Terug
Gepubliceerd op 29/05/2026

Besluit  RAAD VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN

do 30/04/2026 - 19:30

Besluit van de provinciegouverneur van 25 maart 2026 inzake klachten Samen Groot Grimbergen en raadslid Eddie BOELENS tegen het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 27 november 2025 inzake GAW Ter Borre behoefteonderzoek in het kader van de toekomstvisie en beëindiging van de activiteiten tegen 1 januari 2028 bij de provinciegouverneur - Kennisname

Aanwezig: Daan VERTONGEN, voorzitter raad voor maatschappelijk welzijn
Bart LAEREMANS, burgemeester
Ewoud DE MEYER, Jelle DE WILDE, Kirsten HOEFS, Chantal LAUWERS, Philip ROOSEN, Karlijne VAN BREE, schepenen
Manon BAS, Eddie BOELENS, Nicolas BOURGEOIS, Randy BUELENS, Ann DAAMEN, William DE BOECK, Isabel GAISBAUER, Tom GAUDAEN, Gilbert GOOSSENS, Dieter GOOVAERTS, Britt JOHN, Luc KEPPENS, Katrien LE ROY, Luca MATON, Wim MISSOTTEN, Katleen ORINX, Wim ROBBERECHTS, Laurent VANBINST, Eliane VANCRAENENBROECK, Karin VERTONGEN, gemeenteraadsleden
Muriel VAN SCHEL, algemeen directeur
Verontschuldigd: Trui OLBRECHTS, vierde schepen
Soufian FAROUK, Bart VAN HUMBEECK, gemeenteraadsleden
Afwezig: Erkut OVALI, Gerlant VAN BERLAER, gemeenteraadsleden

De raad voor maatschappelijk welzijn neemt kennis van de brieven van de gouverneur van 25 maart 2026, ingekomen op 26 maart 2026 via het loket lokaal bestuur, toegevoegd als bijlagen 1, 2 en 3 bij het besluit, specifiek dat de gouverneur niet zal optreden.

De volgende bepalingen zijn van toepassing inzake de bevoegdheid:

Titel VII - Bestuurlijk toezicht van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (DLB).

De beslissing wordt genomen op grond van:
  • Artikel 327 DLB:

Behalve in geval van andersluidende bepalingen, beperkt de toezichthoudende overheid zich bij de uitoefening van het toezicht, vermeld in dit decreet, tot een toetsing aan het recht en aan het algemeen belang. Voor beslissingen van de gemeenteoverheid is het algemeen belang elk belang dat ruimer is dan het gemeentelijk belang. Voor beslissingen van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn is het algemeen belang elk belang dat ruimer is dan het gemeentelijk belang en het belang van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn.

  • Artikel 328 DLB:

De toezichthoudende overheid kan bij de gemeenteoverheid en bij het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn alle documenten en inlichtingen opvragen of die ter plaatse raadplegen. Ze bepaalt de informatiedrager en de vorm waarin die gegevens worden verstrekt.

  • Artikel 331 DLB:

De toezichthoudende overheid kan besluiten van een gemeenteoverheid en van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn ambtshalve opvragen.
Bij de ontvangst van een klacht vraagt de toezichthoudende overheid het besluit en het bijbehorende dossier op.

  • Artikel 333 DLB:

Als een klacht wordt ingediend tegen een besluit van de gemeenteoverheid of van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn brengt de toezichthoudende overheid de indiener van de klacht op de hoogte van:
1° de ontvangst van de klacht, binnen tien dagen nadat ze ontvangen werd;
2° het verzoek van de toezichthoudende overheid aan de gemeenteoverheid of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn om het besluit en het bijbehorende dossier te bezorgen, binnen tien dagen na dat verzoek;
3° het besluit van de toezichthoudende overheid over de ingediende klacht met vermelding van de motieven waarop het besluit is gebaseerd.
De toezichthoudende overheid brengt de betrokken gemeenteoverheid of aan het betrokken openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn op de hoogte van haar definitieve antwoord aan de indiener van de klacht. Deze mededeling wordt ter kennis gebracht op de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad of van de raad voor maatschappelijk welzijn.
In geval van stuiting van de termijn om een beroep in te stellen bij de Raad van State, brengt de toezichthoudende overheid de indiener van de klacht op de wijze, bepaald door de Vlaamse Regering, op de hoogte van de motieven van de toezichthoudende overheid om het besluit van de gemeenteoverheid of van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn waartegen de klacht was ingediend, niet te vernietigen, binnen tien dagen na het nemen van dat besluit of na het verstrijken van de termijn.

  • Artikel 332 DLB:

§ 1. Met behoud van de toepassing van artikel 243, § 3, 259 en 262 beschikt de toezichthoudende overheid over dertig dagen om een besluit van een gemeenteoverheid te vernietigen en om de gemeenteoverheid daarvan op de hoogte te brengen.
De toezichthoudende overheid beschikt over dertig dagen om een besluit van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn te vernietigen en om het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn daarvan op de hoogte te brengen.
Alle besluiten en opmerkingen van de toezichthoudende overheid worden ter kennis gebracht op de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad of van de raad voor maatschappelijk welzijn.
§ 2. De termijn, vermeld in paragraaf 1, gaat in op de dag die volgt op de kennisgeving aan de toezichthoudende overheid van de bekendmaking op de webtoepassing van de gemeente van de lijst van de aangelegenheden, vermeld in artikel 285, § 1, 1° en 2°, en artikel 285, § 2, eerste lid, 1° en 2°. Voor de besluiten, vermeld in artikel 286, § 1 en § 2, start de termijn, vermeld in paragraaf 1, op de dag die volgt op de kennisgeving aan de toezichthoudende overheid van de bekendmaking van het besluit op de webtoepassing van de gemeente.
Onder voorbehoud van de toepassing van het eerste lid, start de termijn, vermeld in paragraaf 1, voor de besluiten van een gemeenteoverheid of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn die met toepassing van artikel 331 ambtshalve of na ontvangst van een klacht werden opgevraagd door de toezichthoudende overheid, op de dag die volgt op de verzending van het opgevraagde besluit.
§ 3. Een klacht wordt, op straffe van niet-ontvankelijkheid, ingediend binnen een periode van dertig dagen, die volgt op de dag van de bekendmaking op de webtoepassing van de gemeente van de lijst van de aangelegenheden, vermeld in artikel 285, § 1, 1° en 2°, en artikel 285, § 2, eerste lid, 1° en 2°, of van de besluiten, vermeld in artikel 286, § 1 en § 2.
§ 4. De termijn, vermeld in paragraaf 1, wordt gestuit door de verzending van een klacht aan de toezichthoudende overheid, op voorwaarde dat die klacht verstuurd wordt op de wijze, bepaald door de Vlaamse Regering, binnen de termijn, vermeld in paragraaf 3.
Een nieuwe termijn als vermeld in paragraaf 1 gaat in op de dag die volgt op de verzending van de klacht.
§ 5. De termijn, vermeld in paragraaf 1, wordt gestuit door de opvraging door de toezichthoudende overheid van het besluit van de gemeenteoverheid of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn met toepassing van artikel 331, eerste of tweede lid.
Een nieuwe termijn als vermeld in paragraaf 1 gaat in op de dag die volgt op de verzending van het opgevraagde besluit.
§ 6. De gemeenteoverheid of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn verzendt het besluit dat door de toezichthoudende overheid is opgevraagd binnen een termijn van dertig dagen die volgt op de dag van de verzending van de opvraging.
Als de gemeenteoverheid of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn het gevraagde besluit niet verzendt aan de toezichthoudende overheid binnen de termijn, vermeld in het eerste lid, bezorgt de toezichthoudende overheid na het verstrijken van die termijn een herinnering. De herinnering verwijst uitdrukkelijk naar de gevolgen, vermeld in het vierde lid.
Een nieuwe termijn van dertig dagen gaat in op de dag na de verzending van de herinnering.
Als het gevraagde besluit niet wordt verzonden aan de toezichthoudende overheid binnen die nieuwe termijn, is het opgevraagde besluit van rechtswege nietig. De toezichthoudende overheid brengt de gemeenteoverheid of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn op de hoogte van die nietigheid.


  • Besluit van het vast bureau van 2 maart 2026 "Brief van ABB van 24 december 2025: klachten tegen het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 27 november 2025 inzake GAW Ter Borre behoefteonderzoek in het kader van de toekomstvisie en beëindiging van de activiteiten tegen 1 januari 2028 – Herinnering van 2 februari 2026 - Opvraging dossier - Ontwerp van antwoord - Kennisname en goedkeuring".
  • Besluit van het vast bureau van 30 maart 2026 "Besluit van de provinciegouverneur van 25 maart 2026 inzake klachten Samen Groot Grimbergen en raadslid Eddie BOELENS tegen het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 27 november 2025 inzake GAW Ter Borre behoefteonderzoek in het kader van de toekomstvisie en beëindiging van de activiteiten tegen 1 januari 2028 bij de provinciegouverneur - Kennisname".
 
  • Klacht van 8 december 2025 van SAMEN Groot Grimbergen gericht naar ABB (in bijlage).
  • Klacht van 9 december 2025 van SAMEN Groot Grimbergen gericht naar minister Hilde CREVITS (in bijlage).
 
  • Klacht van 21 december 2025 van Groen+Vooruit Grimbergen gericht naar ABB (in bijlage).
 
  • Brief van 24 december 2025 van het Agentschap Binnenlands Bestuur (ABB) betreffende de bovenstaande klachten (in bijlage).
 
  • Brief herinnering van rechtswege van 2 februari 2026 van het Agentschap Binnenlands Bestuur (ABB) (in bijlage).
De beslissing houdt rekening met volgende adviezen:

/

De beslissing kent volgende inhoudelijke verantwoording :

Het vast bureau nam op 2 maart 2026 kennis van de klachten van:

  • 8 december 2025 van SAMEN Groot Grimbergen tegen de beslissing van 27 november 2025 van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn betreffende agendapunt RMW/2025/065 GAW Ter Borre – Behoefteonderzoek in het kader van de toekomstvisie – Beëindiging van de activiteiten tegen 1 januari 2028, bij ABB overgemaakt per brief van 24 december 2025, 
  • 9 december 2025 van SAMEN Groot Grimbergen gericht naar minister Hilde CREVITS tegen de beslissing van 27 november 2025 van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn betreffende agendapunt RMW/2025/065 GAW Ter Borre – Behoefteonderzoek in het kader van de toekomstvisie – Beëindiging van de activiteiten tegen 1 januari 2028, bij ABB overgemaakt per brief van 24 december 2025 en
  • 21 december 2025 van Groen+Vooruit Grimbergen tegen de beslissing van 27 november 2025 van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn betreffende agendapunt RMW/2025/065 GAW Ter Borre – Behoefteonderzoek in het kader van de toekomstvisie – Beëindiging van de activiteiten tegen 1 januari 2028, bij ABB overgemaakt per brief van 24 december 2025, 

ontvangen via het loket lokaal bestuur (berichtencentrum) op 27 februari 2026, toegevoegd als bijlage bij dit besluit.

Het vast bureau nam kennis van de brief van ABB inzake de herinnering van rechtswege van 2 februari 2026, ontvangen via het loket lokaal bestuur (berichtencentrum) op 27 februari 2026, toegevoegd als bijlage bij het besluit.

Het vast bureau nam kennis dat ABB verzoekt om alle betrokken besluiten, het dossier, een uitgebreide toelichting en het standpunt over het voorwerp van de klachten (conform artikel 331 DLB) te bezorgen en dit binnen een termijn van 30 dagen, ingegaan op 3 februari 2026.

 

Het vast bureau nam in dezelfde zitting kennis van het ontwerp van antwoord met stukken, toegevoegd als bijlage bij het besluit, en keurde dit goed. De dienst Politiek-administratieve ondersteuning kreeg de opdracht om het ontwerp van antwoord met bijhorende stukken via het loket lokaal bestuur (berichtencentrum) uiterlijk op 4 maart 2026 over te maken aan ABB.

 

Per brief van 25 maart 2026, ingekomen via het loket lokaal bestuur (berichtencentrum) op 26 maart 2026 (Bijlage 1), heeft de gouverneur een kopie van zijn antwoord aan de klagers overgemaakt (Bijlagen 2 en 3). Hij verzocht om zijn beslissing ter kennis te brengen op de eerstvolgende vergadering van de raad (conform artikel 333, tweede lid DLB).

 

De gouverneur liet de klagers weten dat zijn ambt niet zal optreden om volgende redenen:

1. Klacht Samen Groot Grimbergen (bijlage 2):

"Ik heb beslist om in dit dossier niet op te treden omdat ik tot de conclusie kom dat noch het recht werd geschonden noch het algemeen belang werd geschaad. Overeenkomstig het beginsel dat “wie de macht heeft om iets op te richten, dat ook weer mag opheffen”, kan een OCMW-bestuur in principe een bestaande instelling opheffen, in casu GAW Ter Borre. Vooraleer die beslissing kan worden uitgevaardigd, moet de raad voor maatschappelijk welzijn de noodzakelijkheid van het voortbestaan van de betrokken instelling of dienst ten gronde (doen) onderzoeken. Daartoe dient een behoeftenonderzoek gevoerd te worden. Daarnaast moet het OCMW ook een voldoende kennis hebben van het overige aanbod van assistentiewoningen op het grondgebied en in de streek. Voorts moet het dossier een beschrijving van de wijze van functioneren bevatten, benevens een nauwkeurige raming van de kostprijs en van de uitgaven die moeten worden gedaan, alsook - indien mogelijk - inlichtingen die een vergelijking met gelijkaardige instellingen en diensten mogelijk maken. Uit het bestreden besluit en het administratief dossier blijkt dat aan deze voorwaarden voldaan is. Ik licht hieronder meer in detail toe hoe ik tot deze beslissing kom.

Hierna worden de door u opgeworpen middelen puntsgewijs besproken.

 

1. De RMW heeft geen duidelijke, feitelijke en correcte argumentatie ontvangen waarom de sluiting van GAW Ter Borre noodzakelijk is voor start van de raad. De argumentatie en conclusies die in het besluit getrokken worden zijn niet correct en onvolledig beargumenteerd.

Ik stel vast dat het bestreden besluit uitvoerig gemotiveerd is. Zowel in rechte als in feite wordt omstandig gemotiveerd waarom beslist werd tot de beëindiging van de activiteiten van GAW Ter Borre tegen 1 januari 2028. De motivering is afdoende en pertinent. Het volstaat om te verwijzen naar de uitgebreide motivering van het bestreden besluit. Het bestuur maakt tevens verschillende stukken over waaruit overduidelijk blijkt dat de OCMW-raad wel degelijk correct en volledig werd geïnformeerd. In het bijzonder verwijs ik naar een brief van het bestuur van 16 december 2025 die ter beschikking werd gesteld aan alle raadsleden. Er ligt alvast geen schending voor van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen.

 

2. Er is geen inhoudelijke motivering opgenomen over impact op bewoners of sociaal maatschappelijke gevolgen.

Ik stel vast dat u niet in concreto aantoont dat het bestreden besluit op dit punt gebrekkig is. Het louter poneren dat dit het geval zou zijn volstaat niet. Ik stelt vast dat de volgende motivering opgenomen is in het bestreden besluit: “Zo verwijst het OCMW Grimbergen (het sociaal huis) de inwoners met een hulpvraag of zorgnood gericht door naar een passende aanbieder. Het sociaal huis heeft een team van 17,00 VTE maatschappelijk werkers in dienst en heeft ruime openingsuren, inwoners kunnen er alle dagen terecht op afspraak of zonder afspraak. Bij inwoners die de kosten m.b.t. wonen in een assistentiewoning niet kunnen betalen, kan het OCMW tussenkomen op basis van een sociaal onderzoek.” Daarenboven bepaalt artikel 5 van het bestreden besluit dat persoonlijke begeleiding wordt voorzien voor de huidige bewoners GAW Ter Borre.

 

3. Het vast bureau heeft het dossier niet voldoende onderzocht en het is daardoor onvolledig: ontbrekende financiële analyses en adviezen. Er werd zo o.a. geen advies opgevraagd bij de seniorenraad.

Ik stel vast dat het administratief dossier een brief van het bestuur van 16 december 2025 bevat die ter beschikking werd gesteld aan alle raadsleden waarbij op een uitvoerige wijze wordt ingegaan op de verschillende financiële onderzoeken die het bestuur heeft laten uitvoeren. Vandaar dat het niet ernstig is om te beweren dat het dossier niet voldoende werd onderzocht alvorens op de OCMW-raad ter stemming te brengen. Het administratief dossier bevat tevens een stuk “Feedback voorstel beleidsplan 2026 – 2031" in het kader van de opmaak van het meerjarenplan, ingediend door de seniorenraad op 22 november 2025. Er dient tevens opgemerkt te worden dat u geen wettelijke bepaling opwerpt waaruit blijkt dat een advies van de gemeentelijke seniorenraad verplicht is.

 

4. Alternatieve scenario’s zijn niet onderzocht. Er zijn (mildere) alternatieven mogelijk die dezelfde doelstellingen kunnen bereiken, zoals erfpacht, publiek-private samenwerkingen of gefaseerde renovatie.

Ik stel vast dat het niet aan de toezichthoudende overheid toekomt om te onderzoeken of een bestuur bij het nemen van een welbepaalde beleidskeuze eerst andere alternatieve scenario’s moet onderzocht hebben. Het bestuur stipt aan dat het dossier tot sluiting van GAW Ter Borre kadert binnen de opmaak van het meerjarenplan en werd “voorbereid binnen de context van een breder kerntakendebat, waarin de prioriteit van gemeentelijke middelen en gebouwen werd herbekeken met het oog op de efficiëntie en financiële gezondheid van de gemeente.” In het kader van het algemeen administratief toezicht op de werking van lokale besturen kan de toezichthoudende overheid slechts optreden wanneer het recht wordt geschonden en/of het algemeen belang wordt geschaad. Het gevoerde beleid maakt geen deel uit van het klachtentoezicht waarvan sprake in het decreet over het lokaal bestuur van 22/12/2017 .

Niettemin blijkt uit het administratief dossier dat het bestuur wel degelijk alternatieve scenario’s heeft onderzocht alvorens te beslissen tot sluiting van GAW Ter Borre. Er werden een drietal alternatieve scenario’s naar voren geschoven die het echter niet gehaald hebben: (i) renovatie van GAW Ter Borre als lokaal dienstencentrum en assistentiewoningen, (ii) herbestemming van GAW Ter Borre tot nieuw Sociaal Huis en (iii) bijgestelde renovatieraming (gebaseerd op inzichten uit de externe studie van scenario (ii)).

 

5. Er is geen voorbereidend overleg met relevante stakeholders (bewoners) gevoerd.

Ik stel vast dat u geen enkele wettelijke bepaling opwerpt waaruit blijkt dat er een voorafgaandelijk overleg moest plaatsvinden met de bewoners van GAW Ter Borre alvorens het bestuur de beslissing neemt om GAW Ter Borre te sluiten. Het bestuur stipuleert wel dat van zodra de beslissing genomen was er vergaderingen en persoonlijke toelichtingen hebben plaatsgevonden met de bewoners. Er is ook een overgangsperiode van 2 jaar voorzien alvorens GAW Ter Borre definitief zal sluiten. Dit toont aan dat het bestuur voldoende tijd neemt om de beslissing ten uitvoer te brengen.

 

6. De gevolgen voor de huidige bewoners van de assistentiewoningen en dagelijkse bezoekers van het dienstencentrum zijn disproportioneel t.o.v. het financieel beoogde doel, nl. ontlasting van de financiële lasten. De beslissing houdt geen rekening met het evenwicht tussen het financieel voordeel en de sociale impact, waardoor er geen sprake is van evenredigheid.

U werpt op dat bij het nemen van het bestreden besluit er geen sprake is van evenredigheid. Hiermee stelt u in se dat het evenredigheidsbeginsel geschonden is. “Het evenredigheidsbeginsel kan slechts geschonden worden bevonden wanneer een beslissing die steunt op deugdelijke en dus afdoende bewezen motieven, een maatregel oplegt die niet in een redelijk verband van evenredigheid staat tot die motieven.” (RvS 10 oktober 2022, nr. 254.705).

Het louter poneren dat “de gevolgen voor de huidige bewoners van de assistentiewoningen en dagelijkse bezoekers van het dienstencentrum disproportioneel zijn t.o.v. het financieel beoogde doel, nl. ontlasting van de financiële lasten.” volstaat niet om een schending van het evenredigheidsbeginsel vast te stellen. U maakt niet aannemelijk dat er sprake is van enige onevenredigheid.

Zoals supra aangegeven onder punt 1 is reeds aangetoond dat het bestreden besluit steunt op motieven die deugdelijk en afdoende zijn. In casu stel ik vast dat de maatregel - m.n. de sluiting van GAW Ter Borre - in een redelijk verband van evenredigheid staat tot de motieven waarvan sprake in het bestreden besluit. Het volstaat om hiervoor te verwijzen naar de uitgebreide motivering in het bestreden besluit.

Tot slot stelt u dat tijdens de bespreking van dit agendapunt tot sluiting van GAW Ter Borre de bevoegde schepen weigerde te antwoorden op de bemerkingen die geformuleerd werden door o.a. uw fractie. Uit het administratief dossier blijkt echter het tegendeel. Het bestuur heeft in de mate van het mogelijke geantwoord op de vragen en bemerkingen tijdens en na de zitting van de OCMW raad. Zoals het bestuur terecht opwerpt kadert het bestreden besluit “in een kerntakendebat, waarbij politieke standpunten en visies ver uiteen kunnen liggen. Dit betekent daarom niet dat er manifest onwil zou zijn om te antwoorden. Technische toelichtingen en details worden beantwoord via het systeem van schriftelijke vragen.”

Op basis van het bovenstaande heb ik - zoals hiervoor gesteld - beslist om in dit dossier niet op te treden."

 

2. Klacht Eddie BOELENS (bijlage 2):

"Ik heb beslist om in dit dossier niet op te treden omdat ik tot de conclusie kom dat noch het recht werd geschonden noch het algemeen belang werd geschaad. Overeenkomstig het beginsel dat “wie de macht heeft om iets op te richten, dat ook weer mag opheffen”, kan een OCMW-bestuur in principe een bestaande instelling opheffen, in casu GAW Ter Borre. Vooraleer die beslissing kan worden uitgevaardigd, moet de raad voor maatschappelijk welzijn de noodzakelijkheid van het voortbestaan van de betrokken instelling of dienst ten gronde (doen) onderzoeken. Daartoe dient een behoeftenonderzoek gevoerd te worden. Daarnaast moet het OCMW ook een voldoende kennis hebben van het overige aanbod van assistentiewoningen op het grondgebied en in de streek. Voorts moet het dossier een beschrijving van de wijze van functioneren bevatten, benevens een nauwkeurige raming van de kostprijs en van de uitgaven die moeten worden gedaan, alsook - indien mogelijk - inlichtingen die een vergelijking met gelijkaardige instellingen en diensten mogelijk maken. Uit het bestreden besluit en het administratief dossier blijkt dat aan deze voorwaarden voldaan is. Ik licht hieronder meer in detail toe hoe ik tot deze beslissing kom. Artikel 60, § 6 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.

Hierna worden de door u opgeworpen middelen puntsgewijs besproken.


1. Ondeugdelijke motivering en onzorgvuldige voorbereiding

Ik stel vast dat het bestreden besluit uitvoerig gemotiveerd is. Zowel in rechte als in feite wordt omstandig gemotiveerd waarom beslist werd tot de beëindiging van de activiteiten van GAW Ter Borre tegen 1 januari 2028. De motivering is afdoende een pertinent. Het volstaat om te verwijzen naar de uitgebreide motivering van het bestreden besluit. Het bestuur maakt tevens verschillende stukken over waaruit overduidelijk blijkt dat de OCMW-raad wel degelijk correct en volledig werd geïnformeerd. Er ligt alvast geen schending voor van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen.

U klaagt verder aan dat het bestreden besluit onzorgvuldig werd voorbereid. Ik leid hieruit af dat u opwerpt dat het zorgvuldigheidsbeginsel als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur werd geschonden. “Het zorgvuldigheidsbeginsel houdt in dat het bestuur zijn beslissing op zorgvuldige wijze moet voorbereiden. Dit impliceert dat de beslissing dient te steunen op werkelijk bestaande en concrete feiten die met de vereiste zorgvuldigheid werden vastgesteld. De overheid is onder meer verplicht om zorgvuldig te werk te gaan bij de voorbereiding van de beslissing en de feitelijke en juridische aspecten van het dossier deugdelijk te onderzoeken, zodat zij met kennis van zaken kan beslissen” (RvS 14 oktober 2020, nr. 248.587).

Zowel uit het bestreden besluit als uit het opgevraagde administratief dossier blijkt overduidelijk dat de beslissing op zorgvuldige wijze werd voorbereid.

Er wordt in het bestreden besluit verwezen naar een strategisch patrimoniumplan waaruit blijkt dat het gebouw in slechte staat is. In het kader van het meerjarenplan werd nagegaan wat de kost zou bedragen om het gebouw te renoveren. De kostprijs voor renovatie wordt geraamd op 6,5 miljoen euro. De verdere opdeling van deze kostprijs werd, n.a.v. een schriftelijke vraag van een raadslid, getailleerd toegelicht in een brief van 16 december 2025 van het bestuur die ter beschikking werd gesteld aan alle raadsleden.

Bij de beoordeling van de infrastructuur van het gebouw in het bestreden besluit wordt de huidige staat van het gebouw uitvoerig toegelicht. Bij de beoordeling van de behoeften in het bestreden besluit wordt in concreto onderzocht of er anno 2025 nog behoefte voor uitbating van assistentiewoningen door het OCMW Grimbergen is. Uit dit onderzoek blijkt dat er een ruim voldoende aanbod is van assistentiewoningen in de gemeente Grimbergen en de omliggende regio. Dit alles wordt ook met cijfermateriaal verduidelijkt.

Tot slot stelt u, in een e-mail van 2 maart 2026 als aanvulling op uw klacht, dat er geen alternatieve toekomstscenario’s voor de sluiting van de GAW Ter Borre werden onderzocht.

Ik stel vast dat het niet aan de toezichthoudende overheid toekomt om te onderzoeken of een bestuur bij het nemen van een welbepaalde beleidskeuze eerst andere alternatieve scenario’s moet onderzocht hebben. Het bestuur stipt aan dat het dossier tot sluiting van GAW Ter Borre kadert binnen de opmaak van het meerjarenplan en werd “voorbereid binnen de context van een breder kerntakendebat, waarin de prioriteit van gemeentelijke middelen en gebouwen werd herbekeken met het oog op de efficiëntie en financiële gezondheid van de gemeente.” In het kader van het algemeen administratief toezicht op de werking van lokale besturen kan de toezichthoudende overheid slechts optreden wanneer het recht wordt geschonden en/of het algemeen belang wordt geschaad. Het gevoerde beleid maakt geen deel uit van het klachtentoezicht waarvan sprake in het decreet over het lokaal bestuur van 22/12/2017 .

Niettemin blijkt uit het administratief dossier dat het bestuur wel degelijk alternatieve scenario’s heeft onderzocht alvorens te beslissen tot sluiting van GAW Ter Borre. Er werden een drietal alternatieve scenario’s naar voren geschoven die het echter niet gehaald hebben: (i) renovatie van GAW Ter Borre als lokaal dienstencentrum en assistentiewoningen, (ii) herbestemming van GAW Ter Borre tot nieuw Sociaal Huis en (iii) bijgestelde renovatieraming (gebaseerd op inzichten uit de externe studie van scenario (ii)).


2. Feitelijke onjuistheden/interne tegenstrijdigheid

U geeft aan dat het bestreden besluit stelt dat er voldoende assistentiewoningen op de markt zijn in Grimbergen/Strombeek terwijl de gemeentediensten aangeven dat er juist een gebrek is aan voldoende assistentiewoningen in Grimbergen/Strombeek. U besluit dat dit “wijst op een foutieve conclusie en een onvolledige markttoets.”

Ik stel vast dat in het bestreden besluit sprake is van 62 assistentiewoningen in Grimbergen en 638 assistentiewoningen in de omringende regio. In het bestreden besluit wordt het volgende gesteld: “(…) er bestaat een ruim aanbod van andere GAW dienstverleners in Grimbergen en de omliggende regio. (…)”.

De replieknota van het bestuur stelt het volgende: “artikel 60, § 6 van de OCMW-wet spreekt over een onderzoek naar de behoeften van de gemeente en/of de streek. Er wordt niet gestipuleerd dat het behoefte-onderzoek zich moet beperken tot de (deel)gemeente. Ook wordt op geen enkele wijze bepaald dat alleen het aanbod in rekening moet worden gebracht dat door OCMW’s wordt uitgebaat. Artikel 60, § 6 van de OCMW-wet spreekt over gelijkaardige inrichtingen of diensten. Inrichtingen of diensten die door private personen worden aangeboden mogen uiteraard ook in rekening worden gebracht.” Ik sluit mij hierbij aan. De toepasselijke wetgeving beperkt het onderzoek naar het beschikbare aanbod van assistentiewoningen niet enkel tot de gemeente Grimbergen/ Strombeek of tot assistentiewoningen in het beheer van een OCMW .

 

3. Algemeen belang, proportionaliteit en evenredigheid

U werpt op dat het bestreden besluit (i) het algemeen belang schaadt en (ii) dat het de facto het proportionaliteitsbeginsel schendt vermits de sluiting van GAW Ter Borre tot gevolg heeft “dat 25 bewoners (gemiddelde leeftijd ± 87 jaar) tegen eind 2027 een alternatief moeten vinden terwijl er in Strombeek geen vergelijkbaar aanbod is. Bovendien leidt de stopzetting/verplaatsing van het lokaal dienstencentrum tot een aantoonbare verarming van het lokale sociale weefsel.” Verder stelt u, in een e-mail van 2 maart 2026 als aanvulling op uw klacht, dat het bestreden besluit ook het evenredigheidsbeginsel zou schenden.

U laat na om uiteen te zetten waarom het bestreden besluit het proportionaliteitsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel zou schenden. Ik stel alvast geen schending van deze beginselen vast.

Artikel 327 van het decreet over het lokaal bestuur van 22/12/2017 (hierna: DLB) bepaalt als volgt (eigen onderlijning): “Behalve in geval van andersluidende bepalingen, beperkt de toezichthoudende overheid zich bij de uitoefening van het toezicht, vermeld in dit decreet, tot een toetsing aan het recht en aan het algemeen belang. Voor beslissingen van de gemeenteoverheid is het algemeen belang elk belang dat ruimer is dan het gemeentelijk belang. Voor beslissingen van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn is het algemeen belang elk belang dat ruimer is dan het gemeentelijk belang en het belang van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn.”

In casu valt niet in te zien hoe het algemeen belang in de zin van artikel 327 DLB geschonden is aangezien de sluiting van GAW Ter Borre slechts een weerslag heeft op de bewoners ervan. Er kan hier hoogstens sprake zijn van een individueel belang. Ook voor wat betreft de verplaatsing van het dienstencentrum naar een andere locatie valt niet in te zien waarom dit het algemeen belang zou schaden.

Het bestuur gaat in zijn replieknota ook in over de ondersteuning die het biedt aan de bewoners die getroffen zullen worden door de sluiting. Het bestuur stelt dat bewoners die dat wensen individueel op maat zullen begeleid worden in hun zoektocht naar een nieuwe woon- of zorgplaats. Het OCMW Grimbergen zal ook een financiële tussenkomst voorzien in de verhuiskosten én de getroffen bewoners zullen ook voorrang krijgen als zij wensen te verhuizen naar het woonzorgcentrum Ter Biest waar dat passend en mogelijk is. Verder stelt het bestuur dat reeds 9 van de getroffen bewoners een nieuwe woonst gevonden hebben.

 

4. Gebrek aan aantoonbare participatie en relevante adviezen

U stelt dat de bewoners en adviesraden niet werden geraadpleegd bij het nemen van het bestreden besluit. U toont niet aan dat daardoor enige wettelijke bepalingen geschonden zouden zijn. Het nemen van de beslissing tot sluiting van GAW Ter Borre betreft een discretionaire bevoegdheid van het OCMW.

Op basis van het bovenstaande heb ik - zoals hiervoor gesteld - beslist om in dit dossier niet op te treden."

 

Het vast bureau nam hiervan kennis en besliste dit, overeenkomstig artikels 332, §1, derde lid en 333, tweede lid DLB, ter kennisname voor te leggen aan de raad voor maatschappelijk welzijn.

 

Voor het debat wordt verwezen naar het zittingsverslag.

Bijkomende info:

/

BESLUIT

Enig artikel.

Kennis te nemen van de brieven van de gouverneur van 25 maart 2026, ingekomen op 26 maart 2026 via het loket lokaal bestuur, toegevoegd als bijlagen 1, 2 en 3 bij dit besluit, specifiek dat de gouverneur niet zal optreden.