De voorzitter opent de zitting op 30/03/2023 om 18:40.
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de notulen van de vergadering van 2 maart 2023 goed.
Artikel 78 Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (DLB):
De raad voor maatschappelijk welzijn kan bij reglement zijn bevoegdheden overdragen aan het vast bureau.
De volgende bevoegdheden kunnen niet aan het vast bureau worden toevertrouwd:
1° de bevoegdheden die aan de raad voor maatschappelijk welzijn zijn toegewezen, vermeld in afdeling 1 en 2 van dit hoofdstuk, en de bevoegdheid tot overdracht, vermeld in het eerste lid.
Artikel 18 tot en met 39, met uitzondering van artikel 29, § 1 en § 5, artikel 36, 37 en 38, eerste lid, 7°, zijn van toepassing op de raad voor maatschappelijk welzijn, met dien verstande dat in die bepalingen de volgende woorden worden gelezen als volgt:
2° "gemeenteraad" als "raad voor maatschappelijk welzijn".
De voorzitter van de gemeenteraad beslist tot bijeenroeping van de gemeenteraad en stelt de agenda van de vergadering op. De agenda bevat in ieder geval de punten die door het college van burgemeester en schepenen aan de voorzitter worden meegedeeld.De voorzitter is verplicht de gemeenteraad bijeen te roepen op verzoek van een derde van de zittinghebbende leden of van het college van burgemeester en schepenen.
De voorzitter is ook verplicht de gemeenteraad bijeen te roepen op verzoek van een vijfde van de zittinghebbende leden als zes weken na de datum van de vorige gemeenteraad de gemeenteraadsleden nog niet bijeengeroepen zijn. De periode van zes weken wordt geschorst van 11 juli tot en met 15 augustus.
Bij een verplichte bijeenroeping als vermeld in het tweede en het derde lid roept de voorzitter de gemeenteraad bijeen op de aangewezen dag en het aangewezen uur en met de voorgestelde agenda. Daarvoor bezorgen de gemeenteraadsleden en het college van burgemeester en schepenen voor elk punt op de agenda hun voorstel van beslissing met een toelichting aan de algemeen directeur, die de voorstellen bezorgt aan de voorzitter van de gemeenteraad.
De algemeen directeur woont de vergaderingen van de gemeenteraad bij en is verantwoordelijk voor het opstellen en het bewaren van de notulen en het zittingsverslag ervan.
De notulen en het zittingsverslag van de gemeenteraad worden, na goedkeuring, ondertekend door de voorzitter van de gemeenteraad en de algemeen directeur.
De bepalingen, vermeld in het eerste en tweede lid, zijn van toepassing op het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, met dien verstande dat "gemeenteraad" wordt gelezen als "raad voor maatschappelijk welzijn".
De notulen van de vergaderingen van de gemeenteraad vermelden, in chronologische volgorde, alle besproken onderwerpen, alsook het gevolg dat is gegeven aan de punten waarover de gemeenteraad geen beslissing heeft genomen. Ze maken melding van alle beslissingen en het resultaat van de stemmingen. Behalve bij geheime stemming, vermelden de notulen hoe elk lid gestemd heeft. Van die laatste verplichting kan worden afgeweken voor beslissingen die genomen zijn met unanimiteit.
De zittingsverslagen van de vergaderingen van de gemeenteraad vermelden, in chronologische volgorde, alle besproken onderwerpen, de essentie van de tussenkomsten en van de mondeling en schriftelijk gestelde vragen en antwoorden. De gemeenteraad kan beslissen om het zittingsverslag te vervangen door een audio- of audiovisuele opname van de openbare zitting van de gemeenteraad.
Als de gemeenteraad een aangelegenheid overeenkomstig artikel 28 in besloten vergadering behandelt, vermelden de notulen alleen de beslissingen en wordt er geen zittingsverslag opgesteld.
De bepalingen, vermeld in het eerste tot en met het derde lid, zijn van toepassing op het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, met dien verstande dat "gemeenteraad" wordt gelezen als "raad voor maatschappelijk welzijn".
/
/
/
Enig artikel.
De notulen van de vergadering van 2 maart 2023 goed te keuren.
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de aangepaste tekst van de deontologische code van mandatarissen, rekening houdend met de wijzigingen aan het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, goed.
Artikel 78 decreet lokaal bestuur 22 december 2017 (DLB).
ALGEMEEN:
Artikel 39 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB):
Artikel 18 tot en met 39, met uitzondering van artikel 29, § 1 en § 5, artikel 36, 37 en 38, eerste lid, 7°, zijn van toepassing op de raad voor maatschappelijk welzijn, met dien verstande dat in die bepalingen de volgende woorden worden gelezen als volgt:
1° "de gemeente" als "het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn";
2° "gemeenteraad" als "raad voor maatschappelijk welzijn";
3° "gemeenteraadslid" als "lid van de raad voor maatschappelijk welzijn";
4° "gemeenteraadsleden" als "leden van de raad voor maatschappelijk welzijn";
5° "college van burgemeester en schepenen" als "vast bureau";
6° "burgemeester" als "voorzitter van het vast bureau";
7° "schepen" als "lid van het vast bureau";
8° "gemeentelijke bestuursorganen" als "bestuursorganen van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn";
9° "een gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap" als "de verenigingen of vennootschappen, vermeld in deel 3, titel 4";
10° "artikel 16" als "artikel 71 juncto artikel 16";
11° "artikel 50, vijfde lid" als "artikel 83, vijfde lid".
Artikel 112 DLB:
Het bijzonder comité voor de sociale dienst kan echter zelf een deontologische code aannemen die minstens de deontologische code, zoals aangenomen door de raad voor maatschappelijk welzijn, omvat
Het bijzonder comité voor de sociale dienst heeft dezelfde deontologische code als die welke is aangenomen voor de raad voor maatschappelijk welzijn.
SPECIFIEK:
Besluit van de gemeenteraad van 27 november 2014 inzake "Vaststelling deontologische code mandatarissen".
Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 13 februari 2023 inzake “Decreet rond het verplichten van een deontologische commissie in alle besturen”. (DOSSIERSTUK)
Besluit van het vast bureau van 20 februari 2023 inzake "Oprichten deontologische commissie die toeziet op de verantwoordelijke invulling van de lokale politieke mandaten - Aanpassen deontologische code in functie van de nieuwe wetgeving - Kennisname en principiële goedkeuring". (DOSSIERSTUK)
/
Het vast bureau nam in zitting van 13 februari 2023 kennis dat:
1) dat alle steden en gemeenten in Vlaanderen vanaf maart 2023 verplicht zullen zijn om een deontologische commissie op te richten, die toeziet op de verantwoordelijke invulling van de lokale politieke mandaten.
De deontologische commissie van de gemeenteraad is bevoegd voor:
de gemeenteraad,
de voorzitter van de gemeenteraad en
de leden van het college van burgemeester en schepenen
De deontologische commissie van de raad voor maatschappelijk welzijn is bevoegd voor:
de raad voor maatschappelijk welzijn,
de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn,
de leden van het vast bureau,
de leden van het BCSD en
de voorzitter van het BCSD.
2) de deontologische code de bevoegdheid van de deontologische commissie regelt.
De commissie gaat na over welke mandataris er een melding gemaakt wordt en in welke hoedanigheid.
Als de deontologische commissie een onderzoek naar een inbreuk op de deontologische code afrondt, brengt ze de gemeenteraad of de raad voor maatschappelijk welzijn op de hoogte van dat onderzoek en van haar advies of uitspraak. De deontologische commissie kan geen tuchtmaatregelen of blaam opleggen.
Het vast bureau gaf de opdracht aan de dienst PAO om de nodige voorstellen tot aanpassing van de actuele documenten voor te leggen aan het college van burgemeester en schepenen alsook het vast bureau, zodat het bestuur zich in regel kan stellen met de nieuwe regelgeving.
De aanpassingen, rekening houdend met het voorstel van minister SOMERS en de gewijzigde regelgeving, werden hieronder in het geel aangeduid. Verwijzingen naar het gemeentedecreet werden geschrapt en vervangen door de nieuwe bepalingen van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (DLB).
Voorstel van aangepaste deontologische code - principieel goedgekeurd in zitting van het vast bureau van 20 februari 2023:
De volgende deontologische code aan te nemen voor de gemeenteraadsleden, de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn, de leden van het college van burgemeester en schepenen, de leden van het vast bureau en de leden van het bijzonder comité voor de sociale dienst van Grimbergen:
Op het niveau van dienstverlening aan de bevolking bepaalt het gedrag van politiek mandatarissen niet enkel de integriteit van de mandataris zelf, maar ook de integriteit van de hele organisatie. Op het interne niveau vervullen mandatarissen een voorbeeldfunctie voor de organisatie door de manier waarop ze zich gedragen ten opzichte van elkaar en van de ambtenaren.
De afbakening tussen de opdrachten van de ambtenaren en deze van de mandatarissen moeten duidelijk zijn vooraleer een deontologische code kan toegepast worden.
Uitgaande van de bestaansreden van de politiek, hebben de mandatarissen de plicht om beslissingen te nemen over de richting waarin de lokale samenleving moet evolueren, over de fundamentele vraagstukken van de maatschappij.
De hoofdopdracht van een mandataris is als volgt samen te vatten:
besturen op hoofdlijnen: visie ontwikkelen en strategische keuzes maken ten behoeve van het algemeen belang;
controletaak op het ambtelijk en bestuurlijk functioneren;
signaalfunctie: door permanente contacten met de bevolking op de hoogte blijven van belangrijke maatschappelijke problemen waarvoor een overheidsoptreden noodzakelijk is.
De correcte naleving van deze deontologische code moet er ook toe bijdragen dat bij de bevolking het besef van de draagwijdte en beperkingen van het mandaat van de verkozenen ontstaat, waardoor geen vragen naar ontoelaatbare tussenkomsten worden gesteld. Tegelijkertijd kan een deontologische code geen belemmering zijn voor het uitdragen en communiceren over de werking, de taak of het mandaat die een verkozene uitoefent.
Mandatarissen moeten er zich steeds van bewust zijn dat zij voor de gemeenschap werken en verantwoordelijk zijn voor de besteding van gemeenschapsgeld. Zij aanvaarden dat een goede democratische controle noodzakelijk is en zijn daarom steeds bereid verantwoording af te leggen voor hun bestuurlijke daden.
In al hun contacten, intern en extern, handelen mandatarissen volgens de normen van ‘bestuurlijke integriteit’, gekenmerkt door begrippen als rechtschapenheid, onkreukbaarheid, zorgvuldigheid, zuiverheid van oogmerk, betrouwbaarheid, geloofwaardigheid, loyaliteit, objectiviteit en rechtvaardigheid. Daarbij dient rekening gehouden te worden met de eigenheid van elk mandaat of dossier.
Deze deontologische code biedt een sterke houvast aan de mandatarissen om hun functie correct, efficiënt en aangenaam te vervullen.
Naast de wettelijke reglementering heeft deze deontologische code tot doel om houvast te bieden en anticiperend te kunnen optreden.
§ 1. Deze deontologische code omvat het geheel van beginselen, gedragsregels, richtlijnen en principes, die voor de lokale mandatarissen als leidraad dienen bij de uitoefening van hun mandaat en bij de dienstverlenende activiteiten ten behoeve van de bevolking.
§ 2. Deze deontologische code is een interne regeling in aanvulling op de wettelijk vastgestelde regels. Mandatarissen zijn aanspreekbaar op de naleving van deze code.
Deze code is van toepassing voor de lokale mandatarissen:
de burgemeester;
de schepenen;
de voorzitter van de gemeenteraad;
de gemeenteraadsleden;
de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn;
de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn;
de voorzitter van het OCMW in de hoedanigheid van lid van het schepencollege;
de voorzitter van het vast bureau;
de leden van het vast bureau;
de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst;
de leden van het bijzonder comité voor de sociale dienst.
§ 1. Wanneer in deze code de begrippen ‘burger’ en ‘bevolking’ zijn vermeld, worden hier niet alleen personen mee bedoeld, maar ook groepen, verenigingen, bedrijven en andere organisaties.
§ 2. Met ‘bestuur’ wordt het gemeentebestuur bedoeld en met ‘overheid’ worden ook andere overheidsinstellingen en –diensten bedoeld.
Met respect voor ieders politieke overtuiging geven de mandatarissen bij hun optreden binnen en buiten de gemeentelijke context en in hun contacten met de bevolking, voorrang aan het zoeken naar het algemeen belang zoals gedefinieerd in artikel 2 van het gemeentedecreet artikel 2, §1 Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (DLB):
“De gemeenten beogen om op het lokale niveau bij te dragen tot het welzijn van de burgers en tot de duurzame ontwikkeling van het gemeentelijk gebied.” “De gemeenten en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn beogen om op het lokale niveau duurzaam bij te dragen aan het welzijn van de burgers en verzekeren een burgernabije, democratische, transparante en doelmatige uitoefening van hun bevoegdheden.” Dit betekent dat de mandataris die geconfronteerd wordt met een particulier belang, dit algemeen belang toelicht, zonder dat dit de politieke invulling van zijn mandaat mag beperken.
§ 1. Mandatarissen, die vanuit hun gemeentelijke functie ook een ander openbaar mandaat bekleden, houden zich bij alle activiteiten, ook deze uit hoofde van dit andere mandaat, aan deze deontologische code.
§ 2. De mandatarissen waken er over dat zij, ook buiten hun politieke mandaten en activiteiten, geen activiteiten ontplooien die de waardigheid van hun mandaat kunnen schaden.
§ 1. Het behoort ook tot de taak van de mandataris om informatie te ontvangen en te verstrekken in verband met:
§ 2. Mandatarissen verwijzen vraagstellers, waar mogelijk, correct en efficiënt door naar de bevoegde overheidsdienst of naar particuliere diensten, die gespecialiseerd zijn in het oplossen van het desbetreffende probleem.
§ 3. In het kader van hun algemene luisterbereidheid kunnen mandatarissen de rol vervullen van vertrouwenspersoon. Zij nemen daarbij de nodige discretie in acht.
§ 4. Vanuit hun democratische legitimiteit kunnen mandatarissen de burgers ondersteunen en begeleiden in hun relatie met de administratie of met de betrokken instanties. Bij het ondersteunen en begeleiden van vraagstellers, respecteren de mandatarissen de onafhankelijkheid van de ambtenaren en diensten, de objectiviteit van de procedures, en de termijnen die als normaal worden beschouwd voor de afhandeling van soortgelijke dossiers.
§ 1. Bestuurlijke en gerechtelijke informatie waarop de vraagsteller geen recht heeft, die de goede werking van de overheid of het gerecht kan doorkruisen, die de privacy van anderen in het gedrang kan brengen, of die overeenkomstig wettelijke of reglementaire bepalingen niet mag worden verstrekt, mag niet meegedeeld worden. Deze verbodsbepaling blijft gelden, ook nadat de mandataris zijn mandaat heeft neergelegd.
§ 2. Vertrouwelijke informatie, waar mandatarissen uit hoofde van hun mandaat voorkennis van nemen, en die voor derden van grote waarde kan zijn, wordt niet meegedeeld alvorens het bestuur deze informatie openbaar heeft gemaakt of op het moment dat de wettelijke bepalingen of procedure dit toelaten. Persoonlijke verrijking door voorkennis zal conform de wettelijke bepalingen tot strafrechtelijke vervolging lijken.
§ 3. Vertrouwelijke informatie waarvan mandatarissen uit hoofde van hun mandaat voorkennis nemen, en die nog niet openbaar is, wordt noch rechtstreeks, noch onrechtstreeks meegedeeld aan de pers. Te allen tijde dient er omzichtig en doordacht te worden omgegaan in contacten met de pers.
§ 1. De volgorde waarin dossiers behandeld worden, wordt in beginsel bepaald op basis van de datum waarop zij officieel ontvankelijk zijn en van andere objectieve criteria. De mandatarissen dienen deze procedure te respecteren.
§ 2. Zonder limitatief te zijn, is het mandatarissen wel toegestaan om binnen het wettelijk kader:
§ 1. Tussenkomsten van mandatarissen in selectie- of bevorderingsprocedures met de bedoeling de kansen van bepaalde kandidaten te beïnvloeden, zijn verboden.
§ 2. Wanneer mandatarissen om steun gevraagd wordt door kandidaten die een bepaalde functie ambiëren, dan delen zij de kandidaat mee dat de aanstelling gebeurt op basis van objectieve criteria en volgens de vastgestelde procedures. Voor verdere informatie verwijzen zij de kandidaat door naar de bevoegde dienst of instantie.
§ 3. Tussenkomsten in selectie- of bevorderingsprocedures die ofwel wettelijk voorzien zijn of een informatienood invullen zijn wel toegestaan. Zonder limitatief te zijn wordt hiermee bedoeld:
Alle vormen van schijndienstbetoon, waarbij mandatarissen bewust maar onterecht de indruk wekken dat zij bij de goede afloop van een individueel dossier daadwerkelijk tussengekomen zijn, eventueel zonder dat de betrokken burger hierom heeft gevraagd, zijn niet toegestaan.
De mandatarissen gebruiken voor de omschrijving van hun eigen politieke dienstverleningsactiviteiten geen termen die verwarring doen ontstaan met dienstverleningsactiviteiten van de overheid, of die refereren naar gemeentelijke diensten.
Elke rechtstreekse dienstverlening, informatiebemiddeling of doorverwijzing binnen de uitoefening van het gemeentelijk mandaat gebeurt zonder materiële of geldelijke tegenprestatie, van welke aard of omvang dan ook. Evenmin wordt enige vorm van formele politieke klantenbinding nagestreefd.
De mandatarissen staan op dezelfde gewetensvolle manier ten dienste van alle burgers, zonder onderscheid.
§ 1. Het bestuur maakt, met respect voor de wet op privacy, de lijst van alle gemeentelijke mandatarissen, meerderheid en oppositie, met hun contactgegevens, bevoegdheden en eventueel expertisedomeinen bekend via diverse communicatiekanalen, inclusief de gemeentelijke website en informatiebrochures.
§ 2. Voor het uitvoeren van hun mandaat kunnen de mandatarissen bekendheid geven aan hun bereikbaarheid voor de bevolking door het publiceren van naam, mandaat, telefoon, fax, emailadres en spreekuren en eventueel een foto.
De mandatarissen maken in verkiezingspropaganda en -mailings, die individueel geadresseerd zijn, geen melding van diensten die zij eventueel voor de betrokkenen individueel hebben verricht. In geen geval wekken zij de indruk dat zij steun vragen in ruil voor bewezen diensten. De vermelding van concrete algemene dossiers ter staving van de politieke overtuiging of strekking waarvoor een mandataris staat is wel toegelaten.
§ 1. Mandatarissen nemen geen geschenken, uitnodigingen of andere voordelen in persoonlijke naam aan, die een sfeer of een schijn van partijdigheid kunnen doen ontstaan, waardoor het lijkt dat zij niet langer onpartijdig, onafhankelijk en objectief kunnen beslissen. Zij aanvaarden geen geschenken of uitnodigingen die tot een gunst of wederdienst verplichten. In twijfelgevallen weigeren zij het geschenk of gaan niet in op de uitnodiging.
§ 2. Indien mandatarissen namens het bestuur optreden, kunnen zij aan derden geschenken geven, of hen voor activiteiten uitnodigen, mits hierbij alle schijn van partijdigheid of belangenvermenging wordt vermeden.
§ 3. Naast het algemeen recht op informatievergaring, kunnen mandatarissen bezoeken aan bedrijven, beurzen en realisaties brengen wanneer dergelijk bezoek noodzakelijk is voor de beleidsvoorbereiding. In periodes tussen het uitschrijven van een overheidsopdracht en de gunning ervan of in de loop van een vergunningsprocedure zijn bezoeken aan de betrokken bedrijven echter verboden, behoudens in die gevallen waarbij het bestek voorziet dat er demo’s of bezichtigingen kunnen gevraagd worden in het bedrijf zelf voor bepaalde apparatuur, benodigdheden of goederen of waarin het bezoek aan de aanvrager van een vergunning er louter op gericht is zich te vergewissen van de situatie op het terrein.
§ 4. Enkel met uitdrukkelijke toestemming van het schepencollege kunnen mandatarissen vanuit hun functie deelnemen aan door derden georganiseerde reizen die een interactie hebben met de beleidsvoorbereiding.
Mandatarissen vermijden situaties waar belangenvermenging of een schijn van belangenvermenging zich kan voordoen.
Mandatarissen, die uit hoofde van hun gemeentelijk mandaat, ook een mandaat bij een andere organisatie bekleden, verdedigen bij de besluitvorming in deze andere organisatie, steeds de belangen van de gemeente.
§ 1. Mandatarissen gaan met ambtenaren om als volwaardige partners, met respect voor elkaars bevoegdheden en opdrachten.
§ 2. Mandatarissen gaan met ambtenaren om op een respectvolle en hoffelijke wijze. Iedere vorm of schijn van morele intimidatie, beïnvloeding, pesterij, kleinering of ongewenst seksueel gedrag is verboden.
§ 3. Mandatarissen gaan met elkaar om op een respectvolle en hoffelijke wijze. Dit betekent dat men respect heeft voor ieders mening ook al strookt dit niet met de eigen mening.
§ 4. Interventies van mandatarissen op de gemeenteraad en schepencollege en antwoorden hierop zijn bondig, relevant en constructief.
§ 5. De voorzitter van de gemeenteraad, de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn en de burgemeester geven hierbij het goede voorbeeld en manen aan tot naleving van deze correcte interne omgangsvormen op respectievelijk de gemeenteraad, de raad voor maatschappelijk welzijn en het schepencollege.
§ 1. Hoewel mandatarissen van ambtenaren een tijdige, correcte en loyale uitvoering van de genomen besluiten en de door het college van burgemeester en schepenen of het vast bureau gegeven opdrachten mogen verwachten, kunnen zij slechts verantwoordelijk gesteld worden voor die taken die binnen hun bevoegdheid en verantwoordelijkheid vallen en voor zover de nodige middelen voor de uitvoering ervan ter beschikking werden gesteld.
§ 2. De leden van het schepencollege, de voorzitter van de gemeenteraad en de voorzitters van de gemeenteraadscommissies nemen een speciale plaats in tussen de mandatarissen. Bij de invulling van hun taak kan veelvuldig contact, alsook overleg met de ambtenaren noodzakelijk zijn. Daarbij kunnen geen prestaties ten persoonlijke titel gevraagd worden. De mandataris waakt er verder over dat hij zich niet in de plaats stelt van de gemeentesecretaris algemeen directeur en bijvoorbeeld geen rechtstreekse opdrachten aan de ambtenaar geeft. Het spreekt voor zich dat de voorzitters van de gemeenteraadscommissies instructies kunnen geven aan de secretaris van hun commissie met betrekking tot de opmaak van de agenda voor een vergadering, de opmaak van een verslag of de verzending van uitnodigingen voor de leden van de commissies. De voorzitters van de gemeenteraad en van de gemeenteraadscommissies oefenen hun bevoegdheden uit in strikte objectiviteit.
§ 1. Mandatarissen gaan met elkaar om als volwaardige partners, ongeacht tot welke partij zij behoren, met respect voor de rol van elke mandataris.
§ 2. Mandatarissen geven intern of extern, mondeling of schriftelijk, correcte informatie.
Mandatarissen gebruiken de middelen, materialen en faciliteiten die het bestuur hen ter beschikking stelt, uitsluitend voor de uitoefening van hun mandaat. Zij springen hier zuinig mee om.
§1. Integriteit houdt in dat mandatarissen de verantwoordelijkheden, die met het mandaat samenhangen, aanvaarden. Zij handelen dan ook in volledige transparantie en zijn bereid verantwoording af te leggen binnen de eigen bestuursorganen, of desgevallend aan de externe auditor.
§2. Mandatarissen reageren alert wanneer zich mogelijkheden tot fraude of corruptie voordoen en signaleren dit aan de geëigende kanalen zodat het imago van de overheid niet geschonden wordt en er geen financiële schade ontstaat.
§ 1. De gemeenteraadscommissie personeel zal voortaan tevens waken over de naleving van deze deontologische code. Zij treedt dan op als gemeenteraadscommissie deontologie. Een deontologische commissie op te richten, volgens de bepalingen van artikel 39 DLB, die voortaan zal waken over de naleving van deze deontologische code. Deze deontologische code regelt ook de samenstelling, werking en bevoegdheid van de deontologische commissie.
§ 2. De deontologische commissie bestaat uit één vertegenwoordiger per fractie in de gemeenteraad.
§ 3. Deze gemeenteraadscommissie oordeelt over meldingen en klachten inzake inbreuken op deze deontologische code. Zij kan tevens advies uitbrengen over de bepalingen in deze code.
§4. De deontologische commissie van de gemeenteraad is bevoegd voor:
de gemeenteraad,
de voorzitter van de gemeenteraad en
de leden van het college van burgemeester en schepenen
De deontologische commissie van de raad voor maatschappelijk welzijn is bevoegd voor:
de raad voor maatschappelijk welzijn,
de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn,
de leden van het vast bureau,
de leden van het BCSD en
de voorzitter van het BCSD.
§ 1. Wie geconfronteerd wordt met een handeling, die kennelijk in strijd is met deze deontologische code, meldt de inbreuk schriftelijk binnen de 10 dagen aan de gemeentesecretaris algemeen directeur. Anonieme klachten zijn niet ontvankelijk.
§ 2. Deze melding wordt onverwijld tegelijkertijd ter kennis gebracht van de betrokken mandataris en van de voorzitter van de gemeenteraadscommissie personeel deontologische commissie.
§ 3. Indien de klacht kennelijk gegrond is, roept de voorzitter binnen de 30 dagen nadat hij er kennis van kreeg de deontologische commissie gemeenteraadscommissie ‘deontologie’ samen, die de gegrondheid van de klacht onderzoekt. Deze termijn wordt geschorst in de maanden juli en augustus. Bij de eerstvolgende zitting wordt steeds een lijst van ingediende klachten ter inzage gelegd. Deze lijst ligt steeds ter inzage bij de gemeentesecretaris algemeen directeur. Om het recht van verdediging van de betrokken mandataris te vrijwaren, wordt deze ter zitting gehoord.
§ 4. De besprekingen binnen de deontologische commissie kunnen leiden tot:
§ 5. De vergaderingen van de gemeenteraadscommissie ‘deontologie’ deontologische commissie zijn niet openbaar.
§ 6. De voor de gemeenteraadscommissies geldende bepalingen inzake quorum en wijze van stemmen gelden tevens voor de gemeenteraadscommissie ‘deontologie’ deontologische commissie met dien verstande dat steeds geheim wordt gestemd.
§ 7. Wanneer een lid van de gemeenteraadscommissie ‘deontologie’ deontologische commissie, hetzij als klager, hetzij als aangeklaagde, betrokken partij is, neemt hij niet deel aan de beraadslaging en de stemming. In dit geval wordt de plaatsvervanger opgeroepen.
§ 8. In de gevallen waarin er sprake is van mogelijke belangenvermenging in hoofde van één van de commissieleden, wordt voorzien in een vervangingsregeling. Een lid van de commissie kan vervangen worden door iemand van dezelfde politieke fractie. Een lid dat deel uitmaakt van een éénmansfractie, kan zich laten vervangen door een mandataris van een andere fractie.
§ 9. Wanneer de gemeenteraadscommissie ‘deontologie’ bij gekwalificeerde meerderheid van 2/3 van de geldig uitgebrachte stemmen, zonder rekening te houden met de onthoudingen, een inbreuk op de deontologische code vaststelt, dan wordt in hoofde van de betrokken mandataris een blaam uitgesproken. Als de deontologische commissie een onderzoek naar een inbreuk op de deontologische code afrondt, brengt ze de gemeenteraad of de raad voor maatschappelijk welzijn op de hoogte van dat onderzoek en van haar advies of uitspraak.
§ 10. De betrokken mandataris wordt onverwijld schriftelijk in kennis gesteld van de uitspraak van de deontologische commissie. gemeenteraadscommissie ‘deontologie’. In geval van een blaam wordt ook de voorzitter van de gemeenteraad in kennis gesteld. Deze is er aan gehouden de uitspraak in openbare zitting mee te delen aan de gemeenteraad tijdens de eerstvolgende zitting.
§ 11. Het verslag van de vergadering van de gemeenteraadscommissie ‘deontologie’ deontologische commissie wordt niet bekendgemaakt.
Deze deontologische code treedt in werking de dag na de goedkeuring door de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn.
§ 1. Alle mandatarissen en personen op wie deze code van toepassing is, ontvangen een digitaal exemplaar.
§ 2. Deze deontologische code wordt bekendgemaakt via de gemeentelijke website.
Aan de raad voor maatschappelijk welzijn wordt gevraagd kennis te nemen van de aangepaste deontologische code en deze goed te keuren.
Raadslid GAISBAUER vraagt om een verduidelijking van de laatste zin van artikel 4 van de deontologische code: "Dit betekent dat de mandataris die geconfronteerd wordt met een particulier belang, dit algemeen belang toelicht, zonder dat dit de politieke invulling van zijn mandaat mag beperken."
Schepen ROOSEN verduidelijkt dat als een mandataris geconfronteerd wordt met een particulier belang, het algemeen belang moet vooropstellen en toelichten zonder de politieke invulling van zijn mandaat te beperken. Men mag algemene informatie verstrekken aan de persoon, maar het algemeen belang moet steeds op het persoonlijk belang primeren.
Burgemeester LAEREMANS vult aan dat men mag antwoorden op vragen van particulier belang en dit belang soms gerechtvaardigd is, maar men het algemeen belang steeds voor ogen moet houden.
Raadslid GAISBAUER begrijpt wat er met het artikel wordt bedoeld maar ze benadrukt dat de zin nog steeds onduidelijk is geformuleerd en dit voor een deontologische code wel duidelijker zou mogen zijn.
Schepen ROOSEN antwoordt nog dat het volledige artikel gelezen moet worden aangezien aan het begin van het artikel duidelijk staat dat het algemeen belang primeert op het particulier belang.
/
Artikel 1.
De aangepaste tekst van de deontologische code van mandatarissen, rekening houdend met de wijzigingen aan het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, toegevoegd als bijlage 1, goed te keuren.
Art. 2.
Dit besluit en code bekend te maken overeenkomstig de bepalingen van “Afdeling 2. Bekendmaking en inwerkingtreding, Hoofdstuk 1. Akten van het lokaal bestuur, Titel 5. De werking van het lokaal bestuur" DLB.
De raad voor maatschappelijk welzijn wijzigt het organogram als volgt:
toevoeging van de volgende functie aan de contractuele personeelsformatie van de gemeente:
1,00 vte expert gebouwen (A1a-A3a)
De nieuwe personeelsformatie van de dienst Gebouwen is dan als volgt:
| Dienst Gebouwen | ||||
| Functietitel | Schaal | #vte gemeente | #vte OCMW | Totaal |
| Diensthoofd Gebouwen | A1a-A3a | 1,00 | 1,00 | |
| Expert gebouwen | A1a-A3a | 3,00 | 3,00 | |
| Deskundige energie | B1-B3 | 1,00 | 1,00 | |
| Technisch hoofdmedewerker | C4-C5 | 1,00 | 1,00 | |
| Administratief medewerker | C1-C3 | 2,00 | 2,00 | |
| 8,00 |
Stafdienst - afdeling Mens
1,00 vte stafmedewerker mens (A1a-A3a)
De nieuwe personeelsformatie van de stafdienst van de afdeling Mens is dan als volgt:
| Afdeling mens - Stafdienst | ||||
| Functietitel | Schaal | #vte gemeente | #vte OCMW | Totaal |
| Afdelingshoofd mens | A5a-A5b | 1,00 | 1,00 | |
| Stafmedewerker mens | A1a-A3a | 1,00 | 1,00 | |
| 2,00 |
Stafdienst - Sociaal Huis
toevoeging van de volgende functie aan de contractuele personeelsformatie van het OCMW:
0,30 vte deskundige (projectmedewerker welzijn en gezondheid) (B1-B3)
0,75 vte deskundige (projectmedewerker lokaal loket kinderopvang) (B1-B3)
De nieuwe personeelsformatie van de stafdienst van het Sociaal Huis is dan als volgt:
| Stafdienst Sociaal Huis | ||||
| Functietitel | Schaal | #vte gemeente | #vte OCMW | Totaal |
| Directeur welzijn | A4a-A4b | 1,00 | 1,00 | |
| Adjunct-directeur welzijn | A1a-A3a | 1,00 | 1,00 | |
| Deskundige (projectmedewerker welzijn en gezondheid) | B1-B3 | 0,80 | 0,80 | |
| Deskundige (projectmedewerker lokaal loket kinderopvang) | B1-B3 | 1,00 | 1,00 | |
| 3,80 |
toevoeging van de volgende functie aan de contractuele personeelsformatie van de gemeente:
1,00 vte administratief medewerker (C1-C3)
| Staf Ruimte-Beleid | ||||
| Functietitel | Schaal | #vte gemeente | #vte OCMW | Totaal |
| Afdelingshoofd Ruimte-Beleid | A4a-A4b | 1,00 | 1,00 | |
| Deskundige GIS | B1-B3 | 1,00 | 1,00 | |
| Deskundige Patrimoniumbeheer | B1-B3 | 1,00 | 1,00 | |
| Administratief medewerker | C1-C3 | 1,00 | 1,00 | |
| 4,00 |
Art. 161 Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (hierna: Decreet Lokaal Bestuur):
"De gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn stellen het gezamenlijk organogram van de diensten van de gemeente en van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn vast.
Het organogram geeft de organisatiestructuur van de diensten van de gemeente en van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn weer, duidt de gezagsverhoudingen en de functies aan waaraan het lidmaatschap van het managementteam is verbonden."
Algemeen
Beleidsdoelstelling 1: Wij bouwen een moderne en professionele organisatie uit om een antwoord te kunnen bieden op de noden van onze burgers.
AP-1: We vullen het nieuw geïntegreerd organogram in tegen 31/12/2024
ACT-3: We sturen het organogram bij in functie van gewijzigde personeelsbehoeften
Besluit gemeenteraad en raad voor maatschappelijk welzijn van 24 januari 2019 - project GoGo! (geïntegreerd organogram gemeente en OCMW Grimbergen) - Vaststelling overzichtsstructuur geïntegreerd organogram - Vaststelling structuur afdeling Ruimte (diensten "Wegen en water", "Gebouwen" en "Groen") - Aanduiding van de functies waaraan het lidmaatschap van het managementteam is verbonden. (DOSSIERSTUK 01).
Besluit gemeenteraad van 24 januari 2019 - Aanpassing personeelsformatie i.f.v. de implementatie van de hoofdstructuur van het geïntegreerd organogram en de structuur van de afdeling Ruimte (diensten "Wegen en Water", "Gebouwen" en "Groen"). (DOSSIERSTUK 02).
Besluit gemeenteraad van 25 april 2019 - Aanpassing personeelsformatie ter ondersteuning van de structuur van de afdeling Ruimte (diensten "Wegen en Water", "Gebouwen" en "Groen"). (DOSSIERSTUK 03).
Besluit gemeenteraad en raad voor maatschappelijk welzijn van 24 oktober 2019 - Vaststelling geïntegreerd organogram gemeente en OCMW Grimbergen. (DOSSIERSTUK 04).
Besluit gemeenteraad en raad voor maatschappelijk welzijn van 24 oktober 2019 - Aanpassing personeelsformatie met het oog op de implementatie van de geïntegreerde dienstenstructuur voor gemeente en OCMW Grimbergen. (DOSSIERSTUK 05).
Besluit gemeenteraad van 24 oktober 2019 - Formatiewijziging voor de administratieve ondersteuning van de bibliotheek. (DOSSIERSTUK 06).
Besluit gemeenteraad en raad voor maatschappelijk welzijn van 23 januari 2020 - Aanpassing personeelsformatie - Versterking en integratie van de personeelsdiensten van gemeente en OCMW Grimbergen. (DOSSIERSTUK 07).
Besluit gemeenteraad en raad voor maatschappelijk welzijn van 28 mei 2020 - Aanpassing geïntegreerd organogram gemeente en OCMW Grimbergen. (DOSSIERSTUK 08).
Besluit gemeenteraad en raad voor maatschappelijk welzijn van 28 mei 2020 - Aanpassing personeelsformatie met het oog op de implementatie van de geïntegreerde dienstenstructuur voor gemeente en OCMW Grimbergen - Rechtzetting van de beslissingen van de gemeenteraad / raad voor maatschappelijke welzijn van 24 oktober 2019 en 23 januari 2020. (DOSSIERSTUK 09).
Besluit gemeenteraad en raad voor maatschappelijk welzijn van 28 mei 2020 - Aanpassing personeelsformatie: afdeling Ruimte - afdeling Mens - Ondersteunende afdelingen. (DOSSIERSTUK 10).
Besluit gemeenteraad en raad voor maatschappelijk welzijn van 28 mei 2020 - Aanpassing personeelsformatie administratieve functies - bodefuncties. (DOSSIERSTUK 11).
Besluit gemeenteraad van 27 augustus 2020 - Formatiewijziging voor de administratieve ondersteuning van de bibliotheek - Rechtzetting van de beslissing van de gemeenteraad van 24 oktober 2019. (DOSSIERSTUK 12).
Besluit gemeenteraad en raad voor maatschappelijk welzijn van 25 februari 2021 - Personeelsformatie: afdeling Ruimte - afdeling Mens - Ondersteunende afdelingen - Aanpassing. (DOSSIERSTUK 13).
Besluit gemeenteraad en raad voor maatschappelijk welzijn van 22 april 2021 - Personeelsformatie: afdeling Ruimte - afdeling Interne Organisatie - Aanpassing. (DOSSIERSTUK 14).
Besluit gemeenteraad en raad voor maatschappelijk welzijn van 24 juni 2021 - Personeelsformatie Sociaal Huis - Rechtzetting van de beslissing van de gemeenteraad van 28 mei 2020. (DOSSIERSTUK 15).
Besluit gemeenteraad en raad voor maatschappelijk welzijn van 24 juni 2021 - Personeelsformatie LDC en GAW Ter Borre - Aanpassing. (DOSSIERSTUK 16).
Besluit gemeenteraad en raad voor maatschappelijk welzijn van 26 augustus 2021 - Personeelsformatie: afdeling Financiën - afdeling Interne organisatie - Afdeling Mens - afdeling Ruimte - Aanpassing. (DOSSIERSTUK 17).
Besluit gemeenteraad en raad voor maatschappelijk welzijn van 25 november 2021 - Personeelsformatie: afdelingen Ruimte en Mens - stafdienst algemeen directeur - Aanpassing. (DOSSIERSTUK 18).
Besluit gemeenteraad en raad voor maatschappelijk welzijn van 16 december 2021 - Organogram en personeelsformatie: afdeling Ruimte - afdeling Mens - Aanpassing. (DOSSIERSTUK 19).
Besluit gemeenteraad en raad voor maatschappelijk welzijn van 24 februari 2022 - Personeelsformatie - Afdeling Mens - Afdeling Interne Organisatie - Aanpassing. (DOSSIERSTUK 20).
Besluit van de gemeenteraad en raad voor maatschappelijk welzijn van 28 april 2022 - Personeelsformatie - dienst Wegen en Water - dienst Gebouwen - dienst Welzijn en Preventie - afdeling Mens / Welzijn - WZC Ter Biest - dienst Burgerzaken - Aanpassing. (DOSSIERSTUK 21).
Besluit van de gemeenteraad en raad voor maatschappelijk welzijn van 2 juni 2022 - Personeelsformatie - dienst Gebouwen - dienst Handhaving - Aanpassing. (DOSSIERSTUK 22).
Besluit van de gemeenteraad en raad voor maatschappelijk welzijn van 29 september 2022 - Personeelsformatie - Aanpassing formatie i.f.v. bijkomende personeelsbehoeften - Aanpassing formatie WZC Ter Biest - Invoeren van statutaire betrekkingen - Aanpassing (DOSSIERSTUK 23).
Besluit van de gemeenteraad en raad voor maatschappelijk welzijn van 15 december 2022 - Personeelsformatie - stafdienst Technische diensten - dienst Gebouwen - Technische uitvoeringsdiensten - dienst Evenementen en Vrijetijdsinfrastructuur - Aanpassing (DOSSIERSTUK 24).
In verband met de syndicale overlegcomités
Het syndicaal statuut:
Wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel.
Koninklijk besluit van 28 september 1984 tot uitvoering van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel.
In verband met het voorstel tot aanpassing van de personeelsformatie
Besluit van het college van burgemeester en schepenen en vast bureau van 13 maart 2023 - Wijziging organogram en personeelsformatie - Principieel akkoord (DOSSIERSTUK 26).
Protocol BOC/HOC (Dossierstuk 27).
ACOD-LRB Vlaams-Brabant: Protocol van akkoord.
ACV Openbare Diensten: Protocol van akkoord.
In het kader van de uitvoering van het meerjarenplan 2020-2025, in het bijzonder de volgende beleidsdoelstelling:
Beleidsdoelstelling 1: Wij bouwen een moderne en professionele organisatie uit om een antwoord te kunnen bieden op de noden van onze burgers.
AP-1: We vullen het nieuw geïntegreerd organogram in tegen 31/12/2024
ACT-3: We sturen het organogram bij in functie van gewijzigde personeelsbehoeften
worden een aantal wijzigingen aan de personeelsformatie voorgesteld.
Het huidige organogram van de afdeling Mens is als volgt:
Er wordt voorgesteld om de volgende wijziging aan het organogram door te voeren:
Motivering:
Het nieuwe organogram van de afdeling Mens ziet er dan als volgt uit:
Dienst Gebouwen
Lokaal bestuur Grimbergen beschikt over / beheert meer dan 80 gebouwen.
De dienst Gebouwen staat in voor:
De toekomstige formatie van de dienst Gebouwen is dan als volgt:
| Dienst Gebouwen | ||||
| Functietitel | Schaal | #vte gemeente | #vte OCMW | Totaal |
| Diensthoofd Gebouwen | A1a-A3a | 1,00 | 1,00 | |
| Expert gebouwen | A1a-A3a | 3,00 | 3,00 | |
| Deskundige energie | B1-B3 | 1,00 | 1,00 | |
| Technisch hoofdmedewerker | C4-C5 | 1,00 | 1,00 | |
| Administratief medewerker | C1-C3 | 2,00 | 2,00 | |
| 8,00 |
Budgettair betekent deze formatiewijziging (brutojaarkost werkgever - 12 jaar anciënniteit):
| Schaal | Brutojaarkost werkgever (12 jaar anciënniteit) |
| A1a-A3a | € 84.757,74 |
Stafdienst afdeling Mens
Gelet op de reorganisatie binnen de afdeling Mens (zie boven: opsplitsing in 3 pijlers waardoor de aansturing van WZC Ter Biest en LDC en GAW Ter Borre rechtstreeks onder het afdelingshoofd zullen vallen), en om het afdelingshoofd beleids- en projectmatig te ondersteunen, wordt voorgesteld om een functie van stafmedewerker mens (A1a-A3a) in te schrijven. Deze medewerker zal rechtstreeks rapporteren aan het afdelingshoofd mens.
De toekomstige formatie van de stafdienst - afdeling Mens is dan als volgt:
| Afdeling mens - Stafdienst | ||||
| Functietitel | Schaal | #vte gemeente | #vte OCMW | Totaal |
| Afdelingshoofd mens | A5a-A5b | 1,00 | 1,00 | |
| Stafmedewerker mens | A1a-A3a | 1,00 | 1,00 | |
| 2,00 |
Budgettair betekent deze formatiewijziging (brutojaarkost werkgever - 12 jaar anciënniteit):
| Schaal | Brutojaarkost werkgever (12 jaar anciënniteit) |
| A1a-A3a | € 84.757,74 |
Sociaal Huis - Stafdienst
Binnen het Sociaal Huis zijn de volgende functies voorzien:
Inhoudelijke motiveringsnota: zie bijlage 01.
De toekomstige personeelsformatie van de stafdienst van de stafdienst van het Sociaal Huis is dan als volgt:
| Stafdienst Sociaal Huis | ||||
| Functietitel | Schaal | #vte gemeente | #vte OCMW | Totaal |
| Directeur welzijn | A4a-A4b | 1,00 | 1,00 | |
| Adjunct-directeur welzijn | A1a-A3a | 1,00 | 1,00 | |
| Deskundige (projectmedewerker welzijn en gezondheid) | B1-B3 | 0,80 | 0,80 | |
| Deskundige (projectmedewerker lokaal loket kinderopvang) | B1-B3 | 1,00 | 1,00 | |
| 3,80 |
Budgettair betekent deze formatiewijziging een uitbreiding met 1,05 vte B-niveau of € 65.739,42 (brutojaarkost werkgever - 12 jaar anciënniteit).
In praktijk betreft het een uitbreiding met 1 vte B-niveau aangezien er al een personeelslid 0,80 vte is aangesteld:
| Schaal | Brutojaarkost werkgever (12 jaar anciënniteit) |
| B1-B3 | € 62.608,97 |
Jaarlijks neemt het gemeentebestuur toezichturen ten laste om, in combinatie met uren administratieve ondersteuning, voldoende dienstverlening te realiseren tijdens de openingsuren van de diverse vestigingen van de Academie voor Muziek, Woord en Dans.
Jaarlijks worden deze toezichtsuren via gemeeenteraadsbeslissing vastgesteld. Het gaat telkens over hetzelfde contingent aan uren, namelijk:
| Staf Ruimte-Beleid | ||||
| Functietitel | Schaal | #vte gemeente | #vte OCMW | Totaal |
| Afdelingshoofd Ruimte-Beleid | A4a-A4b | 1,00 | 1,00 | |
| Deskundige GIS | B1-B3 | 1,00 | 1,00 | |
| Deskundige Patrimoniumbeheer | B1-B3 | 1,00 | 1,00 | |
| Administratief medewerker | C1-C3 | 1,00 | 1,00 | |
| 4,00 |
| Schaal | Brutojaarkost werkgever (12 jaar anciënniteit) |
| C1-C3 | € 50.751,14 |
Het budget voor deze bijkomende functies zal voorzien worden via MJPa vanaf 2024.
Voor eventuele aanwervingen in 2023 is budgettaire ruimte via:
Artikel 1.
Het organogram van gemeente / OCMW Grimbergen als volgt te wijzigen:
Het nieuwe organogram van de afdeling Mens is dan als volgt:
Art. 2.
De personeelsformatie van de dienst Gebouwen als volgt te wijzigen:
toevoeging van de volgende functie aan de contractuele personeelsformatie van de gemeente:
1,00 vte expert gebouwen (A1a-A3a)
De nieuwe personeelsformatie van de dienst Gebouwen is dan als volgt:
| Dienst Gebouwen | ||||
| Functietitel | Schaal | #vte gemeente | #vte OCMW | Totaal |
| Diensthoofd Gebouwen | A1a-A3a | 1,00 | 1,00 | |
| Expert gebouwen | A1a-A3a | 3,00 | 3,00 | |
| Deskundige energie | B1-B3 | 1,00 | 1,00 | |
| Technisch hoofdmedewerker | C4-C5 | 1,00 | 1,00 | |
| Administratief medewerker | C1-C3 | 2,00 | 2,00 | |
| 8,00 |
Art. 3.
De personeelsformatie van de stafdienst van de afdeling Mens als volgt te wijzigen:
toevoeging van de volgende functie aan de contractuele personeelsformatie van de gemeente:
1,00 vte stafmedewerker mens (A1a-A3a)
De nieuwe personeelsformatie van de stafdienst van de afdeling Mens is dan als volgt:
| Afdeling mens - Stafdienst | ||||
| Functietitel | Schaal | #vte gemeente | #vte OCMW | Totaal |
| Afdelingshoofd mens | A5a-A5b | 1,00 | 1,00 | |
| Stafmedewerker mens | A1a-A3a | 1,00 | 1,00 | |
| 2,00 |
Art. 4.
De personeelsformatie van de stafdienst van het Sociaal Huis als volgt te wijzigen:
toevoeging van de volgende functie aan de contractuele personeelsformatie van het OCMW:
0,30 vte deskundige (projectmedewerker welzijn en gezondheid) (B1-B3)
0,75 vte deskundige (projectmedewerker lokaal loket kinderopvang) (B1-B3)
De nieuwe personeelsformatie van de stafdienst van het Sociaal Huis is dan als volgt:
| Stafdienst Sociaal Huis | ||||
| Functietitel | Schaal | #vte gemeente | #vte OCMW | Totaal |
| Directeur welzijn | A4a-A4b | 1,00 | 1,00 | |
| Adjunct-directeur welzijn | A1a-A3a | 1,00 | 1,00 | |
| Deskundige (projectmedewerker welzijn en gezondheid) | B1-B3 | 0,80 | 0,80 | |
| Deskundige (projectmedewerker lokaal loket kinderopvang) | B1-B3 | 1,00 | 1,00 | |
| 3,80 |
Art. 5.
De personeelsformatie van de dienst Onderwijs / Gemeentelijke academie als volgt te wijzigen:
toevoeging van de volgende functie aan de contractuele personeelsformatie van de gemeente:
Art. 6.
De personeelsformatie van de stafdienst van de afdeling Ruimte-Beleid als volgt te wijzigen:
toevoeging van de volgende functie aan de contractuele personeelsformatie van de gemeente:
1,00 vte administratief medewerker (C1-C3)
De nieuwe personeelsformatie van de stafdienst van van de afdeling Ruimte-Beleid is dan als volgt:
| Staf Ruimte-Beleid | ||||
| Functietitel | Schaal | #vte gemeente | #vte OCMW | Totaal |
| Afdelingshoofd Ruimte-Beleid | A4a-A4b | 1,00 | 1,00 | |
| Deskundige GIS | B1-B3 | 1,00 | 1,00 | |
| Deskundige Patrimoniumbeheer | B1-B3 | 1,00 | 1,00 | |
| Administratief medewerker | C1-C3 | 1,00 | 1,00 | |
| 4,00 |
De voorzitter sluit de zitting op 30/03/2023 om 21:55.
Namens RAAD VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN,
Muriel VAN SCHEL
algemeen directeur
Peter PLESSERS
voorzitter raad voor maatschappelijk welzijn