De gemeenteraad vestigt een algemeen reglement betreffende alle gemeentelijke belastingen voor de aanslagjaren 2021-2025.
Besluit van 23 november 2020 van het college van burgemeester en schepenen aangaande een algemeen reglement betreffende alle gemeentelijke belastingen, aanslagjaren 2021-2025.
Advies van mevrouw Sabine CLAUS (e-mail van 10 maart 2020) en van mevrouw Olivia SOLEME (e-mail van 29 mei 2020), dossiermedewerkers Vlaamse overheid - Agentschap voor Binnenlands Bestuur - Team fiscaliteit, bijgevoegd in bijlage.
Naar aanleiding van de e-van 10 maart 2020 van mevrouw Sabine CLAUS en de e-mail van 29 mei 2020 van mevrouw Olivia SOLEME, dossiermedewerkers Vlaamse overheid - Agentschap voor Binnenlands Bestuur - Team fiscaliteit, dient het algemeen reglement betreffende alle gemeentelijke belastingen, dat voor de aanslagjaren 2020-2025 werd goedgekeurd bij gemeenteraadsbeslissing van 19 december 2019, gewijzigd te worden.
Meer bepaald dient artikel 5 van desbetreffend reglement te worden aangepast.
De bepalingen in artikel 5 van het huidige belastingreglement zijn onvolledig in vergelijking met artikel 7 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen. Hierdoor kan de toepassing van ambtshalve inkohiering en een ambtshalve verhoging van de belasting problematisch zijn.
Artikel 5 van bovenvermeld belastingreglement wordt gewijzigd als volgt:
1. Huidig artikel 5
Als de belastingverordening voorziet in de aangifteverplichting, zal de belasting ambtshalve gevestigd worden in het geval van een onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte.
In het geval van ambtshalve aanslag wordt de belasting verhoogd met maximaal het dubbel van de verschuldigde belasting.
Het bedrag van de verhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.
2. Gewijzigd artikel 5
In een belastingreglement inzake kohierbelastingen kan voorzien worden in een verplichting van aangifte.
De belastingplichtige is verplicht vóór 1 april van het aanslagjaar, tenzij anders bepaald in het belastingreglement, bij het gemeentebestuur spontaan aangifte te doen door middel van een formulier vastgesteld door het college van burgemeester en schepenen. Het aangifteformulier is beschikbaar op het e-loket van de gemeentelijke website www.grimbergen.be of is op eenvoudig verzoek bij het gemeentebestuur verkrijgbaar.
Indien de toestand op 1 januari van het aanslagjaar in aanmerking wordt genomen voor de vaststelling van de aanslag en deze op 1 januari van het aanslagjaar ongewijzigd blijft, dient er geen nieuwe aangifte te gebeuren.
Bij gebrek aan aangifte vóór 1 april van het aanslagjaar of binnen de in de verordening gestelde termijn of bij een onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte kan de belasting ambtshalve gevestigd worden. In geval van een ambtshalve aanslag wordt de belasting gevestigd op basis van gegevens waarover de belastingheffende overheid beschikt.
In het geval van ambtshalve aanslag wordt de belasting verhoogd. De verhoging is gelijk aan het bedrag van de ambtshalve belasting.
Het bedrag van de verhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.
Voor de belasting ambtshalve wordt gevestigd, brengt de bevoegde overheid, of het personeelslid dat daartoe is aangesteld overeenkomstig artikel 5 van het Invorderingsdecreet, de belastingplichtige met een aangetekende brief op de hoogte van de redenen waarom ze gebruik maakt van deze procedure, de elementen waarop de belasting is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van die elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van die kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen. De belasting mag niet worden gevestigd voor die termijn verstreken is, behoudens als de rechten van de provinciale of gemeentelijke thesaurie in gevaar verkeren ingevolge een andere oorzaak dan het verstrijken van de aanslagtermijnen.
In afwijking van de aanslagtermijn, vermeld in artikel 4 van het Invorderingsdecreet, kunnen ambtshalve belastingen geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar, te rekenen vanaf 1 januari van het aanslagjaar. Die termijn van drie jaar wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen.
Als een belasting ambtshalve is gevestigd, moet de belastingplichtige het bewijs leveren van de juistheid van de door hem ingeroepen elementen.
/
Enig artikel.
Onderstaand reglement goed te keuren:
Algemeen reglement betreffende alle gemeentelijke belastingen – Aanslagjaren 2021-2025
Hoofdstuk 1 – Toepassingsgebied
Artikel 1.
Dit reglement is van toepassing op iedere gemeentelijke belasting, door de gemeenteraad vastgesteld of vast te stellen, voor zover er niet van afgeweken wordt in het belastingreglement zelf. Dit met ingang van 1 januari 2021 voor een termijn eindigend op 31 december 2025.
Art. 2.
Dit reglement is niet van toepassing op de aanvullende belastingen ten gunste van de gemeente.
Hoofdstuk 2 – Kohierbelastingen en contantbelastingen
Art. 3.
Het decreet betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen van 30 mei 2008 met latere wijzigingen, verder genoemd het "Invorderingsdecreet", en hierna vernoemde aanvullingen is van toepassing op alle gemeentelijke kohier- en contantbelastingen.
Art. 4. - de vaststelling van de aanslag betreffende kohierbelastingen
De kohierbelastingen worden vastgesteld in overeenstemming met een aangifte of aan de hand van de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt.
De toestand op 1 januari van het aanslagjaar wordt in aanmerking genomen, tenzij anders bepaald in het belastingreglement zelf.
De belasting is ondeelbaar.
Art. 5. - de ambtshalve inkohiering – verhoging
In een belastingreglement inzake kohierbelastingen kan voorzien worden in een verplichting van aangifte.
De belastingplichtige is verplicht vóór 1 april van het aanslagjaar, tenzij anders bepaald in het belastingreglement, bij het gemeentebestuur spontaan aangifte te doen door middel van een formulier vastgesteld door het college van burgemeester en schepenen. Het aangifteformulier is beschikbaar op het e-loket van de gemeentelijke website www.grimbergen.be of is op eenvoudig verzoek bij het gemeentebestuur verkrijgbaar.
Indien de toestand op 1 januari van het aanslagjaar in aanmerking wordt genomen voor de vaststelling van de aanslag en deze op 1 januari van het aanslagjaar ongewijzigd blijft, dient er geen nieuwe aangifte te gebeuren.
Bij gebrek aan aangifte vóór 1 april van het aanslagjaar of binnen de in de verordening gestelde termijn of bij een onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte kan de belasting ambtshalve gevestigd worden. In geval van een ambtshalve aanslag wordt de belasting gevestigd op basis van gegevens waarover de belastingheffende overheid beschikt.
In het geval van ambtshalve aanslag wordt de belasting verhoogd. De verhoging is gelijk aan het bedrag van de ambtshalve belasting.
Het bedrag van de verhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.
Voor de belasting ambtshalve wordt gevestigd, brengt de bevoegde overheid, of het personeelslid dat daartoe is aangesteld overeenkomstig artikel 5 van het Invorderingsdecreet, de belastingplichtige met een aangetekende brief op de hoogte van de redenen waarom ze gebruik maakt van deze procedure, de elementen waarop de belasting is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van die elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van die kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen. De belasting mag niet worden gevestigd voor die termijn verstreken is, behoudens als de rechten van de provinciale of gemeentelijke thesaurie in gevaar verkeren ingevolge een andere oorzaak dan het verstrijken van de aanslagtermijnen.
In afwijking van de aanslagtermijn, vermeld in artikel 4 van het Invorderingsdecreet, kunnen ambtshalve belastingen geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar, te rekenen vanaf 1 januari van het aanslagjaar. Die termijn van drie jaar wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen.
Als een belasting ambtshalve is gevestigd, moet de belastingplichtige het bewijs leveren van de juistheid van de door hem ingeroepen elementen.
Art. 6. – hoofdelijke aansprakelijkheid
De belastingschuldige is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.
Art. 7. - opheffingsbepaling
Het algemeen reglement betreffende alle gemeentelijke belastingen zoals vastgesteld voor de aanslagjaren 2020-2025 bij gemeenteraadsbeslissing van 19 december 2019 wordt opgeheven bij het in werking treden van voorliggend reglement.