De gemeenteraad trekt het besluit van de gemeenteraad van 28 augustus 2025 omtrent de 'zaak der wegen' gevoegd aan de omgevingsvergunning OMV_2025020856 (OMV/63/25) betreffende het dossier aanleg dubbelrichtingfietspad Beigemsesteenweg en het rooien van bomen, in omwille van de weigering van de omgevingsvergunning (OMV/63/25) door de deputatie op 4 december 2025.
Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 13 april 2026 - Omgevingsvergunningsaanvraag OMV_2025020856 (OMV/63/25) - Aanleg dubbelrichtingfietspad en rooien bomen - Rooilijnplan voor de Beigemsesteenweg (deel): Intrekking gemeenteraadsbesluit van 28 augustus 2025 houdende de zaak der wegen - Principieel akkoord (BIJLAGE 7).
Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 9 maart 2026 - Aanleggen van een dubbelrichtingfietspad in de Beigemsesteenweg, tussen de Meerstraat en de Wolvertemsesteenweg: indienen van omgevingsaanvraag - Goedkeuring (DOSSIERSTUK 1).
Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 15 december 2025 - Beslissing in beroep van de aanvraag tot omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen van het gemeentebestuur Grimbergen voor het aanleggen van een dubbelrichtingfietspad in de Beigemsesteenweg ZN, tussen de Meerstraat en de Wolvertemsesteenweg, alsook het rooien van 83 bomen die gecompenseerd worden op een andere locatie binnen de gemeente – Beigemsesteenweg ZN, 1850 Grimbergen - OMV/63/25 - Standpuntbepaling (BIJLAGE 4).
Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 8 september 2025 - Aanvraag tot omgevingsvergunning voor de stedenbouwkundige handelingen van het gemeentebestuur voor het aanleggen van een dubbelrichtingfietspad in de Beigemsesteenweg, tussen de Meerstraat en de Wolvertemsesteenweg, alsook het rooien van 83 bomen die gecompenseerd worden, deels langsheen het tracé, alsook op een andere locatie binnen de gemeente - Beigemsesteenweg ZN, 1850 Grimbergen - OMV/63/25 (BIJLAGE 2).
Advies van de provincie Vlaams-Brabant van 25 maart 2026 (BIJLAGE 6):
"In de FAQ Gemeentewegendecreet van Vlaanderen vind ik het volgende terug:
2.23 WAT GEBEURT ER ALS DE GEMEENTERAADSBESLISSING IN BEROEP NIET WORDT VERNIETIGD, MAAR DE VERGUNNING WEL GEWEIGERD WORDT?
De gemeenteraadsbeslissing bestaat formeel nog, maar door de weigering (in beroep) van de vergunning, is deze beslissing onuitvoerbaar.
De stedenbouwkundige handelingen, nodig in functie van de wegenis, zijn immers niet vergund.
Er zijn nog een aantal hypotheses waarin het gebeurt dat het gemeenteraadsbesluit juridisch blijft bestaan, maar de beslissing onuitvoerbaar wordt. Dit doet zich voor in volgende gevallen:
- Wanneer de aanvrager afstand doet van de omgevingsvergunningsaanvraag;
- Wanneer de vergunning (in beroep) door de vergunningverlenende overheid wordt geweigerd of wanneer de vergunning wordt vernietigd door de Raad voor Vergunningsbetwistingen;
- Als de omgevingsvergunning vervalt.
De vraag stelt zich of de gemeenteraad in deze situaties een (nieuwe) gemeenteraadsbeslissing moet nemen wanneer een nieuwe (gelijkaardige) vergunningsaanvraag wordt ingediend.
Omdat een gemeenteraadsbeslissing over de zaak der wegen (in de geïntegreerde procedure) steeds onlosmakelijk verbonden is met een bepaalde omgevingsaanvraag, zal bij een nieuwe omgevingsvergunningsaanvraag de gemeenteraad steeds een nieuwe beslissing moeten nemen.
Indien de nieuwe aanvraag op het vlak van de wegenis identiek is aan de vroegere aanvraag dan is het uiteraard mogelijk dat de gemeenteraad de overwegingen uit haar vroegere beslissing ‘hergebruikt’.
De vraag of een gemeenteraadsbeslissing die is genomen in het kader van een vroegere aanvraag volledig herbruikbaar is, zal steeds in concreto moeten worden beoordeeld. Wanneer bijvoorbeeld de wegenis op dezelfde manier wordt ingetekend, maar op de wegenis niet enkel woningen zullen ontsluiten zoals in een eerdere aanvraag, maar ook winkels dan heeft dit vanzelfsprekend een impact op de verkeersveiligheid en zullen de overwegingen uit een voeger gemeenteraadsbesluit niet zomaar kunnen worden hergebruikt.
De beoordeling of een wegenisdossier bij een omgevingsvergunningsaanvraag zich exact hetzelfde voordoet als bij een eerdere aanvraag, en dus tot eenzelfde besluit leidt, kan enkel door de gemeenteraad zelf worden gemaakt. Om die reden kan een eerder wegenisbesluit dat hoorde bij een omgevingsvergunningsaanvraag niet zomaar gerecupereerd worden, zonder dat de gemeenteraad hierover kan oordelen.
In het algemeen raden wij aan om dergelijke gemeenteraadsbesluiten die onuitvoerbaar zijn geworden, voor de duidelijkheid in het rechtsverkeer formeel in te trekken.
Hieruit kan je dus afleiden dat de vorige, onuitvoerbare gemeenteraadsbeslissing best wordt ingetrokken naar aanleiding van de eerdere weigeringsbeslissing van de deputatie. Hierdoor vervalt ook de goedgekeurde rooilijn in zijn geheel. Deze intrekking dient te gebeuren voordat de gemeenteraad uitspraak doet over de zaak der wegen in de nieuwe aanvraag."
Op 24 februari 2025 diende het gemeentebestuur Grimbergen een aanvraag tot omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen (ref. OMV_2025020856 - OMV/63/25) in bij de gemeente Grimbergen. De aanvraag werd volledig en ontvankelijk verklaard op 28 maart 2025.
De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Beigemsesteenweg ZN in 1850 Grimbergen, kadastraal gekend als 3de afdeling - sectie F - nrs. 68D9, 68F9, 68E9 en 5de afdeling - sectie B - nrs. 421 H8, 428L3, 421X8, 421A9, 503K2 en 6de afdeling - sectie B - nr. 499D.
Het doel van het project is het aanleggen van een dubbelrichtingfietspad in de Beigemsesteenweg, tussen de Meerstraat en de Wolvertemsesteenweg, alsook het rooien van 83 bomen die gecompenseerd worden, deels langsheen het tracé, alsook op een andere locatie binnen de gemeente.
Er werd gebruik gemaakt van de geïntegreerde vergunningsprocedure om naast de stedenbouwkundige handelingen ook de wijziging van de rooilijn voor de gemeenteweg Beigemsesteenweg (deel) aan te vragen. Het aanvraagdossier bevatte hiertoe het rooilijnplan voor wijziging van de rooilijn van de Beigemsesteenweg (deel) ter hoogte van de percelen kadastraal gekend als 3de afdeling - sectie F - nrs. 68d9, 68e9 en 68f9.
Dit rooilijnplan werd door de gemeenteraad, als zijnde zaak der wegen, goedgekeurd op 28 augustus 2025.
Het college van burgemeester en schepenen heeft vervolgens op 8 september 2025 een voorwaardelijke omgevingsvergunning (OMV/63/25) afgeleverd.
Op 16 oktober 2025 ontving de deputatie van de provincie Vlaams-Brabant een beroepsschrift tegen deze beslissing van een derde.
De deputatie besloot op 4 december 2025 de omgevingsvergunning (OMV/63/25) te weigeren op grond van onbevoegdheid:
"Op 18 september 2025 deed het Grondwettelijk Hof bij arrest nr. 122/2025 (rolnummer 8357) uitspraak over het beroep tot vernietiging van het derde lid van artikel 15/1 van het Omgevingsvergunningsdecreet (OVD), dat werd ingevoegd bij artikel 5 van het decreet van 19 april 2024. Artikel 15/1, lid 1 en 2, van het OVD bepaalt dat de deputatie in eerste bestuurlijke aanleg bevoegd is om een aanvraag voor een gemeentelijk project te beoordelen als het college van burgemeester en schepenen (CBS) de initiatiefnemer en aanvrager is en als er voor het project een milieueffectenrapport (project-MER) moet worden opgesteld en er geen ontheffing van rapportageplicht is verkregen. Het derde lid van voormeld artikel bepaalt dan weer dat dit niet geldt indien er louter een project-MER-screening aan de aanvraag wordt toegevoegd.
Eerder dit jaar deed het Hof van Justitie een uitspraak met een arrest van 8 mei 2025 (C- 236/24) over een prejudiciële vraag gesteld door de Raad van State en stelde dat artikel 9bis van de project-MER-richtlijn, dat een passende scheiding voorziet tussen conflicterende functies bij het uitvoeren van de uit die richtlijn voortvloeiende taken, ook van toepassing is op projectaanvragen waarbij een screening is gevoegd. Volgens het Grondwettelijk Hof volgt uit voormeld arrest dat de instantie die bevoegd is om te bepalen of een project aan een milieueffectbeoordeling moet worden onderworpen (zijnde de gemeentelijke omgevingsambtenaar wanneer de aanvraag uitgaat van het CBS), dient te beschikken over een werkelijke autonomie, wat met name inhoudt dat zij beschikt over eigen administratieve middelen en personeel. Volgens het Grondwettelijk Hof voorziet het OVD “niet in afdoende structurele en organisatorische waarborgen opdat de omgevingsambtenaren steeds met de vereiste objectiviteit zouden kunnen oordelen over de project-MER.- screeningsnota” en vernietigt zij daarom het derde lid van artikel 15/1 OVD met terugwerkende kracht.
De vernietiging met terugwerkende kracht van het derde lid van artikel 15/1 OVD impliceert dat de vernietigde bepalingen ab initio, vanaf het ogenblik van hun inwerkingtreding, uit het rechtsverkeer verdwijnen m.a.w. dat de vernietigde bepalingen geacht worden nooit te hebben bestaan. De vernietiging van het derde lid van artikel 15/1 van het OVD heeft voor het betrokken dossier als gevolg dat de gemeente Grimbergen niet bevoegd was om de aanvraag voor het aanleggen van een dubbelrichtingfietspad in de Beigemsesteenweg tussen de Meerstraat en de Wolvertemsesteenweg, alsook het rooien van 83 bomen die gecompenseerd worden op een locatie binnen de gemeente te behandelen. De aanvraag werd ingediend door de gemeente Grimbergen als aanvrager en het betreft een aanvraag waarvoor volgens het Besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2013 een project-MER-screening dient te gebeuren (bijlage III bij het project-MER-besluit).
Uit het voorgaande blijkt dat op 8 september 2025 het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Grimbergen niet bevoegd was om over de aanvraag een beslissing te nemen. De deputatie is bijgevolg nu ook niet meer bevoegd om in beroep de aanvraag inhoudelijk te beoordelen en daarover te beslissen, maar kan enkel de bevoegdheidsoverschrijding vaststellen die in eerste administratieve aanleg is geschied. Het is wel noodzakelijk om de beslissing van het college uit het rechtsverkeer te verwijderen. Hiertoe voorziet artikel 66 van het OVD niet dat een bestreden beslissing nietig verklaard kan worden. De meest aangewezen optie tegen een beslissing waarbij de overheid haar beslissingsbevoegdheid te buiten is gegaan, is een weigering van de aanvraag om zo de vergunningsbeslissing van het college op te heffen en uit het rechtsverkeer te verwijderen, zonder zich nog ten gronde over de aanvraag uit te spreken.Er wordt voorgesteld om op grond van onbevoegdheid de aanvraag ingediend door het gemeentebestuur Grimbergen, Prinsenstraat 3, 1850 Grimbergen, voor het aanleggen van een dubbelrichtingfietspad in de Beigemsesteenweg tussen de Meerstraat en de Wolvertemsesteenweg, alsook het rooien van 83 bomen die gecompenseerd worden op een locatie binnen de gemeente, gelegen Beigemsesteenweg zn,1850 Grimbergen, te weigeren om zo de vergunning onder voorwaarden van het college van burgemeester en schepenen van Grimbergen van 8 september 2025 uit het rechtsverkeer te verwijderen."
Het college van burgemeester en schepenen heeft op 15 december 2025 kennis genomen van de weigering tot omgevingsvergunning door de deputatie op 4 december 2025 inzake het betreffende dossier. Er werd eveneens beslist om niet in beroep te gaan tegen de beslissing van de deputatie.
Intussen werden door de gemeente gewijzigde plannen opgemaakt en werd een nieuw dossier ingediend bij de provincie Vlaams Brabant (ref. OMV_2026029328 - OMV/92/26).
Er was echter grote onduidelijkheid of de weigering van de omgevingsvergunning (OMV/63/25) door de deputatie op 4 december 2025 al dan niet ook een intrekking inhield van de gemeenteraadsbeslissing van 28 augustus 2025 houdende de zaak der wegen in dit dossier. Hiervoor werd door de dienst Vergunningen advies gevraagd bij de provincie Vlaams-Brabant.
Op 25 maart 2026 liet de provincie weten dat - gelet op de weigeringsbeslissing van de deputatie op 4 december 2025 - het gemeenteraadsbesluit van 28 augustus 2025 onuitvoerbaar is geworden.
Er wordt dan ook vanuit de provincie geadviseerd om vooraleer een (nieuwe) gemeenteraadbeslissing 'zaak der wegen' te nemen over de nieuwe rooilijn, de vorige 'zaak der wegen' in te trekken en de reeds goedgekeurde rooilijn te laten vervallen:
"Hieruit kan je dus afleiden dat de vorige, onuitvoerbare gemeenteraadsbeslissing best wordt ingetrokken naar aanleiding van de eerdere weigeringsbeslissing van de deputatie. Hierdoor vervalt ook de goedgekeurde rooilijn in zijn geheel. Deze intrekking dient te gebeuren voordat de gemeenteraad uitspraak doet over de zaak der wegen in de nieuwe aanvraag".
Het college van burgemeester en schepenen heeft op 13 april 2026:
kennis genomen van het advies van 25 maart 2026 vanwege de provincie Vlaams-Brabant, zoals toegevoegd aan zitting van heden, met betrekking tot de intrekking van het gemeenteraadsbesluit van 28 augustus 2025 omtrent de 'zaak der wegen' gevoegd aan de omgevingsvergunning OMV_2025020856 (OMV/63/25);
principieel akkoord gegeven met de intrekking van het gemeenteraadsbesluit van 28 augustus 2025 omtrent de 'zaak der wegen' gevoegd aan de omgevingsvergunning OMV_2025020856 (OMV/63/25) betreffende het dossier aanleg dubbelrichtingfietspad Beigemsesteenweg en het rooien van bomen en
beslist om de intrekking van het gemeenteraadsbesluit van 28 augustus 2025 omtrent de 'zaak der wegen' gevoegd aan de omgevingsvergunning OMV_2025020856 (OMV/63/25) betreffende het dossier aanleg dubbelrichtingfietspad Beigemsesteenweg en het rooien van bomen, voor te leggen aan de gemeenteraad.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om het gemeenteraadsbesluit van 28 augustus 2025 omtrent de 'zaak der wegen', gevoegd aan de omgevingsvergunning OMV_2025020856 (OMV/63/25) betreffende het dossier aanleg dubbelrichtingfietspad Beigemsesteenweg en het rooien van bomen, in te trekken.
Voor het debat wordt verwezen naar het zittingsverslag.
/
Enig artikel.
Het besluit van de gemeenteraad van 28 augustus 2025 omtrent de 'zaak der wegen' gevoegd aan de omgevingsvergunning OMV_2025020856 (OMV/63/25) betreffende het dossier aanleg dubbelrichtingfietspad Beigemsesteenweg en het rooien van bomen, in te trekken omwille van de weigering van de omgevingsvergunning (OMV/63/25) door de deputatie op 4 december 2025.