De voorzitter opent de zitting op 15/12/2025 om 19:10.
Art. 34.
§ 1. De raad richt de volgende commissies op die zijn samengesteld uit raadsleden:
1° financiën;
2° mens;
3° ruimte en
4° verenigde commissie.
Deze commissies hebben als taak het voorbereiden van de besprekingen in de raadszittingen, het verlenen van advies en het formuleren van voorstellen over de wijze waarop vorm wordt gegeven aan de inspraak van de bevolking telkens als dat voor de beleidsvoering wenselijk wordt geacht.
De commissies kunnen steeds deskundigen en belanghebbenden horen.
§2. De verenigde gemeenteraadscommissie is samengesteld uit alle leden van de gemeenteraad. Alle andere commissies zijn samengesteld uit 13 stemgerechtigde raadsleden. De voorzitter kan worden aangewezen onder de raadsleden die geen lid zijn van de commissie. In dat geval heeft de voorzitter geen stemrecht.
De mandaten van lid van iedere commissie worden volgens het stelsel D’Hondt evenredig verdeeld over de fracties waaruit de gemeenteraad is samengesteld. De evenredigheid vereist in ieder geval dat de som van het aantal mandaten dat toekomt aan de fracties waarvan leden deel uitmaken van het college van burgemeester en schepenen steeds hoger is dan de som van het aantal mandaten dat toekomt aan de andere fracties.
De raadsleden behoren tot de fracties zoals werd vastgesteld op de installatievergadering of bij vervanging of opvolging op een latere gemeenteraad.
§3. Elke fractie wijst de mandaten toe, die haar overeenkomstig de berekeningswijze van de evenredige vertegenwoordiging toekomen, door middel van een voordracht, gericht aan de voorzitter van de gemeenteraad. Om ontvankelijk te zijn moet de akte van voordracht voor elk van de kandidaat-commissieleden ten minste ondertekend zijn door een meerderheid van de leden van de fractie waarvan het kandidaat-commissielid deel van uitmaakt. Indien de fractie van het kandidaat-commissielid slechts uit twee verkozenen bestaat, volstaat de handtekening van één van hen. Niemand kan meer dan één akte ondertekenen per beschikbaar mandaat voor de fractie.
§4. Als de voorzitter van de gemeenteraad voordrachten ontvangt voor meer kandidaten dan er mandaten te begeven zijn voor een fractie, dan worden de mandaten toegewezen volgens de volgorde van voorkomen op de akte van voordracht.
§5. Als ten gevolge van de toepassing van de evenredige vertegenwoordiging een fractie niet vertegenwoordigd is in een commissie, kan de fractie een raadslid aanwijzen dat als lid met raadgevende stem in de commissie zetelt.
§ 6. Tot de eerstvolgende volledige vernieuwing van de gemeenteraad wordt een fractie geacht eenzelfde aantal leden in de commissies te behouden. Indien één of meerdere leden verklaren niet meer te behoren tot de fractie kan dit lid niet meer zetelen, noch als lid van deze fractie, noch als lid van een andere fractie. Niettemin behouden deze fracties het oorspronkelijke aantal leden in de commissie.
Raadsleden die op basis van artikel 12 DLB tijdelijk in de raad zetelen ter vervanging van een verhinderd raadslid, vervangen dat raadslid tijdens de periode van verhindering ook in de commissies waar het verhinderd lid normaal gezien zetelt.
§7. Elke commissie wordt voorgezeten door een raadslid. De leden van het college van burgemeester en schepenen kunnen geen voorzitter zijn van een commissie. De gemeenteraad duidt de voorzitters van de commissies aan.
§8. De gemeenteraadscommissie wordt bijeengeroepen door de commissievoorzitter en dit op vraag van het college van burgemeester en schepenen, op dezelfde wijze als de raad bijeengeroepen wordt in artikel 2 van dit reglement. De stukken die bij de agenda horen, worden op dezelfde wijze bekend gemaakt aan de raadsleden.
Behalve in spoedeisende gevallen, geschiedt de bijeenroeping via e-notulen aan alle leden van de gemeenteraadscommissie (effectieve leden en leden die als waarnemer kunnen zitting hebben), ten minste acht dagen voor de dag van de vergadering.
De oproeping vermeldt de agenda, dag, uur en plaats van de vergadering. Deze informatie wordt eveneens bekendgemaakt aan het publiek door publicatie op de gemeentelijke website raadpleegomgeving.
§9. De commissies vergaderen fysiek.
§10. De gemeenteraadscommissies kunnen geldig vergaderen, ongeacht het aantal aanwezige leden. Commissieleden kunnen zich tijdens een vergadering laten vervangen door raadsleden van dezelfde fractie.
§11. De gemeenteraadscommissievergaderingen zijn in principe openbaar onder dezelfde voorwaarden als voor de raad (zie artikels 5 en 6 van dit reglement).
De raadsleden kunnen, zonder stemrecht, de vergaderingen van de commissies waarvan zij geen deel uitmaken, bijwonen.
De leden van het college en de algemeen directeur kunnen als waarnemend lid de gemeenteraadscommissievergaderingen bijwonen.
§12. Vooraleer aan vergaderingen deel te nemen, tekenen de leden van elke gemeenteraadscommissie een aanwezigheidslijst, die aan de algemeen directeur wordt bezorgd.
Art. 35.
Alle leden van de gemeenteraadscommissie zijn stemgerechtigd, met uitsluiting van de waarnemende leden, de krachtens artikel 34, §7 aangestelde voorzitter, de deskundigen en de eventuele belanghebbenden.
De leden van de commissies stemmen, zoals in de gemeenteraad, nooit geheim, behalve in de gevallen zoals in artikel 22, §6 van dit reglement.
Art. 36.
Het ambt van secretaris van elke raadscommissie wordt waargenomen door één of meer personeelsleden van de gemeente, op voorstel van de algemeen directeur, aangewezen door het college van burgemeester en schepenen.
Een afschrift van het verslag wordt via e-Notulen gedeeld met de leden van de commissie en ook bekendgemaakt op de gemeentelijke website.
Besluiten van de gemeenteraad van 22 mei 2025 waarbij:
Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 19 mei 2025 inzake de benoeming van de secretarissen van de gemeenteraadscommissies.
O.b.v. onderling overleg tussen enerzijds de politiediensten en anderzijds het gemeentebestuur, werd met betrekking tot 2026 een ontwerp-begroting opgemaakt.
In deze begroting voorziet de politiezone een exploitatie- en investeringstoelage die van het gemeentebestuur bekomen kan worden. De hierbij weerhouden bedragen zijn volledig in overeenstemming met de toelagen die voorzien zijn in het ontwerp van het meerjarenplan 2026-2031 van de gemeente.
De exploitatie-toelage die met betrekking tot 2026 vanuit de gemeente verstrekt kan worden, bedraagt 6.644.345,98 euro. De investeringstoelage bedraagt 415.000,00 euro.
De begroting sluit af in evenwicht.
Teneinde de cijfers binnen een meerjarig perspectief te kunnen interpreteren, overloopt de bijzonder rekenplichtige enkele kerncijfers aan de hand van slides en grafieken (zie bijlage: powerpoint ‘PZ Begroting - 2026’).
Raadslid De Boeck informeert naar de aard van de uitgaven die voorzien zijn onder artikel 330/12248 (erelonen en vergoedingen voor andere prestaties). De bijzonder rekenplichtige verduidelijkt dat deze uitgaven hoofdzakelijk betrekking hebben op de consultancy inzake ICT (insourcing).
Raadslid De Boeck wenst te weten welke uitgaven opgenomen zijn onder artikel 330/12402 (technische benodigdheden voor rechtstreeks verbruik). De bijzonder rekenplichtige stelt dat hier onder meer kogelwerende vesten, handboeien en spijkerheggen voorzien zijn.
Raadslid De Boeck wenst verduidelijking te bekomen bij de ontvangst die voorzien is op artikel 33010/46548 (dotatie sectoraal akkoord 2022) en wijst op de vreemde evolutie waarbij €134.883,28 opgenomen is in rekening 2024, niets gebudgetteerd werd in begroting 2025, maar wel €244.866,49 is voorzien in begroting 2026. De bijzonder rekenplichtige licht toe dat deze ontvangst met betrekking tot 2024 nog niet mocht worden ingeschreven, maar dat er wel degelijk een ontvangst volgde, waardoor die in de rekening werd opgenomen. Met betrekking tot 2025 zal zich hetzelfde voordoen; hoewel er niets gebudgetteerd werd, zal er in de rekening van 2025 wel degelijk een ontvangst geregistreerd worden. Met betrekking tot 2026 werden de te budgetteren ontvangsten voorzien in de omzendbrief inzake de begrotingsopmaak; dit bedrag werd overgenomen.
Raadslid De Boeck wenst te weten welk bedrag in 2025 reeds als gewone toelage aan de politiezone werd overgemaakt (op datum van 15/12/2025 is dit €5.214.000).
Raadslid De Boeck merkt op dat de gewone toelage, zoals opgenomen in de begroting van de politiezone, niet in overeenstemming is met de toelage die in het meerjarenplan van de gemeente opgenomen is op pagina 98 van de ter beschikking gestelde bundel. Dit is inderdaad correct: in de bundel werden de gewone en de buitengewone toelage verkeerdelijk samengeteld en weergegeven als gewone toelage. Het bedrag dat in de bewuste bijlage staat is dus verkeerd; dit betreft een materiële vergissing. De eigenlijke bedragen die in het meerjarenplan van de gemeenten werden opgenomen, zijn echter wél correct en stemmen identiek overeen met de bedragen voorzien in de politiebegroting.
Raadslid Boelens merkt op dat er zich vreemde sprongen voordoen bij het gasverbruik. De bijzonder rekenplichtige bevestigt dit en geeft mee dat dit hier reeds bij de toelichting van jaarrekening 2024 werd bij stilgestaan: de facturen van gas werden destijds verkeerdelijk aangerekend op de post ‘elektriciteit’.
Raadslid Boelens wenst een overzicht te bekomen van de te verwachten nutskosten in het nieuwe politiesteunpunt (zie bijlage: ‘verbruik steunpunt’).
Raadslid Bourgeois wenst meer informatie te bekomen bij de voorziene consultancykosten. De korpschef verduidelijkt dat de zone enkele jaren terug vaststelde dat men niet meer mee kon met de nieuwe en snelle ICT-ontwikkelingen, zodat er nood was aan het aantrekken van externe kennis en dit zowel ter ondersteuning van het zuiver politionele luik als van de informatieveiligheid. Men wenste bewust in te zetten op kwaliteit en service en daaraan werd tegemoetgekomen door het inschakelen van consultancy. Het hele ICT-gebeuren blijft evenwel permanent aandacht vergen, gelet op de voortdurende ontwikkelingen. Op het vlak van cyberveiligheid bijvoorbeeld, dient men zeker blijvend in te zetten.
De gemeenteraadscommissie financiën neemt kennis van en bespreekt de begroting van de politiezone voor het dienstjaar 2026.
Art. 34.
§ 1. De raad richt de volgende commissies op die zijn samengesteld uit raadsleden:
1° financiën;
2° mens;
3° ruimte en
4° verenigde commissie.
Deze commissies hebben als taak het voorbereiden van de besprekingen in de raadszittingen, het verlenen van advies en het formuleren van voorstellen over de wijze waarop vorm wordt gegeven aan de inspraak van de bevolking telkens als dat voor de beleidsvoering wenselijk wordt geacht.
De commissies kunnen steeds deskundigen en belanghebbenden horen.
§2. De verenigde gemeenteraadscommissie is samengesteld uit alle leden van de gemeenteraad. Alle andere commissies zijn samengesteld uit 13 stemgerechtigde raadsleden. De voorzitter kan worden aangewezen onder de raadsleden die geen lid zijn van de commissie. In dat geval heeft de voorzitter geen stemrecht.
De mandaten van lid van iedere commissie worden volgens het stelsel D’Hondt evenredig verdeeld over de fracties waaruit de gemeenteraad is samengesteld. De evenredigheid vereist in ieder geval dat de som van het aantal mandaten dat toekomt aan de fracties waarvan leden deel uitmaken van het college van burgemeester en schepenen steeds hoger is dan de som van het aantal mandaten dat toekomt aan de andere fracties.
De raadsleden behoren tot de fracties zoals werd vastgesteld op de installatievergadering of bij vervanging of opvolging op een latere gemeenteraad.
§3. Elke fractie wijst de mandaten toe, die haar overeenkomstig de berekeningswijze van de evenredige vertegenwoordiging toekomen, door middel van een voordracht, gericht aan de voorzitter van de gemeenteraad. Om ontvankelijk te zijn moet de akte van voordracht voor elk van de kandidaat-commissieleden ten minste ondertekend zijn door een meerderheid van de leden van de fractie waarvan het kandidaat-commissielid deel van uitmaakt. Indien de fractie van het kandidaat-commissielid slechts uit twee verkozenen bestaat, volstaat de handtekening van één van hen. Niemand kan meer dan één akte ondertekenen per beschikbaar mandaat voor de fractie.
§4. Als de voorzitter van de gemeenteraad voordrachten ontvangt voor meer kandidaten dan er mandaten te begeven zijn voor een fractie, dan worden de mandaten toegewezen volgens de volgorde van voorkomen op de akte van voordracht.
§5. Als ten gevolge van de toepassing van de evenredige vertegenwoordiging een fractie niet vertegenwoordigd is in een commissie, kan de fractie een raadslid aanwijzen dat als lid met raadgevende stem in de commissie zetelt.
§ 6. Tot de eerstvolgende volledige vernieuwing van de gemeenteraad wordt een fractie geacht eenzelfde aantal leden in de commissies te behouden. Indien één of meerdere leden verklaren niet meer te behoren tot de fractie kan dit lid niet meer zetelen, noch als lid van deze fractie, noch als lid van een andere fractie. Niettemin behouden deze fracties het oorspronkelijke aantal leden in de commissie.
Raadsleden die op basis van artikel 12 DLB tijdelijk in de raad zetelen ter vervanging van een verhinderd raadslid, vervangen dat raadslid tijdens de periode van verhindering ook in de commissies waar het verhinderd lid normaal gezien zetelt.
§7. Elke commissie wordt voorgezeten door een raadslid. De leden van het college van burgemeester en schepenen kunnen geen voorzitter zijn van een commissie. De gemeenteraad duidt de voorzitters van de commissies aan.
§8. De gemeenteraadscommissie wordt bijeengeroepen door de commissievoorzitter en dit op vraag van het college van burgemeester en schepenen, op dezelfde wijze als de raad bijeengeroepen wordt in artikel 2 van dit reglement. De stukken die bij de agenda horen, worden op dezelfde wijze bekend gemaakt aan de raadsleden.
Behalve in spoedeisende gevallen, geschiedt de bijeenroeping via e-notulen aan alle leden van de gemeenteraadscommissie (effectieve leden en leden die als waarnemer kunnen zitting hebben), ten minste acht dagen voor de dag van de vergadering.
De oproeping vermeldt de agenda, dag, uur en plaats van de vergadering. Deze informatie wordt eveneens bekendgemaakt aan het publiek door publicatie op de gemeentelijke website raadpleegomgeving.
§9. De commissies vergaderen fysiek.
§10. De gemeenteraadscommissies kunnen geldig vergaderen, ongeacht het aantal aanwezige leden. Commissieleden kunnen zich tijdens een vergadering laten vervangen door raadsleden van dezelfde fractie.
§11. De gemeenteraadscommissievergaderingen zijn in principe openbaar onder dezelfde voorwaarden als voor de raad (zie artikels 5 en 6 van dit reglement).
De raadsleden kunnen, zonder stemrecht, de vergaderingen van de commissies waarvan zij geen deel uitmaken, bijwonen.
De leden van het college en de algemeen directeur kunnen als waarnemend lid de gemeenteraadscommissievergaderingen bijwonen.
§12. Vooraleer aan vergaderingen deel te nemen, tekenen de leden van elke gemeenteraadscommissie een aanwezigheidslijst, die aan de algemeen directeur wordt bezorgd.
Art. 35.
Alle leden van de gemeenteraadscommissie zijn stemgerechtigd, met uitsluiting van de waarnemende leden, de krachtens artikel 34, §7 aangestelde voorzitter, de deskundigen en de eventuele belanghebbenden.
De leden van de commissies stemmen, zoals in de gemeenteraad, nooit geheim, behalve in de gevallen zoals in artikel 22, §6 van dit reglement.
Art. 36.
Het ambt van secretaris van elke raadscommissie wordt waargenomen door één of meer personeelsleden van de gemeente, op voorstel van de algemeen directeur, aangewezen door het college van burgemeester en schepenen.
Een afschrift van het verslag wordt via e-Notulen gedeeld met de leden van de commissie en ook bekendgemaakt op de gemeentelijke website.
Besluiten van de gemeenteraad van 22 mei 2025 waarbij:
Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 19 mei 2025 inzake de benoeming van de secretarissen van de gemeenteraadscommissies.
Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 6 oktober 2025 waarbij aan de voorzitter werd gevraagd de gemeenteraadscommissie financiën bijeen te roepen op 15 december 2025 om 19 UUR in de raadzaal van het gemeentehuis.
Het meerjarenplan bestaat uit drie onderdelen:
Daarenboven wordt tevens aanvullende documentatie bezorgd die achtergrondinformatie bevat die nuttig is om het meerjarenplan te beoordelen.
De gemeenten en de OCMW’s hebben een geïntegreerd meerjarenplan, maar hebben hun eigen bevoegdheden voor de vaststelling ervan. Zowel de gemeenteraad als de raad voor maatschappelijk welzijn dient eerst het eigen deel van het meerjarenplan vaststellen. Daarna kan de gemeenteraad het deel van het meerjarenplan dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld, goedkeuren, waardoor het meerjarenplan definitief is vastgesteld.
In het meerjarenplan van de gemeente en het OCMW worden afzonderlijke kredieten per rechtspersoon ingeschreven. De gemeente en het OCMW blijven immers twee afzonderlijke budgettaire entiteiten. De kredieten worden duidelijk toegewezen aan elke rechtspersoon afzonderlijk, ook al wordt het beleid van beide als één geheel voorgesteld.
Het meerjarenplan moet financieel in evenwicht zijn. Dat is het geval als het voldoet aan de volgende voorwaarden:
Omdat de gemeente en het OCMW een geïntegreerd meerjarenplan maken, wordt het financiële evenwicht voor die twee besturen als één geheel gepresenteerd en beoordeeld.
De twee bovenvermelde evenwichtsvoorwaarden worden aangevuld met indicatoren over het geconsolideerde evenwicht en de gecorrigeerde autofinancieringsmarge, die abstractie maakt van de gekozen financieringswijze. Deze indicatoren betreffen echter geen afdwingbare normen.
De beschreven procedure en de samenstelling van het beleidsrapport hebben niet enkel betrekking op de initiële vaststelling van het meerjarenplan, maar tevens op alle latere wijzigingen ervan.
Het diensthoofd financiën en de coördinator financiële planning geven een uitgebreide toelichting bij de aanpassing van het meerjarenplan van gemeente en OCMW.
Raadslid Bourgeois informeert waarom er inzake het leefloon specifieke melding wordt gemaakt van de Oekraïners. De coördinator financiële planning verduidelijkt dat deze als afzonderlijke categorie beschouwd worden met een specifiek regime waarbij vanuit de federale overheid een omvangrijkere tussenkomst wordt toegekend (aanvankelijk zelfs meer dan 100%).
Raadslid Boelens polst of er, op basis van de toegelichte cijfers, teveel gebudgetteerd werd voor het project Beiaardlaan. Schepen Hoefs stelt dat de raming €3.800.000 bedroeg, maar de gunning uiteindelijk merkelijk hoger uitviel (€6.700.000). De werken werden uiteindelijk binnen het gunningsbedrag afgerond; de bekomen subsidie viel hoger uit dan aanvankelijk verwacht.
Raadslid Boelens informeert in welke mate er zich voor het Prinsenkasteel extra kosten hebben voorgedaan en of de aanvankelijke raming bijgevolg overschreden werd. De coördinator financiële planning bevestigt dat de uiteindelijke kostprijs inderdaad hoger zal uitvallen dan aanvankelijk voorzien (in 2025 is €2.900.000 voorzien, het saldo werd opgenomen in 2026). Schepen Van Bree geeft mee dat er ook bijkomende subsidies ontvangen werden (zie bijlage: subsidies Prinsenkasteel).
Raadslid Vanbinst polst of er ook voor de meerwerken bijkomende subsidies bekomen worden. Schepen Van Bree bevestigt dit. Schepen Olbrechts geeft mee dat dit bijvoorbeeld het geval was voor het verder uitbreken van de vloer (zie bijlage: subsidies Prinsenkasteel).
Raadslid Boelens vraagt zich af of de ontvangsten inzake het verstrekken van administratieve stukken onderschat werden, gelet op de aanzienlijke bijsturing die nog in 2025 plaatsvindt. Burgemeester Laeremans stelt dat er op basis van de federale reglementering heel veel nood is aan het hernieuwen van officiële stukken. De financieel directeur geeft mee dat een aanzienlijk deel van deze ontvangsten doorgestort dient te worden aan de federale overheid.
Raadslid Boelens informeert of de verkoop van Villa Ryckendael uitgesteld werd. Schepen Olbrechts bevestigt dit.
Raadslid De Boeck wenst een overzicht te bekomen van de looptijd en interestvoet van de leningen die in 2025 opgenomen werden (zie bijlage: overzicht leningen).
Raadslid De Boeck wil weten voor welk bedrag er op heden aan uitstaande vaste termijnkredieten wordt aangehouden (Op 17/12/2025 gaat dit over €5.400.00).
Raadslid De Boeck informeert naar de realisatiegraad van de investeringen op heden (zie bijlage: realisatiegraad investeringen).
Raadslid De Boeck wenst een standopgave te bekomen van de ontvangsten inzake de belasting op leegstand, reclamedrukwerk en uithangborden (zie bijlage: standopgave belasting leegstand/reclamedrukwerk/uithangborden).
Enig artikel.
De gemeenteraadscommissie financiën neemt kennis van en bespreekt de zesde aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025.
Art. 34.
§ 1. De raad richt de volgende commissies op die zijn samengesteld uit raadsleden:
1° financiën;
2° mens;
3° ruimte en
4° verenigde commissie.
Deze commissies hebben als taak het voorbereiden van de besprekingen in de raadszittingen, het verlenen van advies en het formuleren van voorstellen over de wijze waarop vorm wordt gegeven aan de inspraak van de bevolking telkens als dat voor de beleidsvoering wenselijk wordt geacht.
De commissies kunnen steeds deskundigen en belanghebbenden horen.
§2. De verenigde gemeenteraadscommissie is samengesteld uit alle leden van de gemeenteraad. Alle andere commissies zijn samengesteld uit 13 stemgerechtigde raadsleden. De voorzitter kan worden aangewezen onder de raadsleden die geen lid zijn van de commissie. In dat geval heeft de voorzitter geen stemrecht.
De mandaten van lid van iedere commissie worden volgens het stelsel D’Hondt evenredig verdeeld over de fracties waaruit de gemeenteraad is samengesteld. De evenredigheid vereist in ieder geval dat de som van het aantal mandaten dat toekomt aan de fracties waarvan leden deel uitmaken van het college van burgemeester en schepenen steeds hoger is dan de som van het aantal mandaten dat toekomt aan de andere fracties.
De raadsleden behoren tot de fracties zoals werd vastgesteld op de installatievergadering of bij vervanging of opvolging op een latere gemeenteraad.
§3. Elke fractie wijst de mandaten toe, die haar overeenkomstig de berekeningswijze van de evenredige vertegenwoordiging toekomen, door middel van een voordracht, gericht aan de voorzitter van de gemeenteraad. Om ontvankelijk te zijn moet de akte van voordracht voor elk van de kandidaat-commissieleden ten minste ondertekend zijn door een meerderheid van de leden van de fractie waarvan het kandidaat-commissielid deel van uitmaakt. Indien de fractie van het kandidaat-commissielid slechts uit twee verkozenen bestaat, volstaat de handtekening van één van hen. Niemand kan meer dan één akte ondertekenen per beschikbaar mandaat voor de fractie.
§4. Als de voorzitter van de gemeenteraad voordrachten ontvangt voor meer kandidaten dan er mandaten te begeven zijn voor een fractie, dan worden de mandaten toegewezen volgens de volgorde van voorkomen op de akte van voordracht.
§5. Als ten gevolge van de toepassing van de evenredige vertegenwoordiging een fractie niet vertegenwoordigd is in een commissie, kan de fractie een raadslid aanwijzen dat als lid met raadgevende stem in de commissie zetelt.
§ 6. Tot de eerstvolgende volledige vernieuwing van de gemeenteraad wordt een fractie geacht eenzelfde aantal leden in de commissies te behouden. Indien één of meerdere leden verklaren niet meer te behoren tot de fractie kan dit lid niet meer zetelen, noch als lid van deze fractie, noch als lid van een andere fractie. Niettemin behouden deze fracties het oorspronkelijke aantal leden in de commissie.
Raadsleden die op basis van artikel 12 DLB tijdelijk in de raad zetelen ter vervanging van een verhinderd raadslid, vervangen dat raadslid tijdens de periode van verhindering ook in de commissies waar het verhinderd lid normaal gezien zetelt.
§7. Elke commissie wordt voorgezeten door een raadslid. De leden van het college van burgemeester en schepenen kunnen geen voorzitter zijn van een commissie. De gemeenteraad duidt de voorzitters van de commissies aan.
§8. De gemeenteraadscommissie wordt bijeengeroepen door de commissievoorzitter en dit op vraag van het college van burgemeester en schepenen, op dezelfde wijze als de raad bijeengeroepen wordt in artikel 2 van dit reglement. De stukken die bij de agenda horen, worden op dezelfde wijze bekend gemaakt aan de raadsleden.
Behalve in spoedeisende gevallen, geschiedt de bijeenroeping via e-notulen aan alle leden van de gemeenteraadscommissie (effectieve leden en leden die als waarnemer kunnen zitting hebben), ten minste acht dagen voor de dag van de vergadering.
De oproeping vermeldt de agenda, dag, uur en plaats van de vergadering. Deze informatie wordt eveneens bekendgemaakt aan het publiek door publicatie op de gemeentelijke website raadpleegomgeving.
§9. De commissies vergaderen fysiek.
§10. De gemeenteraadscommissies kunnen geldig vergaderen, ongeacht het aantal aanwezige leden. Commissieleden kunnen zich tijdens een vergadering laten vervangen door raadsleden van dezelfde fractie.
§11. De gemeenteraadscommissievergaderingen zijn in principe openbaar onder dezelfde voorwaarden als voor de raad (zie artikels 5 en 6 van dit reglement).
De raadsleden kunnen, zonder stemrecht, de vergaderingen van de commissies waarvan zij geen deel uitmaken, bijwonen.
De leden van het college en de algemeen directeur kunnen als waarnemend lid de gemeenteraadscommissievergaderingen bijwonen.
§12. Vooraleer aan vergaderingen deel te nemen, tekenen de leden van elke gemeenteraadscommissie een aanwezigheidslijst, die aan de algemeen directeur wordt bezorgd.
Art. 35.
Alle leden van de gemeenteraadscommissie zijn stemgerechtigd, met uitsluiting van de waarnemende leden, de krachtens artikel 34, §7 aangestelde voorzitter, de deskundigen en de eventuele belanghebbenden.
De leden van de commissies stemmen, zoals in de gemeenteraad, nooit geheim, behalve in de gevallen zoals in artikel 22, §6 van dit reglement.
Art. 36.
Het ambt van secretaris van elke raadscommissie wordt waargenomen door één of meer personeelsleden van de gemeente, op voorstel van de algemeen directeur, aangewezen door het college van burgemeester en schepenen.
Een afschrift van het verslag wordt via e-Notulen gedeeld met de leden van de commissie en ook bekendgemaakt op de gemeentelijke website.
Besluiten van de gemeenteraad van 22 mei 2025 waarbij:
Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 19 mei 2025 inzake de benoeming van de secretarissen van de gemeenteraadscommissies.
Het meerjarenplan bestaat uit drie onderdelen:
Daarenboven wordt tevens aanvullende documentatie bezorgd die achtergrondinformatie bevat die nuttig is om het meerjarenplan te beoordelen.
De gemeenten en de OCMW’s hebben een geïntegreerd meerjarenplan, maar hebben hun eigen bevoegdheden voor de vaststelling ervan. Zowel de gemeenteraad als de raad voor maatschappelijk welzijn dient eerst het eigen deel van het meerjarenplan vaststellen. Daarna kan de gemeenteraad het deel van het meerjarenplan dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld, goedkeuren, waardoor het meerjarenplan definitief is vastgesteld.
In het meerjarenplan van de gemeente en het OCMW worden afzonderlijke kredieten per rechtspersoon ingeschreven. De gemeente en het OCMW blijven immers twee afzonderlijke budgettaire entiteiten. De kredieten worden duidelijk toegewezen aan elke rechtspersoon afzonderlijk, ook al wordt het beleid van beide als één geheel voorgesteld.
Het meerjarenplan moet financieel in evenwicht zijn. Dat is het geval als het voldoet aan de volgende voorwaarden:
Omdat de gemeente en het OCMW een geïntegreerd meerjarenplan maken, wordt het financiële evenwicht voor die twee besturen als één geheel gepresenteerd en beoordeeld.
De twee bovenvermelde evenwichtsvoorwaarden worden aangevuld met indicatoren over het geconsolideerde evenwicht en de gecorrigeerde autofinancieringsmarge, die abstractie maakt van de gekozen financieringswijze. Deze indicatoren betreffen echter geen afdwingbare normen.
De beschreven procedure en de samenstelling van het beleidsrapport hebben niet enkel betrekking op de initiële vaststelling van het meerjarenplan, maar tevens op alle latere wijzigingen ervan.
Het diensthoofd financiën en de coördinator financiële planning geven een uitgebreide toelichting bij de aanpassing van het meerjarenplan van gemeente en OCMW.
Raadslid Maton informeert naar de wijze waarop de lonen van het onderwijzend personeel geregistreerd worden. De coördinator financiële planning verduidelijkt dat deze personeelsleden rechtstreeks ten laste vallen van de Vlaamse overheid, maar dat het lokaal bestuur deze uitgaven wel verplicht dient te registreren in de eigen boekhouding. Concreet worden bijgevolg zowel de uitgaven voorzien, als de hiertegenover staande ontvangsten, beide voor eenzelfde bedrag (budgetneutraal).
Raadslid De Boeck polst waarom er in 2031 uitzonderlijk geen 2%, maar slechts 1% aan indexering van de weddes voorzien werd. Het diensthoofd financiën stelt dat de indexering steeds voorzien werd op 1 januari van het boekjaar en er dus wel verwacht kan worden dat er op die manier enige marge ontstaat. De financieel directeur geeft mee dat veel andere besturen slecht 95% van de personeelskosten voorzien, omdat er toch steeds medewerkers uitvallen of vertrekken, hetzij omdat vacatures niet steeds ingevuld raken. Er werd intern voor geopteerd om de budgettaire inschatting wél voor 100% te voorzien, maar er zijn dus heel wat reden waarom er kan van uitgegaan worden dat dit toch optimistisch zal blijken. Op die manier lijkt de 1% indexering in 2031 zeker te verantwoorden. Bovendien is het ook niet noodzakelijk zo dat de lonen elk jaar geïndexeerd zullen worden.
Raadslid Boelens polst naar de betekenis van het schrappen van de uittredingsvergoeding. De financieel directeur verduidelijkt dat burgemeester en schepenen hierop maximaal 12 maanden aanspraak kunnen maken indien zij niet langer deel uitmaken van het college; dit systeem bestond ook al in de vorige legislatuur. Dat hiervan afgezien wordt, kan beschouwd worden als een financiële tegemoetkoming vanuit het college van burgemeester en schepenen.
Raadslid Vanbinst merkt op dat de advocatenkosten in de lift zitten en wenst te weten te komen wat hiervan de oorzaak is. De financieel directeur geeft mee dat er heel wat lopende procedures zijn in verband met onder meer de luchthaven, het bestrijden van de toegekende middelen aan Vilvoorde-Halle-Dilbeek, de planlasten,… en dat er de laatste tijd heel veel procedures worden aangespannen door belastingplichtigen (voor meer detail zie bijlage: ‘toename advocatenkosten’).
Raadslid Boelens merkt op dat de kost voor het groenbeheer door Kiemkracht stijgt. Schepen Olbrechts bevestigt dit en stelt dat er 2 extra voltijds medewerkers worden ingeschakeld.
Raadslid Vanbinst informeert of de eventuele overdracht van het gemeentelijke onderwijs in de budgetten is terug te vinden. De coördinator financiële planning geeft aan dat dit niet het geval is en dat er in het meerjarenplan werd van uitgegaan alsof het gemeentelijk onderwijs verder in eigen beheer georganiseerd wordt. Raadslid Vanbinst polst of er een specifiek jaar beoogd is waarin een overdracht gerealiseerd dient te worden. Schepen Van Bree stelt dat dit niet het geval is.
Raadslid Gaisbauer wenst te weten hoeveel bijkomende personeelsinzet er vanuit het lokaal bestuur nodig is voor het gemeentelijk onderwijs. De financieel directeur stelt dat dit een achttiental personeelsleden betreft, voornamelijk onderhoudspersoneel, maar uiteraard ook personeel vanuit de diensten Onderwijs, Gebouwen, IT, Financiën en vanuit de afdeling Mens.
Raadslid Gaisbauer wijst op de dalende personeelskosten voor Ter Biest en Ter Borre en informeert voor welke betrekkingen binnen het OCMW de voorziene consultancy-uitgaven zijn. De coördinator financiële planning geeft mee dat dit weerhouden werd voor de betrekking van maatschappelijk werker.
Raadslid Vanbinst polst naar de voornemens omtrent de doorgangswoning van het OCMW. Schepen Olbrechts stelt dat er voorzien is om dit gebouw te verkopen.
Raadslid Boelens wijst op de daling inzake verbruikte goederen en informeert naar de tijdstippen waarop de werking van Ter Biest en Ter Borre zal worden afgebouwd. Schepen De Meyer verduidelijkt dat de werking van Ter Biest tot en met 2027 voorzien werd en die van Ter Borre tot en met 2028. Nadien zal het dienstencentrum verdergezet worden binnen het cultuurcentrum.
Raadslid Boelens polst waarom de uitgaven voor Ter Borre niet identiek blijven indien de werking verankerd wordt in het cultuurcentrum. De coördinator financiële planning stelt dat geen bijkomende bar-werking voorzien wordt bovenop degene die reeds bestaat binnen het cultuurcentrum. Schepen Olbrechts vul aan dat er investeringsuitgaven voorzien zijn om de integratie van het dienstencentrum binnen het cultuurcentrum te verwezenlijken.
Raadslid Gaisbauer vraagt waarom er binnen het OCMW nood is aan bijkomende uitgaven voor advocaten. Schepen De Meyer stelt dat er wel wat procedures te verwachten zijn bij de beperking van de werkloosheid in de tijd en de mate waarin vervolgens aanspraak kan worden gemaakt op een leefloon. Schepen Olbrechts geeft mee dat er ook juridische begeleiding voorzien werd om de overgang van Ter Biest te begeleiden.
Raadslid Boelens wenst een overzicht te bekomen van alle kosten die op vandaag gemaakt worden voor zowel Ter Biest als voor Ter Borre, waarbij een uitsplitsing gemaakt wordt voor enerzijds het lokaal dienstencentrum en anderzijds de assistentiewoningen (zie bijlage: ‘totaaloverzicht kosten TBS & TBR).
Raadslid Gaudaen informeert naar de omvang van de enveloppe die voorzien wordt als vergoeding voor de overnemer van Ter Biest. Schepen De Meyer stelt dat hiervoor vanaf de overdracht jaarlijks een bedrag van €350.000 werd opgenomen.
Voorzitter Van Humbeeck geeft mee dat er al heel wat schriftelijke vragen werden gesteld over Ter Biest en Ter Borre en dat deze via de geijkte procedure beantwoord zullen worden. Raadslid Vanbinst informeert in welke mate deze antwoorden niet aan alle raadsleden bezorgd kunnen worden. Voorzitter Van Humbeeck stelt dat dit zeker mogelijk is indien de vraagsteller van dienst (raadslid Maton) hiertegen geen bezwaar heeft. Burgemeester Laeremans geeft mee dat raadslid Maton pertinente vragen stelde en dat het sowieso wenselijk is dat alle raadsleden de bijhorende repliek zouden bekomen.
Raadslid Maton wenst te weten wat de drie gemeentelijke adviesraden doen met de door hen bekomen toelage. Schepen De Wilde geeft mee dat deze instanties hiermee zelf initiatieven nemen, zoals bijvoorbeeld het organiseren van een AED-cursus.
Raadslid Le Roy merkt op dat de toelage aan het cultuurcentrum daalt. Voorzitter Van Humbeeck stelt dat het cultuurcentrum een oefening aan het maken is om te rationaliseren. Schepen Hoefs verduidelijkt dat er in 2026 en 2027 net meer toegekend wordt dan in voorgaande jaren. Schepen Olbrechts beaamt dit en geeft mee dat er nadien inderdaad een lagere toelage voorzien wordt maar dat deze, anders dan voorheen, jaarlijks geïndexeerd wordt. Raadslid Boelens polst in welke mate het cultuurcentrum over de mogelijkheden beschikt om de eigen ontvangsten te optimaliseren, bijvoorbeeld met betrekking tot de bar-werking. Voorzitter Van Humbeeck stelt dat deze vragen aan het cultuurcentrum gesteld moeten worden, aangezien het een extern verzelfstandigd agentschap betreft en het gemeentebestuur bijgevolg niet bevoegd is om dit te bepalen.
Raadslid Gaisbauer merkt op dat het aantal maatschappelijk werkers toeneemt van 18 naar 19,8 en informeert naar het aantal extra dossiers dat men verwacht door de beperking in de tijd van de werkloosheidsvergoeding waartoe de federale overheid besliste. De coördinator financiële planning stelt dat een berekeningstool van de VVSG gebruikt werd en dat op basis daarvan verwacht kan worden dat er ongeveer 187 extra aanvragen tot leefloon ingediend kunnen worden en dat hiervan ongeveer een 65-tal personen effectief leefloongerechtigd zou zijn. Raadslid Gaisbauer informeert hoeveel dossiers één enkele maatschappelijk werker behandelt. Schepen De Meyer stelt dat dit ongeveer 50 dossier betreft. Voorzitter Van Humbeeck geeft me dat door de extra aanwerving van 1,8 maatschappelijk werkers in een buffer voorzien wordt indien er door de gewijzigde reglementering 65 dossiers zouden bijkomen.
Raadslid Gaisbauer informeert naar de zienswijze aangaande het inzetten van consultants als maatschappelijk werker. Schepen Olbrechts geeft mee dat er naar gestreefd wordt om de inzet van consultants te beperken, maar dat het van belang is dat het sociaal onderzoek grondig kan gebeuren.
Raadslid Bourgeois wenst te weten te komen welk bedrag aan leefloon er het afgelopen jaar werd toegekend aan respectievelijk asielzoekers en vluchtelingen (zie bijlage: ‘leefloon asielzoekers en vluchtelingen’).
Raadslid Maton polst in welke mate het gemeentebestuur inkomsten genereert uit de verkoop van huisvuilzakken. Schepen Lauwers geeft mee dat Intradura binnen de gehele regio instaat voor de verkoop van de zakken en dat de inkomsten doorstromen naar de deelnemende gemeenten in functie van het inwonersaantal. Raadslid Maton wens te weten in welke mate het bestuur nog impact heeft op de prijszetting van de zakken. Schepen Lauwers geeft mee dat dit nog wel enigszins het geval is aangezien het bestuur met schepen De Wilde over een vertegenwoordiger in de raad van bestuur beschikt. Nog volgens schepen Lauwers zal het systeem van de zakken op termijn, en na een lange communicatieperiode, vervangen worden door een systeem van bakken. Voor GFT zal dit niet verplicht worden, maar voor restafval wel. Op deze manier hoopt men met het nieuwe systeem (DIFTAR) tot een daling van 30% van het restafval te komen. Raadslid Maton stelt dat de inkomsten voor het bestuur op die manier wel verdubbelen. Het diensthoofd financiën geeft mee dat ook de uitgaven gevoelig stijgen. Schepen Lauwers stelt dat het nieuwe systeem van de bakken voor 103% kostendekkend zou moeten zijn. Raadslid Maton wenst de inkomsten en uitgaven van het nieuwe DIFTAR-systeem duidelijk uitgesplitst te zien (zie bijlage: ‘detail ontvangsten-uitgaven Diftar’). Raadslid Boelens voorziet de nodige problemen voor onder meer appartementsbewoners. Schepen De Wilde verduidelijkt dat voor dat soort situaties ook een andere aanpak mogelijk is, hetzij door te werken met grote containers voor de hele appartementsblok, hetzij net met kleine bakjes voor de individuele bewoners. Raadslid Vanbinst informeert in welke mate het systeem van de bakken nog inkomsten zal genereren voor het bestuur. Schepen De Wilde geeft aan dat de koop of huur van een bak via Intradura zal verlopen en dat de uitwerking ervan binnen de raad van bestuur van Intradura verder besproken zal worden. Raadslid De Boeck wenst te weten hoe het vermelde bedragen onderbouwd zijn (zie bijlage: ‘detail ontvangsten-uitgaven Diftar’).
Raadslid Vanbinst polst of bij de berekening van de ontvangsten uit GAS-5 werd uitgegaan van het huidige aantal camera’s, hetzij dat er buitengebruikstellingen voorzien zijn. Het diensthoofd financiën bevestigt dat dit bedrag gebaseerd is op de camera’s die vandaag geïnstalleerd zijn.
Raadslid De Boeck informeert of de belastingplichtige inzake economische bedrijvigheid, die tevens door een ander gemeentebestuur belast wordt, zijn activiteit op Grimbergs grondgebied uitoefent. De financieel directeur bevestigt dit, maar geeft mee dat het officiële adres zich wel buiten de gemeentegrenzen situeert.
Raadslid Le Roy informeert waarom de GAS-boetes met ingang van 2026 uitgesplitst worden. Het diensthoofd financiën verduidelijkt dat hiertoe van hogeraf onderrichtingen kwamen, opdat de vergelijkbaarheid tussen verschillende besturen mogelijk gemaakt kan worden. Raadslid Le Roy verbaast er zich over dat het bestuur de ontvangsten met betrekking tot sluikstort en stilstaan en parkeren aanzienlijk verlaagt en dit louter motiveert doordat een vaststeller met pensioen gaat. Het raadslid betreurt dat het bestuur niet de intentie heeft het beperktere optreden terug op te krikken. De financieel directeur geeft mee dat louter wat sluikstort betreft de ontvangsten sowieso heel gering zijn omdat heel wat opgelegde boetes in praktijk niet geïnd kunnen worden.
Raadslid Maton informeert op welke plek het nieuwe, grote hotel voorzien is. Burgemeester Laeremans geeft mee dat dit langsheen de Romeinse Steenweg gebouwd zal worden.
Raadslid Vanbinst informeert in welke mate bij de ontvangsten uit de belasting op bouwen rekening werd gehouden met mogelijke gevolgen van een bouwstop. Het diensthoofd financiën stelt dat de ontvangsten eerder bescheiden geraamd zijn, maar dat het sowieso quasi onmogelijk is om dit correct te ramen, daar zich tussen verschillende jaren substantiële verschillen kunnen voordoen.
Raadslid Boelens erkent dat de subsidies uit de Open Ruimte niet geoormerkt zijn, maar wenst toch te weten te komen welke schadeclaims er in het verleden reeds betaald werden in het kader van de planlasten, en welke geraamde bedragen er voor de toekomst voorzien zijn (zie bijlage: ‘planschade’). Burgemeester Laeremans stelt dat de Vlaamse overheid de lokale besturen volstrekte autonomie heeft toegekend bij het aanwenden van de subsidies in kwestie. Volgens de burgemeester is het ontstaan van de subsidie minder prozaïsch dan door raadslid Boelens geschetst, in die zin dat deze louter in het leven werd geroepen als compensatie voor de verdeling van het gemeentefonds, die de grote steden bevoordeligt. Door melding te maken van ‘open ruimte’ konden de plattelandsgemeenten hier enigszins voor gecompenseerd worden, maar deze gelden dienen niet noodzakelijk om planlasten te dragen.
Raadslid Maton informeert of de nieuwe schuilhuisjes door het lokaal bestuur gefinancierd dienen te worden. Het diensthoofd financiën stelt dat 75% gesubsidieerd wordt door De Lijn en 25% door Clear Channel.
Raadslid Maton wenst te weten of het bestuur uitgaat van een beëindiging van het huurcontract met betrekking tot Den Douwe. Schepen Olbrechts verduidelijkt dat de betrokken partijen in onderhandelingen verwikkeld zijn, maar dat het contract in september 2026 afloopt. Raadslid Boelens informeert of het bestuur het contract ook definitief wenst stop te zetten. Schepen Olbrechts bevestigt dat er van uitgegaan wordt dat het contract niet verlengd zal worden.
Raadslid Maton zoekt een verklaring voor de daling van de ontvangsten uit de werking van €9.000.000 naar €4.000.000. Schepen Olbrechts geeft mee dat dit verband houdt met de stopzetting van Ter Biest. Daardoor valt enerzijds de tussenkomst van het RIZIV weg (zorgkas) en anderzijds de eigen bijdrage van de residenten.
Raadslid Maton wenst te weten waarom de opbrengst uit de verhuur van zalen met €100.000 terugvalt. Het diensthoofd financiën stelt dat dit te verklaren valt door de verwachte beëindiging van het huurcontract van Den Douwe.
Schepen De Boeck meent dat er een tegenstrijdigheid geslopen is in het document betreffende de financiële risico’s. Zo wordt vermeld dat de budgetten voorzien zijn om de gemeentescholen gedurende de gehele looptijd van het meerjarenplan in eigen beheer uit te baten, terwijl ook melding wordt gemaakt van een mogelijke overdracht van het onderwijs. De financieel directeur stelt dat er van uit wordt gegaan dat het onderwijs, als er al een overdracht zou plaatsvinden, vermoedelijk goedkoper zal uitgebaat worden door een overnemer. In die optiek is het financieel doortrekken van de huidige werkwijze de duurste van beide opties en zou een eventuele overdracht sowieso binnen de financiële plannen passen. Raadslid De Boeck wenst te weten waarom het bestuur dan nog zo’n aanzienlijk bedrag aan investeringsuitgaven voor de scholen heeft voorzien en wat er juist allemaal gepland wordt. Schepen Olbrechts verduidelijkt dat in elk geval de vernieuwing van het dak van de Mozaïek voorzien is en stelt dat de andere uitgaven als bijlage zullen worden toegevoegd (zie bijlage: ‘detail investeringen onderwijs’).
Raadslid Maton wenst te weten of in het investeringsbedrag van de zijvleugel tevens werkzaamheden voor de school voorzien zijn. Burgemeester Laeremans stelt dat deze laatste uitgaven niet ten laste vallen van het bestuur, maar door de scholengemeenschap zelf gedragen moeten worden. Raadslid Maton vraagt zich af of het voorziene investeringsbedrag van €8.500.000 dan niet heel hoog is. Schepen Olbrechts verduidelijkt dat het een eerste raming betreft, maar dat er wel heel wat werken uitgevoerd dienen te worden. Zo dient er te worden gewerkt aan de brandveiligheid en is er nood aan een energieswitch, zodat volop kan worden ingezet op verduurzaming. Schepen Hoefs verduidelijkt dat de raming mee onderbouwd is op basis van de eerder bekomen offertes. Schepen Olbrechts geeft mee dat een bijkomend detail van de geplande werken zal worden toegevoegd aan het verslag (zie bijlage: ‘zijvleugel: welke werken?’).
Raadslid Vanbinst vraagt of het bestuur er van uitgaat dat voor de bouw van de zijvleugel geen nieuwe aanbesteding dient te gebeuren, gelet op de wezenlijke wijziging die het project onderging. Burgemeester Laeremans stelt dat er van uitgegaan wordt dat dit niet noodzakelijk is.
Raadslid Govaerts stelt dat de nieuwe bibliotheek in het kerkgebouw van Strombeek aanvankelijk een slordige €5.000.000 zou kosten, maar dat ondertussen al sprake is van €5.800.000. Het raadslid informeert naar de herkomst van deze meerkost. Schepen Olbrechts geeft aan dat er een all-in-kost van €6.000.000 voorzien is, inclusief onvoorziene kosten en herzieningen. Schepen Hoefs geeft mee dat de verwarring mogelijk ontstaat doordat bedragen soms eens wél en daar weer niet met inbegrip van BTW worden vermeld.
Raadslid Maton polst naar de kost die het bestuur zou moeten dragen indien de bib gewoon op de huidige locatie behouden zou blijven en men daar zou inzetten op een grondige renovatie. Schepen Olbrechts stelt dat het huidige vertrek van de bib ook gerenoveerd zal worden omdat het sociaal huis naar daar zal verhuizen. Vervolgens zal de academie (afdeling Strombeek), eventueel gecombineerd met de ateliers, haar intrek nemen daar waar momenteel het sociaal huis gevestigd is. In het meerjarenplan zijn de nodige budgetten voorzien om de site van het cultuurcentrum in die zin aan te pakken.
Raadslid Maton wenst te weten welke gebouwen op de planning staan om in het kader van de verduurzaming aangepakt te worden. Schepen Olbrechts stelt dat de dienst Gebouwen hier volop mee bezig is en dat men in eerste instantie op zoek is naar quick wins opdat optimaal kan worden voldaan aan de geldende reglementering. Raadslid Maton polst of men op zoek is naar kleine, dan wel grote quick wins. Schepen Olbrechts geeft aan dat dit nog niet tot in detail bepaald is.
Raadslid Le Roy informeert naar de intenties met het gebouw van de academie (afdeling Strombeek). Schepen Olbrechts geeft mee dat er nog niets concreet voorzien is, maar dat het gebouw compleet verouderd is en mogelijk verkocht of gesloopt kan worden.
Raadslid Govaerts wenst te weten waarom een ontvangst van €750.000 is voorzien met betrekking tot de bib. Schepen Olbrechts verduidelijkt dat het een Europese subsidie betreft (volledigheidshalve: de Europese subsidie bedraagt €500.000; er wordt een bijkomende subsidie van €250.000 aangevraagd bij Vlaanderen voor niet-beschermde (gewezen) eredienstgebouwen en vrijzinnigencentra).
Raadslid Maton polst of de Liermolen eigendom van het gemeentebestuur zal blijven. Schepen Olbrechts geeft mee dat dit inderdaad het geval is.
Schepen De Boeck verzoekt om een toelichting bij de investering van €900.000 die voorzien is met betrekking tot Ter Biest. Schepen De Meyer verduidelijkt dat het gaat om een herstelling van het dak. Indien Ter Biest uitbesteed zou worden, dan kan dit bedrag desgevallend ingezet worden als onderhandelingsmarge, bovenop het jaarlijkse bedrag van €350.000 dat is voorzien.
Raadslid Vanbinst meent dat de voorziene werken aan fietspaden in 2025 of 2026 beëindigd dienen te worden, opdat aanspraak zou kunnen worden gemaakt op de subsidies uit het Kopenhagenplan. Het raadslid informeert in welke mate er subsidies dreigen te worden mislopen. Schepen Hoefs geeft mee dat hieromtrent contact werd genomen met de subsidiërende overheid en dat op basis daarvan geen problemen verwacht worden (zie bijlage: ‘Kopenhagenplan’).
Raadslid Vanbinst merkt op dat de investeringstoelage aan de hulpverleningszone gevoelig stijgt. Burgemeester Laeremans bevestigt met een kwinkslag dat dit inderdaad de spuitgaten uitloopt en verduidelijkt dat de bouw van enkele nieuwe kazernes voorzien is, opdat kan worden voldaan aan de normen inzake aanrijtijden. Burgemeester Laeremans geeft mee dat raadslid Vanbinst de betreffende verslagen van de hulpverleningszone bij hem kan opvragen.
Raadslid Maton polst in welke mate het gemeentebestuur de schilder- en pleisterwerken in de kerk van Humbeek dient te dragen, gelet de huidige onduidelijkheid omtrent het eigendomsstatuut. Schepen Olbrechts stelt dat het kerkbestuur verantwoordelijk is voor het onderhoud van de gebouwen die bestemd zijn voor de eredienst, maar dat het gemeentebestuur dient tussen te komen in de kosten voor zover deze niet door het kerkbestuur gedragen worden.
Raadslid Boelens verbaast zich over de voorziene investeringstoelagen ten gunste van LAGO in de komende jaren, aangezien hij meende dat de grote investeringen ondertussen ver ten einde zijn gekomen. De financieel directeur stelt dat de jaarlijkse toelage aan LAGO in twee gelijke helften verdeeld is als enerzijds werkings- en anderzijds investeringstoelage, samen goed voor meer dan €800.000 per jaar. Dit staat nog los van de investeringswerken die het bestuur bekostigt, alsook van de vergoedingen die het bestuur dient te dragen voor (bijkomend) energieverbruik en eventueel gederfde inkomsten. Raadslid Boelens wenst een detail te bekomen van de verschillende geldstromen ten gunste van LAGO (zie bijlage: LAGO).
Raadslid Maton informeert welke conciërgewoning het bestuur zinnens is om te verkopen. Schepen Olbrechts geeft mee dat het de woning is die gelegen is aan het cultuurcentrum.
Raadslid Maton polst naar de wijze waarop de geschatte opbrengsten uit de verkoop van de grond in de Vaartstraat en de woning in de Veldkantstraat tot stand zijn gekomen. Schepen Olbrechts stelt dat er geen schattingsverslagen opgevraagd werden, maar dat de bedragen geraamd werden door de interne diensten.
Raadslid De Boeck wenst te weten welke landbouwgronden verkocht zullen worden. Schepen Hoefs stelt dat dit nog nader te bepalen is. Schepen Olbrechts geeft mee dat dit afhankelijk is van de clusters die zullen worden gemaakt. Raadslid Boelens wenst te weten over hoeveel hectare het juist gaat. Voorzitter Van Humbeeck herhaalt dat dit nog nader te bepalen is.
Raadslid Boelens wenst toelichting te bekomen bij de gehanteerde opdeling ‘binnenkant’ en ‘buitenkant’ van de Kerselaar. Burgemeester Laeremans stelt dat een deel van de site (60%) kan worden omgezet naar groenzone, terwijl het andere deel (40%) bebouwbare zone is. Het bijhorende inrichtingsplan moet nog opgemaakt worden. Raadslid Vanbinst informeert of het inrichtingsplan door de gemeente opgemaakt zal worden en nadien tot verkoop zal worden overgegaan, of dat het net andersom zal gebeuren. Burgemeester Laeremans stelt dat het bestuur zelf nog zal instaan voor de verkaveling.
Raadslid De Boeck meent begrepen te hebben dat het bestuur, bovenop het reeds opgenomen leningsbedrag van €10.000.000 in 2025, nog zinnens is om dit jaar bijkomend €2.000.000 op te nemen. De financieel directeur bevestigt dit.
Raadslid Boelens meent dat het zinvol zou zijn indien de commissieleden in de toekomst de presentatie van de financiële dienst op voorhand zouden kunnen bekomen. Voorzitter Van Humbeeck is dit idee niet genegen en stelt dat dit weinig respectvol zou zijn ten aanzien van de financiële dienst. Schepen Olbrechts stelt dat er op de commissie sowieso al heel transparant gewerkt wordt en dat het onhaalbaar is om aan de vraag van raadslid Boelens tegemoet te komen aangezien de presentatie tot op het laatste moment bijgewerkt wordt. Raadslid Boelens toont begrip voor deze visie en hoopt dat de presentatie dan toch spoedig ter beschikking kan worden gesteld (de presentatie werd dinsdagochtend 16 december toegevoegd als bijlage aan de bijhorende agendapunten van de gemeenteraadszitting van 18 december 2025).
Raadslid Vanbinst geeft aan geen specifieke vermelding te hebben gezien van de budgetten inzake planlasten en planbaten. Schepen Olbrechts stelt dat deze info zal worden toegevoegd in het verslag (zie bijlage: ‘planschade’). Raadslid Vanbinst polst in welke mate ook planlasten voorzien werden voor RUPs in opmaak, zoals RUP Verbrande Brug. Het raadslid stelt dat thans voorzien is dat 100% van de werkelijke schade vergoed dient te worden en dat dit tot gigantische bedragen kan leiden. Het diensthoofd financiën geeft mee dat dit bedrag verlaagd werd in 2025; de coördinator financiële planning stelt dat er in totaliteit minder dan €1.000.000 is voorzien. Raadslid Vanbinst stelt hieruit af te leiden dat er voor nieuwe RUPs niet zal voorzien zijn. Burgemeester Laeremans deelt mee dat hij zich hierover zal bevragen bij de betrokken dienst (zie bijlage: ‘planschade nieuwe RUPs’).
Raadslid Maton verzoekt om een detail van het bedrag van €2.600.000 dat voorzien is voor het verduurzamen van het wagenpark (zie bijlage: ‘verduurzamen wagenpark’).
Raadslid Maton wenst meer toelichting te bekomen bij de voorziene studieopdracht inzake Rodepoort en Singel. Schepen Olbrechts stelt dat de studieopdracht de volledige sites omhelst. Het betreft enkel de studieopdracht en nog niet de uitvoering ervan.
Raadslid Maton stelt dat er geen opbrengsten voorzien zijn voor de verenigingenloods. Schepen Hoefs meldt dat de verenigingenloods intussen volledig ingericht werd en binnenkort operationeel zal zijn, maar daarvoor nog geen reglement werd opgemaakt. Schepen Olbrechts vult aan dat de kosten hiervoor allemaal gemaakt zijn aangezien de loods werd aangekocht en ook reeds werd ingericht en het sowieso de bedoeling is om de verenigingen geen al te hoge kosten aan te rekenen.
Raadslid Maton polst waarom er geen uitgaven voorzien zijn voor het kunstgrasveld en het nieuwe clubhuis te Humbeek. De coördinator financiële planning geeft aan dat deze uitgaven voorzien zijn in het AGB.
Raadslid Maton merkt op dat de balans van het lokaal dienstencentrum melding maakt van een positief saldo van €100.000 per jaar. De coördinator financiële planning nuanceert dat dit bedrag betrekking heeft op de barontvangsten en de inkomsten uit animatie, maar dat de bijhorende kosten hier niet tegen afgezet werden.
Raadslid Maton informeert op welke wijze sociale woningen door het bestuur financieel ondersteund worden. Burgemeester Laeremans stelt dat dit niet zozeer de taak is van de gemeente maar wel van de woonmaatschappij; die hiertoe zelf over bouwgronden beschikt.
Raadslid Gaisbauer polst naar de stand van zaken van de Providentia-projecten te Spiegelhofvoetweg en Luitberg. Burgemeester Laeremans stelt dat de plannen in verband met de Luitberg herbekeken worden, maar dat deze voor wat betreft Spiegelhofvoetweg wél zouden doorgaan.
Raadslid Gaisbauer polst wat er dient te worden verstaan onder actie 37: ‘we ondersteunen de klanten van het sociaal huis en de medewerkers via digitale toepassingen. We investeren in digitale toepassingen ter ondersteuning van de klanten van het sociaal huis en van de maatschappelijk werkers.’ (zie bijlage: ‘digitale toepassingen sociaal huis’).
Raadslid Gaisbauer informeert naar het budget van €87.000 dat voorzien werd onder actie 46. Schepen De Wilde verduidelijkt dat het taalstimulerende initiatieven betreft, zoals het babbelbad, een halftijds taalcoach en de bijhorende vrijwilligerswerking. De coördinator financiële planning vult aan dat dit gebaseerd is op het saldo waarop het bestuur in 2026 nog recht heeft in het kader van het plan samenleven.
Raadslid Gaudaen wenst te weten waarop de ontvangsten van €600.000 in het kader van RUP Waardbeekdreef betrekking hebben. Burgemeester Laeremans geeft mee dat dit planbaten betreft.
Raadslid Maton meent dat de realisatie van de parking aan de Antwerpselaan behoorlijk laat ingepland staat. Schepen Hoefs geeft mee dat dit plan nog opgestart moet worden en dat eerst nog een ontwerper moet worden aangesteld.
Raadslid Missotten informeert of het klopt dat de samenwerking met Cargovil vzw wordt stopgezet. Schepen Hoefs deelt mee dat ervoor geopteerd werd om niet langer financieel bij te dragen aan deze structuur.
Raadslid Boelens verbaast zich over de geringe ontvangsten die voortkomen uit de uitbating van de cafetaria’s. Schepen De Wilde bevestigt dat dit inderdaad eerder bescheiden uitbatingsrechten betreft. De financieel directeur geeft mee dat het bestuur er bij de laatste toewijzing (cafetaria Prinsenbos) bewust voor opteerde om de kandidaat-uitbaters zelf een prijsvoorstel te laten uitwerken. Voorheen gebeurde dit niet, met alle gevolgen van dien; zo werd destijds op papier een hoog uitbatingsrecht bedongen voor de uitbating van de cafetaria van het zwembad, maar werden deze afspraken door de uitbaters niet nagekomen.
Raadslid Gaisbauer informeert op personeelsvlak naar het onderscheid tussen enerzijds hetgeen voorzien is in het kader en anderzijds naar hetgeen gebudgetteerd werd. Schepen Van Bree verduidelijkt dat de personeelsformatie veel ruimer is dan wat budgettair is opgenomen. Voorzitter Van Humbeeck stelt dat in de formatie ook betrekkingen zijn opgenomen die niet ingevuld zijn en mogelijk ook niet ingevuld zullen worden.
Enig artikel.
De gemeenteraadscommissie financiën neemt kennis van en bespreekt het meerjarenplan 2026-2031.
Art. 34.
§ 1. De raad richt de volgende commissies op die zijn samengesteld uit raadsleden:
1° financiën;
2° mens;
3° ruimte en
4° verenigde commissie.
Deze commissies hebben als taak het voorbereiden van de besprekingen in de raadszittingen, het verlenen van advies en het formuleren van voorstellen over de wijze waarop vorm wordt gegeven aan de inspraak van de bevolking telkens als dat voor de beleidsvoering wenselijk wordt geacht.
De commissies kunnen steeds deskundigen en belanghebbenden horen.
§2. De verenigde gemeenteraadscommissie is samengesteld uit alle leden van de gemeenteraad. Alle andere commissies zijn samengesteld uit 13 stemgerechtigde raadsleden. De voorzitter kan worden aangewezen onder de raadsleden die geen lid zijn van de commissie. In dat geval heeft de voorzitter geen stemrecht.
De mandaten van lid van iedere commissie worden volgens het stelsel D’Hondt evenredig verdeeld over de fracties waaruit de gemeenteraad is samengesteld. De evenredigheid vereist in ieder geval dat de som van het aantal mandaten dat toekomt aan de fracties waarvan leden deel uitmaken van het college van burgemeester en schepenen steeds hoger is dan de som van het aantal mandaten dat toekomt aan de andere fracties.
De raadsleden behoren tot de fracties zoals werd vastgesteld op de installatievergadering of bij vervanging of opvolging op een latere gemeenteraad.
§3. Elke fractie wijst de mandaten toe, die haar overeenkomstig de berekeningswijze van de evenredige vertegenwoordiging toekomen, door middel van een voordracht, gericht aan de voorzitter van de gemeenteraad. Om ontvankelijk te zijn moet de akte van voordracht voor elk van de kandidaat-commissieleden ten minste ondertekend zijn door een meerderheid van de leden van de fractie waarvan het kandidaat-commissielid deel van uitmaakt. Indien de fractie van het kandidaat-commissielid slechts uit twee verkozenen bestaat, volstaat de handtekening van één van hen. Niemand kan meer dan één akte ondertekenen per beschikbaar mandaat voor de fractie.
§4. Als de voorzitter van de gemeenteraad voordrachten ontvangt voor meer kandidaten dan er mandaten te begeven zijn voor een fractie, dan worden de mandaten toegewezen volgens de volgorde van voorkomen op de akte van voordracht.
§5. Als ten gevolge van de toepassing van de evenredige vertegenwoordiging een fractie niet vertegenwoordigd is in een commissie, kan de fractie een raadslid aanwijzen dat als lid met raadgevende stem in de commissie zetelt.
§ 6. Tot de eerstvolgende volledige vernieuwing van de gemeenteraad wordt een fractie geacht eenzelfde aantal leden in de commissies te behouden. Indien één of meerdere leden verklaren niet meer te behoren tot de fractie kan dit lid niet meer zetelen, noch als lid van deze fractie, noch als lid van een andere fractie. Niettemin behouden deze fracties het oorspronkelijke aantal leden in de commissie.
Raadsleden die op basis van artikel 12 DLB tijdelijk in de raad zetelen ter vervanging van een verhinderd raadslid, vervangen dat raadslid tijdens de periode van verhindering ook in de commissies waar het verhinderd lid normaal gezien zetelt.
§7. Elke commissie wordt voorgezeten door een raadslid. De leden van het college van burgemeester en schepenen kunnen geen voorzitter zijn van een commissie. De gemeenteraad duidt de voorzitters van de commissies aan.
§8. De gemeenteraadscommissie wordt bijeengeroepen door de commissievoorzitter en dit op vraag van het college van burgemeester en schepenen, op dezelfde wijze als de raad bijeengeroepen wordt in artikel 2 van dit reglement. De stukken die bij de agenda horen, worden op dezelfde wijze bekend gemaakt aan de raadsleden.
Behalve in spoedeisende gevallen, geschiedt de bijeenroeping via e-notulen aan alle leden van de gemeenteraadscommissie (effectieve leden en leden die als waarnemer kunnen zitting hebben), ten minste acht dagen voor de dag van de vergadering.
De oproeping vermeldt de agenda, dag, uur en plaats van de vergadering. Deze informatie wordt eveneens bekendgemaakt aan het publiek door publicatie op de gemeentelijke website raadpleegomgeving.
§9. De commissies vergaderen fysiek.
§10. De gemeenteraadscommissies kunnen geldig vergaderen, ongeacht het aantal aanwezige leden. Commissieleden kunnen zich tijdens een vergadering laten vervangen door raadsleden van dezelfde fractie.
§11. De gemeenteraadscommissievergaderingen zijn in principe openbaar onder dezelfde voorwaarden als voor de raad (zie artikels 5 en 6 van dit reglement).
De raadsleden kunnen, zonder stemrecht, de vergaderingen van de commissies waarvan zij geen deel uitmaken, bijwonen.
De leden van het college en de algemeen directeur kunnen als waarnemend lid de gemeenteraadscommissievergaderingen bijwonen.
§12. Vooraleer aan vergaderingen deel te nemen, tekenen de leden van elke gemeenteraadscommissie een aanwezigheidslijst, die aan de algemeen directeur wordt bezorgd.
Art. 35.
Alle leden van de gemeenteraadscommissie zijn stemgerechtigd, met uitsluiting van de waarnemende leden, de krachtens artikel 34, §7 aangestelde voorzitter, de deskundigen en de eventuele belanghebbenden.
De leden van de commissies stemmen, zoals in de gemeenteraad, nooit geheim, behalve in de gevallen zoals in artikel 22, §6 van dit reglement.
Art. 36.
Het ambt van secretaris van elke raadscommissie wordt waargenomen door één of meer personeelsleden van de gemeente, op voorstel van de algemeen directeur, aangewezen door het college van burgemeester en schepenen.
Een afschrift van het verslag wordt via e-Notulen gedeeld met de leden van de commissie en ook bekendgemaakt op de gemeentelijke website.
Besluiten van de gemeenteraad van 22 mei 2025 waarbij:
Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 19 mei 2025 inzake de benoeming van de secretarissen van de gemeenteraadscommissies.
Het meerjarenplan bestaat uit drie onderdelen:
Daarenboven wordt tevens aanvullende documentatie bezorgd die achtergrondinformatie bevat die nuttig is om het meerjarenplan te beoordelen.
Het meerjarenplan moet financieel in evenwicht zijn. Dat is het geval als het voldoet aan de volgende voorwaarden:
De twee bovenvermelde evenwichtsvoorwaarden worden aangevuld met indicatoren over het geconsolideerde evenwicht en de gecorrigeerde autofinancieringsmarge, die abstractie maakt van de gekozen financieringswijze. Deze indicatoren betreffen echter geen afdwingbare normen.
Het meerjarenplan van het autonoom gemeentebedrijf dient, nadat het is vastgesteld door de raad van bestuur, voor goedkeuring te worden voorgelegd aan de gemeenteraad.
De beschreven procedure en de samenstelling van het beleidsrapport hebben niet enkel betrekking op de initiële vaststelling van het meerjarenplan, maar tevens op alle latere wijzigingen ervan.
De coördinator financiële planning overloopt een powerpointpresentatie met de belangrijkste cijfers van het AGB met betrekking tot de aanpassing van het meerjarenplan.
Enig artikel.
De gemeenteraadscommissie financiën neemt kennis van en bespreekt de zesde aanpassing aan het meerjarenplan 2020-2025 van Autonoom gemeentebedrijf Grimbergen.
Art. 34.
§ 1. De raad richt de volgende commissies op die zijn samengesteld uit raadsleden:
1° financiën;
2° mens;
3° ruimte en
4° verenigde commissie.
Deze commissies hebben als taak het voorbereiden van de besprekingen in de raadszittingen, het verlenen van advies en het formuleren van voorstellen over de wijze waarop vorm wordt gegeven aan de inspraak van de bevolking telkens als dat voor de beleidsvoering wenselijk wordt geacht.
De commissies kunnen steeds deskundigen en belanghebbenden horen.
§2. De verenigde gemeenteraadscommissie is samengesteld uit alle leden van de gemeenteraad. Alle andere commissies zijn samengesteld uit 13 stemgerechtigde raadsleden. De voorzitter kan worden aangewezen onder de raadsleden die geen lid zijn van de commissie. In dat geval heeft de voorzitter geen stemrecht.
De mandaten van lid van iedere commissie worden volgens het stelsel D’Hondt evenredig verdeeld over de fracties waaruit de gemeenteraad is samengesteld. De evenredigheid vereist in ieder geval dat de som van het aantal mandaten dat toekomt aan de fracties waarvan leden deel uitmaken van het college van burgemeester en schepenen steeds hoger is dan de som van het aantal mandaten dat toekomt aan de andere fracties.
De raadsleden behoren tot de fracties zoals werd vastgesteld op de installatievergadering of bij vervanging of opvolging op een latere gemeenteraad.
§3. Elke fractie wijst de mandaten toe, die haar overeenkomstig de berekeningswijze van de evenredige vertegenwoordiging toekomen, door middel van een voordracht, gericht aan de voorzitter van de gemeenteraad. Om ontvankelijk te zijn moet de akte van voordracht voor elk van de kandidaat-commissieleden ten minste ondertekend zijn door een meerderheid van de leden van de fractie waarvan het kandidaat-commissielid deel van uitmaakt. Indien de fractie van het kandidaat-commissielid slechts uit twee verkozenen bestaat, volstaat de handtekening van één van hen. Niemand kan meer dan één akte ondertekenen per beschikbaar mandaat voor de fractie.
§4. Als de voorzitter van de gemeenteraad voordrachten ontvangt voor meer kandidaten dan er mandaten te begeven zijn voor een fractie, dan worden de mandaten toegewezen volgens de volgorde van voorkomen op de akte van voordracht.
§5. Als ten gevolge van de toepassing van de evenredige vertegenwoordiging een fractie niet vertegenwoordigd is in een commissie, kan de fractie een raadslid aanwijzen dat als lid met raadgevende stem in de commissie zetelt.
§ 6. Tot de eerstvolgende volledige vernieuwing van de gemeenteraad wordt een fractie geacht eenzelfde aantal leden in de commissies te behouden. Indien één of meerdere leden verklaren niet meer te behoren tot de fractie kan dit lid niet meer zetelen, noch als lid van deze fractie, noch als lid van een andere fractie. Niettemin behouden deze fracties het oorspronkelijke aantal leden in de commissie.
Raadsleden die op basis van artikel 12 DLB tijdelijk in de raad zetelen ter vervanging van een verhinderd raadslid, vervangen dat raadslid tijdens de periode van verhindering ook in de commissies waar het verhinderd lid normaal gezien zetelt.
§7. Elke commissie wordt voorgezeten door een raadslid. De leden van het college van burgemeester en schepenen kunnen geen voorzitter zijn van een commissie. De gemeenteraad duidt de voorzitters van de commissies aan.
§8. De gemeenteraadscommissie wordt bijeengeroepen door de commissievoorzitter en dit op vraag van het college van burgemeester en schepenen, op dezelfde wijze als de raad bijeengeroepen wordt in artikel 2 van dit reglement. De stukken die bij de agenda horen, worden op dezelfde wijze bekend gemaakt aan de raadsleden.
Behalve in spoedeisende gevallen, geschiedt de bijeenroeping via e-notulen aan alle leden van de gemeenteraadscommissie (effectieve leden en leden die als waarnemer kunnen zitting hebben), ten minste acht dagen voor de dag van de vergadering.
De oproeping vermeldt de agenda, dag, uur en plaats van de vergadering. Deze informatie wordt eveneens bekendgemaakt aan het publiek door publicatie op de gemeentelijke website raadpleegomgeving.
§9. De commissies vergaderen fysiek.
§10. De gemeenteraadscommissies kunnen geldig vergaderen, ongeacht het aantal aanwezige leden. Commissieleden kunnen zich tijdens een vergadering laten vervangen door raadsleden van dezelfde fractie.
§11. De gemeenteraadscommissievergaderingen zijn in principe openbaar onder dezelfde voorwaarden als voor de raad (zie artikels 5 en 6 van dit reglement).
De raadsleden kunnen, zonder stemrecht, de vergaderingen van de commissies waarvan zij geen deel uitmaken, bijwonen.
De leden van het college en de algemeen directeur kunnen als waarnemend lid de gemeenteraadscommissievergaderingen bijwonen.
§12. Vooraleer aan vergaderingen deel te nemen, tekenen de leden van elke gemeenteraadscommissie een aanwezigheidslijst, die aan de algemeen directeur wordt bezorgd.
Art. 35.
Alle leden van de gemeenteraadscommissie zijn stemgerechtigd, met uitsluiting van de waarnemende leden, de krachtens artikel 34, §7 aangestelde voorzitter, de deskundigen en de eventuele belanghebbenden.
De leden van de commissies stemmen, zoals in de gemeenteraad, nooit geheim, behalve in de gevallen zoals in artikel 22, §6 van dit reglement.
Art. 36.
Het ambt van secretaris van elke raadscommissie wordt waargenomen door één of meer personeelsleden van de gemeente, op voorstel van de algemeen directeur, aangewezen door het college van burgemeester en schepenen.
Een afschrift van het verslag wordt via e-Notulen gedeeld met de leden van de commissie en ook bekendgemaakt op de gemeentelijke website.
Besluiten van de gemeenteraad van 22 mei 2025 waarbij:
Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 19 mei 2025 inzake de benoeming van de secretarissen van de gemeenteraadscommissies.
Het meerjarenplan bestaat uit drie onderdelen:
Daarenboven wordt tevens aanvullende documentatie bezorgd die achtergrondinformatie bevat die nuttig is om het meerjarenplan te beoordelen:
Het meerjarenplan moet financieel in evenwicht zijn. Dat is het geval als het voldoet aan de volgende voorwaarden:
De twee bovenvermelde evenwichtsvoorwaarden worden aangevuld met indicatoren over het geconsolideerde evenwicht en de gecorrigeerde autofinancieringsmarge, die abstractie maakt van de gekozen financieringswijze. Deze indicatoren betreffen echter geen afdwingbare normen.
Het meerjarenplan van het autonoom gemeentebedrijf dient, nadat het is vastgesteld door de raad van bestuur, voor goedkeuring te worden voorgelegd aan de gemeenteraad.
De beschreven procedure en de samenstelling van het beleidsrapport hebben niet enkel betrekking op de initiële vaststelling van het meerjarenplan, maar tevens op alle latere wijzigingen ervan.
De coördinator financiële planning overloopt een powerpointpresentatie met de belangrijkste cijfers van het AGB met betrekking tot de aanpassing van het meerjarenplan.
Enig artikel.
De gemeenteraadscommissie financiën neemt kennis van en bespreekt het meerjarenplan 2026-2031 van Autonoom Gemeentebedrijf Grimbergen.
De voorzitter sluit de zitting op 15/12/2025 om 22:40.
Namens GEMEENTERAADSCOMMISSIE FINANCIËN,
Jan PLETINCKX
secretaris gemeenteraadscommissie financiën
Bart VAN HUMBEECK
voorzitter gemeenteraadscommissie financiën