De gemeenteraad neemt kennis van de brieven van de gouverneur van 28 januari 2026, ingekomen op 28 januari 2026 via het loket lokaal bestuur, toegevoegd als bijlagen 1 en 2 bij het besluit, specifiek dat de gouverneur niet zal optreden.
Titel VII - Bestuurlijk toezicht van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (DLB).
Artikel 327 DLB:
Behalve in geval van andersluidende bepalingen, beperkt de toezichthoudende overheid zich bij de uitoefening van het toezicht, vermeld in dit decreet, tot een toetsing aan het recht en aan het algemeen belang. Voor beslissingen van de gemeenteoverheid is het algemeen belang elk belang dat ruimer is dan het gemeentelijk belang. Voor beslissingen van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn is het algemeen belang elk belang dat ruimer is dan het gemeentelijk belang en het belang van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn.
Artikel 328 DLB:
De toezichthoudende overheid kan bij de gemeenteoverheid en bij het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn alle documenten en inlichtingen opvragen of die ter plaatse raadplegen. Ze bepaalt de informatiedrager en de vorm waarin die gegevens worden verstrekt.
Artikel 331 DLB:
De toezichthoudende overheid kan besluiten van een gemeenteoverheid en van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn ambtshalve opvragen.
Bij de ontvangst van een klacht vraagt de toezichthoudende overheid het besluit en het bijbehorende dossier op.
Artikel 333 DLB:
Als een klacht wordt ingediend tegen een besluit van de gemeenteoverheid of van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn brengt de toezichthoudende overheid de indiener van de klacht op de hoogte van:
1° de ontvangst van de klacht, binnen tien dagen nadat ze ontvangen werd;
2° het verzoek van de toezichthoudende overheid aan de gemeenteoverheid of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn om het besluit en het bijbehorende dossier te bezorgen, binnen tien dagen na dat verzoek;
3° het besluit van de toezichthoudende overheid over de ingediende klacht met vermelding van de motieven waarop het besluit is gebaseerd.
De toezichthoudende overheid brengt de betrokken gemeenteoverheid of aan het betrokken openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn op de hoogte van haar definitieve antwoord aan de indiener van de klacht. Deze mededeling wordt ter kennis gebracht op de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad of van de raad voor maatschappelijk welzijn.
In geval van stuiting van de termijn om een beroep in te stellen bij de Raad van State, brengt de toezichthoudende overheid de indiener van de klacht op de wijze, bepaald door de Vlaamse Regering, op de hoogte van de motieven van de toezichthoudende overheid om het besluit van de gemeenteoverheid of van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn waartegen de klacht was ingediend, niet te vernietigen, binnen tien dagen na het nemen van dat besluit of na het verstrijken van de termijn.
Artikel 332 DLB:
§ 1. Met behoud van de toepassing van artikel 243, § 3, 259 en 262 beschikt de toezichthoudende overheid over dertig dagen om een besluit van een gemeenteoverheid te vernietigen en om de gemeenteoverheid daarvan op de hoogte te brengen.
De toezichthoudende overheid beschikt over dertig dagen om een besluit van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn te vernietigen en om het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn daarvan op de hoogte te brengen.
Alle besluiten en opmerkingen van de toezichthoudende overheid worden ter kennis gebracht op de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad of van de raad voor maatschappelijk welzijn.
§ 2. De termijn, vermeld in paragraaf 1, gaat in op de dag die volgt op de kennisgeving aan de toezichthoudende overheid van de bekendmaking op de webtoepassing van de gemeente van de lijst van de aangelegenheden, vermeld in artikel 285, § 1, 1° en 2°, en artikel 285, § 2, eerste lid, 1° en 2°. Voor de besluiten, vermeld in artikel 286, § 1 en § 2, start de termijn, vermeld in paragraaf 1, op de dag die volgt op de kennisgeving aan de toezichthoudende overheid van de bekendmaking van het besluit op de webtoepassing van de gemeente.
Onder voorbehoud van de toepassing van het eerste lid, start de termijn, vermeld in paragraaf 1, voor de besluiten van een gemeenteoverheid of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn die met toepassing van artikel 331 ambtshalve of na ontvangst van een klacht werden opgevraagd door de toezichthoudende overheid, op de dag die volgt op de verzending van het opgevraagde besluit.
§ 3. Een klacht wordt, op straffe van niet-ontvankelijkheid, ingediend binnen een periode van dertig dagen, die volgt op de dag van de bekendmaking op de webtoepassing van de gemeente van de lijst van de aangelegenheden, vermeld in artikel 285, § 1, 1° en 2°, en artikel 285, § 2, eerste lid, 1° en 2°, of van de besluiten, vermeld in artikel 286, § 1 en § 2.
§ 4. De termijn, vermeld in paragraaf 1, wordt gestuit door de verzending van een klacht aan de toezichthoudende overheid, op voorwaarde dat die klacht verstuurd wordt op de wijze, bepaald door de Vlaamse Regering, binnen de termijn, vermeld in paragraaf 3.
Een nieuwe termijn als vermeld in paragraaf 1 gaat in op de dag die volgt op de verzending van de klacht.
§ 5. De termijn, vermeld in paragraaf 1, wordt gestuit door de opvraging door de toezichthoudende overheid van het besluit van de gemeenteoverheid of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn met toepassing van artikel 331, eerste of tweede lid.
Een nieuwe termijn als vermeld in paragraaf 1 gaat in op de dag die volgt op de verzending van het opgevraagde besluit.
§ 6. De gemeenteoverheid of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn verzendt het besluit dat door de toezichthoudende overheid is opgevraagd binnen een termijn van dertig dagen die volgt op de dag van de verzending van de opvraging.
Als de gemeenteoverheid of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn het gevraagde besluit niet verzendt aan de toezichthoudende overheid binnen de termijn, vermeld in het eerste lid, bezorgt de toezichthoudende overheid na het verstrijken van die termijn een herinnering. De herinnering verwijst uitdrukkelijk naar de gevolgen, vermeld in het vierde lid.
Een nieuwe termijn van dertig dagen gaat in op de dag na de verzending van de herinnering.
Als het gevraagde besluit niet wordt verzonden aan de toezichthoudende overheid binnen die nieuwe termijn, is het opgevraagde besluit van rechtswege nietig. De toezichthoudende overheid brengt de gemeenteoverheid of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn op de hoogte van die nietigheid.
/
Het college van burgemeester en schepenen nam op 1 december 2025 kennis van de klacht van 20 oktober 2025 van de heer Eddie BOELENS inzake foute aanpak en timing bij de aanleg van het fietspad in de Prinsenstraat bij de provinciegouverneur overgemaakt per brief namens de provinciegouverneur van 28 november 2025, ontvangen via het loket lokaal bestuur (berichtencentrum) op 28 november 2025.
Het college van burgemeester en schepenen ging akkoord om alle betrokken besluiten, het dossier, een uitgebreide toelichting en het standpunt over het voorwerp van de klacht (artikel 331 DLB) van zodra deze wordt ontvangen, uiterlijk 30 dagen na het ontvangen van de brief, te bezorgen aan de provinciegouverneur via het digitaal loket (berichtencentrum).
Het college van burgemeester en schepenen gaf de opdracht aan de dienst Wegen en Water om een brief met daarin een uitgebreide toelichting en het standpunt van het bestuur op te maken en dit ter goedkeuring voor te leggen aan het college van burgemeester en schepenen op de eerstvolgende zitting.
In zitting van 22 december 2025 nam het college van burgemeester en schepenen het ontwerp van antwoord met bijlagen, opgemaakt door de dienst Wegen en Water, goedgekeurd. De dienst Politiek-administratieve ondersteuning kreeg de opdracht om dit via het loket lokaal bestuur (berichtencentrum) over te maken.
Per brief van 28 januari 2028, ingekomen via het loket lokaal bestuur (berichtencentrum) (Bijlage1), maakt de gouverneur een kopie van zijn antwoord aan de klager over (Bijlage 2).
Hij verzocht om zijn beslissing ter kennis te brengen op de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad (conform artikel 333, tweede lid DLB).
De gouverneur liet de klager weten dat zijn ambt niet zal optreden om volgende redenen:
"(...)
Ik heb beslist om in dit dossier niet op te treden omdat de opdracht en controle van de werken voor de aanleg van het fietspad behoren tot de autonomie van het lokale bestuur. Ik licht hieronder meer in detail toe hoe ik tot deze beslissing kom.
Volgens u heeft het college van burgemeester en schepenen de aanleg van het fietspad fout aangepakt en slecht getimed. Er werden volgens u onvoldoende maatregelen genomen om de bomen te beschermen. U voorspelt dat dit zal leiden tot onherstelbare schade en vroegtijdige sterfte. U bracht het bestuur via verschillende kanalen op de hoogte van uw bevindingen, ondersteund door de visie van twee experts.
De belangrijkste punten van uw klacht zijn:
- Geen uitvoering van een Bomeneffectenanalyse (BEA)
- Geen raadpleging van het Regionaal Landschap Brabantse Kouters
- Geen gebruik van een standaardbestek 250
- Een slechte timing van de werken, m.n. tijdens de zomer en een langdurige droogte
Mijn diensten hebben het standpunt van de gemeente opgevraagd. De gemeente beschrijft en illustreert op basis van onder andere werfverslagen dat zij meerdere maatregelen hebben genomen ter bescherming van de bomen. Ook tijdens het verloop van de werken werden bijkomende maatregelen genomen.
Wat betreft de belangrijkste punten van uw klacht, kan ik het volgende besluiten:
- Er werd inderdaad geen BEA uitgevoerd. Dit was in deze situatie niet wettelijk verplicht.
- Het Regionaal Landschap Brabantse Kouters werd niet geraadpleegd bij de voorbereiding en uitvoering van de werken. Hoewel deze organisatie intensief betrokken is bij de opstelling van het toekomstige bomenbeleidsplan van de gemeente Grimbergen, is er geen wettelijke vereiste om experts te betrekken in dit concreet dossier.
- Het standaardbestek 250 dat in voege was bij de gunning van de werken werd wel gebruikt (Gunning CBS, dd. 13 januari 2025). Ik baseer mij hiervoor op het dossier dat werd ingediend bij de Vlaamse overheid voor het bekomen van subsidies binnen het Kopenhagenplan.
- Het bestuur deelt ons mee dat ‘de uitvoeringsperiode werd gekozen o.b.v. een afweging tussen veiligheid (schoolomgeving), ecologische factoren en praktische werfomstandigheden’ , en voegt ter staving een evaluatieplan toe. Hierin bevatten de ecologische criteria evenwel enkel vogels en vleermuizen, maar niet bomen. Toch kan ik besluiten dat het bestuur niet ondoordacht te werk is gegaan en een keuze heeft moeten maken. Ik raad u aan om contact op te nemen met de milieuambtenaar van de gemeente Grimbergen vermits uw klacht betrekking heeft op milieuaangelegenheden.
Ik besluit dat het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Grimbergen binnen het kader van de lokale autonomie heeft gehandeld, dat ze uw bemerkingen heeft gehoord, en dat ze in samenwerking met de aannemer en het studiebureau de bescherming van de bomen ter harte heeft genomen. Over de kwaliteit van deze bescherming spreek ik mij niet uit.
Ik stel tevens vast dat de gemeente de waarde van de bomen op haar grondgebied eveneens erkent. De toekomstige invoering van het gemeentelijk bomenbeleidsplan zal deze visie verder concretiseren (https://www.grimbergen.be/bomenvisieplan).
Ik waardeer dit beleid, ook omdat het in lijn is met de eerste strategische doelstelling van het Vlaams Klimaatadaptatieplan: Vlaanderen bouwt en verbindt groenblauwe infrastructuur, altijd en overal. De versterking van onder andere laanbomen maakt hier deel van uit.
Op basis van het bovenstaande heb ik - zoals hiervoor gesteld - beslist om in dit dossier niet op te treden.
(...)"
Het college van burgemeester en schepenen nam hiervan kennis en besliste dit, overeenkomstig artikels 332, §1, derde lid en 333, tweede lid DLB, ter kennisname voor te leggen aan de gemeenteraad.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om hier, overeenkomstig artikels 332, §1, derde lid en 333, tweede lid DLB, kennis van te nemen.
Voor het debat wordt verwezen naar het zittingsverslag.
/
Enig artikel.
Kennis te nemen van de brieven van de gouverneur van 28 januari 2026, ingekomen op 28 januari 2026 via het loket lokaal bestuur, toegevoegd als bijlagen 1 en 2 bij dit besluit, specifiek dat de gouverneur niet zal optreden.