Terug
Gepubliceerd op 23/12/2025

Besluit  GEMEENTERAAD

do 18/12/2025 - 18:15

Belastingreglement op economische bedrijvigheid - Aanslagjaren 2026 tem. 2031 - Goedkeuring

Aanwezig: Daan VERTONGEN, voorzitter gemeenteraad
Bart LAEREMANS, burgemeester
Ewoud DE MEYER, Jelle DE WILDE, Kirsten HOEFS, Chantal LAUWERS, Trui OLBRECHTS, Philip ROOSEN, Karlijne VAN BREE, schepenen
Eddie BOELENS, Nicolas BOURGEOIS, Randy BUELENS, William DE BOECK, Soufian FAROUK, Isabel GAISBAUER, Tom GAUDAEN, Gilbert GOOSSENS, Dieter GOOVAERTS, Katrien LE ROY, Luca MATON, Wim MISSOTTEN, Katleen ORINX, Erkut OVALI, Wim ROBBERECHTS, Ann SELLESLAGH, Laurent VANBINST, Eliane VANCRAENENBROECK, Bart VAN HUMBEECK, Karin VERTONGEN, gemeenteraadsleden
Muriel VAN SCHEL, algemeen directeur
Verontschuldigd: Manon BAS, Ann DAAMEN, Gerlant VAN BERLAER, gemeenteraadsleden
Afwezig: Britt JOHN, gemeenteraadslid

De gemeenteraad keurt het belastingreglement op economische bedrijvigheid voor de aanslagjaren 2026 tem. 2031 goed.

De volgende bepalingen zijn van toepassing inzake de bevoegdheid:

Artikels 40, §3 en 41, 14° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).

De beslissing wordt genomen op grond van:
  • Artikel 170, §4 van de Grondwet.
  • DLB.
  • Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
 
  • Het besluit van de gemeenteraad van 19 december 2019 houdende de vaststelling van een gemeentelijk belastingreglement op economische bedrijvigheid voor de aanslagjaren 2020-2025 (dossierstuk 1).
  • Het besluit van de gemeenteraad van 16 december 2021 houdende de vaststelling van het gemeentelijk belastingreglement op economische bedrijvigheid voor de aanslagjaren 2021-2025 (dossierstuk 2).
  • Het besluit van de gemeenteraad van 28 september 2023 houdende de vaststelling van het gemeentelijk belastingreglement op economische bedrijvigheid voor de aanslagjaren 2023-2025 (dossierstuk 3).
 
  • Het besluit van het college van burgemeester en schepenen van 8 december 2025 inzake de principiële goedkeuring van het gemeentelijk belastingreglement op economische bedrijvigheid voor de aanslagjaren 2026-2031 (dossierstuk 4).
De beslissing houdt rekening met volgende adviezen:

/

De beslissing kent volgende inhoudelijke verantwoording:

Het is budgettair noodzakelijk een belasting te heffen die toelaat de uitgaven van de gemeente in het algemeen te financieren (de verplichte en facultatieve uitgaven).

De heffing van de belasting zelf moet efficiënt en rendabel zijn.

Het is aangewezen om de natuurlijke en de rechtspersonen die op het grondgebied van de gemeente een economische activiteit uitoefenen en gebruik maken van de gemeentelijke infrastructuur en de dienstverlening aan een gemeentelijke belasting te onderwerpen.

Deze belasting heeft tot doel de bedrijven op het grondgebied te laten bijdragen. Ten overstaan van hen bestaat het belastbaar voorwerp uit het hebben van een vestiging die op het grondgebied van de gemeente is gelegen.

Een algemene en evenwichtige spreiding van de belastingdruk wordt nagestreefd over al de belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente.


De belasting beoogt belastingplichtigen met verschillende toestanden. Deze verscheidenheid moet noodzakelijkerwijs worden opgevangen in een gedifferentieerde tariefstructuur met vereenvoudigde categorieën. Er kan niet voor alle mogelijke soorten bedrijven (elk met hun eigen en meest uiteenlopende kenmerken) voorzien worden in een specifieke belastingregeling.

Verschillen inzake financiële draagkracht en/of economische rendabiliteit zijn redelijk verantwoorde differentiatiecriteria voor de toepassing van het belastingreglement en het verschil in tarifering.

Een gedifferentieerde tariefstructuur laat op adequate wijze toe om bij benadering en in overeenstemming met het beginsel van de verdelende rechtvaardigheid de belasting vast te stellen.


Er wordt voorzien in ofwel een forfaitaire minimumbelasting op oppervlakte per vestiging, ofwel een cumulatieve toepassing van de volgende vier criteria: gebruik van motoren, tanks- en vergaarbakken, brandstofdistributieapparaten en geldautomaten. Deze laatste vier criteria zijn primaire indicatoren van financiële draagkracht en economische rendabiliteit. Indien geen van deze aanwezig zijn, is het verantwoord een forfaitaire minimumbelasting  op basis van oppervlakte toe te passen.

Voor de brandstofdistributieapparaten wordt een gedifferentieerd tarief toegepast waarbij een hoger tarief wordt toegepast voor brandstofapparaten met groot debiet. Zwaar vrachtverkeer legt een hoge druk op de weginfrastructuur, het verkeer en het milieu. Een lager tarief wordt toegepast voor milieuvriendelijkere brandstofapparaten.

Het is aangewezen om de vrijstellingen die worden opgenomen in het belastingreglement nader toe te lichten.

Er wordt een vrijstelling van belasting voorzien voor:

  • openbare diensten van de federale staat, de gewesten, gemeenschappen, gemeenten en publiekrechtelijke instellingen. Deze diensten worden gekenmerkt door hun maatschappelijk nut en belang in het kader van o.a. hulpverlening en veiligheid wat één van de primaire overheidstaken is;

 

  • beschutte werkplaatsen, instellingen waar zieken en gehandicapten verzorgd worden en rusthuizen. Het is niet wenselijk om waardevolle sociale initiatieven zoals beschutte werkplaatsen en instellingen waar zieken en gehandicapten verzorgd worden te belasten. Rusthuizen bieden specifieke zorgverstrekking aan ouderen. Deze instellingen dragen bij tot het welzijn van de burgers en bieden ondersteuning aan doelgroepen die extra zorg nodig hebben. Hun bestaansreden is in hoofdzaak niet afgestemd op winstbejag. Bovendien hebben zij een lagere financiële draagkracht en economische rendabiliteit en een kleinere invloed op de gemeentelijke uitgaven;

 

  • onderwijsinstellingen. Een vrijstelling voor onderwijsinstellingen is verantwoord gezien het maatschappelijk belang van deze instellingen. Zij dragen bij tot de ontwikkeling, het welzijn en de emancipatie van zowel kinderen als volwassenen. Onderwijs is bovendien een basisrecht dat voor iedereen toegankelijk moet zijn;

 

  • de verenigingen actief in de gemeente op sociaal-cultureel, jeugd- en sportvlak. De gemeente wenst haar verenigingen te ondersteunen in hun activiteiten aangezien deze bijdragen aan het welzijn en de leefkwaliteit binnen de gemeente. Zij hebben bovendien in hoofdzaak geen bedrijfsmatig oogmerk en hebben geen winstoogmerk;

 

  • land- en tuinbouwbedrijven, tuinbouwbedrijven met openluchtteelt en tuinbouwbedrijven met teelten onder glas of andere duurzame bescherminstallaties. Specifiek aan land- en tuinbouwbedrijven is dat zij nood hebben aan grote oppervlakten om economisch rendabel te zijn en om een leefbare rendabele exploitatie te realiseren. Het is voor de hand liggend dat dit beperktere rendement niet uitsluitend betrekking heeft op de landbouwoppervlaktes maar ook op bijvoorbeeld stockageruimtes en bovendien de motorenkracht. Het rendement dat land- of tuinbouwbedrijven kunnen behalen met behulp van motorenkracht is beperkt en zonder gebruik van de voor deze activiteit noodzakelijke motoren zou het rendement hier onbestaande zijn. Land- en tuinbouwbedrijven zorgen bovendien voor het behoud van voedselproductie binnen Europa die levensnoodzakelijk is en leveren een bijdrage als beheerder van de open ruimte;

  • laadpunten van elektrische voertuigen. De gemeente wenst de transitie naar duurzame mobiliteit te ondersteunen. Elektrische voertuigen dragen bij aan een vermindering van CO₂-uitstoot en luchtvervuiling, wat een directe positieve impact heeft op de leefkwaliteit van de inwoners van de gemeente. Het belasten van deze laadpunten zou een rem zetten op de uitrol van de laadinfrastructuur die essentieel is om het gebruik van elektrische voertuigen toegankelijk te maken.


Rekening houdende met de financiële toestand van de gemeente.

Bijkomende info:

Wijzigingen

Voorstel nieuwe tarieven:

Forfaitair tarief op basis van oppervlakte


   

Bedrag

Geïndexeerd tarief aanslagjaar 2025 (€)

Voorstel nieuw basistarief (€)

Oppervlakte

€ 00,00

0,00

0,00

0 m² < opp. < 400 m²

€ 200,00

266,00

275,00 

400 m² < opp. < 500 m²

€ 300,00

399,00

410,00 

500 m² < opp. < 750 m²

€ 600,00

798,00

815,00 

750 m² < opp. < 1000 m²

€ 900,00

1197,00

1.225,00 

1000 m² < opp. < 1250 m²

€ 1.200,00

1596,00

1.630,00

1250 m² < opp. < 1500 m²

€ 1.500,00

1995,00

2.035,00 

1500 m² < opp. < 1750 m²

€ 1.800,00

2394,00

2.445,00 

1750 m² < opp. < 2000 m²

€ 2.400,00

3192,00

3.260,00

2000 m² < opp. < 3000 m²

€ 2.750,00

3658,00

3.735,00 

3000 m² < opp.

Tarief motoren

     
 € 24,00 / kw 31,92  33,00   
Tarief tanks      
€ 0,65 / m³ 0,86 0,90   
Tarief vaststaande brandstofdistributieapparaten      
€ 110,00 per teller 146,30 150,00  milieuvriendelijke alternatieve brandstofpompen
    300,00 motorbrandstofdistributieapparaat 
    600,00 brandstofpompen groot debiet
Tarief mobiele brandstofdistributieapparaten      
€ 50,00 per teller 66,50 70,00  milieuvriendelijke alternatieve brandstofpompen 
    140,00 motorbrandstofdistributieapparaat 
    280,00 brandstofpompen groot debiet
Tarief geldautomaten      
€ 275,00 per automaat 365,75 375,00   

 

In het vorig reglement werd er voor de mobiele en vaststaande brandstofdistributieapparaten slechts één tarief toegepast per teller. In het voorliggend ontwerp wordt voorgesteld om een gedifferentieerd tarief toe te passen en een hoger tarief te voorzien voor brandstofpompen met groot debiet en een lager tarief voor milieuvriendelijke brandstofpompen.

Publieke stemming
Aanwezig: Daan VERTONGEN, Bart LAEREMANS, Ewoud DE MEYER, Jelle DE WILDE, Kirsten HOEFS, Chantal LAUWERS, Trui OLBRECHTS, Philip ROOSEN, Karlijne VAN BREE, Eddie BOELENS, Nicolas BOURGEOIS, Randy BUELENS, William DE BOECK, Soufian FAROUK, Isabel GAISBAUER, Tom GAUDAEN, Gilbert GOOSSENS, Dieter GOOVAERTS, Katrien LE ROY, Luca MATON, Wim MISSOTTEN, Katleen ORINX, Erkut OVALI, Wim ROBBERECHTS, Ann SELLESLAGH, Laurent VANBINST, Eliane VANCRAENENBROECK, Bart VAN HUMBEECK, Karin VERTONGEN, Muriel VAN SCHEL
Voorstanders: Bart LAEREMANS, Ewoud DE MEYER, Jelle DE WILDE, Kirsten HOEFS, Chantal LAUWERS, Trui OLBRECHTS, Philip ROOSEN, Karlijne VAN BREE, Manon BAS, Eddie BOELENS, Nicolas BOURGEOIS, Randy BUELENS, Ann DAAMEN, William DE BOECK, Soufian FAROUK, Isabel GAISBAUER, Tom GAUDAEN, Gilbert GOOSSENS, Dieter GOOVAERTS, Britt JOHN, Katrien LE ROY, Luca MATON, Wim MISSOTTEN, Katleen ORINX, Erkut OVALI, Wim ROBBERECHTS, Ann SELLESLAGH, Gerlant VAN BERLAER, Laurent VANBINST, Eliane VANCRAENENBROECK, Bart VAN HUMBEECK, Daan VERTONGEN, Karin VERTONGEN
Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
BESLUIT:

Artikel 1.

Onderstaand belastingreglement op economische bedrijvigheid goed te keuren:

Belastingreglement op economische bedrijvigheid - Aanslagjaren 2026 tem. 2031

Artikel 1 - belastbare grondslag

Met ingang van 1 januari 2026 voor een periode eindigend op 31 december 2031 wordt jaarlijks een belasting op de economische bedrijvigheid geheven.


Art. 2. - belastingplichtige

De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersonen, de vennootschappen met rechtspersoonlijkheid en de feitelijke verenigingen of vennootschappen die op 1 januari van het belastingjaar op het grondgebied van de gemeente Grimbergen een economische bedrijvigheid uitoefenen.


Art. 3. - definities

Voor de toepassing van dit reglement gelden volgende definities:

Vestiging: elke plaats op Grimbergs grondgebied waar een economische bedrijvigheid wordt uitgeoefend of waar de maatschappelijke zetel van een bedrijf, ongeacht de rechtspersoonlijkheidsvorm, is gevestigd.


Economische bedrijvigheid:

a) elke activiteit die enkel kan uitgeoefend worden als de betrokken individuele persoon, rechtspersoon of feitelijke vereniging voldoet aan één of meer van de volgende voorwaarden:

  • ingeschreven zijn in het handelsregister,
  • ingeschreven zijn in het register van de burgerlijke vennootschappen,
  • beschikken over een btw-nummer.

b) het uitoefenen van een vrij beroep, ongeacht de rechtsvorm waarin dit gebeurt.


Oppervlakte die gebruikt wordt voor het uitoefenen van de economische activiteit, verder in reglement afgekort tot ‘oppervlakte’: de ruimten die binnen een gebouw worden gebruikt om de beoogde economische bedrijvigheid uit te oefenen.


Als bijgebouw van een inrichting moet worden beschouwd: iedere instelling of onderneming, iedere werf van om het even welke aard, die gedurende een ononderbroken tijdvak van minstens drie maanden op het grondgebied van de gemeente gevestigd is.


Meetapparaten voor het maximum kwartuurvermogen:

Voorzieningen op installaties van een bedrijf waarmee het maximum kwartuurvermogen wordt gemeten. Er worden maandelijkse opnemingen gedaan door de energieleverancier met het oog op het factureren ervan.

Het belastbaar vermogen wordt als volgt berekend:

R (of referentiewaarde) = het gemiddeld maximum-kwartuurvermogen van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin voor het eerst gevraagd wordt om toepassing van deze bepalingen (hierna referentiejaar genoemd)
kW = het aantal verbruikte kiloWatt van het referentiejaar
V = Verhoudingsfactor
G = het gemiddelde maximum kwartuurvermogen van het jaar voorafgaand aan het aanslagjaar


Als het verschil tussen G en R groter is dan 20% dan wordt de verhoudingsfactor opnieuw berekend.

V = kW / R
V * G = belastbaar vermogen


Geldautomaten: de toestellen die volautomatisch werken en het cliënteel in de mogelijkheid stellen geldopnemingen of spaar- of betaalverrichtingen te doen.


Landbouw: de activiteit met het oog op een geregelde verkoop gericht op

  • akkerbouw
  • weidebouw
  • bosbouw
  • veeteelt


Tuinbouw: de activiteit met het oog op een geregelde verkoop gericht op

  • groententeelt
  • fruitteelt
  • boomkwekerij andere dan bosboomkwekerijsierteelt
  • kweek van tuinbouwzaden, plantgoed, en/of aanverwante teelten.


Veeteelt: het houden, het kweken en/of africhten van runderen, varkens, schapen, geiten, paardachtigen en/of pluimvee.


Motorbrandstofdistributieapparaat: verdeelapparaat voor vloeibare of gasvormige motorbrandstoffen ter bevoorrading van motorvoertuigen.
Motorbrandstofdistributieapparaat groot debiet: verdeelapparaat met een capaciteit van meer dan 65 L/min.
Milieuvriendelijk motorbrandstofdistributieapparaat: verdeelapparaten met alternatieve brandstoffen zoals Ad Blue pompen, LPG, CNG en H2 (waterstof).

 

Art. 4. - berekening

Het jaarlijks bedrag van de belasting wordt vastgesteld door middel van

1. cumulatieve toepassing van hierna vermelde criteria en aanslagvoeten, zijnde

  • motoren,
  • tanks en vergaarbakken,
  • brandstofdistributieapparaten
  • geldautomaten

zoals omschreven in de hierna vermelde punten B, C, D en E;

OFWEL

2. een forfaitaire minimumbelasting op oppervlakte per vestiging zoals hierna bepaald onder punt A.

Indien beide aanleiding geven tot toepassing van deze belasting, wordt het hoogste bedrag ingekohierd.

Bedragen lager dan € 20,00 worden niet ingekohierd.


Art. 5. - aanslagvoet

De belasting wordt vastgesteld als volgt:

A. Forfaitaire minimumbelasting op oppervlakte

Het jaarlijkse bedrag wordt per vestiging vastgesteld op:

Bedrag

Oppervlakte

€ 00,00

0 m² < opp. < 400 m²

€275,00

400 m² < opp. < 500 m²

€ 410,00

500 m² < opp. < 750 m²

€ 815,00

750 m² < opp. < 1000 m²

€ 1.225,00

1000 m² < opp. < 1250 m²

€ 1.630 00

1250 m² < opp. < 1500 m²

€ 2.035,00

1500 m² < opp. < 1750 m²

€ 2.445,00

1750 m² < opp. < 2000 m²

€ 3.260,00

2000 m² < opp. < 3000 m²

€3.735,00

3000 m² < opp.


B. Motoren

De belasting is verschuldigd voor het vermogen van motoren die de belastingplichtige voor de exploitatie van zijn inrichting of bijgebouwen gebruikt.

De aanslagvoet wordt vastgesteld op 33,00 euro/kW.


§1. Bijzondere bepaling

Nijverheidsbedrijven die beschikken over installaties voorzien van meetapparaten voor het maximumkwartuurvermogen kunnen, in afwijking van het bovenstaande, vragen om de belasting op motoren vast te stellen op basis van het maximumkwartuurvermogen.

Hierbij wordt het belastbaar vermogen berekend zoals vermeld in artikel 3 - definities, onder "meetapparaten voor het maximum kwartuurvermogen" op voorwaarde dat zij:

  • vóór 31 januari van het belastingjaar een schriftelijke aanvraag bij het gemeentebestuur indienen met opgave van de maandelijkse waarden van het maximum kwartuurvermogen die in hun installaties werden opgenomen tijdens het jaar voorafgaand aan dat waarvoor hij om de toepassing van deze bepalingen verzoekt;
  • bij hun jaarlijkse aangifte de opgave der maandelijkse waarden van het maximum kwartuurvermogen van het jaar voorafgaand aan het aanslagjaar voegen;
  • het bestuur toelaten te allen tijde de in zijn installaties gedane metingen van het maximum kwartuurvermogen, vermeld op de facturen voor levering van elektrische energie, te controleren.


§2. Zijn vrijgesteld van de belasting op motoren:

  • de motoren die gedurende heel het jaar stilliggen;
  • de motoren van voertuigen waarop de staatsverkeersbelasting toepasselijk is, evenals deze welke speciaal van die belasting zijn vrijgesteld;
  • de motoren van een draagbaar toestel;
  • de motor die een elektrische generator aandrijft, voor het gedeelte van het vermogen dat gebruikt wordt voor het aandrijven van de generator;
  • persluchtmotoren;
  • de motor gebruikt voor waterbemalingstoestellen om het even van waar het water voortkomt, alsook deze van ventilatie- en verluchtingstoestellen;
  • de motoren, die in de stations voor aardgasvoorziening gebruikt worden om de compressoren aan te drijven welke instaan voor het drukregime in de aanvoerleidingen;
  • de reserve- of wisselmotor is de motor
  • waarvan de werking niet onmisbaar is voor de normale gang van de instelling en die slechts werkt in uitzonderingsgevallen, voor zover zijn tewerkstelling niet ten gevolge heeft dat de productie der betrokken inrichting verhoogd wordt;
  • die uitsluitend bestemd is voor hetzelfde werk als een andere, welke hij tijdelijk moet vervangen.

De reserve- en wisselmotoren kunnen aangewend worden gedurende de nodige tijd om de voortzetting van de productie te verzekeren.


C. Tanks- en vergaarbakken

De aanslagvoet met betrekking tot de vaststaande tanks en vergaarbakken met commerciële of industriële doeleinden wordt vastgesteld op 0,90 euro/m³.


Vrijstelling

Tanks en vergaarbakken met een maximale capaciteit van dertigduizend liter, waarop de apparaten aangesloten zijn die onder toepassing vallen van de belasting op brandstofdistributieapparaten.


D. Brandstofdistributieapparaten

Deze belasting is verschuldigd door de eigenaar van het apparaat. Hij is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.

De belasting wordt vastgesteld als volgt:

Voor vaststaande toestellen:

  • motorbrandstofdistributieapparaat: 300,00
  • motorbrandstofdistributieapparaat groot debiet: 600,00
  • milieuvriendelijk motorbrandstofdistributieapparaat: 150,00

Voor beweegbare toestellen:

  • motorbrandstofdistributieapparaat: 140,00
  • motorbrandstofdistributieapparaat groot debiet: 280,00
  • milieuvriendelijk motorbrandstofdistributieapparaat: 70,00


E. Geldautomaten

De belasting wordt vastgesteld op 375,00 euro per geldautomaat die

  • voor het publiek toegankelijk beschikbaar gesteld is en
  • gevestigd of geïnstalleerd op Grimbergs grondgebied bij of in
  • elke bank-, financierings- en/of kredietinstelling
  • spaarbank of wisselkantoor
  • hun agentschappen, bijkantoren en eenmanszaken

De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon onder wiens handelsnaam, logo of embleem, de bovengenoemde instellingen, agentschappen of bijkantoren of eenmanszaken en de geldautomaten worden geëxploiteerd.


Art. 6. - indexering

Alle hierboven vermelde aanslagvoeten zijn gekoppeld aan het indexcijfer van de consumptieprijzen door middel van de coëfficiënt die wordt bekomen door het indexcijfer van de maand december voorafgaand aan het aanslagjaar te delen door het indexcijfer van de maand december 2025.


Art. 7 - vrijstelling van belasting

Zijn vrijgesteld van de belasting op economische bedrijvigheid:

  • een openbare dienst van de federale staat, de gewesten, gemeenschappen, gemeenten en publiekrechtelijke instellingen;
  • beschutte werkplaatsen;
  • onderwijsinstellingen;
  • rusthuizen;
  • instellingen waar zieken en gehandicapten verzorgd worden ;
  • de verenigingen actief in de gemeente op sociaal-cultureel, jeugd- en sportvlak;
  • inrichtingen waarvoor zowel deze verordening als de belastingverordening aangaande de verblijfsbelasting of openluchtrecreatieve verblijven toegepast kan worden;
  • land- en tuinbouwbedrijven, tuinbouwbedrijven met openluchtteelt en tuinbouwbedrijven met teelten onder glas of andere duurzame bescherminstallaties;
  • laadpunten voor elektrische voertuigen.


Art. 8 - aangifteverplichting en ambtshalve vestiging

De belastingplichtige is jaarlijks verplicht vóór 30 april van het aanslagjaar bij het gemeentebestuur spontaan aangifte te doen of wijzigingen in te dienen door middel van een formulier vastgesteld door het college van burgemeester en schepenen. Het aangifteformulier is beschikbaar via het digitaal loket op de gemeentelijke website https://www.grimbergen.be of is op eenvoudig verzoek verkrijgbaar bij het gemeentebestuur.

De aangifte dient schriftelijk te worden ingediend ter attentie van het college van burgemeester en schepenen, en dit ofwel per post naar het adres Prinsenstraat 3, 1850 Grimbergen ofwel via e-mail naar belastingen@grimbergen.be ofwel via het digitaal loket van de gemeentelijke website https://www.grimbergen.be.

Indien het gemeentebestuur geen bericht van wijziging van de belastingbasis heeft ontvangen van de belastingplichtige, baseert het gemeentebestuur zich op de vorige aangifte van de belastingplichtige.

Bij gebrek aan aangifte binnen deze termijn of bij een onjuiste of onvolledige aangifte kan de belasting ambtshalve gevestigd worden. In geval van een ambtshalve aanslag wordt de belasting gevestigd op basis van gegevens waarover de belastingheffende overheid beschikt.

De ambtshalve ingekohierde belasting zal worden verhoogd met 100%. Het bedrag van deze verhoging wordt gelijktijdig met de ambtshalve belasting ingekohierd.


Art. 9 – tijdstip van vestiging van de belasting

Voor vestiging van de belasting beschreven in A, B, C en D wordt de situatie op 1 januari van het belastingjaar beoordeeld met volgende specificaties voor:

  • de inrichtingen zoals beschreven in artikel 4 onder punt B die op dat moment in werking zijn wordt de belasting gevestigd op grond van de belastbare motorenkracht tijdens het jaar voorafgaand aan het aanslagjaar.
  • brandstofdistributieapparaten zoals beschreven in artikel 4 onder punt D die toegankelijk voor het publiek en die op dat moment opgesteld staan in de gemeente.
  • geldautomaten is de belasting ondeelbaar en voor het hele jaar verschuldigd, welke ook de datum is waarop de dienstverlening aanvangt of eindigt.


Art. 10. - wijze van invordering

De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier.


Art. 2.

Dit besluit bekend te maken overeenkomstig de bepalingen van “Afdeling 2. Bekendmaking en inwerkingtreding, Hoofdstuk 1. Akten van het lokaal bestuur, Titel 5. De werking van het lokaal bestuur" DLB.