De gemeenteraad keurt het gemeentelijk subsidiereglement voor infrastructuursubsidies voor organisatoren van kinderopvang en het bijhorende aanvraagformulier goed.
Artikel 40 decreet lokaal bestuur 22 december 2017 (DLB).
Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 24 november 2025 waarbij kennis werd genomen van de subsidie voor de financiële ondersteuning van organisatoren van kinderopvang voor infrastructuur en deze werd aanvaard.
Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 14 september 2026 inzake de principiële goedkeuring van het subsidiereglement voor infrastructuursubsidies voor organisatoren van kinderopvang en het bijhorende aanvraagformulier (DOSSIERSTUK 3).
/
Het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden (VIPA) verstrekt 60 miljoen euro subsidie aan de Vlaamse gemeenten en de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) voor de realisatie van extra kinderopvangplaatsen door organisatoren van kinderopvang. De verdeling van de subsidie per gemeente werd opgenomen in de bijlage bij het besluit van de Vlaamse Regering (DOSSIERSTUK 2). Voor Grimbergen bedraagt de subsidie € 426.666,67. De subsidies zijn bedoeld om organisatoren financieel te ondersteunen bij de realisatie van infrastructuur voor nieuwe kinderopvangplaatsen die in aanmerking komen voor een basissubsidie of een subsidie voor inkomenstarief. Het bestuur beschikt over een onbeperkte termijn om de subsidie toe te kennen aan organisatoren van kinderopvang.
De concrete implementatie van de infrastructuursubsidies voor kinderopvang verloopt in twee fasen:
Fase 1: Aanvaarden of weigeren van de subsidie door de gemeente
Het bestuur kon uiterlijk tot 30 november 2025 afstand doen van de subsidie, maar besliste in zitting van 24 november 2025 om de subsidie te aanvaarden. Het subsidiebedrag van € 426.666,67 werd uitbetaald op 22 december 2025.
Fase 2: Toekennen van de subsidie aan de organisatoren van kinderopvang
Aangezien gemeenten over een onbeperkte termijn beschikken om de subsidies uit te keren aan organisatoren van kinderopvang, is deze fase in principe niet in de tijd beperkt. Het bestuur bepaalt zelf wanneer de subsidietoekenning start.
In Grimbergen groeit de vraag naar kinderopvang sterk, terwijl het aanbod aan kwalitatieve opvangplaatsen onvoldoende blijft. De gemeente wordt geconfronteerd met een aanzienlijke capaciteitsnood. Kinderopvang is nochtans een essentiële hefboom voor maatschappelijke activering en maakt het voor ouders mogelijk om werk, opleiding en gezin te combineren. De infrastructuursubsidie biedt het lokaal bestuur de mogelijkheid om gericht te investeren in de uitbreiding van de kinderopvangcapaciteit in Grimbergen.
Voor de toekenning van infrastructuursubsidies op het grondgebied van Grimbergen is een gemeentelijk subsidiereglement vereist. Het bijhorende aanvraagformulier voor de subsidie wordt opgenomen als bijlage bij huidig besluit (BIJLAGE 1). Het reglement is een combinatie van verplichte bepalingen, vastgelegd in het Besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025 tot toekenning van een subsidie aan gemeenten voor de financiële ondersteuning van organisatoren van kinderopvang voor infrastructuur (DOSSIERSTUK 1), en van de uitgangspunten van het bestuur.
Voor het debat wordt verwezen naar het zittingsverslag.
De verplichte bepalingen, vastgelegd in het Besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025, die dienen opgenomen te worden in het reglement, worden in onderstaande tekst gemarkeerd in het blauw.
Artikel 1.
Onderstaand subsidiereglement voor infrastructuursubsidies voor organisatoren van kinderopvang en het bijhorende aanvraagformulier (BIJLAGE 1) goed te keuren.
Subsidiereglement inzake infrastructuursubsidies voor organisatoren van kinderopvang
Artikel 1 - Doel
In Grimbergen groeit de vraag naar kinderopvang sterk, terwijl het aanbod aan kwalitatieve opvangplaatsen onvoldoende blijft. De gemeente wordt geconfronteerd met een aanzienlijke capaciteitsnood. Kinderopvang is nochtans een essentiële hefboom voor maatschappelijke activering en maakt het voor ouders mogelijk om werk, opleiding en gezin te combineren.
Met de infrastructuursubsidie wil het lokaal bestuur de duurzame realisatie van nieuwe opvangplaatsen op het grondgebied van Grimbergen stimuleren voor kinderen van 0 tot 3 jaar. Gelet op de omvang van de capaciteitsuitdaging zet het lokaal bestuur prioritair in op grotere projecten die een substantiële uitbreiding van het opvangaanbod realiseren en zo een maximale impact hebben op de opvangcapaciteit in Grimbergen. Dit kadert binnen het meerjarenbeleid waarin wordt ingezet op bijkomende capaciteit, kwaliteit, toegankelijkheid en flexibiliteit van de kinderopvang.
Artikel 2 – Rechtsgrond
§1 .Dit reglement is gebaseerd op het Besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025 inzake financiering aan gemeenten voor infrastructuursubsidies voor organisatoren van kinderopvang.
Volgende regelgeving is eveneens van toepassing:
§2. Decreet houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters van 20 april 2012
§3. Besluit van de Vlaamse Regering houdende de vergunningsvoorwaarden en het kwaliteitsbeleid voor gezinsopvang en groepsopvang van baby's en peuters
§4. Besluit van de Vlaamse Regering houdende de subsidies en de eraan gekoppelde voorwaarden voor de realisatie van specifieke dienstverlening door gezinsopvang en groepsopvang van baby's en peuters
§5. Besluit van de Vlaamse Regering houdende de procedures voor de aanvraag en de toekenning van de vergunning en de subsidies voor gezinsopvang en groepsopvang van baby's en peuters
§6. Decreet over het lokaal bestuur
§7. Masterplan van de Vlaamse Regering voor de toekomst van kinderopvang van 7 april 2025
§8. Het VIPA Bestemmingsbesluit van 31 mei 2024 (artikel 4)
§9. Decreet inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden van 23 februari 1994 (artikel 12)
§10. Besluit (EU) 2025/2630 van de Commissie van 16 december 2025 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen en tot intrekking van Besluit 2012/21/EU
Artikel 3 - Definities
§1. Groepsopvang: kinderopvang met een vergunning voor 9 of meer plaatsen;
§2. Kinderopvanglocatie: een vestigingsplaats waar kinderopvang georganiseerd wordt;
§3. Nieuwe kinderopvangplaatsen: alle plaatsen die een capaciteitsuitbreiding betekenen en nog niet vergund is door Opgroeien Regie op het moment van de subsidietoezegging. Omschakeling van gezins- naar groepsopvang worden niet als capaciteitsuitbreiding beschouwd;
§4. Opgroeien Regie: het agentschap, opgericht bij decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd gezelschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien Regie;
§5. Organisator: houder of aanvrager van een vergunning groepsopvang baby’s en peuters;
§6. Reële bouwkosten – volgens artikel 1, 1° van het BVR van 24 oktober 2025:
1° In geval van WERKEN: de finale kosten die gerelateerd zijn aan de volgende onkostenposten:
1) ruwbouw;
2) technische uitrusting;
3) afwerking;
4) uitrusting en meubilering;
5) studie- en algemene kosten;
6) omgevingswerken;
7) de btw, gerelateerd aan de onkostenpost, vermeld in 1) tem 6).
2° In geval van AANKOOP: de finale aankoopprijs, notariskosten, registratiebelasting of registratierechten en de btw die aan de aankoop is verbonden.
§7. Subsidiebelofte: Opgroeien kent subsidiebeloftes toe aan een organisator om nieuwe plaatsen te kunnen realiseren op een bepaald moment. Een subsidiebelofte wordt toegekend voor T1- en T2-plaatsen. Als de plaatsen vergund worden, vraagt de organisator een omzetting van de subsidiebelofte naar een subsidietoekenning aan;
§8. Subsidieverstrekker: lokaal bestuur Grimbergen;
§9. T1 of T2-plaatsen:
1° T1-plaatsen (basissubsidie): dit zijn plaatsen waar de organisatoren een vrije prijs toepassen. Organisatoren moeten aan bepaalde voorwaarden voldoen;
2° T2-plaatsen (subsidie inkomenstarief): dit zijn plaatsen waar gezinnen een prijs betalen op basis van het inkomen en kinderen van bepaalde gezinnen voorrang krijgen. Organisatoren moeten aan de voorwaarden van de basissubsidie voldoen en bijkomende voorwaarden;
§10. VIPA: het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden steunt de realisatie van betaalbare, kwaliteitsvolle en duurzame zorginfrastructuur. Het VIPA verleent daartoe onder andere bouwsubsidies en advies;
§11. Zorginspectie: een onafhankelijke organisatie die ter plaatse in de opvang organiseert of de opvang aan de subsidievoorwaarden voldoet. Zorginspectie is bevoegd voor het toezicht op de financiële middelen van kinderopvanginitiatieven.
Artikel 4 – Ontvankelijkheidsvoorwaarden
§1. De subsidie is bedoeld voor organisatoren kinderopvang die cumulatief voldoen aan de vereisten van het Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2025, meer bepaald:
1° De aanvrager komt in aanmerking voor een vergunning voor groepsopvang conform de regels, vermeld in of ter uitvoering van het decreet van 20 april 2012 houdende de organisatie van kinderopvang baby’s en peuters. Gezinsopvang is uitgesloten van subsidie;
2° De aanvrager komt in aanmerking voor een basissubsidie (T1) of voor een subsidie voor inkomenstarief (T2) als vermeld in artikel 7 of 8 van het decreet van 20 april 2012 houdende de organisatie van kinderopvang van baby’s en peuters;
3° De aanvrager beschikt over een subsidiebelofte om nieuwe T1- of T2-plaatsen te realiseren of over een subsidiebeslissing voor nieuwe T1- of T2-plaatsen in het kader van de toepassing van het Subsidiebesluit van 22 november 2013 voor de plaatsen waarvoor de financiële ondersteuning wordt gevraagd.
§2. De kinderopvanglocatie is gevestigd op het grondgebied Grimbergen.
§3. De aanvrager is eigenaar van het onroerend goed waarin de kinderopvang is gevestigd, of beschikt over een zakelijk recht op dat onroerend goed, waarvan de resterende looptijd minstens overeenstemt met de toepasselijke bestemmingsduur, vermeld in artikel 6, §2, of kan, indien het onroerend goed nog moet worden aangekocht of het zakelijk recht nog moet worden gevestigd, documenten voorleggen waaruit de voorgenomen aankoop van het onroerend goed of de vestiging van het zakelijk recht blijkt. In dit geval moet de aanvrager uiterlijk bij de uitbetaling van de subsidie aantonen dat hij eigenaar is van het onroerend goed of beschikt over een zakelijk recht op het onroerend goed waarvan de resterende looptijd minstens overeenstemt met de toepasselijke bestemmingsduur, vermeld in artikel 6, §2.
§4. Per kinderopvanglocatie waarvoor subsidie wordt aangevraagd, worden minstens 36 nieuwe kinderopvangplaatsen gerealiseerd, tenzij de door Opgroeien toegekende subsidiebelofte betrekking heeft op een lager aantal plaatsen. In dat geval geldt het aantal plaatsen waarvoor een subsidiebelofte werd verkregen als minimumvereiste.
§5. Voor elke kinderopvanglocatie waarvoor subsidie wordt gevraagd, dient de aanvrager een afzonderlijke subsidieaanvraag in overeenkomstig artikel 7.
§6. Dossiers die niet aan bovenstaande voorwaarden voldoen, worden onontvankelijk verklaard.
Artikel 5 – Subsidiebedrag
§1. Binnen de perken van het in artikel 5, §6 vermelde budget en met inachtneming van de subsidievoorwaarden, stelt het college van burgemeester en schepenen het subsidiebedrag vast op basis van het aantal nieuw gerealiseerde kinderopvangplaatsen.
1° Voor de eerste 36 nieuw gerealiseerde en subsidieerbare kinderopvangplaatsen bedraagt de subsidie € 2.500 per plaats;
2° Voor de 37ste tot en met de 50ste nieuw gerealiseerde kinderopvangplaats bedraagt de subsidie € 4.000 per plaats;
3° Vanaf de 51ste nieuw gerealiseerde kinderopvangplaats bedraagt de subsidie € 5.000 per plaats.
4° Voor kinderopvanglocaties die overeenkomstig artikel 4, §4 in aanmerking komen voor subsidiëring, hoewel minder dan 36 nieuwe kinderopvangplaatsen worden gerealiseerd, bedraagt de subsidie € 2.500 per nieuw gerealiseerde kinderopvangplaats.
§2. Het overeenkomstig artikel 5, §1 berekende subsidiebedrag wordt per kinderopvanglocatie beperkt tot:
1° maximaal 15% van de reële bouwkosten indien de organisator voor de betrokken kinderopvanglocatie VIPA-steun geniet;
2° maximaal 60% van de reële bouwkosten indien de organisator voor de betrokken kinderopvanglocatie geen VIPA-steun geniet.
§3. Het subsidiebedrag dat toegekend wordt geldt als het maximumbedrag voor het project. Indien de reële bouwkosten lager uitvallen dan de bij de aanvraag geraamde kosten, wordt de subsidie proportioneel herrekend.
§4. De totale publieke steun voor een kinderopvanglocatie mag de niet hoger zijn dan 100% van de reële bouwkosten.
§5. Als een organisator nieuwe opvangplaatsen realiseert op verschillende opvanglocaties op het grondgebied Grimbergen, dan kan deze organisator voor iedere locatie een subsidieaanvraag indienen.
§6. In de uitgavenbegroting van het lokaal bestuur Grimbergen is voor deze subsidie een totaalbedrag van € 426.666,67 voorzien. Zodra dit bedrag volledig is toegekend, kunnen geen verdere subsidies meer worden toegekend.
Indien een subsidieaanvraag ertoe leidt dat het voorziene budgetplafond wordt bereikt of overschreden, wordt de subsidie aan de betrokken organisator slechts toegekend ten belope van het nog beschikbare saldo van het voorziene budget.
Artikel 6 – Subsidievoorwaarden
§1. De financiële ondersteuning kan alleen geïnvesteerd worden in infrastructuur om nieuwe plaatsen T1 of T2 te creëren. De organisator beschikt op het moment van de subsidieaanvraag over een subsidiebelofte of subsidiebeslissing van Opgroeien Regie voor de betrokken plaatsen;
§2. De bestemmingsduur van de gesubsidieerde infrastructuur wordt bepaald door het VIPA-bestemmingsbesluit. Dit besluit schrijft voor dat het gesubsidieerde goed gedurende de volledige bestemmingsperiode binnen de voorziene functie wordt behouden, beheerd en onderhouden. De minimale bestemmingsduur bedraagt:
1° 25 jaar voor onroerende goederen;
2° 10 jaar voor roerende goederen.
In geval van overname verbindt de organisator zich ertoe de overnemer te informeren over de verkregen subsidie en de daaraan verbonden verplichtingen over te dragen.
§3. De organisator die nieuwe T1-plaatsen realiseert, neemt deel aan elke toekomstige subsidieronde van Opgroeien Regie met het oog op de omschakeling van de T1-plaatsen naar T2-plaatsen.
§4. Enkel plaatsen die op het moment van de subsidieaanvraag nog niet vergund zijn, komen in aanmerking. Plaatsen die verhuizen binnen het grondgebied Grimbergen of vanuit een andere gemeente naar grondgebied Grimbergen, worden niet als nieuwe kinderopvangplaatsen beschouwd.
§5. De organisator engageert zich om deel te nemen aan en samen te werken met het Lokaal Overleg Kinderopvang en het loket kinderopvang;
§6. De organisator voldoet aan alle voorwaarden inzake kennis van het Nederlands zoals bepaald in het decreet van 20 april 2012 houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters en de uitvoeringsbesluiten ervan.
Artikel 7 – Aanvraagprocedure
§1. Voor elke kinderopvanglocatie waarvoor subsidie wordt aangevraagd, dient de organisator een afzonderlijke subsidieaanvraag in via subsidies@grimbergen.be.
§2. De subsidieaanvraag bevat, op straffe van onontvankelijkheid, minstens volgende gegevens en documenten, alle opgesteld in het Nederlands:
1° een ingevuld en ondertekend aanvraagformulier;
2° het bewijs van toekenning van de subsidiebelofte door Opgroeien Regie;
3° het bewijs van eigendom of van een zakelijk recht op de opvanglocatie voor de verplichte bestemmingsduur van de subsidie, hetzij, indien het onroerend goed nog moet worden aangekocht of het zakelijk recht nog moet worden gevestigd, de documenten waaruit de voorgenomen aankoop van het onroerend goed of de vestiging van het zakelijk recht blijkt;
4° een kostenraming;
5° een planning/stappenplan voor de realisatie van de gesubsidieerde infrastructuurinvestering.
§3. De aanvrager ontvangt van het lokaal bestuur een bewijs van ontvangst van de aanvraag met vermelding van de ontvangstdatum.
§4. De subsidiecoördinator onderzoekt of de aanvraag volledig en ontvankelijk is. Binnen twee maanden na de ontvangstmelding van de aanvraag door het lokaal bestuur ontvangt de organisator van kinderopvang de beslissing inzake de volledigheid en ontvankelijkheid van het dossier. Indien het dossier onvolledig is, wordt de aanvrager binnen deze termijn verzocht om de ontbrekende stukken aan te vullen. De aanvrager beschikt in dat geval over een termijn van 20 werkdagen na kennisgeving om de ontbrekende stukken aan te leveren. Indien de ontbrekende stukken niet tijdig worden aangeleverd, wordt de aanvraag onontvankelijk verklaard.
§5. De datum waarop het dossier volledig en ontvankelijk wordt verklaard, geldt als rangschikkingsdatum voor de toepassing van dit artikel. Volledige en ontvankelijke aanvragen worden verder behandeld in volgorde van deze rangschikkingsdatum. Indien het in artikel 5, §6 vermelde budgetplafond wordt bereikt, worden subsidies toegekend volgens deze rangschikking tot uitputting van het beschikbare budget.
§6. Volledige en ontvankelijke aanvragen worden door de subsidiecoördinator en de bevoegde dienst inhoudelijk beoordeeld. Zij kunnen de aanvrager uitnodigen om de aanvraag toe te lichten, te staven of te motiveren.
§7. De subsidiecoördinator en de bevoegde dienst brengen advies uit aan het college van burgemeester en schepenen.
§8. Het college van burgemeester en schepenen neemt een principiële beslissing over de toekenning van de subsidie.
§9. Binnen twee maanden na de ontvankelijkheidsverklaring wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld van de principiële beslissing, met vermelding van de motivering bij weigering. Bij weigering wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld om zijn hoorrecht uit te oefenen en kan hij binnen 15 werkdagen na kennisgeving een hooroverleg aanvragen. Uiterlijk 15 werkdagen na het hooroverleg wordt de definitieve beslissing schriftelijk meegedeeld aan de aanvrager. Alle communicatie in het kader van deze procedure verloopt in het Nederlands.
Artikel 8 – Toekenning en uitbetaling subsidie
§1. De subsidie wordt in één schijf uitbetaald na de uitvoering van de gesubsidieerde werken of aankoop. Voor het aanvragen van de uitbetaling worden volgende documenten aangeleverd:
1° een ingevuld en ondertekend rapporteringsdocument;
2° een overzicht van de reële bouwkosten van de gesubsidieerde investering;
3° de facturen van de gesubsidieerde investering;
4° de bijbehorende betaalbewijzen;
5° de eindstaat van de werken, indien van toepassing;
6° het proces-verbaal van voorlopige oplevering, indien van toepassing;
7° foto’s of andere stukken waaruit de realisatie van de gesubsidieerde investering blijkt.
§2. De uitbetaling van de subsidie gebeurt op het rekeningnummer dat door de organisator van kinderopvang op de subsidieaanvraag werd vermeld. Wijzigingen van het rekeningnummer dienen schriftelijk en tijdig aan de subsidieverstrekker te worden meegedeeld.
§3. De kosten van de gesubsidieerde infrastructuurinvestering komen enkel in aanmerking indien zij betrekking hebben op een periode die aanvangt één jaar vóór en eindigt twee jaar na de datum van de principiële beslissing tot toekenning van de subsidie. Enkel facturen met een datum binnen deze periode komen in aanmerking voor subsidiëring.
Indien de uitvoering binnen deze termijn niet volledig kan worden gerealiseerd, kan de subsidieontvanger een gemotiveerde verlenging van maximaal zes maanden aanvragen. Deze aanvraag moet vóór het verstrijken van de oorspronkelijke uitvoeringstermijn schriftelijk worden ingediend bij de subsidieverstrekker en bevat een verantwoording voor de gevraagde verlenging.
De verlenging wordt slechts toegekend na uitdrukkelijke goedkeuring door het college van burgemeester en schepenen.
§4. De subsidieontvanger bezorgt de gemeente halfjaarlijks een voortgangsrapport over de uitvoering van de gesubsidieerde investering, startend vanaf de datum van de principiële beslissing over de toekenning van de subsidie.
Artikel 9 – Controle en sancties
§1. De subsidie wordt uitsluitend gebruikt voor het doel waarvoor zij werd toegekend en het gebruik ervan dient gerechtvaardigd. Indien hieraan niet wordt voldaan, dient de subsidie geheel of gedeeltelijk terugbetaald te worden. De terugvordering wordt berekend op basis van het aantal maanden waarin aan de afgesproken engagementen werd voldaan, te rekenen vanaf de datum van de principiële beslissing tot toekenning van de subsidie.
§2. De gesubsidieerde infrastructuur moet gedurende de in artikel 6, §2 vastgelegde bestemmingsduur behouden blijven voor de voorziene functie. Bij wijziging van de bestemming of stopzetting van de functie wordt de subsidie geheel of gedeeltelijk teruggevorderd overeenkomstig de berekeningswijze bepaald in artikel 9, §1.
§3. Indien overcompensatie wordt vastgesteld, zal het teveel verkregen bedrag teruggevorderd worden. In geval van fraude of valse verklaringen, kan lokaal bestuur Grimbergen beslissen de toekenning van de subsidie te schorsen, dan wel de subsidie terug te vorderen.
§4. De organisator aanvaardt dat de subsidieverstrekker en Zorginspectie, zoals vermeld in artikel 4, §2, derde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023 over het Departement Zorg, controle kunnen uitoefenen op de aanwending van de financiële ondersteuning door de organisator van kinderopvang. De organisator aanvaardt dat de subsidieverstrekker en Zorginspectie daarbij toegang krijgen tot alle relevante documenten en ter plaatse of vanop afstand controle kunnen uitoefenen op financiële stukken. Indien bij controle blijkt dat noodzakelijke documenten niet beschikbaar zijn, krijgt de subsidieontvanger een termijn van 20 werkdagen om de documenten aan te leveren. Worden de documenten niet tijdig bezorgd, dan wordt de subsidie gedeeltelijk of volledig teruggevorderd.
Artikel 10 – Staatssteun
§1. Deze subsidie vormt een compensatie voor de uitvoering van een dienst van algemeen economisch belang (DAEB), met name de organisatie en uitbreiding van kinderopvang op het grondgebied van de gemeente. De subsidie wordt toegekend met inachtneming van het Besluit (EU) 2025/2630 van de Commissie van 16 december 2025 betreffende de toepassing van artikel 106, tweede lid, VWEU op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst.
§2. De subsidie wordt uitsluitend toegekend voor zover zij noodzakelijk is voor de uitvoering van de in artikel 10, §1 bedoelde openbare dienstverplichting en mag niet leiden tot overcompensatie. Eventuele overcompensatie wordt vermeden en, indien vastgesteld, teruggevorderd.
§3. Indien wordt vastgesteld dat de subsidie geheel of gedeeltelijk onverenigbaar is met het in artikel 10, §1 vermelde Europeesrechtelijke kader, of dat niet wordt voldaan aan de voorwaarden ervan, kan het lokaal bestuur de subsidie geheel of gedeeltelijk terugvorderen.
Artikel 11 – Slotbepalingen
§1. Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van het besluit en het nemen van een principiële beslissing over de aanvragen.
Art. 2.
Dit besluit bekend te maken overeenkomstig de bepalingen van “Afdeling 2. Bekendmaking en inwerkingtreding, Hoofdstuk 1. Akten van het lokaal bestuur, Titel 5. De werking van het lokaal bestuur" DLB.