De raad voor maatschappelijk welzijn gaat akkoord met een gemotiveerde onderhandse verkoop, aan de huidige erfpachter, van het in erfpacht gegeven perceel kadastraal gekend als 6de afdeling - sectie B - nr. 419l aan de verkoopprijs van 1.448.000,00 euro. De raad voor maatschappelijk welzijn motiveert een onderhandse verkoop, in afwijking van de principes van mededinging en transparantie en artikel 293 DLB.
De raad voor maatschappelijk welzijn geeft opdracht aan het vast bureau tot opvolging van het verkoopdossier bij het aangestelde notariskantoor en de ontwerpakte ter goedkeuring voor te leggen aan de raad voor maatschappelijk welzijn.
Artikels 77 en 78 van het Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
/
Op 5 juni 2000 werd de erfpachtovereenkomst tussen het OCMW Grimbergen en bvba Den Bogaet verleden vóór notaris Andrée VERELST.
Dit erfpachtrecht had destijds betrekking op de percelen kadastraal gekend als 6de afdeling - sectie B - nrs. 419g en 419h (met een totale oppervlakte van 6.120,00 vierkante meter). Het werd afgesloten voor een periode van 50 jaar, beginnende op 5 juni 2000 en van rechtswege eindigend op 5 juni 2050.
Het recht van erfpacht werd toegestaan en aanvaard tegen betaling van een jaarlijkse canon gedurende 50 jaar van de dagprijs voor een éénpersoonskamer x 365 dagen (maximum dagprijs voor een éénpersoonskamer = 1.450 bfr. (jaarlijks indexeerbaar). Er werd echter overeengekomen dat de erfpachter dit bedrag niet diende te betalen, doch als tegenprestatie aan het OCMW permanent één éénpersoonskamer voor kortverblijf ter beschikking diende te stellen.
Volgens de huidige kadastrale legger (op datum van 1/1/2025) is het perceel kadastraal gekend als 6de afdeling - sectie B - nr. 419l bezwaard met het erfpachtrecht.
Op 8 januari 2026 heeft de directie van het WZC Den Bogaet hun interesse geuit in de aankoop van de gronden kadastraal gekend als 6de afdeling - sectie B - nrs. 419l en 420h.
Landmeter-expert Wouter PLATTEAU werd op 20 januari 2026 (via prijsvraag) aangesteld tot opmaak van het schattingsverslag voor de percelen kadastraal gekend gekend als 6de afdeling - sectie B - nrs. 419l en 420h.
Op 3 maart 2026 heeft hij zijn eerste schattingsverslag overgemaakt. De actuele (minimale) verkoopwaarde voor het perceel kadastraal gekend als 6de afdeling - sectie B - nr. 419l, rekening houdende met de (af te kopen) lopende erfpachtovereenkomst, werd oorspronkelijk geschat op 1.448.000,00 euro. Het voorliggend perceel kadastraal gekend als 6de afdeling - sectie B - nr. 420h (waarop thans zowel publieke als private laadpalen staan) werd geschat op 185,00 euro per m².
Kort daarop werd echter door landmeter-expert contact opgenomen met de dienst Patrimonium om te melden dat het overgemaakte schattingsverslag niet correct was, en dat zo snel mogelijk een gecorrigeerd schattingsverslag zou overgemaakt worden.
De landmeter-expert heeft het vast bureau eveneens op de hoogte gebracht van zijn bedenking omtrent het feit dat de bepaling van het canon destijds niet ondersteund werd door een officieel verslag (en desgevallend naar grote waarschijnlijkheid ook niet de werkelijke waarde van het canon vertegenwoordigde). Het vast bureau had op 16 maart 2026 echter reeds kennis genomen van het geschatte bedrag ten bedrage van 1.448.000,00 euro en nadien ook al overgemaakt aan de directie van WZC Den Bogaet.
Op 20 maart 2026 heeft landmeter-expert Wouter PLATTEAU een tweede, gecorrigeerd, schattingsverslag overgemaakt. Het schattingsverslag voor de percelen kadastraal gekend als 6de afdeling - sectie B - nrs. 419l en 420h. De actuele (minimale) verkoopwaarde voor het perceel kadastraal gekend als 6de afdeling - sectie B - nr. 419l, rekening houdende met de (af te kopen) lopende erfpachtovereenkomst, werd uiteindelijk geschat op 1.350.000,00 euro. In tegenstelling tot het eerste schattingsverslag heeft de landmeter-expert bevestigd dat hij als basis van de herberekening de grondwaarde van het perceel genomen heeft.
Het voorliggend perceel kadastraal gekend als 6de afdeling - sectie B - nr. 420h (waarop thans zowel publieke als private laadpalen staan) blijft geschat op 185,00 euro per vierkante meter.
Aangezien de uiteindelijk geschatte waarde van 1.350.000,00 euro in feite de minimale verkoopwaarde van het onroerend goed bedraagt, en het bestuur gemotiveerd kan afwijken van dit bedrag, wordt voorgesteld om de verkoopwaarde van het perceel kadastraal gekend als 6de afdeling - sectie B - nr. 419l, rekening houdende met de (af te kopen) lopende erfpachtovereenkomst, vast te stellen op het bedrag van 1.448.000,00 euro.
Het vast bureau heeft op 13 april 2026:
kennis genomen van het gecorrigeerd schattingsverslag overgemaakt op 20 maart 2026 door landmeter-expert Wouter PLATTEAU met vermelding van de actuele (minimale) verkoopwaarde (op basis van grondwaarde):
Op 28 april 2026 werd het akkoord ontvangen vanwege de directie van WZC Den Bogaet tot aankoop van het in opstal gegeven perceel kadastraal gekend als 6de afdeling - sectie B - nr. 419l aan de vastgestelde verkoopprijs van 1.448.000,00 euro.
Op 30 april 2026 heeft notariskantoor BOES-PRAET-WARNIER meerdere documenten overgemaakt ter aanvulling van het verkoopdossier, meer bepaald:
De akte van 3 juli 2003 verleden voor notaris Andrée VERELST bleek niet gekend te zijn bij het OCMW, noch beschikbaar te zijn in het OCMW-archief waardoor in voorgaande beslissingen van het vast bureau nooit verwezen werd naar deze uitbreiding van de erfpacht van 5 juni 2000. Uit nazicht van deze akte blijkt er echter géén impact (met uitzondering van een administratieve aanvulling van het dossier) te zijn op het verkoopdossier. In de erfpachtovereenkomst van 5 juni 2000 is er sprake van een oppervlakte van 6.120,00 vierkante meter en in de uitbreiding aan de erfpachtovereenkomst van 3 juli 2003 is er sprake van 20,00 vierkante meter. Samen opgeteld komt dit uit op 6.140,00 vierkante meter oftewel de huidige kadastrale oppervlakte en desgevallend ook de oppervlakte opgenomen in het schattingsverslag van landmeter-expert Wouter PLATTEAU.
Het vast bureau heeft op 18 mei 2026:
Aan de raad voor maatschappelijk welzijn wordt voorgesteld om:
een onderhandse verkoop, in afwijking van de principes van mededinging en transparantie en artikel 293 DLB, als volgt te motiveren:
opdracht te geven aan het vast bureau tot opvolging van het verkoopdossier bij notariskantoor BOES-PRAET-WARNIER en de ontwerpakte voor goedkeuring voor te leggen aan de raad voor maatschappelijk welzijn.
Voor het debat en de argumentatie van de stemmingen, wordt verwezen naar het zittingsverslag.
/
Artikel 1.
Akkoord te gaan met een gemotiveerde onderhandse verkoop, aan de huidige erfpachter, van het in erfpacht gegeven perceel kadastraal gekend als 6de afdeling - sectie B - nr. 419l aan de geschatte waarde van 1.448.000,00 euro.
Art. 2.
Een onderhandse verkoop, in afwijking van de principes van mededinging en transparantie en artikel 293 DLB, als volgt te motiveren:
Art. 3.
Opdracht te geven aan het vast bureau tot opvolging van het verkoopdossier bij notariskantoor BOES-PRAET-WARNIER en de ontwerpakte voor te leggen aan de raad voor maatschappelijk welzijn voor goedkeuring.