Terug
Gepubliceerd op 27/02/2026

Besluit  GEMEENTERAAD

do 29/01/2026 - 19:00

Besluit van de provinciegouverneur van 16 december 2025 inzake een klacht van 28 oktober 2025 van xxx tegen het mobiliteitsplan en parkeerplan van Grimbergen - Kennisname

Aanwezig: Daan VERTONGEN, voorzitter gemeenteraad
Bart LAEREMANS, burgemeester
Ewoud DE MEYER, Jelle DE WILDE, Kirsten HOEFS, Chantal LAUWERS, Trui OLBRECHTS, Philip ROOSEN, Karlijne VAN BREE, schepenen
Manon BAS, Eddie BOELENS, Nicolas BOURGEOIS, Randy BUELENS, Ann DAAMEN, William DE BOECK, Isabel GAISBAUER, Tom GAUDAEN, Gilbert GOOSSENS, Dieter GOOVAERTS, Britt JOHN, Katrien LE ROY, Luca MATON, Wim MISSOTTEN, Katleen ORINX, Wim ROBBERECHTS, Ann SELLESLAGH, Laurent VANBINST, Eliane VANCRAENENBROECK, Bart VAN HUMBEECK, Karin VERTONGEN, gemeenteraadsleden
Muriel VAN SCHEL, algemeen directeur
Verontschuldigd: Soufian FAROUK, Gerlant VAN BERLAER, gemeenteraadsleden
Afwezig: Erkut OVALI, gemeenteraadslid

De gemeenteraad neemt kennis van de brieven van de gouverneur van 16 december 2025, ingekomen op 16 december 2025 via het loket lokaal bestuur, toegevoegd als bijlagen 1 en 2 bij het besluit, specifiek dat de gouverneur niet zal optreden.

De volgende bepalingen zijn van toepassing inzake de bevoegdheid:

Titel VII - Bestuurlijk toezicht van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (DLB).

De beslissing wordt genomen op grond van:
  • Artikel 327 DLB:

Behalve in geval van andersluidende bepalingen, beperkt de toezichthoudende overheid zich bij de uitoefening van het toezicht, vermeld in dit decreet, tot een toetsing aan het recht en aan het algemeen belang. Voor beslissingen van de gemeenteoverheid is het algemeen belang elk belang dat ruimer is dan het gemeentelijk belang. Voor beslissingen van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn is het algemeen belang elk belang dat ruimer is dan het gemeentelijk belang en het belang van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn.

  • Artikel 328 DLB:

De toezichthoudende overheid kan bij de gemeenteoverheid en bij het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn alle documenten en inlichtingen opvragen of die ter plaatse raadplegen. Ze bepaalt de informatiedrager en de vorm waarin die gegevens worden verstrekt.

  • Artikel 331 DLB:

De toezichthoudende overheid kan besluiten van een gemeenteoverheid en van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn ambtshalve opvragen.
Bij de ontvangst van een klacht vraagt de toezichthoudende overheid het besluit en het bijbehorende dossier op.

  • Artikel 333 DLB:

Als een klacht wordt ingediend tegen een besluit van de gemeenteoverheid of van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn brengt de toezichthoudende overheid de indiener van de klacht op de hoogte van:
1° de ontvangst van de klacht, binnen tien dagen nadat ze ontvangen werd;
2° het verzoek van de toezichthoudende overheid aan de gemeenteoverheid of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn om het besluit en het bijbehorende dossier te bezorgen, binnen tien dagen na dat verzoek;
3° het besluit van de toezichthoudende overheid over de ingediende klacht met vermelding van de motieven waarop het besluit is gebaseerd.
De toezichthoudende overheid brengt de betrokken gemeenteoverheid of aan het betrokken openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn op de hoogte van haar definitieve antwoord aan de indiener van de klacht. Deze mededeling wordt ter kennis gebracht op de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad of van de raad voor maatschappelijk welzijn.
In geval van stuiting van de termijn om een beroep in te stellen bij de Raad van State, brengt de toezichthoudende overheid de indiener van de klacht op de wijze, bepaald door de Vlaamse Regering, op de hoogte van de motieven van de toezichthoudende overheid om het besluit van de gemeenteoverheid of van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn waartegen de klacht was ingediend, niet te vernietigen, binnen tien dagen na het nemen van dat besluit of na het verstrijken van de termijn.

  • Artikel 332 DLB:

§ 1. Met behoud van de toepassing van artikel 243, § 3, 259 en 262 beschikt de toezichthoudende overheid over dertig dagen om een besluit van een gemeenteoverheid te vernietigen en om de gemeenteoverheid daarvan op de hoogte te brengen.
De toezichthoudende overheid beschikt over dertig dagen om een besluit van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn te vernietigen en om het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn daarvan op de hoogte te brengen.
Alle besluiten en opmerkingen van de toezichthoudende overheid worden ter kennis gebracht op de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad of van de raad voor maatschappelijk welzijn.
§ 2. De termijn, vermeld in paragraaf 1, gaat in op de dag die volgt op de kennisgeving aan de toezichthoudende overheid van de bekendmaking op de webtoepassing van de gemeente van de lijst van de aangelegenheden, vermeld in artikel 285, § 1, 1° en 2°, en artikel 285, § 2, eerste lid, 1° en 2°. Voor de besluiten, vermeld in artikel 286, § 1 en § 2, start de termijn, vermeld in paragraaf 1, op de dag die volgt op de kennisgeving aan de toezichthoudende overheid van de bekendmaking van het besluit op de webtoepassing van de gemeente.
Onder voorbehoud van de toepassing van het eerste lid, start de termijn, vermeld in paragraaf 1, voor de besluiten van een gemeenteoverheid of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn die met toepassing van artikel 331 ambtshalve of na ontvangst van een klacht werden opgevraagd door de toezichthoudende overheid, op de dag die volgt op de verzending van het opgevraagde besluit.
§ 3. Een klacht wordt, op straffe van niet-ontvankelijkheid, ingediend binnen een periode van dertig dagen, die volgt op de dag van de bekendmaking op de webtoepassing van de gemeente van de lijst van de aangelegenheden, vermeld in artikel 285, § 1, 1° en 2°, en artikel 285, § 2, eerste lid, 1° en 2°, of van de besluiten, vermeld in artikel 286, § 1 en § 2.
§ 4. De termijn, vermeld in paragraaf 1, wordt gestuit door de verzending van een klacht aan de toezichthoudende overheid, op voorwaarde dat die klacht verstuurd wordt op de wijze, bepaald door de Vlaamse Regering, binnen de termijn, vermeld in paragraaf 3.
Een nieuwe termijn als vermeld in paragraaf 1 gaat in op de dag die volgt op de verzending van de klacht.
§ 5. De termijn, vermeld in paragraaf 1, wordt gestuit door de opvraging door de toezichthoudende overheid van het besluit van de gemeenteoverheid of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn met toepassing van artikel 331, eerste of tweede lid.
Een nieuwe termijn als vermeld in paragraaf 1 gaat in op de dag die volgt op de verzending van het opgevraagde besluit.
§ 6. De gemeenteoverheid of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn verzendt het besluit dat door de toezichthoudende overheid is opgevraagd binnen een termijn van dertig dagen die volgt op de dag van de verzending van de opvraging.
Als de gemeenteoverheid of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn het gevraagde besluit niet verzendt aan de toezichthoudende overheid binnen de termijn, vermeld in het eerste lid, bezorgt de toezichthoudende overheid na het verstrijken van die termijn een herinnering. De herinnering verwijst uitdrukkelijk naar de gevolgen, vermeld in het vierde lid.
Een nieuwe termijn van dertig dagen gaat in op de dag na de verzending van de herinnering.
Als het gevraagde besluit niet wordt verzonden aan de toezichthoudende overheid binnen die nieuwe termijn, is het opgevraagde besluit van rechtswege nietig. De toezichthoudende overheid brengt de gemeenteoverheid of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn op de hoogte van die nietigheid.

 

  • Besluiten van het college van burgemeester en schepenen van 18 en 24 november 2025.
 
  • De klacht van 28 oktober 2025 overgemaakt via het digitaal loket op 4 november 2025 (in bijlage).
 
  • De brief van het Agentschap Binnenlands Bestuur (ABB) van 4 november 2025 betreffende de bovenstaande klacht (bijlage).

 

  • Brieven van de gouverneur van 16 december 2025 (Bijlagen 1 en 2).
De beslissing houdt rekening met volgende adviezen:

/

De beslissing kent volgende inhoudelijke verantwoording:

Het college van burgemeester en schepenen nam in zitting van 18 november 2025 kennis van de klacht van 28 oktober 2025 van een inwoner tegen het mobiliteitsplan en parkeerplan van Grimbergen strombeek Bever bij ABB overgemaakt per brief van 4 november 2025, ontvangen via het loket lokaal bestuur (berichtencentrum) op 4 november 2025. Het college van burgemeester en schepenen ging akkoord om alle betrokken besluiten, het dossier, een uitgebreide toelichting en het standpunt over het voorwerp van de klacht (artikel 331 DLB) van zodra deze wordt ontvangen, uiterlijk 30 dagen na het ontvangen van de brief, te bezorgen aan de provinciegouverneur via het digitaal loket (berichtencentrum).

Het college van burgemeester en schepenen gaf de opdracht aan de dienst Mobiliteit om een ontwerp van antwoord met bijlagen, op te maken.

 

In zitting van 28 november 2025 heeft het college van burgemeester en schepenen het ontwerp van antwoord met bijlagen, opgemaakt door de dienst Mobiliteit, goedgekeurd. De dienst Politiek-administratieve ondersteuning kreeg de opdracht om dit via het loket lokaal bestuur (berichtencentrum) over te maken.

 

Per brief van 16 december 2025, ingekomen via het loket lokaal bestuur (berichtencentrum) (Bijlage1), maakt de gouverneur een kopie van zijn antwoord aan de klager over (Bijlage 2). Hij verzocht om zijn beslissing ter kennis te brengen op de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad (conform artikel 333, tweede lid DLB).

 

De gouverneur laat de klager weten dat zijn ambt niet zal optreden om volgende redenen:

"1) Over het gemeentelijk mobiliteitsplan van Grimbergen

U dient klacht in tegen het gemeentelijk mobiliteitsplan van Grimbergen.

Deze klacht kan niet worden behandeld conform het bestuurlijk toezicht, omdat de toezichttermijn verstreken is. Aan het uitoefenen van het bestuurlijk toezicht zijn namelijk vervaltermijnen verbonden. Deze termijnen en hun berekeningswijze zijn bepaald in artikel 332 van het Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur. Bij het verstrijken van die termijnen is het niet meer mogelijk om een toezichtmaatregel te nemen. Het gemeentelijk mobiliteitsplan werd door de gemeenteraad goedgekeurd op de zitting van 25 mei 2023. De lijst van besluiten van de gemeenteraad van 25 mei 2023 werd op de webtoepassing van de gemeente gepubliceerd op 26 mei 2023 en van die bekendmaking werd op dezelfde dag kennisgegeven aan mijn ambt als toezichthoudende overheid. De initiële toezichttermijn van 30 dagen begon te lopen op 27 mei 2023. De laatste dag waarop klacht kon worden ingediend was dus maandag 26 juni 2023.

Uw klacht werd echter meer dan twee jaar later ingediend (op 28 oktober 2025).

Uw klacht is dus laattijdig en onontvankelijk.

 

Niettemin kan ik u informeren dat het mobiliteitsplan wordt geëvalueerd door het bestuur. Hiervoor werd een verkeersmodel aangekocht om analyses en simulaties te kunnen maken. Dit model werd gevoed met metingen, zo ook met de uitgevoerde metingen in de Rodepoortstraat (Telraam – Rodepoortstraat). Binnenkort kunnen de eerste simulaties uitgevoerd worden. Het bestuur deelt mij mee dat uw bezorgdheid over de verkeerssituatie in de Rodepoortstraat wordt meegenomen wanneer ze met het model aan de slag gaan om aanpassingen te simuleren.


2) Over het parkeerplan van Grimbergen

U dient eveneens beroep in tegen het ‘parkeerplan’ van Grimbergen Strombeek-Bever.

Gelet op de historiek van het dossier lijkt u hiermee te verwijzen naar het parkeerregime in de Rodepoortstraat, zoals gewijzigd via beslissing van het college van burgemeester en schepenen d.d. 11 september 2023 tot ‘Wijziging van het aanvullend reglement op het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer inzake het invoeren van een verbod parkeren in bepaalde gedeelten van de Rodepoortstraat van 27 juni 1996’. Deze beslissing van 11 september 2023 wijzigt voormeld reglement en voert een parkeerverbod in via blokparkeren. Het parkeerverbod geldt (o.a.) aan de zijde van de oneven huisnummers vanaf huisnummer 59 tot aan de aansluiting met de Grotewinkellaan.

Door deze beslissing werd dus een parkeerverbod ingevoerd vóór uw woning. Voor zover uw klacht gericht is tegen deze beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 11 september 2023, moet worden vastgesteld dat de termijn voor toezicht is verstreken (zie artikel 332 van het Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur).

De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 11 september 2023 werd op de webtoepassing van de gemeente gepubliceerd op 12 september 2023 en van die bekendmaking werd op dezelfde dag kennisgegeven aan mijn ambt als toezichthoudende overheid. De initiële toezichttermijn van 30 dagen begon te lopen op 13 september 2023. De laatste dag waarop klacht kon worden ingediend was dus donderdag 12 oktober 2023.

Uw klacht werd echter meer dan twee jaar later ingediend (op 28 oktober 2025).

Uw klacht moet dus als laattijdig en onontvankelijk worden beschouwd.

Louter volledigheidshalve kan ik u wel nog meedelen dat op heden een parkeerbeheersplan inzake straatparkeren wordt voorbereid door het bestuur. Dit plan betreft een globaal parkeerplan op grondgebied Grimbergen en zit momenteel nog in een voorbereidende, participatieve fase. De eerste stappen in het participatief proces werden inmiddels doorlopen, nl. interactieve werksessies met gemeenteraadsleden en met vertegenwoordigers van handelaars, scholen en verenigingen. Voor inwoners volgt later nog een mogelijkheid om (relevante) input en terreinkennis te delen via het digitaal platform ‘Grimbergen denkt mee’. Daarna zal een gemeenteraadscommissie ‘Ruimte’ worden georganiseerd en zal finaal een infomoment voor de bevolking worden voorzien.


3) Over de (beweerde) schade door het mobiliteitsplan en parkeerplan

In uw klacht schrijft u dat u schade ondervindt door het mobiliteitsplan en parkeerplan. Zo zou de voormalige huurder de woning hebben verlaten door de verkeerssituatie. Ook zou er sprake zijn van gezondheidsschade en financiële schade door de hoge verkeersdruk en de overlast.

Een discussie over schade(loosstelling) kan uitsluitend worden beslecht door de burgerlijke rechtbank. Indien u meent dat daartoe grond zou bestaan, kunt u zich tot deze rechtbank wenden. Mijn ambt kan echter geen uitspraak doen over de opportuniteit, slaagkans of ontvankelijkheid van eventuele gerechtelijke procedures. Zo u dit wenst, kunt u hierover inlichtingen inwinnen bij uw raadsman.

Ik hield eraan u hieromtrent te informeren."

 

Het college van burgemeester en schepenen nam hiervan kennis en besliste dit, overeenkomstig artikels 332, §1, derde lid en 333, tweede lid DLB, ter kennisname voor te leggen aan de gemeenteraad.

 

Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om hier, overeenkomstig artikels 332, §1, derde lid en 333, tweede lid DLB, kennis van te nemen.

Bijkomende info:

/

BESLUIT:

Enig artikel.

Kennis te nemen van de brieven van de gouverneur van 16 december 2025, ingekomen op 16 december 2025 via het loket lokaal bestuur, toegevoegd als bijlagen 1 en 2 bij dit besluit, specifiek dat de gouverneur niet zal optreden.