De gemeenteraad keurt het belastingreglement op tweede verblijven voor de aanslagjaren 2026-2031 goed.
Artikels 40, §3 en 41, 14° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
Artikel 170, §4 van de Grondwet.
DLB.
Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Besluit van de gemeenteraad van 19 december 2019 houdende de vaststelling van een gemeentelijk belastingreglement op tweede verblijven voor de aanslagjaren 2020-2025 (dossierstuk 1).
Besluit van de gemeenteraad van 26 november 2020 houdende de vaststelling van een gemeentelijk belastingreglement op tweede verblijven voor de aanslagjaren 2021-2025 (dossierstuk 2).
Besluit van de gemeenteraad van 28 september 2023 houdende de vaststelling van een gemeentelijk belastingreglement op tweede verblijven voor de aanslagjaren 2023-2025 (dossierstuk 3).
Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 20 oktober 2025 inzake de principiële goedkeuring van het belastingreglement op tweede verblijven, aanslagjaren 2026-2031 (dossierstuk 4).
/
Het doel van dit reglement bestaat erin om ervoor te zorgen dat burgers, die over een woning beschikken, er niet geregistreerd zijn en bijgevolg bepaalde gemeentelijke belasting niet verschuldigd zijn, maar die tegelijkertijd wel kunnen genieten van diensten en faciliteiten die door de gemeente worden aangeboden (brandweer, politie, huisvuilophaling, onderhoud van openbare domeinen,...), ook een geldelijke bijdrage leveren aan de gemeentelijke inspanningen.
Door het invoeren van een belasting op tweede verblijven wenst de gemeente ook het residentieel wonen binnen de gemeente te beschermen.
Een belasting op tweede verblijven kan daarbij gelden als stimulans om de woongelegenheden op het gemeentelijk grondgebied effectief als hoofdverblijfplaats aan te wenden.
In bepaalde gevallen kan op een adres, en slechts voor beperkte tijd, niemand ingeschreven staan in de bevolkingsregisters. Om deze reden wordt een vrijstelling van belasting van één jaar voorzien voor:
Op deze manier krijgen eigenaars van woningen waar officieel op 1 januari niemand ingeschreven staat in de bevolkingsregisters de mogelijkheid om deze situatie alsnog recht te zetten.
Rekening houdende met de financiële toestand van de gemeente.
Voor de argumentatie van de stemming wordt verwezen naar het zittingsverslag.
/
Artikel 1.
Onderstaand belastingreglement goed te keuren:
Belastingreglement op tweede verblijven – Aanslagjaren 2026-2031
Artikel 1. - belastbare grondslag
Voor de aanslagjaren 2026 tem. 2031 wordt een jaarlijkse belasting geheven op de tweede verblijven.
Art. 2.
Als tweede verblijf wordt beschouwd elke constructie met woon- of verblijfsgelegenheid waar op 1 januari van het aanslagjaar niemand is ingeschreven in het bevolkingsregister voor het hoofdverblijf.
Worden onder meer beschouwd als tweede verblijf: (land)huizen, bungalows, villa’s, appartementen, studio’s, weekendhuisjes, optrekjes, chalets en alle vaste woonverblijven met inbegrip van stacaravans.
Vallen niet onder de toepassing van deze belasting:
- gebouwen uitsluitend bestemd voor het uitoefenen van een beroepsactiviteit.
- tenten, verplaatsbare caravans en woonaanhangwagens, tenzij zij minstens zes maanden van het aanslagjaar op het grondgebied van Grimbergen opgesteld blijven om als woongelegenheid te kunnen dienen.
Art. 3. – belastingplichtige
De belasting is in eerste instantie verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die op 1 januari van het aanslagjaar de betreffende woongelegenheid huurt en in tweede instantie de natuurlijke of rechtspersoon die op 1 januari van het aanslagjaar eigenaar is van de betreffende woongelegenheid wanneer deze niet verhuurd is.
In geval van verhuring dient de eigenaar van de woning hiervan bewijs te leveren aan de hand van een huurcontract.
De eigenaar van de betreffende woongelegenheid is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Art. 4. - aanslagvoet
De belasting wordt vastgesteld op 1.500,00 euro euro per tweede verblijf.
Art. 5. - indexering
Het tarief vermeld in artikel 4 wordt jaarlijks op 1 januari van het aanslagjaar aangepast aan de index der consumptieprijzen volgens volgende formule:
Tarief x nieuwe index (*) / basisindex (**)
* Nieuwe index = index van de maand december voorafgaand aan het aanslagjaar
** Basisindex = index van de maand december 2025
Art. 6. – vrijstellingen
§ 1. Een woongelegenheid, zoals bedoeld in artikel 2 van onderhavig reglement, wordt niet als tweede verblijf beschouwd wanneer het bewijs wordt voorgelegd dat deze als gevolg van brand, storm, overstromingen of blikseminslag niet bewoond kan worden.
§ 2. Een woongelegenheid, zoals bedoeld in artikel 2 van onderhavig reglement, kan voor één aanslagjaar vrijgesteld worden van de belasting op tweede verblijven wanneer het bewijs wordt voorgelegd dat:
- de verwerving van de woongelegenheid, zoals bedoeld in artikel 2 van onderhavig reglement, plaatsvond in het kalenderjaar voorafgaand aan het aanslagjaar. De datum op de authentieke akte is hier van toepassing. De vrijstelling geldt voor de eerstvolgende aanslag volgend op de datum van verwerving van het goed;
- Op het adres van de woongelegenheid, zoals bedoeld in artikel 2 van onderhavig reglement, in de loop van het aan het aanslagjaar voorafgaande kalenderjaar niemand ingeschreven stond voor het hoofdverblijf als gevolg van:
- het overlijden van de enige eigenaar; de vrijstelling geldt voor het eerstvolgende aanslagjaar volgend op de datum van het overlijden;
- de definitieve opname van de enige eigenaar in een woonzorgcentrum; de vrijstelling geldt voor het eerstvolgende aanslagjaar volgend op de datum van definitieve opname in het woonzorgcentrum;
- de uitschrijving van de huurder uit het bevolkingsregister op het aanslagadres. Dit uitsluitend indien de uitschrijving dateert na 1 oktober van het aan het aanslagjaar voorafgaande kalenderjaar en op voorwaarde dat deze huurder minimaal 1 jaar onafgebroken ingeschreven stond op het aanslagadres.
§ 3. Wanneer belastingplichtigen van bovenstaande vrijstellingen wensen gebruik te maken, dienen zij hiervan het bewijs te leveren.
Art. 7. - aangifteverplichting
De belastingplichtige is verplicht vóór 1 april van het aanslagjaar spontaan aangifte te doen van het tweede verblijf door middel van een formulier vastgesteld door het college van burgemeester en schepenen. Het aangifteformulier is beschikbaar op het digitaal loket van de gemeentelijke website https://www.grimbergen.be of is op eenvoudig verzoek bij het gemeentebestuur verkrijgbaar.
De aangifte dient schriftelijk te worden ingediend ter attentie van het college van burgemeester en schepenen, en dit ofwel per post naar het adres Prinsenstraat 3, 1850 Grimbergen ofwel via e-mail naar belastingen@grimbergen.be ofwel via het digitaal loket van de gemeentelijke website https://www.grimbergen.be.
Zolang de toestand op 1 januari van het aanslagjaar ongewijzigd blijft dient er geen nieuwe aangifte te gebeuren.
Bij gebrek aan aangifte binnen de hierboven vermelde termijn of bij een onjuiste of onvolledige aangifte kan de belasting ambtshalve gevestigd worden. In geval van een ambtshalve aanslag wordt de belasting gevestigd op basis van gegevens waarover de belastingheffende overheid beschikt.
In het geval van ambtshalve aanslag wordt de belasting met 100% verhoogd.
Art. 8.
Wanneer eenzelfde situatie aanleiding kan geven tot heffen van belasting door toepassing van voorliggend reglement en het belastingreglement aangaande de leegstand, is alleen laatstgenoemd reglement van toepassing.
Als er bezwaar wordt ingediend tegen de belasting op leegstand en dit bezwaar wordt ingewilligd door het college van burgemeester en schepenen, dan behoudt het gemeentebestuur zich het recht alsnog in te kohieren voor de belasting op tweede verblijven.
Art. 9. - wijze van invordering
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier.
Art. 2.
Dit besluit bekend te maken overeenkomstig de bepalingen van “Afdeling 2. Bekendmaking en inwerkingtreding, Hoofdstuk 1. Akten van het lokaal bestuur, Titel 5. De werking van het lokaal bestuur" DLB.