Terug
Gepubliceerd op 28/08/2026

Besluit  GEMEENTERAAD

do 25/06/2026 - 19:00

Besluit van de provinciegouverneur van 9 juni 2026 inzake klacht van 16 april 2026 van xxx inzake het aanhoudend sluipverkeer via de Spaanse Lindebaan, het gemeentebeleid en een onopgeloste afgesloten klacht - Kennisname

Aanwezig: Daan VERTONGEN, voorzitter gemeenteraad
Bart LAEREMANS, burgemeester
Jelle DE WILDE, Kirsten HOEFS, Chantal LAUWERS, Trui OLBRECHTS, Philip ROOSEN, Karlijne VAN BREE, Eliane VANCRAENENBROECK, schepenen
Eddie BOELENS, Nicolas BOURGEOIS, Randy BUELENS, Ann DAAMEN, William DE BOECK, Caroline DENIL, Soufian FAROUK, Isabel GAISBAUER, Gilbert GOOSSENS, Dieter GOOVAERTS, Britt JOHN, Luc KEPPENS, Katrien LE ROY, Luca MATON, Wim MISSOTTEN, Katleen ORINX, Erkut OVALI, Wim ROBBERECHTS, Laurent VANBINST, Bart VAN HUMBEECK, Karin VERTONGEN, gemeenteraadsleden
Muriel VAN SCHEL, algemeen directeur
Verontschuldigd: Manon BAS, Ewoud DE MEYER, Tom GAUDAEN, gemeenteraadsleden

De gemeenteraad neemt kennis van de brieven van de gouverneur van 9 juni 2026, ingekomen op 10 juni 2026 via het loket lokaal bestuur, toegevoegd als bijlagen bij het besluit, specifiek dat de gouverneur niet zal optreden.

De volgende bepalingen zijn van toepassing inzake de bevoegdheid:

Titel VII - Bestuurlijk toezicht van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (DLB).

De beslissing wordt genomen op grond van:
  • Artikel 327 DLB:

Behalve in geval van andersluidende bepalingen, beperkt de toezichthoudende overheid zich bij de uitoefening van het toezicht, vermeld in dit decreet, tot een toetsing aan het recht en aan het algemeen belang. Voor beslissingen van de gemeenteoverheid is het algemeen belang elk belang dat ruimer is dan het gemeentelijk belang. Voor beslissingen van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn is het algemeen belang elk belang dat ruimer is dan het gemeentelijk belang en het belang van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn.

  • Artikel 328 DLB:

De toezichthoudende overheid kan bij de gemeenteoverheid en bij het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn alle documenten en inlichtingen opvragen of die ter plaatse raadplegen. Ze bepaalt de informatiedrager en de vorm waarin die gegevens worden verstrekt.

  • Artikel 331 DLB:

De toezichthoudende overheid kan besluiten van een gemeenteoverheid en van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn ambtshalve opvragen.
Bij de ontvangst van een klacht vraagt de toezichthoudende overheid het besluit en het bijbehorende dossier op.

  • Artikel 333 DLB:

Als een klacht wordt ingediend tegen een besluit van de gemeenteoverheid of van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn brengt de toezichthoudende overheid de indiener van de klacht op de hoogte van:
1° de ontvangst van de klacht, binnen tien dagen nadat ze ontvangen werd;
2° het verzoek van de toezichthoudende overheid aan de gemeenteoverheid of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn om het besluit en het bijbehorende dossier te bezorgen, binnen tien dagen na dat verzoek;
3° het besluit van de toezichthoudende overheid over de ingediende klacht met vermelding van de motieven waarop het besluit is gebaseerd.
De toezichthoudende overheid brengt de betrokken gemeenteoverheid of aan het betrokken openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn op de hoogte van haar definitieve antwoord aan de indiener van de klacht. Deze mededeling wordt ter kennis gebracht op de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad of van de raad voor maatschappelijk welzijn.
In geval van stuiting van de termijn om een beroep in te stellen bij de Raad van State, brengt de toezichthoudende overheid de indiener van de klacht op de wijze, bepaald door de Vlaamse Regering, op de hoogte van de motieven van de toezichthoudende overheid om het besluit van de gemeenteoverheid of van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn waartegen de klacht was ingediend, niet te vernietigen, binnen tien dagen na het nemen van dat besluit of na het verstrijken van de termijn.

  • Artikel 332 DLB:

§ 1. Met behoud van de toepassing van artikel 243, § 3, 259 en 262 beschikt de toezichthoudende overheid over dertig dagen om een besluit van een gemeenteoverheid te vernietigen en om de gemeenteoverheid daarvan op de hoogte te brengen.
De toezichthoudende overheid beschikt over dertig dagen om een besluit van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn te vernietigen en om het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn daarvan op de hoogte te brengen.
Alle besluiten en opmerkingen van de toezichthoudende overheid worden ter kennis gebracht op de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad of van de raad voor maatschappelijk welzijn.
§ 2. De termijn, vermeld in paragraaf 1, gaat in op de dag die volgt op de kennisgeving aan de toezichthoudende overheid van de bekendmaking op de webtoepassing van de gemeente van de lijst van de aangelegenheden, vermeld in artikel 285, § 1, 1° en 2°, en artikel 285, § 2, eerste lid, 1° en 2°. Voor de besluiten, vermeld in artikel 286, § 1 en § 2, start de termijn, vermeld in paragraaf 1, op de dag die volgt op de kennisgeving aan de toezichthoudende overheid van de bekendmaking van het besluit op de webtoepassing van de gemeente.
Onder voorbehoud van de toepassing van het eerste lid, start de termijn, vermeld in paragraaf 1, voor de besluiten van een gemeenteoverheid of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn die met toepassing van artikel 331 ambtshalve of na ontvangst van een klacht werden opgevraagd door de toezichthoudende overheid, op de dag die volgt op de verzending van het opgevraagde besluit.
§ 3. Een klacht wordt, op straffe van niet-ontvankelijkheid, ingediend binnen een periode van dertig dagen, die volgt op de dag van de bekendmaking op de webtoepassing van de gemeente van de lijst van de aangelegenheden, vermeld in artikel 285, § 1, 1° en 2°, en artikel 285, § 2, eerste lid, 1° en 2°, of van de besluiten, vermeld in artikel 286, § 1 en § 2.
§ 4. De termijn, vermeld in paragraaf 1, wordt gestuit door de verzending van een klacht aan de toezichthoudende overheid, op voorwaarde dat die klacht verstuurd wordt op de wijze, bepaald door de Vlaamse Regering, binnen de termijn, vermeld in paragraaf 3.
Een nieuwe termijn als vermeld in paragraaf 1 gaat in op de dag die volgt op de verzending van de klacht.
§ 5. De termijn, vermeld in paragraaf 1, wordt gestuit door de opvraging door de toezichthoudende overheid van het besluit van de gemeenteoverheid of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn met toepassing van artikel 331, eerste of tweede lid.
Een nieuwe termijn als vermeld in paragraaf 1 gaat in op de dag die volgt op de verzending van het opgevraagde besluit.
§ 6. De gemeenteoverheid of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn verzendt het besluit dat door de toezichthoudende overheid is opgevraagd binnen een termijn van dertig dagen die volgt op de dag van de verzending van de opvraging.
Als de gemeenteoverheid of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn het gevraagde besluit niet verzendt aan de toezichthoudende overheid binnen de termijn, vermeld in het eerste lid, bezorgt de toezichthoudende overheid na het verstrijken van die termijn een herinnering. De herinnering verwijst uitdrukkelijk naar de gevolgen, vermeld in het vierde lid.
Een nieuwe termijn van dertig dagen gaat in op de dag na de verzending van de herinnering.
Als het gevraagde besluit niet wordt verzonden aan de toezichthoudende overheid binnen die nieuwe termijn, is het opgevraagde besluit van rechtswege nietig. De toezichthoudende overheid brengt de gemeenteoverheid of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn op de hoogte van die nietigheid.


  • Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 15 juni 2026 "Besluit van de provinciegouverneur van 9 juni 2026 inzake klacht van 16 april 2026 van xxx inzake het aanhoudend sluipverkeer via de Spaanse Lindebaan, het gemeentebeleid en een onopgeloste afgesloten klacht - Kennisname".
  • Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 1 juni 2026 "Klacht van 16 april 2026 van xxx inzake het aanhoudend sluipverkeer via de Spaanse Lindebaan, het gemeentebeleid en een onopgeloste afgesloten klacht - Opvraging dossier door provinciegouverneur - Ontwerp van antwoord - Kennisname en goedkeuring".
 
  • Klacht van 16 april 2026 inzake het aanhoudend sluipverkeer via de Spaanse Lindebaan, het gemeentebeleid en een onopgeloste afgesloten klacht daaromtrent (in bijlage).
 
  • Brief van 19 mei 2026 2026 van het Agentschap Binnenlands Bestuur (ABB) betreffende de bovenstaande klacht (in bijlage).
De beslissing houdt rekening met volgende adviezen:

/

De beslissing kent volgende inhoudelijke verantwoording:

Het college van burgemeester en schepenen nam op 1 juni 2026 kennis van klacht van een burger inzake het aanhoudend sluipverkeer via de Spaanse Lindebaan, het gemeentebeleid en een onopgeloste afgesloten daaromtrent, bij de provinciegouverneur overgemaakt per brief namens de provinciegouverneur van 19 mei 2026, ontvangen via het loket lokaal bestuur (berichtencentrum) op 19 mei 2026.

Het college van burgemeester en schepenen ging akkoord om alle betrokken besluiten, het dossier, een uitgebreide toelichting en het standpunt over het voorwerp van de klacht (artikel 331 DLB) van zodra deze wordt ontvangen, uiterlijk 30 dagen na het ontvangen van de brief, te bezorgen aan de provinciegouverneur via het digitaal loket (berichtencentrum).

 

Het college van burgemeester en schepenen nam in dezelfde zitting van kennis van het ontwerp van antwoord met stukken, opgemaakt door de dienst Mobiliteit, toegevoegd als bijlage bij het besluit, en keurde dit goed. Dienst PAO heeft dit op 3 juni 2026 opgeladen via het loket lokaal bestuur.

 

Per brief van 9 juni 2026, ingekomen via het loket lokaal bestuur (berichtencentrum) op 10 juni 2026 (Bijlage 2), maakt de gouverneur als volgt een kopie van zijn antwoord aan de klager over:

"Geacht college,

Mijn diensten onderzochten de klacht over het gemeentebeleid en het sluipverkeer in de Spaanse Lindebaan.

U vindt hierbij een kopie van mijn antwoord aan klager. Hierin leest u dat ik op basis van dit onderzoek tot de conclusie kom dat er geen reden is om op te treden in dit dossier.

Ik verzoek u mijn beslissing (antwoord aan klager) ter kennis te brengen op de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad (artikel 333, tweede lid decreet over het lokaal bestuur).

Met vriendelijke groeten,"

 

De gouverneur laat de klagers weten dat zijn ambt niet zal optreden om volgende redenen (Bijlage 1):

"1. Wat betreft de lokale verkeerssituatie

In antwoord op uw eerdere klacht (ons kenmerk KLACHT2025.000788), wees ik u er al op dat mijn ambt als toezichthoudende overheid niet bevoegd is om te oordelen over de manier waarop het gemeentebestuur een concrete verkeerssituatie regelt. Het nemen van verkeersmaatregelen op gemeentewegen, zoals de Spaanse Lindebaan, behoort tot de autonomie van het gemeentebestuur Grimbergen. Als toezichthoudende overheid kan ik mij daarbij niet in de plaats stellen van een lokaal bestuur en het bestuur bijvoorbeeld verplichten om een beleidskeuze te maken rond het verkeer in een straat.

Louter ter info geef ik mee wat het bestuur mij meedeelde over de verkeerssituatie in de Spaanse Lindebaan:

“Wegcategorisering vs. sluipverkeer

De Spaanse Lindebaan is in het gemeentelijk mobiliteitsplan, dat dateert uit 2023, gecategoriseerd als een lokale ontsluitingsweg. Dit betekent dat de weg een verbindende rol heeft binnen de lokale verkeersstructuur en instaat voor de ontsluiting van omliggende woonstraten en wijken. Deze categorisering impliceert dat lokaal verkeer en bestemmingsverkeer gebruik mogen maken van de weg en de weg geen loutere erftoegangsweg is.

Hoewel de gemeente erkent dat bewoners een bepaalde verkeersdruk ervaren en bezorgdheden uiten over sluipverkeer tussen de gewestwegen (N202 en N211), moeten de verkeersstromen bekeken worden binnen een bredere context, zijnde de aanwezigheid van een zonale bestemming voor verkeer (centrum Grimbergen en omliggende wijken) en de rol van de weg als ontsluitingsas binnen het gemeentelijk mobiliteitsnetwerk.

Daarnaast dient ook gewezen te worden op de gemeenteraadsbeslissing uit 2010 om o.a. de Spaanse Lindebaan aan te wijzen als voorrangsbaan t.o.v. de aansluitende straten. De Spaanse Lindebaan wordt daarbij weerhouden als een verkeersdragende as, die een belangrijke verbinding vormt op lokaal niveau en het verkeer van het aansluitend gebied verzamelt om het uiteindelijk te laten ontsluiten op hoger gecategoriseerde wegen.

O.b.v. voorgaande kan niet elk doorgaand gemotoriseerd verkeer per definitie als ongeoorloofd sluipverkeer worden beschouwd.

Maatregelen in kader van verkeersveiligheid

De Spaanse Lindebaan is gelegen binnen de bebouwde kom waardoor er bijgevolg een snelheidsbeperking van 50 km/u geldt. Het huidige wegbeeld met aanwezigheid van afgescheiden fietspaden langs weerszijden van de rijbaan, stemt overeen met deze snelheidsbeperking.

Daarnaast geldt in de Spaanse Lindebaan een zonale tonnagebeperking van 3,5t met uitzondering van plaatselijk verkeer en dienstvoertuigen gemeente. Deze maatregel weert zwaar doorgaand gemotoriseerd verkeer doorheen de Spaanse Lindebaan. Aangezien deze zone ruimer is dan de straat zelf, is het mogelijk dat zwaar verkeer de Spaanse Lindebaan gebruikt zonder een bestemming te hebben in de straat zelf, maar wel binnen de afgebakende zone. Dit verklaart de blijvende aanwezigheid van een (beperkte) hoeveelheid zwaar verkeer.

Om voormelde beperkingen continu te handhaven werd in 2024 een trajectcontrole via ANPR camera’s ingevoerd in de Spaanse Lindebaan.

In het westelijk wegsegment van de Spaanse Lindebaan waren vóór de invoering van deze trajectcontrole drie verkeersdrempels aanwezig, maar deze waren dringend aan vervanging toe. Doordat hun functie werd overgenomen door de trajectcontrole werden deze na wegname, niet vervangen.

Verder werden op het oostelijk wegsegment van de Spaanse Lindebaan (beperkte) parkeerstroken aangebracht om het parkeren te ordenen zonder daarbij zichtbaarheid van in- en uitritten op het aankomend verkeer te beperken. Deze parkeerstroken werden afgestemd op de effectieve parkeerbehoefte.

Het geheel van deze maatregelen beoogt de verkeersveiligheid te verbeteren en een evenwicht te behouden tussen parkeren en doorstroming.

Mobiliteitsplan en evaluatie

In het gemeentelijk mobiliteitsplan uit 2023 werd het instellen van een circulatielus in de Spaanse Lindebaan en de Merodestraat opgenomen met als doel het verminderen van de verkeersdruk in Spaanse Lindebaan.

Aangezien een mobiliteitsplan geen statisch gegeven betreft en circulatiewijzigingen uiteraard repercussies hebben over een ruimer gebied heen en niet enkel in een welbepaalde straat, werd in de loop van 2025 beslist om vóór de invoering van voormelde circulatielus een verkeersmodel aan te kopen om, o.a., deze lus te simuleren om zo een duidelijk beeld te krijgen van de gevolgen ervan.

Het verkeersmodel diende vooreerst gevoed te worden met voldoende metingen. Zo werden in mei 2025 metingen uitgevoerd in de Spaanse Lindebaan en de Merodestraat, die in het model werden opgenomen. Ondertussen werd het verkeersmodel opgeleverd en werden reeds diverse circulatiescenario’s in de (omgeving van) Spaanse Lindebaan gesimuleerd.

Deze scenario’s hadden steeds een ongewenste verkeersverschuiving tot gevolg (richting het centrum van Grimbergen en de daar bijhorende schoolomgevingen) en/of hadden een negatieve impact op de verkeersdoorstroming op de Brusselsesteenweg (gewestweg).

De resultaten van deze scenario’s werden besproken tijdens een interne werksessie met de leden van de gemeenteraadscommissie Ruimte. Gelet op de (ongewenste) effecten die de gesimuleerde scenario’s zouden teweegbrengen (waaronder de circulatielus zoals opgenomen in het gemeentelijk mobiliteitsplan uit 2023) en de categorisering van de Spaanse Lindebaan als een lokale ontsluitingsweg en voorrangsbaan, werden vooralsnog geen circulatiewijzigingen ingesteld.

Voorgaande neemt evenwel niet weg dat een verlaging van de snelheidslimiet naar 30 km/u verder wordt onderzocht (via simulaties). Hierover werd echter nog geen beleidsbeslissing genomen.”

2. Wat betreft de klachtenbehandeling door de gemeente

U stelt dat het bestuur onwaarheden schrijft in antwoord op uw klachten bij het bestuur.

Als toezichthoudende overheid kan ik geen onderzoeksdaden stellen en kan ik dus de feitelijke correctheid van deze antwoorden niet checken. Wel blijkt uit het dossier dat het bestuur steeds gemotiveerd heeft geantwoord op uw vragen. Bovendien geeft het bestuur aan dat het de situatie blijft opvolgen en open staat voor verdere evaluatie binnen een onderbouwd mobiliteitsbeleid. Op basis van bovenstaande zal ik niet optreden in dit dossier."

Het college van burgemeester en schepenen nam hiervan kennis en besliste dit, overeenkomstig artikels 332, §1, derde lid en 333, tweede lid DLB, ter kennisname voor te leggen aan de gemeenteraad.


Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om hier, overeenkomstig artikels 332, §1, derde lid en 333, tweede lid DLB, kennis van te nemen.


Voor het debat wordt verwezen naar het zittingsverslag.

Bijkomende info:

/

BESLUIT:

Enig artikel.

Kennis te nemen van de brieven van de gouverneur van 9 juni 2026, ingekomen op 10 juni 2026 via het loket lokaal bestuur, toegevoegd als Bijlagen 1 en 2 bij dit besluit, specifiek dat de gouverneur niet zal optreden.