De gemeenteraad keurt het belastingreglement op openluchtrecreactieve verblijven voor de aanslagjaren 2026-2031 goed.
Artikels 40, §3 en artikel 41, 14° van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
/
Iedereen die op het grondgebied van de gemeente verblijft maar geen bijdrage levert in de financiering van de gemeentelijke uitgaven via de gemeentebelasting dient geldelijk bij te dragen in de financiering van de gemeentelijke uitgaven.
Hoewel aan de exploitatie van openluchtrecreatieve verblijven onmiskenbaar positieve effecten verbonden kunnen zijn, kan deze activiteit tevens aanleiding geven tot bijkomende hinder onder meer op het vlak van verkeer of geluidsoverlast. Toezicht van de gemeente is vereist.
Terreinen voor openluchtrecreatieve verblijven geven aanleiding tot een grotere zorg voor veiligheid binnen de gemeente.
Het is aangewezen om de exploitant van het kampeerterrein aan te duiden als belastingplichtige aangezien de identiteit van de toeristen die op het terrein verblijven niet gekend is. De exploitant kan het bedrag van de belasting doorrekenen aan de toeristen.
Het is aangewezen de aanslagvoet jaarlijks te laten mee-evolueren met de index.
De geïndexeerde aanslagvoet bedroeg voor aanslagjaar 2025 0,66 euro. De aanslagvoet wordt verhoogd naar 0,70 om nadien vanaf 1 januari 2027 opnieuw te indexeren.
Rekening houdende met de financiële toestand van de gemeente.
/
Artikel 1.
Onderstaand belastingreglement op openluchtrecreatieve verblijven goed te keuren:
Belastingreglement op openluchtrecreatieve verblijven - Aanslagjaren 2026-2031
Artikel 1. - belastbare grondslag
Met ingang van 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt jaarlijks een gemeentebelasting gevestigd op de terreinen voor openluchtrecreatieve verblijven zoals bedoeld in het decreet van 5 februari 2016 betreffende het toeristische logies.
Art. 2. - aanslagvoet, berekening
De belasting wordt vastgesteld op 0,70 euro per vierkante meter nuttige oppervlakte. De aanslagvoet wordt jaarlijks op 1 januari aangepast aan het indexcijfer van de consumptieprijzen volgens volgende formule:
Tarief x nieuwe index (*) / basisindex (**)
* Nieuwe index = index van de maand december voorafgaand aan het aanslagjaar
** Basisindex = index van de maand december 2025
Art. 3. - belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de exploitant op 1 januari van het aanslagjaar. De eigenaar op 1 januari van het aanslagjaar is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Art. 4. - aangifteverplichting
De belastingplichtige is verplicht vóór 1 april van het aanslagjaar spontaan aangifte te doen van het terrein voor openluchtrecreatieve verblijven, samen met de voor de aanslag nodige gegevens, door middel van een formulier vastgesteld door het college van burgemeester en schepenen. Het aangifteformulier is beschikbaar op het digitaal loket van de gemeentelijke website https://www.grimbergen.be of is op eenvoudig verzoek bij het gemeentebestuur verkrijgbaar.
De aangifte dient schriftelijk te worden ingediend ter attentie van het college van burgemeester en schepenen, en dit ofwel per post naar het adres Prinsenstraat 3, 1850 Grimbergen ofwel via e-mail naar belastingen@grimbergen.be ofwel via het digitaal loket van de gemeentelijke website https://www.grimbergen.be.
Zolang de toestand op 1 januari van het aanslagjaar ongewijzigd blijft dient er geen nieuwe aangifte te gebeuren.
Bij gebrek aan aangifte binnen de hierboven vermelde termijn of bij een onjuiste of onvolledige aangifte kan de belasting ambtshalve gevestigd worden. In geval van een ambtshalve aanslag wordt de belasting gevestigd op basis van gegevens waarover de belastingheffende overheid beschikt.
In het geval van ambtshalve aanslag wordt de belasting met 100% verhoogd.
Art. 5. - wijze van invordering
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier.
Art. 6.
Wanneer eenzelfde situatie aanleiding kan geven tot heffen van belasting door toepassing van dit reglement en de verblijfsbelasting, is alleen onderhavig reglement van toepassing.
Art. 2.
Dit besluit bekend te maken overeenkomstig de bepalingen van “Afdeling 2. Bekendmaking en inwerkingtreding, Hoofdstuk 1. Akten van het lokaal bestuur, Titel 5. De werking van het lokaal bestuur" DLB.