Terug
Gepubliceerd op 03/03/2023

Besluit  RAAD VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN

do 02/03/2023 - 19:30

Aanpassing fietsleaseplan voor gemeente- en OCMW-personeel - Goedkeuring

Aanwezig: Peter PLESSERS, voorzitter raad voor maatschappelijk welzijn
Bart LAEREMANS, burgemeester
Jelle DE WILDE, Kirsten HOEFS, Chantal LAUWERS, Trui OLBRECHTS, Philip ROOSEN, Karlijne VAN BREE, Jean-Paul WINDELEN, schepenen
Eddie BOELENS, William DE BOECK, Caroline DENIL, Linda DE PREE, Jean DEWIT, Isabel GAISBAUER, Katrien LE ROY, Katleen ORINX, Luk RAEKELBOOM, Patricia SEGERS, Vincent VAN ACHTER, Gerlant VAN BERLAER, Rudi VAN HOVE, Bart VAN HUMBEECK, Yves VERBERCK, Karin VERTONGEN, Patrick VERTONGEN, Elke WOUTERS, gemeenteraadsleden
Muriel VAN SCHEL, algemeen directeur
Verontschuldigd: Manon BAS, Gilbert GOOSSENS, Karima MOKHTAR, gemeenteraadsleden
Afwezig: Tom GAUDAEN, Brigitte JANSSENS, Chris SELLESLAGH, gemeenteraadsleden

De raad voor maatschappelijk welzijn keurt een aanpassing aan de rechtspositieregeling gemeente- en OCMW-personeel goed, evenals een aanpassing van bijlage 15 bij het arbeidsreglement (reglement fietsmobiliteit), en dit onder voorbehoud van protocol met de vakorganisaties (einde onderhandelingstermijn 22 maart 2023).

De volgende bepalingen zijn van toepassing inzake de bevoegdheid:

Artikels 2 en 77-78 decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.

De beslissing wordt genomen op grond van:
  • Besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2007 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie, de rechtspositieregeling en het mandaatstelsel van het gemeentepersoneel en het provinciepersoneel en houdende enkele bepalingen betreffende de rechtspositie van de secretaris en de ontvanger van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.

  • Besluit van de Vlaamse Regering van 12 november 2010 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie en het mandaatstelsel van het personeel van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en houdende de minimale voorwaarden voor sommige aspecten van de rechtspositieregeling van bepaalde personeelsgroepen van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.

  • Besluit van de Vlaamse Regering van 12 maart 2021 houdende maatregelen ten gevolge van de pandemie veroorzaakt door COVID-19 en tot wijziging van de minimale voorwaarden voor de rechtspositieregeling van het personeel van de gemeenten, de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en de provincies.

 

  • Rechtspositieregeling gemeente- en OCMW-personeel.

 

  • Arbeidsreglement gemeente- en OCMW-personeel.

 

  • Besluit van de gemeenteraad / raad voor maatschappelijk welzijn van 27 oktober 2022 - Fietsleaseplan voor gemeente- en OCMW-personeel - Aanpassing rechtspositieregeling en arbeidsreglement - Goedkeuring.

 

  • Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 28 juni 2021 - Fietsleaseplan: opstart project - Goedkeuring.

  • Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 19 september 2022 - Fietsleaseplan voor gemeente- en OCMW-personeel - Aanpassing rechtspositieregeling en arbeidsreglement.

  • Besluit van het college van burgemeester en schepenen / vast bureau van 13 februari 2023 - Fietsleaseplan voor gemeente- en OCMW-personeel - Aanpassing reglement fietslease ten gevolge van sociaal-juridische consequenties.

De beslissing houdt rekening met volgende adviezen:

Protocol vakorganisaties:

  • Protocol van 05/10/2022 naar aanleiding van voorstel aanpassing rechtspositieregeling en arbeidsreglement i.k.v. fietsleaseplan (goedgekeurd door gemeenteraad / raad maatschappelijk welzijn op 27/10/2022) (zie bijlagen 09A en 09B)
    • ACV Openbare Diensten: Protocol van akkoord
    • VSOA-LRB: Protocol van akkoord
    • ACOD-LRB: Protocol van akkoord met vermelding:
      "ACOD-LRB gaat akkoord mits een zeer goede communicatie naar alle personeelsleden zodat ze goed op de hoogte zijn waartoe ze zich verbinden."

  • Protocol in verband met de voorliggende aanpassing:
    • Start onderhandelingen op 01/03/2023
    • Einde onderhandelingstermijn: 22/03/2023
De beslissing kent volgende inhoudelijke verantwoording :

Op 27 oktober 2022 keurden de gemeenteraad / raad voor maatschappelijk welzijn de wijzigingen aan de rechtspositieregeling en het arbeidsreglement goed in kader van de invoering van een fietsleaseplan voor het gemeente- en OCMW-personeel.

Het college van burgemeester en schepenen / vast bureau werden hierbij gemandateerd om het reglement aan te vullen in functie van de gunning van het dossier "Raamovereenkomst voor het (individueel) leasen van fietsen ten behoeve van het personeel van het lokaal bestuur Grimbergen", en dit op de volgende punten:

  • praktische gegevens en contactgegevens;

  • bepalingen in verband met onderhoudscontract en in verband met schade / diefstal.

 

Bij de praktische uitwerking van het fietsleaseplan werden een aantal sociaal-juridische consequenties vastgesteld die het noodzakelijk maken het reglement op een aantal punten aan te passen.

 

Sociaal-juridische consequenties:

  • Instapmoment 01/07 heeft consequenties voor de sociale zekerheidsbijdragen van de statutaire personeelsleden. Kiezen die statutaire personeelsleden ervoor om afstand te doen van hun eindejaarspremie in de loop van de referteperiode, dan beschouwt de RSZ dat de eindejaarstoelage niet langer voldoet aan de voorwaarden bepaald in artikel 30, § 2, 4° van het KB van 28/11/69. De toekenningsmodaliteiten werden dan immers gewijzigd. Er zullen bijgevolg socialezekerheidsbijdragen verschuldigd zijn op het volledige bedrag van deze premie. Voor contractuele personeelsleden rijst dit probleem niet: er zijn sowieso bijdragen verschuldigd op het volledige bedrag. Om dit te beperken, dient het statutaire personeelslid in te stappen uiterlijk 31 december, dus voor de start van de referteperiode op 1 januari.
    Na berekeningen door Acerta bleek dat de financiële consequenties voor het personeelslid en de werkgever eerder beperkt zijn. De exacte bedragen zijn afhankelijk van verschillende factoren (loon personeelslid, bedrag fiets, ...)
    Er wordt dus voorgesteld om voor statutaire personeelsleden de mogelijkheid tot instap op 01/07 te behouden, maar voor deze personeelsleden wel ook de berekening te maken bij een instap op 01/01 zodat zij het financiële verschil kennen.

  • De aanrekening van de fietslease op het keuzebudget dient gespecificeerd te worden:
    1. indien het instapmoment 1 januari is: de kost van de leasefiets wordt telkens per kalenderjaar met 1/3de aangerekend op het keuzebudget;
    2. indien het instapmoment 1 juli is: het eerste jaar wordt 20% van de totale leasekost aan gerekend op het keuzebudget, de volgende 2 kalenderjaren wordt er telkens 40% aangerekend op het keuzebudget. Het eerste jaar kan dan 3/9 EJT ingezet worden en de twee volgende jaren telkens 9/9.
    3. Vakantiedagen kunnen enkel ingezet worden wanneer wordt ingestapt voor 31/12 (omdat het recht dan nog niet verworven is).
  • Personeelsleden die een vervangingsovereenkomst of arbeidsovereenkomst hebben van bepaalde duur waarvan de duurtijd op het moment van de bestelling minder is dan de te verwachten levertermijn en de vooropgestelde huurtermijn van de fiets, zullen worden uitgesloten (i.p.v. het uitdrukkelijk engagement om de fiets over te nemen). Dit omdat de kosten van overname van de fiets moeilijk kunnen worden ingeschat door het personeelslid. Tevens kan bij een vervanging wegens ziekte, het zieke personeelslid sneller terugkeren dan verwacht, waardoor de vervanger onverwachts de kosten van de fietslease dient over te nemen. Dit dus ter bescherming van de personeelsleden zelf.

 

Het reglement werd aangepast om tegemoet te komen aan deze vaststellingen.

Verder werden ook een aantal zaken verduidelijkt in het reglement (bv. definitie instapdatum, ...)

 

BIJLAGE 01 en 02: Aangepaste teksten fietslease: RPR en reglement arbeidsreglement

  • Inhoudelijke aanpassingen t.o.v. de vorige versie van het reglement: aangepast in blauw
  • Praktische zaken die ingevuld dienen te worden na aanduiding van de leasemaatschappij: aangeduid in geel (deze kunnen ingevuld worden na afloop van de stand still periode)
BIJLAGE 03:
  • Gecoördineerde versie RPR (ontwerpversie zoals principieel goedgekeurd door het college / vast bureau op 13/02/2023)

BIJLAGE 04:

  • Gecoördineerde versie AR (ontwerpversie zoals principieel goedgekeurd door het college / vast bureau op 13/02/2023)

 


 

 
Op 1 maart 2023 startte de onderhandeling met de vakorganisaties over de voorliggende aanpassing van het fietsleaseplan.
 
De vakorganisaties hadden volgende vragen / opmerkingen tot tekstaanpassingen:
 
  • RPR – De tekst “ander instapmoment” aanpassen naar “01/07” (aangezien dat concreet verwijst naar de mogelijke andere instapdatum)

    • Dit voorstel tot tekstaanpassing wordt aanvaard. Bijgevolg wordt de volgende tekstaanpassing doorgevoerd in de artikels 194bis (over de eindejaarstoelage) en 235bis (over de jaarlijkse vakantiedagen) (zie BIJLAGE 06 - aanpassing RPR - versie 02/03/2023)

      Indien het personeelslid de keuze maakt voor de gedeeltelijke omzetting van de eindejaarstoelage op een later tijdstip (tijdens het lopende kalenderjaar), kan deze geen vakantiedagen omzetten.

      wordt dan:

      Indien het personeelslid de keuze maakt voor de gedeeltelijke omzetting van de eindejaarstoelage op 1 juli  op een later tijdstip (tijdens het lopende kalenderjaar), kan deze geen vakantiedagen omzetten.


  • AR - Verduidelijken dat bij overlijden geen bijkomende kosten worden aangerekend.

    •  Dit voorstel tot tekstaanpassing wordt aanvaard. Bijgevolg wordt de volgende tekstaanpassing doorgevoerd in artikel 11.3. van de bijlage 15 bij het arbeidsreglement:

      Bij overlijden zal je fietsleasecontract eindigen en zal de fiets teruggegeven worden aan de fietsleasemaatschappij. Bij beëindiging van het contract wegens overlijden worden er geen bijkomende kosten aangerekend.

  • AR - Artikel 5.2 - Boetes worden ingehouden op vakantiegeld – ACV vraagt dit te schrappen aangezien dit volgens hen juridisch niet correct is.

    • Hierover werd advies gevraagd aan Acerta (zie advies als bijlage 10):

      Voor wat betreft de juridische basis om niet betaalde boetes in te houden op het vakantiegeld verwijs ik graag naar artikel 1 en 2 van de loonbeschermingswet van 12 april 1965.

      Artikel 1 bepaalt dat de wet van toepassing is op werkgevers en werknemers (lees contractuelen) Maar met werknemers worden ook gelijkgesteld:  … alsook de personen, die, anders dan krachtens een arbeidsovereenkomst, tegen loon arbeid verrichten onder het gezag van een ander persoon (lees statutairen).

      Welke inhoudingen er op het loon mogen gebeuren, wordt dus geregeld in deze wetgeving. De wetgeving is van openbare orde waarvan dus niet kan worden afgeweken.

      De vraag die zich dan stelt is: Wat is loon? Maar vooral in het kader van deze vraagstelling: Wat wordt niet beschouwd als loon?

      Hiervoor verwijs ik naar artikel 2 waarin wordt gesteld dat:

      Voor de toepassing van deze wet, moeten evenwel niet als loon worden beschouwd :

        1° de vergoedingen rechtstreeks of onrechtstreeks door de werkgever betaald :

      a)      als vakantiegeld;

      b)     …

      Dat wil zeggen dat de werkgever op het vakantiegeld de door de werknemers niet-betaalde boetes kan inhouden (omdat het vakantiegeld niet beschermd wordt door de loonbeschermingswet), zowel voor contractuelen als voor statutairen.

    • Gelet op het advies van Acerta wordt voorgesteld om niet in te gaan op deze vraag tot tekstaanpassing en het artikel 5.2. als volgt te behouden:

      Verkeersboetes en retributies zijn volledig ten laste van de werknemer. Boetes en overtredingen die opgelegd worden door het gebruik van de leasefiets, worden onmiddellijk betaald door de werknemer. Indien er door de leasemaatschappij kosten voor laattijdige betaling aan de werkgever worden doorgerekend, zullen deze aan jou worden doorgerekend. Indien de je niet (tijdig) betaalt, zal de werkgever het bedrag van de boete of retributie in mindering brengen van het vakantiegeld.

 
  • AR - Vraag om de leaseperiode van 36 maanden aan te passen naar 2,5 jaar (30 maanden) voor personeelsleden die op 01/07 instappen, en dit om reden dat er ook slechts op die periode wordt afgedragen.

    • Hierover werd advies gevraagd aan Acerta (zie advies als bijlage 10):

      De effectieve leasetermijn bedraagt 36 maanden. Dat wil zeggen dat de medewerker zich engageert om de fiets gedurende 36 maanden te gebruiken. De leasetermijn begint te lopen op het moment dat de fiets effectief in gebruik wordt genomen.

      Deze termijn komt niet noodzakelijk overeen met de periode waarin de loonruil gebeurt. Een medewerker stapt bijvoorbeeld in bij jullie op 1 juli 2023. Dit impliceert dat de volledige kost van het leasebedrag aangerekend wordt op de eindejaarstoelagen van december 2023, 2024 en 2025 (in een verhouding van 20%, 40% en 40%). Indien de medewerker zijn fiets in ontvangt kan nemen op 1 november 2023 zal hij de fiets kunnen gebruiken tem 31 oktober 2026. Hij gebruikt de fiets dus nog 10 maanden in 2026 terwijl zijn verrekening reeds is gebeurd.

    • Gelet op het advies van Acerta wordt voorgesteld om niet in te gaan op deze vraag tot tekstaanpassing.

 
Gelet op het overleg met de vakorganisaties werden er nieuwe gecoördineerde versies van de rechtspositieregeling en arbeidsreglement opgemaakt:
 
BIJLAGE 07:
  • Gecoördineerde versie RPR (ontwerpversie na overleg met vakorganisaties op 01/03/2023)

BIJLAGE 08:

  • Gecoördineerde versie AR (ontwerpversie na overleg met vakorganisaties op 01/03/2023)
 
Aan de gemeenteraad / raad voor maatschappelijk welzijn wordt voorgesteld om deze ontwerpversies goed te keuren onder voorbehoud van protocol met de vakorganisaties (onderhandelingstermijn eindigt op 22/03/2023).
Op deze manier komt de verdere uitrol van het fietsleaseplan in de organisatie niet in het gedrang.
Bijkomende info:

/

Publieke stemming
Aanwezig: Peter PLESSERS, Bart LAEREMANS, Jelle DE WILDE, Kirsten HOEFS, Chantal LAUWERS, Trui OLBRECHTS, Philip ROOSEN, Karlijne VAN BREE, Jean-Paul WINDELEN, Eddie BOELENS, William DE BOECK, Caroline DENIL, Linda DE PREE, Jean DEWIT, Isabel GAISBAUER, Katrien LE ROY, Katleen ORINX, Luk RAEKELBOOM, Patricia SEGERS, Vincent VAN ACHTER, Gerlant VAN BERLAER, Rudi VAN HOVE, Bart VAN HUMBEECK, Yves VERBERCK, Karin VERTONGEN, Patrick VERTONGEN, Elke WOUTERS, Muriel VAN SCHEL
Voorstanders: Bart LAEREMANS, Jelle DE WILDE, Kirsten HOEFS, Chantal LAUWERS, Trui OLBRECHTS, Philip ROOSEN, Karlijne VAN BREE, Jean-Paul WINDELEN, Eddie BOELENS, William DE BOECK, Caroline DENIL, Linda DE PREE, Isabel GAISBAUER, Katrien LE ROY, Katleen ORINX, Peter PLESSERS, Luk RAEKELBOOM, Patricia SEGERS, Vincent VAN ACHTER, Gerlant VAN BERLAER, Rudi VAN HOVE, Bart VAN HUMBEECK, Yves VERBERCK, Karin VERTONGEN, Patrick VERTONGEN, Elke WOUTERS
Onthouders: Jean DEWIT
Resultaat: Met 26 stemmen voor, 1 onthouding
BESLUIT

Artikel 1.

De ontwerpteksten voor aanpassing fietsleaseplan (aanpassing rechtspositieregeling en aanpassing bijlage 15 bij het arbeidsreglement) - zoals toegevoegd in de bijlagen 05 en 06 bij dit besluit - goed te keuren, onder voorbehoud van protocol met de vakorganisaties (einde onderhandelingstermijn 22/03/2023).

 

Art. 2.

De gecoördineerde versie van de rechtspositieregeling - zoals toegevoegd in de bijlage 07 bij dit besluit - goed te keuren, onder voorbehoud van protocol met de vakorganisaties (einde onderhandelingstermijn 22/03/2023).

 

Art. 3.

De gecoördineerde versie van het arbeidsreglement - zoals toegevoegd in de bijlage 08 bij dit besluit - goed te keuren, onder voorbehoud van protocol met de vakorganisaties (einde onderhandelingstermijn 22/03/2023).

 

Art. 4.

Het college van burgemeester en schepenen te mandateren om het reglement fietsmobiliteit (bijlage 15 bij het arbeidsreglement) - onder voorbehoud van protocol met de vakorganisaties (einde onderhandelingstermijn 22/03/2023) - aan te vullen in functie van de gunning van het dossier "Raamovereenkomst voor het (individueel) leasen van fietsen ten behoeve van het personeel van het lokaal bestuur Grimbergen", en dit op de volgende punten:

  • praktische gegevens en contactgegevens;

  • bepalingen in verband met onderhoudscontract en in verband met schade / diefstal.