De burgemeester beslist op basis van artikel 134, §1 en 135, §2 van de Nieuwe Gemeentewet de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn van 28 oktober 2021 digitaal te laten doorgaan i.p.v. fysiek.
Nieuwe Gemeentewet van 24 juni 1988
In geval van oproer, kwaadwillige samenscholing, ernstige stoornis van de openbare rust of andere onvoorziene gebeurtenissen, waarbij het geringste uitstel gevaar of schade zou kunnen opleveren voor de inwoners, kan de burgemeester politieverordeningen maken, onder verplichting om daarvan onverwijld aan de gemeenteraad kennis te geven [... (opgeh. KB 30 mei 1989, art. 27, I: 1 juni 1989)], met opgave van de redenen waarom hij heeft gemeend zich niet tot de raad te moeten wenden. [... (opgeh. KB 30 mei 1989, art. 27, I: 1 juni 1989)] Die verordeningen vervallen dadelijk, indien zij door de raad in de eerstvolgende vergadering niet worden bekrachtigd.
[§2. De gemeenten hebben ook tot taak het voorzien, ten behoeve van de inwoners, in een goede politie, met name over de zindelijkheid, de gezondheid, de veiligheid en de rust op openbare wegen en plaatsen en in openbare gebouwen.
Meer bepaald, en voor zover de aangelegenheid niet buiten de bevoegdheid van de gemeenten is gehouden, worden de volgende zaken van politie aan de waakzaamheid en het gezag van de gemeenten toevertrouwd :
1° alles wat verband houdt met een veilig en vlot verkeer op openbare wegen, straten, kaden en pleinen, hetgeen omvat de reiniging, de verlichting, de opruiming van hindernissen, het slopen of herstellen van bouwvallige gebouwen, het verbod om aan ramen of andere delen van gebouwen enig voorwerp te plaatsen dat door zijn val schade kan berokkenen, of om wat dan ook te werpen dat voorbijgangers verwondingen of schade kan toebrengen of dat schadelijke uitwasemingen kan veroorzaken; voor zover de politie over het wegverkeer betrekking heeft op blijvende of periodieke toestanden, valt zij niet onder de toepassing van dit artikel;
2° het tegengaan van inbreuken op de openbare rust, zoals vechtpartijen en twisten met volksoploop op straat, tumult verwekt in plaatsen van openbare vergadering, nachtgerucht en nachtelijke samenscholingen die de rust van de inwoners verstoren;
3° het handhaven van de orde op plaatsen waar veel mensen samenkomen, zoals op jaarmarkten en markten, bij openbare vermakelijkheden en plechtigheden, vertoningen en spelen, in drankgelegenheden, kerken en andere openbare plaatsen;
4° het toezicht op een juiste toemeting bij het slijten van waren (waarvoor meeteenheden of meetwerktuigen gebruikt worden) en op de hygiëne van openbaar te koop gestelde eetwaren;
5° het nemen van passende maatregelen om rampen en plagen, zoals brand, epidemieën en epizoötieën te voorkomen en het verstrekken van de nodige hulp om ze te doen ophouden;
6° het verhelpen van hinderlijke voorvallen waartoe rondzwervende kwaadaardige of woeste dieren aanleiding kunnen geven. (verv. W. 27 mei 1989, art. 2, I: 1 juni 1989)]
[7° het nemen van de nodige maatregelen, inclusief politieverordeningen, voor het tegengaan van alle vormen van openbare overlast. (ing. W. 13 mei 1999, art. 7, I: 20 juni 1999)]
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017:
Naast zijn bevoegdheden voor de uitvoering van de politiewetten, politiedecreten, politieverordeningen, politiereglementen en politiebesluiten, voor de bestuurlijke politie op het grondgebied van de gemeente en voor dringende politieverordeningen is de burgemeester bevoegd voor de uitvoering van de wetten, de decreten en de uitvoeringsbesluiten van de federale overheid, het gewest of de gemeenschap tenzij die bevoegdheid uitdrukkelijk aan een ander orgaan van de gemeente is opgedragen.
De burgemeester informeert de gemeenteraad over de wijze waarop hij die bevoegdheid uitoefent als die daarom verzoekt.
De gemeenteraad stelt bij de aanvang van de zittingsperiode een huishoudelijk reglement vast waarin aanvullende maatregelen worden opgenomen voor de werking van de raad en waarin minstens bepalingen worden opgenomen over:
(...)
11° de keuze om digitaal of hybride te vergaderen en de wijze waarop;
12° de uitzonderlijke omstandigheden waaronder de gemeenteraad digitaal kan vergaderen, als het huishoudelijk reglement de mogelijkheid van digitaal vergaderen opneemt;
13° de uitzonderlijke omstandigheden waaronder de gemeenteraad hybride kan vergaderen, als het huishoudelijk reglement de mogelijkheid van hybride vergaderen opneemt.
- 28 mei 2020 inzake bekrachtiging van de besluiten van de burgemeester van 21 april en 12 mei 2020 inzake de maatregelen m.b.t. de organisatie van de gemeente- en OCMW-raad ten gevolge van de COVID-19 pandemie gedurende de volledige periode van de federale fase;
- 27 augustus 2020 inzake kennisname van de besluiten van de burgemeester van 14, 22 en 29 juli 2020 en bekrachtiging van de besluiten van de burgemeester van 29 juli en 3 augustus 2020;
- 24 september 2021 inzake kennisname en bekrachtiging van het besluit van de burgemeester van 8 september 2020
- 22 oktober 2021 inzake kennisname en bekrachtiging van het besluit van de burgemeester van 13 oktober 2020.
- 21 april 2020;
- 12 mei 2020;
- 8 september 2020;
- 13 oktober 2020;
- 30 augustus 2021.
/
De modaliteiten waarbij de gemeente- en OCMW-raad gedurende de federale fase zouden georganiseerd worden, werden goedgekeurd door het schepencollege en het vast bureau in zitting van 11 mei 2020, dit werd bekrachtigd op de gemeenteraad van 28 mei 2020.
Omwille van de stijgende COVID-19 problematiek is het niet aangewezen een fysieke zitting te organiseren voor de gemeenteraad van 28 oktober 2021.
/
Artikel 1.
Op basis van artikel 134, §1 en 135, §2 van de Nieuwe Gemeentewet:
Art. 2.
Deze verordening ter bekrachtiging voor te leggen aan de gemeente- en OCMW-raad op de eerstvolgende zitting.