De voorzitter opent de zitting op 30/04/2026 om 22:04.
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de notulen en het zittingsverslag van de vergadering van 26 maart 2026 goed.
Artikel 78 Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (DLB):
De raad voor maatschappelijk welzijn kan bij reglement zijn bevoegdheden overdragen aan het vast bureau.
De volgende bevoegdheden kunnen niet aan het vast bureau worden toevertrouwd:
1° de bevoegdheden die aan de raad voor maatschappelijk welzijn zijn toegewezen, vermeld in afdeling 1 en 2 van dit hoofdstuk, en de bevoegdheid tot overdracht, vermeld in het eerste lid.
Artikel 18 tot en met 39, met uitzondering van artikel 29, § 1 en § 5, artikel 36, 37 en 38, eerste lid, 7°, zijn van toepassing op de raad voor maatschappelijk welzijn, met dien verstande dat in die bepalingen de volgende woorden worden gelezen als volgt:
2° "gemeenteraad" als "raad voor maatschappelijk welzijn".
De voorzitter van de gemeenteraad beslist tot bijeenroeping van de gemeenteraad en stelt de agenda van de vergadering op. De agenda bevat in ieder geval de punten die door het college van burgemeester en schepenen aan de voorzitter worden meegedeeld. De voorzitter is verplicht de gemeenteraad bijeen te roepen op verzoek van een derde van de zittinghebbende leden of van het college van burgemeester en schepenen.
De voorzitter is ook verplicht de gemeenteraad bijeen te roepen op verzoek van een vijfde van de zittinghebbende leden als zes weken na de datum van de vorige gemeenteraad de gemeenteraadsleden nog niet bijeengeroepen zijn. De periode van zes weken wordt geschorst van 11 juli tot en met 15 augustus.
Bij een verplichte bijeenroeping als vermeld in het tweede en het derde lid roept de voorzitter de gemeenteraad bijeen op de aangewezen dag en het aangewezen uur en met de voorgestelde agenda. Daarvoor bezorgen de gemeenteraadsleden en het college van burgemeester en schepenen voor elk punt op de agenda hun voorstel van beslissing met een toelichting aan de algemeen directeur, die de voorstellen bezorgt aan de voorzitter van de gemeenteraad.
De algemeen directeur woont de vergaderingen van de gemeenteraad bij en is verantwoordelijk voor het opstellen en het bewaren van de notulen en het zittingsverslag ervan.
De notulen en het zittingsverslag van de gemeenteraad worden, na goedkeuring, ondertekend door de voorzitter van de gemeenteraad en de algemeen directeur.
De bepalingen, vermeld in het eerste en tweede lid, zijn van toepassing op het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, met dien verstande dat "gemeenteraad" wordt gelezen als "raad voor maatschappelijk welzijn".
De notulen van de vergaderingen van de gemeenteraad vermelden, in chronologische volgorde, alle besproken onderwerpen, alsook het gevolg dat is gegeven aan de punten waarover de gemeenteraad geen beslissing heeft genomen. Ze maken melding van alle beslissingen en het resultaat van de stemmingen. Behalve bij geheime stemming, vermelden de notulen hoe elk lid gestemd heeft. Van die laatste verplichting kan worden afgeweken voor beslissingen die genomen zijn met unanimiteit.
De zittingsverslagen van de vergaderingen van de gemeenteraad vermelden, in chronologische volgorde, alle besproken onderwerpen, de essentie van de tussenkomsten en van de mondeling en schriftelijk gestelde vragen en antwoorden. De gemeenteraad kan beslissen om het zittingsverslag te vervangen door een audio- of audiovisuele opname van de openbare zitting van de gemeenteraad.
Als de gemeenteraad een aangelegenheid overeenkomstig artikel 28 in besloten vergadering behandelt, vermelden de notulen alleen de beslissingen en wordt er geen zittingsverslag opgesteld.
De bepalingen, vermeld in het eerste tot en met het derde lid, zijn van toepassing op het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, met dien verstande dat "gemeenteraad" wordt gelezen als "raad voor maatschappelijk welzijn".
§1. De notulen van de raad vermelden, in chronologische volgorde, alle besproken onderwerpen, alsook het gevolg dat gegeven werd aan die punten waarover de raad geen beslissing heeft genomen.
Zij maken eveneens duidelijk melding van alle beslissingen. Behalve bij geheime stemming of bij unanimiteit, vermelden de notulen voor elk raadslid of die voor of tegen het voorstel heeft gestemd of zich onthield.
Een raadslid kan vragen om, beknopt, in de notulen de rechtvaardiging van zijn of haar stemgedrag op te nemen.
§2. De zittingsverslagen van de vergaderingen van de raad vermelden, in chronologische volgorde, alle besproken onderwerpen, de essentie van de tussenkomsten en van de mondeling en schriftelijk gestelde vragen en antwoorden.
§3. De notulen en het zittingsverslag van de vergadering van de raad worden onder de verantwoordelijkheid van de algemeen directeur opgesteld overeenkomstig de bepalingen van artikels 277 en 278 DLB.
§4. Als de raad een aangelegenheid overeenkomstig artikels 5 en 6 van dit reglement in besloten vergadering behandelt, vermelden de notulen alleen de beslissingen en wordt over die aangelegenheid geen zittingsverslag opgesteld noch een audiovisuele opname gemaakt.
Het zittingsverslag van de openbare zitting van de raad bestaat enerzijds uit een audiovisuele, conform art. 278 DLB, en anderzijds uit een uitgetypt zittingsverslag.
De audiovisuele opname wordt via de gemeentelijke website ter beschikking gesteld aan raadsleden en publiek.
§ 1. Behalve in spoedeisende gevallen, worden de notulen van de vorige vergadering en het uitgetypt zittingsverslag ten minste acht dagen voor de dag van de vergadering via e-Notulen ter beschikking gesteld aan de raadsleden.
§2. Elk raadslid heeft het recht om tijdens de openbare vergadering opmerkingen te maken over de redactie van de notulen en het zittingsverslag van de vorige openbare vergadering. Als die opmerkingen door de raad worden aangenomen, worden de notulen en het zittingsverslag in die zin aangepast.
Opmerkingen over de redactie van de notulen van de vorige besloten vergadering worden tijdens de besloten vergadering gemaakt. Als die opmerkingen door de raad worden aangenomen, worden de notulen in die zin aangepast.
§3. Als er geen opmerkingen worden gemaakt, worden de notulen en het zittingsverslag als goedgekeurd beschouwd en worden ze door de voorzitter van de raad en de algemeen directeur ondertekend. In het geval de raad bij spoedeisendheid werd samengeroepen, kan de raad beslissen om opmerkingen toe te laten op de eerstvolgende vergadering.
In e-notulen wordt steeds een agendapunt ‘Goedkeuren notulen’ opgemaakt.
§4. Als de raad het gewenst acht, worden de notulen geheel of gedeeltelijk staande de vergadering opgemaakt en door algemeen directeur en de meerderheid van de aanwezige raadsleden ondertekend.
§5. Het zittingsverslag wordt samen met de notulen actief openbaar gemaakt via de bekendmaking op de webtoepassing van de gemeente.
/
/
/
Enig artikel.
De notulen en het zittingsverslag van de vergadering van 26 maart 2026 goed te keuren.
De raad voor maatschappelijk welzijn:
Artikel 432, derde lid van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
Algemeen:
DLB, deel 3, titel 3 betreffende de intergemeentelijke samenwerking in het bijzonder.
Artikels 41, tweede lid, 4° en 432, derde lid DLB.
Toetreding:
Oprichtingsakte van DV Haviland van 16 april 1965, verschenen in de Bijlage tot het Belgisch Staatsblad op 16 april 1965.
Besluit van de gemeenteraad van 24 april 2003 over de toetreding tot het intergemeentelijke samenwerkingsverband DV Haviland.
Statuten:
Statuten van Haviland, voor het laatst gewijzigd door de algemene vergadering op 10 december 2025.
Vertegenwoordigers van het gemeentebestuur:
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 27 februari 2025 waarbij de heer Jelle DE WILDE als effectieve vertegenwoordiger en mevrouw Patricia SEGERS als plaatsvervangende vertegenwoordiger in de algemene vergadering van Haviland werd aangeduid.
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 23 oktober 2025 waarbij de heer Wim MISSOTTEN als plaatsvervangende vertegenwoordiger in de algemene vergadering van Haviland werd aangeduid ter vervanging van mevrouw Patricia SEGERS.
Specifiek:
Besluit van het vast bureau van 13 april 2026 inzake "DV Haviland - Algemene vergadering van 17 juni 2026: agendapunten en mandaat van de vertegenwoordiger - Kennisname en goedkeuring".
E-mail van Haviland van 31 maart 2026 (in bijlage).
/
Per e-mail van 31 maart 2026 wordt het OCMW door DV Haviland opgeroepen om deel te nemen aan de algemene vergadering (AV) van HAVILAND die plaatsvindt op woensdag 17 juni 2026 om 18.00 uur in de kantoren van Haviland, Brusselsesteenweg 617 te 1731 ASSE-ZELLIK.
Agenda:
Notulen van de Buitengewone Algemene Vergadering van 10 december 2025: goedkeuring (een exemplaar van deze notulen werd per brief op 16 december 2025 aan de deelnemers bezorgd.)
2. Verslag der activiteiten van het afgelopen boekjaar 2025;
Jaarrekening 2025 met balans, resultatenrekening, sociale balans per 31.12.2025, het voorstel van bestemming van het resultaat en toelichting: goedkeuring (art. 41);
Verslag van de raad van bestuur over het boekjaar afgesloten op 31.12.2025: goedkeuring (art. 41)
Verslag van de commissaris over het boekjaar afgesloten op 31.12.2025: goedkeuring (art. 41);
Bestuur: kwijting aan bestuurders, commissaris (art. 34);
Vaststelling resultaatsbestemming (art. 41);
Aanpassing aandelenregister ingevolge de fusie AGB Gooik en AGB Herne naar AGB Pajottegem (art. 16);
Varia.
De toelichtingsnota's zijn als bijlage toegevoegd bij dit besluit.
Mandatering vertegenwoordiger
Overeenkomstig artikel 432, derde lid, van het decreet over het lokaal bestuur moet de vaststelling van het mandaat van de vertegenwoordigers in de algemene vergadering van opdrachthoudende en dienstverlenende verenigingen worden herhaald voor elke algemene vergadering.
Op de raad voor maatschappelijk welzijn van 27 februari 2025 werd de heer Jelle DE WILDE als effectieve vertegenwoordiger aangeduid en mevrouw Patricia SEGERS als plaatsvervangende vertegenwoordiger.
Op de raad voor maatschappelijk welzijn van 23 oktober 2025 werd de heer Wim MISSOTTEN als plaatsvervangende vertegenwoordiger in de algemene vergadering van Haviland aangeduid ter vervanging van mevrouw Patricia SEGERS.
De vertegenwoordigers werden op 1 april 2026 in kennis gesteld van voornoemde uitnodiging.
Aan de raad voor maatschappelijk welzijn wordt in dit kader voorgesteld om:
Gaat over tot de eerste stemming betreffende de goedkeuring van de agendapunten van de AV van 17 juni 2026:
Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
Gaat over tot de tweede stemming betreffende de vaststelling van het mandaat van de vertegenwoordigers:
Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
/
Artikel 1.
Kennis te nemen van de uitnodiging en de toelichtingsnota's van de AV van DV Haviland van 17 juni 2026 om 18.00 uur in de kantoren van Haviland, Brusselsesteenweg 617 te 1731 ASSE-ZELLIK, met onderstaande agenda:
Notulen van de Buitengewone Algemene Vergadering van 10 december 2025: goedkeuring (een exemplaar van deze notulen werd per brief op 16 december 2025 aan de deelnemers bezorgd.)
2. Verslag der activiteiten van het afgelopen boekjaar 2025;
Jaarrekening 2025 met balans, resultatenrekening, sociale balans per 31.12.2025, het voorstel van bestemming van het resultaat en toelichting: goedkeuring (art. 41);
Verslag van de raad van bestuur over het boekjaar afgesloten op 31.12.2025: goedkeuring (art. 41)
Verslag van de commissaris over het boekjaar afgesloten op 31.12.2025: goedkeuring (art. 41);
Bestuur: kwijting aan bestuurders, commissaris (art. 34);
Vaststelling resultaatsbestemming (art. 41);
Aanpassing aandelenregister ingevolge de fusie AGB Gooik en AGB Herne naar AGB Pajottegem (art. 16);
Varia.
Art. 2.
Kennis te nemen van het feit dat de vertegenwoordigers deze uitnodiging hebben ontvangen op 1 april 2026.
Art. 3.
De agendapunten, zoals uiteengezet in artikel 1, goed te keuren.
Art. 4.
Het mandaat van de vertegenwoordigers, m.b.t. de te behandelen agendapunten, vast te stellen.
Art. 5.
Een afschrift van dit besluit te bezorgen aan:
De raad voor maatschappelijk welzijn gaat akkoord met de aanpassing van de rechtspositieregeling en het arbeidsreglement voor het gemeente- en OCMW-personeel.
Artikels 77-78 en 186 Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017.
Wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel.
Koninklijk besluit van 28 september 1984 tot uitvoering van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel.
Positief advies te geven over het ontwerp wijziging arbeidsreglement en het ontwerp wijziging rechtspositieregeling voor gemeente- en OCMW-personeel, zoals toegevoegd in bijlage.
Er wordt voorgesteld om het arbeidsreglement en de rechtspositieregeling aan te passen met als doel artikels te verduidelijken en te actualiseren en wettelijke bepalingen bij te werken.
De voorliggende wijziging gaat voornamelijk over:
Alle wijzigingen werden in geel gemarkeerd in de documenten in bijlage (BIJLAGE 03 en 04). Hieronder een overzicht van wat er gewijzigd werd.
Deze wijzigingen werden door het adviesbureau Jurplus geverifieerd.
Wijzigingen AR:
| Artikel | Wijziging |
| Artikel 1 | Schrappen functietitel adjunct financieel directeur aangezien deze functie niet meer in de formatie staat opgenomen. |
| Artikel 18 | Wijziging conform wetgeving: statutaire medewerkers die hun vakantiedagen niet hebben kunnen opnemen omwille van bepaalde redenen, kunnen hun niet-opgenomen vakantiedagen (maximum 20) nog 24 maanden overdragen. Bij opname gaat het om betaalde vakantiedagen. |
| Artikel 19 | Herformulering van het melden van nevenactiviteiten. Er wordt hiervoor niet meer verwezen naar bijlage 18, maar naar een aanvraagformulier dat beschikbaar wordt gesteld via het intranet. Het principe blijft behouden. |
| Artikel 20 | Schrappen van het gegeven 'in overleg met en onder toezicht van de algemeen directeur'. In praktijk wordt een schriftelijk verslag van inbreuken door het personeelslid opgemaakt door de leidinggevende, en niet opgemaakt onder toezicht van de algemeen directeur. |
| Artikel 21 | Aanvulling tuchtmaatregelen statutaire personeelsleden wegens vernietiging ontslagdecreet. |
| Artikel 22 | Aanvulling einde tewerkstelling contractuele en statutaire personeelsleden wegens vernietiging ontslagdecreet. |
| Artikel 24 | Aangezien de vrijstelling van het voorleggen van een ziektebriefje voor de eerste dag arbeidsongeschiktheid opnieuw wordt gewijzigd in de wetgeving (2 dagen i.p.v. 3 dagen), wordt er geopteerd te verwijzen naar 'het maximaal aantal dagen'. Op deze manier moet het arbeidsreglement niet steeds worden aangepast wanneer de wetgeving wijzigt. |
| Artikel 28 | Actualisatie leverancier ter beschikkingstelling en archivering loonbrieven. |
| Artikel 29 | Schrapping betaling loon per circulaire cheque aangezien niet meer van toepassing. |
| Bijlage 01 | Toevoeging bijkomende interne vertrouwenspersoon. |
| Bijlage 02 | Toevoeging uurrooster medewerkers schoonmaak (CBS/2025/4725). |
| Bijlage 02 | Toevoeging dat de medewerkers schoonmaak na 2u30 aaneensluitend gewerkt te hebben, 15 minuten pauze krijgt. Dit conform de bepalingen in de Codex Welzijn. Toevoeging dat het personeel technische uitvoeringsdiensten van de afdeling Technische Diensten en de afdeling Gebouwen - Facility halfweg de namiddag 15 minuten pauze als gunst mogen opnemen. Schrapping uitdovende uurroosters die niet meer van toepassing zijn. |
| Bijlage 05 | Actualisatie van het beleid inzake alcohol- en middelenmisbruik (CBS/2025/4056). |
| Bijlage 10 | Actualisatie van het reglement geolokalisatiesysteem (track & trace). |
| Bijlage 11 | Actualisatie van het re-integratiebeleid conform de aangepaste wetgeving. |
| Bijlage 12 | Actualisatie gegevens sociaal secretariaat en leveranciers tijdsregistratie.
|
| Bijlage 15 | Actualisatie (telefoonnummers, verwijzing naar app) van het fietsleasereglement na nieuwe gunning (aan dezelfde leverancier). Artikel 8: toevoeging in de bestelprocedure dat de aanvraag voor de leasefiets wordt voorgelegd aan de algemeen directeur ter goedkeuring aangezien het gaan om 'looninruil' (inzetten eindejaarstoelage en/of vakantiedagen). Artikel 11: restwaarde voor overname leasefiets wijzigt naar 15,01% (i.p.v. 16%). Hierdoor ligt de restwaarde, die medewerkers dienen te betalen bij overname van hun leasefiets, lager. Artikel 11: toevoeging dat de medewerker bij ontslag binnen de 10 werkdagen zijn keuze om al dan niet de leasefiets over te nemen, dient door te geven. Indien er geen keuze wordt doorgegeven, wordt er vanuit gegaan dat de leasefiets overgenomen wordt en factureert de leasemaatschappij het verschuldigde restbedrag. Artikel 11: toevoeging dat bij ontslag het fietsleasecontract kan worden overgenomen door een ander personeelslid. |
| Bijlage 18 | Schrappen van bijlage 18: nevenactiviteiten. Wordt vervangen door een formulier op het intranet. |
Wijzigingen RPR:
| Artikel | Wijziging |
| Artikel 1, 3, 13, 74, |
Schrappen functietitel adjunct financieel directeur aangezien deze functie niet meer in de formatie staat opgenomen. |
| Artikel 1 en 186 |
Toevoeging dat reiskosten voor dienstverplaatsingen ook via het tijdsregistratiesysteem kunnen ingediend worden. |
| Artikel 13 |
Toevoeging conform wijzigingsbesluit 5 BVR RPR: de selectieprocedure is genderneutraal en wordt op niet-discrimineerde wijze gevoerd zodat het recht op gelijke beloning voor gelijke of gelijkwaardige arbeid niet wordt ondermijnd. |
| Artikel 19 |
Toevoeging conform wijzigingsbesluit 5 BVR RPR: de vacature en functiebenamingen zijn genderneutraal en de aanwervingsprocedures worden op niet-discriminerende wijze gevoerd zodat het recht op gelijke beloning voor gelijk of gelijkwaardige arbeid niet wordt ondermijnd. |
| Artikel 34 |
Schrapping van opsomming in artikel over arbeidshandicap en verwijzing naar BVR RPR. Op deze manier dient artikel niet steeds aangepast te worden bij veranderingen in wetgeving, maar blijft inhoud wel behouden. |
| Artikel 47 - 53 |
Toevoeging van een inloopperiode voor nieuwe medewerkers. Dit zorgt ervoor dat nieuwe medewerkers binnen het lokaal bestuur op een gestructureerde en duidelijke manier kunnen opstarten, met heldere verwachtingen en gerichte begeleiding en (korte) opvolging. Dit maakt het mogelijk om hun functioneren tijdig en zorgvuldig op te volgen en, indien nodig, ook tijdig bij te sturen (bv. door het maken van bijkomende afspraken tussen leidinggevende en medewerker in kwestie). |
| Artikel 125 |
Schrappen 'ambtshalve herplaatsing in een functie van dezelfde graad indien de betrekking van een statutair personeelslid wordt afgeschaft wegens noodwendigheden voor de werking van het bestuur' wegens vernietiging ontslagdecreet. |
| Artikel 126 |
Schrappen 'ter beschikkingstelling' wegens vernietiging ontslagdecreet. |
| Artikel 131 |
Aanvulling dat het statutaire personeelslid zijn hoedanigheid van statutair personeelslid kan verliezen naar aanleiding van een tuchtstraf, wegens vernietiging ontslagdecreet. |
| Artikel 133 |
Actualisatie verwijzing artikel Decreet Lokaal Bestuur. Toevoeging van 'vrijwillig ontslag' aan lijst van zaken die aanleiding geven tot de definitieve ambtsneerlegging van het statutaire personeelslid. |
| Artikel 135 |
Toevoeging dat er rekening dient gehouden te worden met de opname van thematisch verlof en Vlaams zorgkrediet voor de opzeggingstermijn. |
| Artikel 136 |
Schrapping wegens vernietiging ontslagdecreet. |
| Artikel 167 |
Schrapping dat periodes thematische verloven en zorgkrediet geen recht geven op eindejaarstoelage conform het wijzigingsbesluit 5 BVR RPR. |
| Artikel 178 |
Toevoeging dat afdelingshoofden A5a-A5b uitgesloten worden voor de permanentietoelage. |
| Artikel 193 en 194 | Schrapping dat personeelsleden met een vervangingsovereenkomst of een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd een wachttijd van 1 jaar dienen te doorlopen alvorens ze zich kunnen aansluiten tot de hospitalisatieverzekering. Alle personeelsleden kunnen zich aansluiten en er is geen wachttijd meer van toepassing. Dit wegens aangepaste voorwaarden in de polis van de leveranciers voor de hospitalisatieverzekeringen. |
| Artikel 208 | Verduidelijking dat de vakantiedagen van een personeelslid dat in de loop van het jaar in dienst treedt of zijn functie definitief neerlegt, worden uitgedrukt in uren en minuten. Schrapping 'Als deze berekening leidt tot een niet geheel wordt het aantal vakantiedagen/uren vakantie waarop het personeelslid recht heeft afgerond naar boven, tot het eerstvolgende gehele getal'. Dit aangezien de berekening tot op minuten kan worden uitgevoerd. |
| Artikel 211 |
Wijziging conform wetgeving: statutaire medewerkers die hun vakantiedagen niet hebben kunnen opnemen omwille van bepaalde redenen, kunnen hun niet-opgenomen vakantiedagen (maximum 20) nog 24 maanden overdragen. Bij opname gaat het om betaalde vakantiedagen (idem arbeidsreglement). |
| Artikel 224 |
Wijziging dat het advies van de arbeidsarts in het kader van deeltijdse werkhervatting optioneel is in plaats van verplicht, conform wijzigingsbesluit 5 BVR RPR. Toevoeging dat indien de ziektekredietdagen zijn uitgeput bij deeltijdse werkhervatting, de statutaire personeelsleden terecht komen in het ‘systeem’ van 37,5% van het loon voor de periode dat ze afwezig zijn. Dit is geen inhoudelijke wijziging, maar de regeling over het gebruik van ziektekredietdagen bij deeltijdse werkhervatting wordt afzonderlijk geplaatst, zodat duidelijk is dat het om een andere situatie gaat. Dit conform wijzigingsbesluit 5 BVR RPR. |
| Artikel 233 |
Aanpassing conform wijzigingsbesluit 5 BVR RPR: het wachtgeld bij disponibiliteit mag niet lager zijn dan het bedrag bij vervroegd pensioen, maar ook niet hoger dan het laatste activiteitssalaris. Schrapping van "Het bedrag van dat wachtgeld mag echter in geen geval minder bedragen dan de vergoedingen die betrokkene in dezelfde toestand zou hebben verkregen met toepassing van de regeling voor contractuele personeelsleden in het kader van de sociale verzekering bij ziekte of invaliditeit". |
| Artikel 237 |
Tekstuele verduidelijking omstandigheidsverloven conform wijzigingsbesluit BVR RPR: het omstandigheidsverlof bij overlijden in tweede graad bij langdurige pleegzorg is gelijkaardig aan dat bij bloed- of aanverwanten. Het omstandigheidsverlof bij een priesterwijding of intrede in het klooster is ook van toepassing bij langdurige pleegzorg. |
/
Artikel 1.
Het ontwerp arbeidsreglement voor gemeente- en OCMW-personeel, zoals toegevoegd als bijlage bij dit besluit, goed te keuren en in werking te laten treden vanaf 1 mei 2026.
Art. 2.
Het ontwerp rechtspositieregeling voor gemeente- en OCMW-personeel, zoals toegevoegd als bijlage bij dit besluit, goed te keuren en in werking te laten treden vanaf 1 mei 2026.
Art. 3.
Dit besluit bekend te maken conform de bepalingen van artikel 286 van het decreet lokaal bestuur en de wet van 8 april 1965 tot instelling van de arbeidsreglementen.
De raad voor maatschappelijk welzijn neemt kennis van de wijzigingen aan de beheersovereenkomst en het financieringsplan, alsook van het gewijzigde Kaderreglement en het in uitvoering daarvan gewijzigde Bijzonder Reglement van het OFP Prolocus.
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de wijzigingen aan haar Bijzonder Reglement en de Bijlage bij de Toetredingsakte goed.
Artikels 77 en 78 van het Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
Algemeen:
Wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid.
Wet van 24 oktober 2011 tot vrijwaring van een duurzame financiering van de pensioenen van de vastbenoemde personeelsleden van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten en van de lokale politiezones, tot wijziging van de wet van 6 mei 2002 tot oprichting van het fonds voor de pensioenen van de geïntegreerde politie en houdende bijzondere bepalingen inzake sociale zekerheid en houdende diverse wijzigingsbepalingen.
Toetreding:
Besluiten van de gemeenteraad / raad voor maatschappelijk welzijn van 28 april 2022 - Tweede pensioenpijler contractuele personeelsleden gemeente en OCMW - Toetreding OFP Prolocus - Niveau van de bijdragen - Toetreding tot multi-employer pensioenstelsel (MIPS) - Datum van toetreding - Beslissingen.
Specifiek:
I.v.m. het revisietraject 2025:
Vertegenwoordigers van het OCMW:
Besluiten van de gemeenteraad / raad voor maatschappelijk welzijn van 22 mei 2025 inzake de aanduiding van mevrouw Trui OLBRECHTS als vaste vertegenwoordiger in de algemene vergadering van OFP Prolocus.
De voorgestelde wijzigingen aan het Kaderreglement werden besproken in het Comité C1.
Het Kaderreglement werd goedgekeurd in het Protocol van Akkoord van 12 november 2025 van het Comité C1.
Het OFP PROLOCUS heeft in de eerste helft van 2025 een aantal sleuteldocumenten herzien in het kader van haar revisietraject “passiva-zijde”, met name:
Het financieringsplan;
De beheersovereenkomst.
Het revisietraject “passiva-zijde" heeft betrekking op de pensioenverplichtingen. In 2026 wordt het revisietraject met betrekking tot de “activa-zijde” (de assets) uitgevoerd.
Het gaat voornamelijk om technisch-juridische aanpassingen, met als doel om de teksten beter te laten aansluiten bij de praktijk.
Daarnaast werden ook een aantal inhoudelijke wijzigingen aangebracht, zoals bijvoorbeeld in de beheersovereenkomst:
de transparante beschrijving van de aangepaste (goedkopere) kostenregeling;
het inschrijven van een aantal aansprakelijkheidsbeperkingen n.a.v. een wijziging van het Burgerlijk Wetboek en
het bepalen van een praktische regeling m.b.t. de verworven pensioenrechten van aangeslotenen van een fusiebestuur dat haar pensioenverplichtingen niet langer toevertrouwt aan het OFP Prolocus, enz.
en in het financieringsplan:
het vervangen van een aantal niet-gebruikte RSZ-inningspercentages door andere RSZ-inningspercentages die moeten toelaten om in de toekomst voor een aantal besturen fijnmaziger te innen en
beschrijving van de praktische toepassing van de pre-financiering bij fusies van besturen enz.
In het kader van het revisietraject werden ook een aantal technisch-juridische wijzigingen aan het Kaderreglement Tweede Pensioenpijler Contractanten (hierna “het Kaderreglement”) en aan het Bijzonder Reglement voorgesteld, hoofdzakelijk met als doel om het beheer van het DC-Plan te vereenvoudigen.
Ook het Kaderreglement zelf bepaalde dat het begin 2025 door de sociale partners moest geëvalueerd worden, met mogelijks een bijsturing tot gevolg.
De voorgestelde wijzigingen aan het Kaderreglement werden besproken in het Comité C1.
Bovenvermelde documenten werden goedgekeurd op de Raad van Bestuur van het OFP Prolocus van 23 mei 2025, en bekrachtigd op de Algemene Vergadering van 17 juni 2025.
Wat betreft deze algemene vergadering van 17 juni 2025 werd de gemeentelijke vertegenwoordiger, mevrouw Trui OLBRECHTS, gemandateerd om de toelichtingsnota's m.b.t. de agendapunten van de AV van OFP Prolocus van 17 juni 2025 goed te keuren.
Het Kaderreglement werd goedgekeurd in het Protocol van Akkoord van 12 november 2025 van het Comité C1.
In navolging van het bovenvermelde wordt door OFP Prolocus aan het bestuur gevraagd om de wijzigingen aan haar Bijzonder Reglement goed te keuren, en om in te stemmen met de Bijlage bij de Toetredingsakte tot goedkeuring van de wijzigingen aan de beheersovereenkomst en het financieringsplan.
Zie ook BIJLAGE 01:
Besluiten van het college van burgemeester en schepenen / vast bureau van 16 juni 2025 - OFP Prolocus - Algemene vergadering van 17 juni 2025: agendapunten en mandaat van de vaste vertegenwoordiger - Kennisname en goedkeuring.
BIJLAGE 02:
Besluiten van het college van burgemeester en schepenen / vast bureau van 16 juni 2025 - OFP Prolocus (tweede pensioenpijler voor contractuele medewerkers) - E-mail van 19 mei 2025 i.v.m. beursvolatiliteit en beschermingsmaatregelen - Kennisname.
BIJLAGE 04:
Bijlage bij de toetredingsakte bij de beheersovereenkomst en het financieringsplan van OFP Prolocus.
BIJLAGE 05:
Bijzonder pensioenreglement voor de contractuele personeelsleden van MIPS Grimbergen (Multi-inrichterpensioenstelsel).
Het budget voor de kosten van de tweede pensioenpijler is opgenomen in het MJP 26-31.
De nieuwe kostenregeling voor de periode 2025-2027 is als volgt (goedkoper):
Achtergrondinfo
De verschillende sleuteldocumenten van OFP Prolocus die gewijzigd werden, werden goedgekeurd door de Algemene Vergadering van OFP Prolocus op 17 juni 2025. De memorie van toelichting bij de wijzigingen van deze sleuteldocumenten (presentatie Raad van Bestuur op 23 mei 2025), is terug te vinden als BIJLAGE 08.
In 2022 groeide OFP Prolocus uit tot een groot Vlaams lokaal pensioenfonds. Deze schaalvergroting werd juridisch geconcretiseerd aan de hand van verschillende zgn. ‘sleuteldocumenten’. Het ging hier om degelijke teksten, die omwille van de snelheid van het traject op sommige vlakken evenwel nog een aantal hiaten of mogelijke onduidelijkheden bevatten.
Als overkoepelende conclusie kan gesteld worden dat het huidige revisietraject de bedoeling had om de sleuteldocumenten van OFP Prolocus, zowel juridisch als technisch helemaal sluitend te maken. Op deze manier is het voor alle partijen 100% duidelijk, hoe ze deze teksten moeten interpreteren en in de praktijk moeten toepassen, en worden discussies of geschillen achteraf vermeden.
Het spreekt voor zich dat bovenstaande in het voordeel is van OFP Prolocus als fonds, de aangeslotenen en de dienstverleners die nauw bij deze oefening betrokken werden.
De huidig voorgestelde wijzigingen kunnen de facto dan ook beschouwd worden als in hoofdzaak technische ‘reparaties’ aan de teksten, eerder dan grote inhoudelijke beleidsmatige koerswijzigingen.
Artikel 1.
Kennis te nemen van de wijzigingen aan de beheersovereenkomst en het financieringsplan, alsook van het gewijzigde Kaderreglement en het in uitvoering daarvan gewijzigde Bijzonder Reglement.
Art. 2.
De wijzigingen aan haar Bijzonder Reglement goed te keuren.
Art. 3.
In te stemmen met de Bijlage bij de Toetredingsakte tot goedkeuring van de wijzigingen aan de beheersovereenkomst en het financieringsplan.
Art. 4.
De voorzitter van de raad en de algemeen directeur, dan wel hun gemachtigde plaatsvervangers, te machtigen om de Bijlage bij de Toetredingsakte en het Bijzonder Reglement te ondertekenen, en om deze documenten op de gevraagde wijze zo spoedig mogelijk ter beschikking te stellen van het OFP Prolocus.
De raad voor maatschappelijk welzijn neemt kennis van de brieven van de gouverneur van 25 maart 2026, ingekomen op 26 maart 2026 via het loket lokaal bestuur, toegevoegd als bijlagen 1, 2 en 3 bij het besluit, specifiek dat de gouverneur niet zal optreden.
Titel VII - Bestuurlijk toezicht van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (DLB).
Artikel 327 DLB:
Behalve in geval van andersluidende bepalingen, beperkt de toezichthoudende overheid zich bij de uitoefening van het toezicht, vermeld in dit decreet, tot een toetsing aan het recht en aan het algemeen belang. Voor beslissingen van de gemeenteoverheid is het algemeen belang elk belang dat ruimer is dan het gemeentelijk belang. Voor beslissingen van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn is het algemeen belang elk belang dat ruimer is dan het gemeentelijk belang en het belang van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn.
Artikel 328 DLB:
De toezichthoudende overheid kan bij de gemeenteoverheid en bij het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn alle documenten en inlichtingen opvragen of die ter plaatse raadplegen. Ze bepaalt de informatiedrager en de vorm waarin die gegevens worden verstrekt.
Artikel 331 DLB:
De toezichthoudende overheid kan besluiten van een gemeenteoverheid en van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn ambtshalve opvragen.
Bij de ontvangst van een klacht vraagt de toezichthoudende overheid het besluit en het bijbehorende dossier op.
Artikel 333 DLB:
Als een klacht wordt ingediend tegen een besluit van de gemeenteoverheid of van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn brengt de toezichthoudende overheid de indiener van de klacht op de hoogte van:
1° de ontvangst van de klacht, binnen tien dagen nadat ze ontvangen werd;
2° het verzoek van de toezichthoudende overheid aan de gemeenteoverheid of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn om het besluit en het bijbehorende dossier te bezorgen, binnen tien dagen na dat verzoek;
3° het besluit van de toezichthoudende overheid over de ingediende klacht met vermelding van de motieven waarop het besluit is gebaseerd.
De toezichthoudende overheid brengt de betrokken gemeenteoverheid of aan het betrokken openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn op de hoogte van haar definitieve antwoord aan de indiener van de klacht. Deze mededeling wordt ter kennis gebracht op de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad of van de raad voor maatschappelijk welzijn.
In geval van stuiting van de termijn om een beroep in te stellen bij de Raad van State, brengt de toezichthoudende overheid de indiener van de klacht op de wijze, bepaald door de Vlaamse Regering, op de hoogte van de motieven van de toezichthoudende overheid om het besluit van de gemeenteoverheid of van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn waartegen de klacht was ingediend, niet te vernietigen, binnen tien dagen na het nemen van dat besluit of na het verstrijken van de termijn.
Artikel 332 DLB:
§ 1. Met behoud van de toepassing van artikel 243, § 3, 259 en 262 beschikt de toezichthoudende overheid over dertig dagen om een besluit van een gemeenteoverheid te vernietigen en om de gemeenteoverheid daarvan op de hoogte te brengen.
De toezichthoudende overheid beschikt over dertig dagen om een besluit van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn te vernietigen en om het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn daarvan op de hoogte te brengen.
Alle besluiten en opmerkingen van de toezichthoudende overheid worden ter kennis gebracht op de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad of van de raad voor maatschappelijk welzijn.
§ 2. De termijn, vermeld in paragraaf 1, gaat in op de dag die volgt op de kennisgeving aan de toezichthoudende overheid van de bekendmaking op de webtoepassing van de gemeente van de lijst van de aangelegenheden, vermeld in artikel 285, § 1, 1° en 2°, en artikel 285, § 2, eerste lid, 1° en 2°. Voor de besluiten, vermeld in artikel 286, § 1 en § 2, start de termijn, vermeld in paragraaf 1, op de dag die volgt op de kennisgeving aan de toezichthoudende overheid van de bekendmaking van het besluit op de webtoepassing van de gemeente.
Onder voorbehoud van de toepassing van het eerste lid, start de termijn, vermeld in paragraaf 1, voor de besluiten van een gemeenteoverheid of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn die met toepassing van artikel 331 ambtshalve of na ontvangst van een klacht werden opgevraagd door de toezichthoudende overheid, op de dag die volgt op de verzending van het opgevraagde besluit.
§ 3. Een klacht wordt, op straffe van niet-ontvankelijkheid, ingediend binnen een periode van dertig dagen, die volgt op de dag van de bekendmaking op de webtoepassing van de gemeente van de lijst van de aangelegenheden, vermeld in artikel 285, § 1, 1° en 2°, en artikel 285, § 2, eerste lid, 1° en 2°, of van de besluiten, vermeld in artikel 286, § 1 en § 2.
§ 4. De termijn, vermeld in paragraaf 1, wordt gestuit door de verzending van een klacht aan de toezichthoudende overheid, op voorwaarde dat die klacht verstuurd wordt op de wijze, bepaald door de Vlaamse Regering, binnen de termijn, vermeld in paragraaf 3.
Een nieuwe termijn als vermeld in paragraaf 1 gaat in op de dag die volgt op de verzending van de klacht.
§ 5. De termijn, vermeld in paragraaf 1, wordt gestuit door de opvraging door de toezichthoudende overheid van het besluit van de gemeenteoverheid of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn met toepassing van artikel 331, eerste of tweede lid.
Een nieuwe termijn als vermeld in paragraaf 1 gaat in op de dag die volgt op de verzending van het opgevraagde besluit.
§ 6. De gemeenteoverheid of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn verzendt het besluit dat door de toezichthoudende overheid is opgevraagd binnen een termijn van dertig dagen die volgt op de dag van de verzending van de opvraging.
Als de gemeenteoverheid of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn het gevraagde besluit niet verzendt aan de toezichthoudende overheid binnen de termijn, vermeld in het eerste lid, bezorgt de toezichthoudende overheid na het verstrijken van die termijn een herinnering. De herinnering verwijst uitdrukkelijk naar de gevolgen, vermeld in het vierde lid.
Een nieuwe termijn van dertig dagen gaat in op de dag na de verzending van de herinnering.
Als het gevraagde besluit niet wordt verzonden aan de toezichthoudende overheid binnen die nieuwe termijn, is het opgevraagde besluit van rechtswege nietig. De toezichthoudende overheid brengt de gemeenteoverheid of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn op de hoogte van die nietigheid.
/
Het vast bureau nam op 2 maart 2026 kennis van de klachten van:
ontvangen via het loket lokaal bestuur (berichtencentrum) op 27 februari 2026, toegevoegd als bijlage bij dit besluit.
Het vast bureau nam kennis van de brief van ABB inzake de herinnering van rechtswege van 2 februari 2026, ontvangen via het loket lokaal bestuur (berichtencentrum) op 27 februari 2026, toegevoegd als bijlage bij het besluit.
Het vast bureau nam kennis dat ABB verzoekt om alle betrokken besluiten, het dossier, een uitgebreide toelichting en het standpunt over het voorwerp van de klachten (conform artikel 331 DLB) te bezorgen en dit binnen een termijn van 30 dagen, ingegaan op 3 februari 2026.
Het vast bureau nam in dezelfde zitting kennis van het ontwerp van antwoord met stukken, toegevoegd als bijlage bij het besluit, en keurde dit goed. De dienst Politiek-administratieve ondersteuning kreeg de opdracht om het ontwerp van antwoord met bijhorende stukken via het loket lokaal bestuur (berichtencentrum) uiterlijk op 4 maart 2026 over te maken aan ABB.
Per brief van 25 maart 2026, ingekomen via het loket lokaal bestuur (berichtencentrum) op 26 maart 2026 (Bijlage 1), heeft de gouverneur een kopie van zijn antwoord aan de klagers overgemaakt (Bijlagen 2 en 3). Hij verzocht om zijn beslissing ter kennis te brengen op de eerstvolgende vergadering van de raad (conform artikel 333, tweede lid DLB).
De gouverneur liet de klagers weten dat zijn ambt niet zal optreden om volgende redenen:
1. Klacht Samen Groot Grimbergen (bijlage 2):
"Ik heb beslist om in dit dossier niet op te treden omdat ik tot de conclusie kom dat noch het recht werd geschonden noch het algemeen belang werd geschaad. Overeenkomstig het beginsel dat “wie de macht heeft om iets op te richten, dat ook weer mag opheffen”, kan een OCMW-bestuur in principe een bestaande instelling opheffen, in casu GAW Ter Borre. Vooraleer die beslissing kan worden uitgevaardigd, moet de raad voor maatschappelijk welzijn de noodzakelijkheid van het voortbestaan van de betrokken instelling of dienst ten gronde (doen) onderzoeken. Daartoe dient een behoeftenonderzoek gevoerd te worden. Daarnaast moet het OCMW ook een voldoende kennis hebben van het overige aanbod van assistentiewoningen op het grondgebied en in de streek. Voorts moet het dossier een beschrijving van de wijze van functioneren bevatten, benevens een nauwkeurige raming van de kostprijs en van de uitgaven die moeten worden gedaan, alsook - indien mogelijk - inlichtingen die een vergelijking met gelijkaardige instellingen en diensten mogelijk maken. Uit het bestreden besluit en het administratief dossier blijkt dat aan deze voorwaarden voldaan is. Ik licht hieronder meer in detail toe hoe ik tot deze beslissing kom.
Hierna worden de door u opgeworpen middelen puntsgewijs besproken.
1. De RMW heeft geen duidelijke, feitelijke en correcte argumentatie ontvangen waarom de sluiting van GAW Ter Borre noodzakelijk is voor start van de raad. De argumentatie en conclusies die in het besluit getrokken worden zijn niet correct en onvolledig beargumenteerd.
Ik stel vast dat het bestreden besluit uitvoerig gemotiveerd is. Zowel in rechte als in feite wordt omstandig gemotiveerd waarom beslist werd tot de beëindiging van de activiteiten van GAW Ter Borre tegen 1 januari 2028. De motivering is afdoende en pertinent. Het volstaat om te verwijzen naar de uitgebreide motivering van het bestreden besluit. Het bestuur maakt tevens verschillende stukken over waaruit overduidelijk blijkt dat de OCMW-raad wel degelijk correct en volledig werd geïnformeerd. In het bijzonder verwijs ik naar een brief van het bestuur van 16 december 2025 die ter beschikking werd gesteld aan alle raadsleden. Er ligt alvast geen schending voor van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen.
2. Er is geen inhoudelijke motivering opgenomen over impact op bewoners of sociaal maatschappelijke gevolgen.
Ik stel vast dat u niet in concreto aantoont dat het bestreden besluit op dit punt gebrekkig is. Het louter poneren dat dit het geval zou zijn volstaat niet. Ik stelt vast dat de volgende motivering opgenomen is in het bestreden besluit: “Zo verwijst het OCMW Grimbergen (het sociaal huis) de inwoners met een hulpvraag of zorgnood gericht door naar een passende aanbieder. Het sociaal huis heeft een team van 17,00 VTE maatschappelijk werkers in dienst en heeft ruime openingsuren, inwoners kunnen er alle dagen terecht op afspraak of zonder afspraak. Bij inwoners die de kosten m.b.t. wonen in een assistentiewoning niet kunnen betalen, kan het OCMW tussenkomen op basis van een sociaal onderzoek.” Daarenboven bepaalt artikel 5 van het bestreden besluit dat persoonlijke begeleiding wordt voorzien voor de huidige bewoners GAW Ter Borre.
3. Het vast bureau heeft het dossier niet voldoende onderzocht en het is daardoor onvolledig: ontbrekende financiële analyses en adviezen. Er werd zo o.a. geen advies opgevraagd bij de seniorenraad.
Ik stel vast dat het administratief dossier een brief van het bestuur van 16 december 2025 bevat die ter beschikking werd gesteld aan alle raadsleden waarbij op een uitvoerige wijze wordt ingegaan op de verschillende financiële onderzoeken die het bestuur heeft laten uitvoeren. Vandaar dat het niet ernstig is om te beweren dat het dossier niet voldoende werd onderzocht alvorens op de OCMW-raad ter stemming te brengen. Het administratief dossier bevat tevens een stuk “Feedback voorstel beleidsplan 2026 – 2031" in het kader van de opmaak van het meerjarenplan, ingediend door de seniorenraad op 22 november 2025. Er dient tevens opgemerkt te worden dat u geen wettelijke bepaling opwerpt waaruit blijkt dat een advies van de gemeentelijke seniorenraad verplicht is.
4. Alternatieve scenario’s zijn niet onderzocht. Er zijn (mildere) alternatieven mogelijk die dezelfde doelstellingen kunnen bereiken, zoals erfpacht, publiek-private samenwerkingen of gefaseerde renovatie.
Ik stel vast dat het niet aan de toezichthoudende overheid toekomt om te onderzoeken of een bestuur bij het nemen van een welbepaalde beleidskeuze eerst andere alternatieve scenario’s moet onderzocht hebben. Het bestuur stipt aan dat het dossier tot sluiting van GAW Ter Borre kadert binnen de opmaak van het meerjarenplan en werd “voorbereid binnen de context van een breder kerntakendebat, waarin de prioriteit van gemeentelijke middelen en gebouwen werd herbekeken met het oog op de efficiëntie en financiële gezondheid van de gemeente.” In het kader van het algemeen administratief toezicht op de werking van lokale besturen kan de toezichthoudende overheid slechts optreden wanneer het recht wordt geschonden en/of het algemeen belang wordt geschaad. Het gevoerde beleid maakt geen deel uit van het klachtentoezicht waarvan sprake in het decreet over het lokaal bestuur van 22/12/2017 .
Niettemin blijkt uit het administratief dossier dat het bestuur wel degelijk alternatieve scenario’s heeft onderzocht alvorens te beslissen tot sluiting van GAW Ter Borre. Er werden een drietal alternatieve scenario’s naar voren geschoven die het echter niet gehaald hebben: (i) renovatie van GAW Ter Borre als lokaal dienstencentrum en assistentiewoningen, (ii) herbestemming van GAW Ter Borre tot nieuw Sociaal Huis en (iii) bijgestelde renovatieraming (gebaseerd op inzichten uit de externe studie van scenario (ii)).
5. Er is geen voorbereidend overleg met relevante stakeholders (bewoners) gevoerd.
Ik stel vast dat u geen enkele wettelijke bepaling opwerpt waaruit blijkt dat er een voorafgaandelijk overleg moest plaatsvinden met de bewoners van GAW Ter Borre alvorens het bestuur de beslissing neemt om GAW Ter Borre te sluiten. Het bestuur stipuleert wel dat van zodra de beslissing genomen was er vergaderingen en persoonlijke toelichtingen hebben plaatsgevonden met de bewoners. Er is ook een overgangsperiode van 2 jaar voorzien alvorens GAW Ter Borre definitief zal sluiten. Dit toont aan dat het bestuur voldoende tijd neemt om de beslissing ten uitvoer te brengen.
6. De gevolgen voor de huidige bewoners van de assistentiewoningen en dagelijkse bezoekers van het dienstencentrum zijn disproportioneel t.o.v. het financieel beoogde doel, nl. ontlasting van de financiële lasten. De beslissing houdt geen rekening met het evenwicht tussen het financieel voordeel en de sociale impact, waardoor er geen sprake is van evenredigheid.
U werpt op dat bij het nemen van het bestreden besluit er geen sprake is van evenredigheid. Hiermee stelt u in se dat het evenredigheidsbeginsel geschonden is. “Het evenredigheidsbeginsel kan slechts geschonden worden bevonden wanneer een beslissing die steunt op deugdelijke en dus afdoende bewezen motieven, een maatregel oplegt die niet in een redelijk verband van evenredigheid staat tot die motieven.” (RvS 10 oktober 2022, nr. 254.705).
Het louter poneren dat “de gevolgen voor de huidige bewoners van de assistentiewoningen en dagelijkse bezoekers van het dienstencentrum disproportioneel zijn t.o.v. het financieel beoogde doel, nl. ontlasting van de financiële lasten.” volstaat niet om een schending van het evenredigheidsbeginsel vast te stellen. U maakt niet aannemelijk dat er sprake is van enige onevenredigheid.
Zoals supra aangegeven onder punt 1 is reeds aangetoond dat het bestreden besluit steunt op motieven die deugdelijk en afdoende zijn. In casu stel ik vast dat de maatregel - m.n. de sluiting van GAW Ter Borre - in een redelijk verband van evenredigheid staat tot de motieven waarvan sprake in het bestreden besluit. Het volstaat om hiervoor te verwijzen naar de uitgebreide motivering in het bestreden besluit.
Tot slot stelt u dat tijdens de bespreking van dit agendapunt tot sluiting van GAW Ter Borre de bevoegde schepen weigerde te antwoorden op de bemerkingen die geformuleerd werden door o.a. uw fractie. Uit het administratief dossier blijkt echter het tegendeel. Het bestuur heeft in de mate van het mogelijke geantwoord op de vragen en bemerkingen tijdens en na de zitting van de OCMW raad. Zoals het bestuur terecht opwerpt kadert het bestreden besluit “in een kerntakendebat, waarbij politieke standpunten en visies ver uiteen kunnen liggen. Dit betekent daarom niet dat er manifest onwil zou zijn om te antwoorden. Technische toelichtingen en details worden beantwoord via het systeem van schriftelijke vragen.”
Op basis van het bovenstaande heb ik - zoals hiervoor gesteld - beslist om in dit dossier niet op te treden."
2. Klacht Eddie BOELENS (bijlage 2):
"Ik heb beslist om in dit dossier niet op te treden omdat ik tot de conclusie kom dat noch het recht werd geschonden noch het algemeen belang werd geschaad. Overeenkomstig het beginsel dat “wie de macht heeft om iets op te richten, dat ook weer mag opheffen”, kan een OCMW-bestuur in principe een bestaande instelling opheffen, in casu GAW Ter Borre. Vooraleer die beslissing kan worden uitgevaardigd, moet de raad voor maatschappelijk welzijn de noodzakelijkheid van het voortbestaan van de betrokken instelling of dienst ten gronde (doen) onderzoeken. Daartoe dient een behoeftenonderzoek gevoerd te worden. Daarnaast moet het OCMW ook een voldoende kennis hebben van het overige aanbod van assistentiewoningen op het grondgebied en in de streek. Voorts moet het dossier een beschrijving van de wijze van functioneren bevatten, benevens een nauwkeurige raming van de kostprijs en van de uitgaven die moeten worden gedaan, alsook - indien mogelijk - inlichtingen die een vergelijking met gelijkaardige instellingen en diensten mogelijk maken. Uit het bestreden besluit en het administratief dossier blijkt dat aan deze voorwaarden voldaan is. Ik licht hieronder meer in detail toe hoe ik tot deze beslissing kom. Artikel 60, § 6 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.
Hierna worden de door u opgeworpen middelen puntsgewijs besproken.
1. Ondeugdelijke motivering en onzorgvuldige voorbereiding
Ik stel vast dat het bestreden besluit uitvoerig gemotiveerd is. Zowel in rechte als in feite wordt omstandig gemotiveerd waarom beslist werd tot de beëindiging van de activiteiten van GAW Ter Borre tegen 1 januari 2028. De motivering is afdoende een pertinent. Het volstaat om te verwijzen naar de uitgebreide motivering van het bestreden besluit. Het bestuur maakt tevens verschillende stukken over waaruit overduidelijk blijkt dat de OCMW-raad wel degelijk correct en volledig werd geïnformeerd. Er ligt alvast geen schending voor van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen.
U klaagt verder aan dat het bestreden besluit onzorgvuldig werd voorbereid. Ik leid hieruit af dat u opwerpt dat het zorgvuldigheidsbeginsel als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur werd geschonden. “Het zorgvuldigheidsbeginsel houdt in dat het bestuur zijn beslissing op zorgvuldige wijze moet voorbereiden. Dit impliceert dat de beslissing dient te steunen op werkelijk bestaande en concrete feiten die met de vereiste zorgvuldigheid werden vastgesteld. De overheid is onder meer verplicht om zorgvuldig te werk te gaan bij de voorbereiding van de beslissing en de feitelijke en juridische aspecten van het dossier deugdelijk te onderzoeken, zodat zij met kennis van zaken kan beslissen” (RvS 14 oktober 2020, nr. 248.587).
Zowel uit het bestreden besluit als uit het opgevraagde administratief dossier blijkt overduidelijk dat de beslissing op zorgvuldige wijze werd voorbereid.
Er wordt in het bestreden besluit verwezen naar een strategisch patrimoniumplan waaruit blijkt dat het gebouw in slechte staat is. In het kader van het meerjarenplan werd nagegaan wat de kost zou bedragen om het gebouw te renoveren. De kostprijs voor renovatie wordt geraamd op 6,5 miljoen euro. De verdere opdeling van deze kostprijs werd, n.a.v. een schriftelijke vraag van een raadslid, getailleerd toegelicht in een brief van 16 december 2025 van het bestuur die ter beschikking werd gesteld aan alle raadsleden.
Bij de beoordeling van de infrastructuur van het gebouw in het bestreden besluit wordt de huidige staat van het gebouw uitvoerig toegelicht. Bij de beoordeling van de behoeften in het bestreden besluit wordt in concreto onderzocht of er anno 2025 nog behoefte voor uitbating van assistentiewoningen door het OCMW Grimbergen is. Uit dit onderzoek blijkt dat er een ruim voldoende aanbod is van assistentiewoningen in de gemeente Grimbergen en de omliggende regio. Dit alles wordt ook met cijfermateriaal verduidelijkt.
Tot slot stelt u, in een e-mail van 2 maart 2026 als aanvulling op uw klacht, dat er geen alternatieve toekomstscenario’s voor de sluiting van de GAW Ter Borre werden onderzocht.
Ik stel vast dat het niet aan de toezichthoudende overheid toekomt om te onderzoeken of een bestuur bij het nemen van een welbepaalde beleidskeuze eerst andere alternatieve scenario’s moet onderzocht hebben. Het bestuur stipt aan dat het dossier tot sluiting van GAW Ter Borre kadert binnen de opmaak van het meerjarenplan en werd “voorbereid binnen de context van een breder kerntakendebat, waarin de prioriteit van gemeentelijke middelen en gebouwen werd herbekeken met het oog op de efficiëntie en financiële gezondheid van de gemeente.” In het kader van het algemeen administratief toezicht op de werking van lokale besturen kan de toezichthoudende overheid slechts optreden wanneer het recht wordt geschonden en/of het algemeen belang wordt geschaad. Het gevoerde beleid maakt geen deel uit van het klachtentoezicht waarvan sprake in het decreet over het lokaal bestuur van 22/12/2017 .
Niettemin blijkt uit het administratief dossier dat het bestuur wel degelijk alternatieve scenario’s heeft onderzocht alvorens te beslissen tot sluiting van GAW Ter Borre. Er werden een drietal alternatieve scenario’s naar voren geschoven die het echter niet gehaald hebben: (i) renovatie van GAW Ter Borre als lokaal dienstencentrum en assistentiewoningen, (ii) herbestemming van GAW Ter Borre tot nieuw Sociaal Huis en (iii) bijgestelde renovatieraming (gebaseerd op inzichten uit de externe studie van scenario (ii)).
2. Feitelijke onjuistheden/interne tegenstrijdigheid
U geeft aan dat het bestreden besluit stelt dat er voldoende assistentiewoningen op de markt zijn in Grimbergen/Strombeek terwijl de gemeentediensten aangeven dat er juist een gebrek is aan voldoende assistentiewoningen in Grimbergen/Strombeek. U besluit dat dit “wijst op een foutieve conclusie en een onvolledige markttoets.”
Ik stel vast dat in het bestreden besluit sprake is van 62 assistentiewoningen in Grimbergen en 638 assistentiewoningen in de omringende regio. In het bestreden besluit wordt het volgende gesteld: “(…) er bestaat een ruim aanbod van andere GAW dienstverleners in Grimbergen en de omliggende regio. (…)”.
De replieknota van het bestuur stelt het volgende: “artikel 60, § 6 van de OCMW-wet spreekt over een onderzoek naar de behoeften van de gemeente en/of de streek. Er wordt niet gestipuleerd dat het behoefte-onderzoek zich moet beperken tot de (deel)gemeente. Ook wordt op geen enkele wijze bepaald dat alleen het aanbod in rekening moet worden gebracht dat door OCMW’s wordt uitgebaat. Artikel 60, § 6 van de OCMW-wet spreekt over gelijkaardige inrichtingen of diensten. Inrichtingen of diensten die door private personen worden aangeboden mogen uiteraard ook in rekening worden gebracht.” Ik sluit mij hierbij aan. De toepasselijke wetgeving beperkt het onderzoek naar het beschikbare aanbod van assistentiewoningen niet enkel tot de gemeente Grimbergen/ Strombeek of tot assistentiewoningen in het beheer van een OCMW .
3. Algemeen belang, proportionaliteit en evenredigheid
U werpt op dat het bestreden besluit (i) het algemeen belang schaadt en (ii) dat het de facto het proportionaliteitsbeginsel schendt vermits de sluiting van GAW Ter Borre tot gevolg heeft “dat 25 bewoners (gemiddelde leeftijd ± 87 jaar) tegen eind 2027 een alternatief moeten vinden terwijl er in Strombeek geen vergelijkbaar aanbod is. Bovendien leidt de stopzetting/verplaatsing van het lokaal dienstencentrum tot een aantoonbare verarming van het lokale sociale weefsel.” Verder stelt u, in een e-mail van 2 maart 2026 als aanvulling op uw klacht, dat het bestreden besluit ook het evenredigheidsbeginsel zou schenden.
U laat na om uiteen te zetten waarom het bestreden besluit het proportionaliteitsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel zou schenden. Ik stel alvast geen schending van deze beginselen vast.
Artikel 327 van het decreet over het lokaal bestuur van 22/12/2017 (hierna: DLB) bepaalt als volgt (eigen onderlijning): “Behalve in geval van andersluidende bepalingen, beperkt de toezichthoudende overheid zich bij de uitoefening van het toezicht, vermeld in dit decreet, tot een toetsing aan het recht en aan het algemeen belang. Voor beslissingen van de gemeenteoverheid is het algemeen belang elk belang dat ruimer is dan het gemeentelijk belang. Voor beslissingen van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn is het algemeen belang elk belang dat ruimer is dan het gemeentelijk belang en het belang van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn.”
In casu valt niet in te zien hoe het algemeen belang in de zin van artikel 327 DLB geschonden is aangezien de sluiting van GAW Ter Borre slechts een weerslag heeft op de bewoners ervan. Er kan hier hoogstens sprake zijn van een individueel belang. Ook voor wat betreft de verplaatsing van het dienstencentrum naar een andere locatie valt niet in te zien waarom dit het algemeen belang zou schaden.
Het bestuur gaat in zijn replieknota ook in over de ondersteuning die het biedt aan de bewoners die getroffen zullen worden door de sluiting. Het bestuur stelt dat bewoners die dat wensen individueel op maat zullen begeleid worden in hun zoektocht naar een nieuwe woon- of zorgplaats. Het OCMW Grimbergen zal ook een financiële tussenkomst voorzien in de verhuiskosten én de getroffen bewoners zullen ook voorrang krijgen als zij wensen te verhuizen naar het woonzorgcentrum Ter Biest waar dat passend en mogelijk is. Verder stelt het bestuur dat reeds 9 van de getroffen bewoners een nieuwe woonst gevonden hebben.
4. Gebrek aan aantoonbare participatie en relevante adviezen
U stelt dat de bewoners en adviesraden niet werden geraadpleegd bij het nemen van het bestreden besluit. U toont niet aan dat daardoor enige wettelijke bepalingen geschonden zouden zijn. Het nemen van de beslissing tot sluiting van GAW Ter Borre betreft een discretionaire bevoegdheid van het OCMW.
Op basis van het bovenstaande heb ik - zoals hiervoor gesteld - beslist om in dit dossier niet op te treden."
Het vast bureau nam hiervan kennis en besliste dit, overeenkomstig artikels 332, §1, derde lid en 333, tweede lid DLB, ter kennisname voor te leggen aan de raad voor maatschappelijk welzijn.
Voor het debat wordt verwezen naar het zittingsverslag.
/
Enig artikel.
Kennis te nemen van de brieven van de gouverneur van 25 maart 2026, ingekomen op 26 maart 2026 via het loket lokaal bestuur, toegevoegd als bijlagen 1, 2 en 3 bij dit besluit, specifiek dat de gouverneur niet zal optreden.
De raad voor maatschappelijk welzijn nam kennis van het toegevoegd punt "De permanentie in de groep van assistentiewoningen Ter Borre", ingediend door raadslid Eddie BOELENS, als bijlage bij het besluit gevoegd, en verwijst voor de bespreking en beraadslaging ervan naar het zittingsverslag, te vinden op de gemeentelijke website.
De raad voor maatschappelijk welzijn verwerpt het voorstel.
De raad voor maatschappelijk welzijn beschikt over de volheid van bevoegdheid voor de aangelegenheden die aan het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn door of krachtens de wet of het decreet zijn toevertrouwd.
De raad voor maatschappelijk welzijn bepaalt het beleid van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn en kan daarvoor algemene regels vaststellen.
De raad voor maatschappelijk welzijn stelt de reglementen van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn vast. Die kunnen betrekking hebben op het beleid van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn en op het inwendige bestuur ervan.
De raad voor maatschappelijk welzijn kan bij reglement zijn bevoegdheden overdragen aan het vast bureau.
De volgende bevoegdheden kunnen niet aan het vast bureau worden toevertrouwd:
1° de bevoegdheden die aan de raad voor maatschappelijk welzijn zijn toegewezen, vermeld in afdeling 1 en 2 van dit hoofdstuk, en de bevoegdheid tot overdracht, vermeld in het eerste lid.
Artikel 18 tot en met 39, met uitzondering van artikel 29, § 1 en § 5, artikel 36, 37 en 38, eerste lid, 7°, zijn van toepassing op de raad voor maatschappelijk welzijn, met dien verstande dat in die bepalingen de volgende woorden worden gelezen als volgt:
1° "de gemeente" als "het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn";
2° "gemeenteraad" als "raad voor maatschappelijk welzijn";
3° "gemeenteraadslid" als "lid van de raad voor maatschappelijk welzijn";
4° "gemeenteraadsleden" als "leden van de raad voor maatschappelijk welzijn";
5° "college van burgemeester en schepenen" als "vast bureau";
6° "burgemeester" als "voorzitter van het vast bureau";
7° "schepen" als "lid van het vast bureau";
8° "gemeentelijke bestuursorganen" als "bestuursorganen van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn";
9° "een gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap" als "de verenigingen of vennootschappen, vermeld in deel 3, titel 4";
10° "artikel 16" als "artikel 71 juncto artikel 16";
11° "artikel 50, vijfde lid" als "artikel 83, vijfde lid".
Gemeenteraadsleden kunnen uiterlijk vijf dagen vóór de vergadering punten aan de agenda toevoegen. De gemeenteraadsleden bezorgen daarvoor hun toegelicht voorstel van beslissing aan de algemeen directeur, die de voorstellen bezorgt aan de voorzitter van de gemeenteraad.
Een lid van het college van burgemeester en schepenen kan niet gebruikmaken van de mogelijkheid, vermeld in het eerste lid.
De algemeen directeur deelt de aanvullende agendapunten zoals vastgesteld door de voorzitter van de gemeenteraad onmiddellijk mee aan de gemeenteraadsleden, samen met de bijbehorende toegelichte voorstellen.
(...)
De zittingsverslagen van de vergaderingen van de gemeenteraad vermelden, in chronologische volgorde, alle besproken onderwerpen, de essentie van de tussenkomsten en van de mondeling en schriftelijk gestelde vragen en antwoorden. De gemeenteraad kan beslissen om het zittingsverslag te vervangen door een audio- of audiovisuele opname van de openbare zitting van de gemeenteraad.
Als de gemeenteraad een aangelegenheid overeenkomstig artikel 28 in besloten vergadering behandelt, vermelden de notulen alleen de beslissingen en wordt er geen zittingsverslag opgesteld.
De bepalingen, vermeld in het eerste tot en met het derde lid, zijn van toepassing op het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, met dien verstande dat "gemeenteraad" wordt gelezen als "raad voor maatschappelijk welzijn".
§1. Raadsleden kunnen uiterlijk vijf dagen vóór de vergadering punten aan de agenda van de raad toevoegen.
Hiertoe bezorgen de belanghebbende raadsleden:
1° een toegelicht voorstel met het oog op het nemen van een beslissing. Dit wordt als ter stemming voorgelegd punt toegevoegd aan de agenda van de raad;
2° een interpellatie:
Dit wordt op de agenda geplaatst als een toegevoegd punt ter kennisname.
Vragen over bevoegdheden van de gemeente worden op de gemeenteraad geagendeerd, vragen over bevoegdheden van het OCMW op de raad voor maatschappelijk welzijn.
§2. De belanghebbende raadsleden bezorgen hun toe te voegen punten aan de algemeen directeur via e-mail op volgend adres gemeentebestuur@grimbergen.be met in het onderwerp ‘Toegevoegd agendapunt raad voor maatschappelijk welzijn’, die deze bezorgt aan de voorzitter van de raad.
Noch een lid van het vast bureau, noch het vast bureau als orgaan, kan van deze mogelijkheid gebruik maken.
§3. De algemeen directeur deelt de toegevoegde agendapunten, zoals vastgesteld door de voorzitter van de raad, samen met de bijbehorende toegelichte voorstellen uiterlijk 2 dagen voor de zitting mee aan de raadsleden en dit via e-Notulen.
/
Raadsleden kunnen punten toevoegen aan de agenda van de raad voor maatschappelijk welzijn en daarbij moties of voorstellen indienen die men ter stemming wil voor leggen.
De bespreking en beraadslaging van een ingediende motie of voorstel wordt opgenomen in het zittingsverslag, te vinden op de gemeentelijke website.
De uitslag van de stemming wordt opgenomen in de notulen van deze zitting.
/
Artikel 1.
Kennis te nemen van het toegevoegd punt "De permanentie in de groep van assistentiewoningen Ter Borre", ingediend door raadslid Eddie BOELENS, als bijlage bij dit besluit gevoegd en voor de bespreking en beraadslaging ervan te verwijzen naar het zittingsverslag, te vinden op de gemeentelijke website.
Art. 2.
Het voorstel te verwerpen.
De raad voor maatschappelijk welzijn nam kennis van de mondelinge vragen door de raadsleden op de zitting gesteld en verwijst voor de inhoud ervan naar het zittingsverslag, te vinden op de gemeentelijke website.
De raad voor maatschappelijk welzijn beschikt over de volheid van bevoegdheid voor de aangelegenheden die aan het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn door of krachtens de wet of het decreet zijn toevertrouwd.
De raad voor maatschappelijk welzijn bepaalt het beleid van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn en kan daarvoor algemene regels vaststellen.
De raad voor maatschappelijk welzijn stelt de reglementen van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn vast. Die kunnen betrekking hebben op het beleid van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn en op het inwendige bestuur ervan.
De raad voor maatschappelijk welzijn kan bij reglement zijn bevoegdheden overdragen aan het vast bureau.
De volgende bevoegdheden kunnen niet aan het vast bureau worden toevertrouwd:
1° de bevoegdheden die aan de raad voor maatschappelijk welzijn zijn toegewezen, vermeld in afdeling 1 en 2 van dit hoofdstuk, en de bevoegdheid tot overdracht, vermeld in het eerste lid.
Artikel 18 tot en met 39, met uitzondering van artikel 29, § 1 en § 5, artikel 36, 37 en 38, eerste lid, 7°, zijn van toepassing op de raad voor maatschappelijk welzijn, met dien verstande dat in die bepalingen de volgende woorden worden gelezen als volgt:
1° "de gemeente" als "het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn";
2° "gemeenteraad" als "raad voor maatschappelijk welzijn";
3° "gemeenteraadslid" als "lid van de raad voor maatschappelijk welzijn";
4° "gemeenteraadsleden" als "leden van de raad voor maatschappelijk welzijn";
5° "college van burgemeester en schepenen" als "vast bureau";
6° "burgemeester" als "voorzitter van het vast bureau";
7° "schepen" als "lid van het vast bureau";
8° "gemeentelijke bestuursorganen" als "bestuursorganen van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn";
9° "een gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap" als "de verenigingen of vennootschappen, vermeld in deel 3, titel 4";
10° "artikel 16" als "artikel 71 juncto artikel 16";
11° "artikel 50, vijfde lid" als "artikel 83, vijfde lid".
De gemeenteraadsleden hebben het recht aan de burgemeester en aan het college van burgemeester en schepenen mondelinge en schriftelijke vragen te stellen.
Voor het stellen van een vraag als vermeld in het eerste lid, is geen toegelicht voorstel van beslissing vereist.
(...)
De zittingsverslagen van de vergaderingen van de gemeenteraad vermelden, in chronologische volgorde, alle besproken onderwerpen, de essentie van de tussenkomsten en van de mondeling en schriftelijk gestelde vragen en antwoorden. De gemeenteraad kan beslissen om het zittingsverslag te vervangen door een audio- of audiovisuele opname van de openbare zitting van de gemeenteraad.
Als de gemeenteraad een aangelegenheid overeenkomstig artikel 28 in besloten vergadering behandelt, vermelden de notulen alleen de beslissingen en wordt er geen zittingsverslag opgesteld.
De bepalingen, vermeld in het eerste tot en met het derde lid, zijn van toepassing op het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, met dien verstande dat "gemeenteraad" wordt gelezen als "raad voor maatschappelijk welzijn".
/
Raadslid Isabel GAISBAUER krijgt het woord en heeft een aantal vragen over Ter Biest.
Raadslid Luca MATON krijgt het woord en wil misschien nog een keer terugkomen op de mondelinge vraag van Isabel in de gemeenteraad over die 1,5 procent. Dat is misschien toch de plaats in de raad voor maatschappelijk welzijn. Waarom zou het personeel van Ter Biest anders behandeld worden dan het andere gemeentepersoneel met dat nieuw sectoraal akkoord?
/
Enig artikel.
Kennis te nemen van de mondelinge vragen door de raadsleden ter zitting gesteld en voor de inhoud ervan te verwijzen naar het zittingsverslag, te vinden op de gemeentelijke website.
De voorzitter sluit de zitting op 30/04/2026 om 22:34.
Namens RAAD VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN,
Muriel VAN SCHEL
algemeen directeur
Daan VERTONGEN
voorzitter raad voor maatschappelijk welzijn