De voorzitter opent de zitting op 15/06/2021 om 19:00.
Voorzitter Manon Bas opent de vergadering om 19u05 en verzoekt erom de besprekingen te beperken tot het louter financieel-technische aspect en zuiver beleidsmatige vragen tijdens de gemeenteraadszitting te stellen. Men engageert zich ertoe om een verslag van de commissie te bezorgen vòòr de gemeenteraadszitting van 24 juni aanstaande. In het verslag zal (in de mate van het mogelijke) tevens een antwoord terug te vinden zijn op eventuele vragen die niet tijdens de commissie zelf beantwoord konden worden.
De heer Pierre VAN DEN WYNGAERT verontschuldigt zich voor deze zitting en laat zich vervangen door mevrouw Karin VERTONGEN.
Artikel 37.
§ 1 De raad richt de volgende zeven commissies op die zijn samengesteld uit gemeenteraadsleden:
1° personeel en organisatie;
2° financiën;
3° infrastructuur;
4° omgeving;
5° mobiliteit;
6° een commissie die waakt over de afstemming van het gemeentelijk beleid op het beleid van de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden;
7° verenigde commissie.
Deze commissies hebben als taak het voorbereiden van de besprekingen in de gemeenteraadszittingen, het verlenen van advies en het formuleren van voorstellen over de wijze waarop vorm wordt gegeven aan de inspraak van de bevolking telkens als dat voor de beleidsvoering wenselijk wordt geacht.
De commissies kunnen steeds deskundigen en belanghebbenden horen.
§ 2. De verenigde gemeenteraadscommissie is samengesteld uit alle leden van de gemeenteraad. Alle andere commissies zijn samengesteld uit 13 stemgerechtigde raadsleden. De voorzitter kan worden aangewezen onder de raadsleden die geen lid zijn van de commissie. In dat geval heeft de voorzitter geen stemrecht.
(...)
§ 7. Elke commissie wordt voorgezeten door een gemeenteraadslid. De leden van het college van burgemeester en schepenen kunnen geen voorzitter zijn van een commissie. De gemeenteraad duidt de voorzitters van de commissies aan.
§ 8. De gemeenteraadscommissies worden bijeengeroepen door de voorzitters van de commissies en dit op vraag van het college van burgemeester en schepenen. Behalve in spoedeisende gevallen, geschiedt de bijeenroeping via e-notulen aan alle leden van de gemeenteraadscommissie (effectieve leden en leden die als waarnemer kunnen zitting hebben), ten minste acht dagen voor de dag van de vergadering. De oproeping vermeldt de agenda, dag, uur en plaats van de vergadering. Deze informatie wordt eveneens bekendgemaakt aan het publiek door publicatie op de gemeentelijke website.
§ 9. De gemeenteraadscommissies kunnen geldig vergaderen, ongeacht het aantal aanwezige leden. Commissieleden kunnen zich tijdens een vergadering laten vervangen door raadsleden van dezelfde fractie.
§ 10. De gemeenteraadscommissievergaderingen zijn in principe openbaar onder dezelfde voorwaarden als voor de gemeenteraad (zie art. 4 tem. 6 van dit reglement). De raadsleden kunnen, zonder stemrecht, de vergaderingen van de commissies waarvan zij geen deel uitmaken, bijwonen. De leden van het college en de algemeen directeur kunnen als waarnemend lid de gemeenteraadscommissievergaderingen bijwonen.
§ 11. Vooraleer aan vergaderingen deel te nemen, tekenen de leden van elke gemeenteraadscommissie een aanwezigheidslijst, die aan de algemeen directeur wordt bezorgd.
Artikel 38.
Alle leden van de gemeenteraadscommissie zijn stemgerechtigd, met uitsluiting van de waarnemende leden, de krachtens art. 37, §2 aangestelde voorzitter, de deskundigen en de eventuele belanghebbenden. De leden van de commissies stemmen, zoals in de gemeenteraad, nooit geheim, behalve in de gevallen zoals in art. 27, §4 van dit reglement.
Artikel 39.
Het ambt van secretaris van elke raadscommissie wordt waargenomen door één of meer personeelsleden van de gemeente, op voorstel van de algemeen directeur, aangewezen door het college van burgemeester en schepenen. Een afschrift van het verslag wordt via e-notulen verzonden aan ieder commissielid en aan elke fractieleider.
Jaarrekening 2020 van lokale politiezone Grimbergen dient door de gemeenteraad te worden vastgesteld.
Dit impliceert dat zowel de begrotingsrekening 2020, de balans op 31 december 2020 en de resultatenrekening over het dienstjaar 2020 goedgekeurd dienen te worden.
Teneinde de cijfers van de jaarrekening binnen een meerjarig perspectief te kunnen interpreteren, overloopt de bijzonder rekenplichtige enkele kerncijfers aan de hand van slides en grafieken.
Bij de vaststelling dat de gemeentelijke toelage voor het tweede jaar op rij gedaald is, informeert raadslid Van Humbeeck of dit niet te wijten is aan de meerontvangsten uit de federale toelage van €165.664,86 euro. De bijzonder rekenplichtige bevestigt dit en geeft aan dat de definitieve cijfers van de toelagen doorgaans pas laat op het jaar gecommuniceerd worden, op het ogenblik waarop de budgetten al opgemaakt zijn. Veiligheidshalve worden in het budget dan steeds de ontvangsten van het vorige jaar overgenomen en dan blijkt achteraf dat de werkelijke ontvangst hoger uitvalt.
Enig artikel.
Kennis te nemen van de begrotingsrekening 2020, de balans op 31 december 2020 en de resultatenrekening over het dienstjaar 2020 van Politiezone Grimbergen, met volgende kenmerken (bedragen in euro):
BEGROTINGSREKENING OVER HET DIENSTJAAR 2020
BALANS PER 31 DECEMBER 2020
RESULTATENREKENING OVER HET DIENSTJAAR 2020
Artikel 37.
§ 1 De raad richt de volgende zeven commissies op die zijn samengesteld uit gemeenteraadsleden:
1° personeel en organisatie;
2° financiën;
3° infrastructuur;
4° omgeving;
5° mobiliteit;
6° een commissie die waakt over de afstemming van het gemeentelijk beleid op het beleid van de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden;
7° verenigde commissie.
Deze commissies hebben als taak het voorbereiden van de besprekingen in de gemeenteraadszittingen, het verlenen van advies en het formuleren van voorstellen over de wijze waarop vorm wordt gegeven aan de inspraak van de bevolking telkens als dat voor de beleidsvoering wenselijk wordt geacht.
De commissies kunnen steeds deskundigen en belanghebbenden horen.
§ 2. De verenigde gemeenteraadscommissie is samengesteld uit alle leden van de gemeenteraad. Alle andere commissies zijn samengesteld uit 13 stemgerechtigde raadsleden. De voorzitter kan worden aangewezen onder de raadsleden die geen lid zijn van de commissie. In dat geval heeft de voorzitter geen stemrecht.
(...)
§ 7. Elke commissie wordt voorgezeten door een gemeenteraadslid. De leden van het college van burgemeester en schepenen kunnen geen voorzitter zijn van een commissie. De gemeenteraad duidt de voorzitters van de commissies aan.
§ 8. De gemeenteraadscommissies worden bijeengeroepen door de voorzitters van de commissies en dit op vraag van het college van burgemeester en schepenen. Behalve in spoedeisende gevallen, geschiedt de bijeenroeping via e-notulen aan alle leden van de gemeenteraadscommissie (effectieve leden en leden die als waarnemer kunnen zitting hebben), ten minste acht dagen voor de dag van de vergadering. De oproeping vermeldt de agenda, dag, uur en plaats van de vergadering. Deze informatie wordt eveneens bekendgemaakt aan het publiek door publicatie op de gemeentelijke website.
§ 9. De gemeenteraadscommissies kunnen geldig vergaderen, ongeacht het aantal aanwezige leden. Commissieleden kunnen zich tijdens een vergadering laten vervangen door raadsleden van dezelfde fractie.
§ 10. De gemeenteraadscommissievergaderingen zijn in principe openbaar onder dezelfde voorwaarden als voor de gemeenteraad (zie art. 4 tem. 6 van dit reglement). De raadsleden kunnen, zonder stemrecht, de vergaderingen van de commissies waarvan zij geen deel uitmaken, bijwonen. De leden van het college en de algemeen directeur kunnen als waarnemend lid de gemeenteraadscommissievergaderingen bijwonen.
§ 11. Vooraleer aan vergaderingen deel te nemen, tekenen de leden van elke gemeenteraadscommissie een aanwezigheidslijst, die aan de algemeen directeur wordt bezorgd.
Artikel 38.
Alle leden van de gemeenteraadscommissie zijn stemgerechtigd, met uitsluiting van de waarnemende leden, de krachtens art. 37, §2 aangestelde voorzitter, de deskundigen en de eventuele belanghebbenden. De leden van de commissies stemmen, zoals in de gemeenteraad, nooit geheim, behalve in de gevallen zoals in art. 27, §4 van dit reglement.
Artikel 39.
Het ambt van secretaris van elke raadscommissie wordt waargenomen door één of meer personeelsleden van de gemeente, op voorstel van de algemeen directeur, aangewezen door het college van burgemeester en schepenen. Een afschrift van het verslag wordt via e-notulen verzonden aan ieder commissielid en aan elke fractieleider.
Nadat de rekeningen in overeenstemming zijn gebracht met de gegevens van de inventaris van al de bezittingen, rechten, vorderingen, schulden en verplichtingen, van welke aard ook, worden ze samengevat opgenomen in het ontwerp van de jaarrekening.
De jaarrekening bestaat uit een beleidsevaluatie, een financiële nota en een toelichting.
De jaarrekening wordt vastgesteld voor 30 juni van het boekjaar dat volgt op het boekjaar waarop de rekening betrekking heeft.
Vanaf boekjaar 2020 heeft de jaarrekening betrekking op gemeente en OCMW samen; het document is met andere woorden te beschouwen als een gecoördineerde jaarrekening van beide entiteiten. De gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn stemmen elk over hun deel van de jaarrekening. Nadat de raden zo het beleidsrapport elk voor hun deel hebben vastgesteld, keurt de gemeenteraad het deel van het beleidsrapport, zoals vastgesteld door de raad voor maatschappelijk welzijn, goed.
De jaarrekening over het financiële boekjaar 2020 sluit af met een beschikbaar budgettair resultaat van 90.905,00.
De jaarrekening over het financiële boekjaar 2020 sluit af met een autofinancieringsmarge van 5.633.190,00.
De financieel adviseur en het financieel diensthoofd overlopen de geconsolideerde jaarrekening van gemeente en OCMW aan de hand van een presentatie.
Raadslid Van Humbeeck polst of de daling van de personeelskost in 2019 bij het OCMW te maken heeft met de overdracht van personeelsleden. Het financieel diensthoofd geeft aan dat de algemeen directeur en de adjunct-financieel directeur reeds in 2018 overgedragen werden van OCMW naar gemeente. In 2018 waren de loonkosten van het OCMW sterk gestegen door de overschrijding van de spilindex, maar ook door de uitbreiding van de formatie met een afdelingshoofd ouderen voor het thuiszorgpunt, het gegeven dat er meer artikel 60-ers tewerkgesteld werden en dat er een nieuw administratief medewerker en een medewerker schoonmaak in Ter Borre werden aangesteld. In 2019 kon een daling van de personeelskost worden vastgesteld onder meer door de stopzetting van de dienst maaltijdbedeling, het gegeven dat langdurig zieken van de poetsdienst niet vervangen werden en dat vacatures in Ter Biest niet opgevuld raakten. In 2020 kan min of meer dezelfde loonkost als in 2018 worden vastgesteld, omdat de vacatures in Ter Biest ingevuld werden en een 3e hoofd maatschappelijk assistent voor de sociale dienst werd aangeworven, net als een projectmedewerker.
Raadslid Boelens pikt in op de mededeling dat er in 2019 minder artikel 60-ers tewerkgesteld werden en informeert naar de evolutie met betrekking tot 2020. Het financieel diensthoofd geeft mee dat er in 2020 nog sprake was van een verdere daling aangezien de werkplaats gesloten bleef en er bijgevolg geen nieuwe kandidaten konden beginnen.
Raadslid Olbrechts geeft aan dat personeelskost altijd belangrijk is aangezien deze 52% van de uitgaven vertegenwoordigt. Betrokkene geeft aan geen overzicht te hebben gevonden van het personeelsoverzicht waaruit het aantal koppen kan worden afgeleid of waaruit kan worden opgemaakt hoeveel personeelsleden er zijn bijgekomen of vertrokken. Het is volgens het raadslid belangrijk om te weten hoeveel personeelsleden er in dienst zijn en om dit te vergelijken met voorgaande jaren aangezien het evident is dat de personeelskost stijgt, bijvoorbeeld omwille van de tweede pensioenpijler en maaltijdcheques, maar dat wil daarom niet automatisch zeggen dat er meer personeel in dienst is, wat wél de ambitie is van dit bestuur. Het is volgens het raadslid dus van belang om aan te tonen of men er in slaagt meer personeel aan te werven en dus noodzakelijk om ook de vertrekkers in kaart te brengen.
De schepen van financiën geeft aan dat er in de bijlage wel degelijk een overzicht van de personeelsbezetting met betrekking tot 2020 werd opgenomen. Raadslid Olbrechts verzoekt een overzicht te bekomen waarbij dit zowel voor gemeente als OCMW in kaart wordt gebracht voor de jaren 2018 tot en met 2020. (BIJLAGE ‘Personeelsbezetting gemeente’ & BIJLAGE ‘vragen en antwoorden Com Fin’)
Raadslid Olbrechts polst in welke mate ook de consultancy-kost mee opgenomen werd onder de personeelskosten. De financieel adviseur licht toe dat deze kost niet onder personeelskosten valt en later tijdens de presentatie toegelicht wordt.
Raadslid Van Humbeeck wenst een overzicht te bekomen van de bedragen die in 2020 toegekend werden en waarvan de financiering afkomstig is uit het noodfonds. De schepen van financiën stelt dat dit overzicht bijgehouden wordt en als bijlage aan het verslag zal worden toegevoegd. (BIJLAGE 2)
Raadslid Van Humbeeck verzoekt om toelichting bij de investeringstoelage die aan de brandweerzone toegekend wordt. Er wordt gevraagd om te onderbouwen welke uitgaven aan de brandweer binnen de geldende regelgeving als investering kunnen worden gekwalificeerd. Als dit bijvoorbeeld om de huur van een gebouw zou gaan, dan blijft dit volgens het raadslid nog steeds een werkingskost aangezien dit geen investering of een activa betreft. De financieel directeur licht toe dat gemeente Grimbergen deel uitmaakt van hulpverleningszone Vlaams-Brabant West en dat de bijzonder rekenplichtige van die zone jaarlijks een budget opmaakt op basis van een complexe verdeelsleutel die door de gouverneur wordt opgemaakt. Elk jaar verneemt de gemeente het aandeel dat het op het vlak van werkings- en investeringstoelage dient te dragen. Raadslid Van Humbeeck vraagt of het bijgevolg de kwalificatie is, die door de hulpverleningszone aan de kost gegeven wordt, die bepaalt of de kost al dan niet als investering kan worden gekwalificeerd. De bijzonder rekenplichtige stelt dat de zone inderdaad de exacte bedragen, die voor zowel exploitatie als investering voorzien moeten worden, overmaakt aan de gemeente.
Raadslid Plessers merkt op de dat werkingssubsidies zijn teruggevallen van zo’n €14.000.000 naar €10.000.000 en dit vooral omwille van betalingen inzake sociale bijstand. Betrokkene informeert of dit te wijten is aan het gegeven dat er inzake sociale bijstand één en ander werd overgenomen door andere overheden. Schepen De Boeck geeft mee dat de toelage die vanuit de gemeente aan het OCMW werd toegekend vanaf 2020 niet meer geboekt wordt. Het financieel diensthoofd bevestigt dit en stelt dat er sprake is van geconsolideerde rapporten (meerjarenplan en rekening) en dat de gemeentelijke toelage hierin niet langer wordt uitgedrukt.
Raadslid Olbrechts informeert naar de toelagen die onder ‘overige beleidsvelden’ kunnen worden teruggevonden. De financieel adviseur geeft aan dat het over tal van kleine subsidies gaat welke allen individueel werden vermeld in het overzicht in de bijlage. De vergelijking maken tussen 2019 en 2020 is bemoeilijkt omdat er vanaf 2020 enkele beleidsitems gewijzigd werden.
Raadslid Boelens vraagt of de verhoogde toelagen inzake sport en jeugd te herleiden zijn tot de bijkomende corona-subsidie. De financieel adviseur bevestigt dit.
Raadslid Boelens wenst voor bepaalde rubrieken een vergelijking te bekomen met 2019. Dit bijvoorbeeld om de evolutie te kunnen opvolgen inzake elektriciteit- en gasverbruik in het kader van de inspanningen rond het klimaatplan. Maar ook wat betreft ‘plantgoederen en hulpstoffen’, meer bepaald inzake de kredieten die al dan niet aangewend werden voor de aanleg van bloemenweides. (BIJLAGE ‘budget bloemenweides’ & BIJLAGE 10)
Raadslid Olbrechts verwijst naar het bedrag van €1.036.000 aan consultancy-uitgaven en wenst voor 2018 tot 2019 een overzicht te bekomen van de kosten die in dit kader verricht werden ter invulling van betrekkingen die door het bestuur zelf niet met eigen personeel worden bemand. (BIJLAGE ‘consultancy – gedeelte dat betrekking heeft op personeel’ & BIJLAGE 4b)
Raadslid Olbrechts wenst te weten wat de evolutie is voor de uitgave inzake voedingswaren voor Ter Biest. Het financieel diensthoofd geeft mee dat deze uitgaven in 2020 gedaald zijn, maar dat dit logisch is aangezien er sprake was van een opnamestop in Ter Biest, dat er uiteraard enkele bewoners overleden zijn en dat er door corona van buitenaf geen bezoekers meer waren. Raadslid Olbrechts meent dat deze uitgavenpost in de gaten moet worden gehouden omdat het belangrijk is dat de bewoners kwalitatief hoogstaande voeding moeten kunnen bekomen. Het financieel diensthoofd stelt dat de optimalisering van de prijsvragen heeft geleid tot scherpere prijzen, maar zonder dat dit negatieve impact heeft op de kwaliteit; vanuit Ter Biest is alleszins geen negatieve feedback te horen over de maaltijden.
Raadslid Boelens polst of de toegekende waardebonnen ook betrekking hebben op de uitgaven voor de sociaal kruidenier. Volgens betrokkene kan het goed zijn dat door prijsvragen interessantere voorwaarden bekomen kunnen worden, maar wordt voedsel zelf niet per se goedkoper en is toch waakzaamheid geboden inzake kwaliteit. Het financieel diensthoofd verduidelijkt dat de uitgaven voor de sociaal kruidenier (Idem Dito) onder de toegestane werkingssubsidies kunnen worden teruggevonden (BIJLAGE ‘vragen en antwoorden Com Fin’). Het OCMW zorgde voor de aankoop van voedselbonnen bij Colruyt en heeft deze verdeeld onder degenen die hier echt nood aan hebben.
Raadslid Van Humbeeck wenst verduidelijking te bekomen bij de vaststelling dat de uitgaven in het kader van de aanvullende steun lager zijn uitgevallen dan voorzien. Betrokkene informeert of dit te wijten is aan het feit dat de aanvragen niet tijdig verwerkt konden worden, en wenst te weten of de toekenning dan in 2021 zal plaatsvinden, dan wel of deze kredieten verloren zijn gaan. Het financieel diensthoofd stelt dat heel wat covid-subsidies werden bekomen via de federale en de Vlaamse overheid en dat er onvoldoende tijd bleek te zijn om deze nog in 2020 toe te kennen. Deze uitgaven werden wel degelijk hernomen in 2021 en ondertussen is men al volop bezig met de uitbetaling ervan. De eigen aanvullende steun daarentegen is niet afkomstig van subsidies van hogerhand en wordt niet overgedragen. Er werd vastgesteld dat er door toekenning van de coronapremies minder nood bleek te zijn aan aanvullende steun.
Raadslid Van Humbeeck vraagt of er dan sprake was van een toevloed aan werk en of er, op basis van het noodfonds, ook gebruik werd gemaakt van een consultant om hierin mee te ondersteunen. Het financieel diensthoofd stelt dat de bewuste consultancy los staat van deze problematiek, welke louter toe te schrijven was aan het feit dat er eerst lijsten opgevraagd dienden te worden bij de kruispuntbank én dat er aanpassingen dienden te gebeuren aan de software van de sociale dienst.
Raadslid Olbrechts merkt op dat er minder subsidie wordt toegekend inzake kinderopvang. Het financieel diensthoofd geeft aan dat er minder dagen gefactureerd werden (BIJLAGE ‘vragen en antwoorden Com Fin’ & BIJLAGE ‘FIN COM Vraag Trui’). De financieel directeur stelt dat de toelage per halve en volle dag ook verlaagd werd aangezien de tussenkomst vanuit Kind en Gezin werd verhoogd. Raadslid Olbrechts vindt het eigenaardig dat er minder dagen gefactureerd zouden zijn aangezien de opvanginitiatieven helemaal vol zitten. Schepen De Boeck stelt dat het ook niet uitgesloten is dat er minder Grimbergse kinderen zouden worden opgevangen.
Raadslid Olbrechts geeft aan dat de dagprijs voor Ter Biest verhoogd is en vraagt waar de impact van de meerontvangst kan worden teruggevonden. Het financieel diensthoofd stelt dat de verhoging pas op 1 januari 2021 is ingegaan en bijgevolg geen impact heeft op jaarrekening 2020.
Raadslid Boelens geeft aan verrast te zijn door de daling inzake tussenkomst voor energieleveringen, aangezien de energiearmoede in Vlaanderen gestegen is. Betrokkene informeert of dit verklaard kan worden door de toekenning van coronasubsidies, wat een pervers effect zou zijn aangezien deze subsidie als supplementair zou moeten worden beschouwd. Het financieel diensthoofd stelt dat CREG in 2020 een bijkomende indexering heeft doorgevoerd voor de tussenkomst inzake energielevering, maar dat dit niet integraal benut kon worden omdat er minder aanvragen werden ingediend; ook wat het verwarmingsfonds betreft, kon worden vastgesteld dat in 2020 minder werd uitgegeven.
Raadslid Boelens verwijst naar een afwijking van €36.000 voor bezoldigingen van de personeelsdienst. Het financieel diensthoofd stelt dat dit verkeerd gebudgetteerd werd (overraamd).
Raadslid Van Humbeeck verwijst naar de verschuiving die plaatsvond inzake de belasting op economische bedrijvigheid en geeft aan dat dit in principe een continue activiteit betreft, waardoor er geen sprake zou mogen zijn van een minderontvangst, tenzij dat omwille van corona bewust later ingekohierd zou zijn. De financieel directeur geeft aan dat de verschuiving louter te wijten is aan het gegeven dat er in 2020 op een andere code moest worden geboekt. Wat de ontvangst zelf betreft, is het zo dat deze in principe jaarlijks zou moeten stijgen: ten eerste omdat in het reglement een automatische indexering is voorzien en ten tweede omdat een externe expert is aangesteld die bij de grootste bedrijven nazicht doet van de ingediende aangiftes. Voor 2020 werd wel gewacht met de inkohiering van twee bedrijven (Suez en ABR), aangezien deze een rechtszaak hebben aangespannen tegen de gemeente. Het inkohieren dient bijgevolg met de grootste omzichtigheid te gebeuren (ambtshalve procedure) en dit wordt afgetoetst met de raadsman van het bestuur.
Raadslid Boelens vraagt of de gelden uit het Open Ruimte Fonds effectief in het kader van de open ruimte worden aangewend. De financieel directeur stelt dat deze toelage niet echt geoormerkt is, in die zin dat er over de aanwending ervan niet moet worden gerapporteerd. Het is natuurlijk ook zo dat er sowieso al één en ander gebeurt inzake de open ruimte; voorlopig zijn er in het licht van de toelage niet dadelijk nieuwe initiatieven voorzien. Wel wordt afgewacht wat op het vlak van eventuele schadevergoedingen het gevolg zal zijn van de bestemmingswijzigingen die enige tijd terug werden doorgevoerd.
Raadslid Olbrechts wenst een overzicht te bekomen van de door het OCMW ontvangen en uitgegeven bedragen betreffende corona-subsidies. Het financieel diensthoofd zal deze toevoegen aan het verslag (BIJLAGE ‘vragen en antwoorden Com Fin’).
Raadslid Olbrechts begrijpt dat de ontvangsten uit ochtend-, avond- en middagtoezicht lager uitvallen omwille van corona, maar is toch benieuwd naar de mate waarin ook de doorgevoerde prijsstijging ouders er toe zal aanzetten om de kinderen minder naar de opvang te laten gaan. Het raadslid geeft aan dit in de toekomst te zullen opvolgen en suggereert om deze data op te nemen in het overzicht ‘gemeente in cijfers’.
Raadslid Olbrechts informeert of het riziv-forfait stijgend is en hoe het zich verhoudt ten opzichte van 2019. Het financieel diensthoofd bevestigt de stijging en geeft aan dat deze informatie steeds wordt opgenomen in het overzicht ‘OCMW in cijfers’. (BIJLAGE ‘vragen en antwoorden Com Fin’)
Raadslid Van Humbeeck informeert of de stijging inzake dividenden die zich heeft voorgedaan ook in de toekomst verwacht kan worden. De financieel adviseur stelt dat dit moeilijk in te schatten is. De schepen van financiën geeft mee dat het de bedoeling is dat de dividenden van IBEG (via o.a. Ventum & Green) gedurende de huidige legislatuur behouden blijven.
Raadslid Van Humbeeck stelt dat de investeringstoelage voor de brandweer door de gouverneur bepaald wordt, en dat deze bekomen toelage door de brandweer dan zal aangewend worden om een investering te verrichten. De vraag is dan in welke mate de boekhoudkundige voorschriften toelaten dat, wanneer een leverancier een factuur opsplitst in enerzijds exploitatie en anderzijds investeringen, de gemeente dit binnen het meerjarenplan ook op deze manier kan voorzien. Concreet stelt deze vraag zich bij de ondergrondse parking, indien de tegenpartij een opdeling zou doen in exploitatie- of investeringswerken hoe dit dan door de gemeente behandeld wordt.
De financieel directeur geeft mee dat dit steeds bekeken wordt in functie van de werkelijke uitgave; deze kan opgedeeld worden in exploitatie- en investeringsuitgaven, of kan als één van deze twee categorieën beschouwd worden. Raadslid Van Humbeeck vraagt om bij het verslag informatie te voegen op basis waarvan hij kan vaststellen dat deze werkwijze gevolgd kan worden. (BIJLAGE 9)
Raadslid Olbrechts verwijst naar een bedrag van om en bij de €5.400.000 dat aan wegen en rioleringen werd besteed en wenst voor deze specifieke categorie afzonderlijk de realisatiegraad te bekomen. In de documentatie werd enkele malen verwezen naar vertraging van projecten omwille van vergunningstechnische of praktische problemen. De financieel adviseur stelt dat deze informatie bezorgd kan worden en dat de niet gebruikte kredieten sowieso overgedragen worden. Het raadslid geeft aan op de gemeenteraad herhaaldelijk gewaarschuwd te hebben voor de aanzienlijke budgetten die voorzien werden. Men kan volgens betrokkene budgetten blijven doorschuiven, maar zit met het gegeven dat de projecten met een beperkt aantal mensen uitgevoerd dienen te worden. De realisatiegraad mag dan wel hoger zijn dan die uit het verleden, maar blijft met 63% wel laag. De schepen van financiën benadrukt dat de realisatiegraad de hoogste in jaren is en dat men stilaan afglijdt naar politieke vragen. Raadslid Olbrechts geeft mee dat ze over de juiste info wil beschikken om tijdens de gemeenteraad een correcte politieke vraag te kunnen stellen.
Raadslid Van Humbeeck verzoekt erom de realisatiegraad niet enkel wat de uitgaven, maar ook wat de ontvangstenzijde betreft, te bekomen. (BIJLAGE 7)
Raadslid Olbrechts wenst ook de realisatiegraad van de OCMW-investeringen te bekomen. (BIJLAGE ‘vragen en antwoorden Com Fin’)
Raadslid Olbrechts informeert of het terrein aan de Acacialaan het enige onroerende goed is dat in 2020 verkocht werd. De financieel adviseur bevestigt dit.
Raadslid Olbrechts vraagt of de opname van €3.000.000 aan leningen tot stand is gekomen doordat dit het surplus was, bovenop alle andere ontvangsten, dat nodig was om de betalingen te kunnen verrichten. De financieel directeur bevestigt dit. Raadslid Olbrechts informeert of aanvankelijk dan geen hogere leningopname gebudgetteerd werd. De financieel directeur stelt dat zo’n €11.000.000 aan leningen voorzien was, maar dat hierbij dan wel werd uitgegaan van een realisatiegraad van 100%. Indien de realisatiegraad lager uitvalt, is ook de behoefte aan leningen kleiner.
Raadslid Plessers polst in welke mate informatica-uitgaven als werkingsuitgave geboekt worden, dan wel in de balans worden opgenomen. De financieel adviseur stelt dat hardware als investering wordt geboekt en software als exploitatie.
Naar aanleiding van haar aangekondigde vertrek bedanken de financieel directeur en raadslid Olbrechts het financieel diensthoofd voor haar jarenlange inzet en verdienste voor het bestuur. Het financieel diensthoofd dankt de aanwezigen voor de fijne samenwerking.
Raadslid Olbrechts dankt tevens de financiële dienst voor de open communicatie en vele cijfers die op heldere manier ter beschikking zijn gesteld. Betrokkene richt zich hierbij ook in het bijzonder tot de schepen van financiën die deze werkwijze mee mogelijk maakt.
Enig artikel.
Kennis te nemen van de jaarrekening over het financiële boekjaar 2020, met volgende kenmerken (bedragen in euro):
Artikel 37.
§ 1 De raad richt de volgende zeven commissies op die zijn samengesteld uit gemeenteraadsleden:
1° personeel en organisatie;
2° financiën;
3° infrastructuur;
4° omgeving;
5° mobiliteit;
6° een commissie die waakt over de afstemming van het gemeentelijk beleid op het beleid van de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden;
7° verenigde commissie.
Deze commissies hebben als taak het voorbereiden van de besprekingen in de gemeenteraadszittingen, het verlenen van advies en het formuleren van voorstellen over de wijze waarop vorm wordt gegeven aan de inspraak van de bevolking telkens als dat voor de beleidsvoering wenselijk wordt geacht.
De commissies kunnen steeds deskundigen en belanghebbenden horen.
§ 2. De verenigde gemeenteraadscommissie is samengesteld uit alle leden van de gemeenteraad. Alle andere commissies zijn samengesteld uit 13 stemgerechtigde raadsleden. De voorzitter kan worden aangewezen onder de raadsleden die geen lid zijn van de commissie. In dat geval heeft de voorzitter geen stemrecht.
(...)
§ 7. Elke commissie wordt voorgezeten door een gemeenteraadslid. De leden van het college van burgemeester en schepenen kunnen geen voorzitter zijn van een commissie. De gemeenteraad duidt de voorzitters van de commissies aan.
§ 8. De gemeenteraadscommissies worden bijeengeroepen door de voorzitters van de commissies en dit op vraag van het college van burgemeester en schepenen. Behalve in spoedeisende gevallen, geschiedt de bijeenroeping via e-notulen aan alle leden van de gemeenteraadscommissie (effectieve leden en leden die als waarnemer kunnen zitting hebben), ten minste acht dagen voor de dag van de vergadering. De oproeping vermeldt de agenda, dag, uur en plaats van de vergadering. Deze informatie wordt eveneens bekendgemaakt aan het publiek door publicatie op de gemeentelijke website.
§ 9. De gemeenteraadscommissies kunnen geldig vergaderen, ongeacht het aantal aanwezige leden. Commissieleden kunnen zich tijdens een vergadering laten vervangen door raadsleden van dezelfde fractie.
§ 10. De gemeenteraadscommissievergaderingen zijn in principe openbaar onder dezelfde voorwaarden als voor de gemeenteraad (zie art. 4 tem. 6 van dit reglement). De raadsleden kunnen, zonder stemrecht, de vergaderingen van de commissies waarvan zij geen deel uitmaken, bijwonen. De leden van het college en de algemeen directeur kunnen als waarnemend lid de gemeenteraadscommissievergaderingen bijwonen.
§ 11. Vooraleer aan vergaderingen deel te nemen, tekenen de leden van elke gemeenteraadscommissie een aanwezigheidslijst, die aan de algemeen directeur wordt bezorgd.
Artikel 38.
Alle leden van de gemeenteraadscommissie zijn stemgerechtigd, met uitsluiting van de waarnemende leden, de krachtens art. 37, §2 aangestelde voorzitter, de deskundigen en de eventuele belanghebbenden. De leden van de commissies stemmen, zoals in de gemeenteraad, nooit geheim, behalve in de gevallen zoals in art. 27, §4 van dit reglement.
Artikel 39.
Het ambt van secretaris van elke raadscommissie wordt waargenomen door één of meer personeelsleden van de gemeente, op voorstel van de algemeen directeur, aangewezen door het college van burgemeester en schepenen. Een afschrift van het verslag wordt via e-notulen verzonden aan ieder commissielid en aan elke fractieleider.
De aanstelling van bedrijfsrevisoren Ravert, Stevens & Co met oog op de controle op de financiële toestand, op de jaarrekening en op de regelmatigheid van de verrichtingen weer te geven in de jaarrekening.
De brief van commissaris Kristien STEVENS van 21 mei 2021, betreffende de uitgevoerde eindejaarsaudit, waaruit onder meer blijkt dat de jaarrekening de vereiste inlichtingen bevat en een getrouw beeld geeft.
De raad van bestuur dient zich uit te spreken over de vaststelling van de jaarrekening voor 30 juni van het boekjaar dat volgt op het boekjaar waarop de rekening betrekking heeft.
De jaarrekening over het financiële boekjaar 2020 sluit af met een beschikbaar budgettair resultaat van 216.346,00 euro.
De jaarrekening over het financiële boekjaar 2020 sluit af met een autofinancieringsmarge van -48.482,00 euro.
De financieel adviseur overloopt een powerpointpresentatie met de belangrijkste cijfers van het AGB met betrekking tot 2020.
Raadslid Olbrechts wenst te weten te komen welke uitgaven verricht werden inzake consultancy en advocatuur met betrekking tot de geplande uitbesteding van het Pierebad. (BIJLAGE 8)
Raadslid Olbrechts merkt op dat de realisatiegraad van de AGB-investeringen zo’n 30% bedraagt en wenst te weten welke geplande uitgaven niet uitgevoerd werden. De financieel adviseur verwijst hierbij naar de herstelling aan de kuip van zwembad Pierebad. De schepen van sport vermeldt tevens de relighting van het Pierebad en geeft aan dat beide zaken ondertussen wel uitgevoerd zijn. De financieel directeur voegt toe dat tevens voorzien was om zonnepanelen te leggen op het dak van sporthal Verbrande Brug, maar dat dit omwille van stabiliteitsproblemen niet gerealiseerd kon worden.
Raadslid Van Humbeeck informeert in welke mate er sprake is van een rechtstreekse link tussen enerzijds de geplande financiering en anderzijds de voorziene investeringen. De financieel adviseur stelt dat hier inderdaad sprake is van een rechtstreekse link en dat enkel geleend wordt in functie van de gerealiseerde investeringen.
Enig artikel.
Kennis te nemen van de jaarrekening over het financiële boekjaar 2020, met volgende kenmerken (bedragen in euro):
De voorzitter sluit de zitting op 15/06/2021 om 21:55.
Namens GEMEENTERAADSCOMMISSIE FINANCIËN,
Jan PLETINCKX
secretaris gemeenteraadscommissie financiën
Manon BAS
voorzitter gemeenteraadscommissie financiën