De raad voor maatschappelijk welzijn verkiest o.b.v. een akte van voordracht Eliane VANCRAENENBROECK als voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst.
Artikel 90 Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (DLB).
DLB:
§1. Op de vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn aansluitend op de installatievergadering van de gemeenteraad verkiest de raad voor maatschappelijk welzijn, hetzij onder de voorzitter of de leden van het vast bureau, hetzij onder de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn, een voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst. De voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst wordt verkozen op basis van een akte van voordracht die voldoet aan al de ontvankelijkheidsvoorwaarden, vermeld in het tweede lid. De Vlaamse Regering stelt het model van de akte van voordracht van de kandidaat-voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst vast en de wijze waarop dat model ter beschikking wordt gesteld. De Vlaamse Regering kan de wijze bepalen waarop de akte van voordracht van de kandidaat-voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst wordt ingediend bij de algemeen directeur.
Een ontvankelijke akte van voordracht van de kandidaat-voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst voldoet aan al de volgende voorwaarden:
1° ze is gedaan op de modelakte die de Vlaamse Regering krachtens het eerste lid vaststelt en die op de dag van de verkiezingen door een door de Vlaamse Regering aan te wijzen entiteit van de Vlaamse overheid met de datumstempel van die dag ter beschikking is gesteld;
2° ze is ondertekend door meer dan de helft van de verkozenen op de lijsten die aan de verkiezingen deelnamen;
3° ze is ondertekend door de meerderheid van de personen die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat zijn verkozen. Als de lijst waarop de naam van de kandidaat-voorzitter voorkomt maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen;
4° ze is uiterlijk drie dagen voor de installatievergadering van de gemeenteraad aan de algemeen directeur bezorgd.
Niemand kan meer dan één akte van voordracht ondertekenen. Overtreding van het voormelde verbod wordt bestraft conform artikel 7, §2.
De akte van voordracht kan ook de einddatum van het mandaat van de kandidaat-voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst vermelden. In dat geval kan op de akte van voordracht de naam van een of meer personen die hem zullen opvolgen voor de resterende duurtijd van het mandaat, vermeld worden. In voorkomend geval is de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van rechtswege ontslagnemend en wordt hij van rechtswege opgevolgd door de persoon die in de akte van voordracht als opvolger is vermeld. Als het mandaat eindigt voor de einddatum, vermeld in de akte van voordracht, of als de persoon die in de akte van voordracht is aangewezen als de persoon die de voorzitter zou opvolgen, zijn mandaat niet opneemt, neemt de eerstvolgende opvolger vervroegd het mandaat op. Als de voordracht geen einddatum vermeldt, wordt, in voorkomend geval, de vermelding van een of meer opvolgers als onbestaand beschouwd.
Als de persoon die als laatste opvolger is vermeld, het mandaat niet kan opnemen, of als er geen opvolger is vermeld, wordt tot vervanging overgegaan conform artikel 106.
§2. De algemeen directeur bezorgt de akte van voordracht van de kandidaat-voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst aan de voorzitter van de installatievergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn.
De voorzitter van de installatievergadering gaat na of de akte van voordracht ontvankelijk is overeenkomstig de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1. Alleen de handtekeningen van de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn worden daarbij in aanmerking genomen, met inbegrip van de handtekeningen van de opvolgers die de akte van voordracht hebben ondertekend en die lid zijn van de raad voor maatschappelijk welzijn. In voorkomend geval wordt de voorgedragen kandidaat-voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst verkozen verklaard.
§ 1. Als de voorzitter het mandaat niet aanvaardt, als zijn mandaat vervallen wordt verklaard, als hij als verhinderd wordt beschouwd, afgezet of geschorst wordt, overleden is of ontslag genomen heeft, wordt op de eerstvolgende vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn een nieuwe voorzitter verkozen, overeenkomstig artikel 90, met dien verstande dat "de vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn aansluitend op de installatievergadering van de gemeenteraad" wordt gelezen als "de eerstvolgende vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn", “drie dagen” vermeld in paragraaf 1 wordt gelezen als “acht dagen”, "verkozenen op de lijsten die aan de verkiezingen deelnamen" wordt gelezen als "raadsleden van de raad voor maatschappelijk welzijn", "personen" wordt gelezen als "raadsleden van de raad voor maatschappelijk welzijn". Tot aan de nieuwe verkiezing wordt het voorzitterschap, behalve in geval van ontslag dat niet het gevolg is van een onverenigbaarheid, waargenomen overeenkomstig het tweede lid.
Als de voorzitter om een andere reden dan de redenen, vermeld in het eerste lid, tijdelijk afwezig is of als hij bij een welbepaalde aangelegenheid betrokken partij is als vermeld in artikel 27, wijst hij de voorzitter of een lid van het vast bureau aan als zijn vervanger. Als hij geen vervanger heeft aangewezen of als de vervanger zelf tijdelijk afwezig is, dan wordt hij vervangen door de voorzitter of het lid van het vast bureau met de hoogste rang. Als de voorzitter of dat lid van het vast bureau de voorzitter niet kan vervangen, wordt het voorzitterschap waargenomen door een ander lid van het vast bureau, in volgorde van rang.
De voorzitter die als verhinderd wordt beschouwd, die geschorst is of tijdelijk afwezig is, wordt vervangen zolang hij verhinderd, geschorst of tijdelijk afwezig is. De raad voor maatschappelijk welzijn neemt akte van de verhindering of schorsing en van de beëindiging van de periode van de verhindering of schorsing.
Specifiek:
Het besluit van de gemeenteraad van 5 december 2024 waarbij de heer Ewoud DE MEYER, wonende Humbeeksesteenweg 350, 1850 Grimbergen geïnstalleerd werd als gemeenteraadslid en dus automatisch ook lid van de raad voor maatschappelijk welzijn.
Het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 5 december 2024 waarbij de heer Ewoud DE MEYER verkozen werd als voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst, en bijgevolg ook lid van het college van burgemeester en schepenen als toegevoegde schepen. Van rechtswege, werd hij ook toegevoegd tot het vast bureau (artikels 42, 43 en 79 DLB).
Het besluit van het vast bureau van 8 juni 2026, waarbij kennis werd genomen van het ontslag van dhr. Ewoud DE MEYER als voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst.
Het besluit van het vast bureau van 8 juni 2026, waarbij kennis werd genomen van de akte van voordracht voor een kandidaat-voorzitter voor het bijzonder comité voor de sociale dienst, ontvangen door de algemeen directeur op 29 mei 2026.
De brief van 28 mei 2026 van dhr. Ewoud DE MEYER, bezorgd per e-mail van 29 mei 2026, gericht aan de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn waarin hij meedeelt ontslag te nemen als voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst en bijgevolg ook als schepen, maar wel te zullen blijven zetelen als raadslid (in bijlage).
De akte van voordracht voor een kandidaat-voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst, ontvangen en voor ontvangst ondertekend door de algemeen directeur, mevrouw Muriel VAN SCHEL, op 29 mei 2026 (in bijlage).
/
Per brief van 28 mei 2026, ingekomen op 29 mei 2026, diende schepen Ewoud DE MEYER zijn ontslag in als voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst en bijgevolg ook als schepen. Hij blijft wel zetelen als raadslid.
Het ontslag werd per e-mail van 29 mei 2026 overgemaakt aan de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn, dhr. Daan VERTONGEN, waarmee het ontslag als definitief wordt beschouwd.
In zitting van heden nam de raad voor maatschappelijk welzijn kennis van dit ontslag.
Een akte van voordracht voor een voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst werd overhandigd aan de algemeen directeur op 29 mei 2026, die op dezelfde dag voor ontvangst tekende.
De akte van voordracht werd tijdig overhandigd en bevatte de nodige handtekeningen en bijlagen.
Bijgevolg kan de akte als ontvankelijk worden beschouwd.
De kandidaat-voorzitter is geen voorzitter of lid van het vast bureau en moet volgende eed afleggen in handen van de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn:
“Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen.”.
Aangezien de kandidaat-voorzitter nog geen lid is van het college van burgemeester en schepenen, wordt zij vanaf haar eedaflegging van rechtswege als schepen toegevoegd aan het college van burgemeester en schepenen.
De voorgedragen kandidaat-voorzitter kan verkozen worden verklaard.
/
Artikel 1.
De akte van voordracht voor de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst ontvankelijk te verklaren en de voorgedragen kandidaat-voorzitter Eliane VANCRAENENBROECK verkozen te verklaren als voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst. Dit mandaat neemt een einde op het einde van de legislatuur.
Art. 2.
Eliane VANCRAENENBROECK vanaf haar eedaflegging van rechtswege toe te voegen als schepen aan het college van burgemeester en schepenen.
Art. 3.
Vast te stellen dat Eliane VANCRAENENBROECK, conform artikel 90, §4 DLB, de eed heeft afgelegd in handen van de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn.