De voorzitter opent de zitting op 25/11/2021 om 20:46.
De raad voor maatschappelijk welzijn neemt kennis van het besluit van de burgemeester van 9 november 2021 en bekrachtigt dit.
Naast zijn bevoegdheden voor de uitvoering van de politiewetten, politiedecreten, politieverordeningen, politiereglementen en politiebesluiten, voor de bestuurlijke politie op het grondgebied van de gemeente en voor dringende politieverordeningen is de burgemeester bevoegd voor de uitvoering van de wetten, de decreten en de uitvoeringsbesluiten van de federale overheid, het gewest of de gemeenschap tenzij die bevoegdheid uitdrukkelijk aan een ander orgaan van de gemeente is opgedragen.
De burgemeester informeert de gemeenteraad over de wijze waarop hij die bevoegdheid uitoefent als die daarom verzoekt.
Onder verplichting om daarvan onverwijld aan de gemeenteraad kennis te geven [... (opgeh. KB 30 mei 1989, art. 27, I: 1 juni 1989)], met opgave van de redenen waarom hij heeft gemeend zich niet tot de raad te moeten wenden. [... (opgeh. KB 30 mei 1989, art. 27, I: 1 juni 1989)] Die verordeningen vervallen dadelijk, indien zij door de raad in de eerstvolgende vergadering niet worden bekrachtigd.
ALGEMEEN
SPECIFIEK
Besluiten van de gemeenteraad van:
- 28 mei 2020 inzake bekrachtiging van de besluiten van de burgemeester van 21 april en 12 mei 2020 inzake de maatregelen m.b.t. de organisatie van de gemeente- en OCMW-raad ten gevolge van de COVID-19 pandemie gedurende de volledige periode van de federale fase;
- 27 augustus 2020 inzake kennisname van de besluiten van de burgemeester van 14, 22 en 29 juli 2020 en bekrachtiging van de besluiten van de burgemeester van 29 juli en 3 augustus 2020;
- 24 september 2020 inzake kennisname en bekrachtiging van het besluit van de burgemeester van 8 september 2020;
- 22 oktober 2020 inzake kennisname en bekrachtiging van het besluit van de burgemeester van 13 oktober 2020;
- 28 oktober 2021 inzake kennisname en bekrachtiging van het besluit van de burgemeester van 26 oktober 2021.
Besluiten van de burgemeester van:
- 21 april 2020;
- 12 mei 2020;
- 8 september 2020;
- 13 oktober 2020;
- 30 augustus 2021;
- 26 oktober 2021.
/
De burgemeester heeft beslist om op basis van artikel 134, §1 en 135, §2 van de Nieuwe Gemeentewet:
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om kennis te nemen van dit besluit en het te bekrachtigen.
/
Enig artikel.
Kennis te nemen van het besluit van de burgemeester van 9 november 2021 en het te bekrachtigen.
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de notulen van de vergadering van 28 oktober 2021 goed.
Artikel 78 Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (DLB):
De raad voor maatschappelijk welzijn kan bij reglement zijn bevoegdheden overdragen aan het vast bureau.
De volgende bevoegdheden kunnen niet aan het vast bureau worden toevertrouwd:
1° de bevoegdheden die aan de raad voor maatschappelijk welzijn zijn toegewezen, vermeld in afdeling 1 en 2 van dit hoofdstuk, en de bevoegdheid tot overdracht, vermeld in het eerste lid.
Artikel 18 tot en met 39, met uitzondering van artikel 29, § 1 en § 5, artikel 36, 37 en 38, eerste lid, 7°, zijn van toepassing op de raad voor maatschappelijk welzijn, met dien verstande dat in die bepalingen de volgende woorden worden gelezen als volgt:
2° "gemeenteraad" als "raad voor maatschappelijk welzijn".
De voorzitter van de gemeenteraad beslist tot bijeenroeping van de gemeenteraad en stelt de agenda van de vergadering op. De agenda bevat in ieder geval de punten die door het college van burgemeester en schepenen aan de voorzitter worden meegedeeld.De voorzitter is verplicht de gemeenteraad bijeen te roepen op verzoek van een derde van de zittinghebbende leden of van het college van burgemeester en schepenen.
De voorzitter is ook verplicht de gemeenteraad bijeen te roepen op verzoek van een vijfde van de zittinghebbende leden als zes weken na de datum van de vorige gemeenteraad de gemeenteraadsleden nog niet bijeengeroepen zijn. De periode van zes weken wordt geschorst van 11 juli tot en met 15 augustus.
Bij een verplichte bijeenroeping als vermeld in het tweede en het derde lid roept de voorzitter de gemeenteraad bijeen op de aangewezen dag en het aangewezen uur en met de voorgestelde agenda. Daarvoor bezorgen de gemeenteraadsleden en het college van burgemeester en schepenen voor elk punt op de agenda hun voorstel van beslissing met een toelichting aan de algemeen directeur, die de voorstellen bezorgt aan de voorzitter van de gemeenteraad.
De algemeen directeur woont de vergaderingen van de gemeenteraad bij en is verantwoordelijk voor het opstellen en het bewaren van de notulen en het zittingsverslag ervan.
De notulen en het zittingsverslag van de gemeenteraad worden, na goedkeuring, ondertekend door de voorzitter van de gemeenteraad en de algemeen directeur.
De bepalingen, vermeld in het eerste en tweede lid, zijn van toepassing op het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, met dien verstande dat "gemeenteraad" wordt gelezen als "raad voor maatschappelijk welzijn".
De notulen van de vergaderingen van de gemeenteraad vermelden, in chronologische volgorde, alle besproken onderwerpen, alsook het gevolg dat is gegeven aan de punten waarover de gemeenteraad geen beslissing heeft genomen. Ze maken melding van alle beslissingen en het resultaat van de stemmingen. Behalve bij geheime stemming, vermelden de notulen hoe elk lid gestemd heeft. Van die laatste verplichting kan worden afgeweken voor beslissingen die genomen zijn met unanimiteit.
De zittingsverslagen van de vergaderingen van de gemeenteraad vermelden, in chronologische volgorde, alle besproken onderwerpen, de essentie van de tussenkomsten en van de mondeling en schriftelijk gestelde vragen en antwoorden. De gemeenteraad kan beslissen om het zittingsverslag te vervangen door een audio- of audiovisuele opname van de openbare zitting van de gemeenteraad.
Als de gemeenteraad een aangelegenheid overeenkomstig artikel 28 in besloten vergadering behandelt, vermelden de notulen alleen de beslissingen en wordt er geen zittingsverslag opgesteld.
De bepalingen, vermeld in het eerste tot en met het derde lid, zijn van toepassing op het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, met dien verstande dat "gemeenteraad" wordt gelezen als "raad voor maatschappelijk welzijn".
/
/
/
Enig artikel.
De notulen van de vergadering van 28 oktober 2021 goed te keuren.
De raad voor maatschappelijk welzijn wijzigt de rechtspositieregeling voor het gemeente- en OCMW-personeel.
Artikel 186, §1 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 (hierna: Decreet Lokaal Bestuur).
Algemeen
Wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel.
Decreet Lokaal Bestuur.
Besluit Vlaamse Regering van 7 december 2007 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie, de rechtspositieregeling en het mandaatstelsel van het gemeentepersoneel en het provinciepersoneel en houdende enkele bepalingen betreffende de rechtspositie van de secretaris en de ontvanger van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, en latere wijzigingen (hierna: BVR RPR).
Besluit Vlaamse Regering van 12 november 2010 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie en het mandaatstelsel van het personeel van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en houdende de minimale voorwaarden voor sommige aspecten van de rechtspositieregeling van bepaalde personeelsgroepen van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, en latere wijzigingen.
Syndicale overlegcomités
Rechtspositieregeling
Rechtspositieregeling gemeente en OCMW, vastgesteld bij besluit gemeenteraad en raad voor maatschappelijk welzijn van 17 december 2020 en laatst gewijzigd op 26 augustus 2021 (hierna: RPR).
Besluit van het college van burgemeester en schepenen/vast bureau van 25 oktober 2021 - Rechtspositieregeling voor gemeente- en OCMW-personeel - Aanpassing (DOSSIERSTUK 05).
VIA-6-akkoord van 30 maart 2021 en sectoraal akkoord 9 juni 2021
Zesde Vlaams intersectoraal akkoord van 30 maart 2021 voor de social / non profitsectoren voor de periode 2021-2025.
Besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2021 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming, ingevolge het Vlaams intersectoraal akkoord van 30 maart 2021.
Brief van minister Somers van 24 juni 2021 - Sectoraal akkoord van 9 juni 2021 (DOSSIERSTUK 01).
Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 28 juni 2021 - Brief van Vlaams minister Bart Somers van 24 juni 2021 inzake het sectoraal akkoord van 9 juni 2021 tussen de sociale partners van de publieke sector houdende de aanpassing van de koopkrachtmaatregelen uit het VIA6-akkoord, de vervroegde uitkanteling van de publieke socio-culturele sector uit de VIA-akkoorden en de compensatie aan de lokale besturen voor het personeel dat niet onder het VIA6-akkoord valt - Kennisname (DOSSIERSTUK 02).
VVSG - Webinar ‘Toelichting sectoraal akkoord van 9 juni 2021 en stand van zaken VIA6 & IFIC' - 28 september 2021 (DOSSIERSTUK 03).
Besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2021 tot wijziging van artikel 135 van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2007 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie, de rechtspositieregeling en het mandaatstelsel van het gemeentepersoneel en het provinciepersoneel en houdende enkele bepalingen betreffende de rechtspositie van de secretaris en de ontvangen van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en artikel 98 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 november 2010 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie en het mandaatstelsel van het personeel van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en houdende de minimale voorwaarden voor sommige aspecten van de rechtspositieregeling van bepaalde personeelsgroepen van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.
De sociale partners (de VVSG vzw, VVP en Zorgnet-Icuro als werkgeverdelegaties enerzijds, de representatieve vakorganisaties ACOD, ACVOD en VSOA anderzijds) sloten op 9 juni 2021 in de schoot van het comité C1 voor de provinciale en lokale besturen, onderafdeling Vlaams Gewest en Vlaamse Gemeenschap, een sectoraal akkoord af voor het personeel van de lokale en provinciale besturen.
VIA-6 - akkoord 30 maart 2021 (VIA-personeel)
2 luiken: koopkracht en kwaliteit
VIA-6 - Luik koopkracht - Verhoging eindejaarstoelage
Verhoging variabel bedrag eindejaarstoelage tot 3,6%
De eindejaarstoelage bestaat uit een vast bedrag en een variabel bedrag van 2,5%. Dat veranderlijk bedrag wordt met 1,1% opgetrokken en zal dus 3,6% van het jaarsalaris bedragen.
Vanaf 2020 voor personeel in gesubsidieerde of erkende zorgsectoren (m.u.v. personeel dienstencheque ondernemingen)
Werd uitgevoerd op basis van het afgesloten VIA-6 akkoord (cf. beslissing GR/RMW van 28 januari 2021 - eenmalige verhoging van de eindejaarstoelage 2020 voor de personeelsleden van WZC Ter Biest, LDC en GAW Ter Borre en de medewerkers huishoudelijke hulp).
Vanaf 2021 voor personeel in socio-culturele sector
Via BVR 10.09.2021
Lokale RPR dient gewijzigd te worden
Uitbetaling VIA6 subsidies
Eindejaarstoelage 2020: uitbetaling subsidie is lopende via de GSD V
Eindejaarstoelage 2021 e.v.: uitbetaling subsidie zal verlopen via verschillende Vlaamse sectoradministraties (Agentschap Opgroeien, Agentschap Zorg en Gezondheid en Agentschap Binnenlands Bestuur)
VIA-6 - Luik koopkracht - IFIC-salarisschalen
IFIC functieclassificatie met bijhorende nieuwe salarisschalen in de zorgsectoren
Traject loopt begin 2022 voor de sector ouderenzorg
VIA-6 - Kwaliteitsmaatregelen (Ouderenzorg)
Focus deelakkoord kwaliteit = meer personeel en een lagere werkdruk d.m.v.
Verhogen basistegemoetkoming voor zorg
Bespreking bijkomende tewerkstelling met de representatieve werknemersvertegenwoordiging binnen het bevoegde sociaal overlegorgaan
Zie besluiten vast bureau van 13 september 2021 en 27 september 2021.
Zie protocol met vakorganisaties (15 september 2021)
Sectoraal akkoord 9 juni 2021 (niet-VIA-personeel)
Vanaf 2021 verhoging variabel bedrag eindejaarstoelage tot 3,6% voor niet-VIA-personeel
BVR is nog niet aangepast, maar de lokale RPR moet niet gewijzigd worden aangezien er naar het BVR wordt verwezen.
Plafonnering van eindejaarstoelage tot 1/12 van jaarsalaris wordt opgeheven vanaf 2021 voor alle personeelsleden (VIA/niet VIA)
Sociale vrede: Slechts één sectoraal akkoord over loon en arbeidsvoorwaarden per gemeentelijke legislatuur
Looptijd: zelfde als gemeentelijk meerjarenplan, dus zes jaar vanaf jaar 2 gemeentelijke legislatuur (2026 2031)
Subsidies:
Verdeling compensatiebudget 30 miljoen euro (2/3 van de geschatte kostprijs)
Uitkanteling publieke socio-culturele sector:
De publieke socio-culturele sector zal niet meer de koopkrachtafspraken volgen die in het toekomstige Interprofessioneel Akkoord (IPA) 2023-2024 worden afgesproken. De afspraak hierrond in het VIA6-akkoord van 30 maart 2021 over de uitkanteling van de publieke socio-culturele sector vanaf 2026, wordt hiermee aangepast. Voortaan - en dus niet pas vanaf 2026 - gelden voor het personeel werkzaam in de publieke socio-culturele sector enkel de loon- en arbeidsvoorwaarden afgesproken in het Vlaamse Comité C1.
Het budget van de publieke socio-culturele sector dat de Vlaamse regering vrij zou maken voor de toepassing van de loonnorm die in het toekomstige Interprofessioneel Akkoord (IPA) 2023-2024 zal worden afgesproken, wordt toegevoegd aan de 30 miljoen euro. Stel bijvoorbeeld dat er voor 2023-2024 een IPA over een loonnorm van 0,5% zou komen, dan voegt de Vlaamse regering een bijkomend budget toe van 0,5% op de budgettaire loonmassa van 645.472.310 euro, of 3.227.362 miljoen euro. Ook dit punt houdt een wijziging in van het genoemde VIA6-akkoord.
Advies JurPlus van 18 oktober 2021 (DOSSIERSTUK 04):
"Zowel intern als extern overleg hebben echter geen duidelijkheid kunnen brengen hoe het nu precies zit met de eindejaarstoelage en de attractiviteitspremie en de verhouding t.o.v. elkaar. Het ontwerpbesluit RPR zorgt hier voor verwarring.
Bijgevolg stellen we voor de groene tekst te schrappen en enkel te verwijzen naar het BVR RPR. Op deze manier zal het per definitie juist zijn wat in de RPR wordt vermeld.
Indien het BVR RPR wordt aangepast, is jullie RPR ook onmiddellijk aangepast."
Protocol vakorganisaties (DOSSIERSTUK 06):
Huidige rechtspositieregeling voor gemeente- en OCMW-personeel
Op 17 december 2020 beslisten de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn om voor het gemeente- en OCMW-personeel een gemeenschappelijke rechtspositieregeling vast te stellen.
Op 26 augustus 2021 werd de RPR de laatste keer gewijzigd.
De RPR is een dynamisch personeelsbeleidsinstrument. De RPR moet in overeenstemming zijn met de hogere wetgeving, en dient eenvoudig en logisch opgebouwd te zijn zodat het een praktisch en hanteerbaar werkinstrument is voor de personeelsdienst en het personeel.
Voorstel wijziging rechtspositieregeling
Ontwerptekst zie bijlage:
Gelet op het VIA-6-akkoord van 30 maart 2021 en sectoraal akkoord 9 juni 2021 dient artikel 193 van de rechtspositieregeling (in verband met de eindejaarstoelage) als volgt gewijzigd te worden:
Artikel 193
Het personeelslid ontvangt jaarlijks een eindejaarstoelage zoals bepaald in het BVR RPR.
De verhogingen van het forfaitaire gedeelte zijn niet van toepassing op de personeelsleden die op grond van de wetgeving over de financiering van sommige gezondheidsinstellingen recht hebben op een jaarlijkse premie en een attractiviteitspremie. De premie en attractiviteitspremie worden toegekend in de plaats van de genoemde verhogingen van de eindejaarstoelage in overeenstemming met de onderrichtingen van de federale financierende overheid.
Artikel 194
De eindejaarstoelage wordt uiterlijk tijdens de maand december van het in aanmerking te nemen jaar in één keer uitbetaald.
/
Artikel 1.
De ontwerptekst van de rechtspositieregeling voor gemeente- en OCMW-personeel, zoals toegevoegd in bijlage 01, goed te keuren.
Art. 2.
Aan de dienst Personeel de opdracht te geven om onderhavig besluit en de rechtspositieregeling, te publiceren overeenkomstig de bepalingen inzake de bekendmakings- en meldingsplicht voor lokale besturen.
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de volgende wijzigingen aan de personeelsformatie goed:
| Graadbenaming | Rang | Salarisschalen | vte |
| Deskundige animatie en reactivatie | Cv | B1-B3 | 1,50 |
| Medewerker kinesitherapie of ergotherapie | BV1-BV3 | 1,90 |
| Graadbenaming | Rang | Salarisschalen | vte |
| Administratief medewerker | Cv | C1-C3 | 0,50 |
| Kok | Dv | D1-D3 | 1,00 |
| Medewerker reactivering | Bv | B1-B3 | 1,00 |
| Begeleider wonen en leven | Bv | B1-B3 | 1,50 |
| Medewerker kinesitherapie / ergotherapie / logo | BV1-BV3 | 1,90 |
Algemeen
In verband met de vaststelling van het geïntegreerde organogram en de personeelsformatie
In verband met de syndicale overlegcomités
In verband met het voorstel tot aanpassing van de personeelsformatie
Protocol BOC/HOC (bijlage 02)
In het kader van de uitvoering van het meerjarenplan 2020-2025, in het bijzonder de volgende beleidsdoelstelling:
worden een aantal wijzigingen aan de personeelsformatie voorgesteld.
Gelet op de beslissing van de gemeenteraad van 26 augustus 2021 over de uitbesteding van het recyclagepark wordt voorgesteld de functies die in de personeelsformatie zijn voorzien voor het recyclagepark te schrappen met ingang van 1 januari 2022.
Het betreft de volgende functies:
| Functietitel | Salarisschaal | Statuut | vte | |
| Huidige formatie | Coördinator openbare reinheid en recyclageparken | C4-C5 | Contractueel | 1,00 |
| Vakman | D1-D3 | Statutair | 4,00 | |
| Vakman | D1-D3 | Contractueel | 1,00 | |
| Handlanger | E1-E3 | Statutair | 4,00 | |
| Handlanger | E1-E3 | Contractueel | 2,00 | |
| Voorstel nieuwe formatie | Coördinator groen en openbare reinheid | C4-C5 | Contractueel | 1,00 |
Heden is 8,50 vte aangesteld in deze functies:
Het betreft de volgende functies:
| Functietitel | Salarisschaal | Statuut | vte | |
| Huidige formatie | Beheerder sportinfrastructuur | B1-B3 | Statutair | 1,00 |
| Zwembadcoördinator | C1-C3 | Statutair | 2,00 | |
| Zwembadcoördinator | C1-C3 | Contractueel | 2,00 | |
| Kassier | D1-D3 | Contractueel | 1,00 | |
| Redder | D1-D3 | Statutair | 3,00 | |
| Redder | D1-D3 | Contractueel | 6,00 | |
| Schoonmaakster | E1-E3 | Contractueel | 3,60 | |
| Zwembadtoezichter | E1-E3 | Contractueel | 4,00 | |
| Voorstel nieuwe formatie | / |
Heden is 6,60 vte aangesteld in deze functies.
Het overnamedossier loopt nog. Verschillende personeelsleden hebben zich kandidaat gesteld voor selectieprocedures van het bestuur.
Sinds de integratie gemeente / OCMW wordt effectief 2,50 vte administratief medewerker (C1-C3) ingezet voor de dienst Politiek Administratieve Ondersteuning (PAO).
In het geïntegreerde organogram is slechts 2,00 vte voorzien. Dit dient geregulariseerd te worden.
Er wordt voorgesteld deze functie in te schrijven in de personeelsformatie van het OCMW aangezien er daar een uitdovend statutaire functie verdwijnt.
In de keuken van het WZC Ter Biest zijn effectief 2 vte kok werkzaam (1 vte chef-kok C4-C5 en 1 vte kok D1-D3).
In de personeelsformatie is enkel de functie van chef-kok (C4-C5) voorzien (ter vervanging van de uitdovend statutaire functie van kok-diëtist B1-B3).
Er wordt voorgesteld de functie van kok (D1-D3) definitief in te schrijven in de personeelsformatie.
Op 13 september 2021 keurde het vast bureau - in het kader van VIA-6 - Deelsectoraal akkoord ouderenzorg - de besteding van de middelen i.k.v. de nieuwe personeelsnormen in het WZC Ter Biest goed.
Toelichting:
Vanaf 1 juli treden de kwaliteitsmaatregelen voor de ouderenzorg in werking die werden afgesproken in het Vlaams Intersectoraal akkoord (VIA6) van 30 maart 2021.
De sociale partners en de Vlaamse regering bieden de woonzorgcentra hiermee de nodige stimulansen om meer personeel aan te trekken en de kwaliteit te versterken.
Dit gebeurt enerzijds door de basistegemoetkoming voor zorg in woonzorgcentra te verhogen, anderzijds wordt gevraagd aan de werkgevers om de impact van de bijkomende middelen op de tewerkstelling te bespreken met de representatieve werknemersvertegenwoordiging binnen het bevoegde sociaal overlegorgaan.
De aanpassingen aan het besluit Vlaamse sociale bescherming die uitvoering geven aan deze kwaliteitsmaatregelen werden op 16 juli 2021 goedgekeurd.
Dit akkoord is historisch omdat het een einde maakt aan de structurele ongelijke financiering voor bewoners met een zwaar zorgprofiel in de woonzorgcentra en centra voor kortverblijf. Het voorziet tevens in een hogere financiering van het 'bovennorm personeel'.
De budgettaire maatregelen in een notendop
De sociale partners en de Vlaamse regering kwamen tot een akkoord om via een structurele investering van 146 miljoen euro maximaal in te zetten op bijkomende tewerkstelling. Op die manier kan ook de werkdruk voor de medewerkers naar omlaag en kan er meer tijd gaan naar iedere bewoner. Volgens de analyses van het kabinet en het agentschap Zorg en Gezondheid gaat het voor de publieke sector over 680 voltijds equivalenten extra.
Met een jaarlijks recurrent budget van ongeveer 100 miljoen euro dat vanaf dit jaar ingezet wordt, worden de financieringsnormen voor alle bewoners met een zwaar zorgprofiel (een ‘B, C, of Cd-zorgprofiel’) in zowel woonzorgcentra als centra voor kortverblijf opgetrokken tot op het niveau van woongelegenheden met een bijkomende erkenning (RVT- erkenning). Het gaat over meer dan 11.300 bewoners met een zwaar zorgprofiel waarvoor de personeelsinzet drastisch stijgt.
Daarnaast wordt een budget van bijna 46 miljoen euro vrijgemaakt voor kwaliteitsmaatregelen in de vorm van extra personeel. Deze middelen worden ingezet om de zorg voor personen met beginnende dementie te versterken en om te voorzien in een hogere financiering van het 'bovennorm personeel". In het belang van de zorg op maat en het woon- en leefklimaat van iedere bewoner worden er tevens flexibiliteitsmaatregelen voorzien, op die manier kunnen er meer personeelsleden met verschillende zorg- en welzijnsdiploma’s worden aangeworven.
Voorstel zoals goedgekeurd door het vast bureau en doorgegeven aan het Agentschap Zorg en Gezondheid:
Door de directeur welzijn en de directeur van het woonzorgcentrum werd een nota opgesteld over de besteding van de extra VIA-6 middelen (voor de wijziging van de personeelsnormen) (zie nota als BIJLAGE 01).
Voor de besteding van de extra middelen werd volgend voorstel goedgekeurd door de vakorganisaties / vast bureau en voorgesteld aan het Agentschap Zorg en Gezondheid:
Er wordt voorgesteld de personeelsformatie van het WZC Ter Biest als volgt aan te passen:
| Functietitel | Salarisschaal | Statuut | vte | |
| Huidige formatie | Deskundige animatie en reactivatie | B1-B3 | Contractueel | 1,50 |
| Medewerker kinesitherapie of ergotherapie | BV1-BV3 | Contractueel | 1,90 | |
| Voorstel nieuwe formatie | Begeleider wonen en leven | B1-B3 | Contractueel | 1,50 |
| Medewerker kinesitherapie / ergotherapie / logo | BV1-BV3 | Contractueel | 1,90 | |
| Medewerker reactivering | B1-B3 | Contractueel | 1,00 |
/
Artikel 1.
De volgende functie te schrappen uit de statutaire personeelsformatie van de gemeente:
| Graadbenaming |
Rang |
Salarisschalen |
vte |
| Coördinator groen |
Cx |
C4-C5 |
1,00 |
| Vakman |
Dv |
D1-D3 |
3,00 |
| Handlanger |
Ev |
E1-E3 |
4,00 |
| Beheerder sportinfrastructuur |
Bv |
B1-B3 |
1,00 |
| Zwembadcoördinator |
Cv |
C1-C3 |
2,00 |
| Redder |
Dv |
D1-D3 |
3,00 |
Art. 2.
De volgende functies te schrappen uit de uitdovende statutaire personeelsformatie van de gemeente:
| Graadbenaming | Rang | Salarisschalen | vte |
| Vakman | Dv | D1-D3 | 1,00 |
Art. 3.
De volgende functie te schrappen uit de contractuele personeelsformatie van de gemeente:
| Graadbenaming | Rang | Salarisschalen | vte |
| Coördinator openbare reinheid en recyclageparken | Cx | C4-C5 | 1,00 |
| Vakman | Dv | D1-D3 | 1,00 |
| Handlanger | Ev | E1-E3 | 2,00 |
| Zwembadcoördinator | Cv | C1-C3 | 2,00 |
| Kassier | Dv | D1-D3 | 1,00 |
| Redder | Dv | D1-D3 | 6,00 |
| Schoonmaakster | Ev | E1-E3 | 2,80 |
| Zwembadtoezichter | Ev | E1-E3 | 4,00 |
Art. 4.
De volgende functie te schrappen uit de uitdovende contractuele personeelsformatie van de gemeente:
| Graadbenaming | Rang | Salarisschalen | vte |
| Schoonmaakster | Ev | E1-E3 | 0,80 |
Art. 5.
De volgende functies toe te voegen aan de contractuele personeelsformatie van de gemeente:
| Graadbenaming |
Rang |
Salarisschalen |
vte |
| Coördinator groen en openbare reinheid |
Cx |
C4-C5 |
1,00 |
Art. 6.
De volgende functie te schrappen uit de contractuele personeelsformatie van het OCMW:
| Graadbenaming |
Rang |
Salarisschalen |
vte |
| Deskundige animatie en reactivatie |
Cv |
B1-B3 |
1,50 |
| Medewerker kinesitherapie of ergotherapie |
|
BV1-BV3 |
1,90 |
Art. 7.
De volgende functies toe te voegen aan de contractuele personeelsformatie van het OCMW:
| Graadbenaming |
Rang |
Salarisschalen |
vte |
| Administratief medewerker |
Cv |
C1-C3 |
0,50 |
| Kok |
Dv |
D1-D3 |
1,00 |
| Medewerker reactivering |
Bv |
B1-B3 |
1,00 |
| Begeleider wonen en leven |
Bv |
B1-B3 |
1,50 |
| Medewerker kinesitherapie / ergotherapie / logo |
|
BV1-BV3 |
1,90 |
De raad voor maatschappelijk welzijn neemt kennis van de goedkeuring door de toezichthoudende overheid van de jaarrekening van de gemeente en het OCMW van Grimbergen over het financiële boekjaar 2020.
Artikel 78, 4° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
Besluit van het managementteam van 25 mei 2021 houdende positief advies bij de jaarrekening.
De raad voor maatschappelijk welzijn heeft op 24 juni 2021 de jaarrekening over het financiële boekjaar 2020 vastgesteld met de volgende saldi:
De jaarrekening werd gepubliceerd op de webtoepassing van het lokaal bestuur. Het lokaal bestuur bracht de toezichthoudende overheid op de hoogte van deze publicatie op 28 juni 2021 en bezorgde de digitale rapportering op 28 juni 2021.
Het Agentschap Binnenlands Bestuur – afdeling Lokale Financiën bezorgde via mailbericht van 20 oktober 2021 enkele technische bemerkingen en aanbevelingen bij jaarrekening 2020 (bijlage). In de mate van het mogelijke werden deze zaken aangepast en zal hiermee voor de toekomst rekening worden gehouden.
Uit het onderzoek door de toezichthoudende overheid bleek alleszins niet dat de jaarrekening onjuist of onvolledig zou zijn of dat geen waar en getrouw beeld geeft van de financiële toestand werd weergegeven. Via het digitaal loket werd daarom op 20 oktober 2021 de melding ontvangen dat de jaarrekening over het financiële boekjaar 2020 van de gemeente en het OCMW van Grimbergen door de toezichthoudende overheid werd goedgekeurd (bijlage).
/
Enig artikel.
Kennis te nemen van de goedkeuring door de toezichthoudende overheid van de jaarrekening van de gemeente en het OCMW van Grimbergen over het financiële boekjaar 2020.
De gemeenteraad gaat akkoord om in de samenwerkingsovereenkomst met vzw Eigen Thuis inzake DAV de gemeente Grimbergen als partij te vervangen door het OCMW van Grimbergen. Voor het overige blijven alle bepalingen van kracht. De aanpassing gaat in op 1 januari 2022.
Artikels 77 en 78 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017.
/
De dienst aangepast vervoer zorgt voor het vervoer van personen met een handicap, hoofdzakelijk rolstoelgebruikers. DAV beschikt over een aantal minibusjes die dagelijks rijden van 7 tot 24 uur.
Op 24 augustus 2006 besliste de gemeenteraad om akkoord te gaan met een samenwerkingsovereenkomst met vzw Eigen Thuis inzake DAV. De gemeente kent een werkingstoelage toe van 0,15 euro per inwoner. Deze overeenkomst werd getekend op 11 september 2006.
Op 6 juni 2016 werd deze door het schepencollege geactualiseerd door de provincie mee op te nemen als subsidiërende overheid.
De provincie zegde de overeenkomst op, zodat de overeenkomst werd aangepast van een driepartijenovereenkomst naar een tweepartijenovereenkomt (DAV en gemeente Grimbergen) , op basis van de beslissing van de gemeenteraad van 26 september 2019.
Gelet op het bovenstaande wordt voorgesteld om in de lopende samenwerkingsovereenkomst, met ingang van 1 januari 2022, de gemeente Grimbergen als partij te vervangen door het OCMW van Grimbergen. Voor het overige blijven alle andere bepalingen van de overeenkomst van kracht.
Als gevolg hiervan moet deze uitgave vanaf 1 januari 2022 worden voorzien in de budgetten van het OCMW.
De gemeenteraad dient de opdracht te geven aan de algemeen directeur en de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn om de aangepaste samenwerkingsovereenkomst te ondertekenen.
Budget: Vastlegging gemaakt voor 5.750 euro/jaar.
Artikel 1.
Akkoord te gaan om in de samenwerkingsovereenkomst met vzw Eigen Thuis inzake DAV, de gemeente Grimbergen als partij te vervangen door het OCMW Grimbergen.
Art. 2.
Akkoord te gaan dat deze aanpassing ingaat vanaf 1 januari 2022, voor het overige blijven alle bepalingen van de huidige samenwerkingsovereenkomst van kracht.
Art. 3.
Deze uitgave vanaf 1 januari 2022 te voorzien in de budgetten van het OCMW.
Art. 4.
De opdracht te geven aan de algemeen directeur en de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn om de aangepaste samenwerkingsovereenkomst, zoals hieronder integraal weergegeven, te ondertekenen.
Samenwerkingsovereenkomst inzake aangepast vervoer
Tussen
Het de gemeente Grimbergen Het OCMW van Grimbergen voor wie optreden Chantal Lauwers, voorzitter raad voor maatschappelijk welzijn en Muriel Van Schel, algemeen directeur, gevestigd te 1853 Grimbergen, Verbeytstraat 30, ondernemingsnummer 0212.214.224, hierna genoemd ‘de inschrijver’;
en
Eigen Thuis vzw , vertegenwoordigd door mevrouw Katty Stas, directeur, met maatschappelijke zetel te 1850 Grimbergen, Schildpadstraat 30, ondernemingsnummer 0 414 950 162, hierna genoemd ‘de dienstverlener’; wordt overeengekomen wat volgt :
Artikel 1 – Voorwerp van de overeenkomst
De overeenkomst heeft betrekking op de organisatie van aangepast vervoer voor mensen die omwille van een beperking ernstige mobiliteitsproblemen hebben, in het bijzonder rolstoelgebruikers die afhankelijk zijn van aangepast vervoer en stappers die geen alternatief hebben. Het betreft vraagafhankelijk vervoer van gang tot gang, 7 dagen op 7, volgens de regels zoals omschreven in de gebruikersbrochure.
Artikel 2 – Doel van de samenwerking
De samenwerking heeft tot doel het aanbod van aangepast vervoer voor inwoners van Vlaams-Brabant te optimaliseren. Alle partijen beseffen dat een samenwerking op financieel en logistiek vlak noodzakelijk is voor de uitbouw van een cliëntgericht en financieel haalbaar aangepast vervoer voor mensen met een beperking. De samenwerking moet een daadwerkelijke meerwaarde bieden en erop gericht zijn de kansen van mensen met een beperking te vergroten door hen meer mobiliteit te geven. De partijen willen hiermee een bijdrage leveren aan het creëren van een aanbod voor personen met een mobiliteitsbeperking binnen het vervoer op maat binnen de basisbereikbaarheid.
Artikel 3 – Verbintenissen van de dienstverlener
Artikel 3.1 - Operationalisering
§1. De dienstverlener organiseert en coördineert het aangepast vervoer voor mensen met een beperking in de regio van de inschrijver. De dienstverlener zet hiervoor de nodige mensen en middelen in.
§2. De dienstverlener verbindt zich ertoe alle individuele aanvragen voor rolstoelvervoer die minstens 7 dagen vooraf gesteld worden, te zullen aannemen, behalve in geval van onvoorziene onderbezetting van chauffeurs of onvoldoende beschikbare voertuigen
§3. De dienstverlener verbindt zich ertoe alle individuele aanvragen voor vast rolstoelvervoer (met dagelijkse, wekelijkse, … frequentie) die minstens 7 dagen voor het begin van de maand worden gesteld, te zullen aannemen voor de daaropvolgende maand, behalve in geval van onvoorziene onderbezetting van chauffeurs of onvoldoende beschikbare voertuigen.
Artikel 3.2 - Voertuigen
§1. De dienstverlener zet aangepaste voertuigen in voor het vervoer van rolstoelgebruikers in hun rolstoel. Die voertuigen voldoen aan de veiligheidsvoorschriften.
§2. De voertuigen hebben strategisch gelegen standplaatsen van waaruit zij opereren. De inschrijver kan niet eisen dat het voertuig op zijn grondgebied gestationeerd wordt. De dienstverlener kan in functie van een optimale dienstverlening de standplaatsen te allen tijde wijzigen.
Artikel 3.3 - Personeel
§1. De aangeboden dienstverlening is sterk afhankelijk van de beschikbaarheid van vrijwilligers en medewerkers die in toepassing van art. 60, §7 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn (OCMW-wet) ter beschikking worden gesteld.
§2. De inschrijver draagt hieraan bij door personeel in toepassing van voormeld art. 60, §7 van de OCMW-wet, als chauffeur ter beschikking te stellen van de dienstverlener. De dienstverlener stelt voor de chauffeursfunctie een functiebeschrijving en gewenst profiel op, en stelt dit ter beschikking van de inschrijver, zodat deze gericht kandidaat-chauffeurs kan voorstellen aan de dienstverlener.
§3. Bij onderbrekingen in de beschikbaarheid van vrijwilligers en medewerkers die in toepassing van art. 60, §7 van de OCMW-wet ter beschikking kunnen worden gesteld, kan de dienstverlener de continuïteit van de dienstverlening niet optimaal verzekeren.
Artikel 3.4 – Werkwijze bij toewijzing en uitvoering van ritten
§1. De afspraken betreft de vervoersgarantie gelden ongeacht of de vervoersvraag via de gebruiker komt of de MAV.
§2. Dispatching en coördinatie worden gecentraliseerd in de DAV-standplaats van de dienstverlener.
De dispatching organiseert en coördineert alle aangevraagde ritten. De dispatching onderneemt ook alle stappen die nodig zijn om een vervoersaanvraag vlot te laten verlopen.
Artikel 3.5 - Prijs van het vervoer
§1. Het vervoer gebeurt binnen de voorwaarden die aan de gebruikers worden bekendgemaakt via de bijgevoegde gebruikersbrochure.
§2. De in de bijgevoegde tariferingstabel vermelde prijzen gelden tot de start van het decreet basisbereikbaarheid en zijn gekoppeld aan het decreet van 21 december 2012 tot compensatie van de openbaredienstverplichting tot het vervoer van personen met een handicap of een ernstig beperkte mobiliteit.
Een gewijzigd prijzenbeleid in het kader van het decreet basisbereikbaarheid is afhankelijk van de beslissingen van de vervoersregioraad.
§3. Inwoners van gemeenten die een samenwerkingsovereenkomst hebben gesloten met de dienstverlener krijgen een korting van € 0,10 per kilometer en dit vanaf de eerste kilometer. Deze korting wordt weergegeven op de facturen aan de gebruiker als ‘korting gemeente’.
§4. Voor het (groeps-)vervoer van rolstoelgebruikers naar uitzonderlijke evenementen, feesten e.d., georganiseerd door de inschrijver, kunnen er in onderling overleg ook busjes gereserveerd worden (maximaal 2 busjes per groep). Als het om ‘vast’ (groeps-)vervoer gaat (met ‘vast’ wordt bedoeld wekelijks, tweewekelijks, maandelijks, …), moet de mogelijkheid tot het reserveren van dergelijke busjes per vraag bekeken worden.
Artikel 3.6 – Afbakening dienstverlening
§1. De dienstverlening verloopt volgens de wettelijke regelingen van de verschillende vervoersdiensten en rekening houdend met de beschikbaarheid van middelen en mankracht.
§2. De inschrijver is er zich van bewust dat omwille van capaciteitsbeperkingen mogelijks niet alle vervoersaanvragen kunnen worden opgelost.
§3. Indien de dienstverlener zelf geen oplossing kan aanbieden voor de vervoersvraag, engageert hij zich om de klant door te verwijzen naar de MAV.
Artikel 4 – Verbintenissen van de inschrijver
Artikel 4.1 – Financiering door de inschrijver
§1. De inschrijver verbindt zich ertoe € 0,15 per inwoner per jaar te betalen aan de dienstverlener voor de organisatie van aangepast vervoer op zijn grondgebied.
§2. De subsidies worden uitbetaald volgens de bepalingen van de gemeentelijke of OCMW-reglementering.
Artikel 4.2 – Verantwoordingsprocedure
§1. Met toepassing van de wet van 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en de aanwending van sommige toelagen, wordt de in §2 en §3 vermelde regeling opgelegd.
§2. Ongeacht het toegekende subsidiebedrag:
1° wordt de subsidie aangewend voor het doel waarvoor ze werd toegekend;
2° worden volgende bewijsstukken bezorgd aan de inschrijver:
samenwerkende gemeente(n) en het aantal gereden beladen kilometers;
§3. Alle bewijsstukken moeten uiterlijk op 30 april van het jaar volgend op het jaar van toekenning van de subsidie ingediend worden bij de inschrijver.
Artikel 4.3 - Optionele vormen van ondersteuning door de inschrijver
De inschrijver verbindt zich ertoe personeel ter beschikking te stellen van de dienstverlener met toepassing van art. 60, §7 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn (OCMW-wet).
Artikel 5 - Bekendmaking aanbod
§1. Alle partijen verbinden zich ertoe alle medewerking te verlenen in de bekendmaking van het aanbod, zowel op regionaal als op provinciaal vlak.
§2. Logo’s van de inschrijver mogen in overleg worden gebruikt in folders, publicaties of op de website van de dienstverlener.
§3. De inschrijver maakt het aanbod bekend via folders, publicaties of website van de stad of gemeente.
§4. De dienstverlener stelt geactualiseerde folders, publicaties en informatie ter beschikking van de inschrijver.
§5. Alle partijen werken te allen tijde mee aan het informeren van de (potentiële) gebruikers van de dienstverlening.
Artikel 6 - Overleg
§1. Voor het welslagen van deze samenwerking en met het oog op een optimale dienstverlening, wordt tussen de partijen op structurele en constructieve wijze overleg gepleegd.
§2. Elke partij voorziet een vaste contactpersoon met kennis van het dossier voor dit overleg. Voor de gemeente is dit mevrouw Sophie Vrijdags, voor Eigen Thuis – DAV Halle-Vilvoorde is dit Katty Stas – 02/269 60 06 – katty.stas@eigenthuis.be
§3. Dit overleg vindt tijdens de duur van de overeenkomst jaarlijks minstens één keer plaats.
§4. Op initiatief van één van de partijen kan er een overleg worden georganiseerd.
§5. Conflicten worden in wederzijds overleg opgelost, zo niet wenden partijen zich tot de ter zake bevoegde rechtbank (overeenkomstig het Gerechtelijk Wetboek).
Artikel 7 - Algemeen
§1. Alle voornoemde afspraken zijn onderhevig aan voorschriften en reglementeringen vanwege hogere overheden of subsidiërende instanties.
§2. Alle partijen zijn ook gehouden aan het wederzijds informeren indien er veranderingen in reglementering of voorschriften van de hogere overheden in het vooruitzicht zijn of zich voordoen.
§3. Alle beslissingen of beleidskeuzen vanwege de hogere overheid worden onder de partijen meegedeeld.
Artikel 8 – Duur van de overeenkomst
§1. Deze overeenkomst treedt in werking op 1/1/2022 en wordt op 31 december van elk jaar automatisch verlengd voor een periode van één jaar.
§2. De overeenkomst wordt beëindigd wanneer een hogere overheid beslist om in functie van de basisbereikbaarheid de subsidies voor het aangepast vervoer voor personen met een mobiliteitsbeperking te verminderen of af te schaffen waardoor de dienstverlener gedwongen wordt maatregelen te nemen voor het verminderen van haar activiteit en van kosten, tenzij de inschrijver bereid is de bijkomende kosten te haren laste te nemen.
§3. Elke contracterende partij kan deze overeenkomst eenzijdig beëindigen per aangetekende brief, zonder schadevergoeding, doch mits inachtneming van een opzegtermijn van vier maanden.
Opgemaakt in 2 exemplaren, waarvan elke contracterende partij erkent één door alle partijen ondertekend exemplaar te hebben ontvangen, te Grimbergen op ...............
Voor Grimbergen, Voor Eigen Thuis vzw,
Chantal LAUWERS Muriel VAN SCHEL Katty STAS
Voorzitter raad voor maatschappelijk welzijn Algemeen directeur Directeur Eigen Thuis vzw
|
|
Rolstoelgebruikers |
stappers |
| Instapgeld |
€ 2 |
€ 2 |
| Van 1- 25 km |
€ 0,50/km |
€ 0,66/km |
| Van 25 – 50 km |
€ 0,50/km |
€ 0,91/km |
| Vanaf 51ste km |
€ 1,5/km |
€ 0,91/km |
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de procedure en de opportuniteitscriteria voor vergunningsaanvragen kinderopvang en het sjabloon opportuniteitsadvies goed.
Deze procedure en de criteria worden uiterlijk op 1 januari 2022 gepubliceerd op de website.
Artikels 2, §1 en 84, §3 Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (DLB).
Het lokaal bestuur heeft een aantal belangrijke opdrachten in het kader van kinderopvang.
Doel: een bijdrage leveren zodat er binnen de gemeente voldoende betaalbare, kwaliteitsvolle en toegankelijke kinderopvang is.
In het kader van een uitbreidingsronde kinderopvang: de Vlaamse Regering kan beslissen om voor kinderopvang van baby’s en peuters bijkomende middelen vrij te maken. In de kinderopvang van baby’s en peuters gaat het dan over een uitbreiding van de subsidie voor inkomenstarief en/of de plussubsidie. Dit noemen we een ‘uitbreidingsronde in de kinderopvang’. Wanneer dit het geval is, lanceert het Agentschap Opgroeien een oproep. Organisatoren kinderopvang kunnen hierop intekenen en een aanvraag om de subsidie te krijgen indienen. Het Agentschap Opgroeien kan bij zo’n uitbreidingsronde aan elk lokaal bestuur vragen om een advies te formuleren over de aanvragen binnen de gemeente.
In het kader van een vergunningsaanvraag: wanneer een organisator wil starten met kinderopvang of uitbreiden met een aanzienlijk aantal plaatsen kinderopvang moet hij hiervoor een vergunningsaanvraag indienen. Een belangrijke voorwaarde om vergund te worden is het advies bij het lokaal bestuur inwinnen.
De Vlaamse regering wijzigde op 29 januari 2021 definitief een aantal besluiten rond kinderopvang. Hierin wordt (onder meer) de adviesrol van het lokaal bestuur bij vergunningsaanvragen versterkt.
Meer bepaald:
a. moet elke organisator vanaf 1 januari 2022 een opportuniteitsadvies aanvragen bij het lokaal bestuur voor:
de opstart van een groepsopvang (niet voor gezinsopvang)
de verhuis van een bestaande locatie binnen de gemeente
een aanzienlijke uitbreiding (meer dan 8 plaatsen) van een locatie
b. zal het lokaal bestuur als antwoord op de adviesvraag, een advies geven over de opportuniteit van de opvang
c. moet de organisator dit advies bij zijn vergunningsaanvraag (gericht naar het Agentschap Opgroeien) toevoegen en ook aangeven hoe hij met opmerkingen in het advies van het lokaal bestuur zal omgaan.
In de zitting van 4 oktober 2021 nam het vast bureau kennis van en verklaarde zich akkoord met het ontwerp van de procedure en opportuniteitscriteria inzake vergunningsaanvragen voor kinderopvang. Tevens verklaarde het vast bureau zich akkoord om deze procedure en opportuniteitscriteria ter advies voor te leggen aan het lokaal overleg kinderopvang van 5 oktober 2021.
De procedure, de opportuniteitscriteria en het sjabloon opportuniteitsadvies voor vergunningsaanvragen kinderopvang werden, zoals vastgesteld, ter advies op de vergadering van het lokaal overleg kinderopvang van 5 oktober 2021 geagendeerd en besproken.
Rekeninghoudend met de bedenkingen van het LOK, werd een bijkomend advies gevraagd aan het Agentschap Opgroeien.
Dit advies werd door het Agentschap Opgroeien per e-mail van 7 oktober 2021 geformuleerd.
Op basis van de beide adviezen werden de definitieve procedure en de opportuniteitscriteria voor vergunningsaanvragen kinderopvang en het sjabloon opportuniteitsadvies opgesteld.
In de zitting van 18 oktober 2021 nam het vast bureau kennis van en verklaarde zich principieel akkoord met de procedure en de opportuniteitscriteria voor vergunningsaanvragen kinderopvang zoals hieronder uitgeschreven en het sjabloon opportuniteitsadvies (BIJLAGE_1):
1. Procedure
a. Indiening en ontvankelijkheidsonderzoek:
De aanvraag voor een opportuniteitsadvies wordt per e-mail aan het Lokaal Loket Kinderopvang (loketkinderopvang@grimbergen.be) bezorgd.
De aanvrager ontvangt per e-mail een ontvangstbevestiging. Indien de aanvrager geen ontvangstbevestiging heeft ontvangen, neemt deze telefonisch contact op met het Sociaal Huis 02 267 15 05.
De aanvraag wordt ontvankelijk verklaard indien het de volgende gegevens bevat:
De beslissing m.b.t. de ontvankelijkheid wordt gemaild naar de organisator.
Bij onontvankelijkheid is er een termijn van 8 dagen voor de organisator om per e-mail de ontbrekende stukken te bezorgen.
b. Afleveren van een advies:
De ontvankelijke aanvragen worden onderzocht door het lokaal bestuur, op basis van alle opportuniteitscriteria.
Het lokaal bestuur bezorgt het advies binnen 30 dagen na de adviesaanvraag per e-mail aan de organisator.
In deze e-mail wordt vermeld dat de organisator binnen de 30 dagen (ook per e-mail) opmerkingen kan formuleren over het uitgebracht advies.
Alle afgeleverde adviezen worden na het verstrijken van de termijn van 30 dagen voorgelegd aan het Vast Bureau voor kennisname.
Indien een organisator opmerkingen formuleerde bij een advies, levert het vast bureau, rekening houdende met de opmerkingen, een definitief advies af.
Dit wordt binnen de 30 dagen na indiening van de opmerkingen per e-mail bezorgd aan de organisator.
2. Opportuniteitscriteria:
>>>> De procedure en criteria moeten voor iedereen publiek raadpleegbaar zijn en dus gepubliceerd worden op de website van de gemeente.
Aan de raad voor maatschappelijk welzijn wordt voorgesteld om de procedure en de opportuniteitscriteria voor vergunningsaanvragen kinderopvang zoals uitgeschreven en het sjabloon opportuniteitsadvies, toegevoegd als BIJLAGE_1, goed te keuren.
Raadslid Isabel GAISBAUER krijgt het woord en vindt het een vreemd idee dat er criteria opgesteld worden, terwijl er een tekort is aan kinderopvang. Ze vraagt de schepen of er nog acties komen om in te zetten op meer kinderopvangplaatsen. Ook hoort ze graag hoe de verdeling is binnen de gemeente.
Schepen Jean-Paul WINDELEN antwoordt dat de criteria laagdrempelig zijn, zodat de meeste aanbieders eraan kunnen voldoen. Mocht er ooit een overschot aan kinderopvang zijn, wordt met deze criteria bescherming geboden aan bestaande kinderdagverblijven. In Strombeek heeft men de grootste nood aan kinderopvang. Daar zou de gemeente graag extra plaatsen creëren. Hij zal de cijfers over de verdeling binnen de gemeente bezorgen.
Raadslid Trui OLBRECHTS krijgt het woord en merkt op dat al jarenlang bekend is dat er meer energie gestoken moet worden in het realiseren van kinderopvangplaatsen.
Enig artikel.
De procedure en de opportuniteitscriteria voor vergunningsaanvragen kinderopvang zoals hieronder uitgeschreven en het sjabloon opportuniteitsadvies (BIJLAGE_1) goed te keuren:
1. Procedure
a. Indiening en ontvankelijkheidsonderzoek:
De aanvraag voor een opportuniteitsadvies wordt per e-mail aan het Lokaal Loket Kinderopvang (loketkinderopvang@grimbergen.be) bezorgd.
De aanvrager ontvangt per e-mail een ontvangstbevestiging. Indien de aanvrager geen ontvangstbevestiging heeft ontvangen, neemt deze telefonisch contact op met het Sociaal Huis 02 267 15 05.
De aanvraag wordt ontvankelijk verklaard indien het de volgende gegevens bevat:
De beslissing mbt de ontvankelijkheid wordt gemaild naar de organisator.
Bij onontvankelijkheid is er een termijn van 8 dagen voor de organisator om per e-mail de ontbrekende stukken te bezorgen.
b. Afleveren van een advies:
De ontvankelijke aanvragen worden onderzocht door het lokaal bestuur, op basis van alle opportuniteitscriteria.
Het lokaal bestuur bezorgt het advies binnen 30 dagen na de adviesaanvraag per e-mail aan de organisator.
In deze e-mail wordt vermeld dat de organisator binnen de 30 dagen (ook per e-mail) opmerkingen kan formuleren over het uitgebracht advies.
Alle afgeleverde adviezen worden na het verstrijken van de termijn van 30 dagen voorgelegd aan het Vast Bureau voor kennisname.
Indien een organisator opmerkingen formuleerde bij een advies, levert het vast bureau, rekening houdende met de opmerkingen, een definitief advies af.
Dit wordt binnen de 30 dagen na indiening van de opmerkingen per e-mail bezorgd aan de organisator.
2. Opportuniteitscriteria:
>>>> De procedure en criteria moeten voor iedereen publiek raadpleegbaar zijn en dus gepubliceerd worden op de website van de gemeente.
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de ontwerpakte houdende vestiging van erfpacht op het perceel kadastraal gekend als 6de afdeling - sectie B - nr. 501a goed.
Artikels 78 en 84 van het decreet lokaal bestuur (DLB).
/
De raad voor maatschappelijk welzijn heeft zich op 26 augustus 2021 akkoord verklaard met de minnelijke erfpachtovereenkomst ten voordele van Sibelgas op het perceel kadastraal gekend als 6de afdeling - sectie B - nr. 501a langs de Dokter Carlierstraat.
De minnelijke erfpachtovereenkomst werd ondertekend op 10 september 2021.
Notariskantoor Toon BIESEMAN heeft op 11 oktober 2021 de ontwerpakte houdende vestiging van erfpacht op het perceel kadastraal gekend als 6de afdeling - sectie B - nr. 501a.
Het vast bureau heeft zich op 8 november 2021 principieel akkoord verklaard met de ontwerpakte zoals voorgelegd in zitting van heden.
/
/
Artikel 1.
De notariële ontwerpakte houdende vestiging van erfpacht op het perceel kadastraal gekend als 6de afdeling - sectie B - nr. 501a langs de Dokter Carlierstraat, zoals voorgelegd in zitting van heden, goed te keuren.
Art. 2.
De algemeen directeur en de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn (of hun gemachtigde vervangers) aan te duiden voor de ondertekening van notariële akte.
De raad voor maatschappelijk welzijn nam kennis van de mondelinge vragen door de raadsleden op de zitting gesteld en verwijst voor de inhoud ervan naar het zittingsverslag, oftewel de audio-opname, te vinden op de gemeentelijke website.
De raad voor maatschappelijk welzijn beschikt over de volheid van bevoegdheid voor de aangelegenheden die aan het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn door of krachtens de wet of het decreet zijn toevertrouwd.
De raad voor maatschappelijk welzijn bepaalt het beleid van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn en kan daarvoor algemene regels vaststellen.
De raad voor maatschappelijk welzijn stelt de reglementen van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn vast. Die kunnen betrekking hebben op het beleid van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn en op het inwendige bestuur ervan.
De raad voor maatschappelijk welzijn kan bij reglement zijn bevoegdheden overdragen aan het vast bureau.
De volgende bevoegdheden kunnen niet aan het vast bureau worden toevertrouwd:
1° de bevoegdheden die aan de raad voor maatschappelijk welzijn zijn toegewezen, vermeld in afdeling 1 en 2 van dit hoofdstuk, en de bevoegdheid tot overdracht, vermeld in het eerste lid.
Artikel 18 tot en met 39, met uitzondering van artikel 29, § 1 en § 5, artikel 36, 37 en 38, eerste lid, 7°, zijn van toepassing op de raad voor maatschappelijk welzijn, met dien verstande dat in die bepalingen de volgende woorden worden gelezen als volgt:
1° "de gemeente" als "het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn";
2° "gemeenteraad" als "raad voor maatschappelijk welzijn";
3° "gemeenteraadslid" als "lid van de raad voor maatschappelijk welzijn";
4° "gemeenteraadsleden" als "leden van de raad voor maatschappelijk welzijn";
5° "college van burgemeester en schepenen" als "vast bureau";
6° "burgemeester" als "voorzitter van het vast bureau";
7° "schepen" als "lid van het vast bureau";
8° "gemeentelijke bestuursorganen" als "bestuursorganen van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn";
9° "een gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap" als "de verenigingen of vennootschappen, vermeld in deel 3, titel 4";
10° "artikel 16" als "artikel 71 juncto artikel 16";
11° "artikel 50, vijfde lid" als "artikel 83, vijfde lid".
De gemeenteraadsleden hebben het recht aan de burgemeester en aan het college van burgemeester en schepenen mondelinge en schriftelijke vragen te stellen.
Voor het stellen van een vraag als vermeld in het eerste lid, is geen toegelicht voorstel van beslissing vereist.
(...)
De zittingsverslagen van de vergaderingen van de gemeenteraad vermelden, in chronologische volgorde, alle besproken onderwerpen, de essentie van de tussenkomsten en van de mondeling en schriftelijk gestelde vragen en antwoorden. De gemeenteraad kan beslissen om het zittingsverslag te vervangen door een audio- of audiovisuele opname van de openbare zitting van de gemeenteraad.
Als de gemeenteraad een aangelegenheid overeenkomstig artikel 28 in besloten vergadering behandelt, vermelden de notulen alleen de beslissingen en wordt er geen zittingsverslag opgesteld.
De bepalingen, vermeld in het eerste tot en met het derde lid, zijn van toepassing op het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, met dien verstande dat "gemeenteraad" wordt gelezen als "raad voor maatschappelijk welzijn".
/
Raadslid Gerlant VAN BERLAER vraagt of de derde vaccinatieronde vlot verloopt en of men enig idee heeft van de besmettingsgraad in Grimbergen. Hij merkt op dat het Europese Geneesmiddelen Agentschap het Pfizervaccin heeft goedgekeurd voor kinderen vanaf vijf jaar. Hij adviseert de vaccinatiecentra om de vaccinatie van de groep 5- tot 11-jarigen alvast te gaan voorbereiden.
Raadslid Isabel GAISBAUER merkt op dat het gelukt is om het sociaal tarief voor naschoolse kinderopvang met terugwerkende kracht toe te passen.
Raadslid Kirsten HOEFS:
/
Enig artikel.
Kennis te nemen van de mondelinge vragen door de raadsleden ter zitting gesteld en voor de inhoud ervan te verwijzen naar het zittingsverslag, zijnde de audio-opname, te vinden op de gemeentelijke website.
De voorzitter sluit de zitting op 26/11/2021 om 02:26.
Namens RAAD VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN,
Muriel VAN SCHEL
algemeen directeur
Chantal LAUWERS
voorzitter raad voor maatschappelijk welzijn