De gemeenteraad keurt het gemeentelijk belastingreglement op de exploitatie van bewaarplaatsen voor motorvoertuigen voor de aanslagjaren 2026 tem. 2031 goed.
Artikels 40, §3 en 41, 14° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
/
De exploitatie van bewaarplaatsen voor motorvoertuigen zorgt voor bijkomende druk op de mobiliteit en geeft regelmatig aanleiding tot overlast op uiteenlopende tijdstippen van de dag. De uitbating van bewaarplaatsen van motorvoertuigen is een economische activiteit die voor de exploitant op regelmatige wijze inkomsten genereert. Het is dan ook verantwoord dat deze hiervoor een belasting betaalt daar dit voor de gemeente ook bijkomende uitgaven met zich meebrengen inzake mobiliteit, onderhoud van het wegennet, infrastructuur enz.
Er wordt een forfaitair bedrag per parkeerplaats vastgesteld. Dit zorgt voor een transparante en administratief efficiënte manier van heffing van de belasting.
Rekening houdende met de financiële toestand van de gemeente.
/
Artikel 1.
Onderstaand belastingreglement op de exploitatie van bewaarplaatsen voor motorvoertuigen goed te keuren:
Belastingreglement op de exploitatie van bewaarplaatsen voor motorvoertuigen – Aanslagjaren 2026 tem. 2031
Artikel 1. – belastbare grondslag
Met ingang van 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op de exploitatie van bewaarplaatsen voor motorvoertuigen ten laste van al wie op het grondgebied van de gemeente bewaarplaatsen voor motorvoertuigen uitbaat en hiervoor geld int van de gebruikers.
Art. 2. - definities
Parkeerplaats: elke plaats gesitueerd in openlucht of in een overdekte ruimte waarop een voertuig gestald kan worden. Als parkeerplaats wordt beschouwd elke afgebakende plaats, of bij gebreke hieraan elke oppervlakte van 12,5 m², ingericht of bruikbaar voor parkeren van voertuigen.
Art. 3. – aanslagvoet
De belasting wordt vastgesteld als volgt:
- voor het aanslagjaar 2026 wordt de belasting vastgesteld op 32,00 euro per parkeerplaats;
- voor het aanslagjaar 2027 wordt de belasting vastgesteld op 36,00 euro per parkeerplaats;
- voor het aanslagjaar 2028 wordt de belasting vastgesteld op 40,00 euro per parkeerplaats;
- vanaf aanslagjaar 2029 t.e.m. aanslagjaar 2031 wordt de belasting vastgesteld op 40,00 euro per paarkeerplaats en zal deze jaarlijks op 1 januari, en voor de eerste keer op 1 januari 2029, geïndexeerd worden volgens volgende formule:
Tarief x nieuwe index (*) / basisindex (**)
* Nieuwe index = index van de maand december voorafgaand aan het aanslagjaar
** Basisindex = index van de maand december 2027
Art. 4. - belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die de bewaarplaats voor motorvoertuigen op het grondgebied van de gemeente uitbaat.
Art. 5.
De belastingplichtige dient ten laatste op 31 december voorafgaand aan het aanslagjaar schriftelijk melding te maken van het aantal parkeerplaatsen zoals vermeld onder artikel 2, dit ofwel via post t.a.v. het college van burgemeester en schepenen naar Prinsenstraat 3, 1850 Grimbergen ofwel via e-mail naar belastingen@grimbergen.be.
De belasting is ondeelbaar en verschuldigd voor het hele jaar. Een vermindering van het aantal ter beschikking gestelde parkeerplaatsen in de loop van het aanslagjaar, alsook de stopzetting, overdracht of tijdelijke onderbreking van de uitbating in de loop van het aanslagjaar geven geen aanleiding tot enige belastingvermindering of terugbetaling.
Indien in de loop van het aanslagjaar het aantal parkeerplaatsen zou toenemen, dient de belastingplichtige de gemeente hiervan schriftelijk op de hoogte te brengen binnen de 15 kalenderdagen. De bijkomende parkeerplaatsen zullen voor dat aanslagjaar nog bijkomend belast worden.
Art. 6. - vrijstelling
Zijn vrijgesteld van de belasting: parkeerplaatsen in gemeenschappelijke parkeergarages aan of onder appartementsgebouwen of wooneenheden, voor zover de parkeerplaatsen gehuurd worden door bewoners van het gebouw of de wooneenheid.
Art. 7. – wijze van invordering
De belasting wordt contant ingevorderd door middel van een factuur.
Indien de contante inning niet kan worden uitgevoerd, wordt de belasting een kohierbelasting.
Art. 2.
Dit besluit bekend te maken overeenkomstig de bepalingen van “Afdeling 2. Bekendmaking en inwerkingtreding, Hoofdstuk 1. Akten van het lokaal bestuur, Titel 5. De werking van het lokaal bestuur" DLB.