De voorzitter opent de zitting op 02/06/2022 om 23:15.
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de notulen van de vergadering van 28 april 2022 goed.
Artikel 78 Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (DLB):
De raad voor maatschappelijk welzijn kan bij reglement zijn bevoegdheden overdragen aan het vast bureau.
De volgende bevoegdheden kunnen niet aan het vast bureau worden toevertrouwd:
1° de bevoegdheden die aan de raad voor maatschappelijk welzijn zijn toegewezen, vermeld in afdeling 1 en 2 van dit hoofdstuk, en de bevoegdheid tot overdracht, vermeld in het eerste lid.
Artikel 18 tot en met 39, met uitzondering van artikel 29, § 1 en § 5, artikel 36, 37 en 38, eerste lid, 7°, zijn van toepassing op de raad voor maatschappelijk welzijn, met dien verstande dat in die bepalingen de volgende woorden worden gelezen als volgt:
2° "gemeenteraad" als "raad voor maatschappelijk welzijn".
De voorzitter van de gemeenteraad beslist tot bijeenroeping van de gemeenteraad en stelt de agenda van de vergadering op. De agenda bevat in ieder geval de punten die door het college van burgemeester en schepenen aan de voorzitter worden meegedeeld.De voorzitter is verplicht de gemeenteraad bijeen te roepen op verzoek van een derde van de zittinghebbende leden of van het college van burgemeester en schepenen.
De voorzitter is ook verplicht de gemeenteraad bijeen te roepen op verzoek van een vijfde van de zittinghebbende leden als zes weken na de datum van de vorige gemeenteraad de gemeenteraadsleden nog niet bijeengeroepen zijn. De periode van zes weken wordt geschorst van 11 juli tot en met 15 augustus.
Bij een verplichte bijeenroeping als vermeld in het tweede en het derde lid roept de voorzitter de gemeenteraad bijeen op de aangewezen dag en het aangewezen uur en met de voorgestelde agenda. Daarvoor bezorgen de gemeenteraadsleden en het college van burgemeester en schepenen voor elk punt op de agenda hun voorstel van beslissing met een toelichting aan de algemeen directeur, die de voorstellen bezorgt aan de voorzitter van de gemeenteraad.
De algemeen directeur woont de vergaderingen van de gemeenteraad bij en is verantwoordelijk voor het opstellen en het bewaren van de notulen en het zittingsverslag ervan.
De notulen en het zittingsverslag van de gemeenteraad worden, na goedkeuring, ondertekend door de voorzitter van de gemeenteraad en de algemeen directeur.
De bepalingen, vermeld in het eerste en tweede lid, zijn van toepassing op het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, met dien verstande dat "gemeenteraad" wordt gelezen als "raad voor maatschappelijk welzijn".
De notulen van de vergaderingen van de gemeenteraad vermelden, in chronologische volgorde, alle besproken onderwerpen, alsook het gevolg dat is gegeven aan de punten waarover de gemeenteraad geen beslissing heeft genomen. Ze maken melding van alle beslissingen en het resultaat van de stemmingen. Behalve bij geheime stemming, vermelden de notulen hoe elk lid gestemd heeft. Van die laatste verplichting kan worden afgeweken voor beslissingen die genomen zijn met unanimiteit.
De zittingsverslagen van de vergaderingen van de gemeenteraad vermelden, in chronologische volgorde, alle besproken onderwerpen, de essentie van de tussenkomsten en van de mondeling en schriftelijk gestelde vragen en antwoorden. De gemeenteraad kan beslissen om het zittingsverslag te vervangen door een audio- of audiovisuele opname van de openbare zitting van de gemeenteraad.
Als de gemeenteraad een aangelegenheid overeenkomstig artikel 28 in besloten vergadering behandelt, vermelden de notulen alleen de beslissingen en wordt er geen zittingsverslag opgesteld.
De bepalingen, vermeld in het eerste tot en met het derde lid, zijn van toepassing op het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, met dien verstande dat "gemeenteraad" wordt gelezen als "raad voor maatschappelijk welzijn".
/
/
/
Enig artikel.
De notulen van de vergadering van 28 april 2022 goed te keuren.
De raad voor maatschappelijk welzijn wijzigt de personeelsformatie als volgt:
Dienst Gebouwen
- 1,00 vte expert gebouwen (A1a-A3a).
De nieuwe personeelsformatie van de dienst Gebouwen (administratie) is dan als volgt:
| GEBOUWEN | ||
| Diensthoofd Gebouwen | A1a-A3a | 1,00 |
| Expert Gebouwen | A1a-A3a | 2,00 |
| Technisch hoofdmedewerker | C4-C5 | 1,00 |
| Administratief medewerker | C1-C3 | 2,00 |
| Totaal | 6,00 |
Dienst Handhaving
- 1,00 vte administratief medewerker (C1-C3).
De nieuwe personeelsformatie voor de aansturing van de dienst Handhaving is dan als volgt:
| HANDHAVING | ||
| Diensthoofd Handhaving | A1a-A3a | 1,00 |
| Deskundige Handhaving / Technisch hoofdmedewerker | B1-B3 / C4-C5 | 1,00 |
| Gemeenschapswacht-vaststeller | C1-C3 | 2,00 |
| Administratief medewerker | C1-C3 | 1,00 |
| Totaal | 5,00 |
Art. 161 Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (hierna: Decreet Lokaal Bestuur):
"De gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn stellen het gezamenlijk organogram van de diensten van de gemeente en van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn vast.
Het organogram geeft de organisatiestructuur van de diensten van de gemeente en van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn weer, duidt de gezagsverhoudingen en de functies aan waaraan het lidmaatschap van het managementteam is verbonden."
Algemeen
In verband met de vaststelling van het geïntegreerde organogram en de personeelsformatie
In verband met de syndicale overlegcomités
Het syndicaal statuut:
Wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel.
Koninklijk besluit van 28 september 1984 tot uitvoering van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel.
In verband met het voorstel tot aanpassing van de personeelsformatie
Protocol BOC/HOC (BIJLAGE 02).
"We blijven ijveren voor statutaire betrekkingen"
///
In het kader van de uitvoering van het meerjarenplan 2020-2025, in het bijzonder de volgende beleidsdoelstelling:
worden een aantal wijzigingen aan de personeelsformatie voorgesteld.
De huidige personeelsformatie van de dienst Gebouwen is als volgt:
| GEBOUWEN | ||
| Diensthoofd Gebouwen | A1a-A3a | 1,00 |
| Expert Gebouwen | A1a-A3a | 1,00 |
| Technisch hoofdmedewerker | C4-C5 | 1,00 |
| Administratief medewerker | C1-C3 | 2,00 |
| Totaal | 5,00 |
Gelet op het groot aantal gebouwen van het bestuur dat moet onderhouden worden (cf. onderhoudswerken, opvolging keuringen, ...) en gelet op het aantal verbouwings- / nieuwbouwprojecten dient de personeelsformatie van de dienst Gebouwen uitgebreid te worden.
Er wordt een uitbreiding met 1 vte expert gebouwen (A1a-A3a) voorgesteld.
De toekomstige personeelsformatie van de dienst Gebouwen is dan als volgt:
| GEBOUWEN | ||
| Diensthoofd Gebouwen | A1a-A3a | 1,00 |
| Expert Gebouwen | A1a-A3a | 2,00 |
| Technisch hoofdmedewerker | C4-C5 | 1,00 |
| Administratief medewerker | C1-C3 | 2,00 |
| Totaal | 6,00 |
Deze uitbreiding van de personeelsformatie betekent financieel (bruto jaarkost werkgever - 12 jaar anciënniteit)
| A1a-A3a | 81.011,84
|
| HANDHAVING | ||
| Diensthoofd Handhaving | A1a-A3a | 1,00 |
| Deskundige Handhaving / Technisch hoofdmedewerker | B1-B3 / C4-C5 | 1,00 |
| Gemeenschapswacht-vaststeller | C4-C5 | 2,00 |
| Totaal | 4,00 |
De dienst heeft nood aan administratieve ondersteuning:
Er wordt voorgesteld de dienst uit te breiden met een administratief medewerker (C1-C3).
De toekomstige personeelsformatie van de dienst Handhaving is dan als volgt:
| HANDHAVING | ||
| Diensthoofd Handhaving | A1a-A3a | 1,00 |
| Deskundige Handhaving / Technisch hoofdmedewerker | B1-B3 / C4-C5 | 1,00 |
| Gemeenschapswacht-vaststeller | C1-C3 | 2,00 |
| Administratief medewerker | C1-C3 | 1,00 |
| Totaal | 5,00 |
Deze uitbreiding van de personeelsformatie betekent financieel (bruto jaarkost werkgever - 12 jaar anciënniteit)
| C1-C3 | 49.178,91 |
/
Artikel 1.
De personeelsformatie van de dienst Gebouwen als volgt te wijzigen:
- 1,00 vte expert gebouwen (A1a-A3a).
De nieuwe personeelsformatie van de dienst Gebouwen (administratie) is dan als volgt:
| GEBOUWEN | ||
| Diensthoofd Gebouwen | A1a-A3a | 1,00 |
| Expert Gebouwen | A1a-A3a | 2,00 |
| Technisch hoofdmedewerker | C4-C5 | 1,00 |
| Administratief medewerker | C1-C3 | 2,00 |
| Totaal | 6,00 |
Art. 2.
De personeelsformatie van de dienst Handhaving als volgt te wijzigen:
- 1,00 vte administratief medewerker (C1-C3).
De nieuwe personeelsformatie voor de aansturing van de dienst Handhaving is dan als volgt:
| HANDHAVING | ||
| Diensthoofd Handhaving | A1a-A3a | 1,00 |
| Deskundige Handhaving / Technisch hoofdmedewerker | B1-B3 / C4-C5 | 1,00 |
| Gemeenschapswacht-vaststeller | C1-C3 | 2,00 |
| Administratief medewerker | C1-C3 | 1,00 |
| Totaal | 5,00 |
De gemeenteraad wijzigt het arbeidsreglement.
Art. 40 Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (hierna: Decreet Lokaal Bestuur).
Algemeen
In verband met de syndicale overlegcomités
In januari 2021 werd een proefproject opgestart voor de implementatie van nieuwe uurroosters voor het personeel van de bibliotheek.
Voor het opstellen van deze uurroosters waren drie concrete aanleidingen.
Op basis hiervan werd voorgesteld om een glijdende werktijdregeling in combinatie met ingeplande servicetijden in te voeren.
Na bijsturing werden voor de hoofdbibliotheek in Strombeek-Bever de glijtijden bepaald van:
|
|
|
| Glijtijden |
|
| Maandag- vrijdag |
8:00 - 22:00 |
| Zaterdag |
9:30 - 16:15 |
Het project van de uurroosters werd opgevat als een proefproject van 6 maanden en ging van start op 18 januari 2021.
Na deze proefperiode mochten de medewerkers een tussentijdse evaluatie maken van dit project. De evaluatie werd aan de vakorganisaties voorgelegd in augustus 2021. Op basis van de opmerkingen en werkpunten werden verschillende aanpassingen aan het proefproject gedaan.
De nieuwe afspraken werden verder getest en bleken na enkele maanden nog voor wat frustraties en problemen te zorgen. Midden januari 2022 vraagt de bibliothecaris tijdens een teamoverleg aan de medewerkers om de problemen op te lijsten. Op basis van deze opmerkingen werd het systeem nogmaals bijgestuurd en verder getest.
Tegen 15 maart 2022 vroeg de bibliothecaris aan de medewerkers om een definitieve evaluatie te maken van het proefproject van de nieuwe uurroosters.
Over het algemeen zijn de reacties positief. De medewerkers appreciëren vooral het principe van de glijtijd en de flexibiliteit waarmee ze hun werk kunnen plannen. Ze vinden het ook fijn dat er gehoor is gegeven aan hun opmerkingen.
(zie document "definitieve evaluatie").
1. Er wordt gebruik gemaakt van een glijdende werktijdregeling in combinatie met ingeplande servicetijden.
2. Glijtijden
De glijtijden zien er als volgt uit:
| Dag |
Glijtijden |
| Maandag – vrijdag |
8:00 – 22:00 |
| Zaterdag |
9:30 – 16:15 |
3. Servicetijden
We voorzien dagelijks 2 personen voor de balie. Zij verdelen de balie-uren en pauzes onderling. Zij nemen ook volgende taken voor hun rekening:
De servicetijden van de balie zien er als volgt uit:
| Dag |
Uur |
Aantal personen |
| Maandag – dinsdag – donderdag - vrijdag |
9 - 12 |
2 |
| 14 – 19:15 |
2 |
|
|
|
|
|
| Woensdag |
11 – 19:15 |
2 |
|
|
|
|
| Zaterdag |
9:30 – 16:15 |
2 |
Elke medewerker heeft een vaste dag balie per week (maandag – vrijdag).
De baliediensten op zaterdag worden voor een volledig jaar met een rotatiesysteem evenredig verdeeld zodat iedereen ongeveer evenveel zaterdagen werkt.
Op weekdagen voorzien we 2 personen voor de permanentie als back-up. Zij zijn verantwoordelijk voor enkele administratieve taken en het opnemen van de telefoon. Daarnaast kunnen zij ook aangesproken worden als back-up als een baliemedewerker ziek of afwezig is.
Zij nemen volgende taken voor hun rekening:
De servicetijden van de permanentie op weekdagen zien er als volgt uit:
| Dag |
Uur |
Aantal personen |
| Maandag – dinsdag – donderdag - vrijdag |
9 - 12 |
2 |
| 14 – 17 |
2 |
|
|
|
|
|
| Woensdag |
11 – 17 |
2 |
|
|
|
|
Een voltijdse medewerker heeft 1,5 dag permanentie per week.
Een medewerker, die 4/5de werkt, heeft 1 dag permanentie per week.
Een halftijdse medewerker heeft geen permanentie (om een zekere flexibiliteit te behouden).
4. Vervangingen
Bij ziekte van een collega, stuurt de leidinggevende een mail met de vraag voor vervanging naar iedereen. De vervanging van de balie kan opgesplitst worden in 3 shiften.
Als er geen reactie komt op deze mail, verwachten we van de medewerkers met permanentie dat zij de balie overnemen.
Als een medewerkers verlof wil, moet hij/zij zelf op zoek gaan naar vervanging. Hij stuurt een mail naar alle collega’s met de vraag of iemand zijn balie of permanentie wil overnemen/ruilen of spreekt persoonlijk iemand aan.
De vervanging van de balie kan opgesplitst worden in 3 shiften.
5. Zomerverlof
Voor de periode juni – juli – augustus – september mogen de bibmedewerkers hun gewenste vakantieperiode doorgeven en maakt de leidinggevende jaarlijks een aangepaste planning op.
Voor deze periode van 4 maanden moeten de medewerkers zelf dus geen vervanging zoeken.
Er wordt jaarlijks tijdig een deadline opgegeven tegen wanneer het zomerverlof moet worden doorgegeven.
De algemene principes uurrooster bibliotheek (zie hierboven en als bijlage) toe te voegen aan bijlage 1 - Uurroosters van het gemeenschappelijk arbeidsreglement.
N.a.v. de gemeenteraadscommissie personeel op 26 augustus 2021 werd beslist de volgende zaken te evalueren en aan te passen n.a.v. een volgende wijziging:
| Vragen / bemerkingen commissieleden |
Antwoorden |
| In verband met het alcoholbeleid wordt in artikel 20 (“rechten en plichten en verboden handelingen”) vermeld dat het verboden is alcoholische dranken op de werkplaats te brengen en te nuttigen, tenzij met akkoord van de leidinggevende. In de bijlage 5 (“Beleidsverklaring alcohol en drugbeleid”) wordt daarentegen vermeld: “Een beperkt gebruik van alcoholische dranken is toegestaan bij speciale gelegenheden onder bepaalde voorwaarden. Als speciale gelegenheden kunnen worden beschouwd: een pensionering, een benoeming, een geboorte, een huwelijk, …” Zou het niet beter zijn om in artikel 20 ook meer specifiek te zijn en te verwijzen naar de speciale gelegenheden in de bijlage? Ik denk niet dat het de bedoeling is dat er bijvoorbeeld elke vrijdagavond gedronken wordt?
|
Het is inderdaad aangewezen om in de basistekst te verwijzen naar de bijlage. Het is inderdaad de bedoeling dat het nuttigen van alcoholische dranken enkel in uitzonderlijke gevallen wordt toestaan. Dit is een goede suggestie. |
| In de bijlage van de uurroosters wordt voor sommige personeelsgroepen vermeld dat er een rusttijd is van 15 minuten wanneer er 4 uur aaneensluitend gewerkt wordt. Er wordt vermeld dat het “maximum 15 minuten zijn” en er is geen begintijd vermeld. Hoe kan het personeelslid dan weten wanneer pauze start en hoelang pauze duurt? Met deze formulering kan de pauze bij wijze van spreken worden beperkt tot 1 minuut. |
Het gaat hier over uitvoerende personeelsleden. Zij werken met verschillende uurrooster, waardoor deze pauze steeds anders valt. Bovendien wordt de pauze ook genomen in functie van het werk waarmee men op dat moment bezig is, en in overleg met collega’s (bv. voor de personeelsleden die de bar in Ter Borre doen). Op welke manier deze pauze wordt genomen, wordt besproken met het personeelslid in functie van het uurrooster en de taken. In praktijk liep dit al zo, en deze werkwijze wordt dus zo opgenomen in het arbeidsreglement. Het is wel een goede suggestie om het woord “maximum” weg te laten. |
Er wordt voorgesteld om wijzigingen aan te brengen aan artikel 18, 20 en aan de bijlage 1 - Uurroosters.
De bepalingen in verband met 15 minuten pauze worden op diverse plaatsen gewijzigd.
Er wordt eveneens voorgesteld om regels toe te voegen bij het verlies van badges, sleutels, elektronische maaltijdchequekaart:
§1
De kosten (inclusief de administratieve kost) bij verlies of onbruikbaarheid door beschadiging van een badge, van sleutels of van een elektronische maaltijdchequekaart vallen ten laste van de werknemer. Voor wat de elektronische maaltijdchequekaart betreft kan de kost in geval van diefstal of verlies in gevolge de vigerende regelgeving de nominale waarde van één maaltijdcheque niet overschrijden.
§2
Wanneer uit een onderzoek door de hiërarchische meerdere en de dienst Personeel en Organisatie kan worden vastgesteld dat het verlies of de onbruikbaarheid te wijten is aan redenen buiten de wil van het personeelslid om, draagt het bestuur de kosten voor de vervanging. In geval van diefstal dient het proces-verbaal van de politie te worden voorgelegd.
N.a.v. de bespreking in het BOC/HOC op 4 mei 2022 werden nog een aantal praktische vragen betreffende de toepassing van deze uurroosters beantwoord (zie in "advies").
N.a.v. de besprekingen in het BOC/HOC werd de tekst van artikel 20 als volgt gewijzigd:
Verlies of onbruikbaarheid van badges, sleutels of elektronische maaltijdchequekaart
§1 De kosten (inclusief de administratieve kost) bij verlies of onbruikbaarheid door beschadiging van een badge, van sleutels of van een elektronische maaltijdchequekaart vallen ten laste van de werknemer. Voor wat de elektronische maaltijdchequekaart betreft kan de kost in geval van diefstal of verlies in gevolge de vigerende regelgeving de nominale waarde van één maaltijdcheque niet overschrijden.
§2 Wanneer uit een onderzoek door de hiërarchische meerdere en de dienst Personeel en Organisatie kan worden vastgesteld dat het verlies of de onbruikbaarheid te wijten is aan redenen buiten de wil van het personeelslid om, draagt het bestuur de kosten voor de vervanging. In geval van diefstal dient het proces-verbaal van de politie te worden voorgelegd.
Zie bijlage.
Artikel 1
De wijziging van het arbeidsreglement voor het gemeente- en OCMW-personeel, zoals toegevoegd in bijlage, vast te stellen.
Art. 2.
Aan de dienst Personeel de opdracht te geven om onderhavig besluit en het arbeidsreglement:
.
De raad voor maatschappelijk welzijn stelt de jaarrekening over het financiële boekjaar 2021, voor wat het eigen deel betreft, vast en legt dit vervolgens ter goedkeuring voor aan de gemeenteraad.
Artikels 78,4°, 249 en 260 tot 262 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 (DLB).
Besluit van het managementteam van 26 april 2022 houdende positief advies bij de jaarrekening.
Nadat de rekeningen in overeenstemming zijn gebracht met de gegevens van de inventaris van al de bezittingen, rechten, vorderingen, schulden en verplichtingen, van welke aard ook, worden ze samengevat opgenomen in het ontwerp van de jaarrekening.
De jaarrekening bestaat uit een beleidsevaluatie, een financiële nota en een toelichting.
De jaarrekening wordt vastgesteld voor 30 juni van het boekjaar dat volgt op het boekjaar waarop de rekening betrekking heeft.
Vanaf boekjaar 2021 heeft de jaarrekening betrekking op gemeente en OCMW samen; het document is met andere woorden te beschouwen als een gecoördineerde jaarrekening van beide entiteiten.
De gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn stemmen elk over hun deel van de jaarrekening. Nadat de raden zo het beleidsrapport elk voor hun deel hebben vastgesteld, keurt de gemeenteraad het deel van het beleidsrapport, zoals vastgesteld door de raad voor maatschappelijk welzijn, goed.
De jaarrekening over het financiële boekjaar 2021 sluit af met een beschikbaar budgettair resultaat van -1.789.679,00.
De jaarrekening over het financiële boekjaar 2021 sluit af met een autofinancieringsmarge van 1.787.047,00.
/
Artikel 1.
De jaarrekening over het financiële boekjaar 2021, voor wat het eigen deel betreft, vast te stellen en vervolgens ter goedkeuring voor te leggen aan de gemeenteraad.
Art. 2.
De jaarrekening over het financiële boekjaar 2021 als volgt vast te stellen (bedragen in euro):
De raad voor maatschappelijk welzijn nam kennis van de mondelinge vragen door de raadsleden op de zitting gesteld en verwijst voor de inhoud ervan naar het zittingsverslag, oftewel de audio-opname, te vinden op de gemeentelijke website.
De raad voor maatschappelijk welzijn beschikt over de volheid van bevoegdheid voor de aangelegenheden die aan het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn door of krachtens de wet of het decreet zijn toevertrouwd.
De raad voor maatschappelijk welzijn bepaalt het beleid van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn en kan daarvoor algemene regels vaststellen.
De raad voor maatschappelijk welzijn stelt de reglementen van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn vast. Die kunnen betrekking hebben op het beleid van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn en op het inwendige bestuur ervan.
De raad voor maatschappelijk welzijn kan bij reglement zijn bevoegdheden overdragen aan het vast bureau.
De volgende bevoegdheden kunnen niet aan het vast bureau worden toevertrouwd:
1° de bevoegdheden die aan de raad voor maatschappelijk welzijn zijn toegewezen, vermeld in afdeling 1 en 2 van dit hoofdstuk, en de bevoegdheid tot overdracht, vermeld in het eerste lid.
Artikel 18 tot en met 39, met uitzondering van artikel 29, § 1 en § 5, artikel 36, 37 en 38, eerste lid, 7°, zijn van toepassing op de raad voor maatschappelijk welzijn, met dien verstande dat in die bepalingen de volgende woorden worden gelezen als volgt:
1° "de gemeente" als "het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn";
2° "gemeenteraad" als "raad voor maatschappelijk welzijn";
3° "gemeenteraadslid" als "lid van de raad voor maatschappelijk welzijn";
4° "gemeenteraadsleden" als "leden van de raad voor maatschappelijk welzijn";
5° "college van burgemeester en schepenen" als "vast bureau";
6° "burgemeester" als "voorzitter van het vast bureau";
7° "schepen" als "lid van het vast bureau";
8° "gemeentelijke bestuursorganen" als "bestuursorganen van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn";
9° "een gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap" als "de verenigingen of vennootschappen, vermeld in deel 3, titel 4";
10° "artikel 16" als "artikel 71 juncto artikel 16";
11° "artikel 50, vijfde lid" als "artikel 83, vijfde lid".
De gemeenteraadsleden hebben het recht aan de burgemeester en aan het college van burgemeester en schepenen mondelinge en schriftelijke vragen te stellen.
Voor het stellen van een vraag als vermeld in het eerste lid, is geen toegelicht voorstel van beslissing vereist.
(...)
De zittingsverslagen van de vergaderingen van de gemeenteraad vermelden, in chronologische volgorde, alle besproken onderwerpen, de essentie van de tussenkomsten en van de mondeling en schriftelijk gestelde vragen en antwoorden. De gemeenteraad kan beslissen om het zittingsverslag te vervangen door een audio- of audiovisuele opname van de openbare zitting van de gemeenteraad.
Als de gemeenteraad een aangelegenheid overeenkomstig artikel 28 in besloten vergadering behandelt, vermelden de notulen alleen de beslissingen en wordt er geen zittingsverslag opgesteld.
De bepalingen, vermeld in het eerste tot en met het derde lid, zijn van toepassing op het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, met dien verstande dat "gemeenteraad" wordt gelezen als "raad voor maatschappelijk welzijn".
/
/
/
Enig artikel.
Kennis te nemen van de mondelinge vragen door de raadsleden ter zitting gesteld en voor de inhoud ervan te verwijzen naar het zittingsverslag, zijnde de audio-opname, te vinden op de gemeentelijke website.
De voorzitter sluit de zitting op 02/06/2022 om 23:26.
Namens RAAD VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN,
Muriel VAN SCHEL
algemeen directeur
Peter PLESSERS
voorzitter raad voor maatschappelijk welzijn