De raad voor maatschappelijk welzijn neemt kennis van de brieven van de gouverneur van 13 januari 2026, ingekomen via het loket lokaal bestuur, toegevoegd als bijlagen 1 en 2 bij het besluit, specifiek dat de gouverneur niet zal optreden.
Titel VII - Bestuurlijk toezicht van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (DLB).
ALGEMEEN:
Artikel 327 DLB:
Behalve in geval van andersluidende bepalingen, beperkt de toezichthoudende overheid zich bij de uitoefening van het toezicht, vermeld in dit decreet, tot een toetsing aan het recht en aan het algemeen belang. Voor beslissingen van de gemeenteoverheid is het algemeen belang elk belang dat ruimer is dan het gemeentelijk belang. Voor beslissingen van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn is het algemeen belang elk belang dat ruimer is dan het gemeentelijk belang en het belang van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn.
Artikel 328 DLB:
De toezichthoudende overheid kan bij de gemeenteoverheid en bij het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn alle documenten en inlichtingen opvragen of die ter plaatse raadplegen. Ze bepaalt de informatiedrager en de vorm waarin die gegevens worden verstrekt.
Artikel 331 DLB:
De toezichthoudende overheid kan besluiten van een gemeenteoverheid en van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn ambtshalve opvragen.
Bij de ontvangst van een klacht vraagt de toezichthoudende overheid het besluit en het bijbehorende dossier op.
Artikel 332 DLB:
§ 1. Met behoud van de toepassing van artikel 243, § 3, 259 en 262 beschikt de toezichthoudende overheid over dertig dagen om een besluit van een gemeenteoverheid te vernietigen en om de gemeenteoverheid daarvan op de hoogte te brengen.
De toezichthoudende overheid beschikt over dertig dagen om een besluit van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn te vernietigen en om het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn daarvan op de hoogte te brengen.
Alle besluiten en opmerkingen van de toezichthoudende overheid worden ter kennis gebracht op de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad of van de raad voor maatschappelijk welzijn.
§ 2. De termijn, vermeld in paragraaf 1, gaat in op de dag die volgt op de kennisgeving aan de toezichthoudende overheid van de bekendmaking op de webtoepassing van de gemeente van de lijst van de aangelegenheden, vermeld in artikel 285, § 1, 1° en 2°, en artikel 285, § 2, eerste lid, 1° en 2°. Voor de besluiten, vermeld in artikel 286, § 1 en § 2, start de termijn, vermeld in paragraaf 1, op de dag die volgt op de kennisgeving aan de toezichthoudende overheid van de bekendmaking van het besluit op de webtoepassing van de gemeente.
Onder voorbehoud van de toepassing van het eerste lid, start de termijn, vermeld in paragraaf 1, voor de besluiten van een gemeenteoverheid of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn die met toepassing van artikel 331 ambtshalve of na ontvangst van een klacht werden opgevraagd door de toezichthoudende overheid, op de dag die volgt op de verzending van het opgevraagde besluit.
§ 3. Een klacht wordt, op straffe van niet-ontvankelijkheid, ingediend binnen een periode van dertig dagen, die volgt op de dag van de bekendmaking op de webtoepassing van de gemeente van de lijst van de aangelegenheden, vermeld in artikel 285, § 1, 1° en 2°, en artikel 285, § 2, eerste lid, 1° en 2°, of van de besluiten, vermeld in artikel 286, § 1 en § 2.
§ 4. De termijn, vermeld in paragraaf 1, wordt gestuit door de verzending van een klacht aan de toezichthoudende overheid, op voorwaarde dat die klacht verstuurd wordt op de wijze, bepaald door de Vlaamse Regering, binnen de termijn, vermeld in paragraaf 3.
Een nieuwe termijn als vermeld in paragraaf 1 gaat in op de dag die volgt op de verzending van de klacht.
§ 5. De termijn, vermeld in paragraaf 1, wordt gestuit door de opvraging door de toezichthoudende overheid van het besluit van de gemeenteoverheid of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn met toepassing van artikel 331, eerste of tweede lid.
Een nieuwe termijn als vermeld in paragraaf 1 gaat in op de dag die volgt op de verzending van het opgevraagde besluit.
§ 6. De gemeenteoverheid of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn verzendt het besluit dat door de toezichthoudende overheid is opgevraagd binnen een termijn van dertig dagen die volgt op de dag van de verzending van de opvraging.
Als de gemeenteoverheid of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn het gevraagde besluit niet verzendt aan de toezichthoudende overheid binnen de termijn, vermeld in het eerste lid, bezorgt de toezichthoudende overheid na het verstrijken van die termijn een herinnering. De herinnering verwijst uitdrukkelijk naar de gevolgen, vermeld in het vierde lid.
Een nieuwe termijn van dertig dagen gaat in op de dag na de verzending van de herinnering.
Als het gevraagde besluit niet wordt verzonden aan de toezichthoudende overheid binnen die nieuwe termijn, is het opgevraagde besluit van rechtswege nietig. De toezichthoudende overheid brengt de gemeenteoverheid of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn op de hoogte van die nietigheid.
Artikel 333 DLB:
Als een klacht wordt ingediend tegen een besluit van de gemeenteoverheid of van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn brengt de toezichthoudende overheid de indiener van de klacht op de hoogte van:
1° de ontvangst van de klacht, binnen tien dagen nadat ze ontvangen werd;
2° het verzoek van de toezichthoudende overheid aan de gemeenteoverheid of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn om het besluit en het bijbehorende dossier te bezorgen, binnen tien dagen na dat verzoek;
3° het besluit van de toezichthoudende overheid over de ingediende klacht met vermelding van de motieven waarop het besluit is gebaseerd.
De toezichthoudende overheid brengt de betrokken gemeenteoverheid of aan het betrokken openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn op de hoogte van haar definitieve antwoord aan de indiener van de klacht. Deze mededeling wordt ter kennis gebracht op de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad of van de raad voor maatschappelijk welzijn.
In geval van stuiting van de termijn om een beroep in te stellen bij de Raad van State, brengt de toezichthoudende overheid de indiener van de klacht op de wijze, bepaald door de Vlaamse Regering, op de hoogte van de motieven van de toezichthoudende overheid om het besluit van de gemeenteoverheid of van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn waartegen de klacht was ingediend, niet te vernietigen, binnen tien dagen na het nemen van dat besluit of na het verstrijken van de termijn.
SPECIFIEK:
/
Per brief van 14 oktober 2025, per abuis ingekomen via het loket lokaal bestuur van het Autonoom Gemeentebedrijf Grimbergen, maakt het Agentschap Binnenlands Bestuur (ABB) een anonieme klacht van 5 september 2025 van een burger inzake de handelingen (of het nalaten daarvan) van het Sociaal Huis, over (in bijlage).
Er werd verzocht om:
conform artikel 331 DLB, te bezorgen.
Deze stukken moesten zo spoedig mogelijk via het digitaal loket (berichtencentrum) en uiterlijk 30 dagen na het ontvangen van de brief van 14 oktober 2025 worden overgemaakt.
Het vast bureau nam in zitting van 20 oktober 2025 hiervan kennis en keurde het ontwerp van antwoord, opgemaakt door de adjunct-directeur Welzijn, goed. De dienst Politiek-administratieve ondersteuning kreeg de opdracht om dit via het loket lokaal bestuur (berichtencentrum) over te maken.
Per brief van 13 januari 2026, ingekomen via het loket lokaal bestuur (berichtencentrum) (Bijlage1), heeft de gouverneur een kopie van zijn antwoord aan de klager overgemaakt (Bijlage 2). Hij verzocht om zijn beslissing ter kennis te brengen op de eerstvolgende vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn (conform artikel 333, tweede lid DLB).
De gouverneur liet de klager weten dat zijn ambt niet zou optreden om volgende redenen:
"(...)
Uit de informatie die ik van het bestuur ontving over de melding op uw vorig adres blijkt dat U, als melder, van het bestuur via e-mail wel degelijk antwoord kreeg. Het bestuur deelde U mee dat een onderzoek naar fraude in het kader van een al dan niet legaal verblijf niet tot de bevoegdheid van het OCMW behoort. Wat betreft de melding van fraude en de expliciet genoemde namen laat het OCMW U weten dat zij hierover, wegens privacy, geen informatie kunnen verstrekken.
Wat betreft de recuperatie van privégoederen hebben zij U laten weten dat dit niet tot de bevoegdheid van het OCMW behoort.
U meldt mogelijk sociale fraude op uw vorig adres. Als toezichthouder kan ik hier niet in tussenkomen. U kan sociale fraude melden via https://www.meldpuntsocialefraude.belgie.be/.
Ook wat betreft uw persoonlijke bezittingen op uw vorig adres kan ik als toezichthouder niet tussenkomen. Dit is een privaat-rechterlijk geschil. Als u niet tot een oplossing kan komen met de huidige bewoners, is de vrederechter de enige bevoegde instantie die kan tussenkomen.
U meldt mij eveneens dat U bedreigd werd. Ik raad U aan dit te melden bij de lokale politie.
Op basis van het bovenstaande kan ik niet optreden in dit dossier."
Het vast bureau nam hiervan kennis en besliste dit, overeenkomstig artikels 332, §1, derde lid en 333, tweede lid DLB, ter kennisname voor te leggen aan de raad voor maatschappelijk welzijn.
Aan de raad voor maatschappelijk welzijn wordt gevraagd om hier, overeenkomstig artikels 332, §1, derde lid en 333, tweede lid DLB, kennis van te nemen.
/
Enig artikel.
Kennis te nemen van de brieven van de gouverneur van 13 januari 2026, ingekomen via het loket lokaal bestuur, toegevoegd als bijlagen 1 en 2 bij dit besluit, specifiek dat de gouverneur niet zal optreden.