De gemeenteraad keurt het belastingreglement op de aanvullende belasting op de personenbelasting voor de aanslagjaren 2026 tem. 2031 goed.
Artikels 40, §3 en 41, 41° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
/
Per besluit van de gemeenteraad van 19 december 2019 en 27 januari 2022 houdende de vaststelling van een gemeentelijk belastingreglement op de aanvullende belasting op de personenbelasting werd het percentage vastgesteld op 6,80% voor de periode 2020-2025.
Dit percentage wordt voor de aanslagjaren 2026 tem. 2031 verhoogd naar 7,4%.
De beslissing van de federale overheid om de belastingvrije som te verhogen heeft een negatieve impact op de gemeentelijke ontvangsten uit de aanvullende belasting op de personenbelasting.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van de inwoners van de gemeente, gelet op de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
Rekening houdende met de financiële toestand van de gemeente.
Er wordt gevraagd naar een hoofdelijke stemming.
Voorzitter Daan VERTONGEN legt de goedkeuring van het punt met een hoofdelijke stemming voor:
Het punt wordt met 18 stemmen voor, 6 stemmen tegen, 5 onthoudingen goedgekeurd.
/
Artikel 1.
Onderstaand reglement op de aanvullende belasting op de personenbelasting voor de aanslagjaren 2026 tem. 2031 goed te keuren.
Artikel 1. – belastbare grondslag
Met ingang van 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een jaarlijkse aanvullende belasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar.
Art. 2. – aanslagvoet, berekening
De belasting wordt vastgesteld op 7,4 % van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar.
Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar.
Art. 3. - wijze van inning
De vestiging en de inning van de aanvullende gemeentebelasting gebeuren door toedoen van het bestuur van de directe belastingen, overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 466 en volgende van het Wetboek van de inkomstenbelasting 1992.
Art. 2.
Dit besluit bekend te maken overeenkomstig de bepalingen van “Afdeling 2. Bekendmaking en inwerkingtreding, Hoofdstuk 1. Akten van het lokaal bestuur, Titel 5. De werking van het lokaal bestuur" DLB.