De gemeenteraad keurt het belastingreglement op het vervoer van personen met een politievoertuig voor de aanslagjaren 2026 tem. 2031 goed.
Artikels 40, §3 en 41, 14° van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
/
De politionele diensten moeten extra prestaties verrichten voor het vervoeren van personen, wat de werklast van het politiepersoneel verzwaart. Hierdoor kunnen andere taken, zoals de aanwezigheid op straat om de veiligheid van de burger te verhogen, in het gedrang komen.
Deze belasting heeft als doel een deel van de gemaakte kosten voor politie-interventies te vergoeden vermits deze eerder het particuliere dan het algemene belang dienen.
De belasting is niet verschuldigd bij het vervoer van gerechtelijk aangehouden personen bedoeld in artikel 78,4e van het algemeen reglement op de gerechtskosten in strafzaken, aangezien de kosten van overbrenging ten laste van de staat komen en dit zonder verhaal op de veroordeelde partijen.
Rekening houdende met de financiële toestand van de gemeente.
/
Artikel 1.
Onderstaand belastingreglement op het vervoer van personen met een politievoertuig goed te keuren:
Belastingreglement op het vervoer van personen met een politievoertuig, aanslagjaren 2026 tem. 2031
Artikel 1. - belastbaar feit
Met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt een belasting gevestigd op het vervoer van personen met een politievoertuig op grond van artikel 1 §2 van de besluitwet van 14 november 1939 betreffende de beteugeling van de dronkenschap, of in het kader van een bestuurlijke aanhouding op grond van artikel 31 van de wet van 5 augustus 1992 op het Politieambt.
Art. 2. - aanslagvoet
De belasting wordt vastgelegd op een forfaitair bedrag van 150,00 euro per rit en per vervoerd persoon.
Art. 3. - indexering
Het tarief vermeld onder artikel 2 wordt jaarlijks op 1 januari van het aanslagjaar aangepast aan de index der consumptieprijzen volgens volgende formule:
Tarief x nieuwe index (*) / basisindex (**)
* Nieuwe index = index van de maand december voorafgaand aan het aanslagjaar
** Basisindex = index van de maand december 2025
Art. 4.
Als rit dient verstaan te worden het traject dat wordt afgelegd vanaf het uitrukken van het politievoertuig tot op het ogenblik dat de betrokkene op zijn eindbestemming, door de politie bepaald, is gebracht.
Art. 5. - belastingplichtige
De belasting valt ten laste van de vervoerde persoon of in voorkomend geval, van de voor hem burgerlijk verantwoordelijk persoon. Zij is verschuldigd vanaf het ogenblik dat de vervoerde persoon zijn eindbestemming heeft bereikt.
Art. 6. - vrijstelling
Het vervoer van personen met een politievoertuig in het kader van gerechtelijke aanhouding in de zin van de wet van 20 juli 1990 is vrijgesteld van de belasting.
Art. 7. - wijze van invordering
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Art. 2.
Dit besluit bekend te maken overeenkomstig de bepalingen van “Afdeling 2. Bekendmaking en inwerkingtreding, Hoofdstuk 1. Akten van het lokaal bestuur, Titel 5. De werking van het lokaal bestuur" DLB.