De gemeenteraad keurt het gemeentelijk reglement inzake de opname van verwaarloosde woningen en gebouwen in het gemeentelijk verwaarlozingsregister en de belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen, aanslagjaren 2026 tem. 2031, goed.
Artikels 40, §3 en 41, 14° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 24 november 2025 inzake de principiële goedkeuring van het gemeentelijk belastingreglement inzake de opname van verwaarloosde woningen en gebouwen in het gemeentelijk verwaarlozingsregister en de belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen - Aanslagjaren 2026 tem. 2031 (dossierstuk 4).
/
De gemeente maakt deel uit van de Interlokale Vereniging Woonwinkel Noord. Het activiteitenpakket van het project bevat het opsporen, registreren en aanpakken van verwaarloosde gebouwen en woningen als aanvullende activiteit (2020-2025) en als basisactiviteit (2026-2031) zoals vermeld in artikel 2.14 van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021.
Een gebouw, ongeacht of het dienst doet als woning, wordt beschouwd als verwaarloosd, wanneer het ernstige zichtbare en storende gebreken of tekenen van verval vertoont aan buitenmuren, voegwerk, schoorstenen, dakbedekking, dakgebinte, buitenschrijnwerk, kroonlijst of dakgoten.
De verwaarlozingsheffing dient als instrument om verwaarlozing en verloedering tegen te gaan en opwaardering van de buurt te stimuleren.
De vrijstellingen die in het reglement zijn opgenomen spelen in op (onvoorziene) situaties en sluiten aan bij de beleidsdoelstellingen van de gemeente. Ze zijn verantwoord aangezien ze objectief, controleerbaar en tijdelijk zijn. Ze houden rekening met redelijke uitzonderingssituaties waarin het opleggen van een belasting niet proportioneel zou zijn:
Rekening houdende met de financiële toestand van de gemeente.
De opbouw van het reglement werd zoveel als mogelijk afgestemd op het reglement betreffende bestrijding van leegstaande woningen en gebouwen. Dit om de uniformiteit tussen beide reglementen zo veel als mogelijk te behouden.
Volgende inhoudelijke wijzigingen werden doorgevoerd:
Artikel 1.
Onderstaand belastingreglement inzake de opname van verwaarloosde woningen en gebouwen in het gemeentelijk verwaarlozingsregister en de belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen goed te keuren:
Reglement inzake de opname van verwaarloosde woningen en gebouwen in het gemeentelijk verwaarlozingsregister en de belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen – aanslagjaren 2026 tem. 2031
HOOFDSTUK 1: ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1 - begripsomschrijvingen
In dit reglement wordt verstaan onder:
1° registerbeheerder: de dienst die door het gemeentebestuur belast wordt met de opmaak, de actualisering en het beheer van het verwaarlozingsregister;
2° aangetekende zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:
a) een aangetekend schrijven of een elektronisch beveiligde zending,
b) een afgifte tegen ontvangstbewijs,
c) elke andere door de administratie toegelaten betekeniswijze waarbij de datum van kennisgeving met zekerheid kan worden vastgesteld;
3° gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2, 1° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, zoals vermeld artikel 1.3, §1, 14° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
4° houder (of medehouder) van het zakelijk recht: de betrokken partij(en) met recht van volle eigendom, opstal, erfpacht of vruchtgebruik met betrekking tot een gebouw of woning;
5° opnamedatum: de datum waarop de woning of het gebouw opgenomen werd in het verwaarlozingsregister;
6° verjaardag: het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de opnamedatum, zolang de woning of het gebouw niet uit het verwaarlozingsregister is geschrapt;
7° verwaarlozingsregister: het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen, vermeld in artikel 2.15 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
8° woning: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande, zoals vermeld in artikel 1.3, §1, 66° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
HOOFDSTUK 2: REGISTRATIE VAN VERWAARLOOSDE WONINGEN/GEBOUWEN
Art. 2. - vaststelling van verwaarlozing
§1. De door het college van burgemeester en schepen aangeduide registerbeheerder is belast met de opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen en bezit onderzoek-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
De registerbeheerder stelt de verwaarlozing van een woning of gebouw vast aan de hand van een genummerd opnameattest.
§2.Een gebouw, ongeacht of het dienst doet als woning, wordt beschouwd als verwaarloosd, wanneer het ernstige zichtbare en storende gebreken of tekenen van verval vertoont aan buitenmuren, voegwerk, schoorstenen, dakbedekking, dakgebinte, buitenschrijnwerk, kroonlijst of dakgoten. Op basis van het opnameattest (bijlage 1: opnameattest verwaarlozing) wordt geoordeeld hoeveel indicaties van verwaarlozing aanwezig zijn.
Indien 3 of meer gebreken van categorie I (klein gebrek) of minstens 1 gebrek van categorie II (ernstig gebrek) aanwezig is, is er sprake van verwaarlozing.
Art. 3. - verwaarlozingsregister
§1. De registerbeheerder houdt een register bij van verwaarloosde woningen en gebouwen.
§2. In het verwaarlozingsregister worden minimaal de volgende gegevens opgenomen:
1° het adres van de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw,
2° het nummer en de datum van het opnameattest.
Art. 4. - opname in het verwaarlozingsregister
§1. Een verwaarloosde woning of gebouw wordt opgenomen in het verwaarlozingsregister aan de hand van een genummerd opnameattest waaraan minstens één foto wordt toegevoegd. De datum van het opnameattest geldt als de datum van de vaststelling van de verwaarlozing en geldt als opnamedatum. Het opnameattest bevat:
- het adres van de verwaarloosde woning of het gebouw;
- het nummer en de datum van het opnameattest;
- opsomming van alle gebreken die aanleiding geven tot de opname in het verwaarlozingsregister;
- de kadastrale gegevens van de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw.
§2. Een woning of gebouw, waarvan is vastgesteld dat het verwaarloosd is, wordt opgenomen in het verwaarlozingsregister op datum van het opnameattest.
§3. Een woning die opgenomen is in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen kan eveneens opgenomen worden in het verwaarlozingsregister, en omgekeerd.
§4. Een woning die of een gebouw dat opgenomen is in het gemeentelijke leegstandsregister, kan eveneens opgenomen worden in het verwaarlozingsregister, en omgekeerd.
Art. 5. - kennisgeving van de opname
§1. Alle houders van het zakelijk recht worden met een aangetekende zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname van de woning of het gebouw in het verwaarlozingsregister.
De kennisgeving bevat:
- het genummerde opnameattest;
- informatie over de gevolgen van de registratie in het verwaarlozingsregister;
- informatie over de beroepsprocedure tegen de opname in het verwaarlozingsregister;
- informatie over de mogelijke vrijstellingen van de verwaarlozingsheffing;
- informatie over de mogelijkheid tot schrapping uit het verwaarlozingsregister.
§2. De kennisgeving wordt gericht aan de woonplaats van de houder(s) van het zakelijk recht. Is de woonplaats van een houder van het zakelijk recht niet bekend, dan wordt de kennisgeving gericht aan zijn verblijfplaats. Is de verblijfplaats van een houder van het zakelijk recht niet bekend, dan wordt de kennisgeving gericht aan het adres van de woning of het gebouw waarop het opnameattest betrekking heeft.
Art. 6. - beroep tegen de opname
§1. Het modelformulier om beroep in te dienen tegen de opname in het verwaarlozingsregister is in te vullen via het digitaal loket op de website van de gemeente of aan te vragen bij de registerbeheerder.
§2. De houder van het zakelijk recht bezorgt het ingevuld modelformulier om beroep in te dienen tegen de opname in het verwaarlozingsregister binnen een termijn van zestig kalenderdagen, te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van de aangetekende zending omtrent de opname in het verwaarlozingsregister.
§3. Als het beroep tegen de opname ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als advocaat die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
§4. De registerbeheerder onderzoekt of het beroep gegrond is en maakt zijn advies over aan het college van burgemeester en schepenen. Het college van burgemeester en schepenen beslist over de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften. De beslissing wordt genomen op basis van de stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling. Als een beslissing op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de registerbeheerder. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot de woning of het gebouw geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.
§5. De houder van het zakelijk recht wordt binnen een termijn van zestig kalenderdagen na ontvangst van het beroep met een aangetekende zending ingelicht van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen. Deze aangetekende zending vermeldt de instantie waarbij beroep kan worden ingesteld, zijnde de rechtbank van eerste aanleg van Brussel.
Art. 7. - schrapping uit het verwaarlozingsregister
§1. Een woning of gebouw wordt uit het verwaarlozingsregister geschrapt als de houder van het zakelijk recht bewijst dat de woning of het gebouw twee of minder gebreken van categorie I en geen gebreken categorie II vertoont die bij quotering in het opnameattest, vermeld in artikel 2, tot verwaarlozing zou leiden. ln geval van sloop moet alle puin geruimd zijn.
De houder van het zakelijk recht kan dit aantonen door het aanleveren van bewijsstukken. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek ter plaatse uitgevoerd door de registerbeheerder.
§2. Het modelformulier om de schrapping uit het verwaarlozingsregister aan te vragen is in te vullen via het digitaal loket op de website van de gemeente of aan te vragen bij de registerbeheerder.. De aanvraag moet ondertekend zijn en moet minimaal volgende gegevens bevatten:
- de identiteit en het adres van de indiener;
- de vermelding van het nummer van het opnameattest;
- de vermelding van het adres van de woning of het gebouw waarop de aanvraag tot schrapping betrekking heeft;
- de bewijsstukken overeenkomstig §1 die aantonen dat de woning/het gebouw geschrapt mag worden uit het verwaarlozingsregister.
§3. Als het verzoek tot schrapping ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als advocaat die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
§4. De registerbeheerder onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het verwaarlozingsregister en neemt een beslissing binnen een termijn van zestig kalenderdagen na de ontvangst van het schrappingsverzoek. De registerbeheerder brengt de verzoeker op de hoogte van zijn beslissing met een aangetekende zending.
§5. Tegen de beslissing over het verzoek tot schrapping kan de houder van het zakelijk recht beroep aantekenen volgens de procedure vermeld in artikel 6.
HOOFDSTUK 3: Belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen
Art. 8. - belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen
§1. Met ingang van 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op de woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden opgenomen zijn in het verwaarlozingsregister.
§2. De belasting is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat de woning of het gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden opgenomen is in het verwaarlozingsregister.
Zolang de woning of het gebouw niet is geschrapt uit het verwaarlozingsregister, blijft de belasting jaarlijks verschuldigd bij elke verjaardag van de opname.
Art. 9. - belastingplichtige
§1. De belasting is verschuldigd door de houder(s) van het zakelijk recht van de verwaarloosde woning of het verwaarloosd gebouw op de verjaardag van de opnamedatum.
§2. Ingeval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld. Ingeval er meerdere andere houders zijn van het zakelijk recht, zijn deze eveneens afzonderlijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.
Indien er een recht van opstal of erfpacht bestaat, is de verwaarlozingsheffing verschuldigd door de erfpachter of de opstalhouder. Bij vruchtgebruik is de heffing verschuldigd door de vruchtgebruiker.
§3. Ingeval van overdracht van het zakelijk recht wordt van de verkoper of zijn notaris verwacht dat de verkrijger van het zakelijk recht voorafgaandelijk in kennis wordt gesteld dat het goed is opgenomen in het verwaarlozingsregister. In elk geval wordt geen rekening gehouden met de tussen partijen gesloten overeenkomst aangaande de verschuldigde belasting.
Art. 10. - tarief van de belasting
§1. De belasting bedraagt 2.500,00 euro voor een verwaarloosde woning of gebouw.
§2. De belasting wordt jaarlijks vermeerderd met 2.000,00 euro per bijkomende nieuwe termijn van twaalf maanden dat de woning of het gebouw in het verwaarlozingsregister opgenomen staat.
De belasting kan maximaal verhoogd worden tot een bedrag van 15.000,00 euro, waarna jaarlijks het maximumbedrag van 15.000,00 euro verschuldigd is bij elke nieuwe verjaardag van opname in het verwaarlozingsregister.
Het aantal termijnen dat een woning of gebouw in het register staat vervalt bij overdracht van het zakelijk recht betreffende het gebouw of de woning.
Art. 11. - bezwaar tegen de heffing
§1. De belastingplichtige kan bezwaar indienen tegen de belasting overeenkomstig de bepalingen vermeld in artikel 9 van het decreet betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen van 30 mei 2008 inclusief latere wijzigingen.
§2. Een vrijstelling van de verwaarlozingsbelasting wordt verleend voor bepaalde duur:
- wanneer de belastingplichtige sinds minder dan één jaar nieuwe houder is van het zakelijk recht van de woning/het gebouw. De vrijstelling geldt voor de eerste aanslag volgend op de datum van het verkrijgen van het zakelijk recht. Deze vrijstelling moet worden aangetoond met een attest van de notaris of de notariële akte waaruit de datum van verwerving blijkt;
- wanneer de woning of het gebouw gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan. De vrijstelling geldt maximum voor de eerste vijf aanslagen volgend op de datum van de goedkeuring van het onteigeningsplan door de bevoegde overheid. Het goedgekeurd onteigeningsplan dient voorgelegd te worden.
De vrijstelling geldt voor de eerstvolgende aanslag. De belastingplichtige dient jaarlijks zelf te bewijzen (a.d.h.v. facturen, foto’s, etc.) dat de vooropgestelde werken uitgevoerd zijn. Deze vrijstelling kan maximaal één maal verlengd worden en dit enkel bij grondige renovatiewerken. Grondige renovatiewerken houden in dat de woning tijdens het uitvoeren van de werken onmogelijk te bewonen is omwille van het gebrek aan basiscomfort.
- wanneer de woning of het gebouw vernield of ernstig beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp (brand, overstroming, …). De vrijstelling wordt toegekend n.a.v. een besluit van de burgemeester op basis van artikel 135 van de Nieuwe Gemeentewet en geldt maximum voor de eerste twee aanslagen volgend op de datum van het besluit van de burgemeester.
- indien de woning/het gebouw beschikt over een niet-vervallen stedenbouwkundige vergunning/omgevingsvergunning voor renovatiewerken. Deze vrijstelling geldt maximum voor de eerste drie aanslagen volgend op de datum van de vergunning. De betrokkene dient jaarlijks zelf te bewijzen (a.d.h.v. facturen, foto’s, etc.) dat de vooropgestelde werken uitgevoerd zijn;
- indien de woning/het gebouw gerenoveerd werd in het jaar waarop de belasting betrekking heeft en beschikt over een gedetailleerd renovatieschema met minstens:
- een plan van het pand met aanduiding van de uitgevoerde en geplande werken (mag een schets zijn);
- een overzicht en korte beschrijving van de werken die uitgevoerd zijn en zullen worden;
- een raming van de kosten van de werken;
- foto’s van voor en na de renovatie.
§3. De belastingplichtige die gebruik wenst te maken van een vrijstelling zoals vermeld onder §2 dient zelf hiervoor jaarlijks de nodige bewijsstukken voor te leggen.
Art. 12. - wijze van invordering
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Art. 13. - betalingstermijn
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Art. 14. - overgangsbepalingen
§1. Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en vervangt vanaf die dag het gemeentelijk belastingreglement betreffende verwaarloosde woningen en gebouwen voor de aanslagjaren 2024-2025 van 14 december 2023. Woningen en gebouwen die opgenomen zijn in het gemeentelijke verwaarlozingsregister vóór die datum blijven opgenomen in het register met behoud van de oorspronkelijke opnamedatum.
§2. Voor de bepaling van het belastingtarief wordt verdergegaan van het laatste geheven bedrag, ongeacht of er een vrijstelling van toepassing is. De belasting wordt jaarlijks verhoogd met 2.000,00 euro, tot een maximum van 15.000,00 euro. Zodra dit bedrag is bereikt, blijft het jaarlijkse belastingbedrag 15.000,00 euro.
§3. De houder van het zakelijk recht die onder een vorig reglement een vrijstelling heeft bekomen, moet indien zij een aanslagbiljet ontvangt en nog steeds voldoet aan de voorwaarden van artikel 11 van dit reglement een nieuwe vrijstelling aanvragen volgens de bepalingen van dit reglement.
§4. Bij vrijstellingen waarvoor een maximaal aantal verleningen is vastgelegd, worden ook de vrijstellingen meegeteld die in het verleden zijn toegekend onder eerdere verwaarlozingsreglementen.
Art. 2.
Dit besluit bekend te maken overeenkomstig de bepalingen van “Afdeling 2. Bekendmaking en inwerkingtreding, Hoofdstuk 1. Akten van het lokaal bestuur, Titel 5. De werking van het lokaal bestuur" DLB.