De gemeenteraad heft het gemeentelijk belastingreglement op het individueel bezoldigd personenvervoer, vastgesteld bij gemeenteraadsbeslissing van 19 december 2019 voor de aanslagjaren 2020-2025, met ingang vanaf 1 januari 2021 op.
Artikel 40, §3 en 41, 14° Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
Besluit van 30 november 2020 van het college van burgemeester en schepenen aangaande de opheffing van het gemeentelijk belastingreglement op het individueel bezoldigd personenvervoer, aanslagjaren 2021-2025.
Advies van mevrouw Sabine CLAUS (e-mail van 10 maart 2020), dossiermedewerker Vlaamse overheid - Agentschap voor Binnenlands Bestuur - Team fiscaliteit, bijgevoegd in bijlage.
Naar aanleiding van de e-mail van 10 maart 2020 van mevrouw Sabine CLAUS, dossiermedewerker Vlaamse overheid - Agentschap voor Binnenlands Bestuur - Team fiscaliteit, wordt voorgesteld het belastingreglement betreffende het individueel bezoldigd personenvervoer, dat voor de aanslagjaren 2020-2025 werd goedgekeurd bij gemeenteraadsbeslissing van 19 december 2019, op te heffen.
Overeenkomstig artikel 8, §1 van het decreet van 29 maart 2019 geven de vergunningen, uitgereikt voor de exploitatie van een dienst voor individueel bezoldigd personenvervoer, aanleiding tot een jaarlijkse gemeenteretributie ten laste van de natuurlijke persoon of rechtspersoon die houder is van de vergunning.
Gemeenten hoeven niet noodzakelijk retributiereglementen op te maken voor de invordering van een retributie voor vergunde diensten van individueel bezoldigd personenvervoer.
Het decreet van 29 maart 2019 en het BVR van 8 november 2019 vormen een voldoende juridische basis om de decretaal opgelegde retributies door de gemeente te innen, dat betekent dat de gemeente sowieso verplicht is om de decretale retributies te innen.
Raadslid Kirsten HOEFS krijgt het woord en stelt dat de fractie CD&V, analoog aan de beslissing van vorig jaar, zich zal onthouden.
/
Enig artikel.
Het gemeentelijk belastingreglement op het individueel bezoldigd personenvervoer, vastgesteld bij gemeenteraadsbeslissing van 19 december 2019 voor de aanslagjaren 2020-2025, met ingang vanaf 1 januari 2021, op te heffen.