele jaar, ongeacht het moment van stopzetting van de exploitatie in de loop van het aanslagjaar.
Art. 3. - indexering
De tarieven vermeld onder artikel 2 worden jaarlijks op 1 januari van het aanslagjaar aangepast aan de index der consumptieprijzen volgens volgende formule:
Tarief x nieuwe index (*) / basisindex (**)
* Nieuwe index = index van de maand december voorafgaand aan het aanslagjaar
** Basisindex = index van de maand december 2025
Art. 4. - belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de exploitant van de opslagplaats.
De eigenaar van het goed waarop de opslagplaats is gevestigd, is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Art. 5. - aangifteverplichting
De belastingplichtige is verplicht jaarlijks vóór 1 april van het aanslagjaar bij het gemeentebestuur spontaan aangifte te doen van de exploitatie, met de voor de aanslag noodzakelijke gegevens, door middel van een formulier vastgesteld door het college van burgemeester en schepenen. Het aangifteformulier is beschikbaar via het digitaal loket op de gemeentelijke website https://www.grimbergen.be of is op eenvoudig verzoek verkrijgbaar bij het gemeentebestuur.
De belastingplichtige die na bovenvermelde datum overgaat tot de exploitatie dient hiervan binnen de 15 dagen na de start van de exploitatie aangifte te doen bij het gemeentebestuur.
De aangifte dient schriftelijk te worden ingediend ter attentie van het college van burgemeester en schepenen, en dit ofwel per post naar het adres Prinsenstraat 3, 1850 Grimbergen ofwel via e-mail naar belastingen@grimbergen.be ofwel via het digitaal loket van de gemeentelijke website https://www.grimbergen.be.
Bij gebrek aan aangifte binnen deze termijn of bij een onjuiste of onvolledige aangifte kan de belasting ambtshalve gevestigd worden. In geval van een ambtshalve aanslag wordt de belasting gevestigd op basis van gegevens waarover de belastingheffende overheid beschikt. De ambtshalve ingekohierde belasting zal worden verhoogd met 100%. Het bedrag van deze verhoging wordt gelijktijdig met de ambtshalve belasting ingekohierd.
Art. 6. - wijze van invordering
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier.
Art. 7.
Het heffen van de belasting ontslaat de exploitanten op geen enkele manier van de verplichting tot het bekomen van de wettelijke vereiste vergunningen voor dergelijke uitbatingen.
Art. 2.
Dit besluit bekend te maken overeenkomstig de bepalingen van “Afdeling 2. Bekendmaking en inwerkingtreding, Hoofdstuk 1. Akten van het lokaal bestuur, Titel 5. De werking van het lokaal bestuur" DLB.
De gemeenteraad keurt het belastingreglement op openluchtrecreactieve verblijven voor de aanslagjaren 2026-2031 goed.
Artikels 40, §3 en artikel 41, 14° van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
/
Iedereen die op het grondgebied van de gemeente verblijft maar geen bijdrage levert in de financiering van de gemeentelijke uitgaven via de gemeentebelasting dient geldelijk bij te dragen in de financiering van de gemeentelijke uitgaven.
Hoewel aan de exploitatie van openluchtrecreatieve verblijven onmiskenbaar positieve effecten verbonden kunnen zijn, kan deze activiteit tevens aanleiding geven tot bijkomende hinder onder meer op het vlak van verkeer of geluidsoverlast. Toezicht van de gemeente is vereist.
Terreinen voor openluchtrecreatieve verblijven geven aanleiding tot een grotere zorg voor veiligheid binnen de gemeente.
Het is aangewezen om de exploitant van het kampeerterrein aan te duiden als belastingplichtige aangezien de identiteit van de toeristen die op het terrein verblijven niet gekend is. De exploitant kan het bedrag van de belasting doorrekenen aan de toeristen.
Het is aangewezen de aanslagvoet jaarlijks te laten mee-evolueren met de index.
De geïndexeerde aanslagvoet bedroeg voor aanslagjaar 2025 0,66 euro. De aanslagvoet wordt verhoogd naar 0,70 om nadien vanaf 1 januari 2027 opnieuw te indexeren.
Rekening houdende met de financiële toestand van de gemeente.
/
Artikel 1.
Onderstaand belastingreglement op openluchtrecreatieve verblijven goed te keuren:
Belastingreglement op openluchtrecreatieve verblijven - Aanslagjaren 2026-2031
Artikel 1. - belastbare grondslag
Met ingang van 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt jaarlijks een gemeentebelasting gevestigd op de terreinen voor openluchtrecreatieve verblijven zoals bedoeld in het decreet van 5 februari 2016 betreffende het toeristische logies.
Art. 2. - aanslagvoet, berekening
De belasting wordt vastgesteld op 0,70 euro per vierkante meter nuttige oppervlakte. De aanslagvoet wordt jaarlijks op 1 januari aangepast aan het indexcijfer van de consumptieprijzen volgens volgende formule:
Tarief x nieuwe index (*) / basisindex (**)
* Nieuwe index = index van de maand december voorafgaand aan het aanslagjaar
** Basisindex = index van de maand december 2025
Art. 3. - belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de exploitant op 1 januari van het aanslagjaar. De eigenaar op 1 januari van het aanslagjaar is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Art. 4. - aangifteverplichting
De belastingplichtige is verplicht vóór 1 april van het aanslagjaar spontaan aangifte te doen van het terrein voor openluchtrecreatieve verblijven, samen met de voor de aanslag nodige gegevens, door middel van een formulier vastgesteld door het college van burgemeester en schepenen. Het aangifteformulier is beschikbaar op het digitaal loket van de gemeentelijke website https://www.grimbergen.be of is op eenvoudig verzoek bij het gemeentebestuur verkrijgbaar.
De aangifte dient schriftelijk te worden ingediend ter attentie van het college van burgemeester en schepenen, en dit ofwel per post naar het adres Prinsenstraat 3, 1850 Grimbergen ofwel via e-mail naar belastingen@grimbergen.be ofwel via het digitaal loket van de gemeentelijke website https://www.grimbergen.be.
Zolang de toestand op 1 januari van het aanslagjaar ongewijzigd blijft dient er geen nieuwe aangifte te gebeuren.
Bij gebrek aan aangifte binnen de hierboven vermelde termijn of bij een onjuiste of onvolledige aangifte kan de belasting ambtshalve gevestigd worden. In geval van een ambtshalve aanslag wordt de belasting gevestigd op basis van gegevens waarover de belastingheffende overheid beschikt.
In het geval van ambtshalve aanslag wordt de belasting met 100% verhoogd.
Art. 5. - wijze van invordering
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier.
Art. 6.
Wanneer eenzelfde situatie aanleiding kan geven tot heffen van belasting door toepassing van dit reglement en de verblijfsbelasting, is alleen onderhavig reglement van toepassing.
Art. 2.
Dit besluit bekend te maken overeenkomstig de bepalingen van “Afdeling 2. Bekendmaking en inwerkingtreding, Hoofdstuk 1. Akten van het lokaal bestuur, Titel 5. De werking van het lokaal bestuur" DLB.
De gemeenteraad keurt het belastingreglement op het huis-aan-huis verspreiden van niet-geadresseerd reclamedrukwerk en daarmee gelijkgestelde producten voor de aanslagjaren 2026 tem. 2031 goed.
Artikels 40, §3 en 41, 14° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
/
Een belasting op het huis-aan-huis verspreiden van niet-geadresseerd reclamedrukwerk en daarmee gelijkgestelde producten is verantwoord om volgende redenen:
uitgevers van niet-geadresseerde bladen veroorzaken een groot papiervolume en maken een belangrijk deel uit van de papierberg in onze gemeente. Dergelijke drukwerken worden slechts beperkt gelezen en worden doorgaans onmiddellijk weggegooid aangezien de bestemmelingen van deze drukwerken hiervoor vaak niet geopteerd hebben. Deze brengen voor de gemeente ook bijkomende kosten met zich mee van onder meer afhaling en verwerking;
het gemeentebestuur wenst handelaars en bedrijven aan te zetten tot milieu-verantwoord gedrag, hen aan te sporen de verspreiding van reclamedrukwerk doorheen het jaar te beperken tot een minimum en hen aan te moedigen om meer gebruik te maken van digitale communicatiekanalen zoals daar zijn website, e-mail,...
Er wordt een vrijstelling van belasting voorzien voor:
publicaties van socio-culturele, levensbeschouwelijke, sport- en jeugdverenigingen en gemeentelijke buurtcomités;
publicaties van politieke partijen;
publiciteit gevoerd door vormingsinstellingen en plaatselijke onderwijsinstellingen;
regionale pers, op voorwaarde het redactioneel gedeelte met regionaal nieuws minstens 30% van de belastbare oppervlakte bedraagt.
Deze publicaties hebben hoofdzakelijk informatieve doeleinden en zijn niet gericht op het aanzetten tot verkoop van producten en/of diensten. De verspreiding van dergelijke publicaties gebeurt bovendien in veel kleinere volumes alsook op minder frequente wijze.
Rekening houdende met de financiële toestand van de gemeente.
/
Artikel 1.
Onderstaand belastingreglement goed te keuren:
Belastingreglement op het huis-aan-huis verspreiden van niet-geadresseerd reclamedrukwerk en daarmee gelijkgestelde producten - Aanslagjaren 2026-2031
Artikel 1.
Met ingang van 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2031, wordt een belasting geheven op het huis-aan-huis verspreiden van niet-geadresseerd reclamedrukwerk en daarmee gelijkgestelde producten.
Art. 2 - Definities
Reclamedrukwerk: elke publicatie die er toe strekt bekendheid te geven aan commerciële activiteiten en/of handelszaken en/of merknamen en die er op gericht is potentiële klanten te bewegen gebruik te maken van de aangeboden diensten en/of producten.
Huis-aan-huis verspreiding: het systematisch achterlaten van het niet-geadresseerd drukwerk in de brievenbussen van woningen en/of gebouwen, zonder enig initiatief van de bestemmeling.
Gelijkgestelde producten: alle stalen en reclamedragers, door de adverteerder aangeboden, die diensten, producten of transacties doen gebruiken, verbruiken of aankopen. De opsomming is niet limitatief.
Niet-geadresseerd drukwerk: ieder drukwerk dat niet in een omslag met onuitwisbare vermelding van de naam en het adres van de bestemmeling wordt besteld.
Collectieve adresaanduiding per straat of gedeeltelijke adresvermelding wordt niet beschouwd als zijnde geadresseerd. Aanduiding zoals “Aan de bewoners van:………” zijn niet voldoende. De naam van de geadresseerde dient vermeld te worden.
Indien verscheidene reclamedrukwerken samen worden verspreid zonder dat ze op een permanente of vaste wijze één geheel vormen, wordt ieder reclamedrukwerk als een apart exemplaar beschouwd.
Eén geheel: de reclamedrukwerken die ofwel in een catalogus of een blaadje zijn opgenomen, ofwel aaneengeniet of geplakt zijn waardoor de reclamedrukwerken niet losbladig zijn, of waarbij het geheel een eenheid qua vorm, kleur, lay-out of ander stijlkenmerk vertoont.
Indien verscheidene reclamedrukwerken die qua vorm, kleur, lay-out of ander stijlkenmerk als afzonderlijk kunnen worden beschouwd en waarbij de meerderheid van de verscheidene reclamedrukwerken elk afzonderlijk toebehoren aan afzonderlijke adverteerders, op een in het vorige lid vermelde wijze zijn samengebracht en waarbij het geheel geen eenheid qua vorm, kleur, lay-out of ander stijlkenmerk vertoont, wordt ieder van die afzonderlijke reclamedrukwerken als een apart exemplaar beschouwd.
Bladgrootte:
- Eén blad = maximum één A4 (21 cm x 29,7 cm). Als de bladgrootte kleiner is dan één A4 wordt elk blad beschouwd als één blad.
- Van zodra de bladgrootte de afmetingen van een A4 overschrijdt maar kleiner is dan of gelijk aan een A3, wordt elk blad beoordeeld als twee bladen.
- Van zodra de bladgrootte de afmetingen van een A3 (29,7 cm x 42 cm) overschrijdt, wordt elk blad beoordeeld als drie bladen.
Regionale pers: de publicaties die berichtgeving van regionale aard brengen, betreffende ondermeer lokale actualiteit, cultuur, sport of politiek. Hierbij moet het redactioneel gedeelte met regionaal nieuws minstens 30% van de belastbare oppervlakte bedragen. Enkel de bedrukte oppervlakte wordt in aanmerking genomen bij de beoordeling van het aandeel van het redactionele gedeelte; de blanco omranding telt bijvoorbeeld niet mee.
Onder redactionele teksten wordt verstaan:
- informatieve tekst die gelinkt is aan de recente actualiteit en/of die rechtstreeks gemeentelijk of provinciaal gerelateerd is;
- wachtdiensten (artsen, apotheker, dierenarts,...);
- culturele agenda's van de gemeente, de buurtgemeenten of de hierin gevestigde instanties;
- job- en vormingsaanbiedingen;
- notariële aankondigingen;
- aankondigingen van algemeen en openbaar nut;
- te koop of te huur aangeboden/gezochte roerende en onroerende goederen;
- zoekertjes.
Als niet-redactioneel worden ondermeer beschouwd de artikelen waarin expliciet of impliciet firma's of producten worden vermeld op een directe of verdoken manier met als doel een commerciële transactie af te sluiten.
Art. 3 - Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de uitgever. De drukker en de verdeler zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Wanneer de uitgever, drukker en verdeler niet gekend zijn, is de belasting verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersonen onder wiens naam, handelsnaam, logo of embleem de reclame wordt gevoerd.
Art. 4 - Aanslagvoet
De belasting wordt als volgt vastgesteld:
- 0,040 euro per verspreid exemplaar beperkt tot eenbladig en tweebladig drukwerk;
- 0,075 euro per verspreid exemplaar voor drukwerk bestaande uit meer dan twee bladen en maximum 20 bladen;
- 0,085 euro per verspreid exemplaar voor drukwerk bestaande uit meer dan 20 bladen.
Art. 5. - Indexering
De tarieven vermeld onder artikel 4 worden jaarlijks op 1 januari van het aanslagjaar aangepast aan de index der consumptieprijzen volgens volgende formule:
Tarief x nieuwe index (*) / basisindex (**)
* Nieuwe index = index van de maand december voorafgaand aan het aanslagjaar
** Basisindex = index van de maand december 2025
De tarieven worden afgerond op drie cijfers na de komma als volgt:
- 0,0014 wordt 0,001
- 0,0015 wordt 0,002
Art. 6 - Vrijstellingen
Zijn van de belasting vrijgesteld:
- publicaties van socio-culturele, levensbeschouwelijke, sport- en jeugdverenigingen en gemeentelijke buurtcomités;
- publicaties van politieke partijen;
- publiciteit gevoerd door vormingsinstellingen en plaatselijke onderwijsinstellingen;
- regionale pers, op voorwaarde het redactioneel gedeelte met regionaal nieuws minstens 30% van de belastbare oppervlakte bedraagt;
- drukwerk van eenzelfde handelszaak/merknaam met een maximum van 12 bladen dat niet meer dan 6 maal per kalenderjaar wordt uitgegeven. De vrijstelling vervalt integraal van zodra:
- drukwerk meer dan 6 maal per kalenderjaar wordt bedeeld. Desgevallend is de belasting verschuldigd vanaf de eerste bedeling van het kalenderjaar.
- drukwerk minstens één maal het maximum van 12 bladen overschrijdt. Desgevallend is de belasting verschuldigd vanaf de eerste bedeling van het kalenderjaar.
Art. 7 - aangifteverplichting en ambtshalve vestiging
De belastingplichtige moet spontaan aangifte doen van de verspreiding van het drukwerk en daarmee gelijkgestelde producten, samen met de voor de aanslag nodige gegevens, door middel van het aangifteformulier vastgesteld door het college van burgemeester en schepenen. Het aangifteformulier is beschikbaar op het digitaal loket van de gemeentelijke website https://www.grimbergen.be of is op eenvoudig verzoek bij het gemeentebestuur verkrijgbaar.
De aangifte dient schriftelijk te worden ingediend ter attentie van het college van burgemeester en schepenen, en dit ofwel per post naar het adres Prinsenstraat 3, 1850 Grimbergen ofwel via e-mail naar belastingen@grimbergen.be ofwel via het digitaal loket van de gemeentelijke website https://www.grimbergen.be.
De aangifte dient uiterlijk de laatste dag van de maand volgend op het kwartaal van de verspreiding ingediend te worden bij het gemeentebestuur. Respectievelijk uiterlijk 30 april voor het 1e kwartaal, uiterlijk 31 juli voor het 2e kwartaal, uiterlijk 31 oktober voor het 3e kwartaal en uiterlijk 31 januari voor het 4e kwartaal.
Voor de periodieke verspreiding mag de aangifte bij voorbaat gedaan worden voor een volledig aanslagjaar (= een periode van hoogstens twaalf maanden). De aangifte voor een volledig aanslagjaar dient uiterlijk op 1 april van het aanslagjaar ingediend te worden bij het gemeentebestuur.
Bij gebrek aan aangifte binnen deze termijn of bij een onjuiste of onvolledige aangifte kan de belasting ambtshalve gevestigd worden. In geval van een ambtshalve aanslag wordt de belasting gevestigd op basis van gegevens waarover de belastingheffende overheid beschikt.
Het aantal niet-geadresseerde reclamedrukwerken dat in acht genomen wordt voor de ambtshalve belasting zal overeenkomen met het aantal brievenbussen op het grondgebied van de gemeente die publiciteit aanvaarden. Indien de reclamedrukwerken ook verdeeld worden in brievenbussen die voorzien zijn van een tekst die reclame weert, zal het aantal brievenbussen in acht genomen voor de ambtshalve belasting overeenkomen met het totaal van alle brievenbussen op het grondgebied van de gemeente.
Wanneer in één brievenbus van een bepaalde deelgemeente reclame wordt gevonden, wordt de ganse deelgemeente geacht bedeeld te zijn.
Het aantal brievenbussen wordt bepaald op basis van de gegevens van BPost op 1 januari van het aanslagjaar.
De ambtshalve ingekohierde belasting zal worden verhoogd met 100%. Het bedrag van deze verhoging wordt gelijktijdig met de ambtshalve belasting ingekohierd.
Art. 8 - wijze van invordering
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier.
Art. 2.
Dit besluit bekend te maken overeenkomstig de bepalingen van “Afdeling 2. Bekendmaking en inwerkingtreding, Hoofdstuk 1. Akten van het lokaal bestuur, Titel 5. De werking van het lokaal bestuur" DLB.
De gemeenteraad keurt het belastingreglement op masten en pylonen voor de aanslagjaren 2026 tem. 2031 goed.
Artikels 40, §3 en 41, 14° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
/
Het is aangewezen om de aanwezigheid van masten en pylonen op het grondgebied van de gemeente te beperken. Dit ter vrijwaring van de aantrekkingskracht van de gemeente als woonomgeving en toeristische bestemming, alsook om visuele vervuiling, landschapsverstoring en het doorbreken van de open ruimte tegen te gaan.
De gemeente wenst in het kader van klimaat en milieu de productie van groene stroom aan te moedigen. Masten en pylonen dienstig om groene energie te produceren worden dan ook vrijgesteld van de belasting.
Masten en pylonen die uitsluitend of hoofdzakelijk dienen voor openbare hulpverlenings- en veiligheidsdiensten die primaire overheidstaken uitoefenen, worden vrijgesteld van de belasting. Deze staan ten dienste van het openbaar nut in het kader van hulpverlening en veiligheid, wat één van de primaire overheidstaken is.
Er geldt een vrijstelling voor constructies voor louter recreatief gebruik. Dit gezien het niet-bedrijfsmatig oogmerk en karakter van deze constructies. Deze constructies staan ten dienste van lokale sport- of recreatievoorzieningen. De gemeente wenst haar verenigingen te ondersteunen in hun activiteiten aangezien deze bijdragen aan het welzijn en de leefkwaliteit binnen de gemeente.
Er erden inhoudelijk geen wijzigingen doorgevoerd aan het reglement.
Rekening houdende met de financiële toestand van de gemeente.
/
Artikel 1.
Onderstaand reglement goed te keuren:
Belastingreglement op masten en pylonen - Aanslagjaren 2026-2031
Artikel 1. – Heffingstermijn en belastbaar feit
Voor de aanslagjaren 2026 t.e.m. 2031 wordt een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op masten en pylonen die zich op het grondgebied, in open lucht en zichtbaar vanaf de openbare weg van de gemeente bevinden.
Art. 2. – Definities
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
- een mast: een verticale structuur die op een dak of een andere bestaande constructie is geplaatst en waarbij de hoogte van constructie en mast samen minstens 15 meter bedraagt;
- een pyloon: een individuele verticale constructie opgericht op het niveau van het maaiveld en met een hoogte van minstens 15 meter boven het maaiveld.
Art. 3. – Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de eigenaar van de mast of pyloon op 1 januari van het aanslagjaar.
Art. 4. – Aanslagvoet
De belasting wordt vastgesteld op 3.000,00 euro per jaar per mast of pyloon.
De belasting is ondeelbaar en voor het hele jaar verschuldigd. Er wordt geen vermindering of terugbetaling van de belasting toegestaan als de mast of pyloon in de loop van het aanslagjaar wordt weggenomen.
Art. 5. – Vrijstellingen
Zijn van de belasting vrijgesteld:
- constructies hoofdzakelijk opgericht voor de productie van windenergie of andere vormen van groene stroom;
- constructies uitsluitend of hoofdzakelijk dienstig voor openbare hulpverlenings- en veiligheidsdiensten die primaire overheidstaken uitvoeren;
- constructies voor louter recreatief gebruik, dienstig voor Grimbergse sport- en recreatieverenigingen.
Art. 6. - Aangifteverplichting en ambtshalve vestiging
De belastingplichtige is verplicht vóór 1 april van het aanslagjaar bij het gemeentebestuur spontaan aangifte te doen door middel van een formulier vastgesteld door het college van burgemeester en schepenen. Het aangifteformulier is beschikbaar via het digitaal loket op de gemeentelijke website https://www.grimbergen.be of is op eenvoudig verzoek verkrijgbaar bij het gemeentebestuur.
Zolang de toestand op 1 januari van het aanslagjaar ongewijzigd blijft dient er geen nieuwe aangifte te gebeuren.
Bij gebrek aan aangifte binnen deze termijn of bij een onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte kan de belasting ambtshalve gevestigd worden. In geval van een ambtshalve aanslag wordt de belasting gevestigd op basis van gegevens waarover de belastingheffende overheid beschikt.
De ambtshalve ingekohierde belasting zal worden verhoogd met 100%. Het bedrag van deze verhoging wordt gelijktijdig met de ambtshalve belasting ingekohierd.
Art. 7. - Wijze van invordering
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier.
Art. 2.
Dit besluit bekend te maken overeenkomstig de bepalingen van “Afdeling 2. Bekendmaking en inwerkingtreding, Hoofdstuk 1. Akten van het lokaal bestuur, Titel 5. De werking van het lokaal bestuur" DLB.
De gemeenteraad verdaagt de bespreking van het agendapunt naar de volgende zitting van de gemeenteraad.
Artikels 40, §3 en 41, 14° van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
/
Het is wenselijk om grondspeculatie tegen te gaan en wonen in eigen streek te bevorderen. De heffing van een belasting op niet-bebouwde bouwgronden kan hier als instrument dienen.
Rekening houdende met de financiële toestand van de gemeente.
Na afsluiting van het debat, waar voor de inhoud wordt verwezen naar het zittingsverslag, stelt burgemeester Bart LAEREMANS voor om dit punt een maand uit te stellen naar de volgende gemeenteraad. Hij vraagt raadslid VANBINST om zijn argumenten of suggestie in een annotatie te zetten en voor alle zekerheid ook per e-mail naar de burgemeester te sturen.
Voorzitter Daan VERTONGEN vraagt of iedereen akkoord gaat met de verdaging van dit agendapunt.
/
Enig artikel.
De bespreking van het agendapunt te verdagen naar de volgende zitting van de gemeenteraad.
De gemeenteraad keurt het gemeentelijk reglement inzake de opname van verwaarloosde woningen en gebouwen in het gemeentelijk verwaarlozingsregister en de belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen, aanslagjaren 2026 tem. 2031, goed.
Artikels 40, §3 en 41, 14° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 24 november 2025 inzake de principiële goedkeuring van het gemeentelijk belastingreglement inzake de opname van verwaarloosde woningen en gebouwen in het gemeentelijk verwaarlozingsregister en de belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen - Aanslagjaren 2026 tem. 2031 (dossierstuk 4).
/
De gemeente maakt deel uit van de Interlokale Vereniging Woonwinkel Noord. Het activiteitenpakket van het project bevat het opsporen, registreren en aanpakken van verwaarloosde gebouwen en woningen als aanvullende activiteit (2020-2025) en als basisactiviteit (2026-2031) zoals vermeld in artikel 2.14 van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021.
Een gebouw, ongeacht of het dienst doet als woning, wordt beschouwd als verwaarloosd, wanneer het ernstige zichtbare en storende gebreken of tekenen van verval vertoont aan buitenmuren, voegwerk, schoorstenen, dakbedekking, dakgebinte, buitenschrijnwerk, kroonlijst of dakgoten.
De verwaarlozingsheffing dient als instrument om verwaarlozing en verloedering tegen te gaan en opwaardering van de buurt te stimuleren.
De vrijstellingen die in het reglement zijn opgenomen spelen in op (onvoorziene) situaties en sluiten aan bij de beleidsdoelstellingen van de gemeente. Ze zijn verantwoord aangezien ze objectief, controleerbaar en tijdelijk zijn. Ze houden rekening met redelijke uitzonderingssituaties waarin het opleggen van een belasting niet proportioneel zou zijn:
Rekening houdende met de financiële toestand van de gemeente.
De opbouw van het reglement werd zoveel als mogelijk afgestemd op het reglement betreffende bestrijding van leegstaande woningen en gebouwen. Dit om de uniformiteit tussen beide reglementen zo veel als mogelijk te behouden.
Volgende inhoudelijke wijzigingen werden doorgevoerd:
Artikel 1.
Onderstaand belastingreglement inzake de opname van verwaarloosde woningen en gebouwen in het gemeentelijk verwaarlozingsregister en de belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen goed te keuren:
Reglement inzake de opname van verwaarloosde woningen en gebouwen in het gemeentelijk verwaarlozingsregister en de belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen – aanslagjaren 2026 tem. 2031
HOOFDSTUK 1: ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1 - begripsomschrijvingen
In dit reglement wordt verstaan onder:
1° registerbeheerder: de dienst die door het gemeentebestuur belast wordt met de opmaak, de actualisering en het beheer van het verwaarlozingsregister;
2° aangetekende zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:
a) een aangetekend schrijven of een elektronisch beveiligde zending,
b) een afgifte tegen ontvangstbewijs,
c) elke andere door de administratie toegelaten betekeniswijze waarbij de datum van kennisgeving met zekerheid kan worden vastgesteld;
3° gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2, 1° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, zoals vermeld artikel 1.3, §1, 14° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
4° houder (of medehouder) van het zakelijk recht: de betrokken partij(en) met recht van volle eigendom, opstal, erfpacht of vruchtgebruik met betrekking tot een gebouw of woning;
5° opnamedatum: de datum waarop de woning of het gebouw opgenomen werd in het verwaarlozingsregister;
6° verjaardag: het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de opnamedatum, zolang de woning of het gebouw niet uit het verwaarlozingsregister is geschrapt;
7° verwaarlozingsregister: het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen, vermeld in artikel 2.15 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
8° woning: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande, zoals vermeld in artikel 1.3, §1, 66° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
HOOFDSTUK 2: REGISTRATIE VAN VERWAARLOOSDE WONINGEN/GEBOUWEN
Art. 2. - vaststelling van verwaarlozing
§1. De door het college van burgemeester en schepen aangeduide registerbeheerder is belast met de opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen en bezit onderzoek-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
De registerbeheerder stelt de verwaarlozing van een woning of gebouw vast aan de hand van een genummerd opnameattest.
§2.Een gebouw, ongeacht of het dienst doet als woning, wordt beschouwd als verwaarloosd, wanneer het ernstige zichtbare en storende gebreken of tekenen van verval vertoont aan buitenmuren, voegwerk, schoorstenen, dakbedekking, dakgebinte, buitenschrijnwerk, kroonlijst of dakgoten. Op basis van het opnameattest (bijlage 1: opnameattest verwaarlozing) wordt geoordeeld hoeveel indicaties van verwaarlozing aanwezig zijn.
Indien 3 of meer gebreken van categorie I (klein gebrek) of minstens 1 gebrek van categorie II (ernstig gebrek) aanwezig is, is er sprake van verwaarlozing.
Art. 3. - verwaarlozingsregister
§1. De registerbeheerder houdt een register bij van verwaarloosde woningen en gebouwen.
§2. In het verwaarlozingsregister worden minimaal de volgende gegevens opgenomen:
1° het adres van de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw,
2° het nummer en de datum van het opnameattest.
Art. 4. - opname in het verwaarlozingsregister
§1. Een verwaarloosde woning of gebouw wordt opgenomen in het verwaarlozingsregister aan de hand van een genummerd opnameattest waaraan minstens één foto wordt toegevoegd. De datum van het opnameattest geldt als de datum van de vaststelling van de verwaarlozing en geldt als opnamedatum. Het opnameattest bevat:
- het adres van de verwaarloosde woning of het gebouw;
- het nummer en de datum van het opnameattest;
- opsomming van alle gebreken die aanleiding geven tot de opname in het verwaarlozingsregister;
- de kadastrale gegevens van de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw.
§2. Een woning of gebouw, waarvan is vastgesteld dat het verwaarloosd is, wordt opgenomen in het verwaarlozingsregister op datum van het opnameattest.
§3. Een woning die opgenomen is in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen kan eveneens opgenomen worden in het verwaarlozingsregister, en omgekeerd.
§4. Een woning die of een gebouw dat opgenomen is in het gemeentelijke leegstandsregister, kan eveneens opgenomen worden in het verwaarlozingsregister, en omgekeerd.
Art. 5. - kennisgeving van de opname
§1. Alle houders van het zakelijk recht worden met een aangetekende zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname van de woning of het gebouw in het verwaarlozingsregister.
De kennisgeving bevat:
- het genummerde opnameattest;
- informatie over de gevolgen van de registratie in het verwaarlozingsregister;
- informatie over de beroepsprocedure tegen de opname in het verwaarlozingsregister;
- informatie over de mogelijke vrijstellingen van de verwaarlozingsheffing;
- informatie over de mogelijkheid tot schrapping uit het verwaarlozingsregister.
§2. De kennisgeving wordt gericht aan de woonplaats van de houder(s) van het zakelijk recht. Is de woonplaats van een houder van het zakelijk recht niet bekend, dan wordt de kennisgeving gericht aan zijn verblijfplaats. Is de verblijfplaats van een houder van het zakelijk recht niet bekend, dan wordt de kennisgeving gericht aan het adres van de woning of het gebouw waarop het opnameattest betrekking heeft.
Art. 6. - beroep tegen de opname
§1. Het modelformulier om beroep in te dienen tegen de opname in het verwaarlozingsregister is in te vullen via het digitaal loket op de website van de gemeente of aan te vragen bij de registerbeheerder.
§2. De houder van het zakelijk recht bezorgt het ingevuld modelformulier om beroep in te dienen tegen de opname in het verwaarlozingsregister binnen een termijn van zestig kalenderdagen, te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van de aangetekende zending omtrent de opname in het verwaarlozingsregister.
§3. Als het beroep tegen de opname ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als advocaat die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
§4. De registerbeheerder onderzoekt of het beroep gegrond is en maakt zijn advies over aan het college van burgemeester en schepenen. Het college van burgemeester en schepenen beslist over de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften. De beslissing wordt genomen op basis van de stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling. Als een beslissing op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de registerbeheerder. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot de woning of het gebouw geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.
§5. De houder van het zakelijk recht wordt binnen een termijn van zestig kalenderdagen na ontvangst van het beroep met een aangetekende zending ingelicht van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen. Deze aangetekende zending vermeldt de instantie waarbij beroep kan worden ingesteld, zijnde de rechtbank van eerste aanleg van Brussel.
Art. 7. - schrapping uit het verwaarlozingsregister
§1. Een woning of gebouw wordt uit het verwaarlozingsregister geschrapt als de houder van het zakelijk recht bewijst dat de woning of het gebouw twee of minder gebreken van categorie I en geen gebreken categorie II vertoont die bij quotering in het opnameattest, vermeld in artikel 2, tot verwaarlozing zou leiden. ln geval van sloop moet alle puin geruimd zijn.
De houder van het zakelijk recht kan dit aantonen door het aanleveren van bewijsstukken. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek ter plaatse uitgevoerd door de registerbeheerder.
§2. Het modelformulier om de schrapping uit het verwaarlozingsregister aan te vragen is in te vullen via het digitaal loket op de website van de gemeente of aan te vragen bij de registerbeheerder.. De aanvraag moet ondertekend zijn en moet minimaal volgende gegevens bevatten:
- de identiteit en het adres van de indiener;
- de vermelding van het nummer van het opnameattest;
- de vermelding van het adres van de woning of het gebouw waarop de aanvraag tot schrapping betrekking heeft;
- de bewijsstukken overeenkomstig §1 die aantonen dat de woning/het gebouw geschrapt mag worden uit het verwaarlozingsregister.
§3. Als het verzoek tot schrapping ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als advocaat die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
§4. De registerbeheerder onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het verwaarlozingsregister en neemt een beslissing binnen een termijn van zestig kalenderdagen na de ontvangst van het schrappingsverzoek. De registerbeheerder brengt de verzoeker op de hoogte van zijn beslissing met een aangetekende zending.
§5. Tegen de beslissing over het verzoek tot schrapping kan de houder van het zakelijk recht beroep aantekenen volgens de procedure vermeld in artikel 6.
HOOFDSTUK 3: Belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen
Art. 8. - belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen
§1. Met ingang van 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op de woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden opgenomen zijn in het verwaarlozingsregister.
§2. De belasting is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat de woning of het gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden opgenomen is in het verwaarlozingsregister.
Zolang de woning of het gebouw niet is geschrapt uit het verwaarlozingsregister, blijft de belasting jaarlijks verschuldigd bij elke verjaardag van de opname.
Art. 9. - belastingplichtige
§1. De belasting is verschuldigd door de houder(s) van het zakelijk recht van de verwaarloosde woning of het verwaarloosd gebouw op de verjaardag van de opnamedatum.
§2. Ingeval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld. Ingeval er meerdere andere houders zijn van het zakelijk recht, zijn deze eveneens afzonderlijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.
Indien er een recht van opstal of erfpacht bestaat, is de verwaarlozingsheffing verschuldigd door de erfpachter of de opstalhouder. Bij vruchtgebruik is de heffing verschuldigd door de vruchtgebruiker.
§3. Ingeval van overdracht van het zakelijk recht wordt van de verkoper of zijn notaris verwacht dat de verkrijger van het zakelijk recht voorafgaandelijk in kennis wordt gesteld dat het goed is opgenomen in het verwaarlozingsregister. In elk geval wordt geen rekening gehouden met de tussen partijen gesloten overeenkomst aangaande de verschuldigde belasting.
Art. 10. - tarief van de belasting
§1. De belasting bedraagt 2.500,00 euro voor een verwaarloosde woning of gebouw.
§2. De belasting wordt jaarlijks vermeerderd met 2.000,00 euro per bijkomende nieuwe termijn van twaalf maanden dat de woning of het gebouw in het verwaarlozingsregister opgenomen staat.
De belasting kan maximaal verhoogd worden tot een bedrag van 15.000,00 euro, waarna jaarlijks het maximumbedrag van 15.000,00 euro verschuldigd is bij elke nieuwe verjaardag van opname in het verwaarlozingsregister.
Het aantal termijnen dat een woning of gebouw in het register staat vervalt bij overdracht van het zakelijk recht betreffende het gebouw of de woning.
Art. 11. - bezwaar tegen de heffing
§1. De belastingplichtige kan bezwaar indienen tegen de belasting overeenkomstig de bepalingen vermeld in artikel 9 van het decreet betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen van 30 mei 2008 inclusief latere wijzigingen.
§2. Een vrijstelling van de verwaarlozingsbelasting wordt verleend voor bepaalde duur:
- wanneer de belastingplichtige sinds minder dan één jaar nieuwe houder is van het zakelijk recht van de woning/het gebouw. De vrijstelling geldt voor de eerste aanslag volgend op de datum van het verkrijgen van het zakelijk recht. Deze vrijstelling moet worden aangetoond met een attest van de notaris of de notariële akte waaruit de datum van verwerving blijkt;
- wanneer de woning of het gebouw gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan. De vrijstelling geldt maximum voor de eerste vijf aanslagen volgend op de datum van de goedkeuring van het onteigeningsplan door de bevoegde overheid. Het goedgekeurd onteigeningsplan dient voorgelegd te worden.
De vrijstelling geldt voor de eerstvolgende aanslag. De belastingplichtige dient jaarlijks zelf te bewijzen (a.d.h.v. facturen, foto’s, etc.) dat de vooropgestelde werken uitgevoerd zijn. Deze vrijstelling kan maximaal één maal verlengd worden en dit enkel bij grondige renovatiewerken. Grondige renovatiewerken houden in dat de woning tijdens het uitvoeren van de werken onmogelijk te bewonen is omwille van het gebrek aan basiscomfort.
- wanneer de woning of het gebouw vernield of ernstig beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp (brand, overstroming, …). De vrijstelling wordt toegekend n.a.v. een besluit van de burgemeester op basis van artikel 135 van de Nieuwe Gemeentewet en geldt maximum voor de eerste twee aanslagen volgend op de datum van het besluit van de burgemeester.
- indien de woning/het gebouw beschikt over een niet-vervallen stedenbouwkundige vergunning/omgevingsvergunning voor renovatiewerken. Deze vrijstelling geldt maximum voor de eerste drie aanslagen volgend op de datum van de vergunning. De betrokkene dient jaarlijks zelf te bewijzen (a.d.h.v. facturen, foto’s, etc.) dat de vooropgestelde werken uitgevoerd zijn;
- indien de woning/het gebouw gerenoveerd werd in het jaar waarop de belasting betrekking heeft en beschikt over een gedetailleerd renovatieschema met minstens:
- een plan van het pand met aanduiding van de uitgevoerde en geplande werken (mag een schets zijn);
- een overzicht en korte beschrijving van de werken die uitgevoerd zijn en zullen worden;
- een raming van de kosten van de werken;
- foto’s van voor en na de renovatie.
§3. De belastingplichtige die gebruik wenst te maken van een vrijstelling zoals vermeld onder §2 dient zelf hiervoor jaarlijks de nodige bewijsstukken voor te leggen.
Art. 12. - wijze van invordering
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Art. 13. - betalingstermijn
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Art. 14. - overgangsbepalingen
§1. Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en vervangt vanaf die dag het gemeentelijk belastingreglement betreffende verwaarloosde woningen en gebouwen voor de aanslagjaren 2024-2025 van 14 december 2023. Woningen en gebouwen die opgenomen zijn in het gemeentelijke verwaarlozingsregister vóór die datum blijven opgenomen in het register met behoud van de oorspronkelijke opnamedatum.
§2. Voor de bepaling van het belastingtarief wordt verdergegaan van het laatste geheven bedrag, ongeacht of er een vrijstelling van toepassing is. De belasting wordt jaarlijks verhoogd met 2.000,00 euro, tot een maximum van 15.000,00 euro. Zodra dit bedrag is bereikt, blijft het jaarlijkse belastingbedrag 15.000,00 euro.
§3. De houder van het zakelijk recht die onder een vorig reglement een vrijstelling heeft bekomen, moet indien zij een aanslagbiljet ontvangt en nog steeds voldoet aan de voorwaarden van artikel 11 van dit reglement een nieuwe vrijstelling aanvragen volgens de bepalingen van dit reglement.
§4. Bij vrijstellingen waarvoor een maximaal aantal verleningen is vastgelegd, worden ook de vrijstellingen meegeteld die in het verleden zijn toegekend onder eerdere verwaarlozingsreglementen.
Art. 2.
Dit besluit bekend te maken overeenkomstig de bepalingen van “Afdeling 2. Bekendmaking en inwerkingtreding, Hoofdstuk 1. Akten van het lokaal bestuur, Titel 5. De werking van het lokaal bestuur" DLB.
De gemeenteraad keurt het gemeentelijk belastingreglement op lijkbezorging, asverstrooiing en ontgravingen voor de aanslagjaren 2026 tem. 2031 goed.
Artikels 40, §3 en 41, 14° van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
/
Het gemeentelijk belastingreglement inzake lijkbezorging, asverstrooiing en ontgravingen, goedgekeurd in de gemeenteraadsbeslissing van 28 september 2023, vervalt op 31 december 2025. Een hernieuwing van dit reglement voor de aanslagjaren 2026-2031 is aldus noodzakelijk.
De prijs voor het ontgraven en de belasting voor niet-inwoners wordt met 100% verhoogd omdat deze tarieven al jarenlang niet zijn aangepast en niet langer in verhouding staan tot de werkelijke kosten. Het ontgraven brengt aanzienlijke personeels- en materiaaluitgaven met zich mee, die door inflatie en stijgende loonkosten fors zijn toegenomen.
Voor niet-inwoners geldt bovendien dat zij geen bijdrage leveren via lokale belastingen, waardoor de gemeente de volledige kost moet dragen.
Door deze aanpassing zorgen we voor een kostendekkend tarief en een eerlijke verdeling van de lasten.
Rekening houdende met de financiële toestand van de gemeente.
/
Artikel 1.
Onderstaand belastingreglement op lijkbezorging, asverstrooiing en ontgravingen goed te keuren:
Belastingreglement op lijkbezorging, asverstrooiing en ontgravingen - Aanslagjaren 2026 tem. 2031
Artikel 1 - belastbare grondslag
Met ingang van 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een gemeentebelasting gevestigd op:
- niet-geconcedeerde begraving, bijzetting zonder concessie columbariumnissen en niet geconcedeerde urneveldplaatsen;
- uitstrooiing op de strooiweide;
- het ontgraven van stoffelijke overschotten.
Art. 2. - aanslagvoet, berekening
§1. niet-geconcedeerde gronden, niet geconcedeerde columbariumnissen en niet-geconcedeerde urneveldplaatsen:
- worden gratis ter beschikking gesteld voor een periode van 10 jaar voor personen die ingeschreven zijn in het bevolkings- vreemdelingen- of wachtregister van Grimbergen, personen die gedurende minstens 25 jaar in het bevolkings- of vreemdelingenregister van Grimbergen waren ingeschreven en die ten hoogste gedurende 5 jaar niet langer ingeschreven zijn in deze registers en personen die in de bevolkingsregisters van Grimbergen waren ingeschreven maar die werden overgebracht naar een rust- of herstellingsoord waardoor zij niet langer ingeschreven zijn in bovenvermelde registers;
- worden ter beschikking gesteld voor een periode van 10 jaar voor alle andere personen: 1.800,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro).
§2. de asverstrooiing:
- is gratis voor personen die ingeschreven zijn in het bevolkings- vreemdelingen- of wachtregister van Grimbergen, voor personen die gedurende minstens 25 jaar in het bevolkings- of vreemdelingenregister van Grimbergen waren ingeschreven en die ten hoogste gedurende 5 jaar niet langer ingeschreven zijn in deze registers en voor personen die in de bevolkingsregisters van Grimbergen waren ingeschreven maar die werden overgebracht naar een rust- of herstellingsoord waardoor zij niet langer ingeschreven zijn in bovenvermelde registers;
- voor alle andere personen: 300,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro).
§3. Het ontgraven van stoffelijke overschotten uit volle grond en uit een grafkelder:
- is gratis indien ontgravingen uitgevoerd worden op bevel van de rechterlijke overheden, bij terugneming van het geconcedeerd perceel of de nis wegens openbaar belang of dienstnoodwendigheden, bij sluiting van de begraafplaats of bij opgraving van militairen of burgers die voor het vaderland gestorven zijn.
- voor alle andere ontgravingen: 1.800,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro).
§4. verwijdering uit een urnenkelder of columbarium:
- is gratis indien de verwijdering uitgevoerd worden op bevel van de rechterlijke overheden, bij terugneming van het geconcedeerd perceel of de nis wegens openbaar belang of dienstnoodwendigheden, bij sluiting van de begraafplaats of bij opgraving van militairen of burgers die voor het vaderland gestorven zijn.
- voor alle andere verwijderingen: 300,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro).
§5. Het openen van grafkelders, urnekelders en columbaria bij bijzetting:
- tarief openen grafkelder bij bijzetting: 600,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro);
- tarief openen urnekelder of columbaria bij bijzetting: 300,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro).
Art. 3. - indexering
De gemeentebelasting zoals vermeld in artikel 2 wordt jaarlijks op 1 januari, en voor de eerste keer op 1 januari 2027, aangepast aan de index der consumptieprijzen volgens volgende formule:
Tarief x nieuwe index (*) / basisindex (**)
* Nieuwe index = index van de maand december voorafgaand aan het aanslagjaar
** Basisindex = index van de maand december 2025
Art. 4. - de belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die de aanvraag tot begraving, bijzetting, uitstrooiing, ontgraving of verwijdering, zoals vermeld in artikel 2, indient.
Art. 5. - wijze van invorderingDe belasting wordt contant of via bancontact ingevorderd op het ogenblik van de aanvraag tot begraving, bijzetting, uitstrooiing van de as, ontgraving of verwijdering.
Art. 2.
Dit besluit bekend te maken overeenkomstig de bepalingen van “Afdeling 2. Bekendmaking en inwerkingtreding, Hoofdstuk 1. Akten van het lokaal bestuur, Titel 5. De werking van het lokaal bestuur" DLB.
De gemeenteraad verdaagt de bespreking van het agendapunt naar de volgende zitting van de gemeenteraad.
Artikels 40, §3 en 41, 14° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
Artikel 170, §4 van de Grondwet.
DLB.
Decreet betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen van 30 mei 2008.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Boek 2, Titel 3, artikels 2.9 - 2.14 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
Boek 2. Deel 2. Titel 4 van het Besluit van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 betreffende de subsidiëring van intergemeentelijke projecten ter ondersteuning van het lokaal woonbeleid. Onder artikel 2.14 staat leegstaande gebouwen en woningen opsporen, registreren en aanpakken opgenomen als basisinitiatief.
Besluit van de gemeenteraad van 29 november 2007 waarin principieel goedgekeurd werd op te richten en toe te treden tot een intergemeentelijke vereniging in functie van de subsidiëring van projecten ter ondersteuning van het lokaal woonbeleid.
Besluit van de gemeenteraad van 28 augustus 2025 houdende het verderzetten van de deelname aan de Interlokale Vereniging "Woonwinkel Noord", de goedkeuring van het subsidiedossier 2026-2031 en een kennisname van de verwachte subsidies vanuit de Vlaamse overheid en de Provincie Vlaams-Brabant. Onder de Vlaamse beleidsprioriteit, vermeld in artikel 2.6 VCW, de gemeente zorgt voor een divers en betaalbaar woonaanbod afhankelijk van de woonnoden, valt onder meer de basisinitiatief leegstaande gebouwen en woningen opsporen, registreren en aanpakken.
Besluit van de gemeenteraad van 19 december 2019 houdende een gemeentelijk belastingreglement betreffende leegstand en leegstandsheffing voor de aanslagjaren 2020-2025 (dossierstuk 1).
Besluit van de gemeenteraad van 26 november 2020 houdende een gemeentelijk belastingreglement betreffende leegstand en leegstandsheffing voor de aanslagjaren 2020-2025 (dossierstuk 2).
Besluit van de gemeenteraad van 28 september 2023 houdende een gemeentelijk belastingreglement betreffende leegstand en leegstandsheffing voor de aanslagjaren 2023-2025 (dossierstuk 3).
Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 24 november 2025 inzake de principiële goedkeuring van het gemeentelijk belastingreglement ter bestrijding van leegstaande woningen en gebouwen - Aanslagjaren 2026 tem. 2031 (dossierstuk 4).
/
Langdurige leegstand van woningen en gebouwen in de gemeente moet voorkomen en bestreden worden. De leegstandsheffing dient als instrument om leegstand en verloedering tegen te gaan en opwaardering van de buurt te stimuleren.
Leegstand van woningen opsporen, registreren en aanpakken is een gemeentelijke bevoegdheid. Gemeenten hebben een ruime vrijheid om te bepalen hoe ze leegstand bestrijden, maar er zijn enkele basisvoorwaarden:
Gemeenten met een leegstandsregister moeten de definities uit de Vlaamse Codex Wonen (art. 2.9–2.14) gebruiken.
Nieuwbouw mag pas zeven jaar na de vergunning, zonder functiegebruik, als leegstaand worden beschouwd.
Schrapping uit het register gebeurt als het gebouw of de woning zes maanden volgens de functie wordt gebruikt.
De leegstandsregistratie geldt voor gebouwen zonder economische functie of met een economische functie op percelen kleiner dan 500 m², die niet onder het decreet van 19 april 1995 vallen.
De vrijstellingen die in het reglement zijn opgenomen spelen in op (onvoorziene) situaties en sluiten aan bij de beleidsdoelstellingen van de gemeente. Ze zijn verantwoord aangezien ze objectief, controleerbaar en tijdelijk zijn. Ze houden rekening met redelijke uitzonderingssituaties waarin het opleggen van een belasting niet proportioneel zou zijn:
Minder dan één jaar houder van het zakelijk recht: deze vrijstelling biedt nieuwe houders van het zakelijk recht de mogelijkheid om de woning in gebruik te nemen of te renoveren. Het is redelijk dat iemand die recent een eigendom heeft verworven, nog geen tijd heeft gehad om de leegstand aan te pakken.
Verblijf in een erkende oudervoorziening of psychiatrische instelling: de persoon met zakelijk recht is fysiek of mentaal niet in staat om de woning te bewonen of te beheren. Deze sociaal gemotiveerde vrijstelling houdt rekening met overmacht en kwetsbare situaties.
Renovatiewerken of sloopwerken: wanneer de houder van het zakelijk recht substantiële werken uitvoert die gericht zijn op het beëindigen van de leegstand, wordt het doel van de belasting bereikt. Een tijdelijke vrijstelling bij renovatiewerken stimuleert de renovatie en herstel. Na een volledige sloop is er geen sprake meer van een leegstand en kan de grond opnieuw geactiveerd worden en is deze klaar voor herontwikkeling.
Gelegen in een goedgekeurd onteigeningsplan: indien een woning of gebouw gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan, is het logisch dat de houder van het zakelijk recht geen investeringen meer doet. De overheid erkent hiermee dat de houder van het zakelijk recht geen controle meer heeft over het lot van het pand.
Vernield of beschadigd door een plotse ramp: wanneer een woning of gebouw ernstig werd beschadigd of vernield ten gevolge van een plotse ramp, zoals brand of overstroming, is het onredelijk om een belasting op te leggen. De houder van het zakelijk recht is in dat geval slachtoffer van overmacht en moet voldoende tijd krijgen om de schade te herstellen.
Meerdere woningen tegelijk renoveren of slopen en vervangen: Deze vrijstelling is bedoeld voor situaties waarin een houder van het zakelijk recht meerdere leegstaande panden tegelijk aanpakt in het kader van een groter renovatie- of herontwikkelingsproject. Dergelijke projecten vergen vaak een langere voorbereidingstijd, coördinatie van aannemers, vergunningsprocedures en aanzienlijke investeringen. Door tijdelijk vrijstelling te verlenen, wordt ruimte gecreëerd om deze projecten op een haalbare en planmatige manier uit te voeren, zonder dat de belastingdruk een rem zet op de herbestemming van leegstaande panden.
De vrijstelling is tijdelijk en gekoppeld aan een jaarlijkse rapporteringsplicht aan het lokaal woonoverleg, dat de voortgang opvolgt en advies geeft aan het college van burgemeester en schepenen. Zo wordt misbruik vermeden en blijft de maatregel gericht op effectief hergebruik van leegstaand patrimonium.
Rekening houdende met de financiële toestand van de gemeente.
Na afsluiting van het debat, waar voor de inhoud wordt verwezen naar het zittingsverslag, stelt burgemeester Bart LAEREMANS voor om dit punt een maand uit te stellen naar de volgende gemeenteraad.
Voorzitter Daan VERTONGEN vraagt of iedereen akkoord gaat met de verdaging van dit agendapunt.
De opbouw van het reglement werd zoveel als mogelijk afgestemd op het reglement betreffende bestrijding van verwaarloosde woningen en gebouwen. Dit om de uniformiteit tussen beide reglementen zo veel als mogelijk te behouden.
Volgende inhoudelijke wijzigingen werden doorgevoerd:
de jaarlijkse gemeentebelasting wordt gevestigd op de woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het leegstandsregister. Zolang het gebouw of de woning in het leegstandsregister staat opgenomen en er geen inschrijving in het bevolkingsregister is op het adres van de woning op het ogenblik dat een nieuwe termijn van twaalf maanden van opname verstrijkt, is de belasting verschuldigd.
Enig artikel.
De bespreking van het agendapunt te verdagen naar de volgende zitting van de gemeenteraad.
De gemeenteraad keurt het belastingreglement op het privaat gebruik van het openbaar domein voor de periode 1 januari 2026 t.e.m. 31 december 2031 goed.
Artikels 40, §3 en 41, 14° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
/
De inname van het openbaar domein brengt verkeershinder met zich mee op de openbare wegen en het openbaar domein binnen de gemeente, zoals bijv.:
omleidingen die moeten georganiseerd worden,
het aantal beschikbare rijstroken dat vermindert,
éénrichtingsverkeer dat ingesteld en opgeheven moet worden,
fietspaden die geheel of gedeeltelijk ingenomen worden of minder dan één meter voetpadbreedte die overblijft,
...
De inname vereist daarboven een verhoogd toezicht op de openbare wegen en het openbaar domein, alsook tussenkomst van gemeentelijke en/of politionele diensten.
De gemeente kan in het kader van een inname van het openbaar domein ook parkeerverbodsborden ter beschikking stellen aan de indieners van een aanvraag inzake inname van het openbaar domein.
Hier staat uiteraard een kostprijs tegenover, welke op basis van de in dit reglement vervatte tarieven aan de aanvrager doorgerekend worden.
Wijzigingen
Schrapping van belasting voor inname van het openbaar domein voor occasionele commerciële reclame. Er wordt voorgesteld om dit onderdeel uit voorliggend reglement te schrappen aangezien het onderdeel "occasionele commerciële reclame" niet wordt toegepast binnen de procedure van de inname van het openbaar domein. Dit zit verder vervat in het belastingreglement op reclameborden. De vrijstelling van belasting voor publiciteitskaravanen die rijwielkoersen van nationale of internationale betekenis vergezellen wordt ingevolge hiervan dan ook geschrapt uit voorliggend reglement.
Voor de inname van het openbaar domein in kader van de wekelijke markten en standplaatsen op openbaar domein buiten de openbare markt blijft de huidige belasting behouden. Rondreizende handel wordt niet langer vrijgesteld van de belasting.
De inname van het openbaar domein voor verkoop van producten /diensten met een niet-commercieel karakter zijn wel vrijgesteld van de belasting. Het gemeentebestuur ontvangt jaarlijks aanvragen van o.a. lokale verenigingen, scholen en goede doelen voor de toekenning van een standplaats op openbare markten of het openbaar domein. Aangezien deze initiatieven bedoeld zijn om de sociale cohesie te bevorderen en niet gepaard gaan met commercieel belang, zijn deze standplaatsen vrijgesteld van de belasting.
Invoeging van een belasting op de inname van het openbaar domein van 0,50 euro per m² en per dag in het kader van een evenement. Het gemeentebestuur ontvangt jaarlijks verschillende soorten aanvragen voor de inname van het openbaar domein in het kader van evenementen. Hiervoor is momenteel geen tarief voorzien, terwijl dit wel verantwoord is. Het tarief voor tentconstructies wordt gewijzigd naar een forfaitair tarief per dag inname i.p.v. een forfaitair tarief per m² inname per week. Een hoger forfaitair tarief zal worden toegepast naarmate de oppervlakte van inname van het openbaar domein groter is.
Wijzigingen van tarieven voor de inname van het openbaar domein in het kader van werkzaamheden en het ter beschikking stellen van parkeerverbodsborden door de gemeente.
Een aanvraag inname openbaar domein dient minstens 10 werkdagen voor de gewenste datum ingediend te worden. Deze termijn is nodig omdat er mogelijk externe adviezen vereist zijn van zowel de lokale politie als de openbare vervoersmaatschappijen. De dienst Vergunningen merkt op dat er een toenemend aantal laattijdige aanvragen binnenkomt voor een inname van het openbaar domein, voornamelijk voor het instellen van parkeerverboden. Dit vraagt vaak last-minute aanpassingen in de planning van de dienst Magazijn om het parkeerverbod alsnog nog te kunnen realiseren.
Voordien werd voor het instellen van een parkeerverbod slecht één vast tarief van 30,00 euro per aanvraag gehanteerd, ongeacht de duur of het aantal verkeersborden die ter beschikking worden gesteld.
Het is wenselijk om voor de plaatsing van een parkeerverbod, het tarief af te stemmen op de duur van de inname. Anderzijds wordt er voorgesteld een hogere tarifering toe te passen bij spoedaanvragen en aanvragen bij hoogdringendheid.
De vergoeding inzake de ter beschikkingstelling van parkeerverbodsborden zit momenteel vervat in een afzonderlijk reglement. Er wordt voorgesteld dit te integreren in huidig reglement.
Er wordt bijkomend een standaardvergoeding in rekening gebracht voor de verwerking van een aanvraag en voor het afleveren van de vergunning voor de inname van het openbaar domein in kader van werkzaamheden. Ook hier wordt er voorgesteld om een hoger tarief toe te passen bij spoedaanvragen en aanvragen bij hoogdringendheid.
Voor de eigenlijke inname van het openbaar domein wordt een tarief per dag voorzien afhankelijk van de bezette oppervlakte, waarbij voor een bezette oppervlakte van meer dan 25m² een extra tarief per m² per dag wordt aangerekend.
Toevoeging van een tarief voor het afsluiten van een straat. De gemeente rekende tot nu toe geen kosten aan voor de afsluiting van een straat.
Het volledig afsluiten van het openbaar domein, waardoor de straat niet meer toegankelijk is voor doorgaand verkeer, heeft een grote impact. Het instellen van een tarief hiervoor heeft dan ook een verantwoorde grondslag.
Voor het afsluiten van een straat zal een forfaitair tarief gerekend worden voor de verwerking van de aanvraag en het afleveren van de vergunning met een verhoging van het tarief bij spoedaanvragen en aanvragen bij hoogdringendheid. Bijkomend wordt er een tarief per meter en per dag aangerekend voor de periode waarin de straat afgesloten wordt.
De procedure tot handhaving van de inname van het openbaar domein en de signalisatievergunningen, welke procedure ter kennis werd gebracht op het college van 8 februari 2021, blijft ongewijzigd.
Bij vaststelling van het gebruik van het openbaar domein zonder de vereiste vergunning wordt een GAS-boete opgelegd.
Vrijstelingen
Zijn vrijgesteld van de belasting:
Inname van het openbaar domein in kader van jeugdwerking, onderwijs en het verenigingsleven alsook in functie van wijk- en buurtfeesten of speelstraten zijn bedoeld om de sociale cohesie binnen de gemeente en tussen de bewoners te bevorderen. Zij dragen bij tot het algemeen welzijn van de inwoners van de gemeente. De gemeente wenst deze initiatieven te ondersteunen en te bevorderen en zijn om deze reden vrijgesteld van de belasting.
De inname van het openbaar domein voor verkoop van producten /diensten met een niet-commercieel karakter zijn vrijgesteld van de belasting. Het gemeentebestuur ontvangt jaarlijks aanvragen van o.a. lokale verenigingen, scholen en goede doelen voor de toekenning van een standplaats op openbare markten of het openbaar domein. Aangezien ook deze initiatieven bedoeld zijn om de sociale cohesie te bevorderen en zij niet gepaard gaan met commercieel belang, zijn deze standplaatsen vrijgesteld van de belasting.
Rekening houdend met de financiële situatie van de gemeente.
/
Artikel 1.
Onderstaand belastingreglement op het privaat gebruik van het openbaar domein goed te keuren:
Belastingreglement op het privaat gebruik van het openbaar domein – Aanslagjaren 2026 tem. 2031
Artikel 1. - Belastbare grondslag
Met ingang van 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een gemeentebelasting gevestigd op het privaat gebruik van het openbaar domein.
Voor elke inname van het openbaar domein is een voorafgaandelijke toelating nodig van het gemeentebestuur zoals opgenomen in het gemeentelijk politiereglement.
De loutere betaling, noch vrijstelling, van deze belasting houdt op zich geen toelating in om het openbaar domein in gebruik te nemen.
Art. 2. – Definities
- Ieder gedeelte van een plaatseenheid wordt aangerekend voor een volle eenheid en elke begonnen periode wordt beschouwd als een volledige;
- Als dag wordt beschouwd een kalenderdag. Als week wordt beschouwd een periode van 7 opeenvolgende kalenderdagen;
- Oppervlakte: de oppervlakte wordt berekend op basis van de werkelijke oppervlakte van de meetkundige figuur waarin het voorwerp of de groep voorwerpen die de openbare weg innemen, gevat kan worden;
Standaard aanvragen: dit zijn aanvragen voor een inname openbaar domein waarbij de minimale aanvraagtermijn van minstens tien werkdagen gerespecteerd werd;
- Spoedaanvragen: dit zijn aanvragen voor een inname openbaar domein die worden behandeld binnen minder dan 10 werkdagen en met een minimale behandeltermijn van 4 werkdagen;
- Hoogdringende aanvragen: dit zijn aanvragen voor een inname openbaar domein die dienen behandeld te worden binnen de 3 werkdagen;
- Evenement: een in tijd en ruimte beperkte en verplaatsbare georganiseerde activiteit of feestelijkheid op een vooraf bepaalde plaats en tijdstip.
Art. 3. - Aanslagvoet, berekening
§1. Inname openbaar domein voor ambulante handel
1.1. Vaste standplaatsen op de openbare markt en op openbaar domein buiten de openbare markt
Tarief Per lopende meter en per marktdag of verkoopdag 1,60 euro/m/dag Forfaitair bedrag per marktdag of verkoopdag voor de aansluiting op het openbaar elektriciteitsnet,
indien er daarvoor een voorziening aanwezig is
3,00 euro/dag Het uitsluitend verkopen van producten of diensten met een niet-commercieel karakter Gratis 1.2. Ambulante handel op rondtrekkende wijze
Tarief Jaarlijks forfaitair bedrag 255,00 euro
§2. Occasionele inname openbaar domein in het kader van evenementen
Tarief
Tentconstructies: forfaitair tarief per dag inname
- bij inname oppervlakte < 300 m²: 30,00 euro/dag
- bij inname oppervlakte 300 m² t.e.m. 500 m²: 50,00 euro/dag
- bij inname oppervlakte > 500 m²: 75,00 euro/dag
Andere inname in kader van evenement: per m² en per dag voor de bezette oppervlakte
0,50 euro/m²/dag
Per dag inname wordt voor de aansluiting op het openbaar elektriciteitsnet, indien er daarvoor een voorziening aanwezig is, een forfaitair bedrag in rekening gebracht
3,00 euro/dag
De tarieven vermeld onder artikel 3, §2 zijn niet van toepassing op kermissen en de gemeentelijke kerst- en lentemarkt. Voor deze evenementen zijn volgende reglementen van toepassing:
- Gemeentelijk retributiereglement betreffende kermissen;
- Gemeentelijk retributiereglement betreffende de kerstmarkt en de lentemarkt.
§3. Tijdelijke inname openbaar domein in kader van werkzaamheden
Standaard aanvraag Spoedaanvraag Hoogdringende aanvraag ≥ 10 werkdagen Binnen de 4 tot <10 werkdagen Binnen de 3 werkdagen Administratieve kost voor de behandeling van de aanvraag en het afleveren van de vergunning 40,00 euro 80,00 euro 150,00 euro Plaatsing van containers, stellingen en kranen, werfwagens, bouw- en afbraakmaterialen, bouwliften, dakliften, hoogtewerkers,
werfafsluitingen, werfketen, werftoiletten, stroomgroepen, opslag van materieel of materiaal,
gevelschoring, big-bags, puincontainers, betonmolens, betonbakken, silo’s (deze lijst is niet limitatief):
Per dag met een maximum van 25 m² bezette oppervlakte 15,00 euro/dag 15,00 euro/dag 15,00 euro/dag Extra tarief per dag en per m² vanaf meer dan 25 m² bezette oppervlakte 0,80 euro/m²/dag 0,80 euro/m²/dag 0,80 euro/m²/dag
§4. Verhuur parkeerverbodsborden
Parkeerverbodsborden die verhuurd worden door de gemeente wordt steeds geplaatst en weggehaald door de gemeentediensten.
Standaard aanvraag Spoedaanvraag Hoogdringende aanvraag ≥ 10 werkdagen Binnen de 4 tot <10 werkdagen Binnen de 3 werkdagen De plaatsing en weghaling van de borden door de gemeentelijke diensten 30,00 euro 60,00 euro 100,00 euro Per dag huur van de borden (dag van plaatsing en weghaling uitgezonderd) 5,00 euro/dag 5,00 euro/dag 5,00 euro/dag Extra tarief per dag vanaf verhuur van meer dan 8 parkeerverbodsborden 2,00 euro/dag 2,00 euro/dag 2,00 euro/dag Ingeval verlenging van de aanvraag wordt, bovenop het bijkomend dagtarief voor de huur van de borden
voor de periode van verlenging, een extra forfaitaire kost aangerekend van 15,00 euro.
15,00 euro 15,00 euro 15,00 euro
§5. Afsluiten straat
Standaard aanvraag Spoedaanvraag Hoogdringende aanvraag ≥ 10 werkdagen Binnen de 4 tot <10 werkdagen Binnen de 3 werkdagen Administratieve kost voor de behandeling van de aanvraag en het afleveren van de vergunning 40,00 euro 80,00 euro 150,00 euro Afsluiting van een straat.
Het tarief per meter wordt vastgesteld op basis van de afstand die gemeten wordt tussen
het begin- en eindpunt van de afsluiting, desgevallend aangegeven door de nodige signalisatie.
0,50 euro/m/dag 0,50 euro/m/dag 0,50 euro/m/dag
Art. 4. - Indexering
De tarieven zoals vermeld onder artikel 3 worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan de index der consumptieprijzen volgens volgende formule:
tarief x nieuwe index (*) / basisindex (**)
* Nieuwe index = index van maand december voorafgaand aan het belastingjaar
** Basisindex = index van de maand december 2025
Art. 5. - Schade aan het openbaar domein
Indien er ingevolge de inname van het openbaar domein schade wordt vastgesteld aan het openbaar domein, zullen de herstelkosten aan het openbaar domein verhaald worden op de aanvrager en dit overeenkomstig de tarieven zoals bepaald in het gemeentelijk retributiereglement op uitvoering van werken voor derden.
Art. 6. - Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die de machtiging of vergunning heeft verkregen om het openbaar domein in gebruik te nemen op een wijze zoals omschreven in artikel 3.
De persoon voor wiens rekening het openbaar domein in gebruik wordt genomen is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belastingschuld.
Art. 7. - Vrijstelling van belasting
Zijn vrijgesteld van de belasting:
- Het gebruik van het openbaar domein uitgaande van of bevolen door de Staat, de Gemeenschappen, de Gewesten, de Provincies of de Gemeenten;
- Gebruik van het openbaar domein in het kader van activiteiten van het Europees parlement, de federale kamers, het Vlaamse parlement, de provincieraad en de gemeenteraad vanaf de datum van de indiening der lijsten, voor de partijen die een lijst hebben ingediend en/of voor de kandidaten die erop voorkomen;
- Gebruik van het openbaar domein door jeugdgroeperingen of instanties die zich uitsluitend met jeugdwerking bezighouden;
- Gebruik van het openbaar domein door onderwijsinstellingen voor zover dit louter gericht is op de schoolactiviteiten;
- Het afsluiten van straten in functie van een wijk- of buurtfeest of in functie van de inrichting van een speelstraat;
- Gebruik van het openbaar domein door de door gemeente Grimbergen erkende of betoelaagde verenigingen voor zover dit louter in het kader is van hun erkende/betoelaagde activiteiten;
- De inname van het openbaar domein voor verkoop van producten / diensten met een niet-commercieel karakter;
- Het gebruik van het openbaar domein voor activiteiten in samenwerking met het gemeentebestuur.
Art. 8. - Verplichting voorafgaande aanvraag en overtredingen
§1. Voor de inname van het openbaar domein is men gehouden een voorafgaande aanvraag in te dienen bij het gemeentebestuur met aanduiding van de wijze, inhoud en periode ervan.
§2. De vergunning moet steeds ter plaatse aanwezig en zichtbaar zijn.
Bij containers is de aanvrager verplicht om de vergunning duidelijk aan de container te bevestigen. Voor stellingen kan de vergunning worden aangebracht aan het zeil of aan een zichtbaar raam van de woning. In het geval van bouwmaterialen of kranen mag de vergunning eveneens aan het raam van de woning worden bevestigd.§3. Na aanvang van gebruik kan de periode die werd opgegeven in de aanvraag niet meer ingekort worden. Met andere woorden, de belasting geldt minstens voor de volledige periode die vermeld staat in de aanvraag en waarvoor toelating werd gegeven.
§4. Bij vaststelling van inname van het openbaar domein zonder de vereiste vergunning zal een gas-boete worden opgelegd. Daarnaast zal ook voor elke dag van inname van het openbaar domein zonder vereiste vergunning de belasting van toepassing zijn en, ingeval het een inname openbaar domein betreft in functie van werkzaamheden of het afsluiten van een straat, zal het hoogdringend tarief toegepast worden.
Art. 9. - Wijze van invordering
De belasting zoals vermeld onder artikel 3, §1 en §2 wordt contant ingevorderd door middel van een factuur.
De belasting zoals vermeld onder artikel 3, §3, 4§ en 5§ wordt contant ingevorderd bij het afleveren van de vergunning.
Als de contante inning niet kan worden uitgevoerd, wordt de belasting een kohierbelasting.
Art. 2.
Dit besluit bekend te maken overeenkomstig de bepalingen van “Afdeling 2. Bekendmaking en inwerkingtreding, Hoofdstuk 1. Akten van het lokaal bestuur, Titel 5. De werking van het lokaal bestuur" DLB.
De gemeenteraad keurt het belastingreglement op de opmaak en afgifte van sommige administratieve documenten van de bevolking en burgerlijke stand voor de aanslagjaren 2026 tem. 2031 goed.
Artikels 40, §3 en 41, 14° van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
/
Het gemeentebestuur dient, in de mate van het mogelijke en binnen de grenzen van hetgeen verantwoord is, te trachten kosten te recupereren voor individualiseerbare diensten.
Het afleveren van administratieve stukken is één van de meest voorkomende taken van de gemeentediensten.
De kosten kunnen forfaitair worden bepaald binnen de perken gesteld door de hogere overheden. Het Ministerieel besluit van 11 september 2017 (BS 29 september 2017) stelt dat de tarieven van de vergoedingen jaarlijks worden herzien op 1 januari op basis van de schommelingen van de gezondheidsindex.
Het afleveren van allerhande administratieve stukken brengt voor de gemeente zware lasten mee en het is aangewezen om hiervoor een belasting in te vorderen.
Het is aangewezen om dit reglement specifiek te behouden voor de dienst Bevolking / Burgerlijke stand om de werkwijze voor de dienst te vereenvoudigen.
Het gemeentelijk belastingreglement op de opmaak en de afgifte van sommige administratieve documenten van de bevolking en burgerlijke stand, goedgekeurd in zitting van de gemeenteraad van 28 september 2023, verloopt op 31 december 2025. Een hernieuwing van dit reglement voor de aanslagjaren 2026-2031 is aldus noodzakelijk.
De kostprijs van verschillende producten wordt elk jaar geïndexeerd door de federale overheid waardoor deze tarieven opgetrokken worden om te voorkomen dat er voor de gemeente geen opbrengst meer overblijft. Er worden ook extra producten toegevoegd, waar tot op heden geen belasting voor gevraagd werd, zodat ook de administratieve kost voor deze producten opgevangen wordt. Het gaat hier o.m. over de afgifte van papieren verblijfsdocumenten.
Het is noodzakelijk om via deze belasting de nodige ontvangsten te realiseren voor de financiering van de uitgaven van de gemeente.
De volgende tabel vermeldt de verschillende administratieve producten en diensten dewelke afgeleverd worden en het voorgestelde belastingtarief. De laatste kolom vermeldt de de totale kostprijs van het product/dienst inclusief de officiële productiekosten (vastgesteld voor 2026) dewelke door de hogere overheden aangerekend worden.
| Product |
Omschrijving |
Tarief |
Totale kostprijs 2026 |
||
|
eiD (vanaf 18 jaar) |
Normaal |
Officiële kostprijs voor het aanmaken + 11,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro) |
32,00 euro |
||
| Spoed (D+2) |
Officiële kostprijs voor het aanmaken + 40,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro) |
163,00 euro |
|||
| Extreme spoed met levering te Brussel |
Officiële kostprijs voor het aanmaken + 30,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro) |
192,00 euro |
|||
| Heraanvraag pin/puk voor actieve kaart |
10,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro) |
10,00 euro |
|||
|
EVK |
Normaal |
Officiële kostprijs voor het aanmaken + 11,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro) |
32,00 euro
|
||
| Spoed (D + 2) |
Officiële kostprijs voor het aanmaken + 40,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro) |
163,00 euro |
|||
| Heraanvraag pin/puk voor actieve kaart |
10,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro) |
10,00 euro |
|||
|
Kids-ID en EVK<12 jaar |
Normaal |
Officiële kostprijs voor het aanmaken + 5,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro) |
14,00 euro (Kids-ID 17,00 euro (EVK<12) |
||
| Spoed (D+2) |
Officiële kostprijs voor het aanmaken + 30,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro) |
141,00 euro (Kids-ID) 153,00 euro (EVK<12) |
|||
| Extreme spoed met levering te Brussel (enkel Kids-ID Belgen) |
Officiële kostprijs voor het aanmaken + 20,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro) |
170,00 euro
|
|||
| Heraanvraag pin/puk voor actieve kaart |
10,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro) |
10,00 euro |
|||
|
eiD (van 12 tem 17 jaar |
Normaal |
Officiële kostprijs voor het aanmaken + 8,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro) |
29,00 euro |
||
| Spoed (D+2) |
Officiële kostprijs voor het aanmaken + 40,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro) |
163,00 euro |
|||
| Extreme spoed met levering te Brussel |
Officiële kostprijs voor het aanmaken + 30,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro) |
192,00 euro |
|||
| Heraanvraag pin/puk voor actieve kaart |
10,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro) |
10,00 euro |
|||
|
EVK (van 12 tem 17 jaar) |
Normaal |
Officiële kostprijs voor het aanmaken + 8,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro) |
29,00 euro |
||
| Spoed (D + 2) |
Officiële kostprijs voor het aanmaken + 40,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro) |
163,00 euro |
|||
| Heraanvraag pin/puk voor actieve kaart |
10,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro) |
10,00 euro |
|||
| Paspoort |
Normaal meerderjarigen |
Officiële kostprijs voor het aanmaken + het bedrag van de consulaire zegels + 30,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro) |
95,00 euro |
||
| Normaal minderjarigen |
Officiële kostprijs voor het aanmaken + 23,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro) |
58,00 euro |
|||
| Spoed meerderjarigen |
Officiële kostprijs voor het aanmaken + het bedrag van de consulaire zegels + 40,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro) |
280,00 euro |
|||
| Spoed minderjarigen |
Officiële kostprijs voor het aanmaken + 40,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro) |
250,00 euro |
|||
| Superdringende spoed meerderjarigen |
Officiële kostprijs voor het aanmaken + het bedrag van de consulaire zegels + 30,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro) |
330,00 euro |
|||
| Superdringende spoed minderjarigen |
Officiële kostprijs voor het aanmaken + 30,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro) |
300,00 euro |
|||
| Rijbewijs |
Europees |
Officiële kostprijs voor het aanmaken + 11,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro) |
31,00 euro |
||
|
|
Internationaal |
Officiële kostprijs voor het aanmaken + 11,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro) |
27,00 euro |
||
| Opstart verblijfsprocedures |
Bijlage 15bis en bijlage 41bis |
30,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro) |
|
||
| Bijlage 3 – attest van inontvangstname |
30,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro) |
|
|||
Documenten voor niet-Belgen |
Bijlage 3 ( aankomstverklaring en melding van aanwezigheid) |
7,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro) |
|
||
| Bijlage 4 –attest van immatriculatie. Iedere verlenging |
20,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro)
|
|
|||
| Iedere verlenging van een bijlage 4-attest van immatriculatie. |
7,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro) |
|
|||
| Bijlage 16 en 16bis – aanvraag machtiging tot vestiging of tot het bekomen status langdurig ingezetene |
7,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro) |
|
|||
| Bijlage 3bis – verbintenis tot tenlasteneming |
40,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro) |
|
|||
| Bijlage 32 – verbintenis tot tenlasteneming student |
40,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro) |
|
|||
| Bijlage 35 – bijzonder verblijfsdocument |
7,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro) |
|
|||
| Aanvraag voor een aankomst of een interne mutatie in het bevolkingsregister, het vreemdelingenregister of het wachtregister
|
Per meerderjarige: 20,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro) Per minderjarige: 10,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro) |
||||
| Opmaak en afgifte van documenten, akten en inlichtingen van de dienst bevolking en burgerlijke stand (attesten van woonst, samenstelling van gezin, bewijs van leven en uittreksel strafregister afgeleverd aan persoon zelf is gratis) |
7,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro) |
||||
| Eensluidend verklaring van documenten en wettiging handtekening |
7,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro) |
||||
| Toelating om te reizen minderjarigen |
7,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro) |
||||
| Afgifte moraliteitsattest |
30,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro) |
||||
| Postnatale of prenatale erkenning |
40,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro) |
||||
| Verklaring geslachtswijziging |
40,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro) |
||||
| Dossier nationaliteit |
100,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro) |
||||
| Genealogische opzoekingen |
50,00 euro/uur belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro) |
||||
| Dossier voornaamsverandering (transgender) |
15,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro) |
||||
| Dossier voornaamsverandering (gewone procedure) |
150,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro) |
||||
| Wettelijke samenwoning registreren |
40,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro) |
||||
| Beëindiging wettelijke samenwoning wederzijdse toestemming |
40,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro) |
||||
| Eenzijdige beëindiging wettelijke samenwoning |
40,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro) + kosten gerechtsdeurwaarder |
||||
|
Huwelijk |
Maandag tem donderdag |
140,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro) |
|||
| Vrijdag |
180,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro) |
||||
| Zaterdag |
240,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro) |
||||
| Trouwboekje |
40,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro) |
||||
Rekening houdende met de financiële toestand van de gemeente.
Voor de argumentatie van de stemmingen wordt verwezen naar het zittingsverslag.
/
Artikel 1.
Onderstaand belastingreglement op de opmaak en afgifte van sommige administratieve documenten van de bevolking en burgerlijke stand goed te keuren:
Belastingreglement op de opmaak en afgifte van sommige administratieve documenten van de bevolking en burgerlijke stand, aanslagjaren 2026 tem. 2031
Artikel 1. - belastbare grondslag
Met ingang van 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een gemeentebelasting gevestigd op de afgifte van sommige getuigschriften of andere administratieve documenten.
Art. 2. - aanslagvoet, berekening
Product
Omschrijving
Tarief
eiD (vanaf 18 jaar)
Normaal
Officiële kostprijs voor het aanmaken + 11,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro)
Spoed (D+2)
Officiële kostprijs voor het aanmaken + 40,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro)
Extreme spoed met levering te Brussel
Officiële kostprijs voor het aanmaken + 30,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro)
Heraanvraag pin/puk voor actieve kaart
10,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro)
EVK
Normaal
Officiële kostprijs voor het aanmaken + 11,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro)
Spoed (D + 2)
Officiële kostprijs voor het aanmaken + 40,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro)
Heraanvraag pin/puk voor actieve kaart
10,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro)
Kids-ID en EVK<12 jaar
Normaal
Officiële kostprijs voor het aanmaken + 5,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro)
Spoed (D+2)
Officiële kostprijs voor het aanmaken + 30,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro)
Extreme spoed met levering te Brussel (enkel Kids-ID Belgen)
Officiële kostprijs voor het aanmaken + 20,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro)
Heraanvraag pin/puk voor actieve kaart
10,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro)
eiD (van 12 tem 17 jaar
Normaal
Officiële kostprijs voor het aanmaken + 8,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro)
Spoed (D+2)
Officiële kostprijs voor het aanmaken + 40,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro)
Extreme spoed met levering te Brussel
Officiële kostprijs voor het aanmaken + 30,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro)
Heraanvraag pin/puk voor actieve kaart
10,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro)
EVK (van 12 tem 17 jaar)
Normaal
Officiële kostprijs voor het aanmaken + 8,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro)
Spoed (D + 2)
Officiële kostprijs voor het aanmaken + 40,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro)
Heraanvraag pin/puk voor actieve kaart
10,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro)
Paspoort
Normaal meerderjarigen
Officiële kostprijs voor het aanmaken + het bedrag van de consulaire zegels +
30,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro)
Normaal minderjarigen
Officiële kostprijs voor het aanmaken + 23,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro)
Spoed meerderjarigen
Officiële kostprijs voor het aanmaken + het bedrag van de consulaire zegels +
40,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro)
Spoed minderjarigen
Officiële kostprijs voor het aanmaken + 40,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro)
Superdringende spoed meerderjarigen
Officiële kostprijs voor het aanmaken + het bedrag van de consulaire zegels +
30,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro)
Superdringende spoed minderjarigen
Officiële kostprijs voor het aanmaken + 30,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro)
Rijbewijs
Europees
Officiële kostprijs voor het aanmaken + 11,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro)
Internationaal
Officiële kostprijs voor het aanmaken + 11,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro)
Opstart verblijfsprocedures
Bijlage 15bis en bijlage 41bis
30,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro)
Bijlage 3 – attest van inontvangstname
30,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro)
Documenten voor niet-Belgen
Bijlage 3 ( aankomstverklaring en melding van aanwezigheid)
7,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro)
Bijlage 4 –attest van immatriculatie. Iedere verlenging
20,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro)
Iedere verlenging van een bijlage 4-attest van immatriculatie.
7,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro)
Bijlage 16 en 16bis – aanvraag machtiging tot vestiging of tot het bekomen status langdurig ingezetene
7,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro)
Bijlage 3bis – verbintenis tot tenlasteneming
40,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro)
Bijlage 32 – verbintenis tot tenlasteneming student
40,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro)
Bijlage 35 – bijzonder verblijfsdocument
7,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro)
Aanvraag voor een aankomst of een interne mutatie in het bevolkingsregister, het vreemdelingenregister of het wachtregister
Per meerderjarige: 20,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro)
Per minderjarige: 10,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro)
Opmaak en afgifte van documenten, akten en inlichtingen van de dienst bevolking en burgerlijke stand (attesten van woonst, samenstelling van gezin, bewijs van leven en uittreksels strafregister afgeleverd aan persoon zelf is gratis)
7,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro)
Eensluidend verklaring van documenten en wettiging handtekening
7,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro)
Toelating om te reizen minderjarigen
7,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro)
Afgifte moraliteitsattest
30,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro)
Postnatale of prenatale erkenning
40,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro)
Verklaring geslachtswijziging
40,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro)
Dossier nationaliteit
100,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro)
Genealogische opzoekingen
50,00 euro/uur belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro)
Dossier voornaamsverandering (transgender)
15,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro)
Dossier voornaamsverandering (gewone procedure)
150,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro)
Wettelijke samenwoning registreren
40,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro)
Beëindiging wettelijke samenwoning wederzijdse toestemming
40,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro)
Eenzijdige beëindiging wettelijke samenwoning
40,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro) + kosten gerechtsdeurwaarder
Huwelijk
Maandag tem donderdag
140,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro)
Vrijdag
180,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro)
Zaterdag
240,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro)
Trouwboekje
40,00 euro belasting + jaarlijkse indexatie (volledig tarief afgerond naar de hogere gehele euro)
Art. 3. - indexering
De gemeentebelasting zoals vermeld in artikel 2 wordt jaarlijks op 1 januari, en voor de eerste keer op 1 januari 2027, aangepast aan de index der consumptieprijzen volgens volgende formule:
Tarief x nieuwe index (*) / basisindex (**)
* Nieuwe index = index van de maand december voorafgaand aan het aanslagjaar
** Basisindex = index van de maand december 2025
Art. 4. - belastingplichtige
De belasting valt ten laste van de persoon of instellingen aan wie deze stukken door de gemeente of ambtshalve worden uitgereikt.
Art. 5. - vrijstelling van belasting
Zijn van de door de gemeente gevorderde belasting vrijgesteld:
Art. 6. - wijze van invordering
De belasting wordt contant of via bancontact ingevorderd.
Art. 7. - bezwaren
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.
De indiening en het behandelen van dit bezwaar gebeurt volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, het invorderen en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
Art. 2.
Dit besluit bekend te maken overeenkomstig de bepalingen van “Afdeling 2. Bekendmaking en inwerkingtreding, Hoofdstuk 1. Akten van het lokaal bestuur, Titel 5. De werking van het lokaal bestuur" DLB.
De gemeenteraad verdaagt de bespreking van het agendapunt naar de volgende zitting van de gemeenteraad.
Artikels 40, §3 en 41, 14° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
Artikel 170, §4, van de Grondwet.
DLB.
Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het algemeen politiereglement, goedgekeurd door de gemeenteraad op 28 januari 2021, inclusief latere wijzigingen, inzonderheid Hoofdstuk 2 "De openbare netheid", Afdeling 1 "Netheid van de openbare ruimte" en Hoofdstuk 7 "Dieren".
Besluit van de gemeenteraad van 19 december 2019 aangaande de goedkeuring van het belastingreglement op het weghalen van afvalstoffen en vuilnis, gestort op plaatsen waar dit storten volgens een wettelijke of reglementaire bepaling verboden is voor de aanslagjaren 2020-2025 (dossierstuk 1).
Besluit van de gemeenteraad van 28 januari 2021 aangaande de goedkeuring van het gewijzigd belastingreglement op het weghalen van afvalstoffen en vuilnis, gestort op plaatsen waar dit storten volgens een wettelijke of reglementaire bepaling verboden is voor de aanslagjaren 2021-2025 (dossierstuk 2).
Besluit van de gemeenteraad van 28 september 2023 inzake de goedkeuring van het belastingreglement op het weghalen van afvalstoffen en vuilnis, gestort op plaatsen waar dit storten volgens een wettelijke of reglementaire bepaling verboden is, aanslagjaren 2023-2025 (dossierstuk 3).
Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 1 december 2025 inzake de principiële goedkeuring van het gemeentelijk belastingreglement op het weghalen van afvalstoffen en vuilnis, gestort op plaatsen waar dit storten volgens een wettelijke of reglementaire bepaling verboden is, aanslagjaren 2026-2031 (dossierstuk 4).
/
De gemeente en haar burgers worden regelmatig geconfronteerd met vuilnis dat gestort of achtergelaten wordt op plaatsen die hiertoe niet voorzien zijn (hoofdzakelijk sluikstorten). Dit asociale gedrag brengt heel wat inzet van gemeentepersoneel alsook van derde partners met zich mee teneinde dit vuilnis in te zamelen en te verwerken.
Het is noodzakelijk dat sluikstort en zwerfvuil zo vlug mogelijk verwijderd wordt, omdat dit past in een algemeen streven naar een nette en leefbare gemeente.
Om deze praktijken tegen te gaan en onder het motto "de vervuiler betaalt" voorziet het bestuur in een belasting op het weghalen van deze afvalstoffen om de opruimings- en verwerkingskosten van deze afvalstoffen te vergoeden.
De opdrachthoudende vereniging Intradura staat in voor de opruiming van sluikstorten op het openbaar domein. Intradura vordert de gemaakte kosten voor de opkuis echter niet zelf terug bij de overtreder. Intradura rekent de uitvoeringskosten door aan de gemeente. Het ligt voor de hand dat de gemeente deze kost doorrekent aan de overtreder.
In sommige gevallen dienen de gemeentediensten ook nog zelf tussen te komen voor de opkuis/verwerking van sluikstorten of zwerfvuil. Om deze reden wordt in het huidig belastingreglement een opdeling gemaakt tussen de tarieven voor opkuis/verwerking door de opdrachthoudende vereniging Intradura enerzijds, en opkuis/verwerking door de gemeentelijke diensten anderzijds.
Rekening houdende met de financiële toestand van de gemeente.
Voor het debat wordt verwezen naar het zittingsverslag.
Gezien er nog onduidelijkheden bestaan, stelt voorzitter Daan VERTONGEN voor om dit punt te verdagen naar een volgende zitting van de gemeenteraad.
/
Enig artikel.
De bespreking van het agendapunt te verdagen naar de volgende zitting van de gemeenteraad.
De gemeenteraad keurt het belastingreglement op huisvuilzakken ter beschikking gesteld door de gemeente, het ledigen van containers op gewone ophaaldagen en de huis-aan-huis ophaling van grof huisvuil voor de aanslagjaren 2026 tem. 2031 goed.
Artikels 40, §3 en 41, 14° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
Artikel 170, §4 van de Grondwet.
DLB.
Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (het Materialendecreet).
Besluit van 17 februari 2012 van de Vlaamse Regering tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materialenkringlopen en afvalstoffen en latere wijzigingen (hierna Vlarema).
Besluit van de Vlaamse Regering van september 2016 tot vaststelling van het Uitvoeringsplan huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval.
Besluit van de gemeenteraad van 19 december 2019 houdende de vaststelling van een gemeentelijk belastingreglement op huisvuilzakken ter beschikking gesteld door de gemeente en op het ledigen van containers op gewone ophaaldagen- Aanslagjaren 2020-2025 (dossierstuk 1).
Besluit van de gemeenteraad van 19 december 2019 houdende de vaststelling van een gemeentelijk retributiereglement op het verzamelen en ophalen van afvalstoffen voor de periode 1 januari 2020 tem. 31 december 2025 (dossierstuk 4).
Besluit van de gemeenteraad van 16 december 2021 houdende de wijziging van het gemeentelijk retributiereglement op het verzamelen en ophalen van afvalstoffen voor de periode 1 januari 2022 tem. 31 december 2025 (dossierstuk 5).
Besluit van de gemeenteraad van 31 maart 2022 houdende de wijziging van het gemeentelijk belastingreglement op huisvuilzakken ter beschikking gesteld door de gemeente en op het ledigen van containers op gewone ophaaldagen- Aanslagjaren 2022-2025 (dossierstuk 2).
Besluit van de gemeenteraad van 22 juni 2023 houdende de wijziging van het gemeentelijk retributiereglement op het verzamelen en ophalen van afvalstoffen voor de periode 1 juli 2023 tem. 31 december 2025 (dossierstuk 6).
Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 24 november 2025 inzake de principiële goedkeuring van het gemeentelijk belastingreglement op huisvuilzakken, het ledigen van containers op gewone ophaaldagen en de huis-aan-huis ophaling van grof huisvuil - aanslagjaren 2026 t.e.m. 2031 (dossierstuk 7).
/
Ter bescherming van het leefmilieu is het noodzakelijk dat het huishoudelijk afval (en het vergelijkbaar bedrijfsafval) tot een minimum beperkt wordt en het afval maximaal selectief ingezameld wordt.
Er dient prioriteit verleend te worden aan afvalvoorkoming en hergebruik van afvalstoffen.
In tweede instantie dienst het huishoudelijk afval (en het vergelijkbaar bedrijfsafval) maximaal selectief ingezameld te worden.
Er wordt naar gestreefd om de inzameling van het huishoudelijk afval (en het vergelijkbaar bedrijfsafval) in de gemeenten zo optimaal mogelijk op elkaar af te stemmen.
De gemeente wil, in overeenstemming met haar gemeentelijke zorgplicht zoals bepaald in artikel 26 van het decreet betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, het niet aanbieden van huisvuil via de gemeentelijke inzamelkanalen en bijgevolg ontwijkgedrag (zoals sluikstorten, sluikstoken, afvaltoerisme naar buurgemeenten, afvaltoerisme naar de werkgever, …) maximaal voorkomen.
Huisvuil (en de gemengde fractie van het vergelijkbaar bedrijfsafval) wordt huis-aan-huis ingezameld door middel van intergemeentelijke restafvalzakken (60l, 30l, 15l).
Groente-, fruit- en tuinafval (GFT-afval) (en organisch-biologisch vergelijkbaar bedrijfsafval) wordt selectief huis-aan-huis ingezameld door middel van intergemeentelijke GFT-zakken (60l, 30l, 15l).
Plastic flessen en flacons, metalen verpakkingen en drankkartons worden selectief huis-aan-huis ingezameld door middel van PMD-zakken (100l, 60l).
De kosten van inzameling, hergebruik, recyclage, nuttige toepassing en verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen (en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen) wegen zwaar door op de gemeentelijke financiën.
De kosten van inzameling, hergebruik, recyclage, nuttige toepassing en verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen (en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen) worden verhaald op de aanbieders via een gedifferentieerde contantbelasting.
De invoering van een gedifferentieerde contantbelasting laat de gemeente toe het principe 'de vervuiler betaalt' toe te passen, waarbij prioriteit verleend wordt aan: preventie van afval en efficiënter gebruik van materialen, voorbereiden van afval voor hergebruik, recyclage van afval en sluiten van de materiaalkring en andere nuttige toepassingen zoals energieterugwinning en inzet van materialen als energiebron.
Het is een doelstelling van het Vlarema om de contantbelasting op het voorbereiden van afval voor hergebruik, de recyclage van afval, andere nuttige toepassingen en ten slotte verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen te harmoniseren.
De gemeente is aangesloten bij Intradura die werd opgericht op 27 april 2017. Intradura is een intergemeentelijke opdrachthoudende vereniging die wordt beheerst door het Decreet Lokaal Bestuur.
De verkoopprijs van de intergemeentelijke afvalzak bleef sinds 1 januari 2021 ongewijzigd en de algemene prijsstijging (inflatie) bedraagt sinds die datum gemiddeld 20 à 23% (bron: Statbel - consumptieprijsindex).
Rekening houdende met de principiële goedkeuring op 3 oktober 2025 door de Vlaamse Regering van het programmadecreet begroting 2026 met de beslissing om vanaf 1 januari 2026 zowel het tarief voor het verbranden van bedrijfsafval als huishoudelijk afval naar 32 euro per ton te verhogen vanaf 1 januari 2026, waarbij dit het nieuwe basistarief is en jaarlijks geïndexeerd zal worden.
Rekening houdende met de plannen van de Vlaamse Regering om de kilometerheffing voor vrachtwagens fors te verhogen.
De tarieven worden daarom als volgt aangepast:
Huisvuilzakken
| Fractie |
Volume (liter) |
Oude prijs/zak (€) |
Nieuwe prijs/zak (€) |
| Restafval |
60l |
2,00 |
2,50 |
|
|
30l |
1,00 |
1,25 |
|
|
15l |
0,50 |
0,63 |
| GFT |
60l |
1,00 |
1,25 |
|
|
30l |
0,50 |
0,63 |
|
|
15l |
0,25 |
0,31 |
| PMD |
100l |
0,25 |
0,25 |
|
|
60l |
0,15 |
0,15 |
De tarieven voor het ledigen van containers zijn conform bovenvermelde tarieven per liter.
Huis-aan-huis ophaling grof huisvuil
Voor de huis-aan-huis ophaling van grof huisvuil wordt het tarief bepaald op basis van het werkelijk opgehaalde gewicht. Het tarief wordt verhoogd van 0,26 euro/kg naar 0,33 euro/kg, dit overeenkomstig het advies en de tarieven van Intradura. De betaling gebeurt ter plaatse bij de ophaling via bancontact. Intradura staat ook in voor de administratieve afhandeling van de afspraken.
De tarieven worden jaarlijks geïndexeerd.
Rekening houdende met de financiële toestand van de gemeente.
Voor het debat en de argumentatie van de stemmingen, wordt verwezen naar het zittingsverslag.
Het belastingreglement inzake de huisvuilzakken en het ledigen van containers op gewone ophaaldagen wordt samengevoegd met het reglement rond de huis-aan-huis ophaling van grof huisvuil.
De lediging van de 1.100l-containers gevuld met restfractie wordt geschrapt uit het reglement.
De ophaling van ander afval buiten de gewone ophaling wordt geschrapt uit het reglement.
Artikel 1.
Onderstaand belastingreglement op huisvuilzakken, het ledigen van containers op gewone ophaaldagen en de huis-aan-huis ophaling van grof huisvuil goed te keuren:
Belastingreglement op huisvuilzakken, het ledigen van containers op gewone ophaaldagen en de huis-aan-huis ophaling van grof huisvuil, aanslagjaren 2026 t.e.m. 2031
Artikel 1 - heffingstermijn en belastbaar feit
Met ingang van 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een belasting gevestigd op:
- de afname van GFT-, PMD-zakken en restafvalzakken voor de huis-aan-huisinzameling van het GFT-, PMD- en restafval van huishoudelijke en vergelijkbare bedrijfsmatige oorsprong;
- het ledigen van containers GFT & papier en karton op gewone ophaaldagen;
- de huis-aan-huis ophaling van grof huisvuil.
Art. 2. - aanslagvoet, berekening
De hieronder vermelde belasting is verschuldigd door eenieder die gebruik maakt van de intergemeentelijke dienstverlening inzake de huis-aan-huisinzameling van onderstaande fracties.
§1 Huisvuilzakken en lediging van containers
Fractie Volume (liter) Prijs per zak Huisvuil (en de vergelijkbare fractie van het vergelijkbaar bedrijfsafval): 60l 2,50 euro 30l 1,25 euro 15l 0,63 euro GFT (en organisch-biologisch vergelijkbaar bedrijfsafval): 60l 1,25 euro 30l 0,63 euro 15l 0,31 euro PMD: 100l 0,25 euro 60l 0,15 euro
Voor lediging van containers op gewone ophaaldagen:
Prijs per lediging
660 litercontainer gevuld met groenten-, fruit- en tuinafvalfractie (prijs per lediging)
13,75 euro
container gevuld met de fractie papier en karton
gratis
Voor zowel de prijs per zak als voor de prijs voor het ledigen van een container, kan een tarief van 0 euro worden gehanteerd indien dit kadert in de ondersteuning van initiatieven die het louter gemeentelijke belang dienen, hetzij plaatsvinden ter onmiskenbare bevordering van het lokale sociale, culturele of sportieve gebeuren, dat niet door winstbejag is ingegeven. Aan het college van burgemeester en schepenen wordt de bevoegdheid gedelegeerd om te oordelen of aan de gestelde voorwaarden wordt voldaan. Het college van burgemeester en schepenen dient hiertoe steeds een voorafgaandelijke en gemotiveerde beslissing te nemen.
§2 Huis-aan-huis ophaling grof huisvuil
Prijs Huis-aan-huis ophaling van grof huisvuil 0,33 euro/kg
De huis-aan-huis ophaling van grof huisvuil gebeurt op afspraak met Intradura.
De verschillende ophalingsdata in de zones kunnen geraadpleegd worden op de huisvuilkalender.
Voor de huis-aan-huis ophaling van grof huisvuil kan een tarief van 0 euro worden gehanteerd indien de ophaling dient te gebeuren ingevolge een natuurramp of overmacht. Aan het college van burgemeester en schepenen wordt de bevoegdheid gedelegeerd om te oordelen of aan de gestelde voorwaarden wordt voldaan. Het college van burgemeester en schepenen dient hiertoe steeds een voorafgaandelijke en gemotiveerde beslissing te nemen.
Art. 3. - indexering
De tarieven zoals vermeld onder artikel 2 worden jaarlijks automatisch geïndexeerd op basis van de consumptieprijsindex, met referentiejaar (“jaar 0”) gelijk aan 1 januari 2026.
De aangepaste prijzen worden vastgesteld met twee cijfers na de komma en afgerond naar het dichtstbijzijnde eurocent volgens de gangbare afrondingsregels.
De nieuwe tarieven treden automatisch in werking op 1 januari van het daaropvolgende jaar.
Art. 4. - wijze van invordering
De personen die gebruik maken van door de gemeente voorgeschreven zakken zijn de contantbelasting verschuldigd bij de aankoop ervan. De zakken worden per rol verkocht.
Voor de lediging van containers wordt de belasting contant ingevorderd door middel van een factuur.
Voor de huis-aan-huis ophaling van grof huisvuil wordt de belasting ter plaatse betaald via bancontact op het moment van de ophaling.
Als de contante inning niet wordt uitgevoerd wordt de belasting een kohierbelasting.
Art. 2.
Dit besluit bekend te maken overeenkomstig de bepalingen van “Afdeling 2. Bekendmaking en inwerkingtreding, Hoofdstuk 1. Akten van het lokaal bestuur, Titel 5. De werking van het lokaal bestuur" DLB.
De gemeenteraad keurt het belastingreglement op het niet optimaal afkoppelen van hemelwater voor de aanslagjaren 2026 tem. 2031 goed.
Artikels 40, §3 en 41, 14° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
/
De aanleg van een gescheiden riolering en een optimale afkoppeling op woningniveau zijn noodzakelijk om in aanmerking te komen voor subsidies voor de uitvoering van rioleringswerken vanwege de Vlaamse Milieu Maatschappij.
Het is derhalve nodig om in de afkoppelingswerken voor bestaande woningen optimaal af te koppelen, volgens het ontwerpplan, opgemaakt door de afkoppelingsadviseur en goedgekeurd door de gemeente.
Er wordt een belasting gevestigd op het niet optimaal afkoppelen van hemelwater op privédomein in deze projecten.
Rekening houdende met de financiële toestand van de gemeente.
De geïndexeerde belasting bedroeg voor:
Er wordt voorgesteld om het basistarief op te trekken naar 150,00 euro en vanaf 1 januari 2027 opnieuw de indexering toe te passen.
Artikel 1.
Onderstaand belastingreglement op het niet optimaal afkoppelen van hemelwater goed te keuren:
Belastingreglement op het niet optimaal afkoppelen van hemelwater - Aanslagjaren 2026 tem. 2031
Artikel 1 - belastbare grondslag
Met ingang van 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een gemeentebelasting gevestigd voor het niet optimaal afkoppelen van hemelwater bij bestaande infrastructuur en woningen in door de gemeente vastgestelde afkoppelingsprojecten of individuele behandelingsinstallaties (verder IBA's genoemd).
Art. 2. - definitie
Onder afkoppelingsprojecten wordt verstaan de aanleg van gescheiden riolering voor afvalwater en hemelwater op het openbaar en privaat domein.
Onder optimaal afkoppelen wordt verstaan dat de eigenaar van de bedoelde infrastructuur in het bezit is van een goedgekeurd keuringsattest (type VLARIO) afgeleverd door een erkend keurder in overeenstemming met de wetgeving van 1 juli 2011.
Art. 3. - aanslagvoet, berekening
De belasting wordt vastgesteld op 150,00 euro per maand en wordt jaarlijks, op 1 januari, aangepast aan de gezondheidsindex. Dit overeenkomstig volgende formule:
Tarief x nieuwe index (*) / basisindex (**)
* Nieuwe index = index van de maand december voorafgaand aan het aanslagjaar
** Basisindex = index van de maand december 2025
Het bedrag is verschuldigd wanneer de eigenaar het moment van afkoppelen, zoals vastgesteld door de afkoppelingsdeskundige, laat voorbijgaan, en wel vanaf het verstrijken van de eerste maand volgend op dit moment tot het moment waarop het keuringsattest type "VLARIO" kan worden voorgelegd. Het bedrag is ook verschuldigd wanneer de eigenaar niet reageert op afspraakverzoeken van de afkoppelingsdeskundige.
Art. 4. - belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de eigenaar die weigert om de werken te laten uitvoeren voor het scheiden van de afvoer van afvalwater en hemelwater van aan zijn woning tot aan de rooilijn wanneer in de straat van zijn woning een afkoppelingsproject wordt uitgevoerd. Het niet reageren op afspraakverzoeken van de afkoppelingsdeskundige wordt beschouwd als een weigering om de werken te laten uitvoeren.
Art. 5. - wijze van invordering
De belasting wordt contant ingevorderd door middel van een factuur.
Als de contante inning niet kan worden uitgevoerd, wordt de belasting een kohierbelasting.
Art. 2.
Dit besluit bekend te maken overeenkomstig de bepalingen van “Afdeling 2. Bekendmaking en inwerkingtreding, Hoofdstuk 1. Akten van het lokaal bestuur, Titel 5. De werking van het lokaal bestuur" DLB.
De gemeenteraad keurt het belastingreglement op economische bedrijvigheid voor de aanslagjaren 2026 tem. 2031 goed.
Artikels 40, §3 en 41, 14° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
/
Het is budgettair noodzakelijk een belasting te heffen die toelaat de uitgaven van de gemeente in het algemeen te financieren (de verplichte en facultatieve uitgaven).
De heffing van de belasting zelf moet efficiënt en rendabel zijn.
Het is aangewezen om de natuurlijke en de rechtspersonen die op het grondgebied van de gemeente een economische activiteit uitoefenen en gebruik maken van de gemeentelijke infrastructuur en de dienstverlening aan een gemeentelijke belasting te onderwerpen.
Deze belasting heeft tot doel de bedrijven op het grondgebied te laten bijdragen. Ten overstaan van hen bestaat het belastbaar voorwerp uit het hebben van een vestiging die op het grondgebied van de gemeente is gelegen.
Een algemene en evenwichtige spreiding van de belastingdruk wordt nagestreefd over al de belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente.
De belasting beoogt belastingplichtigen met verschillende toestanden. Deze verscheidenheid moet noodzakelijkerwijs worden opgevangen in een gedifferentieerde tariefstructuur met vereenvoudigde categorieën. Er kan niet voor alle mogelijke soorten bedrijven (elk met hun eigen en meest uiteenlopende kenmerken) voorzien worden in een specifieke belastingregeling.
Verschillen inzake financiële draagkracht en/of economische rendabiliteit zijn redelijk verantwoorde differentiatiecriteria voor de toepassing van het belastingreglement en het verschil in tarifering.
Een gedifferentieerde tariefstructuur laat op adequate wijze toe om bij benadering en in overeenstemming met het beginsel van de verdelende rechtvaardigheid de belasting vast te stellen.
Er wordt voorzien in ofwel een forfaitaire minimumbelasting op oppervlakte per vestiging, ofwel een cumulatieve toepassing van de volgende vier criteria: gebruik van motoren, tanks- en vergaarbakken, brandstofdistributieapparaten en geldautomaten. Deze laatste vier criteria zijn primaire indicatoren van financiële draagkracht en economische rendabiliteit. Indien geen van deze aanwezig zijn, is het verantwoord een forfaitaire minimumbelasting op basis van oppervlakte toe te passen.
Voor de brandstofdistributieapparaten wordt een gedifferentieerd tarief toegepast waarbij een hoger tarief wordt toegepast voor brandstofapparaten met groot debiet. Zwaar vrachtverkeer legt een hoge druk op de weginfrastructuur, het verkeer en het milieu. Een lager tarief wordt toegepast voor milieuvriendelijkere brandstofapparaten.
Het is aangewezen om de vrijstellingen die worden opgenomen in het belastingreglement nader toe te lichten.
Er wordt een vrijstelling van belasting voorzien voor:
openbare diensten van de federale staat, de gewesten, gemeenschappen, gemeenten en publiekrechtelijke instellingen. Deze diensten worden gekenmerkt door hun maatschappelijk nut en belang in het kader van o.a. hulpverlening en veiligheid wat één van de primaire overheidstaken is;
beschutte werkplaatsen, instellingen waar zieken en gehandicapten verzorgd worden en rusthuizen. Het is niet wenselijk om waardevolle sociale initiatieven zoals beschutte werkplaatsen en instellingen waar zieken en gehandicapten verzorgd worden te belasten. Rusthuizen bieden specifieke zorgverstrekking aan ouderen. Deze instellingen dragen bij tot het welzijn van de burgers en bieden ondersteuning aan doelgroepen die extra zorg nodig hebben. Hun bestaansreden is in hoofdzaak niet afgestemd op winstbejag. Bovendien hebben zij een lagere financiële draagkracht en economische rendabiliteit en een kleinere invloed op de gemeentelijke uitgaven;
onderwijsinstellingen. Een vrijstelling voor onderwijsinstellingen is verantwoord gezien het maatschappelijk belang van deze instellingen. Zij dragen bij tot de ontwikkeling, het welzijn en de emancipatie van zowel kinderen als volwassenen. Onderwijs is bovendien een basisrecht dat voor iedereen toegankelijk moet zijn;
de verenigingen actief in de gemeente op sociaal-cultureel, jeugd- en sportvlak. De gemeente wenst haar verenigingen te ondersteunen in hun activiteiten aangezien deze bijdragen aan het welzijn en de leefkwaliteit binnen de gemeente. Zij hebben bovendien in hoofdzaak geen bedrijfsmatig oogmerk en hebben geen winstoogmerk;
land- en tuinbouwbedrijven, tuinbouwbedrijven met openluchtteelt en tuinbouwbedrijven met teelten onder glas of andere duurzame bescherminstallaties. Specifiek aan land- en tuinbouwbedrijven is dat zij nood hebben aan grote oppervlakten om economisch rendabel te zijn en om een leefbare rendabele exploitatie te realiseren. Het is voor de hand liggend dat dit beperktere rendement niet uitsluitend betrekking heeft op de landbouwoppervlaktes maar ook op bijvoorbeeld stockageruimtes en bovendien de motorenkracht. Het rendement dat land- of tuinbouwbedrijven kunnen behalen met behulp van motorenkracht is beperkt en zonder gebruik van de voor deze activiteit noodzakelijke motoren zou het rendement hier onbestaande zijn. Land- en tuinbouwbedrijven zorgen bovendien voor het behoud van voedselproductie binnen Europa die levensnoodzakelijk is en leveren een bijdrage als beheerder van de open ruimte;
laadpunten van elektrische voertuigen. De gemeente wenst de transitie naar duurzame mobiliteit te ondersteunen. Elektrische voertuigen dragen bij aan een vermindering van CO₂-uitstoot en luchtvervuiling, wat een directe positieve impact heeft op de leefkwaliteit van de inwoners van de gemeente. Het belasten van deze laadpunten zou een rem zetten op de uitrol van de laadinfrastructuur die essentieel is om het gebruik van elektrische voertuigen toegankelijk te maken.
Rekening houdende met de financiële toestand van de gemeente.
Wijzigingen
Voorstel nieuwe tarieven:
| Forfaitair tarief op basis van oppervlakte |
|||
| Bedrag |
Geïndexeerd tarief aanslagjaar 2025 (€) |
Voorstel nieuw basistarief (€) |
Oppervlakte |
| € 00,00 |
0,00 |
0,00 | 0 m² < opp. < 400 m² |
| € 200,00 |
266,00 |
275,00 | 400 m² < opp. < 500 m² |
| € 300,00 |
399,00 |
410,00 | 500 m² < opp. < 750 m² |
| € 600,00 |
798,00 |
815,00 | 750 m² < opp. < 1000 m² |
| € 900,00 |
1197,00 |
1.225,00 | 1000 m² < opp. < 1250 m² |
| € 1.200,00 |
1596,00 |
1.630,00 | 1250 m² < opp. < 1500 m² |
| € 1.500,00 |
1995,00 |
2.035,00 | 1500 m² < opp. < 1750 m² |
| € 1.800,00 |
2394,00 |
2.445,00 | 1750 m² < opp. < 2000 m² |
| € 2.400,00 |
3192,00 |
3.260,00 | 2000 m² < opp. < 3000 m² |
| € 2.750,00 |
3658,00 |
3.735,00 | 3000 m² < opp. |
| Tarief motoren |
|||
| € 24,00 / kw | 31,92 | 33,00 | |
| Tarief tanks | |||
| € 0,65 / m³ | 0,86 | 0,90 | |
| Tarief vaststaande brandstofdistributieapparaten | |||
| € 110,00 per teller | 146,30 | 150,00 | milieuvriendelijke alternatieve brandstofpompen |
| 300,00 | motorbrandstofdistributieapparaat | ||
| 600,00 | brandstofpompen groot debiet | ||
| Tarief mobiele brandstofdistributieapparaten | |||
| € 50,00 per teller | 66,50 | 70,00 | milieuvriendelijke alternatieve brandstofpompen |
| 140,00 | motorbrandstofdistributieapparaat | ||
| 280,00 | brandstofpompen groot debiet | ||
| Tarief geldautomaten | |||
| € 275,00 per automaat | 365,75 | 375,00 |
In het vorig reglement werd er voor de mobiele en vaststaande brandstofdistributieapparaten slechts één tarief toegepast per teller. In het voorliggend ontwerp wordt voorgesteld om een gedifferentieerd tarief toe te passen en een hoger tarief te voorzien voor brandstofpompen met groot debiet en een lager tarief voor milieuvriendelijke brandstofpompen.
Artikel 1.
Onderstaand belastingreglement op economische bedrijvigheid goed te keuren:
Belastingreglement op economische bedrijvigheid - Aanslagjaren 2026 tem. 2031
Artikel 1 - belastbare grondslag
Met ingang van 1 januari 2026 voor een periode eindigend op 31 december 2031 wordt jaarlijks een belasting op de economische bedrijvigheid geheven.
Art. 2. - belastingplichtigeDe belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersonen, de vennootschappen met rechtspersoonlijkheid en de feitelijke verenigingen of vennootschappen die op 1 januari van het belastingjaar op het grondgebied van de gemeente Grimbergen een economische bedrijvigheid uitoefenen.
Art. 3. - definities
Voor de toepassing van dit reglement gelden volgende definities:
Vestiging: elke plaats op Grimbergs grondgebied waar een economische bedrijvigheid wordt uitgeoefend of waar de maatschappelijke zetel van een bedrijf, ongeacht de rechtspersoonlijkheidsvorm, is gevestigd.
Economische bedrijvigheid:
a) elke activiteit die enkel kan uitgeoefend worden als de betrokken individuele persoon, rechtspersoon of feitelijke vereniging voldoet aan één of meer van de volgende voorwaarden:
- ingeschreven zijn in het handelsregister,
- ingeschreven zijn in het register van de burgerlijke vennootschappen,
- beschikken over een btw-nummer.
b) het uitoefenen van een vrij beroep, ongeacht de rechtsvorm waarin dit gebeurt.
Oppervlakte die gebruikt wordt voor het uitoefenen van de economische activiteit, verder in reglement afgekort tot ‘oppervlakte’: de ruimten die binnen een gebouw worden gebruikt om de beoogde economische bedrijvigheid uit te oefenen.
Als bijgebouw van een inrichting moet worden beschouwd: iedere instelling of onderneming, iedere werf van om het even welke aard, die gedurende een ononderbroken tijdvak van minstens drie maanden op het grondgebied van de gemeente gevestigd is.
Meetapparaten voor het maximum kwartuurvermogen:
Voorzieningen op installaties van een bedrijf waarmee het maximum kwartuurvermogen wordt gemeten. Er worden maandelijkse opnemingen gedaan door de energieleverancier met het oog op het factureren ervan.
Het belastbaar vermogen wordt als volgt berekend:
R (of referentiewaarde) = het gemiddeld maximum-kwartuurvermogen van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin voor het eerst gevraagd wordt om toepassing van deze bepalingen (hierna referentiejaar genoemd)
kW = het aantal verbruikte kiloWatt van het referentiejaar
V = Verhoudingsfactor
G = het gemiddelde maximum kwartuurvermogen van het jaar voorafgaand aan het aanslagjaar
Als het verschil tussen G en R groter is dan 20% dan wordt de verhoudingsfactor opnieuw berekend.V = kW / R
V * G = belastbaar vermogen
Geldautomaten: de toestellen die volautomatisch werken en het cliënteel in de mogelijkheid stellen geldopnemingen of spaar- of betaalverrichtingen te doen.
Landbouw: de activiteit met het oog op een geregelde verkoop gericht op
- akkerbouw
- weidebouw
- bosbouw
- veeteelt
Tuinbouw: de activiteit met het oog op een geregelde verkoop gericht op
- groententeelt
- fruitteelt
- boomkwekerij andere dan bosboomkwekerijsierteelt
kweek van tuinbouwzaden, plantgoed, en/of aanverwante teelten.
Veeteelt: het houden, het kweken en/of africhten van runderen, varkens, schapen, geiten, paardachtigen en/of pluimvee.
Motorbrandstofdistributieapparaat: verdeelapparaat voor vloeibare of gasvormige motorbrandstoffen ter bevoorrading van motorvoertuigen.
Motorbrandstofdistributieapparaat groot debiet: verdeelapparaat met een capaciteit van meer dan 65 L/min.
Milieuvriendelijk motorbrandstofdistributieapparaat: verdeelapparaten met alternatieve brandstoffen zoals Ad Blue pompen, LPG, CNG en H2 (waterstof).
Art. 4. - berekening
Het jaarlijks bedrag van de belasting wordt vastgesteld door middel van
1. cumulatieve toepassing van hierna vermelde criteria en aanslagvoeten, zijnde
- motoren,
- tanks en vergaarbakken,
- brandstofdistributieapparaten
- geldautomaten
zoals omschreven in de hierna vermelde punten B, C, D en E;
OFWEL
2. een forfaitaire minimumbelasting op oppervlakte per vestiging zoals hierna bepaald onder punt A.
Indien beide aanleiding geven tot toepassing van deze belasting, wordt het hoogste bedrag ingekohierd.
Bedragen lager dan € 20,00 worden niet ingekohierd.
Art. 5. - aanslagvoet
De belasting wordt vastgesteld als volgt:
A. Forfaitaire minimumbelasting op oppervlakte
Het jaarlijkse bedrag wordt per vestiging vastgesteld op:
Bedrag
Oppervlakte
€ 00,00
0 m² < opp. < 400 m²
€275,00
400 m² < opp. < 500 m²
€ 410,00
500 m² < opp. < 750 m²
€ 815,00
750 m² < opp. < 1000 m²
€ 1.225,00
1000 m² < opp. < 1250 m²
€ 1.630 00
1250 m² < opp. < 1500 m²
€ 2.035,00
1500 m² < opp. < 1750 m²
€ 2.445,00
1750 m² < opp. < 2000 m²
€ 3.260,00
2000 m² < opp. < 3000 m²
€3.735,00
3000 m² < opp.
B. Motoren
De belasting is verschuldigd voor het vermogen van motoren die de belastingplichtige voor de exploitatie van zijn inrichting of bijgebouwen gebruikt.
De aanslagvoet wordt vastgesteld op 33,00 euro/kW.
§1. Bijzondere bepaling
Nijverheidsbedrijven die beschikken over installaties voorzien van meetapparaten voor het maximumkwartuurvermogen kunnen, in afwijking van het bovenstaande, vragen om de belasting op motoren vast te stellen op basis van het maximumkwartuurvermogen.
Hierbij wordt het belastbaar vermogen berekend zoals vermeld in artikel 3 - definities, onder "meetapparaten voor het maximum kwartuurvermogen" op voorwaarde dat zij:
- vóór 31 januari van het belastingjaar een schriftelijke aanvraag bij het gemeentebestuur indienen met opgave van de maandelijkse waarden van het maximum kwartuurvermogen die in hun installaties werden opgenomen tijdens het jaar voorafgaand aan dat waarvoor hij om de toepassing van deze bepalingen verzoekt;
- bij hun jaarlijkse aangifte de opgave der maandelijkse waarden van het maximum kwartuurvermogen van het jaar voorafgaand aan het aanslagjaar voegen;
- het bestuur toelaten te allen tijde de in zijn installaties gedane metingen van het maximum kwartuurvermogen, vermeld op de facturen voor levering van elektrische energie, te controleren.
§2. Zijn vrijgesteld van de belasting op motoren:
- de motoren die gedurende heel het jaar stilliggen;
- de motoren van voertuigen waarop de staatsverkeersbelasting toepasselijk is, evenals deze welke speciaal van die belasting zijn vrijgesteld;
- de motoren van een draagbaar toestel;
- de motor die een elektrische generator aandrijft, voor het gedeelte van het vermogen dat gebruikt wordt voor het aandrijven van de generator;
- persluchtmotoren;
- de motor gebruikt voor waterbemalingstoestellen om het even van waar het water voortkomt, alsook deze van ventilatie- en verluchtingstoestellen;
- de motoren, die in de stations voor aardgasvoorziening gebruikt worden om de compressoren aan te drijven welke instaan voor het drukregime in de aanvoerleidingen;
- de reserve- of wisselmotor is de motor
- waarvan de werking niet onmisbaar is voor de normale gang van de instelling en die slechts werkt in uitzonderingsgevallen, voor zover zijn tewerkstelling niet ten gevolge heeft dat de productie der betrokken inrichting verhoogd wordt;
- die uitsluitend bestemd is voor hetzelfde werk als een andere, welke hij tijdelijk moet vervangen.
De reserve- en wisselmotoren kunnen aangewend worden gedurende de nodige tijd om de voortzetting van de productie te verzekeren.
C. Tanks- en vergaarbakken
De aanslagvoet met betrekking tot de vaststaande tanks en vergaarbakken met commerciële of industriële doeleinden wordt vastgesteld op 0,90 euro/m³.
Vrijstelling
Tanks en vergaarbakken met een maximale capaciteit van dertigduizend liter, waarop de apparaten aangesloten zijn die onder toepassing vallen van de belasting op brandstofdistributieapparaten.
D. Brandstofdistributieapparaten
Deze belasting is verschuldigd door de eigenaar van het apparaat. Hij is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
De belasting wordt vastgesteld als volgt:
Voor vaststaande toestellen:
- motorbrandstofdistributieapparaat: 300,00
- motorbrandstofdistributieapparaat groot debiet: 600,00
- milieuvriendelijk motorbrandstofdistributieapparaat: 150,00
Voor beweegbare toestellen:
- motorbrandstofdistributieapparaat: 140,00
- motorbrandstofdistributieapparaat groot debiet: 280,00
- milieuvriendelijk motorbrandstofdistributieapparaat: 70,00
E. Geldautomaten
De belasting wordt vastgesteld op 375,00 euro per geldautomaat die
- voor het publiek toegankelijk beschikbaar gesteld is en
- gevestigd of geïnstalleerd op Grimbergs grondgebied bij of in
- elke bank-, financierings- en/of kredietinstelling
- spaarbank of wisselkantoor
- hun agentschappen, bijkantoren en eenmanszaken
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon onder wiens handelsnaam, logo of embleem, de bovengenoemde instellingen, agentschappen of bijkantoren of eenmanszaken en de geldautomaten worden geëxploiteerd.
Art. 6. - indexering
Alle hierboven vermelde aanslagvoeten zijn gekoppeld aan het indexcijfer van de consumptieprijzen door middel van de coëfficiënt die wordt bekomen door het indexcijfer van de maand december voorafgaand aan het aanslagjaar te delen door het indexcijfer van de maand december 2025.
Art. 7 - vrijstelling van belasting
Zijn vrijgesteld van de belasting op economische bedrijvigheid:
- een openbare dienst van de federale staat, de gewesten, gemeenschappen, gemeenten en publiekrechtelijke instellingen;
- beschutte werkplaatsen;
- onderwijsinstellingen;
- rusthuizen;
- instellingen waar zieken en gehandicapten verzorgd worden ;
- de verenigingen actief in de gemeente op sociaal-cultureel, jeugd- en sportvlak;
- inrichtingen waarvoor zowel deze verordening als de belastingverordening aangaande de verblijfsbelasting of openluchtrecreatieve verblijven toegepast kan worden;
- land- en tuinbouwbedrijven, tuinbouwbedrijven met openluchtteelt en tuinbouwbedrijven met teelten onder glas of andere duurzame bescherminstallaties;
- laadpunten voor elektrische voertuigen.
Art. 8 - aangifteverplichting en ambtshalve vestiging
De belastingplichtige is jaarlijks verplicht vóór 30 april van het aanslagjaar bij het gemeentebestuur spontaan aangifte te doen of wijzigingen in te dienen door middel van een formulier vastgesteld door het college van burgemeester en schepenen. Het aangifteformulier is beschikbaar via het digitaal loket op de gemeentelijke website https://www.grimbergen.be of is op eenvoudig verzoek verkrijgbaar bij het gemeentebestuur.
De aangifte dient schriftelijk te worden ingediend ter attentie van het college van burgemeester en schepenen, en dit ofwel per post naar het adres Prinsenstraat 3, 1850 Grimbergen ofwel via e-mail naar belastingen@grimbergen.be ofwel via het digitaal loket van de gemeentelijke website https://www.grimbergen.be.
Indien het gemeentebestuur geen bericht van wijziging van de belastingbasis heeft ontvangen van de belastingplichtige, baseert het gemeentebestuur zich op de vorige aangifte van de belastingplichtige.
Bij gebrek aan aangifte binnen deze termijn of bij een onjuiste of onvolledige aangifte kan de belasting ambtshalve gevestigd worden. In geval van een ambtshalve aanslag wordt de belasting gevestigd op basis van gegevens waarover de belastingheffende overheid beschikt.
De ambtshalve ingekohierde belasting zal worden verhoogd met 100%. Het bedrag van deze verhoging wordt gelijktijdig met de ambtshalve belasting ingekohierd.
Art. 9 – tijdstip van vestiging van de belasting
Voor vestiging van de belasting beschreven in A, B, C en D wordt de situatie op 1 januari van het belastingjaar beoordeeld met volgende specificaties voor:
- de inrichtingen zoals beschreven in artikel 4 onder punt B die op dat moment in werking zijn wordt de belasting gevestigd op grond van de belastbare motorenkracht tijdens het jaar voorafgaand aan het aanslagjaar.
- brandstofdistributieapparaten zoals beschreven in artikel 4 onder punt D die toegankelijk voor het publiek en die op dat moment opgesteld staan in de gemeente.
- geldautomaten is de belasting ondeelbaar en voor het hele jaar verschuldigd, welke ook de datum is waarop de dienstverlening aanvangt of eindigt.
Art. 10. - wijze van invordering
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier.
Art. 2.
Dit besluit bekend te maken overeenkomstig de bepalingen van “Afdeling 2. Bekendmaking en inwerkingtreding, Hoofdstuk 1. Akten van het lokaal bestuur, Titel 5. De werking van het lokaal bestuur" DLB.
De gemeenteraad keurt het belastingreglement op reclameborden zichtbaar vanaf de openbare weg of het openbaar domein voor de aanslagjaren 2026 tem. 2031 goed.
Artikels 40, §3 en 41, 14° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 24 november 2025 inzake de principiële goedkeuring van het gemeentelijk belastingreglement op reclameborden zichtbaar vanaf de openbare weg of het openbaar domein - aanslagjaren 2026 tem. 2031 (dossierstuk 5).
De dienst Financiën heeft een nieuwe berekening van de aanslagvoet uitgewerkt. Deze maakt o.a. de vaststelling van de belastingtarieven als de aangifteprocedure makkelijker en efficiënter.
Daar in het verleden de aanslagvoet werd vastgesteld per m² oppervlakte, wordt er voorgesteld om in de toekomst te werken met forfaitaire bedragen die verhogen naarmate de oppervlakte die ingenomen wordt door reclameborden groter wordt.
In het voorstel wordt volgende opdeling gemaakt met overeenkomstig forfaitair tarief:
| Totale benutte oppervlakte | Tarief niet-verlichte oppervlakte | Tarief verlichte oppervlakte |
| opp. < 1 m² | 0,00 euro | 0,00 euro |
| opp. 1 m² t.e.m. 3 m² | 40,00 euro | 80,00 euro |
| opp. 4 m² t.e.m. 10 m² | 100,00 euro | 200,00 euro |
| opp. 11 m² t.e.m. 20 m² | 300,00 euro | 500,00 euro |
| opp. 21 m² t.e.m. 30 m² | 600,00 euro | 1.000,00 euro |
| opp. 31 m² t.e.m. 50 m² | 1.500,00 euro | 2.000,00 euro |
| opp. > 50 m² | 2.500,00 euro | 3.000,00 euro |
Reclameborden zijn doorgaans zichtbaar vanaf de openbare weg of het openbaar domein en kunnen de perceptie van de omgeving of het straatbeeld devalueren. Bovendien genereren deze borden inkomsten voor de eigenaars/exploitanten van deze borden, daar waar de gemeente enkel de lasten draagt.
De mate van visuele vervuiling van reclameborden is afhankelijk van de grootte van het bord. Om deze reden worden hogere tarieven toegepast naarmate de oppervlakte die benut wordt door reclameborden vergroot. Reclame die een oppervlakte benut die kleiner dan 1m² is vrijgesteld van de belasting.
Om eventuele lichtvervuiling zoveel mogelijk te vermijden, wordt verlichte reclame aan een hoger tarief belast dan niet-verlichte reclame.
Volgende vrijstellingen zijn van toepassing:
indien de oppervlakte benut voor reclame kleiner is dan 1m².
constructies bestemd voor het aanbrengen van berichten onderworpen aan een verplichting van openbare bekendmaking of onderworpen aan wet- of regelgeving. De vrijstelling wordt enkel beperkt tot de aanduidingen die vallen onder de verplichting zoals bepaald door de wet- of regelgeving.
Uithangborden geplaatst door apothekers vallen o.a. onder de toepassing van deze vrijstelling. Het koninklijk besluit houdende onderrichtingen voor de apothekers van 21 januari 2009 (Hoofdstuk 3, artikel 10) bepaalt dat iedere apotheek voorzien moet zijn van een duidelijk zichtbaar uithangbord teneinde gemakkelijk te kunnen worden teruggevonden door de patiënt, meer bepaald tijdens de wachtdienst.
constructies bestemd voor een werk of een instelling zonder winstoogmerk van menslievende, artistieke, letterkundige, wetenschappelijke of pedagogische aard of van openbaar nut.
constructies bestemd voor Grimbergse verenigingen die erkend of betoelaagd worden door de gemeente en enkel in het kader van hun betoelaagde/erkende activiteiten.
aankondigingen van culturele of sportieve activiteiten die plaatsvinden in Grimbergen en dit enkel wanneer:
de activiteit georganiseerd wordt door een niet-commerciële organisator en
eventuele vermeldingen van sponsors maximaal een derde van de totale oppervlakte bedragen en
de publiciteitsinrichting uiterlijk veertien dagen na de activiteit verwijderd wordt.
Borden die geplaatst worden door Grimbergse verenigingen in het kader van hun activiteiten, borden bestemd voor een werk of een instelling zonder winstoogmerk of aankondigingen van culturele of sportieve activiteiten in de gemeente worden vrijgesteld van de belasting. Dergelijke reclame draagt bij tot het algemeen welzijn en de gezondheid van de Grimbergse inwoners en bevorderen het sociale leven van zowel kinderen als volwassenen binnen de gemeente.
Werfdoeken, voor zover deze enkel de gegevens en informatie bevatten van de bouwheer/projectontwikkelaar/aannemer en het bouwproject en voor zover deze vermeldingen uitsluitend plaatsvinden tijdens de duur van de werken. Deze reclame is van tijdelijke aard en heeft als doelstelling het publiek te informeren over het te realiseren bouwproject.
constructies bestemd voor overheidsgebonden instellingen (zoals onder meer De Lijn, NMBS,..). Dergelijke instellingen staan ten dienste van de bevolking en zijn van openbaar nut.
Rekening houdende met de financiële toestand van de gemeente.
/
Artikel 1.
Onderstaand belastingreglement op reclameborden zichtbaar vanaf de openbare weg of het openbaar domein goed te keuren:
Belastingreglement op reclameborden zichtbaar vanaf de openbare weg of het openbaar domein - Aanslagjaren 2026-2031
Art. 1. - belastbare grondslag
Voor de aanslagjaren 2026 tem. 2031 wordt een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op reclameborden die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg of het openbaar domein.
Art. 2. - definities
§1. Als reclamebord wordt beschouwd elke constructie zichtbaar vanaf de openbare weg of het openbaar domein, waarop reclame wordt aangebracht door aanplakking, vasthechting, schildering, projectie of door elk ander middel.
§2. Als verlicht reclamebord wordt beschouwd: elk reclamebord met rechtstreekse of onrechtstreekse verlichting. Reclame via projectie wordt tevens beschouwd als verlichte reclame.
§3. Als reclame wordt beschouwd: elke aanduiding die rechtstreeks of onrechtstreeks tot doel heeft om de verkoop van goederen of diensten te stimuleren, inclusief aanduidingen die tot doel hebben om activiteiten die ter plaatse of elders uitgeoefend worden kenbaar te maken.
Art. 3.
Valt niet onder de toepassing van dit reglement:
Reclame aangebracht op of achter etalageruiten zoals bijvoorbeeld stickers, kaders of posters. Dit aangezien deze geen vaste constructies betreffen, van eerder tijdelijke aard zijn of een seizoensgebonden karakter hebben.
Art. 4. - belastingplichtige
De belasting is in eerste instantie verschuldigd door de eigenaar van het reclamebord en in tweede instantie door de eigenaar van het gebouw of de grond waarop het reclamebord werd geplaatst.
De eigenaar van het gebouw of de grond waarop het reclamebord werd geplaatst is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belastingschuld.
Art. 5. - aanslagvoet
De belasting bedraagt een forfaitair tarief dat wordt vastgesteld op basis van de totale oppervlakte dat benut wordt door reclameborden per aanslagadres.
Ingeval er zowel verlichte als niet-verlichte reclameborden aanwezig zijn op het aanslagadres, wordt voor de bepaling van de belastingsom de totale oppervlakte van de verlichte borden enerzijds en de totale oppervlakte van de niet-verlichte borden anderzijds als afzonderlijk beschouwd.
Totale benutte oppervlakte Tarief niet-verlichte oppervlakte Tarief verlichte oppervlakte opp. < 1 m² 0,00 euro 0,00 euro opp. 1 m² t.e.m. 3 m² 40,00 euro 80,00 euro opp. 4 m² t.e.m. 10 m² 100,00 euro 200,00 euro opp. 11 m² t.e.m. 20 m² 300,00 euro 500,00 euro opp. 21 m² t.e.m. 30 m² 600,00 euro 1.000,00 euro opp. 31 m² t.e.m. 50 m² 1.500,00 euro 2.000,00 euro opp. > 50 m² 2.500,00 euro 3.000,00 euro
Elk gedeelte van een vierkante meter wordt beschouwd als een volledige vierkante meter.
De belasting is ondeelbaar en voor gans het jaar verschuldigd, ongeacht het tijdstip waarop het bord geplaatst of verwijderd wordt.
Art. 6. - belastbare oppervlakte
De belastbare oppervlakte van een reclamebord wordt berekend als volgt:
Constructie Belastbare oppervlakte één enkel vlak de werkelijke oppervlakte van de meetkundige figuur waarin
de reclame gevat kan wordenverscheidene vlakken de totale werkelijke oppervlakte van alle
vlakken die tegelijkertijd of achtereenvolgens
zichtbaar zijnvolume het drievoud van het product van de hoogte
met de grootste breedte ervaneen apparaat dat achtereenvolgende
voorstelling of projectie toelaatde werkelijke oppervlakte van de meetkundige figuur waarin
de reclame gevat kan worden, vermenigvuldigd met
het aantal verschillende voorstellingen of
projecties
Art. 7. - indexering
De tarieven vermeld onder artikel 5 worden jaarlijks op 1 januari van het aanslagjaar aangepast aan de index der consumptieprijzen volgens volgende formule:
Tarief x nieuwe index (*) / basisindex (**)
* Nieuwe index = index van de maand december voorafgaand aan het aanslagjaar
** Basisindex = index van de maand december 2025
Art. 8. - vrijstelling van belasting
Van de belasting zijn vrijgesteld:
- Indien de oppervlakte benut voor reclame kleiner is dan 1 vierkante meter.
- Constructies bestemd voor het aanbrengen van berichten onderworpen aan een verplichting van openbare bekendmaking of onderworpen aan wet- of regelgeving. De vrijstelling wordt enkel beperkt tot de aanduidingen die vallen onder de verplichting zoals bepaald door de wet- of regelgeving.
- Constructies bestemd voor een werk of een instelling zonder winstoogmerk van menslievende, artistieke, letterkundige, wetenschappelijke of pedagogische aard of van openbaar nut.
- Constructies bestemd voor Grimbergse verenigingen die erkend of betoelaagd worden door de gemeente en enkel in het kader van hun betoelaagde/erkende activiteiten.
- Aankondigingen van culturele of sportieve activiteiten die plaatsvinden in Grimbergen en dit enkel wanneer:
- de activiteit georganiseerd wordt door een niet-commerciële organisator, én
- eventuele vermeldingen van sponsors maximaal een derde van de totale oppervlakte bedragen, én
- de publiciteitsinrichting uiterlijk veertien dagen na de activiteit verwijderd wordt.
- Constructies bestemd voor overheidsgebonden instellingen (zoals onder meer De Lijn, NMBS,..).
Werfdoeken, voor zover deze enkel de gegevens en informatie bevatten van de bouwheer/projectontwikkelaar/aannemer en het bouwproject en voor zover deze vermeldingen uitsluitend plaatsvinden tijdens de duur van de werken.
Art. 9. - aangifteverplichting en ambtshalve vestiging
De belastingplichtige is verplicht jaarlijks vóór 1 april van het aanslagjaar bij het gemeentebestuur spontaan aangifte te doen van het reclamebord, met de voor de aanslag noodzakelijke gegevens, door middel van een formulier vastgesteld door het college van burgemeester en schepenen. Het aangifteformulier is beschikbaar via het digitaal loket op de gemeentelijke website https://www.grimbergen.be of is op eenvoudig verzoek verkrijgbaar bij het gemeentebestuur.
De belastingplichtige die na bovenvermelde datum overgaat tot het plaatsen van een reclamebord, dient hiervan binnen de 15 dagen na plaatsing van het reclamebord aangifte te doen bij het gemeentebestuur.
De aangifte dient schriftelijk te worden ingediend ter attentie van het college van burgemeester en schepenen, en dit ofwel per post naar het adres Prinsenstraat 3, 1850 Grimbergen ofwel via e-mail naar belastingen@grimbergen.be ofwel via het digitaal loket van de gemeentelijke website https://www.grimbergen.be.
Bij gebrek aan aangifte binnen deze termijn of bij een onjuiste of onvolledige aangifte kan de belasting ambtshalve gevestigd worden. In geval van een ambtshalve aanslag wordt de belasting gevestigd op basis van gegevens waarover de belastingheffende overheid beschikt. De ambtshalve ingekohierde belasting zal worden verhoogd met 100%. Het bedrag van deze verhoging wordt gelijktijdig met de ambtshalve belasting ingekohierd.
Art. 10.
Noch de heffing, noch de vrijstelling van deze belasting ontslaat de belastingplichtige van zijn/haar vergunningsplicht voor het plaatsen van een reclamebord.
Art. 11. - wijze van invordering
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier.
Art. 2.
Dit besluit bekend te maken overeenkomstig de bepalingen van “Afdeling 2. Bekendmaking en inwerkingtreding, Hoofdstuk 1. Akten van het lokaal bestuur, Titel 5. De werking van het lokaal bestuur" DLB.
De gemeenteraad keurt het gemeentelijk belastingreglement op de exploitatie van bewaarplaatsen voor motorvoertuigen voor de aanslagjaren 2026 tem. 2031 goed.
Artikels 40, §3 en 41, 14° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
/
De exploitatie van bewaarplaatsen voor motorvoertuigen zorgt voor bijkomende druk op de mobiliteit en geeft regelmatig aanleiding tot overlast op uiteenlopende tijdstippen van de dag. De uitbating van bewaarplaatsen van motorvoertuigen is een economische activiteit die voor de exploitant op regelmatige wijze inkomsten genereert. Het is dan ook verantwoord dat deze hiervoor een belasting betaalt daar dit voor de gemeente ook bijkomende uitgaven met zich meebrengen inzake mobiliteit, onderhoud van het wegennet, infrastructuur enz.
Er wordt een forfaitair bedrag per parkeerplaats vastgesteld. Dit zorgt voor een transparante en administratief efficiënte manier van heffing van de belasting.
Rekening houdende met de financiële toestand van de gemeente.
/
Artikel 1.
Onderstaand belastingreglement op de exploitatie van bewaarplaatsen voor motorvoertuigen goed te keuren:
Belastingreglement op de exploitatie van bewaarplaatsen voor motorvoertuigen – Aanslagjaren 2026 tem. 2031
Artikel 1. – belastbare grondslag
Met ingang van 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op de exploitatie van bewaarplaatsen voor motorvoertuigen ten laste van al wie op het grondgebied van de gemeente bewaarplaatsen voor motorvoertuigen uitbaat en hiervoor geld int van de gebruikers.
Art. 2. - definities
Parkeerplaats: elke plaats gesitueerd in openlucht of in een overdekte ruimte waarop een voertuig gestald kan worden. Als parkeerplaats wordt beschouwd elke afgebakende plaats, of bij gebreke hieraan elke oppervlakte van 12,5 m², ingericht of bruikbaar voor parkeren van voertuigen.
Art. 3. – aanslagvoet
De belasting wordt vastgesteld als volgt:
- voor het aanslagjaar 2026 wordt de belasting vastgesteld op 32,00 euro per parkeerplaats;
- voor het aanslagjaar 2027 wordt de belasting vastgesteld op 36,00 euro per parkeerplaats;
- voor het aanslagjaar 2028 wordt de belasting vastgesteld op 40,00 euro per parkeerplaats;
- vanaf aanslagjaar 2029 t.e.m. aanslagjaar 2031 wordt de belasting vastgesteld op 40,00 euro per paarkeerplaats en zal deze jaarlijks op 1 januari, en voor de eerste keer op 1 januari 2029, geïndexeerd worden volgens volgende formule:
Tarief x nieuwe index (*) / basisindex (**)
* Nieuwe index = index van de maand december voorafgaand aan het aanslagjaar
** Basisindex = index van de maand december 2027
Art. 4. - belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die de bewaarplaats voor motorvoertuigen op het grondgebied van de gemeente uitbaat.
Art. 5.
De belastingplichtige dient ten laatste op 31 december voorafgaand aan het aanslagjaar schriftelijk melding te maken van het aantal parkeerplaatsen zoals vermeld onder artikel 2, dit ofwel via post t.a.v. het college van burgemeester en schepenen naar Prinsenstraat 3, 1850 Grimbergen ofwel via e-mail naar belastingen@grimbergen.be.
De belasting is ondeelbaar en verschuldigd voor het hele jaar. Een vermindering van het aantal ter beschikking gestelde parkeerplaatsen in de loop van het aanslagjaar, alsook de stopzetting, overdracht of tijdelijke onderbreking van de uitbating in de loop van het aanslagjaar geven geen aanleiding tot enige belastingvermindering of terugbetaling.
Indien in de loop van het aanslagjaar het aantal parkeerplaatsen zou toenemen, dient de belastingplichtige de gemeente hiervan schriftelijk op de hoogte te brengen binnen de 15 kalenderdagen. De bijkomende parkeerplaatsen zullen voor dat aanslagjaar nog bijkomend belast worden.
Art. 6. - vrijstelling
Zijn vrijgesteld van de belasting: parkeerplaatsen in gemeenschappelijke parkeergarages aan of onder appartementsgebouwen of wooneenheden, voor zover de parkeerplaatsen gehuurd worden door bewoners van het gebouw of de wooneenheid.
Art. 7. – wijze van invordering
De belasting wordt contant ingevorderd door middel van een factuur.
Indien de contante inning niet kan worden uitgevoerd, wordt de belasting een kohierbelasting.
Art. 2.
Dit besluit bekend te maken overeenkomstig de bepalingen van “Afdeling 2. Bekendmaking en inwerkingtreding, Hoofdstuk 1. Akten van het lokaal bestuur, Titel 5. De werking van het lokaal bestuur" DLB.
De gemeenteraad keurt het belastingreglement op evenementen, vertoningen en vermakelijkheden voor de aanslagjaren 2026 tem. 2031 goed.
Artikels 40, §3 en 41, 14° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
Artikel 170, §4 van de Grondwet.
DLB.
Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Omzendbrief BB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Het besluit van 31 maart 2022 van de gemeenteraad aangaande de goedkeuring van een belastingreglement op evenementen, vertoningen en vermakelijkheden voor de aanslagjaren 2022-2025 (dossierstuk 1).
Het besluit van 14 december 2023 van de gemeenteraad aangaande de goedkeuring van een belastingreglement op evenementen, vertoningen en vermakelijkheden voor de aanslagjaren 2024-2025 (dossierstuk 2).
Het besluit van het college van burgemeester en schepenen van 1 december 2025 inzake de principiële goedkeuring van het gemeentelijk belastingreglement op evenementen, vertoningen en vermakelijkheden voor de aanslagjaren 2026-2031 (dossierstuk 3).
/
Evenementen brengen een geconcentreerde publiekstoeloop teweeg binnen een kort tijdsbestek en binnen eenzelfde beperkte ruimte. Voor de gemeente vloeien daaruit extra verplichtingen en kosten voort op het vlak van veiligheid, mobiliteit, handhaving van de openbare rust en orde en onderhoud van het openbaar domein.
Bovendien zorgt een groot aantal bezoekers/toeschouwers voor een maatschappelijke overlast voor de directe en grotere omgeving en haar omwonenden.
Het is billijk om als gemeente een belasting te heffen lastens natuurlijke personen of rechtspersonen die grote evenementen organiseren op Grimbergs grondgebied en hiervoor toegangsgelden ontvangen.
Er wordt een vrijstelling van belasting voorzien voor:
evenementen georganiseerd door een erkende Grimbergse vereniging. Deze evenementen worden vrijgesteld van de belasting aangezien deze georganiseerd worden ter ondersteuning van het lokale verenigingsleven en bijdragen aan het welzijn en de leefkwaliteit binnen de gemeente;
evenementen uitsluitend georganiseerd ten voordele van een goed doel dat zodanig door het college van burgemeester erkend wordt;
betogingen, demonstraties, verkiezingen en referenda;
kermissen, (jaar)markten, kerst- en lentemarkten. Kermissen en markten vallen reeds onder de toepassing van een afzonderlijk reglement en worden aldus vrijgesteld van huidige belasting;
evenementen waarvoor geen tickets aangekocht dienen te worden, noch toegangsgelden betaald dienen te worden.
Rekening houdende met de financiële toestand van de gemeente.
Voor de argumentatie van de stemming wordt verwezen naar het zittingsverslag.
Er wordt voorgesteld om het basistarief op te trekken naar 2,05 euro per toeschouwer per dag (= huidig tarief geldig sinds 2024 + index) en een jaarlijkse indexering vanaf 2027 in te voegen in het reglement.
Artikel 1.
Onderstaand belastingreglement op evenementen, vertoningen en vermakelijkheden goed te keuren:
Belastingreglement op evenementen, vertoningen en vermakelijkheden, aanslagjaren 2026-2031
Artikel 1. - heffingstermijn en belastbaar feit
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een belasting geheven op evenementen, vertoningen en vermakelijkheden op het volledige grondgebied van de gemeente Grimbergen met een publiekstoeloop van minimaal 5.000 deelnemers/toeschouwers per dag.
Hierbij wordt een activiteit, die plaatsvindt op een kalenderdag en tot maximaal 4 uur onafgebroken verderloopt in de volgende kalenderdag, beschouwd als betrekking hebbend op slechts één enkele kalenderdag.
Art. 2. - belastbare grondslag en tarief
De belasting wordt vastgesteld op 2,05 euro per deelnemer/toeschouwer per dag.
Als deelnemer/toeschouwer wordt beschouwd: elke persoon die de toegangsrecht tot het evenement bekomen heeft.
Dit wordt voor elke dag afzonderlijk bepaald, waarbij voor een deelnemer/toeschouwer die voor meerdere dagen toegang heeft tot het evenement, de belasting voor elke afzonderlijke dag verschuldigd is, zelfs indien hiervoor slechts één toegangsbewijs werd verleend.
Art. 3. - indexering
Het tarief vermeld onder artikel 2 wordt jaarlijks op 1 januari aangepast aan de index der consumptieprijzen volgens onderstaande formule:
Tarief x nieuwe index (*) / basisindex (**)
* Nieuwe index = index van de maand december van het jaar voorafgaand aan het aanslagjaar
** Basisindex = index van de maand december 2025
Art. 4. - belastingplichtige
De organisator van het evenement is de belastingplichtige. De eigenaar van het onroerend goed waar het evenement plaatsvindt is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Art. 5. - vrijstelling
Zijn vrijgesteld van de belasting:
evenementen georganiseerd door een erkende Grimbergse vereniging;
evenementen uitsluitend georganiseerd ten voordele van een goed doel dat zodanig door het college van burgemeester erkend wordt;
betogingen, demonstraties, verkiezingen en referenda;
kermissen, (jaar)markten, lente- en kerstmarkten;
evenementen waarvoor geen tickets aangekocht dienen te worden, noch toegangsgelden betaald dienen te worden.
Art. 6.
De belasting is niet verschuldigd indien het evenement omwille van overmacht niet plaatsvindt. De organisator van het evenement brengt het gemeentebestuur hiervan schriftelijk op de hoogte en dit binnen de veertien dagen na de vooropgestelde startdatum van het evenement.
Art. 7. - aangifteverplichting, ambtshalve vestiging en belastingverhoging
Uiterlijk binnen de 14 kalenderdagen na afloop van de laatste dag van het evenement dient de belastingplichtige spontaan aangifte te doen bij het gemeentebestuur van het exacte aantal deelnemers/toeschouwers per dag.
Dit door middel van een aangifteformulier vastgesteld door het college van burgemeester en schepenen. Het aangifteformulier is beschikbaar via het digitaal loket op de gemeentelijke website https://www.grimbergen.be of is op eenvoudig verzoek verkrijgbaar bij het gemeentebestuur.
De aangifte dient schriftelijk te worden ingediend ter attentie van het college van burgemeester en schepenen, en dit ofwel per post naar het adres Prinsenstraat 3, 1850 Grimbergen ofwel via e-mail naar belastingen@grimbergen.be ofwel via het digitaal loket van de gemeentelijke website https://www.grimbergen.be.
Bij gebrek aan aangifte binnen deze termijn of bij een onjuiste of onvolledige aangifte kan de belasting ambtshalve gevestigd worden. In geval van een ambtshalve aanslag wordt de belasting gevestigd op basis van gegevens waarover de belastingheffende overheid beschikt.De ambtshalve ingekohierde belasting zal worden verhoogd met 100%. Het bedrag van deze verhoging wordt gelijktijdig met de ambtshalve belasting ingekohierd.
Art. 8. - wijze van invordering
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier.
Art. 2.
Dit besluit bekend te maken overeenkomstig de bepalingen van “Afdeling 2. Bekendmaking en inwerkingtreding, Hoofdstuk 1. Akten van het lokaal bestuur, Titel 5. De werking van het lokaal bestuur" DLB.
De gemeenteraad keurt het belastingreglement betreffende de verrichtingen van stedenbouwkundige en milieutechnische aard voor aanslagjaren 2026 tem. 2031 goed.
Artikels 40, §3 en 41, 14° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
Besluit van de gemeenteraad van 16 december 2021 houdende de vaststelling voor de aanslagjaren 2022-2025 van een belastingreglement betreffende de verrichtingen van stedenbouwkundige en milieutechnische aard (dossierstuk 3).
Besluit van de gemeenteraad van 28 april 2022 houdende de vaststelling voor de aanslagjaren 2022-2025 van een belastingreglement betreffende de verrichtingen van stedenbouwkundige en milieutechnische aard (dossierstuk 4).
Besluit van de gemeenteraad van 28 september 2023 houdende de vaststelling voor de aanslagjaren 2023-2025 van een belastingreglement betreffende de verrichtingen van stedenbouwkundige en milieutechnische aard (dossierstuk 5).
Besluit van de gemeenteraad van 25 januari 2024 houdende de vaststelling voor de aanslagjaren 2023-2025 van een belastingreglement betreffende de verrichtingen van stedenbouwkundige en milieutechnische aard (dossierstuk 6).
/
Het is aangewezen een motivering op te nemen in het belastingreglement rond de heffing van de belasting.
Voor de werklast en de externe en interne kosten verbonden met het leveren van administratieve diensten (zoals het afleveren van stedenbouwkundige, milieutechnische of planologische attesten/documenten/informatie, omgevingsvergunningen, kosten openbaar onderzoek, advies van instantie Inter in kader van toegankelijkheid enz.), worden dossierkosten aangerekend, dewelke vervat zitten in voorliggend reglement.
De bouwtaks wordt gevestigd in het kader van een duurzaam en doordacht ruimtegebruik. Met deze taks wenst het bestuur de inwoners en ondernemers van de gemeente die plannen te bouwen, herbouwen of verbouwen aanzetten om duurzaam om te gaan met de beschikbare ruimte en de indeling hiervan. Het is een stimulans naar de toekomst toe om compacter te bouwen en verharding te verminderen.
Bouwen, her- en verbouwen van gebouwen brengt bovendien ook bijkomende hinder en overlast (wegversperringen, geluidshinder, overlast aan werfvoertuigen, enz…) met zich mee in de gemeente en voor de omwonenden.
Bij het bouwen of verbouwen van o.a. industriële gebouwen gaat het vaak over grote volumes, waardoor deze belasting aanzienlijk kan oplopen. Om extra investeringen en tewerkstelling aan te moedigen, is het dus zeker wenselijk een lager tarief te voorzien voor dergelijke gebouwen.
Het reglement voorziet tevens in een kost voor het rooien van bomen. Bomen spelen een onbetwistbare rol in het groene karakter van de gemeente en leveren een bijdrage tegen de klimaatopwarming.
Er worden regelmatig omgevingsvergunningen aangevraagd voor het rooien van bomen. Dit is jammer aangezien bomen bijdragen tot het groene karakter van een gemeente en bijdragen tot meer duurzaamheid. Er wordt zelden een compensatie opgelegd, aangezien dit niet altijd mogelijk is en de controle hierop ook niet evident is, zeker niet pro-actief. Om het rooien van bomen toch enigszins te ontmoedigen wordt een forfaitair bedrag per te rooien boom opgelegd. Indien het rooien van de boom vrijgesteld is van vergunning, dient er uiteraard geen taks aangerekend te worden. Dit is het geval wanneer de boom zich in een straal van 15m van de vergunde woning bevindt, geen deel uitmaakt van een bos, en zich in woongebied - agrarisch gebied of industriegebied bevindt.
De gemeentelijke stedenbouwkundige verordening legt normen vast rond parkeerplaatsen en fietsenstallingen. De gemeente wil hiermee de parkeerdruk in de kernen terugdringen en de vrijwaring van het openbaar domein garanderen. Er worden parkeernormen vastgelegd op basis van functie. Hiervan kan gemotiveerd afgeweken worden, bijvoorbeeld voor winkels in de dorpscentra. De gemeente wil namelijk ondernemerschap in de kernen niet ontmoedigen.
Indien er echter afgeweken wordt van de stedenbouwkundige voorschriften aangaande de aanleg van parkeer- of fietsstalplaatsen in het kader van de realisatie van een omgeving- of stedenbouwkundige vergunning, wordt er door de gemeente een belasting gevestigd.
Deze belasting moet bouwaanvragers aansporen om de vereiste parkeer- of fietsstalplaatsen (alsnog) te voorzien, zodat het openbaar domein niet belast wordt met geparkeerde wagens. Dit zorgt immers voor een mobiliteitsproblemen en verkeersonveilige situaties.
In het kader van een verhoging van de zuiveringsgraad van het afvalwater, zijn de inwoners van de gemeente verplicht hun woning aan te sluiten op het openbaar rioleringsnet of op een individueel systeem voor de behandeling van het afvalwater. De aansluiting gebeurt uitsluitend door een door de gemeente aangeduide aannemer. Hiervoor wordt een belasting gevestigd.
Rekening houdend met de financiële toestand van de gemeente.
Voor het debat en de argumentatie van de stemmingen, wordt verwezen naar het zittingsverslag.
/
Artikel 1.
Onderstaand belastingreglement betreffende de verrichtingen van stedenbouwkundige en milieutechnische aard - aanslagjaren 2026 tem. 2031 goed te keuren:
Belastingreglement betreffende de verrichtingen van stedenbouwkundige en milieutechnische aard - Aanslagjaren 2026 tem. 2031
Artikel 1 - belastbare grondslag
Met ingang van 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een gemeentebelasting gevestigd op:
- Aanvraag tot stedenbouwkundig of planologisch attest;
- Aanvraag verdelingen van gronden notarissen;
- Aanvraag van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen en/of de exploitatie of overname van een ingedeelde inrichting;
- Aanvraag van een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden;
- Melding van stedenbouwkundige handelingen en/of de exploitatie of overname van een ingedeelde inrichting of activiteiten;
- Verzoek bijstelling of afwijking van de milieuvoorwaarden;
- Verzoek bijstelling of afwijking van de stedenbouwkundige voorwaarden;
- Organiseren van een projectvergadering;
- Aanvraag tot het verstrekken van omgevingsvergunning- of stedenbouwkundige of milieutechnische informatie;
- Aanvraag tot het verstrekken van diverse omgevings- of stedenbouwkundige en milieuvergunningen, milieu(technische) attesten/documenten;
- Kosten aangetekende zending openbaar onderzoek;
- Publicatie in dag- of weekblad;
- Advies INTER en Riopact;
- Bouwen, verbouwen en herbouwen van gebouwen;
- Wijzigen van gevels;
- Constructie van luifels en overkappingen aan gevels;
- Oprichten van zendantennes, pylonen en masten;
- Oprichten van zwembaden;
- Rooien van bomen;
- Het ontbreken van parkeerplaatsen en fietsstalplaatsen;
- Het tot stand brengen van de aansluiting op het openbaar rioolstelsel.
Art. 2. - belastingplichtige
De belasting is in eerste instantie verschuldigd door de aanvrager van alle handelingen/inlichtingen/meldingen, van attesten/documenten/vergunningen en de aanvragen tot aansluiting op het openbaar rioleringsnet zoals opgenomen onder artikel 3 en in tweede instantie door de eigenaar van het perceel waarop de uit te voeren werken of na te komen verplichtingen betrekking hebben.
De eigenaar van de grond is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting, in geval van onverdeeldheid zijn de onverdeelde eigenaars van de grond hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Art. 3. - tarieven
A. DOSSIERKOSTEN
Aanvraag tot stedenbouwkundig attest
100,00 euro
Aanvraag tot planologisch attest:
520,00 euro
Verdelingen van gronden notarissen
65,00 euro
Aanvraag van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen en/of de exploitatie of overname van een ingedeelde inrichting:
- voor stedenbouwkundige handelingen gewone procedure
250,00 euro
- voor stedenbouwkundige handelingen vereenvoudigde procedure
130,00 euro
- voor een ingedeelde inrichting in eerste klasse en onderworpen aan een milieueffectrapport én een veiligheidsrapport
4.000,00 euro
- voor een ingedeelde inrichting in eerste klasse
1.300,00 euro
- voor een ingedeelde inrichting in tweede klasse
400,00 euro
- per bijkomende woonentiteit:
250,00 euro
Aanvraag van een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden:
- met wegenis
650,00 euro
- zonder wegenis
325,00 euro
- per bijkomend lot
130,00 euro
Melding van stedenbouwkundige handelingen en/of de exploitatie of overname van een ingedeelde inrichting of activiteiten:
- voor stedenbouwkundige handelingen
- voor exploitatie van een ingedeelde inrichting waarvoor een bekendmaking vereist is (melding klasse 3)
65,00 euro
130,00 euro
Verzoek bijstelling of afwijking van de milieuvoorwaarden:
- voor een ingedeelde inrichting in eerste klasse
650,00 euro
- voor een ingedeelde inrichting in tweede klasse
325,00 euro
Verzoek bijstelling of afwijking van de stedenbouwkundige voorwaarden:
- Aanvraag tot bijstelling van een stedenbouwkundige voorwaarde
325,00 euro
- Aanvraag tot bijstelling van de verkaveling
325,00 euro
Projectvergadering:
milieu én stedenbouwkundig
400,00 euro
milieu of stedenbouwkundig
250,00 euro
Aanvraag tot het verstrekken van omgevingsvergunning- of stedenbouwkundige(o.a. geldende plannen) of milieutechnische informatie (o.a. VLAREBO en/of VLAREM-opzoekingen) per kadastraal perceel:
- stedenbouwkundig
80,00 euro
- milieu
80,00 euro
- milieu- en stedenbouwkundig
155,00 euro
Aanvraag tot het verstrekken van diverse omgevings- of stedenbouwkundige en milieuvergunningen, milieu(technische) attesten/documenten. Tarief per attest of document:
- Voor een kopie van de vergunning indien deze digitaal beschikbaar is
15,00 euro
- Voor een kopie van de vergunning én bijhorend plan indien deze digitaal beschikbaar zijn
25,00 euro
- Voor een kopie van de vergunning indien deze nog niet digitaal beschikbaar is
20,00 euro
- Voor een kopie van de vergunning én bijhorend plan indien deze nog niet digitaal beschikbaar zijn
25,00 euro
- Voor de overige attesten die niet afzonderlijk vermeld worden in deze tabel, per attest
25,00 euro
Overige tarieven:
- Kosten aangetekende zendingen openbaar onderzoek
Kosten integraal doorgerekend aan de aanvrager
- Publicatie in dag- of weekblad
Kosten integraal doorgerekend aan de aanvrager + 10% administratieve kosten
Er wordt door INTER een kost aangerekend voor het advies in het kader van de Vlaamse stedenbouwkundige verordening betreffende toegankelijkheid voor publiek toegankelijke gebouwen. Het bedrag dat door INTER in dit kader wordt aangerekend, is het bedrag van de belasting. De dossierkost is verschuldigd door de natuurlijke- of rechtspersoon die de vergunning aanvraagt, en zal door INTER rechtstreeks aan de aanvrager worden doorgerekend.
- Advies INTER-Toegankelijkheid
Kostprijs advies
- Advies Riopact
In grote complexe omgevingsdossiers wordt advies gevraagd aan Riopact inzake afval-en waterbeheer /hydraulisch advies. Riopact rekent voor dit advies een kost aan. Het bedrag dat door Riopact in dit kader wordt aangerekend, is het bedrag van de belasting. De dossierkost is verschuldigd door de natuurlijke- of rechtspersoon die de vergunning aanvraagt. De kostprijs van het advies zal door de gemeente worden doorgerekend aan de aanvrager.
Kostprijs advies
De dossierkosten zijn cumulatief voor aanvragen van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen en de exploitatie van een ingedeelde inrichting (de zogenaamde gemengde dossiers).
De dossierkosten dienen betaald te worden, ongeacht een eventuele intrekking van de aanvraag, een eventueel niet uitvoeren van de vergunning en/of een weigering in graad van beroep.
B. BOUWTAKS
Bij toepassing van onderstaande tarieven wordt elk gedeelte van een lopende/vierkante/kubieke meter (per te berekenen onderdeel van de belasting) beschouwd als een gehele lopende/vierkante/kubieke meter.
De bouwtaks is ook verschuldigd indien de aanvraag wordt vergund in graad van beroep.
a) BOUWEN, VERBOUWEN EN HERBOUWEN VAN GEBOUWEN
De belasting wordt berekend naar verhouding van het totaal volume van het gebouw of de constructie, met inbegrip van de bruikbare ondergrondse gedeelten, maar met uitsluiting van de eigenlijke grondvesten.
Voor gebouwen of constructies zal voor het vaststellen van het volume uitgedrukt in kubieke meter, gerekend worden met de buitenkant van de muren en de daken.
Voor de tussen de vleugels van een gebouw of constructie volledig ingesloten binnenruimte geldt in het bijzonder dat de luchtruimte uitgedrukt in kubieke meters van de overdekte gedeelten van het gebouw mee in aanmerking genomen wordt als grondslag voor de berekening van de bouwtaks, ongeacht of deze overdekte gedeelten volledig afgesloten zijn. Het volume dat in dit geval in aanmerking genomen wordt om de grondslag van de bouwtaks te bepalen is het volume dat ligt binnen de ruimte die ontstaat wanneer vanaf de dakrand in een rechte lijn aansluiting wordt gemaakt met de effectief gebouwde muren of andere infrastructuur.
Voor gebouwen of constructies met één of meer gemeenschappelijke muren zal de inhoud berekend worden met de afmetingen van de buitenkant van het gebouw of tot in de as(sen) van de gemeenschappelijke muren.
De belasting voor woongebouwen wordt als volgt vastgesteld:
- 0,90 euro per m³ voor de eerste 650 m³;
- 1,60 euro per m³ voor het volume tussen 650 m³ en 850 m³;
- 2,30 euro per m³ voor het volume tussen 850 m³ en 1000 m³;
- 3,10 euro per m³ voor het volume vanaf 1000 m³.
Ingeval van uitbreiding van een gebouw is de belasting enkel voor het nieuw gedeelte verschuldigd.
De belasting voor gebouwen voor overwegend industriële, commerciële, ambachtelijke, sport, vrije tijd of amusementsdoeleinden wordt als volgt vastgesteld:
- voor de gedeelten die dienst doen als fabriek, loods, serres of vergaarbak, wordt de te betalen belasting vastgesteld op 0,40 euro per kubieke meter;
- voor de overige gedeelten wordt de belasting berekend zoals voor woongebouwen.
Voor het slopen van gebouwen of delen van gebouwen, welke niet vallen onder “Hoofdstuk 13 Afbraak” van het “Besluit van de Vlaamse regering tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is”, zonder de oprichting van nieuwbouw, dient een forfaitaire belasting van 325,00 euro te worden betaald.
b) WIJZIGEN VAN GEVELS
Bij het wijzigen gevels wordt een forfaitaire belasting aangerekend van 65,00 euro. Voor het louter (her)schilderen van gevels wordt geen bouwtaks aangerekend.
c) LUIFELS EN OVERKAPPINGEN AAN DE GEVEL
Voor de constructie van luifels en niet-gesloten overkappingen aan de gevel bedraagt de belasting 8,00 euro per m².
d) OPRICHTEN VAN ZENDANTENNES, PYLONEN EN MASTEN
De belasting voor het oprichten van zendantennes, pylonen en masten bedraagt 42,00 euro/m (hoogte).
e) ZWEMBADEN
De belasting voor het oprichten van zwembaden wordt berekend aan de hand van het volume van het zwembad en bedraagt 4,00 euro per m³.
f) ROOIEN VAN BOMEN
Voor het rooien van een boom wordt een belasting aangerekend van 150,00 euro per boom, voor zover voor het rooien een omgevingsvergunning nodig is en de gerooide boom niet gecompenseerd wordt door middel van aanplanting van een nieuwe boom op hetzelfde perceel.
C. AANSLUITING OP HET OPENBAAR RIOLERINGSNET OF LOZING IN HET OPENBAAR GRACHTENSYSTEEM
De belasting wordt geheven op elke nieuwe aansluiting of vernieuwing van aansluiting op het openbaar rioleringsnet.
§1 De belasting is vastgesteld op 3.000,00 euro voor eengezinswoningen of niet residentiële gebouwen dewelke uit slechts één entiteit bestaan die een aansluiting op de openbare riolering vragen of aansluiting op bestaande wachtaansluitingen die geplaatst werden door de gemeente of verkavelaar.
§2 Bij meergezinswoningen, bestaande uit meerdere woonentiteiten en/of andere entiteiten of niet residentiële gebouwen, bestaande uit meerdere entiteiten wordt een vast bedrag betaald van 2.500,00 euro plus 500,00 euro per entiteit in het gebouw voor een aansluiting op de openbare riolering en aansluiting op bestaande wachtaansluitingen die geplaatst werden door de gemeente of verkavelaar.
§3 Gebouwen van openbaar nut: de belasting is vastgesteld op 3.000,00 euro voor een aansluiting op de openbare riolering of aansluiting op bestaande wachtaansluiting die geplaatst werden door de gemeente en verkavelaar.
Elke aanvrager is verplicht een aanvraag in te dienen via het digitaal loket van de gemeentelijke website met het oog op de verwezenlijking van de aansluiting op het openbaar rioleringsnet. Een aansluiting kan enkel gerealiseerd worden mits het voorleggen van een conform keuringsattest type Vlario. De aansluiting op de openbare riolering gebeurt uitsluitend door een door de gemeente aangestelde aannemer.
De belasting wordt betaald aan de rioolbeheerder, zijnde gemeente Grimbergen, samen met de kosten die verbonden zijn aan de omgevingsvergunning.
D. PARKEERPLAATSEN EN FIETSSTALPLAATSEN
Per ontbrekende parkeerplaats op basis van de voorwaarden in de omgevingsgunning is er een belasting van 19.500,00 euro verschuldigd. Er is eveneens een belasting van 19.500,00 euro verschuldigd als de bestemming van de parkeerplaats wordt gewijzigd waardoor niet langer voldaan wordt aan de voorwaarden in de omgevingsvergunning.
Per ontbrekende fietsstalplaats op basis van de voorwaarden in de omgevingsvergunning is er een belasting van 975,00 euro verschuldigd. Er is eveneens een belasting van 975,00 euro verschuldigd als de bestemming van de fietsstalplaats wordt gewijzigd waardoor niet langer voldaan wordt aan de voorwaarden in de omgevingsvergunning
Voor publiek toegankelijke functies (vb. restaurant, winkel,…) in de onmiddellijke omgeving van een openbare parking wordt de belasting per ontbrekende parkeerplaats vastgesteld op 2.600,00 euro en per ontbrekende fietsstalplaats op 130,00 euro als de vergunningverlenende overheid heeft geoordeeld dat een afwijking op de parkeernorm toegestaan kan worden.
Het aantal parkeerplaatsen en fietsstalplaatsen dat voorzien moet worden, wordt berekend op basis van de parkeernormen opgenomen in de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening.
De belasting kan worden teruggevorderd indien binnen de 12 maanden na aflevering van de vergunning waarbij deze belasting werd gevestigd:
- de parkeerplaats of fietsstalplaats alsnog is aangelegd mits geldige omgevingsvergunning;
- een parkeerplaats of fietsstalplaats beschikbaar is die voldoet aan de stedenbouwkundige voorschriften.
De aanvraag tot terugbetaling dient door de belastingplichtige te gebeuren binnen de drie maand nadat de parkeerplaats of fietsstalplaats beschikbaar is. Na schriftelijke melding door de belastingplichtige wordt het voldoen aan de voorwaarden gecontroleerd door het bestuur. Dit ofwel door middel van een visuele controle of door middel van de door de belastingplichtige ter beschikking gestelde documenten (authentieke akte,...).
Indien deze controle positief is, wordt de belasting terugbetaald.
De belasting op parkeerplaatsen of fietsstalplaatsen is niet verschuldigd op plaatsen waar de parkeerplaatsen en/of fietsstalplaatsen niet mogen of kunnen worden voorzien omwille van bepalingen in de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening en/of vigerende wetgeving en de vergunningverlenende overheid heeft geoordeeld dat daardoor een afwijking op de parkeernorm toegestaan kan worden.
E. WAARBORGEN
Waarborgen worden gestort onder de vorm van een geblokkeerde spaar- of termijnrekening bij een instelling of bank naar keuze.
Bij aflevering van een vergunning onder voorwaarden en/of lasten kan een waarborg gesteld worden. Het bedrag wordt door het college van burgemeester en schepenen bepaald in functie van de concrete aanvraag.
Art. 4. - indexering
De tarieven zoals vermeld onder artikel 3 worden tweejaarlijks op 1 januari aangepast aan de index der consumptieprijzen volgens volgende formule:
tarief x nieuwe index (*) / basisindex (**)
* Nieuwe index = index van maand december voorafgaand aan het belastingjaar
** Basisindex = index van de maand december 2025
Art. 5. - vrijstelling van belasting
- Zijn vrijgesteld van de belasting:
De stukken die krachtens een wet, decreet, koninklijk besluit, een besluit van de Vlaamse regering of een andere overheidsverordening kosteloos door het gemeentebestuur dienen te worden afgegeven.
- Zijn vrijgesteld van de bouwtaks:
A. het bouwen van gebouwen door of op initiatief van:
- de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen;
- sociale huisvestingsmaatschappijen;
- Autonoom Gemeentebedrijf Grimbergen, de gemeente Grimbergen, het OCMW Grimbergen;
- de intercommunales;
- het Vlaams Woningfonds.
Indien vermoed kan worden dat het bouwen door en/of het initiatiefrecht van één van de aangehaalde actoren zou zijn ingegeven met als oogmerk de financiële belangen van het gemeentebestuur te schaden, kan deze laatste zich het recht voorbehouden de belasting toch te vestigen ten aanzien van de eigenaar van de grond.
B. De gebouwen die door dezelfde eigenaar worden heropgebouwd na ontploffing, brand, stormschade of andere ongevallen, tenzij het volume vermeerderd wordt. Enkel de eventuele uitbreiding wordt belast.
Art. 6. - gebouwen gedeeltelijk op Grimbergen
Gebouwen opgericht op een grond gedeeltelijk op het grondgebied van Grimbergen en een of meerdere andere gemeenten, worden slechts belast voor de delen van de gebouwen op het grondgebied van Grimbergen.
Art. 7. - wijze van invordering
De belasting wordt contant ingevorderd door middel van een factuur met afzonderlijke vermelding (indien van toepassing) van:
- dossierkosten (zie artikel 3, punt A),
- bouwtaks (zie artikel 3, punt B),
- kosten aansluiting op het rioolnet (zie artikel 3, punt C),
- belasting voor ontbrekende parkeerplaatsen of fietsstalplaatsen (zie artikel 3, punt D).
Als de contante inning niet kan worden uitgevoerd, wordt de belasting een kohierbelasting.
Art. 2.
Dit besluit bekend te maken overeenkomstig de bepalingen van “Afdeling 2. Bekendmaking en inwerkingtreding, Hoofdstuk 1. Akten van het lokaal bestuur, Titel 5. De werking van het lokaal bestuur" DLB.
De gemeenteraad keurt het gemeentelijk reglement betreffende de opcentiemen op de heffing van het Vlaamse Gewest op leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten, aanslagjaren 2026 tem. 2031, goed.
Artikels 40, §3 en 41, 14° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
Artikel 170, §4 van de Grondwet.
Artikel 464/1 van het Wetboek Inkomstenbelastingen 1992.
DLB.
Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019.
Artikel 2.6.4.0.2 en artikel 3.1.0.0.4 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013.
Besluit van de Vlaamse Regering van 13 december 2013 houdende de uitvoering van de Vlaamse Codex Fiscaliteit.
Vlaamse Codex Wonen van 2021.
Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021.
Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 13 oktober 2025 inzake de principiële goedkeuring van het reglement inzake opcentiemen op de heffing van het Vlaamse Gewest op leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten, aanslagjaren 2026 tem. 2031 (dossierstuk 1).
/
De Vlaamse overheid heft een gewestelijke belasting op leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimtes die minstens drie jaar op de inventaris van de Vlaamse overheid staan. Gemeenten kunnen hierop inspelen via:
een eigen belastingreglement op te stellen (waarbij de Vlaamse heffing vervalt en de gemeente zelf instaat voor de volledige inning en administratie), of
opcentiemen bovenop de Vlaamse heffing te heffen, waarbij de Vlaamse belastingdienst instaat voor inning en doorstorting.
Door het heffen van honderd opcentiemen wordt de druk op eigenaars verhoogd om hun panden opnieuw in gebruik te nemen of te renoveren. Dit ondersteunt het lokale beleid inzake ruimtelijke ordening en economische herontwikkeling.
Om in aanmerking te komen voor de aanslagjaren 2026 tem. 2031 moet het reglement vóór 1 maart 2026 gemeld worden via het loket lokale besturen en op die manier komt het ook terecht bij VLABEL.
Rekening houdende met de financiële toestand van de gemeente.
/
Artikel 1.
Onderstaand reglement betreffende de opcentiemen op de heffing van het Vlaamse Gewest op leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten goed te keuren:
Reglement opcentiemen op de door het Vlaamse Gewest geheven heffing op leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten, aanslagjaren 2026 tem. 2031
Artikel 1.
Met ingang van 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2031, worden honderd (100) opcentiemen geheven op de heffing van het Vlaamse Gewest op leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten.
Art. 2.
De gemeente doet een beroep op de medewerking van het Agentschap Vlaamse Belastingdienst voor de inning en doorstorting van deze opcentiemen.
Art. 3.
Dit reglement aan de toezichthoudende overheid en het Agentschap Vlaamse Belastingdienst over te maken. Het reglement af te kondigen en bekend te maken overeenkomstig de bepalingen van het decreet lokaal bestuur.
Art. 2.
Dit besluit bekend te maken overeenkomstig de bepalingen van “Afdeling 2. Bekendmaking en inwerkingtreding, Hoofdstuk 1. Akten van het lokaal bestuur, Titel 5. De werking van het lokaal bestuur" DLB.
De gemeenteraad keurt het reglement betreffende de opcentiemen op de heffing van het Vlaamse Gewest op ongeschikte en onbewoonbare woningen, aanslagjaren 2026 tem. 2031, goed.
Artikels 40, §3 en 41, 14° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
/
Artikel 23 van de Grondwet waarborgt het recht op een menswaardig leven, waaronder behoorlijke huisvesting. Elke woning in Vlaanderen moet voldoen aan minimale normen inzake veiligheid, gezondheid en comfort, zoals vastgelegd in de Vlaamse Codex Wonen (VCW).
Woningen die niet aan deze normen voldoen, kunnen na een conformiteitsonderzoek door de burgemeester ongeschikt en/of onbewoonbaar worden verklaard (artikel 3.12 VCW).
De woningen worden opgenomen in de Vlaamse inventaris (VIVOO). Na één jaar opname is een Vlaamse heffing verschuldigd, tenzij een vrijstelling geldt.
Gemeenten kunnen:
Door het heffen van honderd opcentiemen wordt de druk op eigenaars verhoogd om hun woning in orde te brengen. Dit ondersteunt het lokaal woonbeleid in de strijd tegen leegstand en verloedering.
Om in aanmerking te komen voor de aanslagjaren 2026 tem. 2031 moet het reglement vóór 1 maart 2026 gemeld worden via het loket lokale besturen en op die manier komt het ook terecht bij VLABEL.
Rekening houdende met de financiële toestand van de gemeente.
/
Artikel 1.
Onderstaand reglement betreffende de opcentiemen op de heffing van het Vlaamse Gewest op ongeschikte en onbewoonbare woningen goed te keuren:
Reglement opcentiemen op de heffing van het Vlaamse Gewest op ongeschikte en onbewoonbare woningen, aanslagjaren 2026 tem. 2031
Artikel 1.
Met ingang van 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2031, worden honderd (100) opcentiemen geheven op de heffing van het Vlaamse Gewest op ongeschikte en/of onbewoonbare woningen.
Art. 2.
De gemeente doet een beroep op de medewerking van het Agentschap Vlaamse Belastingdienst voor de inning en doorstorting van deze opcentiemen.
Art. 3.
Dit reglement aan de toezichthoudende overheid en het Agentschap Vlaamse Belastingdienst over te maken. Het reglement af te kondigen en bekend te maken overeenkomstig de bepalingen van het decreet lokaal bestuur.
Art. 2.
Dit besluit bekend te maken overeenkomstig de bepalingen van “Afdeling 2. Bekendmaking en inwerkingtreding, Hoofdstuk 1. Akten van het lokaal bestuur, Titel 5. De werking van het lokaal bestuur" DLB.
De gemeenteraad nam kennis van het toegevoegd punt "ANPR-camera’s Grimbergen: niet-naleving beslissing Vlaamse Toezichtscommissie (privacy commissie) en de Raad van State - schending scheiding der machten", ingediend door raadslid Laurent VANBINST, als bijlage bij het besluit gevoegd, en verwijst voor de bespreking ervan naar het zittingsverslag, te vinden op de gemeentelijke website.
§ 1. Onder voorbehoud van andere wettelijke of decretale bepalingen, beschikt de gemeenteraad over de volheid van bevoegdheid ten aanzien van de aangelegenheden, vermeld in artikel 2.
§ 2. De gemeenteraad bepaalt het beleid van de gemeente en kan daarvoor algemene regels vaststellen.
§ 3. De gemeenteraad stelt de gemeentelijke reglementen vast. Met behoud van de toepassing van de federale wetgeving in verband met de bevoegdheid van de gemeenteraad om politieverordeningen vast te stellen, kunnen de reglementen onder meer betrekking hebben op het gemeentelijk beleid, de gemeentelijke belastingen en retributies, en op het inwendige bestuur van de gemeente.
Een afschrift van elk reglement waarin een strafbepaling of een administratieve sanctie wordt opgenomen, wordt dadelijk verzonden aan de griffie van de rechtbank van eerste aanleg en aan die van de politierechtbank.
Behalve bij de uitdrukkelijke toewijzing van een bevoegdheid als vermeld in artikel 2, § 2, tweede lid, aan de gemeenteraad kan de gemeenteraad bij reglement bepaalde bevoegdheden toevertrouwen aan het college van burgemeester en schepenen.
De volgende bevoegdheden kunnen niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd:
1° de aan de gemeenteraad toegewezen bevoegdheden, vermeld in afdeling 1 en 2 van dit hoofdstuk.
Gemeenteraadsleden kunnen uiterlijk vijf dagen vóór de vergadering punten aan de agenda toevoegen. De gemeenteraadsleden bezorgen daarvoor hun toegelicht voorstel van beslissing aan de algemeen directeur, die de voorstellen bezorgt aan de voorzitter van de gemeenteraad.
Een lid van het college van burgemeester en schepenen kan niet gebruikmaken van de mogelijkheid, vermeld in het eerste lid.
De algemeen directeur deelt de aanvullende agendapunten zoals vastgesteld door de voorzitter van de gemeenteraad onmiddellijk mee aan de gemeenteraadsleden, samen met de bijbehorende toegelichte voorstellen.
(...)
De zittingsverslagen van de vergaderingen van de gemeenteraad vermelden, in chronologische volgorde, alle besproken onderwerpen, de essentie van de tussenkomsten en van de mondeling en schriftelijk gestelde vragen en antwoorden. De gemeenteraad kan beslissen om het zittingsverslag te vervangen door een audio- of audiovisuele opname van de openbare zitting van de gemeenteraad.
Als de gemeenteraad een aangelegenheid overeenkomstig artikel 28 in besloten vergadering behandelt, vermelden de notulen alleen de beslissingen en wordt er geen zittingsverslag opgesteld.
(...)
/
Gemeenteraadsleden kunnen punten toevoegen aan de agenda van de gemeenteraad.
Indien er geen agendapunten ter stemming worden voorgelegd, neemt de gemeenteraad louter kennis van deze punten en verwijst men voor het overige naar het zittingsverslag, die men kan terugvinden op de gemeentelijke website.
/
Enig artikel.
Kennis te nemen van het toegevoegd punt "ANPR-camera’s Grimbergen: niet-naleving beslissing Vlaamse Toezichtscommissie (privacy commissie) en de Raad van State - schending scheiding der machten", ingediend door raadslid Laurent VANBINST, als bijlage bij dit besluit gevoegd, en voor de bespreking ervan te verwijzen naar het zittingsverslag, te vinden op de gemeentelijke website.
De gemeenteraad nam kennis van het toegevoegd punt "Afsluiten Sparrenlaan bij vriesweer – verdere achteruitgang van de dienstverlening", ingediend door raadslid Laurent VANBINST, als bijlage bij het besluit gevoegd, en verwijst voor de bespreking en beraadslaging ervan naar het zittingsverslag, te vinden op de gemeentelijke website.
De gemeenteraad verwerpt het voorstel.
§ 1. Onder voorbehoud van andere wettelijke of decretale bepalingen, beschikt de gemeenteraad over de volheid van bevoegdheid ten aanzien van de aangelegenheden, vermeld in artikel 2.
§ 2. De gemeenteraad bepaalt het beleid van de gemeente en kan daarvoor algemene regels vaststellen.
§ 3. De gemeenteraad stelt de gemeentelijke reglementen vast. Met behoud van de toepassing van de federale wetgeving in verband met de bevoegdheid van de gemeenteraad om politieverordeningen vast te stellen, kunnen de reglementen onder meer betrekking hebben op het gemeentelijk beleid, de gemeentelijke belastingen en retributies, en op het inwendige bestuur van de gemeente.
Een afschrift van elk reglement waarin een strafbepaling of een administratieve sanctie wordt opgenomen, wordt dadelijk verzonden aan de griffie van de rechtbank van eerste aanleg en aan die van de politierechtbank.
Behalve bij de uitdrukkelijke toewijzing van een bevoegdheid als vermeld in artikel 2, § 2, tweede lid, aan de gemeenteraad kan de gemeenteraad bij reglement bepaalde bevoegdheden toevertrouwen aan het college van burgemeester en schepenen.
De volgende bevoegdheden kunnen niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd:
1° de aan de gemeenteraad toegewezen bevoegdheden, vermeld in afdeling 1 en 2 van dit hoofdstuk.
Gemeenteraadsleden kunnen uiterlijk vijf dagen vóór de vergadering punten aan de agenda toevoegen. De gemeenteraadsleden bezorgen daarvoor hun toegelicht voorstel van beslissing aan de algemeen directeur, die de voorstellen bezorgt aan de voorzitter van de gemeenteraad.
Een lid van het college van burgemeester en schepenen kan niet gebruikmaken van de mogelijkheid, vermeld in het eerste lid.
De algemeen directeur deelt de aanvullende agendapunten zoals vastgesteld door de voorzitter van de gemeenteraad onmiddellijk mee aan de gemeenteraadsleden, samen met de bijbehorende toegelichte voorstellen.
De notulen van de vergaderingen van de gemeenteraad vermelden, in chronologische volgorde, alle besproken onderwerpen, alsook het gevolg dat is gegeven aan de punten waarover de gemeenteraad geen beslissing heeft genomen. Ze maken melding van alle beslissingen en het resultaat van de stemmingen. Behalve bij geheime stemming, vermelden de notulen hoe elk lid gestemd heeft. Van die laatste verplichting kan worden afgeweken voor beslissingen die genomen zijn met unanimiteit.
De zittingsverslagen van de vergaderingen van de gemeenteraad vermelden, in chronologische volgorde, alle besproken onderwerpen, de essentie van de tussenkomsten en van de mondeling en schriftelijk gestelde vragen en antwoorden. De gemeenteraad kan beslissen om het zittingsverslag te vervangen door een audio- of audiovisuele opname van de openbare zitting van de gemeenteraad.
Als de gemeenteraad een aangelegenheid overeenkomstig artikel 28 in besloten vergadering behandelt, vermelden de notulen alleen de beslissingen en wordt er geen zittingsverslag opgesteld.
(...)
/
Gemeenteraadsleden kunnen punten toevoegen aan de agenda van de gemeenteraad en daarbij moties of voorstellen indienen die men ter stemming wil voor leggen.
De bespreking en beraadslaging van de ingediende motie of voorstel wordt opgenomen in het zittingsverslag, te vinden op de gemeentelijke website.
De uitslag van de stemming wordt opgenomen in de notulen van deze zitting.
/
Artikel 1.
Kennis te nemen van het toegevoegd punt "Afsluiten Sparrenlaan bij vriesweer – verdere achteruitgang van de dienstverlening", ingediend door raadslid Laurent VANBINST, als bijlage bij dit besluit gevoegd en voor de bespreking en beraadslaging ervan te verwijzen naar het zittingsverslag, te vinden op de gemeentelijke website.
Art. 2.
Het voorstel te verwerpen.
De gemeenteraad nam kennis van de mondelinge vragen door de raadsleden op de zitting gesteld en verwijst voor het overige naar het zittingsverslag, te vinden op de gemeentelijke website.
§ 1. Onder voorbehoud van andere wettelijke of decretale bepalingen, beschikt de gemeenteraad over de volheid van bevoegdheid ten aanzien van de aangelegenheden, vermeld in artikel 2.
§ 2. De gemeenteraad bepaalt het beleid van de gemeente en kan daarvoor algemene regels vaststellen.
§ 3. De gemeenteraad stelt de gemeentelijke reglementen vast. Met behoud van de toepassing van de federale wetgeving in verband met de bevoegdheid van de gemeenteraad om politieverordeningen vast te stellen, kunnen de reglementen onder meer betrekking hebben op het gemeentelijk beleid, de gemeentelijke belastingen en retributies, en op het inwendige bestuur van de gemeente.
Een afschrift van elk reglement waarin een strafbepaling of een administratieve sanctie wordt opgenomen, wordt dadelijk verzonden aan de griffie van de rechtbank van eerste aanleg en aan die van de politierechtbank.
Behalve bij de uitdrukkelijke toewijzing van een bevoegdheid als vermeld in artikel 2, § 2, tweede lid, aan de gemeenteraad kan de gemeenteraad bij reglement bepaalde bevoegdheden toevertrouwen aan het college van burgemeester en schepenen.
De volgende bevoegdheden kunnen niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd:
1° de aan de gemeenteraad toegewezen bevoegdheden, vermeld in afdeling 1 en 2 van dit hoofdstuk.
De gemeenteraadsleden hebben het recht aan de burgemeester en aan het college van burgemeester en schepenen mondelinge en schriftelijke vragen te stellen.
Voor het stellen van een vraag als vermeld in het eerste lid, is geen toegelicht voorstel van beslissing vereist.
(...)
De zittingsverslagen van de vergaderingen van de gemeenteraad vermelden, in chronologische volgorde, alle besproken onderwerpen, de essentie van de tussenkomsten en van de mondeling en schriftelijk gestelde vragen en antwoorden. De gemeenteraad kan beslissen om het zittingsverslag te vervangen door een audio- of audiovisuele opname van de openbare zitting van de gemeenteraad.
Als de gemeenteraad een aangelegenheid overeenkomstig artikel 28 in besloten vergadering behandelt, vermelden de notulen alleen de beslissingen en wordt er geen zittingsverslag opgesteld.
(...)
/
Raadslid Tom GAUDEAN krijgt het woord en stelt een vraag over de belijning van de parking naast de glasbollen aan het gemeentehuis. Men parkeert er echt hoe het echt niet moet. Zeker als het druk is in het centrum, creëert dat nogal wat frustraties, wat dan eigenlijk makkelijk kan opgelost worden door een simpele oplossing.
Raadslid Eddie BOELENS krijgt het woord en heeft een klein puntje:
Raadslid Laurent VANBINST krijgt het woord en heeft nog één follow-upvraagje. Vergunning is natuurlijk één ding, maar hoe zit het dan met de eigendomsrechten? Is dat gewoon op openbaar domein? Is dat grond van de gemeente Grimbergen? Want dan zit daar toch ook een problematiek. Als die mensen geen erfdienstbaarheden of andere overeenkomsten hebben dan …
/
Enig artikel.
Kennis te nemen van de mondelinge vragen door de raadsleden ter zitting gesteld en voor het overige te verwijzen naar het zittingsverslag, te vinden op de gemeentelijke website.
De voorzitter sluit de zitting op 19/12/2025 om 02:17.
Namens GEMEENTERAAD,
Muriel VAN SCHEL
algemeen directeur
Daan VERTONGEN
voorzitter gemeenteraad